Sadeler's blog

Sadeler's blog

Sadeler's Blog

Geniet mee van, heden, verleden en toekomst.
--------------------------------------------------------
windmolens, Facebook
--------------------------------------------------------
Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval.

Somewhere over the rainbow

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 05 Oct, 2019 23:54

Zaterdag, 5 oktober

Vijfendertig jaar terug geworpen in de tijd. De setting, vandaag, is deze van de film The Big Chill, waar een aantal mensen samenkomen om afscheid te nemen van een vriend. Ze hebben elkaar een aantal jaren niet gezien. Met dit verschil: zij waren jong, en konden nog alle kanten op, wij zijn oud(er) en kijken vooral terug op wat geweest is. Het is hard om afscheid te nemen van iemand die daar al zeventien jaar lang mee bezig was.

Begin oktober 1984 vatte ik de tweede echte job van mijn leven aan. Nieuwe uitdagingen in een veranderende wereld. Wij zouden aan de mensen uit gaan leggen hoe je met een computer, eender dewelke, kon communiceren met een andere computer, ook al eender de welke, al was dat in eerste instantie langs onze kant de Level Six van Honeywell Bull. De afgelopen twee jaar had ik mij toegelegd op het vergaren van kennis over computers, en over de programmeer taal Basic. Het bedrijf was op zoek naar compjoeterspecialisten die iets meer kenden van deze nieuwe richtingen, en die wat minder geïnteresseerd waren in de mainframes van IBM. Een nieuwe uitdaging waarin we nagenoeg carte blanche kregen van de directie, als we er maar in slaagden om hetzelfde op poten te zetten als dat waar de concurrentie ook mee bezig was.

Na mijn eerste dagen wennen aan een spuuglelijke tafel, waar ik aan mocht zitten, want er diende nog een echte buro gezocht, en mijn kennismaking met een collega, die mij liet weten dat ik alles mocht doornemen van wat ik tegenkwam in een kast achter mij, waar de legplanken ontbraken en alle dossiers en handleidingen willekeurig gestapeld lagen. ‘Mocht je tijd hebben, leg alles dan wat op orde.’ Liet hij er nog op volgen, en weg was hij, op klantenbezoek. Van een sprong in het duister gesproken. Gelukkig mocht ik wat later in oktober ‘op stage’ naar Gent, waar ik enkele mensen leerde kennen, die ik vandaag opnieuw ontmoette, godbetert, aan de kerk te Ertvelde.

De overstap van een ‘binnendienst’ naar een ‘buitendienst’ en het beschikken over nagenoeg totale vrijheid, was een openbaring. In Gent trokken we ‘s middags naar het theater. Beter gezegd, naar café theater, waar we echte en glazen boterhammen tot ons namen. ‘s Namiddags togen we op klantenbezoek naar de Sidmar’s, Lotus’sen, en andere grote bedrijven uit de regio. Leren hoe je een Racal Milgo 26 LSI kon strappen. Het zijn dingen waar geen mens nu nog wat aan heeft, maar toen was het levensnoodzakelijk om dergelijke techniek onder de knie te krijgen. Ik leerde dat, en nog honderd andere dingen van de meester, waar we vandaag afscheid van namen. De directie zat niet stil, en de leermeester, muteerde vrij snel naar Brussel, om onze cel te versterken. We mochten onze kunstjes tonen aan onze kantoorhouders, en nieuw, ook tijdens handelsbeurzen en aanverwante. Gaston Geens, de toenmalige eerste minister van Vlaanderen, wat toen nog niet zo werd genoemd, had een paar jaar eerder Vlaanderen op de kaart gezet met ‘zijn’ derde industriële revolutie. Het hoogtepunt werd om de twee jaar georganiseerd tijdens een grote Flanders Technology beurs. In 1985 ging de beurs nog door in het Gentse Kuipke. De terreinen van Flanders Expo lagen nog braak te wezen, te wachten op een pausbezoek, om daarna snel omgevormd te worden tot het complex zoals we het nu nog kennen. In 1987 konden we Flanders Technology meemaken in de nieuwe gebouwen. Het is te zeggen, ongeveer in de nieuwe gebouwen, want ze waren al direct te klein, en wij stonden met onze minicomputer, de Level Six van Honeywell Bull in een bijgezette tent, waar ‘s morgens ongeveer tien centimeter water stond. Haardrogers en alerte collega’s zorgden er voor dat niemand wat merkte en het doorweekte computer bakbeest heeft daarna nog jarenlang gewerkt.

In België had de RTT (nu Proximus) het monopolie op alles wat met telecommunicatie had te maken. Enkel zij mochten modems verhuren (5000 frank per twee maand). Een toen nog jonge ex-marconist zag er brood in en importeerde in eerste instantie modems van het Engelse Racal Milgo en verkocht of verhuurde die door aan de RTT. Een paar jaar later bracht Telindus een eigen reeks modems op de markt, met dezelfde namen als deze die later werden gebruikt in Keeping Up Apperances: Daisy, Hyacynth, Iris, enz....

Bij Telindus volgden we cursussen om onze kennis te verruimen over X25, het pakketnetwerk, ISDN, het geflopte netwerkprotocol, en leerden we onderscheid te maken tussen de ISO standaarden die beschreven werden in het OSI model. Volgt u nog?

De concurrentie kwam op de markt met een betaalschijf, waarmee je zelf van in je bedrijf je betalingen kon doorsturen naar de bank, en omgekeerd je rekeningafschriften kon ophalen.

Het ontwerpen, bedenken, programmeren en in de markt zetten van dat telecommunicatie programma, blijft een mijlpaal in de geschiedenis van mijn tweede job.

Iedereen vind het normaal dat je tegenwoordig vanaf je smartphone je betalingen uitvoert, maar in de eerste helft van de jaren tachtig had je daar een mastodont van een computer, of een van die opkomende Personal Computers voor nodig. Kostprijs van zo’n ding lag om en bij de 450.000 Belgische franken, nu 11.250 euro. Geef toe dat de prijs van een Apple Iphone van net geen 1000 euro in vergelijking maar een peulschil is. En je spaart het milieu want je hoeft niet meer de auto in om naar je kantoor te rijden.

Geen haar op ons hoofd dat er toen aan dacht, welke niet te stoppen machine wij toen hebben in gang gezet. De derde industriële revolutie is iedereen al lang vergeten. Flanders Technology is enkel nog een vergeelde poster. De evolutie zal nooit meer stoppen, en zij die aan de basis lagen zullen allemaal op termijn tot stof en as weerkeren. Een belevenis (sic) waar we vandaag nog maar eens aan herinnerd werden.

Twee keer werden we voor Flanders Technology in het nieuw gestoken. Nieuwe das, nieuwe jas, het kon niet op. We hadden een stand verantwoordelijke die ons verzorgde. Allen in hetzelfde pak, wat de herkenbaarheid vergrootte, middagmalen in de beste restaurants in de buurt, een goedgevulde bar (enkel voor de klanten), en een dankfeestje achteraf. Geef toe de doorsnee kantoorfrik maakte dit niet mee.

Bij een van de gelegenheden waarbij wij een nieuw pak kregen aangemeten, kwam de kleermaker naar het bedrijf, om ‘de maat te nemen’. Zelf was ik toen op klantenbezoek, en werd mij opgedragen om later zelf even bij die kleermaker binnen te springen. Wat ik ook deed.... alleen in de verkeerd kleerwinkel. Gelukkig werd de fout op tijd vastgesteld. ‘Waar blijft die laatste man voor dat pak?’. ‘Hoe, niet geweest?’ ‘De maat werd wel genomen hé.’ ‘s Namiddags belde een blije stand verantwoordelijke mij op: ‘ Ze waren gelukkig nog niet aan het snijden’. Gered.

In de jaren tachtig vonden bedrijven het plots nodig dat hun personeel elkaar beter leerde kennen buiten de werkomgeving en voerden ze de human relations budgetten in. Duizend frank per persoon, om samen “iets” te doen. Louter besteden aan een etentje dat mocht niet. We bezochten de sterrenwacht in Grimbergen en wandelden door de Kalmthoutse Heide. In feite hadden wij die incentive niet eens nodig, want gezellig kletsen op restaurant hadden we zelf al een paar jaar eerder in gevoerd. Naar een Griek in Molenbeek, waarna ‘s nachts enkelen nog amper de weg naar huis vonden, of we maakten de buurt van Oudenaarde onveilig, ja we reden zelfs de grens over naar Nederland om er Indonesisch of was het Thais te proeven. Mooie herinneringen.

In de jaren die kwamen groeide ons initieel viertal uit tot een hele organisatie. Nieuwe producten kwamen er bij, zelfs helpdesken werden geïntroduceerd. Tot een directeur het nodig vond om, precies zoals in de politiek, het landschap te hertekenen, en elk zijn eigen weg ging. Maar het is op dagen zoals vandaag dat banden opnieuw worden aangehaald, en blauwdrukken voor een nieuwe toekomst tegen het licht worden gehouden.

Misschien wordt het morgen beter, maar het komt toch nooit goed, zeker wanneer er iemand minder is. Iemand die al zeventien jaar onderweg was, en nu het licht zal zien achter de regenboog.



  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post224

On the road again: Betws, Llanberis en Chester.

WalesPosted by Eddy De Saedeleer 27 Sep, 2019 18:48

Woensdag, 18 september

Wakker geworden om 10:30! Helemaal uitgeslapen.

Het is een stuk na de middag wanneer ik aanzet naar Llanberis. Veel te laat om nog het Snowdon pad op te wandelen. Deze keer ga ik voor een tea met een teacake in café The Heights, tegenover de Spar winkel, net voorbij de Honey tearoom, waar ik reeds zo vaak binnenliep. In het stationnetje maak ik nog mee hoe een vrouw ondersteund uit de trein wordt geholpen door een ouder echtpaar. Ze ziet zo wit als een doek, en kan nog amper wat mompelen. De stationschef roept er een ambulancier bij. Blijkt dat ze nog amper haar benen voelt, wel een soort van spasmen. Ze bleek te voet naar boven te zijn gewandeld en bij het afdalen met het treintje begijn het mis te lopen. Ze was helemaal verkleumd, en een dekentje was welkom. Uiteindelijk hebben ze haar in een rolstoel naar buiten gerold. Het doet mij denken aan de film die nog steeds wordt getoond in het toerisme kantoor in Betws en waar aan het einde wordt gezegd: ‘wees niet bang om op je stappen terug te keren: Don’t be a statistic’.

Wanneer ik tot bij het Slatemuseum rij, stel ik vast dat het winkeltje van Odyn Cop’r reeds gesloten is. Ik kom nog wel terug.

Nog wat inkopen bij Spar, een avondmaal bij de tent, en een koffie in de Stables, van waaruit ik probeer een bus te boeken voor onze uitstap op 28 dezer.


Donderdag, 19 september

Koude nacht, maar warme voormiddag. De maan die gisteravond nog in het zuidoosten zat is nu nog amper te zien in het noordwesten.

Rommelmarkt in de kerk in Betws. Twee postkaarten gekocht: eentje met Cranbrook Mill en een tweede met het grote waterwiel op het eiland Man.

Tijd voor een wandeling naar de samenvloeiing van de Llugwy en Conwy rivieren. Het bankje wacht. Tijd om te reflecteren over mijn kampeerverleden. Voer voor een latere blog bijdrage.

In Llanrwst is de kringwinkel deze keer wel open en aan de prijs van 0,25 pond per cd heb ik er al snel een stuk of tien in mijn pollen. Wat verder bij Barnardo’s zijn alle cd’s die ik er vorige week nog tegenkwam bijna allemaal weg. Nieuwe stock. Goed voor nog een extra stuk of acht. Mijn collectie Jools Holland, Katie Melua en Rod Stewart CD’s is nu wel behoorlijk aangevuld.

Van recenter popwerk in de UK wil ik wel eens proeven via een paar verzamelcd’s van het tv programma Cold Feet.

Tea en scone, vandaag in Trefriw in de woollen mill, en daarna een wandeling langs de Conwy. De tweede al vandaag. De koeien die ik er vorig jaar tegenkwam zijn dit jaar schapen geworden.

De tea cottage bij de brug in Llanrwst oogt mooi in de stilaan komende avondlijke, vooral heldere, lucht. Een uitgelezen moment om de Nikon nog even boven te halen.

