Sadeler's blog

Sadeler's blog

Sadeler's Blog

Geniet mee van, heden, verleden en toekomst.
--------------------------------------------------------
windmolens, Facebook
--------------------------------------------------------
Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval.

Sorben land

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 14 Aug, 2019 22:58

Day 2 TIMS Pretour Sorben land.

Het hotel waar we overnachten dateert duidelijk uit de tijd dat er nog ijzeren gordijnen bestonden, en is geenszins te vergelijken met Berlijn. Maar we zijn molenaars, en die slapen licht in het meel. Dus we zitten goed voor de komende drie nachten.

Al krijg ik het ‘s avonds al meteen aan de stok met een van de hoteldiensters, wanneer ik aanschuif bij een tafel waarop drie bestekken liggen en reeds drie leuke personen hebben plaatsgenomen. Er is meer dan plaats voor een vierde persoon, en dus haal ik op een wat afgelegen tafel het nodige bestek, maar dat is buiten Elsa gerekend. Ik noem haar even zo omdat ze mij doet denken aan een juffrouw uit de Duitse jaren zeventig die iets had met wolven en nog veel erger. Ik vermoed dat ze een boekhouding hebben opgezet per vooraf gedekte tafel en dat heb ik dus duidelijk in de war gestuurd. Ze maant mij aan om ergens anders plaats te nemen, waarop ik protesteer eerst in het engels en daarna in het Frans, en ik een woeste blik krijg en een antwoord waarop ik begrijp dat ze enkel Hoog-Duits of zo praat. Ik haal mijn beste Duits uit de kast, waarop ze overlegt met onze Gerald. Ik mag blijven.... So far for Deutsche Grundlicheit.

Vandaag staan er twee watermolens en twee windmolens op ons programma. Negen uur en we zetten aan weg uit Zittau richting Sorben land.

De eerste watermolen ligt op anderhalf uur rijden voorbij Bautzen, waarover we vernemen dat in de dagen van de Stasi dit een gevreesde stad was, omdat zich hier in deze uithoek van het land een bijna concentratiekamp bevond waar je heen werd gestuurd wanneer je wat minder volgzaam was.

De molen staat te koop voor een slordige 80.000 euro, wat gezien het complex een prikje is. Er. Is trouwens ook een belendende woning inbegrepen. Maar, wat kost het onderhoud? Waar vind je hier molenbouwers op wie je kan beroep doen? Waarschijnlijk heeft de toch lage prijs en en ander te maken met dit gegeven.

De molen, Fehrmann-Muhle te Coblenz, zelf mag je gerust omschrijven als een kleine maalderij. Tegenwoordig zit er een Francis waterturbine in, die een vroeger waterwiel vervangt. We slagen er niet in om die te zien. Wel kruipen we langs een stel riemen tot helemaal onderin waar het uiteindelijk toch wat beangstigend wordt wanneer plots iemand ergens de molen in gang zet. Gelukkig is er nog een tweede uitgang waar we langs kunnen en zoeken we het hogerop waar de plansifters hun werk doen. Dit is een type molen waar heel wat te fotograferen valt, en waar menigeen zich ook de nodige vragen stelt over de werking van bepaalde onderdelen.

De volgende standaardmolen verschuiven we naar het namiddagprogramma, want in het lunchcafé Sportheim te Oderwitz kunnen we helaas niet later aankomen dan gepland, ook al zijn daar nauwelijks andere gasten. Alweer dat rigide dat vermoedelijk nog stamt uit de tijd van nu bijna meer dan dertig jaar geleden. Als enige veggy aanhanger krijg ik een best aanvaardbare groentes choreograaf met brocolli overgoten met een kaassaus. De anderen moeten het stellen met een vleessoep. Een grote pint Weiss beer rond het geheel af.

We komen aan bij onze eerste windmolen van deze reis. Een standaardmolen verscholen in een paltrok. Berndt-Muhle ook bekend als Hauckmuhe, staat te Oberoderwitz.

Een wat rare molen waar we vaststellen dat de steenbalk recent werd vervangen, waar alle panelen van de wieken binnen staan gestapeld net als de borden van het achter roer. En hoe werd het enige steenkoppel dat we aantreffen aangedreven? Er is geen lantaarn, noch een ijzerbalk te bespeuren. Langs onder probeert een van de Franse deelnemers mij Diets te maken. Tja maar op de zolder net lager, is direct onder der stenen wel een en ander te bespeuren dat als aandrijving kon worden gebruikt, maar waar werd dit dan weer met verbonden? Waar kwam de energie vandaan?

Ook het systeem om de shutters in de wieken te bedienen is anders dan wat we gewoonlijk zien in de UK. Hier geen doorboorde as, maar enkele metalen stangen naast de molenas, die uiteindelijk toch door de askop moeten gaan om de ‘spin’ buiten op de askop te bereiken.

Vandaar gaat het naar een watermolen, waar commercieel wordt gewerkt. Bertold-Muhle in Oderwitz is in feite een moderne maalderij waar heel wat plastiek het overgenomen heeft van het hout. Plastiek buizen die in alle richtingen lopen en als het ware een modern abstract kunstwerk vormen.Een anderhalve vierkant meter groot paneel waarop zich nagenoeg alle electriciteitsschakelaars en zekeringen bevinden. We krijgen van een nog jongere molenaar die het Engels beheerst een behoorlijke uitleg op de zolder waar de plansichters staan. Voor de rest staat elke zolder vol met de nodige gevulde zakken bloem.

Beneden is er bij het binnenkomen en of buitengaan een winkeltje waar je de hele zwik kan kopen. Men beweert de beste bloem van heel Duitsland te verkopen. Waar zit het verschil tussen meel dat onmiddellijk van tussen twee stenen stroomt, en de bloem hier die mogelijks via een buizenstelsel van honderd meter heeft gelopen?

Er werd gezorgd voor taart en koffie. Een overvloed aan taart(en) en koffie, en dat allemaal van eigen bloem. we lieten het ons smaken.

Op wandelafstand lag de molen die we in de ochtend links lieten liggen. De standaardmolen bekend als Neumann-muhle, kan enkel omschreven worden als de kers op de taart van deze dag. Via een stijle mole molenweg wandelen we de paar honderd meter naar een alweer ruime kast. Deze keer wel gevuld met diverse machinerie. Een van de maalstoelen fungeert in feite als een soort eerste behandelingssteen bij het maalproces. De korrels worden er gepolijst en van de kiem ontdaan, zodat de bloem naderhand beter bewaard kan worden. Nogal wat riemen en tandwielen zorgen voor overbrengingen in deze molen.

Ik probeer nog een foto te maken van de onderkant van de molen die verscholen zit in de lange rok van deze kast. Teerlingen zijn klein, en verder draagt de molen op twee kruiselingse balken onder het normale gebinte. De kast kan draaien via twee ijzeren rollen die over een rond de molen liggend spoor lopen.

Nog een laatste intressante foto van de 'kruiwagen' waarmee de molen op de wind wordt gezet.

Tijd om opniew het hotel in Zittau op te zoeken, voor het avond diner en een Weiss bier.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post209

Going back to my roots.

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 13 Aug, 2019 22:42

Day 1 TIMS Pretour. Going back to my roots.

Ik mag niet klagen. De nacht verliep vlekkeloos, en het ontbijt kon je beschouwen als een mengeling van continentaal en Brits. Wat niet begrijpelijke is voor een hotel van dergelijke omvang, met enkele honderden kamers, is dat ze in de ontbijttafel twee koffiemachines hebben staan, die om de haverklap foutboodschappen geven en waar je vier minuten op een koffie moet wachten. Gelukkig staan er op een belendende tafel, niet aangeduid, enkele kannen met gewone koffie, waarbij eenvoudig schenken kees zo klaar is.

Na de checkout, even na negen, zetten we aan voor een tocht van vijf uur richting Saxon. Onderweg een stop voor een bezoek aan een molen, waarbij je in feite drie molens in een aantreft. De molen wordt aangekondigd op een welkombord als Europees Erfgoed, en ook als de enige molen in Europa met drie functies: Historische Mahl-, Oel- und Sägemühle.

Buiten , wat achteraf, staat er nog een ijzeren kruis gered van een kerkhof in de buurt van watermolenaar Wilhelm Bärow.

Een uit de kluiten gewassen korenmolen van het ‘Holländer type’ waarnaast in een aantal bijgebouwen zich nog een zaagmolen en een olieslagerij bevindt. Bij die laatste bedrijvigheid die gedemonstreerd wordt staat de oven heet, en wordt er van het lijnzaad van vlas olie geslagen. Rijk aan omega-3 vertellen ze er graag bij. Weet je wel, het middel om je cholesterol naar beneden te krijgen. Ik hoor de gids vertellen hoeveel zijn cholesterolgehalte bedraagt, als staving van zijn pleidooi om meer lijnzaadolie te verbruiken, en te kopen. Zijn we dan toch met zijn allen gelijk?

In dit molencomplex is het makkelijk een paar uur vertoeven, ook al is de uitleg van de gidsen voornamelijk in het Duits, maart Gerald, organisator van deze toer, vertaalt vlekkeloos naar het engels. Enkele oud TIMS gedienden worden regelmatig aangesproken om toch maar uitleg te verschaffen bij alweer een of ander wiel, of tuig, waar elk ander normaal mens kop noch staart an krijgt. Prachtig om zien, hoe land- en taalgrenzen ook nu weer wegvallen en Holland en Frankrijk steun verlenen aan de Britten en Amerikanen. Ik kan zo nog even doorgaan.

Het aantal foto’s dat in deze digitale tijden wordt geschoten tijdens een dergelijk bezoek, loopt waarschijnlijk in de duizenden. Laat ons hopen dat er een tiental spraakmakende tussenzitten. En ik wil het in deze niet eens hebben over over de talrijke ‘copies’ die werden genomen in het tussenliggende gebouwtje een tentoonstelling loopt van fotograaf Andreas Funke onder de noemer ‘Kontraste Erotische fotografie in der Hollanderwindmühle Straupitz ’. Mij leek het eerder: ‘Naakte schoonheid in een industrieel complex’. U kan er nog heen tot en met 8 september.

Maar we bezochten molens, dacht ik toch? In de romp van de molen konden we kennis maken met een heuse maalderij. Helaas was de korenmolen niet in werking. De wieken, van het type, uitgerust met jaloeziën, uitgevoerd in blinkend aluminium, zullen er hoogstwaarschijnlijk ooit anders hebben uitgezien. Werd hier bij een restauratie voor duurzaamheid en een lagere prijs gekozen? Wie weet? Per slot van rekening bevinden we ons op weg naar Saxen in het vroegere Oost-Duitsland.

Meer bepaald in Spreewald en bredere omgeving. Reizen mag dan ook steeds weer een beetje leren zijn, en daar kregen we vandaag de kans toe. In Spreewald woont een bevolkingsgroep die nog tot de oorspronkelijke Ariërs zou behoren (*), met een eigen taal, waardoor dit gebied een Duits tweetalige regio is. En dat valt hier en daar op te merken in straatnaambordjes, waarop ik onder andere merk dat ‘wasser’ vertaalt wordt als ‘woda’. Navraag bij Gerald levert mij voorlopig op dat deze tweede taal geen Tsjechisch is nog Hongaars of zo. Kan dit Keltisch zijn? Dit dient verder uitgezocht te worden, tenzij Wikipedia raad weet.

Vier jaar geleden kwam ik als bij toeval tot de ontdekking in het vroegere Siebenburgen, Sibiu, dat de naam Saedeler en afgeleiden vaak voorkwamen bij de Saksische bevolking, die dat gebied ooit ‘koloniseerde’. Ben ik op weg naar mijn roots?

Ik moet toegeven dat ik meer geniet van de aanblik vanuit de bus van de vroegere Oost-Duitse dorpen, waar de tijd wat stilstond, dan van het Duitsland dat de meesten onder ons beter kennen. In Mein grünes tal van Roland W zou als soundtrack bij onze tocht door een bosrijke omgeving zeker niet misstaan.

Uiteindelijk rijden we langzaam maar zeker naar ons doel: de meest zuid-oostelijke hoek van de vroegere DDR. Een streek waar nog heel wat moet gered uit de tijd eer de muur viel. De West-Duitsers dragen naar verluid nog steeds 10 procent van hun belastinggeld af voor de herbouw van Oost-Duitsland. En dit nadat er heel wat Europees geld, waaronder ook Britse ponden werden geïnvesteerd. Maar hou dit vooral stil bij onze Britse collega’s, want er zijn al genoeg Brexitvoters. De streek hier kende zelfs na de val van de muur weinig heropleving. Wat hoge werkloosheid tot gevolg heeft. Toerisme bestaat er haast niet. De vroegere industrie is teloorgegaan. Hier werd vooral linnen, en ander tafeltextiel geproduceerd. Vaak zie je nog te renoveren kasten van huizen uit de tijd van voor de oorlog, waar textielbaronnen woonden. De werkers in de stamden nog af van ervaren thuiswevers. Helaas ging men na de val van de muur textiel importeren uit het verre oosten, waardoor alles hier in elkaar stortte. Ben ik nu over Saksen aan het schijven, of over het vroegere Vlaanderen. Zoek de zeven verschillen, of beter gelijkenissen.

Onze ervaren gids, die hier ooit samenwerkte met een aantal verkopers, die amper auto konden rijden, maar wel een rijbewijs hadden, en al twintig jaar op een auto wachten reden uiteraard binnen de kortste keren hun Audi of BMW firmawagens in de praktijk. Ze werden dan maar naar rijles gestuurd in Berlijn, waar ze het meer dan waarschijnlijk in hun broek deden, maar op het einde ervaren toch chauffeurs werden. De trabant en Wartburg waren de koningen van de weg in de oude DDR.

(*) volgens Wikipedia gaat het om een een West-Slavische etnische groep die overwegend hun thuisland in Lausitz bevolkt, een gebied verdeeld tussen Duitsland (de deelstaten Saksen en Brandenburg ) en Polen (de provincies Neder-Silezië en Lubusz ).

Sorben spreken traditioneel de Sorbisch taal (ook bekend als "Wendische" en "Lusatian"), nauw verwant aan de Poolse , Kasjoebisch , Tsjechisch en Slowaaks . Sorbisch is een officieel erkende minderheidstaal in Duitsland . Sorben zijn taalkundig en genetisch het dichtst bij de Tsjechen en Polen .



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post208

Berlijn.... nog nooit bezocht.

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 12 Aug, 2019 22:56

Maandag, 12 augustus

Reisdag naar TIMS pretour in Duitsland. Om iets na negen was er een trein waarmee, ik nog voldoende tijd zou hebben om rustig uit te zoeken in Brussel Zuid waar de treinen richting Duitsland zich bevinden. Ik werd zowaar uitgeleide gedaan door Artuur, die er natuurlijk geen jota van snapte. Net tijd genoeg om nog een Uncut aan te schaffen in een van de winkeltjes beneden in het Zuid station. Het sleuren met de valies viel al bij al nogal mee. Stukken beter dan indertijd met haar voorganger die bij de uitstap in Oekraïne aan het eind in brokken en stukken uit elkaar viel. De lady of the house en Artuur uitgezwaaid, en plaatsgenomen in een van die wagons met ruimte voor fietsen, en invalidekarren. De twee kaartjesknippers, tegenwoordig uitgerust met een heus computertje, aten er hun ontbijt en letten niet op mij. Voor het eerst heb ik een treinticket ingelezen op mijn IPhone. Voor de veiligheid toch ook een print-out van het pdf bestand meegebracht. Je weet maar nooit of er iets mis gaat. Maar zoals gezegd ‘kaartjesknippen’ kwam er niet aan te pas. Enkele sporen verder bij het internationale gedeelte vind ik de ICE trein die mij zal meenemen tot Köln, en die dan verder gaat richting Frankfürt. Om twintig na tien start de trip voor nagenoeg twee uur. Het is even zoeken naar het rijtuig met gereserveerde plaatsen. De zon maakt de rode letters nagenoeg onleesbaar op het schermpje.

Achteraan in de wagon plof ik neer naast een dertiger die druk is met lezen in een Engelstalig boek, een hoofdtelefoon op zijn kop heeft, en af en toe zijn smartphone checkt. Verder geen last van maar ook geen woord mee gewisseld. En het inscannen van de de QR-code werkt. Moet ik dus voor mijn terugrij ticket geen print-out versieren.

We rijden voorbij de weg die naar Hanuit loopt, en waar ik ooit een jongedame wat eerste rijlessen gaf. Ik reed zelf amper een paar maanden auto. Mooie herinneringen aan mijn eerste autootje, een okerkleurige Fiat 128. Doorheen het wat megalomane station van Luik, een ontwerp van enkele Italianen, zitten we snel bij Aachen. Op een gegeven ogenblik stopt de trein midden in een bos, en ben ik er getuige van hoe incidentmanagement werkt bij onze oosterburen. Tenminste het onderdeel communicatie. ‘Dames en heren, de trein is gestopt in een bos. We rijden binnenkort verder.’ Het waren misschien niet de exacte woorden, maar het kwam daar toch op neer. Zo zie je maar, hoe je een steeds weer terugkerende opmerking, ‘wij wisten van niets’, ook bij zou kunnen counteren. Bon, na een paar minuten zette de trein toch weer aan, en uiteindelijk verloren we slechts een paar minuten bij aankomst in Köln. Wat ik vooral van deze treinreis zal onthouden is dat de sporen ook in Duitsland aan de achterkant van gebouwen lopen, waar je vaak een verloederd landschap er zo maar bij krijgt. De stad staat hier en daar nog in de stijgers, al oogt de kade langs de rivier zeer mooi. Doet mij denken aan de plaats in Londen aan de Theems waar ik in 2007 genoot.

Het station van Köln valt mee. Al bij al een niet eens zo groot station. En dus wordt wisselen van spoor en trein al bij al een makkie. Het voelt als een opluchting aan wanneer ik ook weer hier achter in de wagon mijn plaatsje bij het raam inneem. Aan het andere venstertje zit een leuk wezen, schattig te wezen, en dat schept een band. Shuss, and have a save journey, krijg ik nog wanneer ze in Hannover de trein verlaat. Shuss.

We rijden richting Hannover en eerlijk gezegd, valt het landschap behoorlijk tegen. Iets te gewoon, te gelijkend op ons eigenste land. Dezelfde bouwstijl, dezelfde dakpannen, enz...

Het is na drie, we zijn Hannover voorbij, en pas nu haalt deze trein de 250 km per uur. Naar het einde toe begint de aanblik van het vroegere Oost-Duitsland door te sijpelen.

En dan is er Berlijn, eerst het station Spandau. Zouden jongeren nog aan iets denken bij die naam? Het station Haupbahnhof is een Brussel Zuid in het kwadraat. Al lukt het vinden van het juiste spoor voor de S trein nog vrij goed. 1,70 betaal ik aan de infobalie, en de man stuurt mij richting spoor 16, met de boodschap ‘neem eender welke trein’. En jawel ik zit al na twee haltes bij de Tiergarten. Alleen klopt er opeens niets meer van wat ik op mijn plannetje heb staan. Een vriendelijke tiep die ik aanspreek begint onmiddellijk kaartjes te googelen en vertelt mij dat het dik twee kilometer lopen is. Dit kan niet.... dus terug die trein op, en een halte verder er weer uit bij Zoological garten. Blijkbaar bestaat er dus toch een verschil tussen een zoo en een tiergarten.... want nu zit ik wel op de correcte route van mijn uitgeprint plannetje. Nog een plein overlopen, en enkele straten langs, en ik check in bij het Mark Hotel. Mijn kamergenoot komt er ook net aangewaaid. Om zeven uur eten we iets licht, en worden we geïnformeerd over de dag van morgen. Er zijn er nog enkele spoorloos of zullen later arriveren. Eentje uit Amerika zat vast op de luchthaven in Londen.

Na het ‘lichte diner’, een veggy spahetti, wandel ik nog even de stad in voor een koffie, op een terras aan de Kurfürstendam. Het lijkt alsof ik op een terras zit aan de Brusselse Anspachlaan....



