Sadeler's blog

Sadeler's blog

Sadeler's Blog

Geniet mee van, heden, verleden en toekomst.
--------------------------------------------------------
windmolens, Facebook
--------------------------------------------------------
Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval.

Mijn eerste werkdag!

De week vanPosted by Eddy De Saedeleer 03 Nov, 2018 23:40

De eerste werkdag.....

Twee november, zesenveertig jaar geleden, werd ik forens. ‘t Is te zeggen, op die dag stapte ik voorgoed de trein op, die mij dagelijks vanuit een provinciaal slaapstadje naar het hart van onze hoofdstad zou brengen. Aangezien mijn contract inging op een feestdag, heb ik nooit gewerkt op de verjaardag van mijn allereerste werkdag.... Het is niet aan iedereen gegund... beginnen werken en al direct genieten van een vakantiedag. Die koude tweede novemberdag, fietste ik naar Aalst, via de Zeshoek en ‘de botanieken hof’ (het Bauwensplein) richting station. In de straat was er naast een cafe een poort waar je naar binnen kon, en waar je je fiets voor enkele franken kon veilig stellen. En dat was nodig, merkte ik, want op een al even koude tweede januaridag, een paar jaar later, gooide ik mijn fiets neer langs de stationsmuur, repte mij nog snel naar een trein, waarvan de deuren al halfdicht waren, en besefte niet dat ik zonet voor het laatst van de aanblik van mijn fiets genoten had.

Die eerste werkdag treinde ik naar Brussel Noord, om mij naar de omgeving van het Sainteletteplein te begeven, waar ik mij moest aanmelden. Ik kende het Sainctelette plein van naam, omdat ik de naam van de plaats al enkele keren had gelezen op de plaatjes van John Woolley en Just Born, die daar bij een platenfirma (Ronnex) zaten. Ik heb overigens achteraf nooit de moeite genomen om te kijken hoe dat gebouw er nu precies uitzag. Dat kwam omdat ik pas in oktober twaalf jaar later ook echt in die buurt zou aan de slag gaan. Die eerste werkdag had men voor het gemak alle nieuwkomers, een stuk of vijftien, laten samenkomen in hetzelfde gebouw. Op twee na togen ze daar met zijn allen aan het werk. De twee witte raven waaronder ik dus, mochten na een summiere speech in een auto, plaats nemen die ons naar de Arenbergstraat meenam. Foto: Arenbergstraat in Bereikbaarheidsgids Vlaamse Gemeenschap.

We werden gedropt in een ondergrondse garage, waar de chauffeur nog sneller dan de wind verdween. Een garage waar je met een auto enkel kon binnenrijden via de Bergstraat. Een dubbele metalen deur leidde naar een belendende ruimte waar zich een brede trap bevond die uitgaf in een behoorlijk grote lokettenzaal, waar duidelijk aan marmer geen gebrek was. Ik diepte het intussen reeds verfrommelde papiertje op uit de onderste catacomben van mijn broekzak en las ‘de heer Tirette’. Een bereidwillige juffrouw achter het eerste het beste loket waar ik mij aanbood, verwees mij naar een lift die ik een eindje verder via een korte gang bereikte. Tweede verdieping, en daar staat zijn naam op de deur. Ik dwaalde verder door het immense gebouw, waar meer kanten, trappen, deuren, en liften waren dan welk ander gebouw waar ik al ooit was binnen geweest. En ik kan het weten: vijfentwintig jaar later, kon ik uit hoofde van mijn toenmalige job overal in het gebouw ronddwalen, en probeerde ik er alle trappen, deuren en gangen uit die ik er tegenkwam, met als resultaat, dat ik ooit vier verdiepingen afdaalde tot in een inkomhal, waar drie deuren waren, waarvan eentje zelfs op straat uitgaf. Ze waren allemaal..... op slot, en ik kon terug via de trap naar de vierde verdieping.

Het bureau van mijnheer Tirette was niet groot. Ik had mij het bureau van een procuratiehouder immenser voorgesteld. Hij zat daar met weinig papier op zijn bureel, en had naar mijn gevoel niet echt veel omhanden. Een groot zwart telefoontoestel sierde zijn bureel. Hij was blijkbaar toch op de hoogte van mijn komst, want hij wist waar ik zou ingezet worden. In de Centrale Afdeling Thesaurie en Arbitrage. Het donderde niet echt in Keulen, want het waren begrippen, die ik de afgelopen twee jaar had mogen blokken tijdens mijn passage aan de Handelsschool. Het ‘onderdeel’ van die Centrale Afdeling, waarin ik de eerste twaalf jaar van mijn ‘openbaar werkend leven’ zal doorbrengen was in eerste instantie niet verbonden met het hoofdgebouw, ook al lag het in dezelfde Bergstraat waarin zich ook de garage bevond. De weg erheen had ik vermoedelijk nooit gevonden, maar dat was ook niet nodig, want de sigarenrokende pief, belde mijn ‘directe chef’, en die zou mij komen ophalen. Het bleek om een wat klein uitgevallen mannetje te gaan, waar ik later van zou merken dat ook kleine mannetjes kunnen roepen en tieren wanneer dat nodig is, of althans wanneer ze denken dat dat nodig is. Het type dat men wel eens omschrijft als ‘kop en kloten’. Hij stond afwachtend achterin het bureau, de handen gekruist voor zijn, ech kruis, terwijl de procuratiehouder ‘van wie de deur altijd openstaat’ zijn speech verder afwerkte.

We togen via dezelfde lift, door dezelfde lokettenzaal, door de impressionante inkomhal naar de straat. Ik had er geen idee van waar dit zou heen leiden. We liepen de straat uit, voorbij een allerleukst winkeltje op de hoek van de Bergstraat, waar ze enkel tweedehands postkaarten verkochten, voorbij een apotheek, en stapten huis nr zeven binnen. Foto: googlestreetview. Links, eerste huis voorbij het terras
Op het eerste zicht een doodgewoon huis, met een inkom gang, een voorplaats, achterplaats, en een ruimte waar waarschijnlijk ooit een keuken moet geweest zijn. In elk van die ruimtes stonden, te dicht op elkaar, burelen, waaraan vrouwen soms nog meisjes, mannen waaronder een stel van mijn leeftijd, zaten die mij monsterden, zoals dat gaat met nieuwkomers. Iets waaraan ik uiteraard in de komende maanden flink meedeed, want binnen de kortste keren werden in dezelfde dienst nog zeker tien andere nieuwelingen aangeworven. De chef vertelde mij, dat hij mij zou inzetten bij een al oudere man, waarvan ik dan later de job mocht overnemen. Maar eerst zou ik een tijdlang in elke van de verschillende ‘departementen’ van deze dienst alles en hij beklemtoonde ‘echt alles’ moeten leren. Ik zag dat onmiddellijk zitten. Vroeg mij zelfs niet af, of dit een verhaal was, dat al mijn voorgangers en nagangers ook te horen kregen. Ik kreeg een bureel, laat ik eerlijk zijn, er was geen bureel op overschot, ik mocht dus aan een soort tafel zitten die ze bij enkele burelen hadden bijgeschoven. In de sectie waar ik terechtkwam zaten enkel vrouwen. Alle jongemannen zaten in een naburige kamer en dus andere sectie. En ook al is dit een ander verhaal, ik heb er de nodige mensenkennis opgedaan. Zeker toen ik na twee dagen de tas soep van ‘Ach Margrietje de rozen zullen bloeien’ omver sjotte. Ik had te laat opgemerkt, dat je elke dag rond tien uur, maar beter je ogen openhield, want overal lagen op de grond stroomkabels met daaraan verbonden draadstangen waarmee water werd opgewarmd om er soep of koffie met te maken. En alle stopcontacten, lagen, juist, ook net boven de grond, op schop hoogte. In het achterste kamertje stonden de ‘C450 machienen’ van NCR . Een verhaal op zich(*).

Foto: NCR C450 in losse onderdelen uit elkaar gehaald.
Nog best te omschrijven als mechanische voorlopers van onze computers. Eigenlijk waren het zeer grote rekenmachines, met een klavier van wel 60 cm breed, waarop naast de gewone cijfertoetsen nog eens reeksen cijfertoetsen stonden, in verschillende kleuren, waarmee je dan codes kon samenstellen. Bovenaan bevatte de machine een invoergleuf, waar je documenten in kon deponeren, die dan zoals bij een schietspoel in een weefgetouw, na het drukken van een entertoets wegschoten naar een reeks aflegbakjes die zich in een blok aan je rechterkant bevonden. Aan de linkerkant zat een al even groot blok, met corresponderend per bakje een papieren telrol. Het systeem werkte als volgt. Je gaf een bedrag in van wat op je document stond, en je gaf een code in van het bakje waar je het document naartoe wilde sturen. Het bedrag werd bijgeteld op de corresponderende telstrook. Bakje vol? Geen probleem, dan sprong dit automatisch open. Je totaliseerde de erbij horende telstrook, en wikkelde die om je pakje documenten. Eenvoudiger kon haast niet, maar toch.... In '78 werden deze mechanische machines vervangen door de DDPS7750, een vergelijkbaar invoerstation, dat echter bestuurd werd vanuit een minicomputer met 64 KB geheugen, een harde schijf van een halve meter doorsnee, en een opstartprocedure waarbij je eerst een cassette diende in te voeren, waarop een startprogrammaatje stond. Foto's NCR de DDPS7750 (Data Processing System)
Mijn aankomst in de IT wereld, nu 40 jaar geleden. Overigens maakten we al twee jaar eerder gebruik van een faxtoestel, een oranje kast van de RTT, met een omvang van meer dan een kubieke meter. Die was er gekomen nadat een van de collega's bij het noteren van een opdracht in de franse taal (quatre-vingts million pour Ciments d'Obourg) er in geslaagd was om dit te noteren als 420.000.000 voor Simonne De Boer. Rekening houdend met de toenmalige inflatie en een rentevoet op de daggeldmarkt van 11 procent kostte dit grapje in 75/76 net geen 104.000 belgische frank, of omgerekiend zo een 2600 euro aan het bedrijf. Wat de huurprijs (want kopen kon niet bij de RTT (nu Proximus)), van een faxtoestel was is ons onbekend.

Mijn eerste taak.

Alle stukken die verwerkt dienden te worden kwamen ‘s ochtends binnen netjes vastgeniet aan een begeleidend document. Mijn aller, allereerste job...... nietjes uithalen. Halve dagen nietjes losmaken, met behulp van een metalen schepje.
Ik bracht het er in elk geval veel beter af, dan de man waarvan men mij vertelde dat ik hem ooit zou opvolgen, en die precies twintig jaar eerder in 1952, het jaar waarin ik werd geboren, als eerste opdracht kreeg een aantal dubbelformulieren van carbon te voorzien. Doorschrijfboekhouden, weet je wel. Hij had ze er van het eerste tot het laatste ondersteboven tussen gelegd, waardoor de gecarnonneerde tekst uiteraard niet op het dubbel verscheen, maar op de achterzijde van het origineel. Wij konden er na al die jaren hartelijki om lachen, tijdens een van onze wandelingen door de Beenhouwerstraat, op weg naar de Grote Markt. Ik ben overigens nooit zijn opvolger geworden. Zelfs toen al was de tijd voorbij, dat een loopbaan volgens een vooropgesteld plan verliep.

Zoals ik al zei, daar liep nogal wat jong volk rond, pas van de schoolbanken, en nog vol van plagerijen. Hoeveel zijn er niet geweest, die wanneer ze naar het station liepen, en het begon te regenen nietsvermoedend hun paraplu openklapten, om een regen nietjes in hun haar te voelen neerdwarrelen.

Hoeveel zijn er niet geweest die werkend achter hun machine, vaststelden dat ze geen bedrag meer konden ingeven, omdat iemand achter hen, in alle stilte met de vinger een van de nog lang niet volle bakjes had opengeklapt? En dat kon al eens op de zenuwen werken, zeker wanneer je weet, dat ook in die dagen beoordelingen werden uitgedeeld, waarvan je jaarlijkse opslag afhing. Een van de ‘meetpunten’ van je inzet kon afgelezen worden op de tellers, van de machine waarop werd gewerkt. Zo zie je maar....

Geluidsvervuiling bestond ook al in die dagen..... Mijn voorganger, die ik nooit in levende lijve heb gezien, en die al na drie maand proeftijd zelf zijn ontslag had gegeven, omdat die job ‘niks voor hem was’, had er voor gezorgd, dat er om het geluid te dempen, overal aan de wanden in die ‘machinekamer’ oude versleten tapijten aan de wanden werden gehangen. Hij is in zijn latere leven nog voor Will Tura beginnen werken. De ‘wandtapijten’ zijn gebleven, nog volle drie maand, want eind januari van ‘73, bleek het huis echt te klein geworden door al die nieuwe aanwinsten. Wij verhuisden naar Leopoldstraat 11, naar een vijfde verdieping, pal boven een repetitiezaal van de Koninklijke Muntschouwburg, waar we zes jaar lang een beetje ‘op ons eigen’ hebben geleefd.

Wanneer een van de machines het begaf, en naar de fabriek moest voor herstellingen, kwamen daar hijskranen aan te pas.

Ooit kregen we op die lokatie de toenmalige rijkswacht binnen, die een dief op de hielen zat, die in de nabijgelegen Nieuwstraat in een winkel wat had gejat en daarmee over de daken was weggevlucht. De krant titelde de daaropvolgende dag: ‘Wilde achtervolging te Brussel in ware Mannix stijl.’

Vervolgt....

(*) Deze ‘machienen’ waren een product van het bedrijf NCR (National Cash Register) uit Dayton, Ohio dat in Brussel gevestigd was aan het Surlet de Chockier plein. Ze hadden steevast twee techniekers in dienst, waarop wij beroep konden doen. Binnen de kortste keren, werd ik tot contactpersoon voor technische tussenkomsten gebombardeerd. Mijn intrede in de informatica wereld. Ik heb overigens altijd een formidabele band gehad met die mannen. Eentje ervan sprak frans, kwam uit Overrijse, en was later een van de eerste bruggepensioneerden, die zich een serre aanschafte om er van zijn verder leven te genieten. Zou hij nog? De andere man kwam uit Tienen, en ging nadat NCR het minder goed deed, werken voor Douwe Egberts. Ik kwam hem nog vaak tegen wanneer weer eens van onze koffieautomaten van zijn pluimen liet.





  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post193

Aalst 1988: Feest van de Rode Vaan

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 29 Oct, 2018 21:09

Vandaag, 29 oktober 1988 is het precies 30 jaar geleden dat het Feest van de Rode Vaan doorging..... in Aalst. Ik had daarvoor al enkele RV feesten meegemaakt in Brussel, maar deze keer te Aalst. Gedurende de jaren tachtig was ik cultuurmedewerker bij dit blad, onder het redacteurschap van Ronny De Schepper. Ronny, dezer dagen, genietend van zijn pensioen laat nog dagelijks stukjes los op de wereld via zijn blog: dagelijks iets degelijks. Zo was ik vorig jaar zelf nog het “lijdend” voorwerp van een van die stukjes. Ronny verhaalt hoe hij mij indertijd als “jongere” aan boord haalde, omdat hij zelf wat was uitgekeken op de rock en pop die zich in de jaren tachtig aandiende. Gelukkig was dat zonder curriculum, maar zuiver op “schrijftalent”, want anders had Ronny toen al vastgesteld dat ik amper een half jaar jonger was dan hijzelf.....