In de Stables vind ik een plaatsje aan de zijkant tussen de twee wc’s, naast een tafel taterende ‘wives’. De wat gedecimeterde jazzband arriveert; de drummer zullen we nooit nog zien, en ik vernam dat ook de trompettist er niet bij zou zijn. De toetsenist was ook al niet de man die mijn t-shirt indertijd de max vond, maar een andere al wat oudere muzikant. Uiteraard swingde hun repertoire hierdoor toch wat minder, en lagen de nummers dichter bij de trad jazz van weleer.

De bandleider begroet mij vriendelijk. Die mannen vergeten hun ‘fans’ niet.

Geen boogiewoogie deze keer. Vermoedelijk zal het niet zo eenvoudig zijn om voor een dergelijke band nog nieuwkomers te vinden. Laat ons hopen. Weer geen prijs met de raffle tickets, en het bleef dus bij een pondje besteedt voor het goede doel. Tot volgend jaar.


Vrijdag, 20 september

Chester, wil ik dit jaar bezoeken op een vrijdag. Vermoedelijk iets minder druk dan op zaterdag. Maar daar geef ik niet echt om, want ik maak toch ook deze keer weer mijn klassieke wandeling doorheen het rechte Romeinse stratenpatroon van de oude stad Deva. Via Park & Ride wordt ik netjes afgeleverd beneden aan de ‘rows’, vanwaar mijn tocht langs de diverse winkels start. Bij Oxfam zijn ze aan het renoveren. Net voor ik aankom bij de overdekte markt, vertrekt op het centrale plein waar je de bib en het toerisme kantoor kan bezoeken een optocht jongeren die betogen voor een beter klimaat. Een hele troep, die blijkbaar de oproep volgt om in alle steden tegelijk op straat te komen. Proficiat, alleen al omdat de schoolbetogingen toch niet zijn stilgevallen na de vakantie. Voor het nageslacht, en facebook, leg ik ze vast op digitale pelicule.

Het valt mij op dat in de overdekte markt toch weer wat klassieke kramen met kledingstoffen en zowaar zelfs voeding zijn verdwenen. Daar waar vroeger in de nissen aan de zijkanten van de markt heel wat Bric-à-brac winkeltjes zaten zie je nu tearooms in de plaats komen. In het midden zit nu een jonge gast met een uitgebreide stand met boeken, vinyl, cd’s en dvd’s. Hij houdt amper zijn shop in de gaten, terwijl hij socialiseert met andere standhouders. Er worden ook daar echte dumpingprijzen gehanteerd. Een recente Eagles dubbel CD voor 1 pondje is echt geen geld.

Ik loop ‘Frodhamstreet’ in waar zich letterlijk bijna de ene kringwinkel naast de andere bevindt.

Clapton en Dylan liggen er voor het grijpen. Nashville Skyline, die ontbrak nog in mijn collectie. Voor een ander pond wil ik wel Meatloaf’s ‘Bat out of hell’ versie 3 uitproberen. Net als een cd single van Katie Melua waarop ze samen zingt met Eva Cassidy. Loop je de straat uit, het brugje over, voorbij het nieuwe lijnbus complex, een plaats waar ik vroeger altijd parkeerde, arriveer je zo in Hoole Road. De enige straat waar je nog een voortreffelijke tweedehands platen shop treft. De eigenaar herkent mij direct, en rond zijn prijs wat af naar beneden, wanneer ik mijn zilveren kleinoden voorleg: ‘Roy Harper, Paul Jones, The Moody Blues en Miles Davis met John McLaughlin op gitaar’.

Tussendoor liep ik Sint Peter’s Church in voor thee met een thee-koek . De kerk is enigszins aangepast. Bij het binnenkomen loop je nu langs het ‘echte goddelijke’ gedeelte ingericht als kapel. Het vroegere deel van de kerk dat tot vorig jaar nog door de echte kerkgemeente werd gebruikt is nu omgevormd tot een theaterzaaltje. Het is daar dat een ‘Ludwig’ drumstel staat opgesteld, wachtend op wat komen zal.

Ik maak kennis met een van de vrouwen die zich met de bezoekers, en ook de thee en koekjes ledig houdt. Wil ze mij overtuigen om tot hun kerkgemeenschap toe te treden? Niet echt, wanneer ze hoort dat ik van ‘nearby Brussels’ kom. We babbelen over de leegloop van kerken en het hergebruik ervan. Iets wat in ons land niet echt van de grond komt. In het gesprek laat ze mij verstaan dat mijn Engels er best mee doorkan. Het besef hoe weinig talen zij zelf kennen zal hier zeker meespelen. Ik vertel haar dat dit 55 jaar geleden al startte met de liedjes van de Beatles. En uiteraard mede dankzij de vele Engelstalige films in cinema en op tv, die wij absorbeerden in de originele, meestal Engelstalige versies, met ondertiteling in plaats van gedubde versies zoals in Frankrijk of Duitsland. Alleen begrijp ik nog altijd niet waarom de meeste Nederlanders Engels praten met een afschuwelijk accent. ‘Wizz an akseint.....’ “Ben ik al ooit in Liverpool geweest?” vraagt ze mij. “Oh jawel” knik ik. Er blijkt de laatste vijf jaar veel veranderd. Dat verhaal hoor ik nu al sinds 1981, en het zal wel kloppen dat er architecturaal van de gewone huizen uit de Beatlestijd van ‘55 tot ‘65 geen steen meer op een andere staat. Zelfs in het behouden Beatles hart van de pool werd de Cavern lichtjes verplaatst, ook al oogt het allemaal authentiek, en trad McCartney zelfs op in de nieuwe locatie met David Gilmour aan zijn zij. Het museum in Albert Dock is uiteraard helemaal nieuw, want in de dokken naast Pier Head werd in die tijd wel andere arbeid verricht, dan plaatjes tonen. “Wij gingen uit in de cafés waar zij kwamen, en het waren niet alleen de Beatles hoor. Er waren er wel meer.” Ik kon enkel maar denken: “Lap weer eentje die er bij was, toen wij nog veel te klein waren.” Ook al schatte ik haar leeftijd nu niet direct zo hoog als die van bijv. Ringo Starr.

“De kerk is hier dus nog wel levend, alleen op een andere manier” besloot ze. Ik dronk mijn tea, en nam een beet van mijn teacake. De ecclescake is voor later op de middag, wanneer mogelijks een hongertje toeslaat.

Bij HMV hoef ik niet meer langs te gaan, want de winkel is verdwenen. HMV was toch wel een van de laatste grote ketens waar CD’s aan de man werden gebracht. Zou het kloppen wat Roen Hetzwoen via facebook postte, dat ‘de drie grote’ er over nadenken om enkel nog muziek te verkopen via download, en streaming? Sony en Universal beheersen nu al, dankzij de nodige overnames, quasi de gehele markt. Pak daar nog Apple bij die mee van de taart eet, en het begint er voor Spotify lelijk uit te zien. En niet enkel voor streamingdienst, maar evenzeer voor kleiner platenzaken. En hoe zit het bij ons met Fnac en Mediamarkt, de grotere afzettingen voor fysieke cd’s?

Dan maar enkele tijdschriften bij WHSmith, waar ze in de kelder ook al aan outlet doen. Bij Starbucks neem ik een kleine koffie. Die bakken koffie zijn op zich nog groter dan twee normale tassen van bij ons. Veel koffie voor weinig geld, al kennen ze er in de Stables ook wat van. Vorig jaar 1,95 en dit jaar 2,5 pond voor een bakje troost. Is de koffieoogst mislukt? Never mind, I’ll stick to tea...

De bus voert mij terug naar de P&R, vanwaar ik met de auto de stad inrij. Parkeren bij Iceland shopping, waar ik vorig jaar wegkwam zonder ticket te nemen, moet ook nu weer lukken. Bij het kruis voor Sint Peters geniet ik nog van enkele busker muziekjes van een of ander van huis weggelopen zeventienjarig grietje. Bij Witherspoons is het ‘Friday Battered Fish Evening’. Friet met haddock en een drankje naar keuze voor 7,79. De franse merlot smaakt.

Het is even voor elf wanneer ik na een kleine 100 km het camping terrein oprij.




  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post223

On the road again: old cities

WalesPosted by Eddy De Saedeleer 18 Sep, 2019 16:59

Maandag, 16 september

Bedgelert

Ochtend op de campsite. Aan elk grassprietje hangt nog een bolletje regen. In de vallei dampen de bomen, onder de opkomende warmte. De vogels fluiten na een nachtje regen. Gisteravond was er enkel een uil te horen die de nachtelijke stilte verscheurde met zijn oehoe.

Af en toe probeert de zon door het nu nog grauwe wolkendek te breken. In het zuiden ziet het er nu al beter uit.

Namiddag op een bank achterin op het kerkhof van Beddgelert. Over de ‘dry stonewall’ het met losse stenen opgebouwde muurtje rond het kerkhof, zie ik mensen af en aan wandelen richting ‘Gelert’s Grave’. Dit is gewoon te gek. Hoeveel mensen van overal ter wereld komen hier jaarlijks voor een verhaal dat niet eens echt is, maar pakweg honderd jaar geleden uit de pen van een of andere schoolmeester kwam. Het is een mooi verhaal en bovenal een goed verhaal over perceptie. Mocht iedere bezoeker die hier komt de dubbele bodem er van zien, de wereld zou er een stuk op vooruitgaan. In het register in de kerk zijn sedert mijn laatste bezoek in september vorig jaar op zijn minst 1000 registraties bijgekomen. Dit is fenomenaal, wanneer je bedenkt, dat dit toch ook maar een bergdorp is zoals er wel meer zijn in de omtrek. Er zijn de cafés, tearooms, toeristenwinkeltjes, naast het feit dat je hier langs de kabbelende rivier uren kan wandelen, en wat verderop zelfs ondergronds kan gaan.

Vooral de waanzinnige rust hier op dit bankje is aantrekkelijk, en trekt mij steeds weer opnieuw en opnieuw aan. Het kerkhof met zijn vele staande zerken, sommige eeuwenoud, is de laatste rustplaats van heel wat Jones’sen. Soms denk je dat iedereen in Wales Jones heet. Al liggen er ook een aantal Roberts’en tussen. Sommigen afkomstig uit plaatsen waarbij je alleen al bij het stillezen de neiging hebt om er je tong over te breken. Rhyd-Ddu ligt hier niet zo ver vandaan. De Snowdon bergen krijgen vandaag het eerste echte zonlicht te verwerken. De dag begon grijs, en de temperatuur schommelt rond de 15 graden, zal de lokale Frank DB hier zeker hebben verteld aan de lokale bevolking. De lucht kleurt blauw. De Ierse zee is vermoedelijk moe en voldaan gestopt met wolkenproductie.

Net nog in de toerist info een folder meegenomen waarop wordt uitgelegd aan de hand van een kaartje waar je de donkerste plekjes van Noord Wales nog kan vinden. NOS, dark skies partnership. Een vereniging ter protectie van de donkere hemel. Welshtaligen kunnen terecht op #AchubYrAwyr, maar wij kunnen ook terecht op #SaveOurSkies. In Betws-Y-Coed alleen al worden drie verschillende locaties opgegeven.

Tijd voor een bosbessenwandeling langs de rivier, want over een dik uur vervalt mijn parkeerticket.


Dinsdag, 17 september

Bala Machynlith

Blauwe lucht bezaaid met witte wolkjes tijdens het ontbijt. Ik krijg zoals zo vaak hier opnieuw gezelschap van enkele wespen. Eerst eentje, waar ik wat ga weg bewegingen naar maak. Naar ik vernam kun je dat beter niet doen, want dan begint die ene signalen uit te sturen om de anderen te roepen. En dat klopte ook weer deze morgen. Wat ik mij wel afvraag is het volgende: vanwaar komen die wespen? Ze leven toch in van die hangende nesten bij elkaar, of ergens in een holte in een boom of zo? Hoe dicht zitten ze hier, of beter hoe ver hier vandaan? Ze herkennen in ieder geval de geur van jam, en het uitnodigen van hun vriendjes nam ook al niet veel tijd in beslag. Vermoedelijk communiceren ze over toch wel grote afstanden. In mijn kindertijd kropen ze met honderden tegelijk over de koekenkramen op de dinsdagmarkt te Lede. Op alle koeken zat het vol met die engerds. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat die niet allemaal dicht bij de markt zaten te wachten op de volgende dinsdag. Een raadsel zal ik het dan maar noemen, tot iemand mij hierover iets meer kan vertellen.