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post207

Neil Young - Antwerpen 9 juli 2019

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 11 Jul, 2019 16:51

Het was niet voor het eerst dat gisteren Nelis De Jongere (Neil Young zeggen de Canadezen), Antwerpen aandeed. In juni 2016, nu drie jaar geleden, kwam hij al aanzetten met Promise of the Real (POTR), een band waartoe enkele kinderen van countryzanger Willy Nelson behoren. Persoonlijk vond ik het toen een wat rare combinatie, al is de akoestische Young nooit vies geweest van landelijke liederen. Ik heb het toen niet kunnen checken, omdat een tocht naar Oekraïne roet in het eten strooide. Een concert dat ik maar beter snel wou vergeten, vanwege mijn niet deelname. Sinds zijn recente doortochten in Lokeren en Vorst met Crazy Horse, waar hij er behoorlijk hard en ook wat routineus tegen aanging, en hij het uitspinnen van zijn nummers nog niet had verleerd, waren de verwachtingen om heel eerlijk te zijn niet zo heel hoog gespannen. Ik heb ook niet de gewoonte om op voorhand uit te vissen wat hij tijdens de huidige tournee al afwerkte, in de buurlanden.

Neil op zijn best.

Besluit: dit concert in Antwerpen behoort tot de drie beste Young verschijningen die ik ooit meemaakte. De andere twee dateren van 1976 (25 maart) en 1987 (28 mei). Dat wil dus best wat zeggen. Na wat speurwerk via Youtube, kom ik er snel achter, dat ik niet de enige ben die er vandaag zo over denkt.

Wat een verademing om Neil Young zijn songs opnieuw te horen brengen zoals hij ze vele jaren geleden schreef, zij het nu nog voller, dynamischer en muzikaler dan toen. Best verassend dat in zijn setlist een heel pak Crazy Horse nummers zitten, en quasi niets wat hij de laatste 30 jaar aan vinyl of CD toevertrouwde. Blijkbaar put hij uit een lijst van 50 songs, en selecteert er voor elke stad een twintigtal, om er een twee en een half uur durende set met te vullen. Dit in tegenstelling tot wat Teleticketservice ons een paar dagen geleden nog trachtte wijs te maken. Namelijk, dat het concert zou duren van 21 tot 22:30. Mis poes. In vergelijking met Nederland, een dag later, kregen zij ‘amper’ zeventien songs, gedurende een slechts twee uur durende set, en geen enkele verassing.

Het concert, voert je in een roes door een viertal stadia: binnenkomen via enkel snoeiharde nummers, gevolgd door een akoestische set, volgt de tocht naar het hoogtepunt en uiteraard nog een toegift.

Met zes man bezetten ze het podium, waarbij de naast de drummer opgestelde congaspeler nog het minst opvalt. De pet dragende bassist, weet van wanten, en Neil’s vingeroefeningen op de gitaar worden mooi ondersteund door de twee overige jonge gitaristen. Dat ze niet aan hun proefstuk toe zijn was duidelijk te horen. De nummers volgden elkaar op in een snel tempo, en we waren drie kwartier ver in het concert vooraleer Neil voor het eerst deze avond zijn legendarische woorden ‘How are you doin’ tot het publiek richtte. Halverwege de set trok hij zijn openhangend ruitjeshemd helemaal uit, en werd pas goed zichtbaar wat er zijn t-shirt stond. Een tekening van de Rocking Chair die we kennen van de hoes van een legendarisch Howlin’ Wolf album uit Wolf's Chess tijd. Het doet deugd te zien dat ook sterren van wie wij zelf T-shirts dragen zelf heel gewoon door het leven gaan, en ook eenvoudigweg een T-shirt van een van hun idolen dragen.

Bon, laten we stilstaan bij wat onze oren aan geluidsvoedsel kregen voorgeschoteld. Zelfs de wat langere songs, Love to Burn nog aan het begin en Danger Bird, op weg naar het einde bleven binnen het originele formaat, en dus onder de 6 a 7 minuten grens, en dat is behoorlijk kort naar Young normen.

Neil naar het strand.
Een verrassing mag wel On The Beach genoemd worden. Het was geleden van 1974 dat hij het nummer nog met een band speelde. Titeltrack van een lp waar ik toch altijd behoorlijk sceptisch heb tegenover gestaan, en nooit heb begrepen, waarom die in diverse overzichtslijsten zo hoog scoort, terwijl de man zoveel betere platen uitbracht. Misschien toch morgen nog eens uit de kast halen, je weet maar nooit. Tijden veranderen en geesten rijpen, probeert men mij nog regelmatig Diets te maken. Een eerste hoogtepunt kwam er snel aan toen hij Mr Soul inzette. Een nummer dat nog regelmatig op de setlist voorkomt, ook al dateert het uit zijn Buffalo Springfield dagen. De versie hier ondersteund met twee extra gitaren, en een naar Satisfaction riekende riff ging er in als koek. Het werd nu wel meer dan duidelijk, dat POTR niet enkel countrysongs leerden toen ze in de voetsporen van papa traden.

Akoestisch kregen we Old Man, From Hank to Hendrix, Are you ready for the Country en Long May you Run van de Stills-Young band periode.

Dat Neil nog steeds een boodschap met zich voert, zal niemand ontgaan zijn. De lichtgevende LOVE balk op een van de versterkers. Het standbeeld van de Indiaan dat Neil steeds meevoert, de gebroken pijl (broken arrow) in het testbeeld op de twee grote schermen links en rechts hoog naast het overigens behoorlijk lage podium. Het is geleden van 2007, in de O2, waar Zeppelin aantrad dat ik nog een dergelijke eenvoudige podium opstelling mocht aanschouwen.

Wie indiaan zegt, zegt uiteraard ook Cortez The Killer, een nummer van het album Zuma uit 1975, dat niets aan actuele waarde heeft ingeboet. Het blijft boeien ook zonder de begeleiding van Crazy Horse. He came dancing across the water, with his galleons and guns. Een beetje geschiedenis kan er wel bij.

Overigens kregen we na het rustpunt van de akoestische set, een loeiharde versie van F*!#in' Up. Niet dat we iemand in slaap zagen, maar iedereen was opnieuw klaarwakker. Terug naar 1979 voor een Hey Hey, My My (Into the Black), het achtste Crazy Horse nummer van de avond, waarin Neil tijdens de woorden ‘It’s better to burn out than to...’ een stap achteruitzette, en het onhoorbaar werd wat hij echt zong. Ik meen mij te herinneren dat na de dood van Cobain hij ooit zei, van dit nooit meer te zingen.

Volgde onmiddellijk Throw Your Hatred Down, waarin we aangemaand worden de wapens neer te leggen.


Hoe beter een show eindigen dan met de koorzang Keep on Rocking in the Free world. Dik acht minuten lang, met een paar reprises aan het einde, waarbij de temperatuur in de zaal steeg tot kookpunt. Het was mooi.

Als toegift kregen we nog Roll Another Number (For the Road).

Wat kregen de Duitsers, enkele dagen eerder, wat wij niet kregen?

Powderfinger, Everybody knows this is Nowhere en Like a Hurricane, zei het dan wel verspreid over drie steden. Men kan niet overal tegelijk zijn.


Zelf had ik niet te klagen over mijn zitplaats in het publiek. Blok 115 rij 17, dat is het eerste blok rechts van het podium. Schitterende kijk op het gebeuren, maar toch verdient de cameraman die regelmatig op de vingers van Neil zat met zijn rechtstreekse beelden naar de twee grote schermen een grote pluim. Wat daarbij opviel was het gemak waarmee Young zijn gitaren beroerde, de Tremelo hanteerde, en af en toe wisselde van fingerpicking naar een plectrum dat voor hem bij de microfoon standaard op zijn Ipad lag. De handen vertonen de klasse, maar ook de leeftijd, 73 reeds, van deze uitgeweken Canadese boer. ‘Old man look at my life....’ Het wat uitgedunde haar handig verscholen onder een traditionele zwarte hoed, torent boven een nog redelijk rimpelloos gezicht. Op zijn wat ijle stem lijkt de tijd weinig vat te hebben. Voorlopig kan hij er nog , naar ons gevoel, dik tien jaar met doorgaan. Tot de volgende passage in ons landje.


Naschrift: nog nooit ben ik zo snel van, de Slachthuislaan naar de E17 gereden als gisteravond. Tegen de stroom in, via de konijnenpijp, de ring vermijdend. Wie zei daar dat er in Antwerpen file problemen zijn? Onthouden voor later.

———————————————————————————————

Sadelers Concertlist (extract NY tussen 1976 en 2019 - 10 concerten)

1976-03-25, Vorst Nationaal, Brussels, Belgium (solo en met Crazy Horse)

acoustic solo

Tell Me Why

Mellow My Mind

After The Gold Rush

Too Far Gone

The Needle And The Damage Done

A Man Needs A Maid

No One Seems To Know

Heart Of Gold

w/ Crazy Horse

Country Home

Don't Cry No Tears

Down By The River

The Losing End

Like A Hurricane

Lotta Love

Drive Back

Southern Man

Encore

Cortez The Killer

Cinnamon Girl


1987-05-28, Vorst Nationaal, Brussels, Belgium met Crazy Horse

Mr. Soul

Cinnamon Girl

The Loner

Down By The River

Name Of Love

Heart Of Gold

See The Sky About To Rain

When Your Lonely Heart Breaks

Too Lonely

Opera Star

Cortez The Killer

Sugar Mountain

Comes A Time

Mideast Vacation

American Dream

Long Walk Home

Powderfinger

Like A Hurricane

Encore

Hey Hey, My My (Into The Black)


1993-07-04, Werchter Festival, Werchter, Belgium met Booker T. & The MGs

Mr. Soul

The Loner

Southern Man

Helpless

Like A Hurricane

Love To Burn

Motorcycle Mama

Separate Ways

Powderfinger

Only Love Can Break Your Heart

Harvest Moon

The Needle And The Damage Done

Live To Ride

Down By The River

Encore

All Along The Watchtower


1995-08-25, Pukkelpop Festival, Hasselt, Belgium met Pearl Jam

Big Green Country

Song X

Act Of Love

Downtown

Mr. Soul

Scenery

Comes A Time

The Needle And The Damage Done

Don't Let It Bring You Down

Mother Earth (Natural Anthem)

Throw Your Hatred Down

Cortez The Killer

Powderfinger

Encore

Rockin' In The Free World


1996-07-07, Werchter Festival, Werchter, Belgium met Crazy Horse

Hey Hey, My My (Into The Black)

Down By The River

Powderfinger

Big Time

Slip Away

The Needle And The Damage Done

Sugar Mountain

Cinnamon Girl

F*!#in' Up

Encore

Cortez The Killer

Music Arcade

Like A Hurricane

Encore 2

Sedan Delivery

Rockin' In The Free World


2001-06-18, Flanders Expo, Ghent, Belgium met Crazy Horse

Don't Cry No Tears

I've Been Waiting For You

Love And Only Love

Piece Of Crap

Goin' Home

When I Hold You In My Arms

From Hank To Hendrix

Don't Let It Bring You Down

Pocahontas

After The Gold Rush

Standing In The Light Of Love

Gateway Of Love

Hey Hey, My My (Into The Black)

Like A Hurricane

Encore

F*!#in' Up

Cortez The Killer


2008-02-12, Stadschouwburg, Antwerpen, Belgium met Ben Keith, Rick Rosas, Ralph Molina, Anthony Crawford and Pegi Young

From Hank To Hendrix

Ambulance Blues

Sad Movies

A Man Needs A Maid

No One Seems To Know

Try / Harvest

After The Gold Rush

Mellow My Mind

Love/Art Blues

Don't Let It Bring You Down

Cowgirl In The Sand

Old Man

Encore

Mr. Soul

Don't Cry No Tears

Dirty Old Man

Spirit Road

Bad Fog Of Loneliness

Winterlong

Oh, Lonesome Me

The Believer

No Hidden Path

Encore

Cinnamon Girl

Encore 2
Rockin' In The Free World

Encore 3

The Sultan


2013-06-08, Vorst Nationaal, Brussels, Belgium met Crazy Horse

Love And Only Love

Powderfinger

Psychedelic Pill

Walk Like A Giant

Hole In The Sky

Comes A Time

Blowin' In The Wind

Singer Without A Song

Ramada Inn

Cinnamon Girl

F*!#in' Up

Surfer Joe And Moe The Sleaze

Welfare Mothers

Mr. Soul

Hey Hey, My My (Into The Black)

Encore

Roll Another Number

Everybody Knows This Is Nowhere


2014-08-05, Lokerse Feesten, Lokeren, Belgium met Crazy Horse

Down By The River

Powderfinger

Standing In The Light Of Love

Days That Used To Be

Living With War

Love To Burn

Name Of Love

Blowin' In The Wind

Heart Of Gold

Barstool Blues

Psychedelic Pill

Cortez The Killer

Rockin' In The Free World

Encore

Be The Rain

Who's Gonna Stand Up?


2019-07-09 Antwerp Sportpaleis

Mansion on the Hill - (Neil Young & Crazy Horse cover)

Over and Over - (Neil Young & Crazy Horse cover)

Mr. Soul - (Buffalo Springfield cover)

Love to Burn - (Neil Young & Crazy Horse cover)

The Loner - (Neil Young cover) (tour debut)

When You Dance, I Can Really Love - (Neil Young cover)

On the Beach - (Neil Young cover) (live debut by NY+PotR; first since 2003)

Unknown Legend - (Neil Young cover)

From Hank to Hendrix - (Neil Young cover)

Old Man - (Neil Young cover) -

Are You Ready for the Country? - (Neil Young cover)

Long May You Run - (The Stills–Young Band cover)

Fuckin' Up - (Neil Young & Crazy Horse cover)

Cortez the Killer - (Neil Young & Crazy Horse cover)

Cinnamon Girl - (Neil Young & Crazy Horse cover)

Danger Bird - (Neil Young & Crazy Horse cover)

Hey Hey, My My (Into the Black) - (Neil Young & Crazy Horse cover)

Throw Your Hatred Down - (Neil Young cover)

Rockin' in the Free World - (Neil Young cover)

Encore:

Roll Another Number (For the Road) - (Neil Young cover)

20 nummers



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post206

Mei 2019 - dag 5,6 - Hay-Abergavenny-Cheltenham-Woodstock

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 03 Jul, 2019 14:05

Six days in May: dag 5

Wie naar Hay komt doet dit, of om er in de omgeving te wandelen, of om er naar boeken te zoeken, of om er aan het jaarlijkse literaire festival deel te nemen. Een gebeurtenis, die jaarlijks eind mei of begin juni, tienduizenden naar dit bergdorpje lokt, om er de crème de la crème van de literatuur te ontmoeten.

Ik ken intussen in het dorp enkele plaatsen die ik zeker wil aandoen. Ik mag zeggen dat ik er blindelings mijn weg kan vinden tussen de honderduizenden boeken, mocht dat nodig zijn. Overal staan ze, netjes gerangschikt per onderwerp of auteur. Op die manier kan ik jaarlijks een aantal shops skippen, omdat literatuur voor kinderen, poëzie en religieuze onderwerpen, mij niet onmiddellijk interesseren. Want geloof mij vrij, binnen een dag raak je nooit rond. Iets wat ik al herhaaldelijk heb mogen ondervinden.


Maar first things first, en dus rep ik mij naar Haystacks (what’s in a name?), want muziek prefereert nog steeds, en ik wil de nieuwe shop wal eens van binnenuit zien. Meer vinyl, en nog wat rekken met gewone literatuur, die hij overhield van de vorige eigenaar, en die hij nu probeert te slijten aan halve prijs. Uiteraard om de rekken nadien te kunnen opvullen met meer stapels muziek die nu nog liggen te wachten in een belendend achterkamertje. Ik browse door zijn wall of sound die helemaal opgevuld is met muziek cd’s. Wat ik er deze keer vind, zijn vooral luxe heruitgaven met extra bonus discs. '461 Ocean Boulevard', 'Band on the Run', net als 'McCartney 2' behoren tot deze categorie. En uiteraard ook zeldzame dingen zoals de opnamen van Alexis Korner waarop Duffy Power zingt, daterend uit het begin van de jaren zestig. Een 'net wat meer' technisch boekje waarin de muziek van de Beatles wordt ontleed.

Mijn vondst van de dag, waardoor nu al deze dag niet meer stuk te krijgen is, wordt 'The Old Hyde' van 'Deborah Bonham', en dat zelfs nadat ik vaststel dat ik de cd reeds thuis heb. Deze versie, want het is wel degelijk een andere versie, heeft een veel mooiere hoes, beter tekstboekje, en als bonus een extra live CD, waarop ik onder andere de Zeppelin cover The battle of Evermore aantref.

Uit de ‘cheap section’ neem ik verder nog drie 'Katherine Jenkins' expanded cd’s. Zoals gewoonlijk krijg ik de hele handel aan een afgerond prijsje. Die gast weet hoe hij aan klantenbinding moet doen. We babbelen nog wat. ‘Klopt het?’ vraag hij, ‘dat je in Holland geen cd’s meer vind?’ Nu dat lijkt er mij toch wat over, al is alles uiteraard mogelijk. Bon ze hebben het hoofdzakelijk aan zichzelf te danken door Free Record Shop massaal te omarmen. Een keten die op enkele jaren tijd de, zogenaamde detailhandel heeft kapot geconcurreerd. Lees er het boek 'Free' maar op na van de intussen overleden van ‘marktkramer tot tycoon’ geworden eigenaar.

Op naar 'Addyman’s', een zaak die binnenin zou verfraaid zijn met het interieur van een Transcarpathisch kerkje. Ik merk het niet echt. Het boek over 'Page' merk ik daarentegen wel onmiddellijk op, net als een ander boekje waarin elke song van 'Zeppelin' wordt uitgelegd. Voor de rest zie ik er voornamelijk stuff die ik er ook al eerder zag. In een paar andere shops is dit net zo. Krijgen ze te weinig aanvoer? Zijn gedrukte boeken op de terugweg? Wie zal het zeggen.

Neem nu in 'Hay Cinema' waar een boek staat dat handelt over 'Guns and Roses', 'The band that time Forgot'. Het ironische is dat uitgerekend dit boek er al enkele jaren staat. Geen hond die er in is geinteresseerd. Browsen door de honderden cd’s levert mij enkel een in een luxedoosje verpakte jazzcollectie op die door Jazz FM werd uitgebracht ter ere van de Beat Generation. 'Kerouac' declameert zelf in een vijftal stukken, tussen de nummers door van Coltrane, Davis en ander kort-na-oorlogse tijdgenoten.

Wie in Hay een beetje zoekt vindt er minstens wat over watermolens, of windmolens, of over de wolindustrie in Pembroke, waar Vlamingen ooit thuis waren rond 1330.

Tussendoor wip ik binnen bij 'Shepherds' voor ‘a pot of tea’ en een rozijnenbroodje uit de oven.

Mijn avondwandeling is een herhaling van de avondwandeling van een jaar geleden, maar dan wel in omgekeerde richting. Het weer is precies hetzelfde als toen. ‘Mijn bank’ staat er nog steeds, en de inspiratie om te schrijven vind ik er eveneens opnieuw.

In de 'Blue Boar' serveren ze nog altijd de beste vegetarische 'Glamorgan Sausages', en smaakt een ‘pint of bitter’ nog atijd even goed.

Voor de tweede avond op rij sluit ik af, dankzij VRT.nu met de ‘oergezellige heren Zinzen en Van Cauwelaert' die de politieke avond evalueren samen met 'Ivan De Vadder'.

Persoonlijk ben ik hier nog niet over Brexit begonnen. Ik geef ze liever zelf de kans om er eventueel wat rond te zeggen. En dat gebeurt amper. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen, dat ze er intussen wat beschaamd over zijn geworden.