Begin jaren tachtig keek mijn echtgenote behoorlijk links tegen de maatschappij aan. Zij abonneerde zich in die dagen op het blad van de KP. Tot een lidmaatschap van de partij is het nooit gekomen, zoals bij zovele “sympathisanten”. Mogelijks een van de redenen dat de KP goed tien jaar later zich stilaan naar een laatste rustplaats sleepte.... al zijn de gebeurtenissen in de toenmalige USSR daar zeker ook niet vreemd aan. Ik las het blad mee vanop de zijlijn. Zekere dag stond er op de cultuurpagina een oproep om eender welke plaat te bespreken, en dit in te sturen, wat ik prompt ook deed, en het nog gepubliceerd zag ook. Ik had geheel toevallig een verzamelplaat besproken die ik net ervoor kocht in de Brusselse Metrophone, en waarop het kruim van de nieuwe bands te horen was. Muziek waaruit grotendeels de gitaren waren verdwenen om plaats te maken voor synthesizers. Bovendien had ik nog een extra artikeltje toegevoegd waarin ik ‘Oh Superman’ van Laurie Anderson besprak. Ik snap nu volkomen waarom ik toen Binnen de kortste keren kreeg ik thuis een plaat toegestuurd met bede die ook maar te bespreken. De rockjournalist in mij was geboren..... ik zou die Didden en consoorten eens laten zien wat ik in mijn mars had...... graptjen....

Bijna tien jaar lang schreef ik belangeloos en vooral gratis op totaal vrijwillige basis regelmatig een recensie over een plaat die ik toegestuurd kreeg, of vaak ook zelf kocht. Dankzij de perskaarten die vooral tijdens de zomer mijn richting uitkwamen frequenteerde ik festivals waar ik uit eigen beweging nooit zou heen gegaan zijn. Ik denk hier in de eerste plaats aan Seaside. Andere festivals werden meer dan gesmaakt: Rock Werchter frontstage (wat mij een archief aan goede foto’s opleverde), Festivalcatraz, Rod Stewart enTina Turner op de luchthaven van Oostende, enz... zonder de Vaan was ik nooit aanwezig geweest bij concerten van Rory Gallagher, Yoko Ono, Orchestral Maneuvers in the Dark, of persconferenties van Pete Townshend, waar hij weliswaar ons toesprak vanop een videocassette. Al bij al een heerlijke tijd die bijna tien jaar duurde.

Al schreef ik vaak over mijn eigen helden: Van Morrison, Bruce Springsteen en Marianne Faithfull.

Ik had meer Belgische “rocksterren” kunnen interviewen, maar dat lag mij minder, al heb ik heerlijke herinneringen aan een gesprek met Elsje Helewaut.

Mijn bijdragen werden door mijzelf stop gezet na een dispuut, met een nieuwe vrij jonge cultuur redacteur, over een artikel dat Tanita Tikaram ophemelde. Iets wat maar matig gesmaakt werd. Tanita zingt nog steeds, en de vaan wappert al lang niet meer....


Een nieuwe uitdaging wachtte in de Aalsterse Lorgo (Lokale Raad voor het Gemeenschaps Onderwijs), binnen de Argo, waar ik vaak rond de tafel belandde met lokale lesgevers, schooldirecteurs, industriëlen, apothekers, advocaten enz... voor relevante nabesprekingen in de Aalsterse Babbelaar. Een andere wereld, net als trouwens die andere wereld voor mijn Vaan periode toen ik mij op kynologisch pad begaf. Een pad dat er voor zorgde dat ik in 1981 voor het eerst in Merseyside terecht kwam, en amper enkele maanden later, op aanraden van een hondenvrouw, zelfs in Noord-Wales. Ligt ons levenspad vast? What if.....? (*)


Maar we waren toch in Aalst? Voor het feest van de RV. En wat merk ik, wanneer geheel per toeval het programmablad uit die dagen bekijk? Een divers programma met zelfs een schaakwedstrijd simultaan schaken waarbij de Aalsterse schaakclub Pion schaakt tegen Vasjukov (uit het trainerskmp van Kasparov), turndemonstraties door Sovjet atleten, jazzrockgroep Splash (?), verschillende stands, enz, en om het geheel af te ronden een fuif met Oh Boy.

Of er foto’s van bestaan, probeer ik nog uit te vissen. Oh Boy was net als Joystick een van de bands van William Souffreau uit de periode na Irish Coffee en voor de start van William als solo artiest. Hopelijk krijgen we meer informatie in het binnenkort te verschijnen boek Onion Rock, van Cynrik De Decker en Jan Van Liedekerke (**) dat handelt over de Aalsterse jeugdcultuur tussen 1968 en 1993.


Binnenkort duik ik af en toe in het RV archief.


(*) zoals ooit een oud-collega uit Kesken, het zo plastisch uitdrukte: ‘Was ons kat een koe geweest, we konden ze melken onder de stoof’
(**) https://www.flyingpencil.be/publicaties/72




  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post192

De ‘Antwerp Affair’: deel 2

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 24 Oct, 2018 17:50

Ook dit is weer een tijdsdocument, dat in de eerste plaats nooit werd geschreven om te worden gepubliceerd... maar bedoeld was om de herinnering levend te houden.

We reden, in de auto van Dirk, in een trok door van Gent naar Antwerpen tegen 120 km per uur. In Antwerpen, ergens een pintje gedronken, en de weg nog een paar keer gevraagd eer we aankwamen in het Sportpaleis in Merksem.

Voor het eerst in het Sportpaleis.
(C) Photo Paul Coerten

Amaai, dat was nog even wat anders dan de wei in Bilzen, van enkele maanden eerder. Enorm groot, en wat een massa volk. De plaatsen die we hadden, volgens ons ticket, leken noppes. We liepen even langs achter helemaal rond. Wat een podium. Achter op het podium stonden een achttal zwarte, op het eerste zicht, op kanonnen lijkende dingen. Spots kon je dat bezwaarlijk nog noemen. Bovenaan hing een enorme spiegel. De geluidsinstallatie (boxen) was vrij gelijkend met dien in Bilzen. We liepen naar het middenplein. Kracker had reeds opgetreden, maar daar hadden we weinig aan verloren. We zetten ons dan maar in het midden op de trap en wachtten op het optreden van Billy Preston. Het eerste wat( we hoorden was Day Tripper. Waar we zaten klonk de muziek enorm luid, en er vloog precies constant een zwaar vliegtuig over. Dat was nou de feedback van het Sportpaleis. Je kreeg het geluid alleen zuiver, wanneer je met je handen schelpen vormde achter je oren, zodat het geluid dat van achteraan terugkwam niet terugkom. Zo luisterden we even naar Preston, en we beseften dat we dat we een betere plaats zouden moeten zoeken, meer naar achter, dichter tegen de muur. En daar vonden we nog een paar goede plaatsen ook. Billy Preston speelde zijn gekende nummertjes en had er succes mee. Het was redelijk goed.

Maandag,15 oktobber 1973: The Rolling Stones in Antwerp.

En dan, op een gegeven ogenblik ging vooraan het licht uit, schoten twee grote fakkels aan, en ze waren er.Die grote zwarte kanonnen flitsten aan, en die gaven een aantal gekleurde lichtbaken, die afgebroken werden op de grote spiegel boven het podium. Die lichten konden door elkaar heen bewegen en elk afzonderlijk ook nog van kleur veranderen. ‘Hello, bonjour’, een gitaarstoot: Brown Sugar en ze waren vertrokken. Dat waren ze nu. Hoe is het mogelijk. We zagen ze in de verte, maar het geluid was nu wel goed. ‘Tumbling Dice, ‘Happy’, Het kwam er allemaal goed uit. Vlug na elkaar, met enkel een ‘Whow’ of zo er tussen. En dan na enkele nieuwe nummers: Starf...cker’, officieel ‘Star Star’, en het ganse Sportpaleis begon mee te klappen. Dat telde verdorie. Ze kwamen los. Angy klonk niet identiek met het nummer op de plaat, alhoewel het verre van mis was.(*). Daarna volgde de b-kant van single Honky Tonk Women: ‘You can’t always get what you want’ met een enorme saxsolo, (**) gevolgd door een nog mooiere gitaarsolo van Mick Taylor. Die jongen verbaasde mij wel. Ik had er nooit een zo goede gitarist in gezien. Jagger danste rond, evenals Richard, en voor de rest stond Wyman er stokkestijf bij, de bas kaarsrecht naar omhoog. De Trompettist en saxofonist stonden een beetje afzijdig, evenals aan de andere kant, een tabla drummer van bij Preston, en Preston zelf. De afgelopen week zat Charly Watts, in een filmpje, nog wat verveeld te drummen, maar die kerel viel nu erg mee. Top man. Ik had ze mij feitelijk ‘zwakker’ voorgesteld. Midden in de arena zat een gast met een koptelefoon op achter een enorm mengpaneel.

Plots begon er aan beide zijden van het podium een rookgordijn naar elkaar toe te rollen. Aan beide zijden wipten twee rode fakkels aan. De Stones speelden ‘Midnight Rambler’ Mick Jagger bewoog zich, wadend tot aan zijn knieën, in die damp die constant bleef hangen. Zelfs nog wat steeg, tot plots die fakkels begonnen te kolken. Het was alsof er een kokende stroom lava uitkwam. Midnight Rambler, dat was een performance. Na het lange immense nummer verdween de rook als bij overslag. (Van cold ice hadden wij uiteraard nog nooit gehoord). Ze starten met wat ouder materiaal, alhoewel ze niet verder teruggrepen dan ‘68. ‘Honky Tonk Women’. We zijn toen rechtgestaan, en drongen door tot helemaal vooraan, op een tiental meter van het podium, waar we rechtstonden op de banken. Zo zagen we die kerels van dichtbij, en dat was de moeite waard. Ze speelden hun nummers nu volledig, quasi aan elkaar gekoppeld. Hier voor het podium hadden we ook geen last van het feedback element, van eerder. ‘Jumpin’ Jack Flash’, Street Fighting Man’. Whaaw. Mick croste rond, sprong zelfs bij Billy Preston op schoot. Ook dat was geweldig, en vooral dat die blazers en de kant van Billy nergens overheersten. Het waren de Stones. Mick goot wat water uit een karaf over zijn hoofd, en de rest van de emmer gutste hij over het publiek. Het spektakel liep naar zijn einde. De muziek was nu instrumentaal geworden. Stonesmuziek, zoals je ze nooit op plaat hoort. Mick nam een pot met rozenblaadjes en besprenkelde daarmee het podium, alvorens nog een paar buigingen. Dat was ‘the devil’ die afscheid nam. Een devil waarvoor we enkel sympathie kunnen hebben. De laatste tonen. Het licht ging even uit, en de boys waren al verdwenen van het podium. Uit de speakers klonk 2001 (space) muziek. Een bis nummer was er niet. Het was voorbij. Een gebeurtenis in ons leven die we misschien nooit meer zullen meemaken. (Toch wel. Wij twee samen zagen ze opnieuw in 2015 in Werchter).

Samen met 19.000 anderen brachten we hulde aan de muziek van een decennium. De Rolling Stones, bouwstenen van een jeugdcultuur, waarvan ook wij nu deel uitmaken. De Stonesfabriek zal zijn tenten in Antwerpen opbreken en verder trekken. Het podium werd door tientallen roadies bestormd.

Aftermath: Dinsdag, 16 oktober 1973

In het naar huis bollen zagen we geen twintig meter ver vanwege de dichte mist. Toch zonder ongelukken thuisgebracht, ook al reden we aan de kerk van Oudegem plots te midden van de straat. Het was gelukkig toen al nacht.

De volgende dag, nog even door de lijst gefietst van al de spullen die de de Stones vroegen bij elk optreden. De flessen liebfräumilch voor Keith ben ik altijd blijven onthouden. De Stones hadden al een Ryder, nog voordat het woord werd uitgevonden.

Humo brak vorige week nogal op over het feit dat ze vandaag in Brussel zouden spelen voor het personeel van het ITT concern, maar dat is dan uiteindelijk toch niet doorgegaan. Morgen nog twee concerten in Brussel. Verder gaan ze hier ook nog optreden voor de Franse uitzendingen van Radio Luxembourg.

‘Goats Head Soup’ klinkt fantastisch.

De Rolling Stones Mark II ontstonden eind jaren 60, nadat ze ‘Brian Jones’ hadden ontslagen, en op zoek moesten naar een nieuwe gitarist. Dat duurde even maar ten slotte werd gekozen voor de nog jonge stergitarist Mick Taylor. Taylor had naam gemaakt via de band van ‘John Mayall’. Mayall’s band fungeerde vaker als voedingsbodem voor toekomstig talent. Denk maar aan leden van de ‘Free’ en ‘Fleetwood Mac’.

De Rolling Stones brachten in ‘71 in de nieuwe bezetting ‘Sticky Fingers’ uit, met de hitsingle ‘Brown Sugar’. In de lente van ‘71 kregen ze een bruine enveloppe van het Britse ministerie van Financiën, waardoor ze quasi op de rand van het faillissement werden gebracht. Er was maar een uitweg: vluchten uit Groot Brittanië, naar oorden waar de taxman hen met rust zou laten. Ze opteerden om minstens voor een jaar naar Zuid-Frankrijk te trekken. Al was het vooral Keith die zich vestigde in het zuiden. Mick zat in een Parijs appartement met zijn nagelnieuwe bruid, die het niet zo begrepen had op de rest van de Stones. Het Zuid-franse avontuur zal een jaar later via het dubbelalbum Exile on Main Street op de wereld worden losgelaten. In de jaren die volgden verschenen tal van verhalen over die periode uit hun leven, vaak aangedikt, en vooral nooit door hen tegengesproken. In het boek ‘Exile on main street: a Season in Hell with the Rolling Stones’ probeert auteur David Greenfield uit de verschillende daarvoor verschenen boeken min of meer een correcte weergave van de feiten te filteren. Het mag vooral duidelijk zijn, dat de plaat nogal wat opnames bevat die al dateerden uit de Sticky Fingers tijd, en nog heel wat materiaal uit de winterperiode van ‘71 toen ze naar de States waren verkast. In de ‘Villa Nellcôte’ die Keith Richards huurde werd er gepoogd om nummers te maken, maar sister heroïne zorgde er al te vaak voor dat er voornamelijk tijd verspeeld werd, en dat er weinig echte songs ontstonden. Taylor verveelde zich dan ook vaak. Overigens had hij geen enkele reden om in ‘Exile’ te gaan leven want hij had op dat ogenblik amper geld verdient. Overigens later ook al niet veel, aangezien hij zijn naam niet vermeldt zag op de Stones platen. Al bij al heeft hij het uitgezongen tot in de herfst van ‘74, en haakte hij eigenlijk al af na hun Europese toernee in ‘73, naar verluidt omdat hij ‘wou blijven leven’..... Het harde Stones bestaan was niet aan hem besteed. En toegegeven een echte tandem met Keith heeft hij nooit gevormd. Hij was niet uit het zelfde hout gesneden als zijn opvolger ‘Face for ever’ en toch Stone geworden: ‘Ron Wood’.In ‘73 verschijnt ‘Goats Head Soup’. De plaat waaruit de nieuwe nummers kwamen die tijdens de Europese toernee werden gebracht. Uit Exile kregen we enkel Keith’s Happy. Niet direct een van zijn sterkste songs.