In Bala is er niet veel veranderd in een jaar tijd. Enkel de man die er aan de rechterkant van de straat zat met een huis volgestouwde rommel en ook wat lp’s is verhuisd naar de linkerkant van de straat, waar hij nu in een .... oude leegstaande kerk huist.

McCartney, Eva Cassidy twee maal en Kathrin Jenkins liggen er voor het grijpen, bijna voor niets in enkele Cancer research winkeltjes.

Tweedehands cd’s worden hier precies overal in prijs verlaagd. Leuk, maar uiteindelijk geen goede zaak, wanneer er geen geld meer aan te verdienen valt. Facebook vertelde mij via Roen Hetzwoen dat de bib van Geraardsbergen 10.000 cd’s heeft gedumpt. Gedaan met cd’s ontlenen, want blijkbaar ontleende niemand ze nog.

In Machinlith zit een vrij goede boekenwinkel waar ik elke keer enkele schatten op de kop tik. Dit keer een molenboek van ene Moon over de lamineer bekende regio Rutland. Twee interessante muziekboeken, allebei over geschiedenis van enerzijds acid folk en anderzijds algemene muziekgeschiedenis van de UK. De schrijver toerde door heel het land, en praatte met jan en alleman over muziek, ook bekendere muzikanten.

Tijd voor tea en scone met jam.

In een BRIC a brac zaak, pal nevens de ijzerwinkel waar Robert Plant al eens durft buitenwndelen met een strijkplank onder de arm, vind ik nog een Franky McBryde lp: Five little fingers. Voor mij een cultplaat. Waar is de tijd dat we ‘s nachts huiswaarts reden van de Nieuwerkerkse Las Vergas, en Five little fingers brulden in de warme zomerse nacht?

Voor het eten nog een avondwandeling langs het golfterrein bij Betws.


  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post222

On the road again: land of song.

WalesPosted by Eddy De Saedeleer 16 Sep, 2019 22:50

Vrijdag, 13 september.

De witte klippen van Dover waren bijzonder duidelijk te zien van op de boot, in de haven van Calais. Nog nooit waren ze zo duidelijk te zien tijdens een van mijn vele overtochten. De lucht is grijs. De motregen waar ik onderweg doorreed heeft opgehouden. We naderen de klippen. Je kan nu reeds de bebouwing te Dover onderscheiden. Intussen weerkaatst de zon op de krijtwanden. De wolken zijn stilaan lichtgrijs geworden, en hier en daar zie je tussen de wolkenslierten de blauwe lucht. Dit belooft een mooie reisdag te worden.

Tussen Jabbeke en Gistel een paar minuten vertraging, bij het ritsen naar een rijstrook. De E40 krijgt er en nieuwe deklaag. Geen probleem om op deze vrijdag de dertiende zonder verdere problemen de boot van 10:45 te halen. De douane en border control neemt een klein kwartiertje in beslag. Deze keer geen extra controle van valiezen. Het kleine extra kantoortje leek mij zelfs opnieuw verdwenen. Geloven ze nu al niet meer in Boris en de Brexit?

Ik profiteer van het mooie uitzicht op het buitenterras achterop de boot. Bij het vertrek keert de boot, wat toch een klein kwartier in beslag neemt. Waarom heeft een RORO boot een voor en een achterkant, en vaart die niet zoals een kleine veerboot heen en weer, zonder te keren?

Net voor de witte klippen komt een DFDS boot aan. Ooit heb ik gezworen om nooit met Townshend Thoresen de overtocht te maken. In die tijd kon je makkelijk voor het Zweedse Sealink of het franse Seafrance kiezen. Tegenwoordig, en dat na talrijke fusies, valt er enkel nog te kiezen tussen DFDS en POSL (P&O Stena Line). Stena nam ooit Sealink over en P&O werd de nieuwe naam om snel het Zeebrugse avontuur van Townshend te platen vergeten. De veiligheid is er op vooruitgegaan, en de zee tussen Calais en Dover is een stuk kalmer. Al blijven RORO schepen behoorlijk gevaarlijk wanneer het op kapseizen aankomt.

Nergens vallen kleine bootjes te bespeuren met mogelijke illegalen. Die nemen waarschijnlijk een iets minder “drukke” route, waar ook wat minder kustwacht patrouilleert.

Wat meer naar rechts van de haven doemt het kasteel van Dover op.

Het is nu bijna vijf voor twaalf, of beter vijf voor elf lokale tijd. Nog ongeveer acht uur om verder te karren naar Betws-Y-Coed. Een slordige 550 km , voornamelijk snelwegen, behalve de laatste 45 kilometer, vanaf Llangollen. M20, M26, M25, M40, M42, M6, M54, A5. Het lijken de cijfers van de lotto. Vijftig jaar geleden zou dat nog de M2, North Circular Road, A5 geweest zijn, en zou je er meer dan een dag over gedaan hebben.

Een eerste traditionele stop langs de M25, waar ik bij Starbucks mijn mails wil checken, bij een koffie.

Ik neem nagenoeg dezelfde weg dan deze die ik vorige zomer nam. Ik zal er uiteindelijk bijna een uur langer over doen. Omdat het vrijdag is, en het vorig jaar dinsdag was? Wie zal het zeggen.

Het wordt moeilijker en moeilijker om fileloos langs Birmingham te bollen via de M6.

Maar de eerste vertraging zat al op de identieke plaats waar het ook toen misloop. Tussen Cobham en Heathrow kan de M25 de af- en aanvoer vanuit de aansluitende snelwegen M3 en M4 niet meer slikken. Mogelijks heeft dit ook iets vandoen met het feit dat binnen de M25 het nu een Low Emission Zone is geworden, en daardoor mer gebruik wordt gemaakt van de Londen Orbital zoals deze M25 ook bekend staat.

Een kort kilometerverslag:

11:30 Dover naar begin begin M20 bij de Channeltunnel: 13 minuten

12:30 afslag naar de M26 47 minuten 80 kilometer afgelegd

13:15 Cobham Services stop 45 minuten 60 kilometer gereden

14:15 Cobham Services vertrek.

15:20 M40 65 minuten gereden 37 km afgelegd !!!

16:55 ter hoogte afslag Stratford gereden 120 km 95 minuten gereden.

17:30 M6 gereden 34 km 35 minuten gereden vertraagd verkeer

18:03 M54 32 km afgelegd 33 minuten gereden. Nog 150 km te gaan

18:30 A5 grens zicht op de bergen 40 km afgelegd, 27 minuten gereden.

19:13 A5 grens met Wales Wrexam 50 km afgelegd, 43 minuten gereden

20:10 A5 Betws-Y-Coed aankomst 60 km afgelegd 57 minuten gereden.

Totaal km Dover- Betws 696 - 183 = 513 km duurtijd: 105 + 160 + 68 + 127 = 460 = 7 uur en 40 minuten + stop van 1 uur. Een gemiddelde van ongeveer 65 km/uur

Zaterdag, 14 september


Het is even voor vier. Bij de rivier is het in Llanwrst net wat koeler dan deze voormiddag op de Rhynis campsite. Het beetje wind duwt de zogenaamde gevoelstemperatuur wat naar beneden. In het theehuisje ‘Tu Hwynt i’r Bont’ bij de eeuwenoude brug groeit de klimpop nog weelderig op de buitenmuren. Hier en daar beginnen de rode herfstkleuren zich te tonen. Op de bankjes zitten mensen terwijl ze hun honden uit laten. Llanwrst is nog een van die kleinere gemeenten waar men aan tradities vasthoudt. Op zaterdag zijn om een uur de meeste winkels hier gesloten. Bij Bernardo’s dumpen ze hun cd- en dvd’s aan vier voor een pond.

Aan de overkant van de brug staat het hoekhuis nu al jaren in de steigers. Om het uitzicht toch enigszins te verfraaien hangt er nu een spandoek van zowaar tien bij tien meter aan de stellingen, met een beeltenis van een Welshe prins die hier begraven ligt in de kerk. Regelmatig staan op de smalle brug auto’s neus aan neus. Had ik het zelf ook nog net voor. Iemand moet dan het initiatief nemen om achteruit te rijden. Ik had geluk, en stond vermoedelijk neus aan neus met een non-Brexitier, want hij gaf mij voorrang.

Het water van de Conwy rivier kabbelt rustig verder richting Conwy stad, waar het zich nog net in de Dee rivier gooit vooraleer te eindigen in de Ierse zee. Aan de overkant tuurt een koppel zwanen naar het water, belust op zalm of forel.

Daar gaat er net weer eentje in zijn achteruit de brug af. Of ik hier het vakantiegevoel terugvind?

Veeleer het gevel van weer thuis te zijn op bekend terrein. Te genieten op een van mijn banken aan de waterkant. Ik lees nog wat verder in de net gekochte Sunday Times Bestseller: Ronnie. Het levensverhaal van Ron Wood.

Wat later in Betws-Y-Coed bij die andere brug loopt het leeg, daar waar het nu al enkele jaren verboden is om van de brug te springen.

Zaterdagavond en het is druk in de Stables. Even zoeken naar een tafeltje met nummer, want dat heb je nodig wanneer je aan de bar eten bestelt. 23 wordt het. Pizza margeritha met extra topping en een ‘pint of bitter’.

Ik check mijn mails. Aan het andere end van de zaak is er voetbal op TV.


Zondag, 15 september

Naar Llangollen. In de ochtend, zat het nog mee. Minder wind, en vooral droog. Dat alles bij een aangenaam temperatuurtje. Ik kon niet direct iets googelen, in de buurt waar het aangenaam toeven zou zijn op deze ‘Open doors’ dag. Hier houden ze in september elke weekend enige deuren open. OMD is hier een OMM ofte Open monumenten maand. Niet dat al deze monumenten elk weekend opendeuren. Het is alleen leuker omdat je keuze om iets te bezoeken groter wordt. Omdat je niet op een en dezelfde dag van hot naar her heft te rossen.

Maar ik vind dus niets wat ik zou willen bezoeken. Dus wordt het een dagje Llangollen. En dat bleek geen slechte keuze, want het heeft nagenoeg de ganse dag gemiezerd. Dus werd het kringwinkelen, een bezoekje aan de boekenzolder, en op zoek naar nog onontgonnen winkeltjes. En dat trof, want net over de brug, voorbij het stationnetje, staat een oude kerk, volgestouwd, met de grootste rommel die je maar kan bedenken. In de hoek achteraan heeft de man een vinylcorner ingericht. Oude bureelladen met een massa lp’s en al evenveel single plaatjes. Door die laatste ben ik in sneltempo doorgegaan, vanwege de massa plaatjes in gewone hoesjes. Dat was gebruikelijk hier. Niet te verwonderen dus dat er verschillende Beatlesplaatjes tussenzitten aan 3 pond, maar dus zonder hoesje. Wel in goede staat. Ik opteer voor twee albums van Justin Hayward. Daarmee maak ik dan het feit goed, dat ik de 23ste niet naar zijn concert kan gaan.

Vanwege het slechte weer is het druk in het watermolen café. Enkel wie een tafel reserveerde om te eten, werd nog toegelaten.

Dan maar iets vroeger naar Betws waar deze avond om acht uur de leden van een mannenkoor alle registers opentrekken.

  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post221

TIMS: Keep on rockin’ in the free world.

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 01 Sep, 2019 16:53

Zaterdag, 31 augustus

Met een afgeslankte groep rijden we terug richting Berlijn, naar het Parkhotel voor een laatste nacht. We hebben nog een rit van 300 km voor de boeg, met een korte pitstop voor wie een koffie wil, of wat anders. Onderweg dropten we nog Tom en Betsy en het jonge veulen Amey, die voor mij uitzocht hoe ik met een vrachtschip volgend jaar in Boston Massachussetts kan geraken voor de Spoom bijeenkomst. No airplanes for me.