Six days in May: dag 6, woensdag, 15 mei

Een toffe babbel met Sally terwijl ik afreken. Mijn bedenking van, vorig jaar lijkt min of meer correct. ‘Ze moeten als nieuwelingen nog een en ander leren’. En dat hebben ze gedaan. De man werd naar het achterplan verbannen, en Sally, is gegroeid in de job, en het valt zelfs niet meer op dat ze amper een jaar bezig zijn in deze B&B. Ze beloofde mij dat ze de volgende keer een single room voor mij zou bewaren. En ook hier kreeg ik hetzelfde identieke ontbijt als gisteren, maar bon hier kies je de ‘onderdelen’ wel zelf. Toch waren er ooit andere tijden, toen B&B’s nog niet zo gereglementeerd waren, en veel minder op mini hotelletjes leken.

We babbelen verder over honden, links rijden, woelige baren op zee, en nog wat dingen.

Het is bij tienen wanneer ik nog even Hay inrij, naar de shop met de ijzeren varkentjes, maar die ‘bietekwiet’ ziet het blijkbaar niet zitten om al om tien uur open te maken, of misschien maakt hij zelfs niet eens open op woensdag. Wie zal het zeggen?

Te 'Abergavenny', parkeer ik de auto op de parking van 'Morrisons', de supermarkt. Mag je twee uur gratis staan. Maar opgelet, ze filmen bij het in- en uitrijden je nummerplaten, en ze beloven je een aangepaste rekening bij de minste overtreding. Ik probeer toch maar niet of ze ook toegang hebben tot de Belgische nummerplaten. Tegenwoordig kan alles via het internet, en privacy zal in deze ook wel niet gelden.

Bij de markt koop ik enkele cd’s. Eentje waarop nummers staan van o.a. de 'Four Rockets met een jonge William Souffreau' en 'John Woolley en Just Born'. Moet ik daarvoor helemaal naar Abergavenny reizen?

Staat die man er toch wel opnieuw zeker, hij die bij een vorig bezoek, een rist Beatlesprentjes aanbood. Heb ik er 59 van de 60, maar miljaar, welk ontbrak er nu ook alweer? Ik bel de ‘lady of the house’, en hoop dat ze er is, en dat ze de moeite wil nemen om uit te zoeken welk nummer ik nodig heb. Ik heb geluk. Na drie keer checken blijkt het om nr 45 te gaan. Lap zit er niet bij...

‘Wacht’ zegt de man, ‘dit zal je interesseren’, en hij toont mij een origineel verzamelmapje met Beatlesprentjes. ‘75 pond, maar het is niet volledig.’

‘Luister, ik ga geen onvolledige reeks kopen, omdat ik er amper eentje nodig heb. En mogelijks zit dat er zelfs niet eens bij’.

‘Mijn probleem is dat in mijn reeks echt maar een nummer ontbreekt.’

‘Fair enough’ kucht hij, en opent het plastiek omhulsel. Hij toont mij effectief nr 45. Ik bekijk het, ook langs de achterkant, en dan spreekt hij de magische woorden: ‘you can have it for a fiver’. Het is duidelijk dat hij mij in de tang heeft, maar wat kan ik doen?

Of ik koop alles voor 75 pond, en verkoop nadien alle dubbele door voor een prijs. Maar heb ik daar echt wel de tijd voor?

Ik betaal de vijf pond. Ik gelukkig, en hij gelukkig, want 100 procent winst voor hem. De prijs van 75 zal hij wel niet verlagen, omdat er nu een prentje minder in het pakket zit.

Buiten op een bank waar ik mijn net gekocht broodje eet, wordt ik besprongen door een hondje van een wat oudere man, die naast mij heeft plaats genomen en die spontaan een en ander begint te vertellen.

Wanneer je in je eentje een stadje als Abergavenny inloopt, en je wil enige conversatie, dan volstaat het een wat opvallende t-shirt aan te trekken, zoals deze waarop enkel te lezen staat: ‘To do list’, met een streep er onder en dan ‘Nothing’ er bij. Nogal wat vrouwen en ook mannen vinden dat best leuk, en wensten vooral dat zij dat ook konden zeggen. ‘Zitten die hier dan niet voor de fun in deze overdekte markthal?', vraag ik mij daar bij af.

Zitten zij hier echt om het zout op hun patatten te verdienen? Dat lijkt mij er toch wat over. Is dit het echte Wales, waar ook 'Odin Copper' toe behoort, die elke dag Keltische logo’s op t-shirts strijkt in 'Llanberis' bij het 'Slatemuseum'. Iets waar de toeristen enkel het mooie van zien. Ik denk hierbij ook aan ‘mijn goede vriend’ in zijn Haystack platenwinkeltje, dat elke dag van de week open is. That’s Welsh life.

Iets wat je je kan afvragen over de meeste winkeltjes in Hay, want je mag er komen wanneer je wil, ze zijn altijd open, behalve dan die Pipo met zijn ijzeren varkentjes.

Zeven dagen op zeven in een kleine ruimte zitten met je muziek, vinylplaten mechanisch opkuisen, Af en toe een cd’tje opleggen, en wat babbelen met de bezoekers. Vooral dat laatste moet wat zin geven aan zijn bestaan, bedenk ik dan.

Vandaag al meerdere keren bedacht dat we uiteindelijk maar een leven hebben om doorheen te fietsen. En dat wil je toch niet opsouperen aan eender welke dagelijkse zich steeds maar herhalende bezigheid? Kun je in dergelijk geval thuis, want hij woont elders, nog genieten van muziek? Een eigen collectie uitbouwen? I doubt it.

Bij WHSmith' rits ik wat tijdschriften mee, die bij ons of moeilijk te vinden zijn, of er het dubbele kosten. 'Mojo', 'Blues Matters' en 'Shindig' mogen mee naar huis.

Ik laat het zonnige Abergavenny, ooit bezongen door 'Marty Wilde', de vader van 'Kim', achter mij. Wat is er trouwens van die hele familie Wilde, die niet eens zo heten, geworden? De jongste 'Ricky', ooit een kindsterretje, die zong over zijn 'Longhaired Lover from Liverpool', is naar verluidt producer geworden. Is Kim getrouwd, en heeft ze nu zeven kinderen, en zestien achterkleinkinderen, en breidt ze daar kousen voor? Het was leuker in de dagen dat ze zong over 'Cambodja', 'Checkered Love' en meer.

Bijna twee uur zet ik er op, langs heerlijke binnenwegen door bosrijke en bergachtige omgevingen, eer ik 'Cheltenham' binnenrijd, op zoek naar het derde kerkhof tijdens deze tocht.

Onderweg tijdens de rit door het 'Forest of Dean' luister ik naar de in de markthal gekochte CD met Belgische garagebandjes. Al zal ‘den John’ dat mogelijks niet zo graag horen. CD’tje met de b-kant 'The place where she lives' van de enige Four Rockets single. Een echte 'Kinks' doorslag, maar wel goed. John Woolley en Just Born staan er met twee nummers op: 'Look and you will find', en 'You’re Lying', beide nummers waarop de gitaar voortreffelijk werd gehanteerd, door een bierbrouwer uit Mere, die we toen kenden als 'Jeff Stone'.

Recht toe recht aan langs one track roads rij ik van Abergavenny richting 'Monmouth', de poort van Wales, en kom ik ook langs 'Rockfield'. De naam heeft origineel niets vandoen met rock muziek. Dat kwam pas veel later, toen er in dat landelijke stukje van de wereld studio’s werden geopend, waar o.a. 'Queen' neerstreek om er 'Bohemian Rhapsody' op te nemen. Ook 'Bad Company' verbleef er. En de alom gekende band ‘Tal Van Anderen’.

Brian Jones 3 juli 1969


Het 'Cheltenham Cemetery' zat nog niet bij mijn favoriete opgeslagen plaatsen in de GPS, en dus wordt het toch wat rondrijden, al herinner ik mij van enkele jaren geleden, dat het in de buurt van 'Oxford Road' lag, en dat treft, want al snel verschijnen er borden langs de weg, waar nu ook het crematorium op staat aangeduid. Ik rij het kerkhof op, met de auto, dat mag hier, en parkeer mij waar ik altijd al parkeerde op amper enkele meters van diegene over wie 'Don McLean' in 1972 zong: ‘and moss grows fat on a rolling stone’. De rechtopstaande steen ziet er nog even onderhouden uit als vroeger. Nieuw is dat er tegenover het graf een zitbank staat, die geschonken werd door: 'members of golden stone'. Voor de steen staan bloemen, en achter de steen ligt nog altijd de plastieken doos, met memorablilia, en een agenda, waarin ook enkele komende gebeurtenissen staan, naast hier en daar een aantekening van een bezoeker. Niet zo veel, eigenlijk, en dat zal er allicht met te maken hebben, dat jongere fans, vermoedelijk niet zo bekend zijn met waar Jones vandaan kwam. In de agenda wordt een wandeling aangekondigd einde mei, maar er staat nagenoeg niets in over 3 juli, wanneer het precies vijftig jaar geleden zal zijn dat Brian Jones zijn tranendal verliet.

Alle drie de graven die ik bezocht, herbergen mensen die het gemaakt hadden, maar uiteindelijk toch niet van het geluk proefden dat daar bij hoort. Brian Jones, de enige oprichter van de 'Rolling Stones', zag ‘zijn’ groep uit zijn handen glippen, wanneer 'Jagger' en 'Richards', zo nodig in de voetsporen van 'Lennon en McCartney' wouden treden, om songs te produceren die ‘echt’ verkochten. Iets wat Blues en Rhythm en Blues in feite nooit deed. 'Eric Clapton' stapte om dezelfde reden uit de 'Yardbirds', om het commerciële te ontvluchten, en blijven op zoek te gaan naar de pure blues. Dat had Jones ook moeten doen, maar in plaats daarvan koos hij er voor, om het dan maar ‘op zijn manier’ te beleven, en de drank en drugs er maar bij te nemen, en dat tot op het ogenblik waarop ze niet alleen zijn band, maar ook nog eens zijn lief afpakten.

Jones moet zich al afgevraagd hebben wat al die auto’s die achter hem doorrijden te betekenen hebben. Zij volgen de wegwijzers naar de nieuwe kapel en het ernaast gelegen crematorium. Het kerkje waar ooit een ceremonie voor Brian werd gehouden, wordt niet meer gebruikt. Ik liep er ooit binnen tijdens een begrafenis, meer om er naar de wc te gaan, dan om de begrafenis bij te wonen. In die wc ruimte hingen vrij grote spiegels. Het was nog in de tijd van de eerste digitale fototoestelletjes, en ik bedacht dat het wel leuk zou zijn om een foto van mijzelf te maken via die spiegels. Het woord selfie was toen nog bijlange na niet uitgevonden.


Ik moet verder langs het van mijn jeugd. Boten wachten niet. 'Jimi Hendrix', 'Alvin Lee', 'Joe Cocker', 'Al Wilson', 'Keith Moon', allemaal hebben ze twee dingen gemeen. Ten eerste, spelen ze nu in het grote orkest, ergens in de hemel, op gouden gitaren, en eten rijstpap met gouden lepeltjes, en ten tweede speelden ze met zijn allen op het Woodstock festival. Een festival gehouden te Bethal, omdat het niet mocht in Woodstock, en de affiches waren al gedrukt, dat helemaal uit de hand liep, en dat dankzij de film toch wereldvermaard werd. In die mate zelfs dat men nu vijftig jaar later, een nieuw festival wilde organiseren ter herinnering. Maar zie dat loopt ook al goed fout en gaat dus meer dan waarschijnlijk niet door.

Voor mij vormt het een mooie link tussen Cheltenham en dat dorpje in de buurt van 'Oxford', waar zich het allereerste verhaal van detective 'Morse' afspeelde, langs 'Woodstock Road'. 'Churchill' werd er geboren op 'Blenheim Palace'. Een doeninkske van zowaar een vierkante mijl, dat ik ooit bezocht met zoon Bram.

Vandaag stop ik in het enige echte originele Woodstock voor mijn afternoon koffie. De vermoedelijk laat open zijnde tearoom eigenaar keert niet het bordje van Open naar Closed, wanneer ik er voor de deur parkeer. Dan maar naar cafe 'The Starr Inn', waar een vlammende rosse mij een grote Americano serveert voor 2.50. Ik werk mijn dagboek bij.

Met lichte vertraging cirkel ik rond Oxford, voorbij het Wolvercote Cemetery. Wolvercote dat via de 'Wolvercote tongue' figureert in een Morse verhaal trekt mijn aandacht.

Het is intussen zes uur geworden, en tot Dover heb ik nog 150 mijl te karren. Nog een korte stop langs de M25 bij de Cobham services, waar Starbucks mij een laatste koffie schenkt, en ik een laatste maal mijn mails check.

Net op tijd, rij ik het laatste stuk A20 tussen Folkestone en Dover, waar borden mij om de haverklap vertellen dat de A20 na de M2 gesloten is. In het kielzog van een grote truck negeer ik alle borden, en rij precies op tijd, alweer als laatste de boot op. Eenzaam en alleen wordt het 'fish en chips' in de foodcourt, waar de kok mij vraagt, of ik toch niet tot de freight drivers behoor. Dat zou voor hem net iets makkelijker geweest zijn, want dan hoefde hij zijn potten en pannen niet eens op te warmen. Freight drivers beschikken over een eigen restaurant. Later net buiten Calais rijdt de ene na de andere vracht voerder mij voorbij. Snelle jongens zijn het, en allemaal rijden ze in witte bestelwagens uit Roemenië en Polen. Ik vraag mij af of die ook moeten voldoen aan de rust en wachttijden waaraan de ‘grote’ truckchauffeurs’ gebonden zijn.

Het is half twee, UK time, wanneer ik na 1700,3 km mijn bed opzoek. Goodnight.



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post205

Mei 2019 - dag 4 - naar Stratford en Hay

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 02 Jul, 2019 01:22

Brian meldt dat Hilary gisteren nog naar mij vroeg. Ze ligt al van bij Pasen in Cambridge in het ziekenhuis, met een longontsteking, maar zou nu eindelijk naar huis mogen.

Ik wens haar goed herstel, betaal, en start een twee-en-een-half uur lange tocht naar Stratford-Upon-Avon voor een pitstop, inclusief koffie en ‘scone met jam’ bij Bensons. Ik kan er in de buurt van B&B The Hollies twee uur gratis parkeren. Dat moet volstaan, om al kringwinkelend, een paar mij vertrouwde ‘second hand’ shops in te duiken. De scone is vers, en naar mijn gevoel met volkoren meel gemaakt. Is het om die reden dat ze bij het teruglopen nogal zwaar op mijn maag ligt? Ik merk nog net dat een mannelijke ‘lovely Rita metermaid’, in een geelgroen hesje de zijstraat inloopt waar ik de auto heb achtergelaten. Een kwartier te laat zijnde zit dit precies niet echt goed. Oef, hij controleert eerst de andere kant van deze straat, waar je langs beide kanten mag parkeren. Die enkele foto’s die ik maakte bij het Shakespeare theater zorgden voor mijn vertraging.

Een dik half uur heb ik nodig om naar Tanworth-in-Arden te rijden. In de praktijk iets langer, omdat ik even een stuk snelweg niet oprijdt, vanwege een aanschuivende file, daarbij een ‘wegen-onderhoud-camion’ volg, met de redenering: die zal het wel weten. En dat lukte nog ook. De maag is wat tot rust gekomen, na wat zonnen op de bank tegenover café de Bell, bij de kerk in Tanworth. Dit is een plaats waar ik enkele jaren geleden nooit raakte, vanwege mijn toenmalige Mio gps die mij daar echt niet wou heen sturen.

Elke rechtgeaarde muziekliefhebber snapt al lang wat ik hier te zoeken heb. Onder een weelderige boom ligt de veel te vroeg gestorven Nick Drake, en intussen ook zijn moeder. Er staat een bord bij het graf waarop gevraagd wordt om dit niet te ontsieren door er allerhande prullaria achter te laten. Toch ligt er voor de vrij eenvoudige rechtopstaande steen, een briefje en wat beschilderde keien. De man heeft amper drie platen gemaakt, heeft tijdens zijn leven nooit echt succes gekend, en is toch wat vreemd aan zijn einde gekomen. De enige reden dat zijn platen blijven verkopen is uiteraard omdat ze nog verkrijgbaar blijven, en daar heeft zijn toenmalige manager voor gezorgd. Uiteindelijk was het zowat het enige wat hij nog kon doen. Drake was een gevoelsmens, die het niet kon verkroppen, dat wanneer hij speelde er mensen achter in de zaal pinten stonden te drinken, en niet luisterden. Hij was een muzikant, en geen entertainer, maar dat hoorde er nu eenmaal bij. Zijn laatste rustplaats is een aanrader voor wie in een rustig dorp, zich wat zen wil voelen, op een zeer aangenaam en vooral groen bomenrijk kerkhof.

Maar ik moet verder, wil ik ook in Rushock nog het kerkhof halen, waar alles nog duizend keer stiller en rustiger is. John Henry ligt daar onder een grote spar. In het kerkje kan je er je eer betuigen en je naam in een boek schrijven. Iets wat nog wekelijks meerdere mensen ook doen. Ze komen naar dit kerkje op de heuvel, gereden langs ‘one track roads’ smalle met hagen afgezoomde wegen. En ze komen uit Japan, Zweden, Amerika, België. Ze komen echt van overal ter wereld, om er de beste drummer die de wereld ooit kende te groeten.

Ik loop het hekje door, samen met nog een gast met een fototoestel, die duidelijk ook direct weet welke richting hij uit moet stappen. Ik laat hem maar eerst een positie in nemen, maar dat zit niet goed, want op dit uur zit de zon compleet verkeerd. Ik vraag terloops of hij hier wel meer is geweest. Blijkt dat hij fotografie studeert, en elke maand krijgen ze daar een opdracht. Deze keer is het thema songtitels van Queen. Ik kijk waarschijnlijk net verbaasd genoeg, want hij gaat verder: ‘ik koos als titel: Only the good die young’. Dus toch een fan. Op mijn vraag of hij ook weet waar John Bonhams broer ligt begraven moet hij ontkennend antwoorden, al denkt hij dat het ergens in Redditch moet zijn, want daar woonden ze ooit. In Redditch bezochten we in 2017 tijdens de TIMS Midtour nog de naaldenfabriek waar ooit quasi alle kopspelden van de wereld werden gemaakt. Wie er een job had kon er van op aan dat hij of zij niet al te oud werd.

Aan de achterkant van de grafsteen staan opnieuw massa’s drumsticks opgesteld. Het lijkt wel alsof nogal wat bezoekers drumsticks meebrengen wanneer ze naar hier komen. Vooraan deze keer geen cd’tjes en dergelijke maar drie heuse grote cymbalen, waarop je onder andere Zoso en Coda kan lezen.

Ik loop, het kerkje binnen, waar de klink van de binnendeur is verdween, maar je de deur toch openkrijgt, mits je wat morrelt aan het slot. Het memoriam boekje ligt er nog steeds. Al is het sinds ik de laatste keer langskwam een nieuw exemplaar. Iemand houdt dat vermoedelijk bij. Deborah?

Bijna twee uur later kom ik aan te Hay. Ik wordt er hartelijk ontvangen en heb zelfs nog de keuze uit twee kamers. Tijdens mijn avondwandelingetje door Hay stel ik vast dat het kasteel compleet in de stijgers staat. Eindelijk wordt er dus gerestaureerd. Haystack Records is inderdaad verhuisd naar een net wat grotere ruimte twee ‘sheds’ verderop. De eigenaar heeft in dit nieuwe pand nog amper een uitstalraam. Enkel een klein venstertje. De toegang bevindt zich achter een grote poort, die overdag vermoedelijk openstaat. Ik wandel langs Addyman’s, waar ze altijd over een grote voorraad muziekboeken beschikken. Er ligt een Jimmy Page voor het venster. Hopelijk vind ik dat hier morgen nog terug. Kortom ik heb alweer een doel om voor te leven. Ik sluit af in de Blue Boar bij een koffie.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post204

Mei 2019 - Molenweekend (2)

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 27 Jun, 2019 18:45

Six days on the road - Molendag twee.