Dat de jongere generatie vaak Exile on Main Street als de topplaat van de Stones naar voren schuift, is al even onbegrijpbaar als het ophemelen van ‘Neil Young’s On the Beach’. Enkel te verklaren, door het feit dat ze te jong zijn, om pakweg ‘Aftermath’ te kunnen kennen.

‘Goats Head Soup’ werd opgenomen in Jamaica, en bevatte volwassener, en melodieuzer songs. Met het op single uitgebrachte ‘Angie’ scoorden ze opnieuw hoog in de toenmalige hitlijsten. Te danken aan het wondermooie pianospel van ‘Nicky Hopkins’. Ons klonk het nummer in die tijd vooral melig in de oren. Maar de Stones zouden de Stones niet geweest zijn, en dus werd ook op deze plaat tegen deuren geschopt. Een van de nummers op de plaat kreeg de titel ‘Star Star’ mee. Een knieval voor de goegemeente, want het nummer had eigenlijk ‘Starfucker’ moeten heten. Iets wat deed terugdenken aan de tijd van ‘Let’s Spend the Night Together’, toen Mick bij een TV optreden gevraagd werd, om ‘Let’s Spend Some TIME Together’ te zingen. Hij murmelde toen enigszins de tekst om zijn smoel te redden.

In de jaren zestig werd vrank en vrij over de duivel gezongen in ‘Sympathy for the Devil’. Op ‘Goats Head Soup’ werd hebt plots ‘Dancing with Mr D’. Het was overigens dat nummer dat tijdens de toernee op hun setlist stond in plaats van Sympathy. Niet enkel Mick Taylor was in het begin van de seventies nieuwkomer bij de Stones. Ook, in navolging van de Beatles, allieerden ze zich met ‘Billy Preston’, die mee op toernee mocht als begeleider, en die zelfs in het voorprogramma mocht spelen met geleende Stone Mick Taylor aan zijn zijde. Blazers ‘Jim Price’ en ‘Bobby Keys’ voegden een nieuwe dimensie toe aan het Stonesgeluid. Toch maakten zij nooit echt deel uit van de grootste rock and roll band in de wereld. Jagger tolereerde hen enkel op de loonlijst. Opvolger van ‘Bill Wyman’, ‘Daryl Jones’, nu al jaren vaste bassist van de Stones, werd ook nooit aanvaard als een nieuwe Stone. Maar waren de Stones al niet van bij het begin ziek in dat bedje, toen ze hun pianist ‘Stu’ (‘Ian Stewart’) naar het achterplan maneuvreerden? Gelukkig werd de man ooit bewierookt in een welverdiende ode die ‘Led Zeppelin’ aan hem bracht via de song ‘Boogie with Stu’.

De Exile plaat wordt steevast door Keith geroemd, terwijl Jagger er veel sceptischer tegenover staat. Jagger wou ‘breder’ gaan, weg van de rechttoe rechtaan rock and roll, daar waar Keith veel liever oude paden bewandelde. Rekening gehouden met zijn toenmalige verslaving, was dat waarschijnlijk ook het enige waartoe hij nog in staat was. Songs als ‘Happy’ zijn daar een mooi voorbeeld van.

Toen de songs voor Exile klaar waren en er zich een nieuwe toernee aandiende werd Richards eerst en vooral naar Zwitserland gebracht, waar hij in een privékliniek ‘droog’ werd gezet.

Er waren daarnaast nog een aantal problemen met ‘Allen Klein’ hun zakenpartner waar ze zich van losgewerkt hadden. Die claimde nl royalties voor een aantal songs uit Exile. Mogelijks ook een van de redenen waarom ze die nooit live brachten.

Al bij al is binnen het Stones canon Exile on Main Street zeker niet de topplaat waarvoor ze al te vaak wordt versleten. Ook niet hun bestverkopende. ‘Some Girls’ uit ‘78 verkocht beter en was voor velen een verademing, en het bewijs dat de Stones eindelijk mee waren met hun tijd, en nog steeds hits konden produceren, alsof we ons nog in 65 of 66 bevonden.
————————————————————————————-

(*) en na 45 jaar weet ik nu precies waarom..... Nicky Hopkins (piano) was er namelijk niet bij tijdens de ‘73 toernee.

(**) De Bobby Keys Affair.

Jim Price en Bobby Keys waren de vaste blazers bij de Stones in het begin van de jaren zeventig. Logisch dat iedereen er van uitging dat wij Bobby Keys op sax bezig hoorden. Nu vijfenveertig jaar, en enkele verslonden boeken, later is die niet helemaal zeker. Zowel Richards als Keys stoeiden in die dagen met sister heroïne. Tijdens die toernee blijkt zich een zwaar incident te hebben voorgedaan waardoor Mick Jagger overging tot het ontslag van Bobby Keys. Keith Richards verklaart in zijn biografie Life, dat het hem tien jaar heeft gekost om Keys terug in de Stones te krijgen.

Foto www.today.com

Wat was er gebeurd?
Richards gaat even voor de Stones het podium op moeten op zoek naar de ontbrekende Keys. Hij treft hem in zijn hotelkamer, waar Keys, samen met een frans hoertje een Dom Perignon champagne bad neemt, en hij tegen Keith duidelijk maakt dat hij niet van zin is om zich podiumwaarts te spoeden. Waarop hij dus niet enkel zijn C4 krijgt van Jagger, maar ook nog een gepeperde rekening die naar het schijnt zelfs zijn gage voor de gehele toer overtrof. Overal op het internet staat bij dit incident vermeldt dat dit volgens de biografie van Bobby Keys, de betrokkene zelve, plaatsgreep voor ze vertrokken naar Frankfurt. Dit zou dus plaatsgegrepen, volle twee weken, voor het Stones circus Antwerpen aandeed. Wie speelde dan wel sax? Die naam is bekend, nl. Trevor Lawrence, en wordt o.a. vermeld op de hoes van het pas in 2011 uitgebrachte Brussels Affair. Dit lijkt duidelijk, ware het niet dat ook Keith Richards dit feit vermeldt in zijn biografie ‘Life’, waar hij het echter situeert in een Brusselse hotelkamer voor het voorlaatste optreden van de toer. Letterlijk schrijft Keith en we citeren uit een artikel in Ultimate Classic Rock (***): “Bobby went down in a tub of Dom Perignon. Bobby Keys, so the story goes, is the only man who knows how many bottles of it it takes to fill a bath, because that’s what he was floating in. This was just before the second-to-last gig on the ’73 European tour, in Belgium. No sign of Bobby at the band assembly that day, and finally I was asked if I knew where my buddy was -- there had been no reply from his hotel room. So I went to his room and said, Bob, we gotta go, we gotta go right now. He’s got a cigar, bathtub full of champagne and this French chick in with him. And he said, f--- off. So be it. Great image and everything like that, but you might regret it, Bob. The accountant informed Bobby afterward that he had earned no money at all on that tour as a result of that bathtub; in fact he owed. And it took me ten goddamn years or more to get him back in the band, because Mick [Jagger] was implacable, and rightly so. And Mick can be merciless in that way. I couldn’t answer for Bobby. All I could do was help him get clean, and I did.

En dat zou betekenen dat Bobby Keys op twee optredens na wel de gehele toernee meespeelde. Keys verklaarde overigens jaren later in een interview dat die tijd nogal verward was voor hem, en dat hij zich eigenlijk dat champagnebad niet herinnerde. Hij herinnerde zich wel de gepeperde rekening.(***) Brussel (****) is al bij al ook aannemelijker, dan Frankfurt, omdat er een frans hoertje bij was betrokken. Tenzij natuurlijk de Stones gedurende die toer niet in elke stad op hotel zaten, maar bijv. vanuit het centraal gelegen Brussel verschillende steden zouden hebben aangedaan....

Aan Keys kunnen we het niet meer vragen, want die overleed al op zeventigjarige leeftijd. Dan maar gevraagd aan een toenmalig journalist van eigen bodem, die het avondconcert in Brussel bijwoonde. Die ging er van uit dat Keys de gehele toernee meespeelde. Niet dus.

(***) http://ultimateclassicrock.com/bobby-keys-champagne-bath/

(***) In UltimateClassirock: “Keys later disputed this story in his own autobiography, 'Every Night's a Saturday Night,' insisting that while the financial aspect of Richards' recollection might be accurate, his champagne bath wasn't specifically what led to his departure during the 1973 tour. Then again, as he admitted in a recent interview, his memories are a little hazy; asked if the tub legend is true, he chuckled, "That's what they tell me. It was reflected in my paycheck, so I guess it's true."

(****) Brussel.

Dat er in ons land in Brussel twee concerten op een dag plaatsgrepen had zo zijn redenen. Na het namiddagconcert was vooral het avondconcert bedoeld voor de Franse fans. Na hun passage in Exile het klaar ervoor, had het Franse gerecht nog een appeltje te schillen met Keith Richards. Had hij zich op franse bodem vertoont, men had hem meer dan waarschijnlijk onmiddellijk de doos in gedraaid.

Voetnoot1: Exit Mick Taylor.

Na de twee Brusselse concerten, die gelukkig schitterend werden vastgelegd op tape, werkten ze nog een concert af in Berlijn. Na dat concert bleef Mick Taylor nog een klein jaar bij de Stones en droeg zijn steentje bij aan de ‘It’s Only Rock and Roll’ plaat. Toch gaf hij eind ‘74 zijn ontslag, o.a. wegens nooit gekregen erkenning van zijn bijdragen aan de Stones. Boekhouder Jagger vertikte het de naam van Taylor toe te voegen aan nummers die zonder de inbreng van Taylor zelfs niet zouden bestaan hebben. Nee het bleven Jagger-Richards composities.

En dat net nadat ik Mick Taylor door dat concert pas echt had leren waarderen.

Mijn eerstvolgende Stonesconcert maakte ik mee in ‘Vorst Nationaal’ in 1976. Dit was na de ‘Black & Blue’ LP, die ik al wat ondermaats vond, en met ‘gloednieuwe’ gitarist ‘Ron Wood’, die ik maar matig kon appreciëren. Dat concert kon helemaal niet tippen aan ‘the Antwerp Affair’ van drie jaar eerder.

Ik kom nog wel eens gasten tegen, die van de ene verbazing in de andere vallen wanneer ik vertel, dat ik de Stones met Mick Taylor heb gezien..... voor mij blijft het in elk geval een ongelofelijke dag, maar het zal altijd blijven knagen dat ik nooit de ‘echte’ Rolling Stones met Brian heb gezien. Een troost.... ook de Beatles staan in dat lijstje.

Voetnoot2: Een opname van het concert in Antwerpen.

Vandaag beluister ik voor het eerst de op Youtube te vinden opname van het Antwerpse concert. Het betreft een zogenaamde ‘audience’ tape. Een opname gemaakt vanuit het publiek. De kwaliteit is er naar, maar voor wie er bij was is dat ondergeschikt. Het is de documentaire waarde die telt. De herkenning van wat zich vijfenveertig jaar geleden afspeelde. Het vaststellen, dat de toen nog jonge Stones, in sommige persartikelen al versleten voor oudjes in hun bovenste beste doen waren. Kiekenbisj, koude rillingen, en vooral muziek, muziek en muziek. It’s only rock and roll.

Ik begrijp nu nog meer, waarom het concert in 1976 in Vorst een fiasco was, met de toen nieuwe gitarist, Ron Wood, en lauwe songs uit Black and Blue. De toernee die ze in 1973 doorheen Europa maakten, was een van hun beste. En de Brussels Affair opname mag gerust hun beste live plaat worden genoemd.

En wanneer we even in mijn persoonlijke top vijf van live concerten duiken.... laat het ons op zeer hoog houden.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post191

De ‘Antwerp Affair’: deel 1

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 17 Oct, 2018 12:45

Dit had net zo goed kunnen heten: uit een dagboek geschreven in 1973, herfst 45 jaar geleden.

We laten ‘68 even voor wat het was en springen voor heel even vijf jaar verder, of dichter als u wil, in de geschiedenis.
Terugblikken naar een tijd, waarin een smartphone, nog met een omvlochten katoenen draad vastgekluisterd zat aan de muur, en doodgewoon telefoon werd genoemd. Meestal een zwart bakelieten toestel, met dito hoorn. Gelukkig bestond er in die dagen toch al een ‘mobiele’ variant, het zogenaamde ‘telefoonkotteke’, dat je her en der in steden vond, en waarin je voor vijf frank drie minuutjes kon praten. Niemand kon vermoeden dat er ooit iets als een GPS zou worden uitgevonden. Neen wij bedienden ons van een groot vel papier waarop iemand straten en dorpen had getekend, precies zoals Mercator ons dat dik vierhonderd jaar eerder had geleerd. Een ‘landkaart’ heette dat. En ja een auto had in die dagen vier wielen, maar dat wist u al....

Kortom ‘tools’ die ons de komende dagen en uren zouden van pas komen. Het was een tijd waarin ik leerde, dat er voor elk probleem een oplossing bestaat, als je maar even nadenkt, en vooral nooit panikeert....

Thuis hadden we in die dagen geen auto, en ook geen telefoon. Handige spullen om te communiceren en om je te verplaatsen, zoals nog zal blijken.

Neem nu het feit dat ik de band Kracker nooit heb zien spelen. Daar bestaat een heel goede reden voor. Ooit bezochten zij ons land, en ik had er zelfs een kaartje voor. Of ik er iets aan heb verloren weet ik op dit ogenblik nog steeds niet, maar ik heb een stil vermoeden dat de band daar nooit heeft van wakker gelegen. Kracker is al lang vergeten, of toch niet helemaal, want ik vind er het volgende over terug op Wikipedia.

Kracker was volgens Wikipedia een Amerikaanse band die bestond van 1972 tot 1976. Zij waren via Jimmy Miller in contact geraakt met Jagger en Richards die hen, bij het uitkomen van hun tweede LP, wereldwijd (met uitzondering van Amerika) signeerden voor hun nieuwe label. Zij waren de eerste band op het fameuze Rolling Stones label.

We duiken in het verleden naar het najaar van 1973, nu alweer vijfenveertig jaar geleden. Enkele gebeurtenissen in de aanloop naar half oktober van dat jaar.

Zeventien oktober is de geschiedenis ingegaan onder de naam: ‘Brussels Affair’. Een titel die verwijst naar een legendarisch ‘Rolling Stones’ optreden dat pas in 2011 op CD verscheen, en tegenwoordig al helemaal niet meer te verkrijgen is. Niemand besefte op dat ogenblik in 1973 dat de Stones, in die bezetting, met de meer dan uitstekende bluesgitarist Mick Taylor, aan hun voorlaatste concert waren begonnen.

Zelf beleefden wij twee dagen ervoor onze ‘Antwerp Affair’. Een impressie....

Voor wat nu heet: de grootste rockband uit de geschiedenis, kon je tot een maand voor het concert kaartjes kopen.... in een muziekwinkel. Je kan je afvragen of het Internet echt wel gelijk staat met vooruitgang.