Het is even voor een wanneer we inchecken. Het is te zeggen: onze geboekte kamers zijn pas vrij vanaf drie uur. Je bagage in bewaring geven kost 6 euro. Ik leg 15 euro op en krijg onmiddellijk een vrije kamer ‘a room with a view’ op die bolpiloon van de rundfunk. Afwachten of dit vanavond een spectaculair zicht zal geven.

Het is bij drie wanneer ik afdaal uit mijn ‘room with a view’ op de achtentwintigste verdieping, en buiten is het net nog twee graden warmer. Heter eigenlijk. Via de Alexanderplatz wandel ik richting antiek en kunstmarkt naast de Spree. Een kraam met boeken en platen, waar enkel een album van Suzy Quattro mijn interesse opwekt. Opgenomen met de mannen van indertijd Bolland en Bolland. Ik laat ze, te moeilijk om mee te zeulen. De resterende stukken van de muur liggen niet in deze buurt, maar aan het Ost station. Zal voor een andere keer zijn. Genieten op een bankje in het park waar de mussen mij gezelschap komen houden. Ik merk verschillende mensen met trolleys en draagtassen die op zoek zijn naar lege flessen. Ze ogen niet als clochards. Sommigen zijn nog jong, anderen hebben al wat jaren achter de rug. Overleven? Hoe doen ze het in de winter?

Veel vreemdelingen heb ik hier nog niet gezien, en de buitenlanders zijn aan het werk, en spreken Duits. Kortom geïntegreerd. Stilaan begin ik ook Lou Reed en Bowie te begrijpen die Berlijn zoveel jaren eerder ontdekten. Het is een enorme stad, en toch weer gemoedelijk. Ik kan ze enkel met Lviv vergelijken. Totaal anders dan bijvoorbeeld Brussel.

Ik ken geen andere stad met zoveel groen en parken. Overal zie je jonge mensen op steps, die je overal geparkeerd ziet staan. Ik heb ze niet geprobeerd, maar het zou werken op basis van een app die je moet downloaden en waarmee je die dingen aan de waggel krijgt. Na meer dan vijftig jaar werkt het witte fietsenplan van de Amsterdamse provo’s echt.

Ik zoek een pizzeria op gelegen aan een pleintje bij de Hackescher Markt.

Vanavond nog een drankje in het hotel om af te sluiten. Morgen om halftien hotel uitchecken en van Alexanderplatz naar de Hauptbahnhof sporen, waar om 10:50 de ICE trein naar Köln wacht.

Toch nog even binnengelopen bij Saturn. Even checken of het hier wel echt goedkoper is. Oh lala hier hebben ze de USB nog met speciale plug voor de Ipad of iPhone. Niet laten liggen deze buitenkans.

Ik bestel in de bar van het hotel een Berliner Weiss in de veronderstelling dat dit een Berlijns witbiertje is, maar ik krijg een groen schuimende drank in een groot kuip glas , met strootje. Smaakt zoet, en is waarschijnlijk!jk witte wijn gemengd met bier of zo. Ik heb tijd, en luister naar de jazzy zangeres achter de piano.


Zondag, 1 september

Te vroeg wakker geworden. Ik regel de hotelrekening inclusief mijn ‘room with a vieuw’, en wandel voor de laatste keer over Berlin Alexanderplatz naar het gelijknamige station, vanwaar ik met twee tussenstops Berlin Hauptbahnhof bereik. Voor de tweede keer wordt ik geconfronteerd met RTFM. Nodig om te weten te komen hoe ik mijn gereserveerde zitje in de trein kan vinden. Ik word zowaar een kenner van het treinbestel. Gisteren ook al googel nodig, om uit te vissen hoe dat verrekte nesspreso machientje op de kamer werkte.

Intussen rijden we ergens tussen Aachen en Luik, op weg naar de trein van iets voor zes uur, die mij ‘hopelijk’ zonder vertraging tot in het verre Lee brengt.

Ik realiseer mij dat ik in de laatste veertig jaar van mijn leven nog nooit drie weken aan een stuk autoloos ben geweest.


Besluit: het was weer al eens de moeite waard. Oost-Duitsland en Zittau vielen mee. Berlijn is een stad om naar terug te keren. Ik kan alleen maar besluiten met: Keep on rockin’ in the free world.




  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post220

TIMS: Symposium Post-Tour: If I had a hammer

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 31 Aug, 2019 22:33

Vrijdag, 30 augustus

Voor de eerste molen, en tevens de laatste windmolen op ons programma, reden we meer dan een uur richting Hanover. Bij een drukke baan stond deze Engels aandoende molen met zelfzwichting. De molen binnenin bevatte een collectie motoren die diverse toestellen aandreven. Men probeerde nog even om de molen te laten draaien met de wind, door de vang te lichten, maar gezien de molen niet echt in de goede windrichting stond kwam er niets van in huis. Wat dan weer positief nieuws was voor wie wat langer in de kap wou rondkijken. In de kap hadden ze een bijzonder merkwaardige wipstok. Op het eerste zicht een metalen buis, maar bij nader toezien ontdekte Kate er een deurtje in, en bleek het om een deel van een lantaarnpaal te gaan. We waren gewaarschuwd dat we hier een en ander zouden aantreffen, wat ongewoon is in molens. Bleek ook dat men de molen een tijd geleden had geteerd en dat men het er na een interpellatie van erfgoed beheer, terug moest afhalen. Nadien zorgden Eternit platen aan de buitenmuur voor teveel vocht op de muren, en dus kwamen er houten schaliën voor in de plaats. Binnenin troffen we op het gelijkvloers een aantal zwartgeblakerde balken aan. Resultaat van een brand(je) dat onvermeld bleef. De molen heeft een ijzeren koning. Voor de leek: een spil die doorloopt van bij het kroonwiel boven bij het vangwiel, tot beneden en waar spoorwielen aan bevestigd kunnen zijn, die dan op hun beurt steenkoppels aandrijven. Foto’s genomen in de kap, waar de vangbalk, zeer dicht tegen het vangwiel hing, een eind weg van de sabel. Toch gaf dit geen problemen bij het optrekken van de vang.

Nog heel even snel naar boven waar ik zag dat Tom het luik bij de windvaan achterop had opengekregen. Afscheid genomen van de molenkat die hier normaal niet zoveel volk te zien krijgt. In het kippenhok gaan de kippen op stok, op de steel van een oude hark. De hark hangt er nog aan. Inventief zijn ze hier dus wel. Harken en oude lantaarnpalen komen hier goed van pas.

Vervolgens togen we naar een maalderij gebouw van enige omvang, dat duidelijk buiten gebruik was. Je kon zien dat ze hier gisteren nog de vloer hadden geveegd. Het stof op de kettingen zagen ze waarschijnlijk niet. Verschillende verdiepingen met vooral veel pijpen, cilindermolen en plansichters. Buiten was er nog een oud waterwiel uit lang vervlogen tijden, dat vanuit een venster best te fotograferen viel. We geraakten zelfs boven op de vervallen sluis die ooit de watertoevoer regelde. Voor mij was dit vooral een maalderij waar behoorlijk wat artistieke foto’s te maken waren. Deed mij overigens ook wat denken aan die molen in Hongarije vier jaar geleden, die er wel veel beter aan toe was. Deze omgeving zal niet direct herleven. In de buurt stond nog een wat overhellende hoge schoorsteen. Op een ander gebouw dat we niet bezochten was de voorkant geheel uitgerust met golfplaten.

We lunchten op de weg naar Hamelen. Helaas zagen we geen fluitspelende bard met ganzen, gevolgd door een troep kinderen.

Tijd voor een echte vegetarische lunch, compleet met paddestoelen. Vannacht wordt het een droomnacht.

Er bleven nog twee op wandelafstand van elkaar liggen de smederijen over. Een oude smidse waar je nog een waterwiel zag, maar waar de smidse niet meer in gebruik was, en een nieuwere zonder waterwiel, die uitgerust was als museum.

Omdat we wat te vroeg waren wandelden we eerst een kwartiertje langs een smalle weg waar blauwe pruimen en braambessen langs de kant groeiden, tot bij de oude smidse. Een replica opstelling van een nokkenas die een hamer aandreef was er te zien. Verder een serie oude foto’s uit lang vervlogen tijden.

We wandelden de achthonderd meter terug naar de museumsite bij de nieuwere molen, waar we uitleg kregen door man die misschien minder technisch was, maar die de Engelse taal dan weer uitstekend beheerste.

Er werd een film getoond, waar de laatste molenaar/smid uitleg gaf bij het vervaardigen van spades uit een stuk. De film stak zeer goed in elkaar, omdat hij oorspronkelijk bedoeld was om het ambt door te geven aan jongere geïnteresseerden voor dit vak. Rudiger had intussen het vuur opgepookt en demonstreerde de werking van de hamers. Een roodgloeiend stuk metaal kreeg een aantal ‘slagen’ te verwerken. Helaas was er onvoldoende tijd om deze staaf om te vormen tot een werktuig.


‘s Avonds in het hotel was het druk, waardoor het wat moeilijker was om, bij een lekkere pint, in groep na te genieten van deze post-tour.


  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post219

TIMS Symposium: Post-tour: Vijf molens

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 31 Aug, 2019 16:51

Donderdag, 29 augustus

Vijf molens op het programma. Er wordt gestart om acht uur. Anderhalf uur rijden naar de eerst molen, doorheen enkele hevige stortbuien. Voor de namiddag werd zonnig weer beloofd. Dus hopelijk kunnen de regenjasjes weer snel worden opgeborgen. Eerste stop bij een paltrok molen waar Rudiger samen met een groepje molenaars, actief is. De blauwgekleurde wieken, uitgerust met shutters staan stil. We krijgen een demonstratie elektrisch malen. Ooit was er een bijgebouwtje met stoommachine die de molen via de kelder langs onder aandreef.

Sinds gisteren werden ook hier in de streek de molenaars toegevoegd aan het Unesco immaterieel erfgoed. Een aanvraag die pas in oktober werd ingeleid. En als ik dan bedenk welke molenaars we al zagen en die we nog te zien zullen krijgen, dan zit er iets duidelijk mis bij ons. Onmiddellijke actie is nodig.

We rijden in een richting waar we een staakmolen zullen treffen. De molen is al meer van het westerse type zoals de staakmolens van bij ons. Toch zit er binnenin altijd wel iets anders. Ook hier. De molen is opgezeild en hij draait zijn rondjes. Behoorlijk traag, want er zitten geen windplanken in de wieken. Erger nog het steenkoppel draait onbelast mee. Bij nader toezien blijkt zelfs dat ze dat niet eens kunnen uitleggen. Dit verklaart uiteraard het waarom. De molenaars zou ik in dit geval eerder molengidsen durven noemen. Buiten aan de molen ligt een molenas uit een stuk met houten askop. Interessant studiemateriaal. Wat later bij de lichte lunch aan het bakhuis ligt een steenbalk, onder een glasplaat. Interessantere opstelling dan bij ons waar de oude steenbalk onder een afdakje ligt, niet geheel veilig voor hagel en regen. Op het gebinte hangt alweer een plaat die aangeeft dat ze ook hier de weg naar Europees geld hebben gevonden.

De molen wordt gekruid met een kruiwagen wat hier in de streek gebruikelijk is. Eindelijk krijg ik een groot model voor ogen, na jaren bij ons op de molen te hebben gekeken naar het schaalmodel wat Marc voor ons maakte. De vang wordt bediend met een binnen-wipstok. Ik zet nog snel even mijn naam in het gastenboek pal onder de naam van onze Japanse deelnemer. Internationaler kan niet.

Zoals gezegd tijd voor een lunchbreak, buiten onder een tentje, wat de nodige schaduw geeft. De regen zijn we al lang vergeten.

Op naar twee watermolens, waar wat over te zeggen valt. De eerste kan ik als titel meegeven: ‘Creatief omspringen met watertoevoer.’ Er zijn twee waterraderen die allebei traag draaien. Bij nader toezien krijgen ze hun water niet uit de aan de andere kant van de straat liggende spaarvijver, maar wordt het water naar de wielen gepompt door middel van een motor. Het water komt bijvoorbeeld bij het kleinere wiel niet terecht in de schoepen van het wiel. Het valt gewoon voorbij het wiel naar beneden. De echte toevoer zit beneden waar het water uit een pijp onderin op de schoepen terechtkomt. Een ‘mogelijke’ oplossing wanneer je niet meer over het waterrecht beschikt. Ik vernam trouwens dat wanneer je het waterrecht in Duitsland nog hebt, maar er een jaar geen gebruik van maakt, het automatisch zou vervallen. Goed bezig me dunkt.