Vroeger kon je deze dag bestempelen als ‘de molendag’. Dat was vooraleer ze de uitbreiding naar een weekend hebben ingevoerd. Ik vraag mij wel eens af of dit wel een wijs besluit is geweest, aangezien heel wat molens nu de keuze maken, of open op zaterdag, of open op zondag, en zoals al eerder opgemerkt dikwijls amper een paar uurtjes.

De ochtend belooft goeds. Een zonnige start van bij het begin. In de dorpen Swafham, zie je aan elke zijde van de straat pal tegenover elkaar twee windmolens, al zullen de ‘locals’ die ene niet meer meetellen. Hij heeft dan nog wel zijn gevlucht, maar hij ziet er vooral geconverteerd uit tot woning. Ooit had ik hier nog een babbel met de eigenaresse, en die zag restauratie toch niet meer zitten meen ik mij te herinneren. De molen aan de overkant die wel nog maalt, wat ik ooit zelf kon vaststellen, zou vandaag open zijn tussen twee en vier. Nationale molendagen zijn dus ook hier voor sommige eigenaars een echt ‘moetje’. De lucht oogt op dit vroege uur, amper na tien, al direct goed. Mooie ‘witte weerswolken’ zoals Constable, of een andere landschapschilder ze ooit ook moet hebben gezien. Enkel de grote watertoren vlak bij de molen stoort. Na een korte fotoshoot rij ik de weg terug, richting Newmarket om van daaruit Suffolk in te duikelen. Voorbij Bury-Sint-Edmonds, richting Diss rij je zo het molenland in. Het rondpunt bij Bury neem ik de laatste jaren uiterst voorzichtig, zeker sedert ik er ooit in een Kate Perry’s ‘I kissed a girl’ situatie terechtkwam. De kus gaf ik niet rechtstreeks aan de wonderschone twintiger waar ik kennis mee maakte maar wel aan haar BMW. Het was nog in de tijd dat GPS bestond uit een atlas, die je naast je had liggen op de passagiersstoel, en waar je voortdurend zat in te turen. ‘Oeps, net te laat’, dacht ik toen, en ik maakte nog een rondje op de rotonde, maar dat zinde die meid niet, en met haar snel Duits vehikel schoot ze mij toch nog voorbij, of althans probeerde ze mij voor te zijn. Er lagen wat onderdelen van bumpers op de weg, en zij die nog nooit een Belgisch aanrijdingsformulier had gezien, kon enkel stamelen ‘what shall we do’. Ze had een internetadres bij van haar verzekeringsmaatschappij en daar moesten we het mee doen. Enfin, bon het is allemaal nadien nog goed gekomen, en lang nadat mijn omniumkar was opgelapt zag ik nog wel iets voorbijkomen van de verzekeringsmaatschappij waarop haar naam stond, en daarmee was de kous af.

Ik mag mij gelukkig prijzen met meer dan 40.000 (de wereld rond) kilometers die ik intussen bij elkaar heb gereden hier in Brexitland. En dat zonder verdere kleerscheuren. Er zijn er die in een mensenleven niet eens zoveel kilometers onder de wielen krijgen.

Maar wij Vlamingen zouden Bury-Saint-Edmunds van iets helemaal anders moeten kennen In werkelijkheid is dat echter niet zo. Geef toe: wie kent het boek ‘A dog of Flanders’? En toch was het een schrijfster uit Bury die meer dan honderd jaar geleden Antwerpen en omgeving bezocht. Vermoedelijk kwam ze ook te Hoboken waar ze haar verhaal situeerde. Het verhaal van een arme weesjongen die bevriend is met de jonge molenaarsdochter, Bij ons is het verhaal bekend als ‘Nello & Patrache’. Er bestaat zelfs een Suske & Wiske versie van. ‘Nello’ is de weesjongen en ‘Patrache’ de trekhond van de molenaar. Om het verhaal wat in te korten geef ik het einde mee: de weesjongen sterft aan de gesloten poort van de kathedraal, waar hij hoopte een schilderij van Rubens te kunnen bewonderen.

Een niet aantal te tellen Japanners zakt elk jaar af naar Hoboken om daar, geen molen meer te zien, maar een klein standbeeldje van Nello en Patrache. Alle kinderen in Japan kennen het verhaal, want het zit er in elke schoolbibliotheek van de lagere scholen. Zelfs bij ons verscheen er een studie over dit verhaal. Het werd al een paar keer verfilmd, o.a. door Amerikanen als ‘A dog of Flanders’.

Waarom halen we de Japanners niet naar de molen van Erpe-Mere, die er wel nog staat, uit een vroegere Aalsterse praterij afkomstig is, en niet eens zo ver gelegen is van de Aalsterse (onafgewerkte) ‘kathedraal’ waar een schilderij van Rubens hangt.... Ik vraag het mij af?


Bij de molen van Bardwell valt altijd wat te beleven. Vandaag staat er een gepensioneerde man met een collectie op schaal gebouwde grijze oorlogsboten. Vorig jaar was het een andere met een collectie miniatuur stoommachines. In de tuin zitten wat dames te spinnen in het ochtendzonnetje, en in de molen, waarvan de restauratie, of beter het klein onderhoud, amper vordert mag je enkel binnen op de benedenvloer en op de steenzolder. Al was dat enkele jaren geleden nog wel anders. Ik vermoed gebrek aan gidsen, want het was hier dat je op elk verdiep begeleidt werd door een vrijwilliger, die snel achter je het trapgat dicht legde. Ooit sprak een van, die mannen om eventueel beneden schermpjes te zetten zodat je dan bijv. als gehandicapte niet eens naar boven hoefde te gaan. Brood en gebak wordt er in het winkeltje nog steeds verkocht. Boven herinnert een oud aanplakbiljet mij aan ‘the streets of London’.

In Pakenham betaal ik mijn twee pond voor een parkeerplaats in de achtergelegen boomgaard, ontvang mijn polsbandje en verken het terrein en de watermolen. Direct wordt ik aangeklampt door iemand van ‘Naturepoint’, al heet dat hier enigszins anders, en krijg ik een aantal foto’s voorgeschoteld van vogels waarvan ik enkel de merel herken. Ook de bijhorende eieren en nesten vormen een probleem. De merel is de enige uit dit gezelschap die een met klei versterkt nest bouwt. Ziezo de les natuurkunde zit er op, of toch niet helemaal, want aan de overkant van de vijver wandel ik een echt subliem stukje ‘verwilderde’ tuin in.

Op een geplastificeerd document dat ik ter inzage mag mee nemen op mijn wandeling merk ik dat dit toch doordacht is, en heel wat verder gaat dan de vlindertuintjes die ik bij ons wel eens bezoek, tijdens een van mijn fietstochtjes. Hier liggen bijvoorbeeld stukken zink in het gras, die langs de onderzijde wormen aantrekken. Zelfs een stapel rottend hout is goed om de beestjes te lokken. Dit kan ook bij ons aan de molen, en hoeft niet eens stukken van mensen te kosten, noch voor de aanleg, noch voor het onderhoud. Wij hebben in Erpe-Mere duidelijk nood aan een ontsluiting van de molensite. Zaten er maar wat groenen in de gemeenteraad denk je dan al snel. Bon er is een taak weggelegd voor de nog in te stellen molencommissie.

Ik proef wat brood gebakken van een mengeling van een tweetal oeroude graansoorten. Drink een koffie, en fotografeer een zwaan, die dekking zoekt, omdat ze die radiobestuurde boten op haar vijver echt niet ziet zitten. In de molen demonstreert men ondertussen hoe het maalproces in zijn werk gaat. De molenaar draagt een witte doktersjas. Op de bovenzolder legt een andere wat traditioneler geklede molenaar mij uit wat een ‘bolter’ is. Een soortement zeef. Juist ja dus een buil.

Na twee uur genieten van deze zonovergoten plek, rij ik naar Telnetham waar de windmolen zeker open is. Een stenen molen, zwart geteerd, waar opnieuw een team voor de molen zorgt. Ze zijn georganiseerd. Er is een film te zien in het schuurtje, de ‘shed’ zoals dat hier wordt genoemd. De motor wordt gedemonstreerd, en er worden rondleidingen gegeven. En dat allemaal voor een minuscuul ticketje van vier pond dat je eerst moet aanschaffen. Jawel, ook tijdens het molenweekend. Effe wachte.... Geloof het of niet maar ik blijf dik twee uur ter plekke, waardoor mijn programma voor het resterende deel van de dag wat in het gedrang komt. Maar dat mag. Ik sluit aan bij nog een vijftal mensen, die net als ik trouwens behoorlijk pertinente vragen stellen aan Mitch de man die de rondleiding geeft. Intussen gaat de molen zijn gangetje, al wordt er niet gemalen. En rustig is het ook niet echt, want er klopt alvast iets niet in de kap waar de metalen tanden van het vangwiel, niet helemaal sporen met het kroonwiel. Iemand van de bezoekers voorspelt miserie in de toekomst. Volgens de molenaar zit het wel mee, al is het toch de eerste keer dat het zo erg is. Draait de molen nog wel regelmatig? Blijkbaar wel. We krijgen verder uitleg zoals het hoort van boven in de molen tot helemaal beneden. Ik merk nog enkele gewichten langs de kant waarop o.a. 56 Lb staat, en dat lijkt mij een rare aanduiding. Of toch weer niet zoals blijkt, wanneer je je verplaatst naar een tijd waarin de Britten nog rekenden in ‘guineas’ en ze vijf of zes ‘stone’ wogen. Wat er mij doet aan denken dat de mijlen die onder mijn auto doorschuiven wel voor eeuwig en drie dagen mijlen zullen blijven, en ponden, binnenkort zullen verhandeld worden, aan quasi dezelfde koers als de euro. Of niet soms? Gaan de Europese verkiezingen hier ter plekke veel wijzigen? Ik denk het niet.

Interessant detail, beneden aan de uitloop van de meelgoot is een sterke magneet bevestigd. Dit zou hier een verplichting zijn, om alle overtollige metalen uit het meel te verwijderen. Daar heb ik persoonlijk nog nooit van gehoord, maar het lijkt als tip toch wel aanvaardbaar. In de film in het schuurtje maak je de ontmanteling mee van wat toen toch een molen in verre staat van ontbinding was, en uiteraard zie je er ook de volledige heropbouw.

Stowmarket en Hinxton lukken niet meer. Toch rij ik terug via Stowmarket, om te ontdekken waar het museum voor het East-Angelian Life zich bevind. Te onthouden: pal in het centrum tegenover de Asda superstore.

Burwell staat ook dit jaar voor mijn zondagavond veggy burger en chips, gekocht bij een Turkse kebabman. Ook in Engeland zijn de chips qua uiterlijk mee geëvolueerd. Wegspoelen in de Five Bells doe ik met een lokale ‘pint of bitter’. Een lokale pub, waar gesocialiseerd wordt door de lokale bevolking, en er soms al eentje te diep in het glas kijkt.

Ik stippel later op de avond enkel nog de verderzetting van de tocht uit, bij een vrt.nu blik op de Zevende Dag.

Deze ochtend voor het vertrek boek ik een vervolg b&b in Hay-on-Wey. ‘The Firs’ hebben gelukkig nog een kamer. B&B’s zoeken via internet, is een heel gedoe geworden, omdat allerlei sites je van alles en nog wat aanbevelen. Klik je dan door dan zit je steevast met een hogere prijs opgescheept. Ik begin zo een vermoeden te krijgen dat door tussenkomsten en aanbevelingen van die sites, ook de prijzen de lucht zijn ingeschoten. Op amper een paar jaar tijd betaal je 25 procent meer, al wordt dat enigszins gecompenseerd, door de vrije val van het pond tijdens de laatste paar jaar.

Morgen meer weer.... Stratford aan de einder.



  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post203

Mei 2019 - molenweekend

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 25 Jun, 2019 19:39
Zes dagen onderweg.... dag twee. Molens rond Cambridge.


Voortreffelijk ontbijt, en met Brian kout ik wat over molens in de buurt. Hij is mijn vorige passages nog niet vergeten. Via mijn wifi gekoppelde pc, stippel ik een reisplan uit voor vandaag. Tussendoor regel ik nog een en ander via email voor onze uitstap van komende zaterdag.

De molen van Burwell opent pas na 11 uur, en daar wacht ik niet op. Korte stop voor een fotoshoot volstaat. In het straatje wat verder loop ik het tweedehands boeken shopje binnen. Voor het venster staat een mooi tekening van de kap van een molen uit de buurt. “Sorry, maar die verkopen we niet, die is enkel voor display bestemd.” Dat weet ik dus ook alweer.

Wicken is de volgende voorziene stop, en ik bots er al onmiddellijk op Graham, die een of ander stuk hout op maat zaagt. Onvoorstelbaar wat een team hier bezig is. Ik begroet de hele bende, en loop de molen in. Graham offreert thee, waarna we het allerheiligste der heiligen binnentreden. Achter in hun werkplaats staat een tafeltje, wordt de ketel opgezet, en liggen wat koekjes klaar. Wanneer ik rondkijk waar ik mij zowaar in een mini werkplaats van een of andere molenmaker.

Photo: Dave inspect!ng the cap.
Ze hebben letterlijk alles, om eender wat bij te schaven, te herstellen of te vervangen. Buiten liggen zelfs al onderdelen te wachten voor een ander molentje in de buurt. Binnenkort beschikken ze hier dus in de omgeving naast Wicken Fen over een tweede waterpomp molentje.

Later vraag ik hen hoe ik best bij de smokmolen van Soham kom, want vorig jaar had ik die namelijk gerateerd, en zag ik Soham zelfs meerdere keren onder mijn wielen doorschuiven. Deze keer rij ik quasi direct naar de Shadesmill aan de uitkant van de gemeente. Ik herinner mij nog dat iemand met Indische roots die molen enkele jaren geleden kocht en mij toen vertelde, wat hij allemaal ging doen. We zijn nu enkele jaren verder, en naar mijn gevoel is er buiten het plaatsen van een tv-scherm en wat fotomateriaal echt niet zo veel veranderd. De wieken liggen nog altijd onder een zeil te wachten om opnieuw gemonteerd te worden. Eerst moet wel de scheefgezakte kap gelicht worden met een ‘cherrypicker’ (?) vertelt men mij, en moet een en ander vernieuwd worden. Ik heb toch wel enige bedenkingen bij deze operatie, en zie het nog niet zo voor mij. Zoals op zovele plaatsen heeft ook hier de wachttijd vooral te maken met prioritaire gelduitgaven. Ik merk ook dat er rond het woonhuis op het terrein nog wat onkruid moet gewied, en dat in de boomgaard het gras zeer recent werd afgereden.


Volgens Graham is Haddenham een hopeloos geval geworden. En dat klopt wanneer ik even de auto uitwip, en de ernaast gelegen boomgaard inloop voor een fotoshoot. De wieken die in de achtertuin al meerdere jaren liggen te wachten, zijn intussen half verrot, en haast verdwenen onder het overwoekerende gras. Tussen de kap en de bovenring komen hier en daar takken piepen. Herinnert mij aan de achtkant te Aalst, waar ook jaren bomen uitgroeiden. Maar kijk, ook daar kwam alles goed. Hier ligt het vermoedelijk allemaal wat moeilijker, want de molen is privébezit. Nochtans leek het paar dat mij een tiental jaar gemeden een rondleiding gaf in die dagen “redelijk” entoesiast.


Nog op het programma: Lode watermill in Anglesey Abbey, en windmolens in Impington en Fullbourn. Toch besluit ik om eerste een 'tea for one' met scone en jam te nuttigen in de tearoom bij de watermolen te Houghton. Alweer een National Trust molen.

Het wordt, 'Tea en scone met enkel jam, en neen ik hoef die clotted cream echt niet,' voor net iets minder dan vijf pond. De confituur zit in een klein glazen mini bokaaltje, met op het dekseltje National Trust. Vandaar dat ze er 0,85 euro voor vragen. De National Trust mag dan al half de UK bezitten voor niks kom je er niet in. Ook niet in de molen. En omdat ik die vroeger al enkele keren bezocht blijft het deze keer bij wat foto’s maken. Ik maak een korte wandeling naar ‘mijn’ bank bij het sluiswerk, waar een zwaan rond dobbert, en een eend met haar kroost voedsel zoekt op het bijeengedreven groen in de hoek van de vijver. Af en toe duikt een ijsvogeltje samen met wat andere gevleugelden neer in de buurt van de eendjes. Het is er rustig en het is er mooi. Hier wordt je helemaal zen. Hier kan je besluiten nemen, die eenmaal thuis toch weer zullen verwateren. Dat besef ik nu al.

Tijd om aan meer molens te denken, en dus gaat het richting Impington, waar ik net na vier uur aankom, en het hek al werd gesloten. Ik zie nog wat beweging in de molen, waar ze waarschijnlijk al voorbereidingen treffen voor morgen. Dan maar een wat verlate lunchpauze, en richting Willingham, waar ze naar goede gewoonte niet op het uur letten. De deur van de molen staat open, en beneden is er warempel grondig gekuist. Zelfs de steenzolder ligt er al wat beter bij dan vroeger, maar ook hier is de toegang naar de hoger gelegen zolders gesloten. Ik zie weinig vrijwillig molenaars, en dus babbel ik maar wat met enkele radioamateurs die in hun tentje de ether afspeuren naar andere gelijkgestemden. In België zitten er morgen radioamateurs bij de Kruiskoutermolen vertel ik hen. Later verneem ik, via facebook, dat er ook bij de Windekemolen zullen aanwezig zijn. ‘En waarom doen jullie dit nog in deze tijd van Skype en Internet?’ Duidelijk blijkt uit de man zijn antwoord dat het voor hen een ‘sociale’ bezigheid is. ‘En zitten jullie enkel bij molens’ vis ik nog, want daar heb ik ze al meer zien opereren, zelfs in Denemarken, jaren geleden. ‘Nope man’, is het antwoord, ‘ook bij vuurtorens, of andere gelegenheden die zich voordoen’. ‘Alles is goed om thuis weg te zijn’ lacht de man nog. Tja zo zijn er dus nog wel meer hobbies te bedenken.

Maar ook zij zullen vroeg of laat toch iets moeten ondernemen in het kader van opvolging, want echt jonge gastjes heb ik niet gezien.

In het zaaltje links in de tearoom liggen de gebruikelijke fotoboeken, tijdschriften en andere oude uitgaven ter inzage. Blijkbaar lezen ze hier enkel het blad van SPAB, de organisator van het molenweekend. SPAB is de Society for Protection of Ancient Buildings. Deze vereniging heeft een afzonderlijk sectie die zich met molens bezighoudt. Het is intussen te laat geworden voor nog meer molens. Cambridge wacht. De auto voert mij direct naar Jesus Lane, waar ik net wat te vroeg arriveer bij een parkeermeter. Ik wandel richting rivier, althans dat denk ik toch, maar voor de zoveelste keer hier in Cambridge sla ik een verkeerde straat in en arriveer ik er uiteindelijk wel via een omweg, die mij gelukkig langs een boekenwinkel en Fopp’s, een platenzaak, leidt. Er ligt materiaal van Roy Harper, en dat is niet zo voor de hand liggend, voor een artiest die altijd ‘tegendraadse’ platen heeft opgenomen, en derhalve voor bijna geen meter verkocht. Het is pas nadat hij zijn eigen catalogus de laatste jaren zelf in handen nam, dat er weer hier en daar wat opduikt. Stormcock, de plaat heette in Amerika zelfs anders, om ‘obvious reasons’ waarop ene S. Flavius meespeelde, die ook al om ‘obvious reasons’ niet zijn eigen naam, Jimmy Page’ gebruikte.

En dan Lifemask met het uitgesponnen nummer The Lord’s Prayer. Goede vangst. Bij de rivier wordt al stevig geterrast, maar daarvoor lijkt het mij net nog wat te koud. Liever een voortreffelijke pizza bij Garfunkel’s. Een zaak die al jaren geleden van naam veranderde en nu een Italiaans restaurant is geworden, waar ze pizza’s uit Calabria met Merlot wijn uit Italië serveren. Voortreffelijke afsluiter van deze avond. Via wifi en hun facebookpagina kan ik er op Internet. Nu nog krijg ik dagelijks mails met aanbiedingen van dit restaurant. Zo werkt de wereld de dag van vandaag.