Zaterdag 15 september 1973

Uitgaan. Met Herman wat gediscuteerd, over uur van vertrek. Er zou ons een gast van Sint Lievens Houtem oppikken. We zouden dan doorbollen naar Sint-Lievens-Esse, maar... die knul kwam er niet door en wij zijn ten slotte maar naar de Leeuwerik gegaan. Er kwam daar een popgroep. Ik wist niet goed wat ik er moest van denken, en feitelijk kon het mij, geloof ik, ook geen barst schelen. Er was niet al te veel volk, maar toch. Er speelde een groepje jonge gastjes, niet te progressief, maar toch nogal heavy. Lange langzaam zwaar drijvende nummers. De sfeer in de Leeuwerik vond ik wel goed. Er stond zo’n progressieveling te springen. Ze had een zwart pulletje aan, en een jeans die haar blote buik liet zien.

Zondag, 16 september 1973

Vandaag Nieuwerkerken kermis. Vanavond hadden we toch maar besloten van tot acht uur te wachten, en zie die kadee kwam er nu wel door. We zijn dus toch met hem samen naar Nieuwerkerken gebold, waar veel volk was. In ‘t Antieksken (de vroegere Las Vegas), met nieuwe inrichting, nu iets klaarder was het veel te warm. Vandaar naar de Buxy en zoals gewoonlijk nadien naar d’Hoeve. Daar was het nog het beste van allemaal. We zaten er van een pintje te genieten, en het optreden van de Stones kwam ter sprake. We voelden er allemaal wel voor. De anderen gaan morgen zien of er nog kaarten zijn. Ik zag Martine daarna achter in de zaal, en daar ging ik een babbeltje mee slaan. Erwin, een collega van het werk stond er ook met een pintje. Ik gaf nadien zelf nog iets, ook voor Marie-Paul. Eddy Corthals gezien,en dat was lang geleden. Martine was er weer in, en zij gooide weer met papiertjes. (Hier komen we later nog op terug).

Maandag, 17 september 1973

Vanavond kwam Herman. Ze hadden kaarten gekocht voor 15 oktober: 230 ballen. Dankzij die gast van Houtem, want wij zouden daar vermoedelijk nooit echt werk van hebben gemaakt. We spreken later nog wel verder af.

Zondag, 23 september 1973

Kermis Lede. Van den Os naar de Lelie, en naar ‘t Brouwershuis. Daar draaide Jo Blo plaatjes: the Master Blaster.

Zaterdag, 6 oktober 1973

In Aalst in de Madelon kwam de Radio Noordzee Mobiele discotheek. Nadien nog binnengewipt bij Van der Elst, waar DJ Wando terug draaide.

Zondag, 7 oktober 1973

Gisterenmiddag kwam er daar ene zeggen dat er in de garage van Landsheer een autootje stond. Ik ben even gaan zien. Een okerkleurige Fiat 128 voor 40.000 ballen. Frans DB was er niet, en dus besloot ik om er nog even over na te denken, en morgenavond nog eens binnen te stappen.

‘t Was al door halfnegen toen ik naar Mere (kermis) bolde. ‘Clarck Richard’ was er net enkele rock and roll nummers aan het doorjagen. In de ‘Mascotte’ nog even geweest, en na halfnegen bolde ik naar ‘Dido’. Daar was redelijk veel volk.

Maandag, 8 oktober 1973

Vanavond dan binnengestapt bij Landsheer en dat bakje eens goed bekeken. Ziet er tof uit, en Frans DB kan ik wel vertrouwen, al was het maar omdat hij nog familie is. Beslist. Belastingen inbegrepen wordt het 47.000 frank. Frans ging morgen contact opnemen om eens te kijken voor een verzekering.

Dinsdag, 9 oktober 1973

Verzekering afgesloten bij een zekere Bosman. Die tiep zou alles opsturen en mogelijks zou ik tegen zaterdag al een plak kunnen hebben, maar de auto zelf zou ik pas volgende week hebben volgens de garage. (En dat zal een cruciaal gegeven blijken in deze verdere kleine geschiedenis).

Woensdag, 10 oktober 1973

Welk effect gaat dit geven? Opnieuw in een auto kruipen. (Ik had sinds mijn rijopleiding in juli geen auto meer bestuurd.)

Zondag, 14 oktober 1973
Waar we toen naar luisterden.

21 Status Quo - Caroline

19 Manfred Mann - Joybringer

18 Dave Edmunds - Born to be with you

15 Bryan Ferry - A hard rain’s gonna fall

14 First Choice - Smarty Pants

12 The Rolling Stones - Angy

9 Pink Floyd - Money

8 Adriano Celentano - Prisencolinentia

7 Dr John The Nighttripper - Right Time Wrong place

6 The Sweet - Ballroom Blitz

5 The Troggs - Feels like a woman

4 Golden Earring - Radar Love

3 Hudson Ford - Pickin’ up the pieces

2 Medicine Head - Rising Sun

1 Wizzard - Angel Fingers

Vanmiddag vlug op pad, want er viel te bestellen, tijdens de Radio Atlantis (*) Drive-in show. Mike West en Joop Verhoof deden het niet slecht. Redelijk veel volk, maar er werd niet genoeg gedronken. Herman morde ook al. Nog even tot in het Wanzeels Moleken gebold, en nadien naar huis, met een tot morgen, want dat zou de ‘big day’ worden.

Foto’s: Joop Verhoof, onderaan(+) en Mike West. Later bij Mi-Amigo

The Antwerp Affair, The Rolling Stones in België: deel 1.

Maandag, 15 oktober 1973.

Om drie uur gestopt op het werk, en even na vier uur thuis aangekomen, en verdorie, even later kwam de moeder van Herman er aan om te melden dat die knul van Houtem had getelefoneerd met de boodschap dat zijn nonkel was overleden, en hij dus niet naar het concert zou gaan. Stom, stom en wat nog meer? Herman zal in Gent staan wachten, en van niets weten. Nu ja, tot daar aan toe, het is voorbij. Een kans die nooit meer terugkomt.

Op gemak wat gegeten, en dan bedacht ik dat Dirk op maandag een uur vroeger thuiskomt vanwege zijn avondles. Ik wachtte hem op, en vertelde hem het voorval, opperde dat hij die kaart eigenlijk zou kunnen overnemen van die kadee van Houtem. Maar gek genoeg, kende ik in feite die tiep van Houtem niet eens. Dirk was toch tot op zeker hoogte geïnteresseerd. ‘We zullen zien’, zei die, ‘tracht eerst aan Herman zijn telefoonnummer te geraken’.

Ik op weg naar de moeder van Herman die mij vertelde, dat zij geen rechtstreeks nummer had. Enkel een telefoonnummer van de vrouw die het studentenhome waar Herman verblijft verhuurt. Ook had zij een nummer van Focquet, de gast met de overleden nonkel, en de kaart op overschot.

Op naar Dirk en van daaruit naar Gent getelefoneerd. Die vrouw herinnerde zich gelukkig wel wie Herman was, en ze beloofde om even tot op zijn kot te gaan zien. We hadden haar het nummer van Dirk gegeven waar Herman ons zou kunnen bereiken. Hopelijk was Herman niet direct van school naar het Zuid gegaan, zoals we hadden afgesproken, want dan zou die vrouw hem nooit aantreffen.

We lieten vervolgens het nummer van de ‘Lelie’ achter bij Dirk thuis en vertrokken naar de zaal, waar de discobar van gisteren nog stond van de Radio Atlantis dag.

Het was intussen zeven uur geworden, en het begon er sterk naar uit te zien, dat alles toch nog in het water zou vallen. Ook de discobar van Atlantis stond nog. Dirk begon boven, zijn spullen uit elkaar te halen. Plots was er beneden telefoon voor Dirk. Whaaw, snel naar beneden, waar Dirk de ‘onderhandelingen’ startte met Herman. Ik zat er aan de toog nog wat te babbelen met Marina, de cafédochter, die ook wel wou meegaan. Dirk stelde voor dat Herman naar ons zou toekomen, naar het station in Lede, om dan van daaruit gezamenlijk bij Focquet te bollen in Houtem om dat ticket.

Einde gesprek. Herman zou ons na 10 minuutjes terugbellen. We probeerden Focquet in Houtem te bellen. Bezet. Een minuutje later nog bezet. Een halve minuut later belde het dan toch, maar niemand nam de hoorn op. Verdomme, nog meer tegenslag. Wat nu gezongen? Herman belde terug. Ook hij had geprobeerd, en geraakte er eveneens niet binnen.

Bon, wij togen terug naar boven, en braken verder de installatie af. Nog een laatste poging. Geen gehoor. Finito.

Als de nood....

We stonden nog even te praten, en dan was er plots terug telefoon. Het was Herman die eieren voor zijn geld koos, en zijn ticket voor een woekerprijs aan Dirk wou verkopen. Hij belde vanuit een openbare cel, en had dus niet veel tijd. Zij debatteerden over 10 frank of zo, tot de drie minuten van Herman in de telefooncel op waren, en de lijn werd verbroken.

‘Hoe komen we snelst in Gent?’ vroeg Dirk. We waren direct op weg. Nog een geluk dat we aan Herman nog snel hadden kunnen zeggen dat hij naar ‘t Vosken aan Sint Baafs bij de KVS moest komen. Een plaats die ik kende vanwege een bezoek met de school aan de KVS voor het toneelstuk ‘Vrijdag’ van ‘Hugo Claus’.

We hadden geluk: hij stond er. Snel de kaart overhandigd, en Herman droop af, vloekend, onze Houtemmenaar verwensend, die er in de eerste plaats had voor gezorgd dat we besloten om naar de Rolling Stones te gaan. Ik wist niet goed of ik mij op dat ogenblik nu goed of slecht moest voelen, omdat Herman uiteindelijk niet meekon....

Op naar de oprit van de E3, met 57 km voor de boeg. Het was al enkele minuutjes na acht uur....

Kracker stapt het podium op, en wij zijn er (nog) niet..... en nu weet u waarom.

Vervolgt in: The Antwerp Affair, The Rolling Stones in België: deel 2.


Voetnoot:
(*) Radio Atlantis was een kort leven beschoren. Adriaan Van Landschoot huurde voor 3 maand het schip Mi-Amigo van Caroline. Helaas bleek ”iemand” na die drie maand meer te willen betalen voor de huur van het schip. Een wafelbakker uit de streek van Halle.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post190

Kiesintenties: na de proclamatie.

Steen der filosofenPosted by Eddy De Saedeleer 15 Oct, 2018 18:22

Verkiezingen, en hoe de Vlaming er de ballen van snapt.

Bij elke verkiezing zie je hetzelfde: peilingen die nooit kloppen, beloftes die nooit worden waargemaakt, deelnemers die er al na een keer hun buik van vol hebben, een enkele gemeente die in het nieuws komt, vanwege een uitschieter, en tot slot een kaart van Vlaanderen, die laat zien hoe we na 50 jaar nog altijd in de CVP staat leven.

De kerken zijn leeggelopen, de C in CD&V betekent intussen meer dan ooit sChijnheilig in plaats van Christelijk, de roep op sociale media valt stil, want ze hebben het weer niet kunnen veranderen. Wordt onze jeugd wel genoeg kennis gegeven over hoe het politieke systeem in elkaar steekt? Wij durven het te betwijfelen. Hoe verklaar je anders dat een klassieke partij waarvan het kiesvee aan de ene kant jaar na jaar verminderd vanwege een laatste tocht naar de dodenakker, toch weer aan het andere eind nieuw en vooral jonge kiesvee vindt?


Overigens moeten we ons willens nillens onderwerpen aan een pervers kiessysteem, dat steevast de meerderheid bevoordeeld. Neem nu een kleine gemeente als Lede, die het vertikt om over fusies te praten, met haar buurgemeenten, om geen mandaten binnen de eigen partij te verliezen. Het zou nochtans in het voordeel zijn van toekomstige generaties die nog veel meer dan wij naar een groenere en gezondere wereld zullen moeten streven, waar bomen in thuis horen, en waarin we de plaatjes van Louis Neefs over een wereld van staal en beton niet meer nodig zullen hebben.


Concreet: de grootste partij wint amper wat bij, 1,5 procent stemmen. Toch stijgt zij van 8 naar 10 zetels, of met maar liefst 20 procent, want het zijn uiteindelijk de zetels, lees personen, die de macht uitmaken. Mocht u dit oneerlijk vinden en zich afvragen hoe dat kan, dan is enige kennis van het systeem van zetelverdeling wel op zijn plaats. Zetels zijn nl, niet gekoppeld aan het aantal uitgebrachte stemmen, nog aan het percentage waarmee men vooruit of achteruit gaat. In een gemeente als Lede, waar enkele nieuwe partijen opkwamen, o.a. een carnavalsperiode en een partij van vroegere onafhankelijken die het goed menen, beseffen zij niet dat wanneer zij de kiesdrempel niet halen, al hun stemmen verloren zijn, en de te verdelen zetels opschuiven naar de andere partijen die wel boven de kiesdrempel zitten. Een scheurpartijtje kan nog werken, maar een nieuwe partij zonder een populaire Stef is ten dode opgeschreven. Je zou mogen verwachten dat wie zich op een lijst inschrijft dat weet, en dat dit meer dan duidelijk wordt gemaakt aan het kiesvee, dat elkaar belaagt via sociale media.

Helaas doet hoop alleen leven, en vooral geen verkiezingen winnen.


En dan schreeuwt iedereen het uit dat hij overwinnaar is.... mooi toch? Maar wat betekent een overwinning, wanneer je in een democratie uitgesloten wordt, of erger nog zelf aan de kant gaat staan bibberen, zoals de groene beweging precies van zin is? Hebben de jongeren daarvoor groen gestemd? Ik denk het niet. Uiteraard zullen ze zich moeten hullen in een wolvenvel, daar waar zij gevraagd worden door een grote partij, om op die manier de vroegere coalitiegenoten een hak te zetten: lees bijv. Lede en Antwerpen. Laat vallen die bollolo’s, brooskens en klopperkes. Het is tijd om volwassen te worden en te beseffen dat in ons land quasi altijd bestuurd wordt door coalities. Niemand is geïnteresseerd om te lezen hoe groen vanop de oppositiebanken verslag uitbrengt van wat ‘de anderen’ alweer verkeerd hebben gedaan.

En wat die democratie betreft, een partij die een massa stemmen binnenhaalt, op de kap van een persoon, en daarna schepenen moet ophoesten om te kunnen ‘regeren’, ik wil het nog zien gebeuren. Dat men daar in de carnavalsteden, maar eens goed over nadenkt..... in de gemeenteraad moet nl. de zotskap worden afgezet.....


Er is nog veel werk aan de winkel, en de dag is kort, want in april, als dit geen grap is, stijgt de koorts opnieuw. Vandaag lopen er veel te veel rond met een plat gezicht, vanwege gisteren tegen de muur gelopen....


CuL8r alligator......




  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post189

Uit een dagboek geschreven in 1968: Grote vakantie, augustus.

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 25 Sep, 2018 19:36

De laatste jeugdvakantie.

De zomer was niet te vergelijken met de Summer of Love van een jaar eerder. Daarvoor kregen we net, een ietsjepietsje, te weinig warme dagen. Samenkomen aan de Puitenvijver, bij Dizjeken, of gewoon aan de Hoek op de Kleine Steenweg zat er nog steeds in. De ‘af en aan’ verhalen met de wapperende rokjes bleven zich in het begin van augustus herhalen. Maar daar kwam halfweg de maand verandering in. Niet van die aard, dat wij het op dat eigenste ogenblik beseften.