We poseren nog even voor een van de persmeisjes die we ook al bij de staakmolen aantroffen, en rijden naar de volgende kortbij gelegen watermolen.

Deze staat nu weer op zijn originele plaats, na enkele honderden jaren verplaatst te zijn geweest. Helaas ligt de beek droog. Het ganse gebouw en ook het bakhuis in de tuin, lijken zo in Bokrijk te kunnen worden ingeplant. Ook deze watermolen is dus niet meer echt in gebruik, en bij de reconstructie lijkt het alsof er wel wat werd aangepast. Bij het bakoventje staat een enigszins vermolmd bankje waar al een enkele plank in ontbreekt, maar het kan mij dragen. Ik had voorzichtig plaatsgenomen langs de kant, maar toen Tom iets minder oplettend hetzelfde deed net wat teveel naar het midden toe brak het gehele ding middendoor. Hilariteit alom.

Weinigen hadden moeite om in de bus wat slaap te vinden. Het te warme weer zat er voor iets tussen. Uitkijken voor koffie en schnapps bij de laatste te bezoeken molen vandaag. een staakmolen die uiterlijk echt op een Vlaamse molen leek. Maar ook hier hadden ze de windplanken niet geplaatst. De twee wieken met zeilen waren opgetuigd. De ander twee waren uitgerust met jaloeziën. Hier schortte iets aan de wieken bij de askop, of mogelijks binnenin, want bij elke omwenteling volgden een tweetal verschillende klopgeluiden. Moeilijk uit te maken wat het precies was, maar de aanwezige Duitse molenvrienden van de molen maalden er weinig om.

Binnen, een toch vrij gecompliceerd luiwerk. Een staak met inscriptie 1691. Het raderwerk voor een tweede steenkoppel was reeds aanwezig. Het steenkoppel ligt links achterin de molen, en zal worden aangedreven via een extra wiel achter het vangwiel, met een overbrenging via een tussenliggend wiel. Wanneer je de buiten de kast bekijkt, helt ze duidelijk over naar de kant van het extra steenkoppel.

Tijd om nog wat bij te praten met de molenaars en het nemen van de zoveelste groepsfoto vandaag. Een gastenboek hadden ze niet. We hoorden nog dat ze de molen een zestal keer per jaar in werking stellen. Een laatste foto van een granieten molensteen die ze voor de molen hebben liggen, naast een onbewerkte steen.

Diner in het hotel en pintje later.


  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post218

TIMS Symposium: Post tour: Gifhorn

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 30 Aug, 2019 08:34

Woensdag, 28 augustus

Vandaag staat Gifhorn op het programma. Bij elke molenliefhebber bekend als het Duitse openluchtmuseum voor molens. Een merkwaardige private collectie. Het openluchtmuseum is ook geen collectie van streekgebonden monumenten, maar een verzameling waar slechts een tweetal molens authentiek zijn, en al de rest replica’s, maar dan wel uit bijna gans Europa. Al net na het binnenkomen kan je rechts naar molens van Spanje, Portugal, Griekenland en Frankrijk. Daudet hangt in de molen fotogewijs. Weet je wel, die van Lettre de mon Moulin.

Verder dus replica’s op ware grote van molens uit Zuid-Korea, Servië, Rusland en Oekraïne. In een vrij groot gebouw staan een honderdtal schaalmodellen van overal. Zelfs een echte kap met windvaan en al hebben ze er binnen gekregen. Interessant ook dat er enkele modernere windgeneratoren worden getoond. Amey voelde zich als een kind in een speelgoedwinkel, en aangezien ze nog een eind achter mij liep, leek het alsof ik nog tijd had, Hoewel het afgesproken uur van drie daar was. Ik wandel door het uitgaanshek, en de bus zet net aan. Hola pola...... nog net op tijd. Wist ik veel dat Amey achterbleef om verder te genieten.... saved by luck.....

Vanavond lezen in het ‘Internationales wind- und wassermühlen-museum’ gidsje.

Een museum waar ik toch al heel wat kritiek over hoorde, voornamelijk dan vanwege de vele replica’s. Bekijk je het echter eerder als een verzameling molens en molenattributen om ook de leek molens te leren kennen dan valt er wel degelijk wat voor te zeggen. Toch altijd nog liever een replica van een Koreaanse hamermolen dan slechts een foto of filmpje. Wie van Russische kerken houdt vindt binnen het terrein trouwens een heel mooi exemplaar.

De molen die, later op de dag nog op het programma stond slaan we over, vanwege toch niet open.

Was er dan niets negatief aan deze dag..... laat ik het op de zon houden, en de bediening door amper enkele personen. Vermoedelijk kunnen ze zich niet meer permitteren, maar een snelle kijk op de zaak leert toch dat ze hier geld laten liggen.




  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post217

TIMS Symposium: Post tour - start

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 28 Aug, 2019 18:18

Zondag, 25 augustus,

Laatste ontbijt in het Parkhotel, van de Raddison Group. Een snee bruin brood, wat plakjes kaas er op, twee spiegeleieren, een tomaat en twee stukjes gebakken aardappel. Voor het worstje was er geen veggy alternatief. Dan maar zonder worst, en toch blij met dit voor tachtig procent lijkend Engels ontbijt.

Checkout, en start van de posttour. Een bus, dezelfde maatschappij als bij de pretour, wat dus betekent een ruime bus, brengt ons richting Braunschweich, waar we vanaf morgen vijf dagen lang exploratietochten zullen ondernemen. Middag en het is koel op de bus. Het schermpje voorin geeft 32 graden aan. Dat belooft voor de beloofde twee uur durende stadswandeling.

En het wordt inderdaad snikheet tijdens die tocht, maar we halen het. Een uitermate stille zondagnamiddag in Wolfenbüttel, waar we langs wat oude gebouwen van molenmakers en oude molens wandelen. We gaan nergens binnen.

Voor het middageten krijgen we 12 euro omgezet in vouchers die we kunnen gebruiken bij de busdepot, waar de maatschappij haar klanten en geïnteresseerden heeft geïnviteerd. Er staat een podium waarop enkele zangers playbacken, Standjes van reisagentschappen, en de nodige eet en drankstanden, waar naast ‘Pommes Hollandes’, zeg maar frieten, ook wat veggie te rapen valt. Ik blader even door een dikke catalogus over Turkije en Bulgarije, die voor 90 procent gevuld is met Turkije en de rest met reisdoelen en hotels rond de zwarte zee in Bulgarije. Gabravo zal dus toch een minder toeristische regio zijn, waar we over twee jaar heen zullen karren voor de volgende Midtour.

Check in in het hotel te Braunschweich voor de de rest van de week. Morgen bezoeken we molens.

Maandag, 26 augustus

De echte start van de posttour. En het belooft opnieuw meer dan 32 graden te worden vandaag. En dat eind augustus. Nu ja toch nog volop zomer.l Twee watermolens op het programma om de dag te starten. In beide worden we hartelijk ontvangen, en valt er opnieuw een en ander interessants te fotograferen. We lopen eerst achterom om wat foto’s te nemen van het waterwiel. een prachtexemplaar helemaal onder het mos, en ander groene waterafzettingen. In een bijgebouwtje staat de installatie om elektriciteit te maken.

Op het erf ligt een staak die gretig wordt opgemeten door enkele molenaars. Binnen hangt de merkwaardigste kalender met dagaanbiedingen die we ooit zagen. Mits een detailfoto moet dit kunnen gekopieerd worden. In de tuin staat nog een bakoven. Zo eindigde ons bezoek aan de watermolen te Erkerode. Op naar de tweede watermolen te Räbke waar we ook daar een uur de tijd hadden om de molen te verkennen. Nog een stuk interessanter, alleen al omdat hij groter is en er meer aanvullende machines, zoals plansichters in aanwezig waren. We wandelen eerst door en allerliefste omgeving met allemaal vakwerkhuizen, doorheen een tuin, waar een mooi Izzy Rider beeld staat. Buiten staat een elektrisch aangedreven model van een hamermolentje, compleet en werkend. Iedereen volgt eerst, koffie in de hand, een korte powerpoint presentatie. We bekijken ook hier het waterrad, waarnaast we een bord ontwaren met de Europese vlag. In dit soort omgevingen betekent dit dat er werd gerestaureerd met gebruikmaking van geld uit Europa. ‘Hoe hebben jullie Europa benaderd? Vraag ik na. Blijkt via het Duitse landbouw ministerie gebeurd te zijn. Op zolder ligt een oud boek over machinerie waarmee cacaobonen werden verwerkt. Er is nog een niet te bezoeken zolder, die we toch bezoeken, waar reservemateriaal wordt bijgehouden, en waar we de dak houtspanten fotograferen. Rudiger, molenbouwer, tekenaar en onze daggids geeft de nodige uitleg.

Vandaar gaat het richting eerste staakmolen te Dettum. Er zijn wat molenaars in de weer, waaronder een van de molenaarsfamilie afstammende dochter die nog bezig is met het volgen van een cursus.

Ik praat wat met haar. Blijkt dat ze eind oktober begon aan een een jaar durende training/cursus, en nog veel moet leren naar ze zelf zei. Het was ons al opgevallen dat ze snel de vol opgezeilde molen voorzagen van halve zeilvoering. Beginnersangst. Ook de wat oudere aanwezige man in opleiding had nog niet echt de knepen van het vak onder de knie wat opviel bij het afzeilen. In een gebouwtje met wcblok en aanverwante stond een moderne bakoven, die ze enkele keren in het jaar gebruiken om te bakken voor de bezoekers.

In de molen troffen we een merkwaardig lichtsysteem aan om de onderaan gedreven stenen te lichten.

Lunch bij een stenen zeskant, Turmwindmühle Halcher, gelegen in rolling countryside. Het leek wel de Cotswolds. Tja dat de Saksen bij aankomst in Engeland besloten om er te blijven, daar kan ik best inkomen.

Vier honden liepen er, waarvan ik er toch eentje kon laten zitten, bij de bank onder de kastanjeboom waar we onze lunch met de nodige drank verbruikten. Want geloof mij, het is vandaag weer ongemakkelijk heet. Slechts een voet in de molen gezet.

Bij de volgende stop in Abenrode hielden we halt bij een staakmolen die niet meer in gebruik is. Ernaast wordt wel gemalen in een elektrische maalderij. Ook hier weer plaatjes schieten, bij een glas goed Duits bier, want de temperatuur was nog steeds te hoog om aangenaam te zijn. En de drank die we tot ons namen kwam er enkel weer uit langs de poriën, en niet langs de normale kanalen. In de molen uitgerust met patentsails, zeg maar het Engelse systeem, zagen we zelfs een ‘governer’. De camera deed wat vreemd, last van de warmte, en dus schoot ik maar wat plaatjes met de ipad. Bij het belendende museum hadden ze ook nog een groot buiten schaakbord. Wat mij dan weer herinnert aan Sibiu in Roemenië.

Barbecue om af te sluiten bij de zeer interessante molen van Wendhausen. Een uitzondering in Duitsland vanwege het feit dat hij vijf wieken heeft. Iets wat je doorgaans enkel aantreft in Engeland. Niet te verwonderen dus dat deze molen al in 1837 door Britse molenbouwers werd opgericht. Drie steenkoppels lagen er ooit in de molen. Nu nog een paar, en een cilindermolen. Nog altijd uitgerust met liftkokers voor transport van het graan. Bij de beschrijving die ons ter hand werd gesteld lezen we nog dat de molen vandaag een technisch monument is. Het Duitse koppel dat op stap is met hun pluchen muis zorgde voor de BBQ.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post216

Symposium: de laatste dagen

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 26 Aug, 2019 22:56

Donderdag, 22 augustus

Een dag doorgebracht in het Muzeum für Technik. Bij het binnenkomen ontving iedereen zijn lunchbox. Een stevige kartonnen doos gevuld met een appel, banaan, appelsap, muffin, aardappelsla, drie kleine broodjes, met kaas, vlees en ei met currie. Een reepje chocolade voor achteraf. Alleen wat hinderlijk om er tot ‘s middags met rond te zeulen. Er werd dus door velen wat te vroeg geluncht.