  • Comments(3)//blog.sadeler.be/#post202

Mei 2019 - dag 1 - naar Burwell

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 23 Jun, 2019 17:26

Six days on the road: dag 1 naar Burwell.

Voorbij Veurne breekt een flauw zonnetje door, maar dat is al meer dan voldoende om de druilerige ochtendregen snel te doen vergeten. Het is genieten buiten op het achterdek van de ‘Spirit of Britain’, de veerboot van P&O. Een zacht windje, kleine lichte golfjes het vernoemen amper waard.

Kortom de aanzet van deze trip ligt al goed en wel achter mij. Gelukkig zonder al te veel stress, en dat mag ook wel, na de tientallen keren dat ik richting ‘Brexit country’ ben gereisd. Tijd zat bij het vertrek thuis, en dan neem je af en toe al eens een foute beslissing zoals deze ochtend. Foute beslissing om niet de E40 te nemen in Erpe-Mere, waar je doorgaans zo op de snelweg zit. Ik koos er voor om rustig door de velden richting Wetteren te cruisen. Vanaf het kruispunt met de Grote Steenweg, stond alle verkeer stil. En dat tot bij Mariagaard. Het leek wel alsof iedereen deze ochtend hier Iets had verloren. Iets te snel besliste ik daarna dan weer om rechts de steenweg op te rijden richting Melle en de R4. Oh wee, dat was dus van de drop in de regen, want mijn tocht door Melle, verliep alles behalve snel. Vanaf vandaag ben ik voorstander van het rekeningrijden, althans voor al diegenen die het nodig vinden om tussen halfacht en halfnegen hun kinderen te gaan droppen bij een schoolpoort. Mariagaard en het College van Melle, mogen voor mij als proefproject gekozen worden. Zijn we tenminste daar al van probleem verlost. Welke politieker heeft dit op zijn agenda staan? Ik stem er voor, of ik overweeg het toch. Voor alle duidelijkheid rekeningrijden moeten ze niet gaan invoeren in heel Vlaanderen. Maar minimaal de jeugd uit de auto halen, daar ben ik voor. Wat hebben zij meer nodig dan een fiets? Net als wij die nodig hadden ‘in onzen tijd’. Uit mijn Arheneumtijd herinner ik mij enkel de Renteria’s die door hun al wat oudere, en vermoedelijk bezorgde vader, naar school werden gereden, in een Mercedes die er al een leven had opzitten.

Bijna twintig voor negen wanneer ik uiteindelijk bij Gent de R4 verlaat en inschuif op de E40. Nog wat wegwerkzaamheden bij Jabbeke, waar we over een afstand van 4,5 km op een vak worden gedreven. Het wordt dus doorkarren, maar precies om twaalf na tien volg ik de alweer nieuw aangelegde toegangswegen naar de incheck in de haven van Calais. Mijn GPS heeft hier duidelijk nog geen weet van. We beleven op dit ogenblik de eerste maanden van de na-Brexit periode. Tenminste mocht op 29 maart Brexit een feit geworden zijn, maar dat werd het dus niet.

In elk geval merk ik sinds mijn passage van augustus vorig jaar amper verschil. Behalve dan dat er op mijn online geregistreerd boekingsformulier staat, dat je 40 minuten voor het vertrek moet aanwezig zijn op de terminal, daar waar dit vroeger dertig minuten was. Of het zou moeten zijn dat ze het drie op drie meter tellende gebouwtje van de franse douane beschouwen als facilitaire infrastructuur om extra controles uit te voeren. U raadt het al, ik mocht het kleine kantoortje ook langs binnen bekijken. Iedere andere bestuurder mocht direct door richting Britse douane. Ik mocht de koffer openmaken, en mijn reiskoffer binnen dat kantoortje over een lopende band rollen. Wat zoeken die mannen eigenlijk? De man in de hoek moet zeker mijn zakmes-reisset met aan de zijkant ‘een lepel en vork voor noodgevallen’ hebben zien voorbijkomen, of zouden die niet uit metaal gemaakt zijn? Als reiziger moet je voorbereid zijn om in een noodgeval wanneer de honger te sterk mocht worden, en je te velde bent gestrand, je tenminste niet met je handen in een of anderen noodlepot hoeft te zitten. En vergeet niet dat je in een ‘stiff upperlip’ land, eet met mes en vork. Toch?

Bon, ik mag dus naar de check-in waar men mij ‘lane 105’ adviseert, en meldt dat ‘loading has begun’. Ik sta weer eens als laatste auto in de rij op de boot.


Vertrokken voor alweer een aflevering van ‘Six days on the road’.

Het uitrijden van de Dover terminal verloopt zonder kleerscheuren en tussenkomsten van ook maar enige douanier.

Net als vorig jaar rij ik richting Chillenden, de blauwe lucht met wit bezaaide mooi-weer wolken tegemoet. Onmiddellijk keert dat gevoel van thuiskomen weer, wanneer ik onder een bladerdak over de op de grond geprojecteerde zonnestralen rij. Iets wat ik een jaar eerder ook al ervoer. Het dorpskerkje van Chillenden, met kleine houten toren lijkt enigszins op de lokale kerkjes in Transcarpathië. Tijd voor een eerste fotostop. Wie weet doe ik er Olena nog een plezier mee. Wat verderop staat de windmolen nog precies in dezelfde toestand als vorig jaar. De trap goed vast geklonken in de grond, een zitbank binnen de draaicirkel van het kruiwerk. Hier is duidelijk amper iemand geweest. Ik word bekeken door wat moderne boeren die op een aanpalend veld hun mestoverschotten dumpen. Voor alle zekerheid schiet ik enkele situatiefoto’s, voor een artikel dat er ooit wel moet komen, en waar deze molen, die een tiental jaar geleden omwaaide zeker in zal voorkomen. Al was het maar omdat de restauratie vrij onoordeelkundig werd uitgevoerd, door iemand van buiten het molenmakers ambt.

Half een, wat betekent dat het over de plas al halftwee is, en dus lunchtijd. Dit jaar geen geel golvende velden met koolzaad. Rond de molen schiet opnieuw koren uit de grond.

Sandwich en Sarre laat ik deze keer links liggen, want ik ben er quasi zeker van dat de toestand er allicht niet gewijzigd zal zijn. Twee uurtjes bollen naar Finchingfield in Essex, waar een molen staat die quasi nooit open is. Daar wil ik nog een koffie drinken in de Fox on the Green. Het zicht op het centrale stuk groen, met ernaast liggend brugje zal de ‘Tour de France’ liefhebber vast bekend voorkomen. Enkele jaren geleden was dit nog het startpunt van de toer.

Onderweg valt het op, hoe groen de dorpen in Essex nog zijn. Oude lindebomen sieren straten en pleinen. Hier geen dorpspleinen in beton, met fonteinen. Respect voor eeuwenoude smalle bruggetjes over kleine waterlopen, waar de ene automobilist zonder morren voorrang geeft aan een andere automobilist. Het verhaal van de twee koppige ezels is hier vermoedelijk onbekend.

Het doet mij o zo na, denken, aan het album van ‘The Kinks’ ‘The Village Green Preservation Society’. Een uit 1968 daterende plaat die nog steeds actueel is, en o zo Brits klinkt.

De tas koffie is op en het is intussen vijf uur geworden. Met nog een uur karren voor de boeg, zit de kans er nog in dat ik onderweg toch nog bij een molen kan halt houden.

Na wat inkopen bij Tesco’s ga ik op zoek naar de ronde stenen windmolen te Thaxted. Het wordt wat zoeken. Ik mag de molen dan wel zien staan, er geraken met de auto is nog iets anders. En net nu begint het ook nog licht te motregenen. Na enkele straten in en uitgereden te zijn, besef ik dat je er enkel via een smal wegeltje achter de kerk kan bijkomen. Bij de molen staat een radioantenne opgesteld. Hier zal dus tijdens het weekend zeker beweging zijn. Ik schiet wat plaatjes en plaats de molen op mijn verlanglijstje voor zondag.


B&B The Meadow House

Omstreeks negentien uur twintig arriveer ik in Burwell bij de ‘Meadow house’ waar ik drie nachten boekte, en de rest van de avond blijf. Uitrusten bij VRT.nu en nadenken over wat ik de komende twee dagen zal bezoeken. Ik wordt ontvangen door een wat ‘sloddervos-achtig’ uitziend persoon, die mij direct de familieroom aanbiedt. Daar heb ik ooit nog nachten in doorgebracht. Een ruime kamer, met een tweepersoonsbed en daarnaast nog twee eenpersoonsbedden. Het andere comfort beperkt zich tot een douche, en een rek om kleren op te hangen. De strijkplank heb ik niet nodig. Op de tv kan je door nagenoeg 100 kanalen zappen, maar zoals we weten leerde Springsteen ons al eerder, ‘57 channels and nothing on’. Brian de eigenaar zou pas later thuiskomen en Hilary zijn vrouw blijkt ergens te Cambridge te zijn opgenomen in een ziekenhuis.

Burwell, is een groot dorp gelegen langs een hoofdbaan, met een aantal zijstraten. Een echt dorpsplein is er amper. De kerk staat langs de weg. Wat verder op een klein pleintje bij een oudstrijder-gemeenschapshuis verkoopt een nieuwe Brit alle afgeleiden van pita en burgers. Zelfs chips heeft hij, maar geen fish & chips. In Burwell staat een stenen molen met ernaast een klein museum. Verder tref je hier en daar nog een shop. Wanneer je via de Swafham’s (dit zijn dorpen met namen als Swafham Prior en Swafham Bulbeck) Burwell binnenrijdt zie je na een flauwe bocht aan je rechterkant, wat van de straat afgelegen, de Meadowshouse. Een nieuwbouw uit de jaren tachtig, met uitbreiding, waar zeker een twintigtal mensen onderdak kunnen vinden in de verschillende kamers die dit guesthouse rijk is. Door zijn rustige ligging, een eind van Cambridge is dit een goede uitvalsbasis voor wie de streek ten noordoosten van Cambridge wil bezoeken. Je zit vlakbij Ely, de kathedraal stad, en niet zo ver van Newmarket. De nationale wegen die hier in de buurt liggen, en o.a. Felixstowe met het westen en de Midlands verbinden zijn van het type snelweg, en dus uiterst comfortabel. Burwell vormt de ideale basis om van daaruit wat zuidelijker Essex in te duiken, of oost- en noord-oostwaarts Suffolk en Norfolk te verkennen. Ik exploreerde van hieruit ooit het noord-westen tot en met Lincolnshire, maar eigenlijk kan je daarvoor beter een eind noordelijker bivakkeren. En och ja ze hebben ook nog enkele cafés, waaronder de Five Bells, maar daarover later meer.

Goodnight.



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post201

Ongepubliceerde memoires 1969

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 23 Apr, 2019 19:50

Over studiereizen hebben we het al gehad. De kortste studiereizen verliepen vaak te voet. Naar de kousenfabriek van Du Parc bijvoorbeeld naast het stadspark, of soms zelfs nog korter bij, zoals die keer in 1969 toen we net om de hoek naar de film Romeo en Julia togen met de leraar schei- en natuurkunde. Een film die behoorlijk wat impact moet gehad hebben op ons, zestienjarigen, op zoek naar de ‘grote’ liefde. Ik zou er anders geen verslag over hebben neergepend.

Uittreksel uit mijn ongepubliceerde memoires....

Foto (c) Wikipedia. Geboren 17 april 1951


Donderdag, 20 maart 1969. De film Romeo and Julia.

In Verona, een stadje, waren twee clans, twee geslachten die steeds tegenover elkaar stonden en ruzie zochten waar ze konden. Op een markt begonnen ze ruzie te maken om alles in het honderd te doen lopen.

Zekere dag werd bij de ene clan een gemaskerd feest gegeven. Romeo van de andere clan trok er naar toe en zag er een fantastisch mooie meid . Hij zag der een paar maal in der ogen en draaide er wat rond. Bij het lied van een minstreel gingen ze rond de kring. Hij op weg achter haar. Op de duur had je haar, en verklaarde hij zijn liefde met een fantastische kus. Bij nadere ondervraging bleek zij de dochter te zijn van het hoofd, en hij dus de zoon van het andere hoofd. ‘s Nachts zocht ie haar op. Zij was aan het dromen over hem en daar bezegelden ze hun liefde door overeen te komen zo spoedig mogelijk te huwen.

Intussen was Romeo zijn beste vriend gedood in een duel, met de neef, Tybolt, van Julia. In zijn woede dood hij hem in een duel. Hij wordt verbannen uit de stad door de vorst. Bij een pater schuilt ie, en ligt er ganse dagen te wenen. De pater verzint een plan en hij geeft Julia een drankje dat ze moet innemen. Dan zal ze tweeënveertig uren schijndood zijn. Ze zullen haar begraven en Romeo zal der komen redden. Romeo wist echter nog van niets. Een andere pater toog met een brief op weg, doch Romeo’s vriend die de begrafenis gezien had ging hem het droeve nieuws melden. Hij vertrekt direct en de pater komt te laat. Hij verschaft zich toegang tot het graf en beweent haar. Ten slotte neemt hij afscheid van haar lichaam en verenigt hun geesten door een slok vergif in te nemen. Hij zakt neer. de pater krijgt tranen in de ogen als hij dat ziet. En nu ontwaakt Julia, net te laat. Zij ziet het onheil, en daar er geen vergif meer is stoot zij zich een dolk in het hart.

Door deze feiten wordt dan uiteindelijk de vrede van deze twee clans bezegeld.

Het is fantastisch aangrijpend. Julia een beeldschoon meisje. Romeo een knappe vent. William Shakespeare moet een het van steen hebben gehad wanneer hij dat schreef. Waarom liet hij het niet uitdraaien op een gelukkig huwelijk? Ontroerend, en het stemt tot nadenken. Tot een uur of zeven heb ik nog met mijn gedachten tussen die film, mezelf, en het leven gehangen.

Vrijdag, 21 maart 1969.

Lente. Ho zoete schoonheid die de natuur zal worden, en zoete schoonheid die de natuur zal geven. Groen zullen de bladeren zijn, en zuiverend de kruinen der bomen, wijl de zon alles heerlijk zal bestralen. De natuur, het mooiste wat er is.

Vanmorgen in school, met de Roelants nog nagekaart over de film. Hij was gisteren nog direct in het werk van Shakespeare gedoken, en vertelde ons, dat het daar de gewoonte is dat er aan het einde zelfmoorden met hopen gebeuren. Harteloos man.

Tot besluit van dit ongepubliceerd verslag schrijf ik nog: ‘harteloos man!’

Tot daar mijn wat naïeve kennismaking met een icoon uit de literatuur. Wij zaten op een school, waar Mercurius, ons de weg wees. Literatuur kregen we, bij wijze van spreken, dankzij de goodwill van toch wel enkele schitterende leraars.

Een greep uit wat Wikipedia verhaalt over deze film.

Het gaat om een Brits-Italiaanse film van regisseur Franco Zeffirelli, uiteraard gebaseerd op het toneelstuk van William Shakespeare. In de hoofdrollen zien we Leonard Whiting en Olivia Hussey. De muziek is van Nino Rota. Deze Paramount film (138 minuten) ging al op 8 oktober 1968 in première, en bereikte dus ons provinciestadje, goed een half jaar later. er werd een budget van 850.000 dollar aan gespendeerd, en de film bracht meer dan 38 miljoen dollar in het laatje.

De film won een Academie Award voor beste camerawerk, en beste kostuumontwerper. Genomineerd voor beste regisseur.

De film was populair bij een groot tienerpubliek, mogelijk doordat de acteurs de leeftijd hadden die Shakespeare beschrijft in zijn stuk. De film werd deels goed ontvangen door critici.

Volgt de samenvatting van het verhaal zoals weergegeven op Wikipedia.

Kan u rustig nagaan in hoeverre mijn eigen samenvatting de realiteit weergaf.

Het is 1450 in het Italiaanse Verona wanneer Romeo en Julia, twee kinderen van twee strijdende families (Montagues en Capulets), elkaar op een feest ontmoeten en verliefd worden. Ze treden al gauw in het geheim in het huwelijk door middel van Romeo's biechtvader broeder Laurens en met hulp van Julia's opvoedster. Door een ongelukkig toeval breekt er een duel uit tussen Julia's neef Tybalt en Romeo's vriend Mercutio, wanneer Tybalt beschuldigingen uit tegen Romeo. Maar omdat Romeo net getrouwd is met Julia, weigert hij dit duel aan te gaan, met als gevolg dat Mercutio zijn plaats in het duel inneemt. Mercutio verliest het duel en wordt gedood. Romeo grijpt dan alsnog in en vecht met Tybalt tot hij hem doodt. Romeo wordt vervolgens gestraft door de prins van Verona met verbanning en ontloopt daardoor de doodstraf.

Niet wetend van het geheime huwelijk van Julia, heeft haar vader een huwelijk geregeld met de rijke graaf Paris. Om onder dit geregelde huwelijk vandaan te komen en loyaal te kunnen blijven aan haar Romeo, drinkt ze van een speciaal gebrouwen flesje, gemaakt door broeder Laurens, waardoor ze 42 uur zal slapen en dood zal lijken. Broeder Laurens informeert Romeo over dit plan zodat hij Julia na haar begrafenis kan ophalen als ze uit haar slaap is bijgekomen. Het nieuws van Julia's overlijden bereikt Romeo echter eerder dan de brief van broeder Laurens. Wanhopig gaat hij naar haar graf en drinkt een flesje met dodelijk elixer waardoor hij sterft. Net na Romeo's zelfmoord ontwaakt Julia en zij doodt zich met het mes van Romeo. Later volgt de begrafenis van beide geliefden waarbij de strijdende families hun onenigheid bijleggen.



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post200

Uit een dagbboek geschreven in 1968: terug naar school.

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 15 Apr, 2019 13:30

Schoolgaande jeugd.

September 1968 kwam en bracht een nieuw schooljaar, met een aantal nieuwe leraars en -essen. Het was een periode waarin er in het toenmalige Staatsonderwijs, nu het GO, (GemeenschapsOnderwijs), nogal wat wissels gebeurden in scholen met een jong lerarenkorps. En daar behoorde de Aalsterse toenmalige Handelsschool zeker bij. Wij schoven op naar het tweede jaar A6A2, wat overeenkomt met de poësis of de “tweedes” in Athenea of Latijnse scholen. Wiskunde, Frans, Franse Correspondentie, Nederlands, Boekhouden, het waren allemaal vakken waarvoor we iemand nieuw voor ons kregen. Weg waren Potgieter die ons wat Nederlandse literatuur had bijgebracht, D’Havèken met zijn scheikunde proefjes, die “ambetante” van Frans, de uit “picture cards” opgebouwde man van Engels, en nog enkele andere minder belangrijke die een mens uiteindelijk in de loop van de tijd vergeet. Uit de voornamelijk oudere generatie hielden we ‘De Clippel’, ‘Goethals’ en ‘paster Geldhof’ over. ‘Kamiel’ kregen we er voor Wiskunde gratis en voor niets bovenop. Zomaar een cadeau. ‘Redant’ verkaste naar A6A1, het zogenaamde “hoger”, waar ik hem een paar jaar later weer tegenkwam en leerde “hoe hij in elkaar stak”. Enkele nieuwelingen, die uit het Antwerpse of zelfs het Limburgse kwamen en waarvan ik mij met uitzondering van ‘de Snor,’ nog nauwelijks de namen herinner, maakten hun entree.