We waren net gestart met ons ‘uitgaansleven’. We liepen enkele kermissen af, en richtten ons voor de rest van het jaar op de pas geopende dancing Sun Valley (*), op Steenberg, in de toenmalige gemeente Bambrugge. Een plaats die door jongeren uit de omliggende gemeenten al gefrequenteerd werd in de tijd dat onze ouders zelf nog aan hun uitgaansleven moesten beginnen. Het was een site waar je als jongere kon leren zwemmen, stiekem je eerste pinten drinken, en om het hoekje gluren en genieten van prille koppeltjes die hopelijk de weg toonden naar hoe je ‘een en ander’ moest aanpakken.


Dat eerste weekend van augustus, was voor ons legendarisch, omdat het zowat de allereerste keer was dat we echt op stap gingen. Ons uitgaansleven was begonnen. R. had nog wat moeite om thuis toestemming te krijgen om mee te bollen naar Erondegem kermis. Zijn gezaag zal wel geholpen hebben vermoed ik, want hij mocht uiteindelijk wel mee, al kreeg hij een ‘thuiskom uur’ mee. We begaven ons naar zaal Claudia, waar we aangekomen al onmiddellijk de klanken van Baby Come Back tot buiten hoorden weerklinken in de zwoele zomeravond. Cras Tiki speelde er. De zanger bleek de leraar wiskunde van W. te zijn. Wist ik toen veel, dat die band eigenlijk een vernieuwde versie was van de Sonny Boys uit Mere. Het allereerste balorkest, dat ik ooit zag spelen. Ik moet toen ongeveer een jaar of elf geweest zijn na doe proclamatie in het zesde studiejaar. In de Claudia (de Klok van vroeger), zetten wij onze eerste stappen op de dansvloer, dankzij een kusjesdans. De week er op reden we, via het jeugdheem, waar het maar stil was, naar Sun Valley. Een echte dancing, waar je binnen mocht, vanaf zestien mits aanschaf van een lidkaart.

Dit was nog de tijd waarin de juke-box prominent aanwezig was, en je zelf kon bepalen welke muziek je wilde horen, wanneer je tenminste vijf frank liet schuiven.

Nog dezelfde maand ontdekten we, dat zelfs in onze buurt een super juke-box te vinden was, waar platen instaken van Shorty Long (Here comes the Judge) en Sly and the family Stone (Dance to the Music). Die 21ste augustus nam W. ons mee naar een nieuwe café/dancing, Ter Vaerent, vlak bij de Ronde Vijver. In de loop van de week trokken we er opnieuw heen samen met de meisjes. Amper een paar jaar later zullen wij daar opnieuw samenkomen om er het prille huwelijksgeluk te vieren van R. en A. die daar voor het eerst in elkaars armen vielen. Maar laat ik vooral niet te ver vooruitlopen op het grillige pad dat doorheen onze jeugd liep. Helaas overleed de patron vrij snel, en werd de zaak verder gerund door de dochter en haar aanstaande. Een dancing is het nooit geworden, wel een feestzaal. Ik heb er jaren later, zelfs nog een blauwe zaterdag gespeeld, met de discobar, voor de leden van Vlierzele Sportief.

Sweet little sixteen, of was het vijftien of veertien?

De meesten van ons waren in augustus 68, net zestien geworden. Enkelen hadden nog maar net de kaap van vijftien gerond. Kortom we situeerden ons met zijn allen tussen de dertien en de twintig. Een wereld van verschil wanneer je tussen tien en twintig jaar oud bent. Wij die zoals reeds gezegd onze eerste stappen richting kermissen en dancings zetten situeerden zich tussen vijftien en zeventien. De meisjes uit de buurt, die nog maar goed veertien waren, hadden het te stellen, met schoolfeesten, theatervoorstellingen, een of andere zanger(es) die een of ander katholiek zaaltje aandeed, of een avondje uit met de ouders, naar bijvoorbeeld de Heemfeesten.

Als er zich al ‘wereldschokkende’ gebeurtenissen hebben afgespeeld die augustusvakantie, dan ws het tussen 15 en 23 augustus. Dat er in de wereld rondom ons, allerlei heftige zaken plaatsgrepen, daar lagen we minder van wakker. (De Russen die met hun tanks Tsjecho-Slovakije binnenrijden bijv.)

Alles concentreerde zich rond de Heemfeesten die elk jaar doorgingen op de terreinen van het jeugdheem, toen nog Berg en Dal, en de KSA. Drie dagen feesten in een tent, op de muziek van Marva, the Blue Diamonds, met hun overbekende Ramona, of Anneke Soetaert. Ik heb overigens nog altijd, God weet waar, de handtekeningen liggen van deze Nederlandse Indoband.

Het waren ons eerste Heemfeesten waar we heen trokken. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen, en het gaf bovendien de gelegenheid om ons ongestoord op een dansvloer te wagen. R. had plots zijn zinnen gezet op A. die het weer eens had uitgemaakt met V. Wat niemand van ons verwachtte, was dat aan het einde van de week, na een bezoek aan Ter Vaerent, dit nog lukte ook. In de dagen tussen 15 augustus, de eerste heemfeestdag, en de zondag, waarop de feesten werden gesloten probeerden we nog het duo L. en Lut. te versieren in de Brekkenaar, een baantje dat parallel liep met de Puitenvijver, en waar vooral meikeverhagen ons aan het zicht onttrokken. L. en Lut. wandelden wat doelloos langs de Kleine Steenweg. We spraken af in de Brekkenaer. “Gij pakt L. he,” zei R. nog. Wij langs de Bossestraat, en zei via de Kleine Steenweg. Tot rond vier uur hebben we er staan babbelen, eer we ‘probeerden’. “Ge moet u zo niet haasten”, zei ik tegen haar, en lei men arm om haar heen, maar ik kreeg een ‘nee’ te verwerken. “Nee, want ik ga nu met P., en mocht hij dat te weten komen. Anders direct hoor”. “En daarbij, het heeft al eens af geweest”. Ik hield haar staande. “Nee laat mij gaan”. Eigenlijk was ik, achteraf bekeken, vooral blij en opgelucht, dat ze toen niet wou....

We sloten de Heemfeesten af samen op de dansvloer, waar A. met ons lachte omdat we toch zo onhandig dansten. Het was D. die toen als eerste met Lut. danste. Na elf uur stonden wij, P., R., ik en A. met ons vieren bij elkaar op de dansvloer te babbelen. L. was al naar huis. Los dansen (djerk) en praten. Discussiëren over het feit of het haar van A. nu blond dan wel donkerblond was. Over voorliefdes voor Italiaanse jongens. Aan het einde, als was het een troostprijs, danste ze toch met R., nadat ze hem eerst naar het hoofd slingerde, dat hij maar bij Lut. moest gaan.

Grappig eigenlijk, maar de eerste keer dat we met ons ‘dagelijks vakantiegroepje’ samen op een dansvloer stonden, en ons amuseerden, was in feite meteen ook de laatste keer. Enkele dagen later al sloeg Cupido toe, en speelde hij zijn vermaledijde spel, met twee van de actoren van die avond. Daar werd een deel van onze jeugd vertrappeld, zonder dat we dit zelfs ook maar enigszins doorhadden.

Achteraf bekeken, begrijp ik nog altijd niet waarom de jeugd in die dagen zo bezeten was om zich, zo jong nog, toch al te willen binden. Zat het in de genen, en was het een nawee van twee oorlogen? Ik herinner mij nog goed dat wie in die dagen na zijn vijfentwintigste nog ‘los’ liep, over de tongen ging. Een buurmeisje verkeerde met een ‘jongeman’ van 29 jaar. De buren waren er van overtuigd, dat hij haar aan het lijntje hield.

Studieplanning had daar zeker met te maken. Ook al zaten de meesten van ons in humaniora of en technische A2, niemand in de buurt maakte op zijn vijftien plannen om vier jaar of langer universiteit te gaan volgen. Op een uitzondering na zijn een aantal in A1 richtingen beland. En die ene was voorbestemd door zijn vader en ‘heer oom’, pastoor, om in die kerkelijke voetstappen te treden, wat overigens niet is gebeurd.

Achteromkijken is uiteraard steeds gemakkelijk, en nog veel eenvoudiger wordt het om nu te besluiten, hoe het anders had gekund. Om maar te zeggen: ‘was ons kat een koe geweest, we hadden haar kunnen melken onder de Leuvense stoof’. Ik bedoel maar....

Een zomerse avond ergens begin september in 2018. De setting: een heerlijke pub in Chester, waar een bende jongelui van om en bij de achttien samen ‘dineren’, converseren en lol maken. Wij zijn daar nooit aan toe gekomen. De tijden waren anders. We kregen ‘raad’ van Dizjeken, over hoe we de ‘meiskes’ moesten aanpakken. Dizjeken die in 1920 even oud was als wij waren in 1968. Dizjeken die de eerste 5 jaar van zijn leven nog onder Leopold II leefde. Ziedaar honderd jaar in een notendop. Het leek er op of de toenmalige jeugd probeerde om zo snel als mogelijk het evenbeeld te worden van hun ouders....

Misschien ligt er toch een verklaring bij wie we waren, waar we vandaan kwamen, en hoe onze ouders toch een stichtend voorbeeld zijn geweest. In de buurt van de Letsjestiejeweg en de Kleine Stiejeweg, waar wij opgroeiden, waren vijfentwintig tot dertig jaar eerder heel wat van die ouders ook al aan het opgroeien tot tieners. In een aantal gevallen bleven broers en zussen nadat ze trouwden zelfs naast elkaar wonen, op een stuk patattenland dat ze kregen van hun ouders.

De oudste bewoners die ik mij nog levendig kan voorstellen, waren Pieje, die vermoedelijk De Winne heette, Dizjeken, de oude man, waar ik mij even de naam niet meer herinner, uit het ijzeren hekken wat verderop, die bij Fientje om een doos 'suikertiejenen' kwam. Suiker Tienen, want was er eigenlijk andere suiker te verkrijgen? Bij Irma & Meng, ben ik nog mee om melk geweest, in hun oude huisje, dat nadien nog als stal heeft gediend. Wanneer, om zeven uur 's avonds, de koeien gemolken waren, trok je naar Irma voor een nog warme kan melk. In de winkel drie huizen verderop werd bloem en suiker verkocht, om er de avondpap mee te bereiden. Nog in de jaren vijftig bouwde hun zoon Leon een nieuw huis naast het oude, en trokken ze daar mee in. Het was de tijd dat de hele buurt zijn melk kwam halen, toevallig net voor ‘Schipper naast Mathilde’ begon, en Irma over te weinig stoelen beschikte. Wat dan aanleiding gaf, bij de buren, tot het meebrengen van de eigen stoel.

Op de Kleine Steenweg huisden Lokes Dille en Sjalen in een klein boerderijtje, met stallingen en hooizolders. In het langgerekte huisje zat rechts een winkeltje, en links kon je nog naar de kantine. Sjalen de oude winkelier, en echtgenoot van Dille, kwam enkel in de winkel om kaas te snijden. Zijn specialiteit. Hij maakte gebruik van een oude bajonet, om de kaas in ‘schellen’ te snijden, zoals hij alleen dat kon. Hun kinderen woonden aan de overkant van de straat, en die hun kinderen zaten dan weer bij ons in het buurtschooltje.

Wat verderop in dezelfde straat woonde de oude vader van Ernest en Jerom. Ward Blondeel woonde om de hoek amper honderd meter verder. Hun zoon en dochter, de ouders van V, bouwen wat verderop. Alles raakte op de duur volgebouwd, nu ook hun kinderen de open ruimtes hebben ingenomen.

Grootouders die wij als kind nog hadden gekend. In onze ogen waren het stokoude mensen, die nog spraken van: ‘ginder aan de krunkelom’ wanneer zij een bocht bedoelden. Wij konden ze moeilijk uit elkaar houden, want ze kleedden zich behoorlijk eender. Vaak nog op klompen, een zwarte floeren broek, een werkmanshemd, en daarover een al even floeren onder- of bovenvest met korte of lange mouwen. Ofwel sjiekten ze pruimtabak, ofwel smoorden ze een pijp. Allemaal woonden ze op een klein boerenhof, met een redelijke voortuin, en een boomgaard vanachter. Niemand, of toch bijna niemand scheen zijn hofstede gelijk met de straat te bouwen. Allemaal hadden ze wel wat land en enkele meersen waarop een koe rondliep. Ik ben er quasi zeker van dat geen van hen ooit ergens in loondienst is geweest. Ze leefden van wat ze hadden, en dat moet genoeg geweest zijn, aangezien ze toch wat eigendom hadden. Van de hofsteden waarop ze woonden is er recent nog een tegen de vlakte gegaan. Er resten nog twee woningen van voor 1900, zij het dat ze allebei ooit werden gerenoveerd.

Maar wat ik eigenlijk wou verklaren, is dat ook de kinderen van die oude generatie, niet verder keken dan hun neus lang was, en zich een lief zochten op een van de boerderijtjes uit de buurt, met als gevolg dat er onder onze generatie in de buurt behoorlijk wat neefjes en nichtjes woonden. Van sommige, die dezelfde familienamen hadden, wisten we zelfs niet of ze van elkaar familie waren. Vermoedelijk zullen ze wel in vroegere generaties familiebanden gehad hebben.

En wie, zoals mijn eigen vader en enkele buren langs weerszijden van ons huis, daar waren aangewaaid, kwam doorgaans ook maar van een naburige wijk. Van aan ‘De Sterre’, of van aan ‘de Bossestraat’, of van op ‘Den Onegem’. Vaak getrouwd met een meisje uit een aangrenzende buurgemeente. Mensen ontmoeten elkaar op de jaarlijkse kermissen, of tijdens een of andere Vlaamse Kermis. In Erpe sprak men jaren na datum nog altijd van de Vlaamse Kermis rond het kasteel op de ouden berg, aan ‘de Kat’. De Kat die in feite Dorpstraat heette, maar om god welke reden de kat werd genoemd, net als overigens de Rooseveltlaan, die iedereen nog altijd ‘het wijwater’ noemt.

Vandaag heeft iedereen de mond vol over die vermaledijde lintbebouwing waar we vanaf moeten, want onleefbaar, gevaarlijk, en de open ruimte hebben we toch zo broodnodig.

Het klopt dat er vijftig jaar geleden nog rustig werd gebouwd, daar waar lappen grond lagen. Langs de andere kant, was onze buurt, in feite een langgerekt dorp, zonder kerk. Je kon er voor nagenoeg alles terecht.

Ooit waren er op de Kleine Steenweg alleen al een stuk of zeven cafés. In 1968, waren er nog drie langs de Leedsesteenweg. De laatste ‘kantine’ waar je terecht kon op de Kleine Steenweg, was bij Lokes Dille. Voor de rest hadden wij in de buurt, een beenhouwer, twee kleine kruidenierswinkels, waar je bij de ene fort bonnen kreeg bij een aantal producten, en bij de andere dan weer bonnen van Waeslandia. Ook eten voor duiven en kiekens was er te krijgen. Verder beschikten we over een kleermaker, een boer waar je terecht kon voor melk en eieren, een andere kleine boer, die melk, eieren en honing aan de man bracht, en die ook je bomen kwam snoeien. Mijn moeder deed af en toe ‘kleinschalig’ mee door een bordje met teveel aan eieren voor het venster te zetten. In Rikkes huizen kwam op een gegeven ogenblik een konijnenkweker wonen, en wat hogerop langs de andere kant woonde een tijdje een schoenmaker.