Uiteraard bezochten we daar eerst de molens. een staakmolen en een Hollander Mühle. Bij de laatste konden we niet in de kap omdat er buiten aan het roer op de kap iemand op een hoogwerker werken uitvoerde.

In dit museum kopen je verder in de nieuwbouw tentoonstellingen bezoeken over vliegtuigen, boten, fotografie enz... Ik koos voor de grote hal met diverse treinen. Locomotieven uit de beginjaren van het spoor, miniatuurtreinen, en kast met dingen die op de trein werden gebruikt, zoals minischaakspelen, boekjes enz...

Wat mij het meest emotioneerde, was toch wel de wagon die ergens in het midden stond opgesteld, waar ooit gedurende de tweede Wereldoorlog mensen in werden getransporteerd naar Birkenau. Binnenin een kale wagon, zeg maar een beestentrein met enkel langs de wanden enkele ringen waaraan ‘iets’ aan een ketting kon bevestigd worden. Een ware confrontatie. Buiten aan de wagon hingen een serie panelen met de nodige foto’s en de nodige uitleg. Enkele bezoekers (toeristen?) probeerden aan hun kinderen uit te leggen waar dit over ging.

In een ander gebouw gebruikten we ons avonddiner. Veggy en naar mijn gevoel kregen de anderen ook wat veggy, alleen wat minder. Een koffie achteraf kon je zelf bestellen, maar dat zette je spaarpot op min 5,6. Een behoorlijk handvol euro voor een reguliere tas koffie.

‘s Avonds zochten we de biergarten op, waar we ons al aardig thuis begonnen te voelen.


Vrijdag, 23 augustus

Vandaag werd mijn voordracht van morgen naar vandaag geschoven, waardoor de voorbereiding die ik nog had kunnen maken in het water viel. Maar uiteraard verliep alles goed. Er kwamen relevante vragen, wat mooi meegenomen is.

Buiten op het Alexanderplein was een vegan markt aan de gang, waar je letterlijk alles kon kroningen, behalve, dierlijke producten dan toch. Navraag bij een stand met ijskraam leverde mij op dat de helft was bereid op basis van water, en de andere helft op basis van rijstwater. Wat denk ik mogelijks iets meer lijkt op melk.

Berlijn merkwaardige stad. In het hotel kan je ‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds lekker eten, selfservice, maar echte vegetarische schotels of producten trof ik er niet aan. Toch een merkwaardige tegenstelling met de aan gang zijnde markt pal achter het gebouw.


Zaterdag, 24 augustus

In de voormiddag nog een zevental kortere lezingen, ‘informal papers’, waarna er een uurtje vergaderd werd door de ‘council’ zeg maar, het bestuur van TIMS. Vanaf nu vertegenwoordigde Robbert en ikzelf via TIMS Nederland & Vlaanderen Nederland en Vlaanderen. Dat wordt even aanpassen in de folders die beschikbaar zijn. De afgelopen Algemene Vergadering werd becommentarieerd. Voorstellen werden besproken. De komende Midterm werd gewikt en gewogen. Het volgende symposium zal doorgaan over vier jaar in Polen. De volgende council meeting waarvoor de datum nog dient vastgelegd gaat door in een voor mij overbekende habitat: de UK.

De rest van de vrije namiddag konden we besteden in Berlijn. Wandelen door de stad, waarvan ik voorlopig vind, dat ze meer lijkt op Britse steden, dan gelijk welke stad in ons eigen lands. Overigens ook een stad die behoorlijk gedecolleteerd is. Ook hier heeft de protestantse , of beter minder katholieke opbrengen de vrouwen wat vrijer gemaakt bij de keuze van hun klederdracht. Wie zong ook alweer van die Schöne Mädchen? Musea en dergelijke zullen voor een volgend bezoek zijn, want ik wou wel enkele platenzaken bezoeken. Netjes uitgekiend via Google, volgde ik een snel en ruw opgestelde route van ongeveer vijf à zes kilometer. De eerste winkel had nog CD in de naam, maar alles wat er te krijgen was, was vinyl. Neil Young’s ‘Time fades away’ bijvoorbeeld, en het eerste album van de ‘Moody Blues’, nog met ‘Denny Laine’, en hun grote hit ‘Go Now’. Laine die in de beginjaren van Paul McCartney’s solocarrière deel uitmaakte van de band ‘Wings’. Een lp waarop ze op de hoes afgebeeld staan bij een molen. Ik had het er nog over met Graham, een van de Britse deelnemers, die thuis een kelder vol gitaren heeft. Overigens een van de Amerikaanse deelnemers, was onlangs nog bij een concert van Bob Seger. Toch een klein beetje jaloers, wan Seger is aan een afscheidstournee bezig, en het is alweer geleden van 1972 dat hij Brussel aandeed.

Tijd voor een koffie break op een terras van een Indisch café waar binnenion iedereen achter de toog een tulband droeg. Of ze ook nog een gebogen dolk bijhaalden heb ik niet kunnen zien. Om maar te zeggen dat ik mij tussen twee platenwinkels in, toch in een wat afgelegen buurt van het toeristische centrum bevond.

Dusty Springfield, en Peter Green completeerden uiteindelijk mijn zoektocht naar muziek in Berlijn. Gelukkig kan ik alles, samen met de kilo’s boeken meegeven met Johan naar België, waar ik later kan ophalen.

Het afscheidsdiner ging door in een vrij grote echte Duitse Bierstube. Het leek wel een miniversie van de Wieze oktoberhallen. Bediening in lederhösen en een driemansorkest al even traditioneel uitgedost voorzag ons van de nodige drinkliederen. Christine uit Londen vertelde mij nog dat ze ooit een van de deelneemsters was aan de Wieze Oktoberfesten. In de tijd, dat ze nog met hele busladingen de oversteek waagden, tot de ferrymaatschappij in Oostende er genoeg van had. Wat er op de borden kwam was al even spectaculair. Sommigen kregen een bord waarop een homp vlees lag die wel van een bison leek te komen. Vlees aan een been, waar onze hond voor een week zou klunen aan eten. Grote halve liters Weiss bier.

Hert was er al bij al iets te warm, en te luidruchtig. We eindigden de avond bij een glas merlot wijn in de bar van het hotel met enkele molinologische vrienden die er morgen niet meer bij zijn tijdens de posttour.

Thank you for the days, those endless days, believe me...



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post215

Berlin Symposium: de eerste dagen.

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 25 Aug, 2019 17:34

Zondag, 18 augustus

Twee dagen volgen waarin we een aantal papers gepresenteerde krijgen. Een eerste dag op verplaatsing in het Urania gebouw. Beneden is er een beperkte boekenmarkt met overwegend Duitse molenliteratuur. Iedereen mocht daar boeken aanbieden, maar diegenen die met het vliegtuig arriveerden reiden eerder licht bepakt, waardoor dus een schraler aanbod.

Het thema van dit symposium behelst archeologie en geschiedenis. Niet te verwonderen dus dat we tijdens deze eerste dag konden kennismaken met o.a. een presentatie over de molens van Seistan in Iran. Daarnaast ook een lezing over de herbouw van een middeleeuws kasteel in Frankrijk, met molen, volledig met vrijwilligers die ere aan het werk zijn met al even oude middeleeuwse hulpmiddelen: zeg maar hamertjes en beiteltjes.

De allereerste presentatie, die er eigenlijk geen was, was een korte kennismaking met het Oekraïense boek van Olena. Goed voor haar, want voor de fondsen die zij ontvingen, moet zij tastbare bewijzen leveren, dat het boek er is, en ook wordt verspreid. Een groepsfoto drong zich op.

Maandag, 19 augustus
Vandaag meer lezingen over molen gerelateerde zaken. Gaande van genealogie tot een Tsjechische website waarin al meer dan 10.000 molens werden opgenomen. Je kan gefilterd zoeken, inzoomen zoals met google streetview maar alweer via Tsjechische software.

Na vijf uur was er ruim twee uur tijd om een wandeling aan te vatten naar de Brandenburger Thor, en een grote pint onderweg.Al onze windmotoren posters die Peter bij had werden vlot verkocht.

Dinsdag, 20 augustus

Vandaag de eerste dag tijdens het symposium waarbij vier molens werden bezocht, allen in of in de buurt van Berlijn. Twee bussen volgden elk hun eigen parcours, om uiteindelijk met twee uur verschil aan te komen bij de laatste molen. Ik hoorde het woord ‘stau’ vallen. Omdat we met de helm geboren zijn, hadden wij er geen last van.

Na een klein uur kwamen we aan bij de ‘bockwindmühle’ (staakmolen) te Marzahn. Opnieuw viel het op hoe ruim deze kast binnenin was. De molen oogt wat minder authentiek, vanwege verschillende verbouwingen. Interessant was hoe men er inspeelt op het ontvangen van schoolkinderen. Een op schaal gemaakt gebinte stond onder het echte gebinte. Nog nooit bedacht maar de enkele blokken gezaagd van eiken balken van ongeveer 20 op 40 centimeter, voorzien van een handvat, laten bezoekers toe om zich een idee te vormen van het gewicht van een staakmolen. Idee mee te nemen naar onze molens. De wieken, met houten ‘shutters’ (blinden), stonden stil. Uitstekend, om een goede foto te maken van de spin op de askop, die gebruikt wordt om de bladen van de wieken te regelen.

Binnenin zagen we dat de molen aangedreven wordt met een motor, en dat er zelfs plaats was voor een miniwinkeltje. De molen was versierd met plant strengen groen. Poison Ivy?

Telkens weer is zo een molen een waar feest voor fotografen. Zeker wanneer je dingen ontwaart, die afwijken van wat bij ons gangbaar is. Enige kans bijvoorbeeld, om hier een lip vang te bestuderen.

De middag brachten we door te Potsdam waar genoeg tijd was om de ‘Historische Mühle’ te bezoeken, en vervolgens te genieten van een lichte lunch.

De molen van het Hollandse type bevatte in de stenen onderbouw beneden de stelling een massa informatie via panelen, geluidsbronnen en maquettes. In een van de nissen lagen twee kussentjes te wachten op ‘die schöne Mühlendame’ de mooie molenvrouw. Een gedicht er net voor leert ons hoe we haar moeten voorstellen. Geen geluk deze keer, want ze kwam niet....

De enkele aanwezige molenaars zorgden voor de nodige uitleg, terwijl ze er niet voor terugschrokken om intussen de molen te bedienen, te kruien, en dat met de vang los, en een aantal molinologen in de kap. Hopelijk kwamen ze er enkel met de schrik vanaf. Wat ons uiteindelijk niet weerhield om even later ook de nodige trappen te nemen naar diezelfde kapzolder. Een behoorlijk ruime molen.

Keuze uit soep met groenten en wat dierlijke restanten, of een tomatensoep met kaas. Toetje achteraf, en er was koffie.

De derde molen op onze tocht, een windmolen zonder wieken, maar toch aangedreven door de wind. Het betrof een reconstructie, op een andere lokatie, want de nabijheid van de huizen maakte goed duidelijk dat dit hier nooit zou kunnen werken.

Het gebouw had meer weg van een watermolen gebouw dan van een windmolen. In de voor en zijgevel kon je een poort openmaken, waarachter zich het cirkelvormig aandrijfmechanisme bevind. Je zou het kunnen vergelijken met een groot wiel, waar spaken aan bevestigd zijn, die op hun beurt drager zijn van niet richtbare bladen. Je moet het zien op foto. Voor de rest binnenin uiteraard nog een van de twee steenkoppels. Het lichtsysteem leek vreemd, maar wanneer je met een stel molinologen op pad bent, dan wordt alles uiteindelijk toch verklaard.

Verder zagen we ook een handmachine uit de vlasteelt, om te breken en te snijden, en een wasmachine, naast een primitieve droger, met houten rollen.

Op de zolder een kleine lui-installatie, om zakken graan binnen te brengen.

Het molentje staat aan een heerlijke ouderwetse Oost-Duitse Dries in een rustig dorpje.

Tegen vijven werden we verwacht op ‘die Britzermühle’ waarop Gerald, de organisator van dit symposium actief is samen met een aantal andere molenaars van een lokale vereniging.