Als klas titularis kregen we mevrouw ‘De Schoolmeester’. Ze zou pas in december haar 24ste winter ingaan. Amper enkele jaren ouder dan een paar gasten in ons klas, die daar door hun vaders waren gedropt, om hopelijk toch ooit een diploma van boekhouder te behalen. Van alle leraressen die we ooit hadden is zij diegene die mij het beste is bijgebleven, en dat is behoorlijk uitzonderlijk, wanneer je weet dat Frans haar vak was. Frans waar ik tot dan toe een zware hekel aan had, dankzij enkele jaren Atheneum en een Brussels figuur die met een Porsche reed, en van die smalle fijne leren plastronnekes droeg, omdat dat toen in de mode was. Die man was er niet in geslaagd, om mij de teksten van ‘André Citroën’, en ‘Pantagruel’ uit ‘Voies Nouvelles’ bij te brengen. Ik zag er, op dat ogenblik, totaal het nut niet van in, en ook van de spraakkunst van Moliére wou ik niet weten. ‘De Schuur’ gaf mij ooit in de vijfdes met Nieuwjaar 6 op 100 voor het examen. Voor alle duidelijkheid, ik heb geen enkel jaar overgedaan, maar voor Frans bleef het jaar na jaar ploeteren. Het leek bijna op een sukkelstraatje waaraan maar geen einde scheen te komen. En toch, God zij dank, door ‘Geneviève’, is daar beterschap in gekomen. Alleen al daarvoor blijf ik haar dankbaar. Zij heeft uiteindelijk toch een soort van basis kunnen aanbrengen waarop ik mijn verdere kennis heb uitgebouwd. Ik denk nog wel eens aan haar, wanneer ik weer een keer als vertaler gesommeerd wordt, tijdens een of andere Internationale molen uitstap. Op die ogenblikken waarop geen enkele anglofiel, noch Hollander over de taal barrière geraakt die hen van hun franse molenvrienden scheidt. Bon, ook andersom is hulp nodig, want de Fransen.... maar dat is in ons land bekend, neem ik aan.

Zij is overigens een van de weinige ex-lesgevers, die ik nog wel eens tegenkom. En dat dan zowel fysiek als via ‘sociale media’.

De uren die we doorbrachten met ‘De Neve’, tijdens de lessen boekhouden en bijzonder boekhouden, soms twee uur na elkaar, kropen tergend langzaam voorbij. Hoeveel landkaartjes van ons dorp en gitaren heb tijdens die lessen ooit getekend? Hoe vaak kraste ik de naam van het meisje waar ik verliefd op was in mijn bank of pennenzak?

Op zondag, was er geen school....

We brachten in het najaar regelmatig onze zondagavonden door in Sun Valley waar de juke box een vooraanstaande plaats in nam. Een juke-box met de hits van de dag, aangevuld met de nodige ‘trage’ nummers. Het betere ‘slow’ werk van Elvis en Roy Orbison. Het was nog de tijd dat je voor vijf frank twee plaatjes kon ‘duwen’ op de juke-box. De naam van het zondagmiddag radioprogramma op de toenmalige BRT ‘Duw op de Knop’ van Carl D’Hondt verwees naar die handeling. Die juke-box moet er zeker eentje geweest zijn van het bedrijf van een zekere ‘Willy Michiels’ uit Haaltert. De kast van deze Seeburg was aan de zijkanten voorzien van mooie blinkende houten planken. In het middengedeelte waar je de platen zag draaien waren een serie wisselende foto’s aangebracht. Vaak plaatste men daar de hoesjes, maar niet zo in Sun Valley. Zekere zondag stond ik gebogen over deze 45-toeren kast, om te proberen inschatten hoe lang het nog zo duren eer ‘Monja’ van ‘Roland W.’ of ‘Tranen in je ogen’ van ‘Clarck Richard’ er aan zouden komen, toen ik de stem hoorde van ‘Jesuke’ die net als ik het selectiepaneel bestudeerde. Hij moet gemerkt hebben dat mijn blik even naar de foto’s van enkele vliegtuigen dwaalde die de een na de andere in een loop voorbijkwamen, want hij merkte schamper op: “Kijk, dat is nen DC drau”. Iets wat ik overduidelijk ook wel wist, gezien mijn enorme belangstelling in alle soorten van vliegtuigen, die begonnen was een jaar eerder. Sinds de zomer van ‘67 deden we vooral aan vliegtuigspotting. We beleefden onze spotters hoogdagen tijdens die twee fiets uitstappen die we hadden ondernomen naar Hofstade-bad bij Mechelen. Amper op een boogscheut van onze nationale luchthaven te Zaventem. Ik bekeek de baardige figuur en dacht niet alleen: “OK, dat klopt”, maar evenzeer, “tiens die gast is van Mere”, want wij zouden gesproken hebben van een ‘DC drei’ in ons dialect. Enkel in Mere spraken ze van ‘drau’. Iedereen kende wel het rijmpje: ‘In Miejer op de kassaa laên drau rau aur’n, en da worren drau zwalpaur’n’. ‘In Mere op de kassei lagen drie rauwe eieren, en dat waren drie zwalp eieren’, om het in het ABN te vertalen. Een zwalpei is overigens een ei zonder harde schaal. Iets wat af en toe voorkomt bij kippen. “Nen DC drau dus” repliceerde ik. “Ge moetj zu ni kijken, want ik weet da en gau ni” voegde hij er aan toe. Ik liet hem maar. Enkele jaren later ontdekten we dat het inderdaad ‘ne slimmen’ was, en dat hij aan de universiteit in de licentie wiskunde zat. Straffer nog, we stelden vast dat hij behoorlijk goed de sologitaar hanteerde bij John Woolley en Just Born, waar hij zich Jeff Stone liet noemen. Een kleine tien jaar later kreeg mijn vrouw les van hem in diezelfde Handelsschool waar ik in ‘68 zat. Jef is er niet gebleven tot het einde van zijn carrière, ondermeer vanwege de smaak van het bierbrouwen die hij onderweg ergens te pakken kreeg. Dat de wereld klein kan zijn, weten we al heel lang, en dat enkel bergen elkaar nooit tegenkomen is een al even groot understatement. Jef vond er op een gegeven ogenblik wel de liefde van zijn leven bij.... de Geneviéve van hierboven.


De laatste, ech, eerste dans.... Zondag, 3 november 1968

Feest van Sint Hubertus, patroonheilige van Erondegem. Dus volgende zondag vieren ze er kermis. Ik bleef deze morgen tot negen uur in bed, en stelde voor de rest enkel een hitpick 100 lijst samen, met deze tien in de hoogste noteringen.

10 The Equals - Softly Softly (stationair op 10)

9 The Golden Earring - With just a little bit of peace in my heart, (nieuw binnen )

8 Leapy Lee - Little Arrows (10 plaatsen vooruit).

7 The Casuals - Jesamine (geklommen van 13 naar 7)

6 The Marbles - Only one woman (een plaatsje teruggezakt)

5 The Hollies - Listen to me (op de terugweg, de week ervoor nog op 1)

4 Joe Cocker - With a little help from my Friends (stijger van 7 naar 4)

3 The Beratles - Hey Jude (een trage zakker, want terug van 4 naar 3)

2 The Tremeloes - My little lady (op 2 gebleven)

1 Mary Hopkin - Those were the days (eindelijk van 3 naar de top). Een Apple productie.

Op nummer 15 staat Time has Come Today van de Chambers Brothers, een week eerder vanuit het niets op 58 en nu doorgestoten naar 15. Gisteren hoorde ik die plaat voor het eerst volledig op Hilversum III, en dan nog in stereo. Maar liefst elf minuten en dertig seconden lang. Daar mogen die van Blue Cheer een punt aan zuigen.

Tussen een en twee naar ‘Duw op de Knop’ geluisterd, waar Hip Hip Hooray (Troggs), tot hit van de week was gebombardeerd.

Het is drie uur, en ik zit thuis. Straks misschien nog even bij P. langs gaan. Vanavond, dacht ik toch, gaan we naar de Korenbloem. Ik mag hopen dat het wat wordt. Weinig uitgespookt voor zeven uur, behalve dan de wereld aanschouwen van uit onze garage. Wat een rotweer. Kijk dat boompje is al bijna al zijn bladeren kwijt. Nog even en ik kan van van in mijn bed ‘Ter Vaerent’ zien. Daar had je D. “Ook nog niet veel uitgericht zeker vandaag?”.“Studeren zal wel voor morgen zijn, tijdens onze laatste vakantiedag”. “Laten we even bij W. gaan”. Die stopte net met tekenen. We praatten wat over en weer. Over hoe rot de Veronica top 40 er wel uitziet. We trokken naar P. waar we wat TV keken, en vaststelden dat P. besloot van niet met ons mee uit te gaan vanavond. Afspraak om te vertrekken: vijf na zeven.

Zes uur en dat betekent luisteren naar de BBC hitparade, waar voor de vijfde week Mary Hopkin de eerste plaats inneemt. Geen Chambers Bros.

Zeven uur, ik sluit de poort van de garage, snuif nog wat frisser lucht op, en ervaar dat het weer minder koud aanvoelt dan deze namiddag.

Over wat de avond brengen zou had ik echt geen al te goed gedacht. Aalst, ach ik weet het niet. Daar zullen wel geen meisjes zijn die we kennen. We wachten elkaar op onder het boompje bij W. H. kwam nog voorbij. “Engelse top gehoord?” Informeerde ik. “Jawel, maar toch vooral mij onbekend spul, omdat ik bijna nooit meer naar de radio luister” antwoordde hij. D. arriveerde en we vertrokken. Onze fietsen ‘parkeerden’ we aan het postkantoor, op de hoek van de Hopmarkt. Op weg naar de Korenbloem, maande een gast ons nog aan om ons vooral te reppen: “Want het gaat direct beginnen”. Tuurlijk niet. Het orkestje was nog druk met opzetten van hun materiaal. We trokken de Hopmarkt over, naar de ‘Frégat’ waar we een pint dronken, die W. betaalde. Het viel mee. Het was er minder ‘droog’ dan we vermoedden. Toch was er niemand bekend te zien, en dan te weten dat de helft van ons klas in Aalst woont.

Er was al een pak meer meer volk in de zaal, toen we terug kwamen. Het orkestje was bijna klaar met opstellen. We namen ergens plaats en ik bestelde voor ons een pint. De ‘Cave Dwellers’, geen slecht orkestje, al trok het zingen nergens op. Ze stonden maar wat te schreeuwen. Ze gingen van start met ‘Something for Nothing’ (een cover van Jesse en James), gevolgd door een drietal hippe beatliedjes. “Zouden die ooit al van een slow gehoord hebben”, kon ik niet nalaten te bedenken. W. zat wat voor hem uit te staren, maar toch al bij de eerste ‘tango’ was ie weg.

Ook D. stevende af op een meisje. Het was een onbekend iets dat die knullen speelden, maar wat het ook was, het weerhield ook mij niet om recht te veren. D. tikte een jeugdig ding op de schouder, en draaide er mee de dansvloer op. Dat meisje met haar rode truitje zou het wezen. “Effe dansen”? Zij knikte bevestigend. De muziek bleef onbekend. “Dank u wel juffrouw”.

We waren beleefd in die dagen. Ik dacht nog even aan Patricia uit het artikeltje in Courrrier Sud 2. Een boekje dat we kregen via mevrouw De Schoolmeester, en waarin ik in de rubriek: ‘Patricia réspond a vos questions’, een maand eerder, had gelezen, dat een zekere Myriam schreef: 'Patricia, J’ai seize ans et je ne sais pas danser. Je refuse toujours de sortie et d’accompagner mes amies.

Moi je finis par m’ennuyer. Pouvez-vous me donner un counseil’?

Patricia eindigde haar antwoord met: ‘Ne vous imaginez pas non plus que toutes NOS amies et tous les jeunes sont tous des “danseurs-étoiles”. C’est surtout une question de confience en soi-même. Ne faites donc pas de complexes. Dites-vous que ce que les autres don’t, vous pouvez le faire aussi. Après deux ou trois fois, tout ira très bien.’

De totaal onbekende en vermoedelijk zelfs niet eens bestaande Patricia kreeg gelijk. Geen van ons heeft naar mijn weten ooit commentaar geleverd op de danskunsten van de anderen. Ook al stuntelden we wat later opnieuw de dansvloer op om er wat los te ‘djerken’.

D. betaalde nog een rondje, en dan was het tijd voor ‘La Bamba’. In vergelijking met de kermis bals bleven hier maar enkelen in de kring. Vooral die twee zwarte jongens die meededen, waren super beleefd. Het was een toffe meid die mij nog in de kring haalde. Tijd om weer van ons pint te nippen, en te genieten van de eerste tonen van Softly Softly, al beseften we snel onze vergissing, want de zanger zette Satisfaction in. Het ene nummer lijkt al wat beter op het andere. Carl D’Hondt vond ook al dat die twee nummers erg op elkaar leken.

Het was net elf uur toen ik thuiskwam, en dus net op tijd voor de Engelse hitparade op ‘208’ (Radio Luxembourg).

‘Barry Ryan’ met ‘Eloise’ op nummer drie. Een plaats hoger ‘Hugo Montenegro’ met de filmmuziek uit ‘The Good, The Bad and the Ugly’. ‘Joe Cocker’ op één met ‘With A little Help From My Friends’. Wisten wij veel dat een van die ‘Friends’ ‘Jimmy Page’ heette.

Kwart over twaalf onder de wol, na een lange dag.

Terug naar school... studeren om te reizen....

De Handelschool bleef ook in die dagen een merkwaardige school. De examens bij het einde van het eerste trimester zaten er al op begin december, wanneer alle anderen in andere scholen nog moesten beginnen. Bij ons werd er op aangedrongen om al te beginnen studeren met tijdens de Allerheiligen dagen. Een periode waarin, toen verspreid enkele vakantiedagen vielen. Alle goede voornemens ten spijt, maar dat was nu eens iets wat niet wou lukken bij mij. Waarom ook? Vakken als Engels, Algebra, Boekhouden, draaide ik er op tien minuutjes studietijd door. Al kon dat soms zelfs ook een kwartier zijn. In feite nam ik enkel de nodige tijd voor die vakken waarvan ik op voorhand al wist, dat ik er nooit een hoogvlieger in zou worden. Franse Correspondentie van de kort gerokte Hubert (de lerares met de hoge hakken en de strakke kuiten), geschiedenis van Goethals, die een perkamenten uitzicht had gekregen door haar vele reizen naar tweestromenland en Egypte. Mijn God, had ik aan dat tweestromenland een hekel. In de tijd die nog restte na de examens en voor de kerstvakantie werd menig half dagje gebrost. Op de dagen wanneer we er wel waren kwamen we traag maar zeker onze resultaten te weten, die we hadden neergezet op de examenbladen. Handelsrekenen, acht op vijftien, en dus met de hakken over de sloot, algebra zeventwintig op dertig, en het gevreesde Franse corr een keer tien op dertig en een keer twaalf op twintig. Dus toch een buis. Alles bijeengenomen scoorde ik toch nog een rapportcijfer van 68 op 100. Meer hoefde dat echt niet te zijn, want ik besloot dat alles goed meezat... want voor het vak frans was ik er door.

Ergens in december op een vrijdag de dertiende werd een namiddag uitgetrokken voor een studiereis. Deze keer met de Roelants. De wat ouderen uit ons jaar brosten die namiddag, omdat ze zo een reis iets teveel studie en iets te weinig reis vonden. Met vijftien stapten we die namiddag op de bus voor een bezoek aan Het Laatste Nieuws, toen nog ergens gelegen aan van de grote Brusselse lanen midden in de stad. Echte schoolreisjes voor het plezier, en om het einde van het schooljaar te vieren, dat bestond niet in de Handelschool. Wel twee of drie keer per schooljaar een studiereis. Ik herinner mij voor de vuist weg, bezoeken aan de elektriciteitscentrale van Ruien, een bezoek aan General Motors incluis de haven van Antwerpen, de BRT aan het Flageyplein waar we Henk van Montfoort of all people tegen het lijf liepen, de luchthaven te Zaventem, en zelfs de Bank van Brussel, waar ze ons een half uur onderhielden over een luster aan het plafond. In de eindjaren van de A6A1 (het hoger niet-univ), bezochten we de Brusselse Beurs in combinatie met een bezoek aan de Kredietbank, waar we een omslag kregen, waarin zich ondermeer een sollicitatieformulier stak, dat uiteindelijk ver strekkende gevolgen kreeg.

Eenmaal op de bus was het zaak de Roelants zover te krijgen dat we op de terugweg toch ergens ene zouden kunnen gaan scheppen, in een café waar liefst ook nog een juke-box stond, en er wat open ruimte was.

Het bezoek aan HLN vatte ik samen als: ‘De rondleiding was niet zo bijzonder goed. Eerst speechte een droge vent een half uur lang. Nadien kregen we een krant en een stylo en nog wat uitleg, waarmee het “studie” gedeelte afgelopen was. Jenny presenteerde ons intussen nog een sigaret. De machines en telexen zagen er bijzonder vernuftig geconstrueerd uit.’

“Wel weten jullie nu een toffe plaats om te stoppen”? vroeg ‘scheikunde’. Dirk D. begon direct over ‘Napoleon’ in Hekelgem, een plaats waar hij in het weekend soms ging helpen, maar dat werd nogal bruusk afgewezen. De keuze viel ten slotte op de ‘Cap’ langs de steenweg in Asse. Een cafeetje dat we al kenden van een jaar eerder bij een vorige studiereis.

Zes meisjes en negen jongens, eerst elk aan een tafel maar al snel door elkaar gemixed. De meisjes hadden afgesproken om elk een pint te betalen voor de leraar. Dat beloofde, toen we hem zagen aankijken tegen die schaal bier.

We dansten om beurten met de grieten uit ons klas, Annie, Joke, Jeanine, Joske (Marie-José) en Gisela. Jenny woonde in Jette, en was daar uit de bus gestapt. Vooral Joke en Joske waren praat varen. En het zal wel aan hen gelegen hebben dat de leraar zo snel akkoord was om een pitstop te maken. Tijdens het kusjesdansen was hij al direct vergeten dat je na drie kussen ophield. Vijf bleek voor hem normaal te zijn.

Joke, de oudste, knapste, en slimste van ons gezelschap hield het er op dat de Roelants een bovenste beste leraar was, althans daar probeerde ze mij toch al slowend van te overtuigen.

En jawel hoor zelfs Marc D. later wereldberoemd of was het eerder berucht in Aalst stond op een gegeven ogenblik te slowen, iets wat niemand voor mogelijk hield. Marc behoorde tot dat clubje van ons klas dat bij het binnenkomen van een cafe direct richting 'kasken' trok, de vloer afspeurde naar daar mogelijks verloren vijf frank stukken, om dan de rest van de tijd af en toe te vloeken wanneer Miss America weer eens tilt sloeg. Ooit hoorde ik Wiske, de bazin van de Monopole, telefoneren naar haar leverancier van cafespelen, "omdat een idioot zich op Miss America had gezet waardoor haar glas was gescheurd."

vervolgt.....



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post199

Ten years gone

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 19 Mar, 2019 19:52

Er zijn zo van die verjaardagen die niemand kent. In feite zijn het meer dagen van herinnering dan van verjaren. Neem nu 19 maart 2009. Vandaag precies 10 jaar geleden, nam ik voor de allerlaatste keer de auto om mij naar Mechelen Zuid te begeven. Werken heette dat toen in mijn leven. Al bij al een merkwaardige dag, die dag waarop ik uitgekiend had om een deur, al was het in mijn geval een tourniquet, achter mij dicht te slaan. De weergoden hadden voor de rest van de maand, en de daaropvolgende maand april mooi weer beloofd.

Ik bekijk vandaag nog even de vakantiekalender

Werken op de witte dagen, werken dicht bij huis op de blauwe dagen, vakantie op de rode dagen. 2009 was een goed jaar met amper 42 werkdagen..... een mens moet leren uitbollen.

"En", hoor ik je nu al vragen, "Oe wast in die tien jaar"?

"Ik mag niet klagen", en om het met Peter Hill te zeggen,"Every morning when I look in the mirror, I think, thank you God, I'm still here"! Ik zou het niet beter kunnen zeggen.