Zoals je ziet hadden wij alle levensnoodzakelijke dingen waar en mens van leeft. Tussen de huizen, en vooral achter de huizen zat je onmiddellijk in de weiden, waar veldwegels en andere kleine baantjes nog vaak werden gebruikt.

Maar vergeet ik in mijn analyse ook niet het feit dat we met zijn allen producten waren van ‘ons katholiek Vlaanderen’? Ik verbaas mij er over hoe we nog bijna wekelijks op zaterdagavond of zondagmorgen ons ‘ter kerke’ begaven’, meer uit gewoonte dan uit overtuiging. ‘Iedereen’ deed dit toch? Af en toe behoorlijk ergerlijk zoals toen die keer toen er weer eens een Brief van de bisschop werd voorgelezen waarin stond: “Dat ge uw kinderen beter niet naar heidense scholen”, rijksonderwijs bedoelde hij, “mocht sturen”. Komaan zeg.

Quasi alle jongeren uit de buurt werden tot de leeftijd van acht jaar ‘opgeleid’ in het buurtschooltje ‘De Kindertuin’ dat gelegen was langs de Bossestraat en de Krevelhoek. Een onafhankelijk schooltje dat wel sterk aanleunde bij het katholiek onderwijs. De kinderen van het eerste en tweede studiejaar zaten samen in een klaslokaal. De zogenaamde ‘grote en de kleine kant’ zoals dat toen wel meer voorkwam. Het schooltje was gemengd, en er was maar een speelplaats. Ik herinner mij niet meer, of jongens en meisjes effectief gescheiden die schooltijd beleefden. In ieder geval kwamen nagenoeg alle kinderen nadien ofwel in een college ofwel in een nonnenschool terecht. Terugblikkend blijk ik zowat de uitzondering geweest te zijn, die via het rijksonderwijs steeds in een gemengde klas zat. Behalve dan tijdens mijn drie atheneum jaren tussen ‘64 en ‘67. Maar dat maakte ik ruimschoots goed door mij vanaf september ‘66 in te schrijven in de ‘Zondagschool’ van de Handelschool. Waar ik vanaf ‘67 ook dagonderwijs volgde.

Jongeren gescheiden opvoeden, daar is men reeds lang van terug gekomen. We weten intussen ook al een tijdje, dat iets verbieden, op jongeren doorgaans de verkeerde uitwerking heeft. Het onbekende, het verbodene, wordt er alleen maar aantrekkelijker door.

Niet te verwonderen dus dat de meesten onder ons, meisjes zagen als te veroveren prooien, en dat je met de jacht maar beter vroeg dan laat kon beginnen. Dat dit ons leven ging beheersen, beseften we zelf niet. Gelukkig zijn de tijden veranderd.

Music maestro, please

Al van bij het begin van de maand vernamen we dat er een nieuwe Beatlesplaat zat aan te komen.

Op radiogebied zou zeezender Caroline weer gaan uitzenden, deze keer van op het eiland Man, tenminste indien het proces dat ze voerden met de Britse overheid voor hen gunstig zou evolueren. Indien het niet goed afloopt opteerden ze voor uitzenden vanop een Nederlands schip. In afwachting luisterden wij dan maar naar Duw op de Knop, een BRT zondagmiddag programma, of zette een van de vrienden het venster open, en de radio keihard aan op BBC 2 voor ‘Pick of the Pops’ (de BBC top 30). Nog enkele BRT programma’s die ik dat jaar beluisterde waren Patapoef en Afternoon Beat. Op 14 augustus noteerde ik: ‘ganse dag thuis radio geluisterd, o.a. naar Adje Bouwman’s top tien. Vandaag zou radio Marina beginnen uitzenden. Niets gehoord.

Ik kocht tussendoor nog steeds maandelijks Muziek Express, iets waar ik mee gestart was in oktober ‘64, en las verder de TTT bladzijden van Humo bij G. of R. Een van de nummers waarvan ik de tekst overpende die maand was ‘Last night in Soho’ van Dave Dee, en consoorten.

Augustus 1968 betekende ook: de Beatles die eindelijk na een half jaar een nieuwe plaat op de wereld los lieten. Iedereen verwachtte deze keer toch wat meer dan hun vorige jaren vijftig pastiche, wat ‘Lady Madonna’ al bij al was. Hun laatste echte LP dateerde van meer dan een jaar geleden. Ook al was de dubbel EP Magical Mystery Tour fantastisch om bij te overwinteren.

En waren het niet de meisjes die ons bezighielden, dan maakten we o.a. plannen, die nooit uitkwamen, om bijv. met een beatgroepje te starten. Regende het dan was het lezen in avonturenromans: de musketiers van Dumas, of een ingebonden boek dat, ‘het geheimzinnige kasteel’ heette en dat ooit in weekoplagen was verschenen, en dat ik op de kop tikte op de oude markt in Aalst. Romantiek ten top. De vader van R. leende mij een setje gangsterromans, die nog dateerden uit de jaren vijftig, en waarin het Chicago van weleer als achtergrond fungeerde. Leesvoer, voor die ogenblikken waarop ik de rest liet barsten, omdat ze weer eens mussen gingen dood schieten. De Frie schafte zich een tweeloop aan, en dat moest worden uitgeprobeerd. Get werkte want er sneuvelde zelfs een ruit bij Baziel, driehonderd meter verderop. Not my cup of tea.

We bleven dagelijks bijeenkomen op de Kleine Steenweg, of meer en meer bij Dizjeken, die ons met alle mogelijke raad bijstond wanneer de ene of de andere weer eens bot ving op het liefdespad. Want af en aan dat was nog steeds de bijna dagelijkse regel. Iemand merkte op dat Sybille terug was en regelmatig aan de Puitenvijver zat. Sybille was de Duitse griet van het vorige jaar die weer bij Valerie logeerde. Ook H. was terug uit Vlassenbroek, precies op tijd om zijn herexamens af te leggen.

En hoe dikwijls zijn we rond halfoogst niet langs ‘t Hoeksken gewandeld, waar Baziel met zijn huisgenoten aardappelen rooide? Het viel op, in zoverre dat M. de zus van A. ons toeriep: “Wat hebben jullie hier verloren?”, waarna wij snel doorbeenden, via de Ree, naar de Lange Root.

Tot slot.

Op persoonlijk vlak werd ik op diezelfde dag dat Hey Jude uitkwam, 23 augustus, bijzonder hard met het leven geconfronteerd. Madame Jeanne, mijn nicht, maar ook ons aller kleuterjuffrouw van het derde kleuterklasje op de Krevelhoek, kwam er aan, om te melden dat Roger haar broer dood was. 40 Jaar geworden. Het was een man waar ik naar opkeek, omdat hij zich toch voor een stuk over mij had ontfermd, nadat ik zelf jaren eerder mijn vader verloor. Hij was het ook die mij de eerste keer auto liet rijden, met zijn VW kever, toen ik amper een jaar of vijftien was. (**)

Die drieëntwintigste dag van augustus, lees ik nu, noteerde ik nog wat over de mij onbekende grootvader die al vertrok in 1911 toen mijn vader net negen jaar was. Een man waar ik zelfs nooit een foto van heb gezien. Over een tante die ik eveneens nooit heb gekend, en over nog enkele andere broers die ook reeds waren vertrokken.

‘s Avonds gingen we op rouwbezoek, en werd ik aangeduid, om de volgende morgen nog enkele andere familieleden te verwittigen. Twee nichten, die er het hart van in waren.

Een familielid verliezen, van amper veertig, werpt een schaduw op je verdere leven, want.....

Het was nog tijdens de Heemfeesten, dat D. mij er opmerkzaam opmaakte dat ik de avond ervoor bijna naast Leo B. stond, en er niet had tegen gesproken. Dat leek mij straf, want ik had, kort na 1960, een jaar lang op dezelfde schoolbank gezeten als Leo. In het vierde studiejaar leerde ik deze ‘vluchteling uit onze Congo’ vrij goed kennen. De gast die ons leerde wat quicha quacka en nog meer van dat fraais betekende. En... jawel hij was weinig veranderd, zag ik de avond nadien, toen we opnieuw kennismaakten. Slechts enkele jaren later bleek nogmaals eens dat je het lot niet kunt tarten, en dat niet elke keuze die je maakt ook de goede is. Hij behoort, nu samen met nog drie andere, naast wie ik ooit op de schoolbanken zat tot een engelenkoor dat hopelijk nog dagelijks geniet van ‘The Great Gig in the Sky’.

De laatste vakantiedagen hielden wij Dizjeken gezelschap, en trokken we gewoontegetrouw naar de markt, waar we Camiel en C. tegenkwamen, of liepen we langs bij P. thuis, waar ze in de garage, tijdens de laatste vakantiedagen in ‘de vijf putten’ aan het schieten waren, met de marbels (knikkers).

Afscheid van de laatste vakantie die nog net de brug vormde tussen onze kindertijd en de volwassen wereld die al te ras naderde.

Life goes on.

Waar we van genoten hebben in augustus 1968.

Tommy James & the Shondells - Mony Mony.

The Crazy World of Arthur Brown - Fire

The Equals - Baby come back

Sly & the Family Stone - Dance to the Music

Shorty Long - Here comes the Judge

The Beatles - Hey Jude

The Beatles - Revolution

Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich - Last night in Soho

Dusty Springfield - I close my eyes, and country to ten

En iets minder genoten van Heintje die zich met zijn ‘Ich Bau dir ein Schloss’ maar liefst negen weken bovenaan de Veronica top 40 nestelde.

(*) Op de achterkant van de lidkaart stond een regelement waaruit we kunnen concluderen dat het zaaltje eerder uitgebaat werd als een vzw. Je moest 16 zijn, om er in te mogen. Ouders mochten binnen, zonder lidkaart, maar zij dienden het gastenboek te tekenen. Je kon er enkel op zon- en feestdag terecht vanaf 17 uur. Het bijhebben van de persoonlijke lidkaart en identiteitskaart was verplicht. Wie ze ‘voortgaf’ of onrust stookte werd geschrapt ion de club. Je onderwierp je aan het reglement, en bestuursvergaderingen bijwonen mocht. 5Zou ooit iemand dit hebben gedaan)?

Als laatste artikel vermeldt de lidkaart, dat het doel was de danskunst aan te leren en te beoefenen en dat er geenszins politieke opvattingen aan te pas kwamen, en dat er geen winst werd beoogd. (Al heb ik toch bij dat laatste mijn bedenkingen....)

(**) zie op ditzelfde blog mijn verhaal over Volkswagens.



  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post188

De weg naar Rynys.

WalesPosted by Eddy De Saedeleer 30 Aug, 2018 21:44

Road to Rynys.


We zijn amper uit de haven van Calais, en een kwartiertje later varen volgen we nog even de Franse kust tot Sangatte, om dan bovenop de chunnel, op het kortste punt over te varen naar Dover. We varen onder een dicht wolkendek, zonder regen, bij vrij helder weer. De ‘white cliffs of Dover’, die Vera Lynn, bezong zijn al onmiddellijk merkbaar. Wat verderop, links, komt een ‘tegenligger” van P&O aanzetten. Met de trein ben je er een uur eerder, maar weegt het meer dan dubbele bedrag op tegen dit mooie uitzicht? In de trein zit je opgesloten in je auto in een wagon, waar je kan rondwandelen, maar dat is dan ook alles wat er te doen valt. Ik geniet van mijn koffie met ‘pain au chocolat’, aan een prijs die naar mijn gevoel de laatste jaren nooit werd verhoogd. Reken daarbij het zwakke pond, in afwachting van alle mogelijke Brexit scenario’s, waardoor je enkel kan besluiten, dat er geen beter moment bestaat dan dit om de overtocht te maken. En wie vertelt mij of het risico op incidenten op een boot hoger ligt, dan in een tunnel, diep onder de zee? Het inschepen op een doordeweekse dag, viel al bij al mee. Laat in het seizoen, heb je om te beginnen al minder last van hordes vakantiegangers. Uiteraard moet je nu ook in Calais an de Franse kant na de Franse politie, ook langs de Britse controle passeren, wat vroeger niet het geval was. Overigens werd dit niet ingevoerd, met het oog op Brexit, maar met het oog op het onderscheppen van medemensen, die ze liever niet op Brits grondgebied zien komen. Kun je het ze kwalijk nemen? Het merendeel, van deze “reizigers” wil in de UK geraken, ook al weten ze niet wat hun daar naartoe lokt. Grote borden boven de E40, waarschuwen jou wanneer je in de buurt van Calais komt, om vooral trager te rijden, want er kunnen zich mensen op de snelweg bevinden. En dit zelfs tot kilometers ver eer je Calais nadert. In het hele havengebied maken ze geen enkele kans, want daar staan metershoge afsluitingen langs de weg, en bovendien patrouilleren daar franse dienders, Wi!e zei daar iets over muren bouwen, en dat dat echt niet kan?

M25, de London Orbital clock- of anti-clockwise?

Mijn Garminneken stelt mij voor om de volgende 580 kilometer naar Rynys af te leggen, via de M25 anti clockwise. Dat wil zeggen wanneer je dit cirkelsgewijs bekijkt, dat ik naar onze terminologie de binnenring moet nemen. Ingewikkeld? Ja en nee, indien u er tenminste rekening mee houdt dat wij op onze binnenring in de richting van de klok rijden, gewoonweg, omdat wij een paar honderd jaar geleden, netjes rechts zij gaan rijden, zoals de toenmalige paus het ons voorschreef. De Britten hebben nooit veel gehad met pausen en zijn dus links blijven rijden, zoals het hoort.

En dat Garminneken mij beveelt, om noordelijk te rijden op de M25 via de Dartford Tunnel is te wijten aan het feit dat dit technolgisch wonder een goed geheugen heeft, en zich dus herinnert dat ik enkele maanden geleden nog die route nam, richting Cambridge, en Grantchester Meadows. Dartford kun je niet meer misen, want al ettelijke jaren ligt er naast de tunnel, die nu nog slecht(s in een richting auto’s laat doorrijden, een brug die ze gemakshalve Dartford Crossing genoemd hebben. Wij kenden Dartford al uit onze kindertijd, want kwam Mick Jagger daar niet vandaan. Een grauwe stad bij de toen erg vervuilde Theems. Geen wonder dat Jagger naar Londen trok, om er te studeren voor boekhouder. Helaas liep het anders.

Over de Theems gaan bij Dartford, betekent tol betalen. Amper iets meer dan een pond, en dus helemaal geen bedragen zoals bij ons waar je met gemak, een halve voormiddag en ettelijke koffies kan terrassen. Een niet te tellen aantal naast elkaar geplaatste bemande tolkantoortjes werden hiertoe et(gelijke jaren geleden ingevoerd. Sinds een paar jaar heeft ook hier de vooruitgang haar werken gedaan. Wie zijn brood verdiende in een dergelijk hok, genietend, van de uitlaatgassen van al die auto(s heeft zijn welverdiend rust verdiend, of indien te jong, vermoedelijk op de dop. Je moet nu zelf betalen, en niet aan een automaat, nee, via het internet. En oh wee indien je dit niet doet..... de nummerplaat van je auto figureert in de dagelijkse film, die daar seconde na seconde wordt opgenomen. En betalen moet voor middernacht van de volgende dag, of je krijgt er nog een heerlijke boete bovenop.