Vooraf wat verbaasd over de omgeving die ons naar de molen leidde. Stel je een omgeving voor waar je de en Lidl naast de andere Aldi treft, opgevuld met schrale huizenblokken. Gelukkig is de straat afgezoomd met boompjes. De site zelf is een oase in deze omgeving.

Een schitterende molen met staartroer en een wiekenkruis met spin. Alle ‘zolders’ (verdiepingen) zijn bezoekbaar. Het is er ruim en dus is alles goed fotografeerbaar.

Tijd om zelfs buiten boven op de molen buiten de kap een klein filmpje te maken over de constructie van het roer, en de stangen en raderen om dit te bedienen.

Er werd voor gekozen om het avonddiner ter plekke te nemen, in enkele ruime tenten. Je weet maar nooit wat voor weer er aankomt. We leven weer even zoals God in Frankrijk.

Woensdag, 21 augustusVandaag brengen we opnieuw een dagje door op de schoolbanken, zij het dan wel in een conferentiezaal, met koffiebreaks, en een serie sprekers. Het oogt interessanter dan die eerste twee dagen, waarbij de nadruk eerder op archeologie lag. Vandaag bestond de hoofdmoot uit historiek en het kennismaken met enkele streken van Europa. Het mag gezegd, maar tot op heden waren alle voordrachten in perfect Engels.

Vanavond gingen we op ons lappen naar de biergarten, waar er eigenaardig genoeg rond halfelf gestopt werd met dranken serveren. Wie nog een half glas voor zich had kreeg zowaar een plastieken pint om in over te gieten. We zijn in Duitsland, bedenk ik toch weer even.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post214

Berlin Symposium: the first days

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 25 Aug, 2019 17:31

Zondag, 18 augustus

Twee dagen volgen waarin we een aantal papers gepresenteerde krijgen. Een eerste dag op verplaatsing in het Urania gebouw. Beneden is er een beperkte boekenmarkt met overwegend Duitse molenliteratuur. Iedereen mocht daar boeken aanbieden, maar diegenen die met het vliegtuig arriveerden reisden eerder licht bepakt, waardoor dus een schraler aanbod.

Het thema van dit symposium behelst archeologie en geschiedenis. Niet te verwonderen dus dat we tijdens deze eerste dag konden kennismaken met o.a. een presentatie over de molens van Seistan in Iran. Daarnaast ook een lezing over de herbouw van een middeleeuws kasteel in Frankrijk, met molen, volledig met vrijwilligers die er aan het werk zijn met al even oude middeleeuwse hulpmiddelen: zeg maar hamertjes en beiteltjes.

De allereerste presentatie, die er eigenlijk geen was, was een korte kennismaking met het Oekraïense boek van Olena. Goed voor haar, want voor de fondsen die zij ontvingen, moet zij tastbare bewijzen leveren, dat het boek er is, en ook wordt verspreid. Een groepsfoto drong zich op.


Maandag, 19 augustus

Vandaag meer lezingen over molen gerelateerde zaken. Gaande van genealogie tot een Tsjechische website waarin al meer dan 10.000 molens werden opgenomen. Je kan gefilterd zoeken, inzoomen zoals met google streetview maar alweer via Tsjechische software.

Na vijf uur was er ruim twee uur tijd om een wandeling aan te vatten naar de Brandenburger Thor, en een grote pint onderweg.

Al onze windmotoren posters die Peter bij had werden vlot verkocht.


Dinsdag, 20 augustus

Vandaag de eerste dag tijdens het symposium waarbij vier molens werden bezocht, allen in of in de buurt van Berlijn. Twee bussen volgden elk hun eigen parcours, om uiteindelijk met twee uur verschil aan te komen bij de laatste molen. Ik hoorde het woord ‘stau’ vallen. Omdat we met de helm geboren zijn, hadden wij er geen last van.

Na een klein uur kwamen we aan bij de ‘bockwindmühle’ (staakmolen) te Marzahn. Opnieuw viel het op hoe ruim deze kast binnenin was. De molen oogt wat minder authentiek, vanwege verschillende verbouwingen. Interessant was hoe men er inspeelt op het ontvangen van schoolkinderen. Een op schaal gemaakt gebinte stond onder het echte gebinte. Nog nooit bedacht maar de enkele blokken gezaagd van eiken balken van ongeveer 20 op 40 centimeter, voorzien van een handvat, laten bezoekers toe om zich een idee te vormen van het gewicht van een staakmolen. Idee mee te nemen naar onze molens. De wieken, met houten ‘shutters’ (blinden), stonden stil. Uitstekend, om een goede foto te maken van de spin op de askop, die gebruikt wordt om de bladen van de wieken te regelen.

Binnenin zagen we dat de molen aangedreven wordt met een motor, en dat er zelfs plaats was voor een miniwinkeltje. De molen was versierd met strengen van groene planten. Poison Ivy?

Telkens weer is zo een molen een waar feest voor fotografen. Zeker wanneer je dingen ontwaart, die afwijken van wat bij ons gangbaar is. Enige kans bijvoorbeeld, om hier een lipvang te bestuderen.

De middag brachten we door te Potsdam waar genoeg tijd was om de ‘Historische Mühle’ te bezoeken, en vervolgens te genieten van een lichte lunch.

De molen van het Hollandse type bevatte in de stenen onderbouw beneden de stelling een massa informatie via panelen, geluidsbronnen en maquettes. In een van de nissen lagen twee kussentjes te wachten op ‘die schöne Mühlendame’ de mooie molenvrouw. Een gedicht er net voor leert ons hoe we haar moeten voorstellen. Geen geluk deze keer, want ze kwam niet....

De enkele aanwezige molenaars zorgden voor de nodige uitleg, terwijl ze er niet voor terugschrokken om intussen de molen te bedienen, te kruien, en dat met de vang los, en een aantal molinologen in de kap. Hopelijk kwamen ze er enkel met de schrik vanaf. Wat ons uiteindelijk niet weerhield om even later ook de nodige trappen te nemen naar diezelfde kapzolder. Een behoorlijk ruime molen.

Keuze uit soep met groenten en wat dierlijke restanten, of een tomatensoep met kaas. Toetje achteraf, en er was koffie.


De derde molen op onze tocht, een windmolen zonder wieken, maar toch aangedreven door de wind. Het betrof een reconstructie, op een andere lokatie, want de nabijheid van de huizen maakte goed duidelijk dat dit hier nooit zou kunnen werken.

Het gebouw had meer weg van een watermolen gebouw dan van een windmolen. In de voor en zijgevel kon je een poort openmaken, waarachter zich het cirkelvormig aandrijfmechanisme bevind. Je zou het kunnen vergelijken met een groot wiel, waar spaken aan bevestigd zijn, die op hun beurt drager zijn van niet richtbare bladen. Je moet het zien op foto. Voor de rest binnenin uiteraard nog een van de twee steenkoppels. Het lichtsysteem leek vreemd, maar wanneer je met een stel molinologen op pad bent, dan wordt alles uiteindelijk toch verklaard.

Verder zagen we ook een handmachine uit de vlasteelt, om te breken en te snijden, en een wasmachine, naast een primitieve droger, met houten rollen.

Op de zolder een kleine lui-installatie, om zakken graan binnen te brengen.

Het molentje staat aan een heerlijke ouderwetse Oost-Duitse Dries in een rustig dorpje.


Tegen vijven werden we verwacht op ‘die Britzermühle’ waarop Gerald, de organisator van dit symposium actief is samen met een aantal andere molenaars van een lokale vereniging.

Vooraf wat verbaasd over de omgeving die ons naar de molen leidde. Stel je een omgeving voor waar je de en Lidl naast de andere Aldi treft, opgevuld met schrale huizenblokken. Gelukkig is de straat afgezoomd met boompjes. De site zelf is een oase in deze omgeving.

Een schitterende molen met staartroer en een wiekenkruis met spin. Alle ‘zolders’ (verdiepingen) zijn bezoekbaar. Het is er ruim en dus is alles goed fotografeerbaar.

Tijd om zelfs buiten boven op de molen buiten de kap een klein filmpje te maken over de constructie van het roer, en de stangen en raderen om dit te bedienen.


Er werd voor gekozen om het avonddiner ter plekke te nemen, in enkele ruime tenten. Je weet maar nooit wat voor weer er aankomt. We leven weer even zoals God in Frankrijk.


Woensdag, 21 augustus

Vandaag brengen we opnieuw een dagje door op de schoolbanken, zij het dan wel in een conferentiezaal, met koffiebreaks, en een serie sprekers. Het oogt interessanter dan die eerste twee dagen, waarbij de nadruk eerder op archeologie lag. Vandaag bestond de hoofdmoot uit historiek en het kennismaken met enkele streken van Europa. Het mag gezegd, maar tot op heden waren alle voordrachten in perfect Engels.

Vanavond gingen we op ons lappen naar de biergarten, waar er eigenaardig genoeg rond halfelf gestopt werd met dranken serveren. Wie nog een half glas voor zich had kreeg zowaar een plastieken pint om in over te gieten. We zijn in Duitsland, bedenk ik toch weer even.




  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post213

Alle wegen leiden naar Dresden.

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 17 Aug, 2019 23:18

Alle wegen leiden naar Dresden.

Gisteravond liep ik te voet naar Polen. Ook dat moet kunnen. Zeker wanneer je in een hotel in Zittau verblijft dat op amper 200 meter van de Oder-Neisse grens ligt. Hoe lang is het geleden dat we op school leerden dat de Duitse grens niet meer de Duitse grens was, maar vervangen werd door de Oder-Neisse grens. En hier sta ik dan zoveel jaren later aan de Neisse. Over de brug kan je terecht in een benzinestation of in en kleine winkel waar sigaretten worden verkocht. Het herinnert mij aan die ene keer dat ik naar Schotland reisde, en in Gretna Green, waar de hippies en ander van huis weggelopen tuig heen trok om er door de smid te worden getrouwd, een bord frieten verorberde, en daarna prompt terug reed naar Wales. Net die ene voet in dat andere land, de temperatuur checken, en dan terug.

We praten de avond voorbij in de ‘biergarten’ bij ‘eine gröse Weisse‘ waarbij we het hadden over immense ontginning hier in de buurt van bruinkool. Terreinen van enkel vierkante kilometer groot en driehonderd meter diep, zorgen er in deze buurt voor dat de complete waterhuishouding nagenoeg om zeep werd geholpen. Om nog maar te zwijgen van de luchtpolutie.

We zijn op de terugweg naar Berlijn, met nog een laatste stop bij een watermolen, waar de tijd stilstond. Alles lijkt nog zoals voor dertig jaar. De muren van huis en molengebouw werden niet opnieuw bepleisterd, noch geschilderd.

De ontvangst door de molenaar en zijn molenarin, voor de gelegenheid in typisch molenoutfit, verwelkomen ons hartelijk. Met koffie, pruimentaart en een broodje met kaas en augurk. Voor bier is het nog wat vroeg in de ochtend. Vergeet niet dat we deze keer al om zes uur uit de veren waren. De molen herinnert mij aan een van die molens die we vier jaar geleden bezochten, en waar we doordrongen tot op de zolder, waar stof vergaard werd gedurende tientallen jaren. Achter een gesloten deur ontwaarde ik vergelijkbare toestanden. Het molengedeeelte zelf lag er eigenlijk nog pico bello bij. De molenaar vertelde dat de vorige eigenaarsfamilie emigreerde naar Adelaide in Australië en dat er nog jaarlijks familieleden de molen komen bezoeken. Dus onderhoud is nodig. We zagen het waterwiel niet inwerking, vanwege te weinig water.

Op de steenzolder een koppel stenen waarbij de aanvoer van het graan gebeurde van de hoger liggende zolder, via een nu gedemonteerde graanbuis die voor de toevoer zorgde. Er naast stond een cilindermolen. Interessant was ook het apparaat waarmee je stenen kon scherpen. Een ingewikkeld tuig dat men toch nog met de hand bediende. Moeilijk voor te stellen hoe het echt werkte. Mits wat bochtenwerk en de nodige opstapjes kon je bij het mooie houten waterwiel geraken. Onder de pannen konden we nog een plansichter vinden. Ook hier waren weer mooie foto’s te maken van talrijke naambordjes op de diverse apparatuur.

Ook hier was er een dame aanwezig van de lokale pers, die de tijd van haar leven had, de camera steeds in de aanslag.