Tien jaar waarin slechts een opdracht klaarligt: leren omgaan met tijd. Iets wat ze niemand leren op school. Leren zingen met de Walker Brothers..... "Say goodbey....."

Opletten want achter elke deur die je dicht doet gaat een andere deur weer open, zei ooit iemand.

Een cliche als geen ander: de wereld zien.... Mmm niet slecht tot nu toe: Nederland, Denemarken inclusief Mando, Bornholm, Zweden, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Roemenie, Frankrijk, Spanje, Portugal, Polen, Slowakije, Oekraine, Engeland, en.... Wales. Mijn tent heeft overal gestaan....

Onderweg kwam ik via de paden van mijn jeud mijn idolen tegen tijdens concerten van: de Hollies, de Animals, Canned Heat, de Rolling Stones, Neil Young, Rod Stewart, Alfred den Ouden, Steve Winwood, George Thorogood, Jan De Wilde, Zjef Vanuytsel, Robert Plant, Jeff Beck, Elisa Waut, Van Morrison, en John Mayall, die straks 85 wordt.

Een molenvereniging starten vanaf nul, en laten uitgroeien tot de grootste van Vlaanderen. De droom van molinoloog nummer een in Vlaanderen verder zetten en zijn molen erfpachten en restaureren.

Tien jaar bloggen, fotograferen, schrijven, fietsen en genieten van de eeuwigheid onder wolken. How many more years opleggen en genieten,

Ten years Gone, Thank you, om het zepologisch uit te drukken....



  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post198

Trini Lopez 1964 te Aalst!

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 26 Feb, 2019 15:30

De afgelopen maand februari was het 55 jaar geleden dat te Aalst, een wereldster van formaat aantrad. Trini Lopez kwam optreden in de Klaroen. Een naam die elkeen van boven de vijftig zich nog wel zal herinneren. Er was in Aalst en omstreken nogal wat te doen over dat optreden, ondermeer omdat je 400 frank diende neer te tellen voor een entreeticket. En dat was in die dagen een ongehoord bedrag, vooral om dat de oudere generatie een optreden van een zanger allicht als een onnodige luxe zal beschouwd hebben. Weet dat je in die dagen voor dergelijk bedrag op zijn minst tachtig pinten kon drinken. Even vlug omrekenen brengt ons op vandaag bij 160 euro. En dat zou zelfs nu in Aalst nog steeds als een veel te hoge som beschouwd worden, wetende dat je vandaag de dag voor goed 20 euro je een avond kan amuseren, optredend bandje inbegrepen.

In die tijd deed ook Adamo Aalst aan (tijdens de handelsfoor?), en daar werd ‘maar’ 250 frank voor gerekend. Wat overigens ook voor de meeste Aalstenaars als een links te laten liggen event werd beschouwd.

We hebben er de kranten uit die dage op nageslagen, en daaruit blijkt dat het optreden van Trini Lopez in die pre-carnavalsdagen geen overdonderend succes was. Weinig aanwezigen. Al zou dat ook kunnen hebben gelegen aan het feit, dat we in vergelijking met vandaag over een ‘flits’ optreden zouden kunnen spreken. Trini Lopez trad om half acht op in de Klaroen, en volgens een krantenbericht, zou hij ook nog dezelfde avond om halfnegen optreden in Meise of daaromtrent.

Hoe dat te rijmen valt lijkt wel een raadsel. Alhoewel....

Het toeval wil, dat we enige dagen geleden al kringwinkelend op een DVD botsen van Trini Lopez. Doorgaans te mijden, vanwege al te onbekende labels waarop die dingen worden uitgegeven. Doorgaans gaat het om opnames van opnames van videocassettes uit lang vervlogen tijden, waarop je doorheen de ruis nog amper de artiest kan zien bewegen.

Hier trok echter de tekst op de achterflap de aandacht, want dit ging om een concert opgenomen in Brussel, voor de televisie, precies in die dagen dat Lopez ook te Aalst was. Het risico was beperkt, en voor 1 euro wou ik mij wel even laten gaan.

Groot was mijn verbazing, dat de opnames (in zwartwit) gewoonweg goed zijn, en van een kwaliteit die die van Schipper naast Mathilde of Bonanza mijlenver overtreft.

Al hadden ze de cameraman op voorhand mogen briefen over: hoe breng je het correcte instrument in beeld. Lopez trad aan met een trio. Naast hemzelf met zijn elektrische gitaar, die je aantreft op foto’s op zijn lp’s, werd hij begeleid door een bassist en een drummer. De bassist zonder micro, zong op nogal wat nummers mee, al ben ik niet zeker over wat hij zong. Een liplezer kan zijn diensten hier nog bewijzen. De cameraman moet geinstrueerd zijn, dat wanneer Trini even niet zong, en wat gitaarlicks weggaf hij moest inzoomen op een gitaar. Alleen had men de brave man vergeten te vertellen, dat dit dan vooralsnog niet hoefde de gitaar van de bassist te zijn. De ogenblikken waarop je het ‘vingerspel’ van Trini kan bewonderen zijn dus helaas schaars. In feite valt het mij eigenlijk pas nu op dat ik in die prille dagen niet enkel fan was van de zanger Trini Lopez, maar evenzeer van de muzikant.

Trini Lopez is de eerste rock and roll figuur waar ik fan van werd. Ik ben hem blijven volgen tot na Bey Bey Blondie, in de latere jaren zestig. Een ogenblik waarop ze hem vooral nog adoreerden in Duitsland. De man die ooit in de Parijse Olympia, Sylvie Vartan en de Beatles in zijn voorprogramma had, was door deze laatsten ook bij ons van zijn troon gestoten. De Beatles hadden wel meer figuren uit hun omgeving achter zich gelaten. Denk maar aan Gene Vincent en Roy Orbison.

De start van de Beatles wordt vaak gelijk gesteld met het verschijnen van Love me do in oktober 62 in de Britse hitlijst. Maar geloof ons vrij, de echte doorbraak van de Beatles kwam er in Amerika en de rest van de wereld pas echt in 1964, toen iedereen She loves you en I want to hold your hand ging meebrullen. Wat er voor kwam was vooral succesvol in Engeland.

In 1963 zongen wij uit volle borst I want to be in America, en vooral If I had a hammer. En het feit dat de man naar Aalst kwam zal daar zeker niet vreemd aan geweest zijn.

Ik was amper 11 jaar en was nog volop de radio aan het ontdekken, dankzij de richtlijnen van mijn achternichtje, die voor mij opschreef dat ik naar Radio Hainaut moest luisteren, wilde ik beatmuziek horen. Al draaiden ze daar in hun verzoekprogramma nog volop Karin & Rebecca met hun Moi je dors avec nounours. Van de platen van mijn vader, uit de jaren vijftig (Bobbejaan Schoepen en Ray Franky), naar Trini Lopez was een hele grote zevenmijlslaarzen stap. De enige live muziek in die dagen die er viel te beluisteren kwam er tijdens een schoolfeest waar de Sonnyboys speelden.

De jukeboxen die we hoorden via de openstaande cafedeuren en de muziek op de kermis waren voor ons de eerste kennismaking met rock and roll. Marina, Kom van dat Dak af, Oh Carol. Stuk voor stuk plaatjes die je regelmatig hoorde, maar waar niet echt gezichten bij hoorden. Niet genoeg om er fan van te worden. En dat dit met Trini Lopez wel gebeurde, is volledig toe te schrijven, aan het beeld en de informatie die er bij hoorde. Tot dan toe was mijn ‘collectie’ fan materiaal beperkt gebleven tot twee prentjes die ik gewonnen had tijdens het knikkeren: ‘Brigitte Bardot’ en ‘Elvis Presley’. Mijn kennis over Trini Lopez moet ongetwijfeld uit Panorama , Rosita, of het Rijk der Vrouw zijn gekomen, want zelf kwam er bij ons geen krant aan huis. En die tijdschriften verslond ik tijdens bezoekjes aan mijn achternicht. Ook de eerste achtergrond over de Beatles heb ik uit die bladen. Bijvoorbeeld dat Paul en John uit ‘ontwrichte’ gezinnen kwamen en dergelijke.

De Beatles werden ons in de maag gespietst via handige marketing truuks (ook toen al). De winkels waar we onze snoep betrokken, werden plots walhalla, waar je sjieken (kauwgom) kon kopen met erbij verpakte Beatlesprentjes. Ik zie mij nog mijn kleine fietsje, (de grote kwam pas na mijn plechtige heilige communie) naast de grote poort (waar Katje kolen laadde op zijn camion) plaatsen, en eerst voor het venster kijken of er nog wel waren, de winkel binnenstappen, en met enkele pakjes naar buiten komen. Een tijd die, nu terugkijkend, eeuwig leek te duren, en toch er waren maar 60 verschillende plaatjes, en ze staken dan nog per twee in een pakje. Het lijkt alsof het gisteren was.

Ook al woonden we naast de snoepwinkel van Fientje, toch was het veiliger om in een andere wijk, bij Katjen, prentjes in te kopen. Lag overigens ook langs de weg van en naar school. Fientje was een babbel-ekster eerste klas, die de jeugd ‘beschermde’ en er dus niet voor terugdeinsde om onze ouders in te lichten, wanneer we daar teveel geld zouden spenderen... Ik verzin dit niet, er zijn gevallen bekend.

De Beatlesprentjes waren er al vrij snel. Zo snel zelfs dat wij nog niet eens wisten wat de echte namen van de heren Beatles waren. Het was nog de tijd dat wij spraken over Star en over Mackny, want dat was wat uit de handtekeningen op de prentjes hadden ontcijferd.... Conclusie: 55 jaar down the drain.... om even bij stil te staan.

Op de DVD van Trini Lopez, die in meerdere versies bestaat, volgens mijnheer googel, staan naast dit beperkte optreden in Brussel nog wat opnames van jaren later in Nederland met het Metropoolorkest. Interessanter is uiteraard het interview met de man, waarin men hem o.a. vraagt naar wat hij vind van de Beatles. Naar wie kijkt hij zelf op? Frank Sinatra. Weet wel dat Trini Lopez zijn platen uitkwamen op Reprise het platenlabel van ‘Ol Blue Eyes’ himself. Een vraag waar doorgaans op geantwoord met namen van jonge artiesten van het eigen label die men wil promoten, of zoals hier, waar het eerder de kat is die de kandeleer likt....

In een ander interview zie je Trini in een open slee doorheen California sjezen, en zie je hem zijn villa annex zwembad aanwijzen. De man heeft aan zijn wereldfaam wel een en ander te danken.

Mogelijks mag men hem zelfs de titel toedichten van de laatste grote ster geweest te zijn vooraleer Brian Epstein en de Beatles de wereld van de rockmuziek optilden naar een nooit gezien niveau. Er was plots geen nood meer aan een zanger die oude folk nummers van Pete Seeger ten gehore bracht.


In 1978 verscheen een album, ‘Transformed by time’ simpelweg onder de naam Trini. Voldoende om herkenbaar te zijn, want door de jaren heen verscheen niemand meer aan het popfirmament met de naam Trini (sorry Trinity). Op de plaat herneemt de man enkele van zijn vroegere successen: If I had a hammer en Lemon tree. In een medley tackled hij Candida, Yellow bird en Save the last dance for me. Het gaat hier voor alle duidelijkheid over het feit dat Trini een graantje wou meepikken van de disco rage. Of dat fout is laten we in het midden, want ook Jagger en Stewart en Bowie sprongen op die kar. Op de achterkant van de hoes treffen we enkele namen aan die je niet direct zou verwachten. Neem nu Bob Clearmountain als technicus. Meco was een gekend fenomeen in het wereldje in die tijd. De plaat werd geproduced door het driemanschap Tony Bongiovi (zie ook de Ramones), Harold Wheeler en dus ook Meco Monardo.



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post197

Jaaroverzicht 2018

Het LijsternestPosted by Eddy De Saedeleer 01 Feb, 2019 13:47

Naar jaarlijkse gewoonte, staan we in januari stil bij het afgelopen. We zuchten, omdat we telkens moeten vaststellen, dat we weer teveel geld en te weinig tijd gespendeerd hebben aan het lezen en het muziek beluisteren. Lees: boeken, platen en cd’s. OK vinyl mag dan weer in de lift zitten, het wordt tijd om enkele bakken aan ons voordeur te zetten, met een groot bord er bij waarop te lezen zal staan: te koop, wegens plaatsgebrek.... Ik zou natuurlijk ook kunnen verhuizen.... maar die discussie wil ik liever niet aangaan.

Kortom geniet mee van de ‘beperkte lijst’ die opnieuw aangeeft dat erfgoed koesteren, veel belangrijker is dan zoeken naar de nieuwe Beatles of de nieuwe Dylan. Mochten ze zich onrecht aangedaan voelen, dan moeten ze dat maar komen melden aan ons deur. Kunnen ze direct snuisteren in ‘den overtol’.

Het was een goed jaar, en het viel behoorlijk mee op die plaatsen waar ik mij regelmatig bevoorraad. 'De Heist’se Platenbeurs', een rist 'Oost-Vlaamse' (vaak kleinere) kringwinkels, waar de doorverkopers de weg er heen nog niet hebben gevonden. En dan waren er ook weer mijn Britse vrienden in 'Chester' en 'Hay', waar ik toch telkens weer kleine ontdekkingen doe.

In het al te vaak verguisde 'Mediamarkt' (Oostakker), opnieuw wat nieuw materiaal op de kop getikt. Zij zijn goed in heruitgaven die je nergens anders aantreft, tenzij via het net. Wat ik vooralsnog vertik. Effe googelen, bestellen en wachten tot het op de deurmat valt. Nope, want heeft weinig te maken met ‘verzamelen’ en het milieu wordt ook niet beter van al die kleine witte camionettes die de wereld doorkruisen, opdat je het toch de volgende morgen zou hebben, zelfs wanneer het al vijf voor middernacht was, wanneer je bestelde, en je beter in je 'beddebak' zou kruipen.

Ook de boeken intake begint wat stroever te lopen, nu de meeste 'Slegte' winkels uit het straatbeeld zijn verdwenen. Hay-on-Way blijft dus het mekka om heen te reizen, en te browsen in de diverse shops.

Over naar de lijstjes.

CD/LP’s. Buiten categorie en dus niet in de lijst: The Beatles met de deluxe heruitgave van het White Album uit 1968. In tegenstelling tot andere lijstenbouwers kozen wij er voor om Marianne Faithfull de lijst niet te laten aanvoeren. Prachtige CD maar klinkt naar ons gevoel toch iets teveel als Nick Cave, en dus te weinig als haarzelf: Faithfull.

De Kinks hadden we de eerste plaats gegund, maar we kozen integendeel voor een CD die ons spreekwoordelijk van onze sokken blies: Tom Jones met zijn Long Lost Suitecase. Het moet gezegd dat de laatste drie cd’s van Jones, een wel heel ander licht werpen op de man die nog door al te velen als ‘die crooner uit de jaren zestig’ wordt gezien. De blues druipt er van af. De stem is beter dan ooit, en de songkeuze is top.

Op 8 en 9 staan respectievelijk Rod Stewart en Joe Bonamassa. De enige in de top 10 met nieuw materiaal. Van enkele artiesten werd na tientallen jaren eindelijk lang vergeten materiaal op een degelijke manier uitgegeven. CCR (Golliwogs), Bob Seger en Paul McCartney behoren tot deze categorie. McCartney met de orchestrale versie van zijn tweede soloplaat Ram onder de naam van Percy Thrillington. McCartney haalde overigens met zijn laatste worp, Egypt Station, ook geen top tien notering. De plaat blijft na beluistering toch te weinig ‘hangen’ om er vaak naar terug te grijpen.

Weinig concerten bijgewoond dit jaar. Steve Winwood in het Rivierenhof 'wint' dan ook deze categorie. Lokaal genoten tijdens de Aalsterse kerstmarkt van Karel Meganck, finalist van de Voice Senior, en samen met de Night Time Heroes een uitblinker op de Amber Reunie Party afgelopen april, ook al naast die andere Voice deelnemer, John Woolley. Ontdekking: de ex-Irish Coffee muzikanten, samen met Eddy Piens, die nu door het leven gaan als Rockmasjien.

De boekenlijst (muziek) wordt aangevoerd door de prachtige bio over Nicky Hopkins: And on piano Nicky Hopkins. Vervolgens de Aalsterse Rockgeschiedenis in Onion Rock, een Welshe kijk op muziek door een liefhebber uit Cardiff. Drinking Cider with the roadies, 1971 Never a dull moment, Mick Farren Black Lleather jacket, Exile on main street en Zaki met Ondeugender Ouder worden. Ook 15 jaar Blues oan daa stoaze lieten we niet liggen.

Overige boeken die door elkaar het vermelden waard zijn: Twenty-five Books that shaped America , Svetlana Aleksijevitsj - Wij houden van Tsjernobyl , Living in middle ages ten tijde van Chaucer, Guido van Meir – Corneel, Michael Jenkins - A house in Flanders, Martin Heylen - Terug naar Siberië, Sabine De Vos - Hoge hakken, Amy Shumer - Het meisje met de onderrugtattoo en om in eigen streek te blijven genoten we van: Lucas Vander Taelen - Het kostuum van mijn vader.

Het lijsternest 2018. Albums (vinyl-cd), 45 toeren (discolijst – rocklijst)

Artiest - titel

Type

Style

1

Tom Jones - Long lost suitcase

CD

Rock

2

The Kinks - The Kinks are thge village green preservation society

CD

Rock

3

Led Zeppelin - How the west was won remastered.

CD

Rock

4

Bob Seeger & the Last Heard - The complete Cameo recordings 1966-1967

CD

Rock

5

The Hollies - Butterfly

CD

Rock

6

Runrig - Live at Celtic Connections 2000

CD

Rock

7

Tom Petty and the heartbreakers - Anthology through the years

CD

Rock

8

Rod Stewart - Blood red roses

CD

Rock

9

Joe Bonnamassa - Redemption

CD

Rock

10

Eric Clapton - Life in 12 bars

CD

Rock

11

Paul Rodgers - Free Spirit CD/DVD

CD

Rock

12

Paul McCartney - Egypt Station

CD

Rock

13

Led Zeppelin - The song remains the same

CD

Rock

14

Steve Winwood - Greatest hits live

CD

Rock

15

Fill your head with rock

LP

Rock

16

Paul McCartney - Percy Thrillington

CD

Rock

17

The Who - live at the Fillmore East 1968

CD

Rock

18

Golliwogs - Fight Fire

CD

Rock

19

Wings - Red Rose Speedway remastered + bonus cd

CD

Rock

20

Marianne Faithfull - Negative Capability

CD

Rock

21

Bob Dylan - Real Live

CD

Rock

22

Ana Popovic - Can you stand the Heat

CD

Rock

23

Roy Buchanon — Alligator

CD

Rock

24

Roy Harper - Return of the sofisticated beggar

CD

Rock

25

Bob Seger - I knew you when

CD

Rock

26

Jackie Lomax - Is this what you want

CD

Rock

27

Paul Rodgers - live Glasgow promotion

CD

Rock

28

Runrig -The big wheel

CD

Rock

29

Man - Original Album series 2

CD

Rock

30

Ry Cooder - Jazz

CD

Rock

31

Les Paul - The New Sound

LP

Rock

32

Ilja de Neve Band - Wama Bama Mama

CD

Blues

33

Mike Bloomfield - Bottom Line Cabaret 31.3.74

CD

Rock

34

Tony Joe White - Warner archives

CD

Rock

35

Elvis Presley - From Elvis in Memphis

CD

Rock

36

Tom Jones - The lead and how to swing it

CD

Rock

37

Rob Hoeke Rhythm & Blues group - The singles collection

CD

Rock

38

Andy Fairweather Low - The very best of The Low rider

CD

Rock

39

Erik Burdon & the Animals - Every one of us

CD

Rock

40

Eva Cassidy - Live at Blues Alley

CD

Rock

41

Ian Hunter - Live

LP

Rock

42

Ronnie Wood - Slide on this

CD

Rock

43

Black Widow - Come to the Sabbath The Anthology

CD

Rock

44

Ben Harper - Diamonds on the inside

CD

Rock

45

The Moody blues - A question of Balance

CD

Rock

46

Rolling Stones - 12 X 5

CD

Rock

47

Procol Harum - The essential Collection 1967-1991

CD

Rock

48

The Doors - live at the Isle of Wight festival 1970

CD

Rock

49

Donovan - From a garden to a flower

CD

Rock

50

Rod Stewart - Vagabond Heart

CD

Rock

51

Candy Dulfer - Candy to the mexx

CD

Rock

52

Blue Cheer - Goodtimes are so hard to find

CD

Rock

53

Dicky Betts - Atlanta’s burning down / Great Southern

CD

Rock

54

Sixties Nuggets - The golden years of Dutch Pop Music

CD

Rock

55

Robert Gordon & Chris Spedding - It’s now or never

CD

Rock

56

The Troggs - Hip Hip Hooray

CD

Rock

57

Jerry Jeff Walker - Jerry Jeff

LP

rock

58

Hollestelle - Hollestelle

LP

Rock

59

Bad Company - Bad Company

LP

Rock

60

Richard & Linda thompson - ...in concert, november 1975

CD

Rock

61

Jet Harris & Tony Meehan - Diamonds and other gems

CD

Rock

62

John Mayer - Continuum

CD

Rock

63

Regina Spektor - What we saw from the Cheap Seats

CD

Rock

64

Harper’s Bizarre - Feelin’ Groovy: the best of

CD

Rock

65

Cilla Black - Original Album series

CD

Rock

66

Wales in Union - 20 Anthems to inspire Welsh pride and Passion

CD

Rock

67

Leon Redbone - Whistling in the wind

CD

Rock

68

Al Di Meola, John McLaughlin, Paco de Lucia - Friday Night in San Fransisco

CD

Rock

69

De Machines - A world of machines

LP

Rock

70

Judy Collins - So early in the spring

LP

Rock

71

Ozark Henry - Crusade in Jeans

CD

Rock

72

Prog Rocks! 5CD

CD

Rock

73

Bonnie Raitt - Give it up

CD

Rock

74

Otis Rush - I can’t quit you baby The blues collection

CD

Blues

75

Sheryl Crow - Tuesday night Music with live CD

CD

Rock

76

Sheryl Crow and friends - Live from Central Park

CD

Rock

77

Muddy Waters - London Sessions

CD

Blues

78

Frank Zappa - Apostrophe

CD

Rock

79

Rick Wakeman - The Myths and legends of king Arthur and the Nights of the round table .