Dus, rijden wij via de buitenring, clockwise, helemaal door het mooie Surrey, waar ooit John Lennon en Ringo Starr nog huisden en in poepsjieke villa’s elkanders buren waren.

Wat verder zuidelijk net voor de afslag naar de M23 naar de luchthaven van Gatwick rij je door gitarenland. Tenminste zo ben ik dat gaan noemen, want zowel Beck als Page zijn daar geboren. Clapton wat verderop.

Ik verlaat Dover richting Folksestone op weg naar de M2, die mij wat zuidelijker op de M25 zal laten aankomen. Net over de grens, bij het verlaten van Kent en het binnenkomen van East-Sussex, dronk ik traditioneel een koffie langs de snelweg. Omdat Clacket Lane vele jaren lang de enige stopplaats was langs de zuidkant van Londen, kon je moeilijk anders. Tegenwoordig houden de meesten halt in het verderop gelegen Cobham Services. Meer keuze: Starbucks, WHSmith, en vooral Wifi, “om je mails te lezen’’ Het past overigens ook net wat beter in mijn dagschema. Tijd voor een korte broodjeslunch. De teller geeft 315 km aan. Nog 370 kilometer voor de boeg.

Afhankelijk van wat auntie BBC de wereld instuurt in verband met aangename of minder aangename files, zullen we ook deze keer een keuze moeten maken. Of we rijden helemaal Heathrow voorbij tot de aftakking met de M40, of we gaan eerste de via de M3 en Bracknell naar de M4 op, en verder binnendoor tot we de M40 al wat westelijker bereiken. De M40, een weg, die je van Londen zijdelings langs Oxford, Stratford en Coventry richting Birmingham voert. Er is een stop in Cherwell valley vlakbij Silverstone, maar ik stop er niet. Eenmaal je het stuk doorheen Buckinghamshire er op hebt zitten en je het bord Oxfordshire voorbij cruised, daar waar ze de autostrade dwars doorheen een berg hebben gekapt, strekt zich voor je ogen het begin van de meer links gelegen Cotswolds uit. Je kan aftakken via de A40 naar Oxford, of een uurtje verderop de afslag voor Warwick, Leamington Spa of Stratford-Upon-Avon nemen. Vandaag is het hiervoor net iets te kort dag. Ik wil mijn einddoel bereiken voor zonsondergang, en de zon ziet het eind augustus, al niet meer zitten omstreeks halfnegen. De temperatuur is in tussentijd van 16 naar zelfs 24 geklommen, en het wolkendek breekt open, maar niet voor lang.

Verder de M42 en inpikken op, de M6. Op dat ogenblik ligt Birmingham al onder je, en rij je naar Wolverhampton toe. Het is tussen vijf en kwart over vijf wanneer ik naar deze Slade-city bol. Zou Noddy Holder of ook maar enig lid van Slade daar nog huizen? Het is en blijft het industriële hart van Engeland. Vooral een grauw gebied waar je liefst zo snel als mogelijk doorheen rijdt. Deze keer kreeg J. Joshua geen gelijk, met haar uitspraak: ‘It always rains in Beirmingham’.

De A5, een eeuwenoude postkoets route.


Wanneer ik wat verder voor het eerst op de M54, waar ik net op zit, de borden zie met verwijzing naar North Wales geeft de teller aan dat er nog 90 mijlen voor de boeg liggen. Even voor zes rij ik over de hier nog zeer smalle Severn. Het is de rivier die ongeveer de scheidingslijn tussen Engeland en Wales vormt. Helemaal beneden kan je er enkel over via een zeer lange tolbrug, tenminste richting Engeland-Wales. Naar huis toe rijden mag gratis. Bij kilometer 640 stop ik bij de Coop winkel (open until late) in Llangollen. Mooie naam voor een mooie plaats maar besef wel dat je Langgoflen moet zeggen, of je geeft zo aan dat je een vreemdeling bent. Je kan maar beter een mondje Welsh verstaan, want vanaf hier wordt de A5 bij wijle smal, bochtig en schilderachtig. Meermaals staat er op de grond het woord ‘araf’ geschilderd. Wat voor ons ‘traag’ betekent. En dat kan je maar beter respecteren, want ze verspillen geen verf, op plaatsen waar het niet echt nodig is.

Uiteindelijk ligt mijn doel aan een onooglijk weggetje rechts van de A5. Mijn GPS Garminneken zegt, ‘verlaat de weg’ omdat ze voor die laatste paar 100 meter die meer fungeert als een oprit naar enkele boerderijen zelfs geen naam heeft.

Over de A5 zullen we het later nog uitgebreid hebben. Eigenlijk is dat een weg, geschreven op het lijf van Michiel Hendryckx, die daar ongetwijfeld een mooi fotoboek zou kunnen aan wijden.

Vanaf Llangollen tot helemaal in Holyhead kom je meermaals bruine toeristische borden tegen, die je vertellen dat het om een ‘historic route’ gaat. De afgebeelde postkoets alleen al zegt genoeg. De A5 gaat terug op een zeer oude Romeinse weg die ooit de veroveraars tot in de verste hoeken van hun rijk moest brengen. We weten intussen dat ze nooit tot in Schotland zijn geraakt, en dat ze ‘weeral’ door een muur werden gestopt. Hadrian’s Wall, nog steeds een toeristische attractie.

Een van de steden in dit Noord-westelijk deel van Brittanië uit de Romeinse tijd is Deva, nu bekend als Chester. We komen er nog wel.

Na 1800 wordt door Thomas Telford een nieuwe weg ontworpen die Londen met Dublin moet verbinden. Dit was een gevolg van de Unie die gesloten werd tussen de twee landen. ‘United Kingdom’, hebt u hem?

Of ik ooit al aan het begin van deze fameuze A5 stond, weet ik niet met zekerheid, want het begin ligt in Londen bij de Marble Arch boog. In kringwinkels kom je met de regelmaat van een klok goedkope lp’s tegen op het platenlabel Marble Arch. Dit waren indertijd meestal platen die aan 99 frank werden verkocht, en waarop onbekende sessiezangers, als daar zijn Reginald Dwight (de latere. Elton John), en de zanger van Uriah Heep, hun stem leenden, en een karig centje bijverdienden. Op het label staat de Marble Arch uiteraard afgebeeld. In Betws-Y-Coed (betoesekojd) rij je over de Waterloo Bridge. Met sierlijke letters staat er op de ijzeren brug: Waterloo Bridge, en dat ze opgericht werd in 1815. De Britten waren trots op hun overwinning.

Uiteraard ligt deze A5 er nog quasi overal, maar net als in alle andere landen heeft koning auto er voor gezorgd, dat deze smalle postkoets weg, op zeer veel plaatsen vervangen werd door bredere alternatieve wegen. helemaal in het noorden van Wales, tussen Chester en Holyhead rij je nu over de A55, een snelweg. Bedoeling is dan ook dat het vrachtverkeer vanaf Londen nu via de M1 en M6 tot helemaal boven rijdt waar ze links de A55 kunnen nemen. Maar zelfs in Wales heb ik ooit over stukjes A5 gereden, die nu zijn rechtgetrokken, en waar het oude afgesneden stuk nu god weet hoe heet.

Het is halfacht wanneer ik aankom bij Carol op haar boerderijcamping. Alles is er rustig. Het lange Bankholliday weekend is voorbij, en maandag beginnen de scholen.

Tijd voor twee weken leven als god in Wales.... Morgen in Betwys, Llanrwst en Trefriw wandelen en de tijd nemen voor ‘afternoon tea’.



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post187

Uit een dagboek geschreven in 1968: Grote vakantie, juli

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 23 Aug, 2018 19:00

Wat mij in eerste instantie is opgevallen, bij het doorfietsen van dit papieren stukje verleden, is dat wij ons op een scharnierpunt in ons leven bevonden. Grote vakanties waren in de jaren ervoor, ‘66 en ‘67 al wat minder, belevingen van onze late kindertijd, terwijl wij in ‘68 ‘probeerden’ volwassen te zijn. Wat helaas een totale verkeerde beleving is, maar dat wil je als zestienjarige niet horen. Stiekem roken en stoer doen tegenover de meisjes, en langs de andere kant toch nog rondtoeren met gepimpte fietsen, en in bomen klauteren.


Zestien zijn, niet meer schoolplichtig zijn, verder studeren, afstevenen op DE grote vakantie. Vrienden die net wat minder presteerden op school, werden tijdens de eerste vakantieweek ‘gestraft’, waardoor ze even niet op straat verschenen, het schouwtoneel van onze jeugd. Ouders houden doorgaans niet lang vol, want welke elke ouder wil constant zeurende tieners om zich heen?


Onze buurt.

Bossestraat: Foto terug te vinden op de website van Heemkundige Kring Erpe-Mere.

Onze ‘grote vakanties’ speelden zich doorgaans af langs de Kleine Steenweg en de Bossestraat. Niet zozeer straten, maar wel wijken. Een aantal onder ons woonde al een leven lang langs de kortbij gelegen Ledesteenweg. De steenweg heette toen nog zo, tot een of ander onverlaat, bij de grote fusie van gemeenten vond, dat het maar eens moest gedaan zijn met verouderde en dus foutieve gespelde straatnamen. De Sevecootstraat werd plots Zevenkootstraat. Een wijziging die ons volledig ontgaat. Ook Ledesteenweg klopte niet en dat werd van de ene op de andere dag gewijzigd in Leedsesteenweg worden. Overigens zit dit niet zo heel ver naast de dialectbenaming die toch nog altijd gebruikt wordt in het dagelijks taalgebruik: Letsjestiejeweg.....


Tijdens de vakantie van ‘68 kregen we er plots een afspraakplaats bij langs deze Ledesteenweg, voor het huis van Pitterzen Dizje. De man heette officieel Désiré V. W. Een man die er de meeste van zijn volwassen jaren al woonde. Geboren in 1904, en gebouwd in 1930, of daaromtrent. Een huis dat toen 30.000 frank kostte. Iets wat in 68 was opgelopen tot 300.000 frank. ‘Jullie zullen nog zien dat een huis 3.000.000 frank gaat kosten’ bezwoer hij ons. En of hij gelijk heeft gekregen, want zeg nu zelf 75.000 euro voor een huis, zijn we daar al niet een tijdje voorbij geraasd in ons drukke leven?


Dinsdag, 16 juli 1968, Yvan Vaughn en Dizjeken.

Wij pikken er een dag uit die naar later blijkt als “historisch” mag omschreven worden. Dinsdag, 16 juli: Markt met Cremer en C.. ‘s Avonds bij Dizjeken gestaan. Hij vertelde verhalen over kludden en andere spoken.


Een dag waarop ik mijn ‘Yvan Vaughn’ moment beleefde. Mijn wat? Dit moet even uitgelegd worden aan de toevallige lezer, die niet zoals wij, het leven van de Beatles dag aan dag volgde.

Ergens in juli 1956 op een schoolfeest bij de kerk van Woolton, een voorstadje van Liverpool, treden die dag de Quarrymen voor het eerst live op. John Lennon en zijn maten uit de buurt hadden een skifflebandje gevormd, in navolging van hun idool Lonnie Donegan, die met Rock Island Line de schaarse radiogolven beheerste. Precies op die dag kwam Paul McCartney samen met een vriendje, Yvan Vaughn, de groep bekijken. Vaughn was de gezamenlijke vriend van de beide muzikanten in spe, die elkander daarvoor nooit hadden ontmoet.


En zo trok ik die dinsdagvoormiddag met V. naar de markt in Lede, waar wij enkele schoolkameraden van V. tegen het lijf liepen. Cremer had ik al eerder leren kennen via de schoolfeesten, maar C. die was nieuw. En net als bij Lennon had V. mij al een paar keer verteld, dat C., net als ik zelf zowat “opgegeten” was van muziek, bands, platen, en alles wat daarmee te maken had. Het klikte van bij die eerste ontmoeting. We waren op 14 dagen na precies even oud, en waren al een jaar of vijf verzot op de hitlijsten die via de radio tot ons kwamen. Beatles, Stones wat minder, Bee Gees, en verder de hele reutemeteut die daar op volgde. Zelfs in onze Guilty pleasures (Suzy, Rein De Vries, enz...), ontdek ik jaren later gelijklopende smaken. Ons paden liepen vaak in verschillende richtingen, maar even zoveel keren verzeilden we terug op dezelfde weg, zoals die avond van 9 december 1980, waarop we samen treurden om het verlies van Lennon. We reden regelmatig in hetzelfde groepje naar (verschillende) scholen. We kochten zonder het te weten, dikwijls dezelfde platen. Een paar jaar later trouwden we met een week verschil, zonder het van elkaar te weten, en gingen we op visite bij mijn schoonzus, waar C.,.... een buurman van was geworden. We ontdekten dat we nagenoeg dezelfde jobs uitoefenden, zij het dan wel bij concurrerende instellingen. In de jaren 80 liepen we bij elkaar over de vloer, pasten we op elkanders kinderen, en reden samen naar Rock Torhout, en nog een aantal andere concerten. We liepen op dezelfde dagen rond op de Lokerse Feesten, toen dat nog echt Feesten waren, en er nog echt muzikanten van het kaliber van Tom Rush, Townes van Zandt, Tom Robinson, Leon Redbone en Roger Chapman, aantraden.

We verloren elkaar opnieuw uit het oog, tot facebook er aankwam en C. de groep Musicologen startte. Vanwege teveel gehakketak ging ook dat voorbij, en nu kabbelen we rustig verder op de golven van C.’s Music Corner.


Diezelfde avond resideerden we voor het eerst op de oprit van een van onze overburen. Wie de eerste stap gezet heeft in de toenadering tussen de jeugd en de toen 64 jarige ‘oude man’, want dat vonden wij echt, is helaas niet meer te achterhalen. Het gebeurde dan ook 50 jaar geleden, en dergelijke informatie stokkeer je als tiener niet in je hersenpan. Toch zal ik mij die eerste avond met Dizjeken blijven herinneren. Het was bij valavond, na een zomerse dag. De mist hing als een kleed laag over de weiden. Je kon nog amper het honderd meter verder gelegen ‘Geyters bosken’ ontwaren. ‘Daar durven jullie nu niet meer naartoe’ vond Dizjeken. ‘Nee’ zei die ‘want je zult gepakt worden van kludden’. Dat werd leuk. We bestookten hem met vragen over vroeger, over ‘zijnen tijd’, toen je ‘kludden’ moest dragen op je rug, wanneer je ‘s avonds laat, langs onverlichte wegen, nog alleen naar huis durfde te gaan. Niet dat de steenweg waar wij woonden in 1968 beter verlicht was. Iedere 50 meter een betonnen staak, met om de twee staken, eentje met een heel klein lichtpeertje. Om het licht wat ‘breder’ te laten schijnen zat er boven die peertjes een witte gelakte komvormige schijf. Er waren trouwens jongens die aan de hand van een zelfgemaakte ‘mik’ (katapult) met kiezelstenen die lampjes en al wat er rond zat, zagen als regelrechte schietschijven. Een stuk te schieten doelwit. Zo blijkt toch maar weer dat kattekwaad, en vandalisme van alle tijden is.