Even na tien vertrokken we voor ons laatste bezoek aan de stad Dresden. Geen molens meer vandaag, maar bewonderen hoe een stad uit haar as kan herrijzen. Een beetje zoals ons Ieper, waar nog jaarlijks honderden duizenden toeristen uit de hele wereld neerstrijken.

Welkom in Dresden. Dat was de gids die ons welkom heette. We waren net de stad ingereden langs de Elbe voorbij een immense moskee. Tenminste daar leek het toch op.

De wandeling doorheen het park naar het oude stadsgedeelte was kort. Alles in deze stad waar de toerist in geïnteresseerd is ligt dicht bij elkaar. Het leven van August de Grote werd voor ons uit de doeken gedaan, en bij de meeste gebouwen kregen we de nodige uitleg, die ik intussen voor een groot deel alweer vergat, gewoonweg omdat er zo veel indrukken waren op te doen. In de beloofde kerk zijn we uiteindelijk niet geweest, omdat er een trouw aan de gang was. In de verte lag het openlucht stadion waar Neil Young nog aantrad enkele dagen voor wij hem te zien kregen in Antwerpen. Op dit ogenblik lopen er een weeklang feestelijkheden in de stad, waardoor hier en daar een podium was opgesteld. Enkele Portugezen speelden Oye coma va van Santana. We zagen een paar knappe straatanimators standbeelden uitbeelden. Het idee van de opdravende kelner leek best leuk. Anderhalf uur verloopt snel i!n deze stad. Dit vraagt om een langer bezoek, waarbij je ook tijd hebt voor de musea. Voor ons was het eerder een architecturale rondgang, langs gebouwen, die opnieuw werden vervolledigd uit de nagelaten restanten van de laatste oorlog. Waarom precies werd Dresden zo onder handen genomen. Vergeling uiteraard; Het Idee van: we zullen je eens een lesje leren. Het is niet mogelijk dat dit idee bij de geallieerden van een groep kwam. Vergelding nog tot daar aan toe, maar uit welk brein precies werd de lokatie Dresden als doel geboren? Was het Churchill? Wie was deze stad zo kotsbeu dat ze tot as mocht worden herschapen?

We zijn onderweg naar Berlijn, waar we vanavond nog registreren voor het een week lang durende symposium. En uiteraard het welkom diner.

Vanavond verbroederen we met al die anderen die hier vier jaar op hebben gewacht.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post212

Tweemaal water, tweemaal wind.

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 16 Aug, 2019 22:55

Dag 5: Tweemaal water, tweemaal wind.

We krijgen vandaag wat meer uitslaap tijd. De bus wacht ons in de regen, maar .... er is mooier weer beloofd na elf uur. Gisteren na de wandeling kon ik even niet laten op te merken dat we ons zeer gelukkig mochten achten vanwege het mooie weer. Prompt vijf minuten later kregen we een kleine plensbui, waardoor ik direct tot regenmeester werd gebombardeerd.

Opnieuw een grote standaardkast. Precies hetzelfde type waar we ook gisteren langskwamen zij het binnenin quasi geheel vernieuwd op de staak en enkele andere balkjes na. Langs de zijkant van de molen staan, in de luwte, wat zitbanken opgesteld, wat er op wijst dat de molen niet te vaak gekruid wordt.

Toch werd de molen even van de vang gehaald, maar veel vaart zat er niet in met de stenen ingelegd. Ook de vang optrekken kan niet echt zonder manuele tussenkomst, want er zit geen direct mechanisme bij om vangbalk van de sabel te lichten.

Bij het einde van ons bezoek kwam de burgemeester, een lieve dame nog langs om ons uitgebreid te danken. Ook de laatste molenaar was er, en ik bespeurde zelfs een persjuffrouw.

Pikant detail, bij de ingang merkten we op de deur een van de tekeningen van de TIMS kalender, van Johan DP.

Een watermolen complex waar ooit een Francis turbine inzat en nog eerder een waterwiel. Waar ooit zelfs leer werd gelooid, en olie werd geslagen, naast korenmolen. De klassieke maalstoelen waren er verdwenen, en het geheel is uitgerust met walsenstoelen, waarbij het graan wordt vermalen tussen ‘rollers’, zeg maar cilinders. Boven uiteraard in dit type maalderij, want dat was het, ook de plansichters. Interessant was dat ons kon getoond worden hoe een plansichter er langs binnen uitziet, en vooral hoe het mechanisme werkt.

Benden hadden ze een kleine met elektromotor aangedreven ‘olieslagerij’. Niet meer dan een machine op een tafel. De walnoten stonden er naast te wachten op verwerking.

In een klein winkeltje kon je uiteraard olie en kleinere verpakkingen bloem aankopen. Er wordt hier een aanzienlijke productie gehaald.

Op de verpakkingen zelf, ook de grote zakken van vijftig kilo die naar bakkers gaan, wordt nergens een samenstelling opgegeven. Bij navraag antwoordde men mij, dat er slechts af en toe controle komt, dat die de molen schitterend vinden voor wat betreft netheid, en verder niets dus. So far for European regulations....

Onder de middag bezochten wij een plaats waar de sterren gemaakt worden. Tenminste de kerstmis sterren, werden er volledig handgemaakt. Fotograferen niet toegelaten, vermoedelijk vanwege het geldende patent. De gids gaf een inleiding van twintig woorden, en loodste ons een zaaltje binnen waar een bedrijfsfilm werd getoond. Cake en koffie voor lunch.

Dit unieke bedrijf waar nog negentig mensen handenarbeid verrichten exporteert naar de gehele wereld. Het is eigendom van de kerk van de Moravians. Nog nooit van gehoord, maar het moet iets zijn zoals de Amish, verspreid over de gehele wereld, behalve dan in ons stuk van de wereld. In de film zagen we o.a. De met kerststerren versierde Londen Tower Bridge.

Het is halfdrie wanneer de bus opnieuw aanzet.

Deze keer wordt het een uitgebouwde standaard kast, die op het eerste zicht oogt als een ‘flying nun’ in vol ornaat. Uiteraard komt dit omdat het wiekenkruis werd verwijderd. De gebroken gietijzeren askop ligt voor de molen in stukken op de grond. John probeert de delen in gedachten bij elkaar te puzzelen, maar makkelijk is anders. Deze molen behoorde eertijds toe aan een molenaar die van nieuwe snufjes hield. Niet te verwonderen dat voor hier een hopperboy aanwezig was. En... een wiekenkruis met vijf wieken. Er lagen twee steenkoppels, maar er is plaats voor vier. Mogelijks zijn die ooit aanwezig geweest. De kap werd ooit uitgebouwd om een groter vangwiel te kunnen plaatsen. Een vraag die steeds weer komt is: zal hier nog ooit wat mee gebeuren. Welke eigenaar wil hier nog in investeren? Wetende dat op korte afstand een heuse maalderij actief is. We bezochten ze tijdens de voormiddag.

Er staat nog een watermolen op ons programma van vandaag. Een omvangrijk gebouw, waarin we aanvankelijk een kleine molen ontwaarden. Na enkele trappen genomen te hebben en op zolders gekeken te hebben, waar zich alweer plansichters bevonden hebben we onze mening herzien. De molen wordt tegenwoordig als klein museum in de markt gezet. Naast een verzameling oude molendag affiches lagen er een aantal oude boeken op een tafel. Langs de muren, bij het binnenkomen, hing de gehele uitgeprinte geschiedenis aan de wand. Niet direct op ooghoogte, waardoor je door je knieën moet.

Op bijna wandelafstand genoten we in een hotelpension, van het diner. Een rijkelijk gedekte vleestafel, waar iedereen naar best vermogen het zijn van nam, terwijl ik wat afwachtend toekeek, hopende op een interessante veggy schotel. Het blijft toch altijd weer verassend.

Morgen vangen we de terugweg aan naar Berlijn, met nog een laatste molenstop onderweg.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post211

Over molenstenen en hopperboys.

TIMS millsPosted by Eddy De Saedeleer 16 Aug, 2019 08:29


Donderdag, 15 augustus

Dag 4 TIMS Pretour Molensteen groeven.


Precies om negen uur en een minuut, zoals aangekondigd, nemen we plaats in enkele wagons van een smalspoor stoomtrein. Dit treintje zal ons in een uur naar een kuuroord brengen, vanwaar we via een fikse wandeling oude steengroeven zullen bereiken. Er is keuze uit een makkelijke ‘shortcut’ en een wandelpad voor gevorderden, waarbij het er een stuk steiler aan toe gaat.

We genieten van ons treinticket. Halverwege gedurende een stop is er voldoende tijd om foto’s te nemen. We schuiven dor een landschap waar betere en mooiere huizen staan. Dit was dan ook een beperkte streek die zelfs in de DDR tijd als kuuroord gold.

De benen zijn nog wat stram, van de vorige dagen, maar toch vat iedereen de tocht aan. Er. Zijn geen ‘cheaters’ die de bus nemen. Neem van mij aan dat de shortcut, niet echt korter was, en vlak dient geïnterpreteerd te worden als vlak ‘omhooglopend’. Hier en daar werd al eens op adem getrapt, maar we kwamen met zijn allen aan op het BBQ punt. Onderweg leerden we nog een interessante architectuur kennen waarbij we een huis bestudeerden, dat in feite bestond uit drie in elkaar geschoven woningen. Het dak steunt op een aantal balken, die wat aan vakwerk doen denken. Daarbinnen zit rechts een houten woongedeelte, en links een gemetseld deel. Omdat de uitleg maar door bleef gaan stapte de vermoedelijk nieuwsgierig geworden eigenaresse naar buiten. Ze nodigde ons prompt uit om ook de binnenkant te bestuderen. Koffie hebben we voor alle duidelijkheid niet gevraagd. Er bestaan vriendelijke mensen op deze wereld.

Onze gids stopt hij een kleine sterrenwacht waar in het ernaast liggende tuintje een interessant bord is opgesteld waarop een twintigtal verschillende stenen werden aangebracht, ter bestudering. Zeg maar een goede voorbereiding op het bezoek aan het eindverantwoordelijk de klim aan de steengroeve.

Een immense wand zien we ter plaatse, waar je de kleine verticale kanaaltjes ziet waarin men dynamiet aanbracht, om op die manier dikke lagen van de rotsen te scheiden. Uit die lagen werden dan ter plaatse ruwe molenstenen gekapt, die vervolgens naar beneden in het dal werden getransporteerd waar ze werden afgewerkt. In een kleine smidse op de terugweg hangt een mooie foto uit de tijd dat er nog bedrijvigheid was in de steengroef. Opvallend op die smidse was zeker de windvaan die een heks op haar bezem verbeelde, met erbij het jaartal 1952. Naast het gebouw lagen op de restanten van een omgezaagde boom enkel stenen bij elkaar. Nagelaten na een heksensabbat? Wie weet?

De rest van de tocht naar beneden verliep voorbeeldig, op wat schaarse waterdruppels na.


Er stond vandaag maar een molen op het programma. Een nog grotere kast van een staakmolen. Weer een molen met een hopperboy. Een vinding uit Amerika, om ons meel te koelen. Meer uitleg is makkelijk te googelen..... The hopper-boy, or cooler, was invented in the late 1700's by America's best known milling engineer and inventor, Oliver Evans. This mechanical device, once commonly found in the upper floor of mills, is no longer in use. It faded out of popularity less than 100 years after its invention. Designed to cool hot flour coming off the buhr stones, the hopper-boy was automated and more sanitary than the traditional method it replaced. This was one of the five inventions that were to make Oliver Evans famous to this day.


D jonge molenaar die we gisteren ontmoeten in de moderne maalderij was ook vandaag weerman de partij, samen met wat collega’s. De deelnemers hingen dan ook aan hun lippen.

Aansluitend een avond diner naast de molen waar ook nog een kleine tentoonstelling liep op de bovenzolder, over het dagelijkse leven van vroeger, en waar je een kast huisgemaakte textiel kon bewonderen. Het kruidendrankje dat we aantroffen op tafel liep vlot naar binnen. En het aangeboden boekje zal vast en zeker meevallen.

Tijd om af te zakken naar ons hotel, waar een film over een watermolen ons opwachtte..... nooit genoeg van molens.



  • Comments(3)//blog.sadeler.be/#post210
Next »