LP

Rock

80

José Feliciano - Fireworks

LP

rock

81

Sandy Nelson - Drums a go-go

LP

Rock

82

Suzi Quatro - Suzi and other four letter words

LP

Rock

83

Tina Turner - Tina’s wildest dreams Bonus CD

CD

Rock

84

Poco - Legacy

CD

Rock

85

Jeff Healey Band

CD

Blues

86

Randy Newman - Good old boys

LP

Rock

87

Joey Dee and his Starliters - Rock Story

LP

Rock

88

Rod Stewart - A night on the town

CD

Rock

89

Peter Gabriel - Shaking the tree

CD

Rock

90

Raymond Froggatt - Songwriter

CD

Rock

91

Chi Coltrane - Road to Tomorrow

LP

Rock

92

The Guess Who - Flavours

LP

Rock

93

The Rosenberg Trio - Gypsy Swing

CD

Blues

94

Kings of Skiffle

LP

Rock

95

The Warner Bros Music Show

LP

Rock

96

Cornelis Vreeswijk - Liedjes voor de Pijpendraaier en mijn zoetelief

LP

rock

97

Alan Stivell - a L’Olympia

LP

rock

98

Eddie Mitchell - Mr Eddie a Bercy 97

CD

Rock

99

Adam Green - Sixes & Sevens

CD

Rock

100

Roger Waters - Ca Ira There is hope. Opera

CD

Klassiek

Disco 45 singles

Gloria Gaynor - How high the moon

Alicia Bridges - I love the nightlife

Donna Summer - Mac Arthur Parc

5000 Volts - I’m on fire

Spinners - Working my way back to you

Van McCoy - Soul Cha Cha

George Mc Crae - I can’t leave you alone

Jimmy “Bo”Horne - Dance across the floor

Laurent Voulzy - Rock Collection

The Tramps - Zing went the strings of my heart

Jimmy James and the vagabonds - I’ll go where your music takes me

K.C. And the Sunshine Band - That’s the way (I like it)

MFSB - TSOP

Kool and the Gang - Ooh la la la

Sheila & B devotion - Singing in the rain

Viola Willis - Up on the roof

Al Hudson & the partners - You can do it special US Disco Mix

Freddie James - Get up and boogy

Chic medley

The Four Seasons - Oh what a night

Miami Sound Machine - Dr. Beat

Eddy Grant - I don’t wanna dance

Jimmy James - Now is the time

Indeep - Last night a DJ saved my life

Sylvester - Dance (disco heat)

Sister Sledge - He’s the greatest dancer

Jimmy James and the vagabonds I’ll go where your music takes me

Jim Gilstrap - Swing your daddy

Donna Summer - Bad girls

Donna Summer - She works hard for the money

Eruption - One way ticket

Donna Summer - State of independence

Artiest - titel. 45 T singles

J.J. Light - Heya heya

Booker T & teh Mg’s - Time is tight

Chicago Transit Authority - I’m a man

The Moody Blues - Nights in white Satin / Singer in a rock and roll band

Sultana - Titanic

Blue Ridge Rangers - Hearts of Stone

Aretha Franklin - The Weight

Emerson Lake & palmer in concert - Peter Gunn/Knife edge

Honeydrippers - Sea of love

Zen - Hair

Rod Stewart - I know I’m losing you

Richard Harris - MacArthur parc

Paul McCartney and Wings - Coming Up live version

Paul McCartney - Spies like us

Bob Seger - If I were a carpenter

Chip Taylor - Same ol’ story

The Band - Theme from The Last Waltz

Hot Legs - Neanderthaler Man

Paul McCartney & Wings - Jet

Fisher-Z - Marliese

The Romantics - What I like about you

Rod Stewart - Every beat of my heart

Donovan - The Hurdy Gurdy Man

Gary US Bonds - This little girl

Donovan with Jeff Beck Group - Barabajagal

Slade Look what you done

Georgie Fame & Alan Price - Rosetta

Slade - Gudbey T’Jane

Plastic Ono Band - Give peace a chance

Roger Waters - The pro’s and Fons of hitchhiking

Leo Sayer - When I need you

Lulu - Take your mama for a ride

Mick Jagger & David Bowie - Dancing in the street

Rod Stewart - Some guys have all the luck

Georgie Fame - Ballad of Bonnie and Clyde

Rod Stewart - Tonight I’m yours

Barry Ryan - Love is love

Kevin Johnson - Rock and roll

Kim wilde - You keep me hanging on

Kirsty MacColl - A New England





  • Comments(3)//blog.sadeler.be/#post196

Flemish Computer Club (FCC) bestaat 35 jaar

dagblogPosted by Eddy De Saedeleer 16 Jan, 2019 12:28

Viering 35 jaar Flemish Computer Club.
(c) foto. Geert De Rycke (HLN) - Artikel: Het Laatste Nieuws.

Namiddag, traditionele nieuwjaarsreceptie in Lebbeke van de Flemish Computer Club. Al viel er deze keer iets meer te vieren dan de drie gelauwerden die de beste foto’s hadden ingestuurd. We bestaan immers dit jaar 35 jaar, en daar werden een paar glazen op gedronken. Champagne in speciaal daarvoor gekochte en van een FCC label voorziene glazen. Enkele oudgedienden van het bestuur doken op. Eddy I., ooit net als Marc V. en ik een van de ‘sysops’ ofte uitbaters van een bulletin board. Leuk om nog eens die filmpjes te zien voorbijkomen. Ikzelf in een versie zonder het minste grijze haar. Dat moet ik zien te pakken te krijgen: een document, waarop zelfs mijn eerste PC, een IBM, te bewonderen valt. Het ding kostte indertijd de slordige som van 65.000 oude Belgische franken. Rutger L., Luc van L., allen in piepversies van zichzelf doken op in de montage. Zelfs Camiel D. V., een van onze kranige oudjes kwam langs. We dronken nog wat na met ene Michel, die we in geen twintig jaar hadden gezien.

Herinneringen werden bovengehaald, zoals dat van die keer, dat we er uuuren over deden om doorheen een sneeuwnacht van Utrecht naar Dendermonde te bollen in een oude Mercedes met achterwielaandrijving. Het was de laatste keer dat Luc D. voor ons chauffeur speelde op onze tocht naar de HCC dagen in Utrecht.

Prille begin onder de vleugels van HCC.

Vijfendertig jaar geleden werd te Dendermonde een computerclub boven de doopvont gehouden. De eerste vijf jaar werd er vergaderd in kleine zaaltjes boven café ‘t Peirt, en in een heuse dancing, die op zaterdagnamiddag niet werd gebruikt op de Vlasmarkt. De met spiegels bezette palen in de dancing stonden vaak in de weg, om de sprekers te kunnen volgen. Minix was een van de van Unix afgeleide operating systemen waarover ooit werd onderwezen. Uiteindelijk verhuisden we een derde keer naar een zaaltje achter café ‘t Gangsken in de Dijkstraat. Het was daar dat er voor het eerste een Computer Dumpdag werd georganiseerd, wat niet in goede aarde viel bij het Antwerpse hoofdbestuur van HCC (de Hobby Computer Club). Onder meer dat, en het nooit krijgen van ook maar enig deel van het lidgeld dat nationaal diende betaald te worden, leidde er toe dat op een avond in september in 1989, gezellig zittend in de zeteltjes daar vooraan in ‘t Gangsken, een aantal leden, tussen pot en pint, het kranige besluit namen om uit de HCC te stappen, zelf een vzw op te richten en door te starten als Flemish Computer Club. In Antwerpen keken ze er naar, maar konden ze er weinig aan veranderen. (Later zal ik dit scenario in een totaal andere omgeving nogmaals beleven).


Naar een zelfstandige vzw.

Marc V. werd voorzitter, Johan Van E. werd penningmeester, en ondergetekende werd secretaris. Aangevuld met nog enkele andere bestuursleden, waaronder Eddy I en William De S. werd er drukt vergaderd, werden er statuten opgesteld, werden gebruikersgroepen (Games, Dos, Communicatie, enz...) in het leven geroepen. Met de lidgelden, werd wat materiaal gekocht, en maandelijks werd een tijdschrift op diskette uitgegeven. De FCC-schijf was geboren. Al snel kon je de club ook van thuis uit volgen. Dat wil zeggen, diegenen die in de begindagen al over een modem beschikten, en over een pc, met communicatiesoftware zoals Telix of Procomm konden inbellen op een van de drie Bulletin Boards die de club rijk was. PC-Tex, Devlonics, het zijn maar enkele merken die al snel inbouw modemkaarten op de markt brachten om daarmee te concurreren tegen de toenmalige RTT. De RTT beschikte enkel over verplicht te huren modems (onbetaalbaar voor de particulier), met klinkende namen als Daisy, Hyacynth, enz... Je zou gaan denken dat ‘Keeping Up Appeances’ daar haar ideeën haalde, voor de namen van haar hoofdfiguren in de onvolprezen serie die jaren later op de buis verscheen.

Maar zelfs de aan te kopen goedgekeurde modemkaarten waren te duur voor de amateur, die zich dan maar richtte naar enkele Aziatische landen die al snel de markt overspoelden met producten met de meeste exotische namen als daar waren bijv. Zyxel.

Dendermonde wijst de weg.

Het lijkt nu wel alsof het gisteren was, maar toen ik ooit in 1985 of daaromtrent de eerste keer een bezoek bracht aan ‘t Peirt, werd daar een nieuw programma gepresenteerd. Nog in volle DOS tijd, toonde men er een eerste rudimentaire versie van Windows. Een programma waarvoor je niet eens een grafische kaart nodig had. Gewoon met streepjes getekende kaders tonen hoe de toekomst er ooit zou uitzien. Omdat Microsoft in die dagen, achter de schermen, voor IBM aan een grafisch Operating systeem (OS/2) werkte, en het er niet naar uitzag dat Windows ooit meer dan een programma zou worden, laat staan een Operating Systeem, kwam die demonstratie niet zo erg spectaculair over als je wel zou kunnen denken. Wie zich een Hercules kaart kon aanschaffen om kort daarop een eerste tekening op zijn groen of bruin scherm van zijn cloon-pc te toveren, voelde zich al een hele piet.


Naar de Dijkstraat.

In ‘t Gangsken hebben we jaren geresideerd. eerst enkel de eerste zaterdag van elke maand, en later ook quasi elke maand minstens een avond tijdens de bestuursvergaderingen. Een aantal jaren liepen we dubbel met bijeenkomsten die we hielden in een van de klaslokalen van het technisch atheneum van het rijksonderwijs, ons bereidwillig ter beschikking gesteld door de directie van de school en een van de leraars informatica tevens bestuurslid, Johnny Van den A.

Er was maar een verplichting. Het lokaal elke zaterdag dat we er gebruik van maakten achterlaten zoals we het hadden gevonden, en zorgen dat al het licht was gedoofd om middernacht, vanwege afspraken met de patrouillerende rijkswacht. Wie er bij was, zal zich nog menige keer de race tegen de klok herinneren om alles op zijn plaats te krijgen, de toen nog zware pc’s te verkassen naar de auto’s, om tot slot uit te blazen in ‘t Gangsken of de Drei Klokken.

Naar een vast lokaal, waar we het Internet ontdekken.

De beste oplossing kwam enkele jaren later toen we de benedenverdieping van een huis konden huren voor een prikje. Eindelijk hadden we een vast lokaal, met eigen sleutels waar we konden komen en gaan naar believen. Niet alleen dat, het liet ook toe dat we materiaal, pc’s modems en servers vast konden installeren en ‘s nachts door laten werken. Na enkele jaren bleek dat we best af en toe het containerpark aandeden, om van overtollig materiaal verlost te geraken dat zich uit het niets leek op te stapelen in de achterste ruimte. Materiaal waarvan alleszins enkelen moeten gedacht hebben: “wie weet komt het ooit nog wel van pas”.

Het was in daar lokaal, dat we voor het eerste kennis maakten met het internet. Eric De C., op dat ogenblik student aan de Gentse Universiteit, belde in op een van de mainframes aldaar, zette in een dos-box een terminal vt100 sessie op en toonde ons dat er naast de bulletin boards een heel andere wereld bestond, waar je ook kon chatten of programma’s downloaden, door eenvoudigweg op een commando lijn opdrachten te typen. Ook in de Humo hadden ze het in die dagen over een netwerk dat de gehele wereld omspande, en dat quasi alle universiteiten en grote ict-bedrijven verbond. We stonden er bij en keken er naar. Niet zo lang daarna werd er samen met het weekblad Panorama een diskette verdeeld waarmee je op een eenvoudige wijze via een modem kon inbellen, via een toegangspunt, en in de wondere wereld van HTM terecht kwam. Het internet kreeg er plots een gezicht door. We kunnen ons nog nauwelijks voorstellen, hoe traag alles verliep, en hoe we de grafische pagina’s beeldje na beeldje zagen gevormd worden op onze schermen. De max was uiteindelijk wel, dat je kon ZIEN hoe alles in elkaar zat, en straffer nog dat je ZELF dergelijke pagina’s kon fabriceren. Wie ooit zelf programma’s had geschreven in de taal C, of in Pascal of Basic en al zijn opvolgers, en dus een beetje zicht had op hoe die wereld in elkaar zat, had er weinig moeite mee om ook de HTM Language aan te leren. Niemand kon toen voorzien, dat de gehele wereld ooit verbonden zou zijn, laat staan, dat we ooit permanent zouden verbonden worden met het Internet, en dat alles wat op communicatie gebied al was uitgevonden van onze computers zou verdwijnen. Dos, Procomm, Proboard, RBBS, X25 protocollen, ISDN, Videotex, Kermit, Crosstalk, PcTex, VT52 en VT100, protocollen gaande van Xmodem tot Zmodem, enz, enz. Al deze toestanden bepaalden op een of ander ogenblik ons leven. Waar is de tijd, dat ik zelf een aantal van deze toestanden samenbracht in een programma, Teledisk en Teledisk+, via hetwelk op een gegeven ogenblik enkele duizenden klanten hun bankzaken konden verrichten? Eerst door in te bellen op een Level 6 Honeywell Bull, en later door in te bellen op een Tandem Non-stop systeem. Bull, Tandem, allen werden ze in de loop van de tijd opgeslorpt, door vaak grotere concurrerende firma’s. Firma’s die zich eerst spelenderwijs op de PC markt begaven groeiden uit tot mastodonten, en slokten concurrenten op. Microsoft dat steevast voor het grote geld ging, beconcurreerde zijn eigen klanten, zoals IBM waarvoor het ooit een eerste Operating Systeem (DOS) mocht leveren, en zelfs later het nog veel betere OS/2 mocht schrijven, zij het toen al met hulp van IBLM zelf. Dankzij de groei van de particulieren markt waar plots iedereen aan de PC wou slaagde MS er in om vanaf de jaren negentig zijn programma Windows in de markt te zetten. Het logge IBM liet zich platwalsen, hernoemde zijn veel beter OS in Warp, maar vergat hierbij wel dat je ook aan klantenbinding moet doen. Dit resulteerde in een wereld, zoals we die nu kennen.

Leven zonder Microsoft.

Toch zijn er in de computerclub altijd mensen blijven geloven in een al even wondere wereld naast die van Microsoft. Ee,n wereld die bestond uit Apples, en andere Psions. Een evolutie waarvan we het einde nog niet gezien hebben. De PC-wereld is intussen voorbijgestreefd en we bedienen ons tegenwoordig van smartphones en tablets. Nooit gedacht dat ik ooit deze tekst zou typen op een Ipad-mini aan een cafétafeltje met een lekker bakje koffie.

Het leven in de computerclub kabbelde rustig verder. Modems werden vervangen door ISDN connecties, en nog later door rechtstreeks gekoppelde verbindingen. De snelheid van 300 of 1200 baud van de Daisy en Hyacynth modems kunnen we ons nauwelijks herinneren. Men vertelde ons in 1985, dat dit de hoogste snelheid was die ooit door een telefoonlijn zou kunnen gestuurd worden. En toch evolueerden we nadien van 1200 naar 2400, naar 9600, naar 14400, naar 28800, baud. En kijk vandaag krijgen we, en TV, en Internet binnen in onze huizen door diezelfde draden die toen ook al onder onze bloemenhoven door van de straat naar onze woningen liepen. OK, wat verderop heeft men de straten opengelegd om er glasvezel neer te poten, maar ook dat zal overbodig blijken, want zijn we nu al niet voor een groot stuk draadloos aan het werken? De zwaluwen hebben het geweten, want hun traditionele ‘september verzamel draden’ zijn quasi allemaal uit het landschap verdwenen. Niet overal.... check maar in bijvoorbeeld Wales.


Verder doen....

We kampeerden meer dan vijftien jaar in ons lokaal te Sint-Gillis, tot de tijd kwam, dat eenieder meer en meer van thuis uit zelf ‘surfte’ op dat wereld wijde web. Er werd wat minder vergaderd, en de nood aan een eigen lokaal verdween. We huren nu ons lokaal (in Denderbelle) en kunnen op die manier het vrijgekomen kapitaal gebruiken voor o.a. fotowedstrijden met schitterende prijzen, zoals ook dit jaar weer mocht blijken.

De Flemish Computer Club blijft een ankerpunt in het Dendermondse waar mensen, die even van de sociale media afwillen en face tot face willen babbelen altijd welkom zijn..... ook de volgende 35 jaar.

Proficiat en dankjewel aan het bestuur en de voorzitter om dit gedurende al die jaren mogelijk gemaakt te hebben.

Meer info nodig surf naar

www.flemishcomputerclub.be



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post195
« PreviousNext »