Dizjeken, een filosoof.


Al snel bleek dat Dizjen vooral geïnteresseerd was in hoe de jongens en meisjes uit de buurt om elkaar heen fladderden. Hij genoot er van, wanneer hij weer eens iemand pijlsnel met de fiets een klein weggetje zag induiken. Het moet zijn, dat het hem voldoening schonk, en dat meer dan waarschijnlijk hij een stukje van zijn eigen jeugd zag herleven.

Dizjeken behoorde net als mijn eigen vader tot die generatie, die twee oorlogen had meegemaakt, maar te jong was om deel te nemen aan WOI (14 in 2018) en te oud om nog opgeroepen te worden voor WOII (36 in 1940). (*)

Gaandeweg, kregen we die zomervakantie, en ook in de tijd die er op volgde, regelmatig flarden te horen over wat hij in zijn leven had meegemaakt.

Dizjeken stamde uit een oud boerengeslacht, met nogal wat broers en zusters, waarvan enkelen, ongetrouwd bleven samenwonen. Eigenlijk zetten ze nooit de stap naar de twintigste eeuw. Ze leefden eenvoudig toen, in hun boerderijtje, in een bocht langs de weg, weggestoken achter een dikke meikeverhaag. Ellentriek hadden ze niet nodig. Ze leefden van hun land. Den Dizjen was dan wel getrouwd, ook hij leefde sober, en afgezien van wat filosoferen zagen we hem nooit werken. Al vroeg in de ochtend stond hij voor zijn hekken, een kop koffie in de hand, de steenweg af te turen. Hoe dikwijls ben ik wakker geworden, en hoorde ik hem door mijn open venster, in die zomerse ochtenden een of ander liedje neuriën. Hij stond daar dan op zijn klompen, met zijn gelapte broek, en gestopte mouwen. En toch werd er over hem verteld, dat hij bijzonder rijk was, en dat hij elf eigen huizen bezat, naast het zijne, die hij allemaal verhuurde. Het klopte wel dat hij soms maandelijks met zijn grote zwarte fiets “ergens” heen reed. Huur innen? Wie zal het zeggen?

Wat wel bekend was, bij onze ouders, was dat een van zijn bezigheden er uit bestond, om stroman te spelen op diverse openbare verkopingen van gronden en huizen. Men vertelde dat hij zich daar dan af en toe “in riep”, waardoor hij dan weer iets moest verkopen, om de nieuwe koop te bekostigen. Nu ik er goed over nadenk: was hij in feite in zijn eentje een soort van immokantoor avant la lettre. In lede naast de huidige Colruyt, langs een smal baantje, bewerkte hij een lap grond, waarop hij een kleine “lochting”uitbaatte. Patatten en tomaten op een roe, zoals we leerden van Yvan Heylen.

Hij beweerde bij hoog en laag dat hij kon autorijden. Iets waar wij van dachten, dat dit nooit tot zijn wereld kon behoren. En toch, ergens in het Gentse, zou hij, samen met zijn vrouw Bertha, ‘gediend’ hebben op een kasteel. Zij in de keuken, en hij als chauffeur voor een of andere graaf of baron. Wie wat en waar zijn we nooit te weten gekomen. Ook niet of hij ooit echt achter het stuur van een auto zat.

Enkele jaren later zal hij op een avond, voor ons, al zijn kasten open trekken. Ze puilden uit van nieuwe nooit gedragen sokken, pullovers en ander kleren, nog in het plastiek verpakt. Wij stonden er bij en keken er naar, met open monden. Was het dan toch waar dat dat hij er warm in zat? Mogelijks wel, want begin jaren zeventig, nog geen jaar na het overlijden van zijn Bertha, stonden de vrouwen bij wijze van spreken aan te schuiven voor zijn hekken. De kinderloze man, probeerde ze een voor een uit, maakte zijn keuze, en verkaste naar Oostende, waar hij strandwandelingen maakte, en verder leefde tot hij een eind in de tachtig was, en voorgoed uit ons leven verdween.


De maand in dagen.

Maandag, 1 juli: rotdag, verveeld.

Dinsdag, 2 juli: we (Cremer, ikzelf en G.) spraken af op de markt te Lede, om in de namiddag samen naar Wetteren te rijden om er samen te gaan zwemmen.

Woensdag, 3 juli: met G. naar de beenhouwer. De namiddag doorgebracht op de Kleine Steenweg, babbelend over A. en L.

Donderdag, 4 juli: Pret aan de Puitenvijver. J.-P. zette de band plat van L. haar fiets. Niemand wou haar helpen met de fietspomp. ‘s Avonds met V. langs de Onegem gewandeld.

Vrijdag, 5 juli: schuurpapier gekocht om ons poort af te schuren. A. zou naar het schijnt niet meer buiten mogen.

Zaterdag, 6 juli: Regendag. Naar de avondmis met Cremer. Hij zal eens afkomen.

Zondag, 7 juli: naar beenhouwer. V. gaat vanavond naar Lize Marke, in Erpe. Ik luister thuis naar de radio. We (R. W. en ikzelf) besluiten om toch naar Lede naar zaal Lelie naar een tienerbal te gaan. Niet veel zaaks. Orkest van dienst waren de New Spirits uit Lede/Smetlede.

Maandag, 8 juli: R. zwom in de puitenvijver.

Dinsdag, 9 juli: Met V. rondgewandeld op de Leedse markt. Omdat er in de namiddag meisjes waren aan de Puitenvijver, toonde R. er zijn kunsten, tot hij er in donderde.

Woensdag, 10 juli: ons poort gedeeltelijk afgeschuurd. L. en A. waren ook vandaag aan de Puitenvijver. Avond regen.

Donderdag, 11 juli: naar de Aalsterse bib. Gesloten, vergeten dat het feestdag was, en dat de stadsdiensten op die dagen vakantie hebben. Thuis dan maar eigen boeken gesorteerd.

Vrijdag, 12 juli: enkele boeken geleend van Felix, de vader van R. Gangsterromans over het Chicago gangsterleveb, waarin dubbelgangers en Al Capone opduiken. Vandaag trouwde W. VB., de broer van A.

Zaterdag, 13 juli: Naar de markt in aalst Markt met V. Nog een witte jeansbroek gekocht.

Zondag, 14 juli: vandaag werd er een koffietafel georganiseerd voor de pas getrouwde W. VB.

P. verzuchtte, ‘Was ik maar meegegaan’. Op de Kleine Steenweg met D. en W. rond gehangen.

Maandag, 15 juli: G. kreeg het idee om een club te stichten. Een jaarlijkse gewoonte, waar wij ons nu net iets te oud voor voelden. Het gaf wel aanleiding om met ‘ons club’ stiekem ergens te gaan roken.

Dinsdag, 16 juli: naar de markt met Cremer en C. ‘s Avonds bij Dizjeken gestaan. Hij vertelde verhalen over kludden en andere spoken.

Woensdag, 17 juli: ‘s Namiddags op bezoek bij familie. Mijn achternicht B. heeft een serieus lief. Ze is pas 17.

Donderdag, 18 juli: met de ‘club’ op onze crosser (een oude gepimpte fiets) naar de turfputten. We kochten onder ons vieren een pakje sigaretten.

Vrijdag, 19 juli: naar Lede om een nieuwe fietsband. R., R., G., ikzelf en N. fietsten naar het Schuiteplas (eigenlijk de Ronde Vijver, maar Dizjeken noemde dit zo). ‘s Avonds gingen we ‘schieten’ met karbuur, bij Antoine voor zijn trouw. 20 frank gekregen en enkele pilsjes. Ik geloof dat mijn rechts trommelvlies gesprongen is.

Zaterdag, 20 juli: ‘s morgens nog voor Antoine zou vertrekken gingen we alweer schieten. ‘s Namiddags thuis naar de radio geluisterd. L. vertelde ons dat zij drie dagen naar de Heemfeesten mag gaan.

Zondag, 21 juli: we gingen naar Aalst naar de oude markt. ‘Baby Come Back’ staat nu al voor de derde week op nr 1 in Engeland. Van mijn tante Annaïs kreeg ik nog een uurwerk dat zij bij hun uitstap naar Zeeland hadden meegebracht. Vandaag was het kermis op het Sevecoot.

Maandag, 22 juli: wandeling gemaakt langs de turfputten.

Dinsdag, 23 juli: op familiebezoek geweest naar Mere.


Woensdag, 24 juli: Ik stel een Top 60 samen. Turfputten met G. waar we sigaretten hebben gerookt. ‘s Avonds lieten we een draak (vlieger) op in de weide voor de deur van A. P. gaat terug met L. en zat vanavond met haar aan de molen.

Donderdag, 25 juli: sigaretten gekocht. met R. in de bomen geklommen achter ons in de ree. Meer om een mooie uitkijk te hebben.

Vrijdag, 26 juli: Vandaag opnieuw naar dezelfde boom van gisteren. J.-P. en Lilian nog gezien.

Zaterdag, 27 juli: Tommy James met Mony Mony op nummer 1. Vergadering aan Dizjeken. Hij gaf commentaar op de meisjes, en vertelde ons ‘hoe we een en ander moesten aanpakken’.

Zondag, 28 juli: tot 3 uur bij Dizjeken geconverseerd met V. en C.

Maandag, 29 juli: vandaag naar de Bossestraat en later bij Dizjeken.

Dinsdag, 30 juli: mark Lede. Aan de Sarma gebabbeld met Dizjeken. Hij raadde ons aan ‘hen ne kreem te betalen’ wilden we succes hebben. In de namiddag met G. naar Steenberg gefietst. Er is daar veel veranderd. Er staat nu een dancing aan de andere kant van de vijver, en het klein cafeetje is afgebroken. V. gaat terug met A.

Woensdag, 31 juli: A. is met vakantie. Rond zes uur een stortbui. Het heeft water gegoten. P. en V. maken afspraak voor zondag ergens in de bosjes achter Loos.



(*) https://nl.m.wikipedia.org/wiki/België_in_de_Tweede_Wereldoorlog

Vanaf 10 mei werden meer dan 300.000 jonge reserverekruten opgeroepen om zich naar de Westhoek en later naar Frankrijk te begeven. Deze zogenaamde CRAB’s waren tussen de 16 en 35 jaar en kregen het bevel om zich naar Zuid-Frankrijk te laten evacueren. Naar schatting 150.000 kwamen daar terecht, maar toen had België reeds gecapituleerd. In augustus 1940 keerden de jongens terug naar België.



  • Comments(3)//blog.sadeler.be/#post186

Robert Plant wordt 70.

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 20 Aug, 2018 21:49

Robert Anthony Plant CBE (born 20 August 1948) is an English singer, songwriter, and musician, best known as the lead singer and lyricist of the rock band Led Zeppelin ..... lezen wij op Wikipedia. Een overzicht.

Robert Plant heeft de kaap van zeventig jaren gerond.

De jonge god is veranderd in een oude knuffelbeer. Van een zekere episode in zijn jeugd wil hij liever niet te veel meer horen. Hij bepaalt zelf wel, waar en wanneer hij zich nog eens bukt, een parel opraapt, bewonderend bekijkt, en deze bezingt.

Over enkele weken zal het vijftig jaar geleden zijn, dat hij een beslissing nam die zijn leven overhoop gooide, en die hem in een tien jaar durende mallemolen deed belanden. Wij weten nu, dat hij slechts “derde” keus was. Page had zijn oog laten vallen op Steve Marriott de zanger van de Small Faces, om te fungeren in zijn vernieuwde Yardbirds groepje. Mariott’s manager (de papa van Sharon Osborne) sprak echter klare taal, en liet Page verstaan, dat je met gebroken vingers niet al te best gitaar kunt spelen. Keuze nummer twee , Terry Reid, was een blitscarriere beloofd door manager Micky Most, en gaf daarom ook al niet thuis. Hij kende wel een jongeman uit de ‘Brum’ regio, die hij een paar keer had horen zingen in de band van Alexis Korner. Achter diezelfde microfoon had enkele jaren eerder nog ene Michael Jagger gestaan, en die was toch goed terecht gekomen, moet Page gedacht hebben toen hij en manager Peter Grant contact opnamen met Robert Plant.

Hert mag een mirakel heten dat de al vijf jaar aan de weg timmerende Rob Plant inging op het verzoek. De Yardbirds hun beste prestaties lagen al enkele jaren achter hen. Hitsingles bleven uit, en hun laatste album verkocht ook voor geen meter. Page had echter bandleden nodig om nog wat bestaande contracten af te werken. Of hij toen al onmiddellijk aan Plant vertelde wat zijn plannen waren lezen we binnenkort misschien wel in een interview naar aanleiding van deze verjaardag (als die er al komt). Een reünie zit er voorlopig niet in, of het zou moeten ergens in een hutje in de Welshe bergen zijn.

Het is bekend dat Plant als drummer zijn goede vriend John Bonham naar voren schoof, en de rest is geschiedenis.

Ik neem hier een gedeelte over uit een eerder verschenen stuk over RP.

Robert Plant beleefde als Percy het engelachtig opperwezen, tussen 68 en 80 zijn carrière hoogtepunt, dansend over vnl. Amerikaanse podia, zwaaiend met de ‘Hammer of the Gods’. Maar niet enkel succes werd zijn deel, ook heel wat miserie daalde over hem heen, bij zoverre zelfs dat men stilaan begin te spreken over een vloek die over LZ heerste. Een vloek die teweeg zou gebracht zijn door Jimmy Page’s verering van het occulte, en zijn aanbidding van Alistair Crowley, van wie hij overigens een vroegere huis (Boleskin House) in Schotland kocht. Bollocks natuurlijk, maar Plant was na 75 toch nooit meer dezelfde jonge oppergod.

Omdat de Britse taxatiedienst in 1975 op het punt stond de LZ taart behoorlijk af te romen, besloot het vijftal (Peter Grant mag gerust de vijfde LZ-Beatle genoemd worden), een jaar lang Britse bodem te vermijden en te gaan reizen. Ergens in Griekenland raakten Robert en zijn eega Maureen betrokken in een zwaar auto-ongeval wat hem nagenoeg voor een hele tijd in een rolstoel en vervolgens op krukken deed belanden.

Tijdens een van de volgende tournees in de VS kreeg hij het onheilsbericht dat zijn zoontje Karac getroffen was door een zwaar virus. Het kind overleed amper enkele uren later. Led Zeppelin lag in die tweede helft van de seventies op apegapen.

Plant vloog onmiddellijk naar huis, en de toernee werd stopgezet. Noch Jones, noch Page waren op de begrafenis aanwezig. Het was een periode waarin Jimmy Page flirtte met sister heroïne. Plant maakte geen aanstalten om terug te eren naar Londen naar de andere leden van de band. Integendeel hij begon na een tijd af en toe in de Midlands op te treden in kleine gelegenheden met lokale bands. Iets wat hij tot op vandaag nog af en toe doet. Wij ontmoetten vorig jaar nog iemand in Kidderminster, die ons dit bevestigd. Op een keer in een wijnbar waar het toilet zich ergens boven bevond, en hij aan een van de klanten vroeg, hoe jij daar kon geraken, kreeg hij als antwoord: ‘Just take the stairway to heaven Robert’. Het leek wel alsof Led Zeppelin voor hem stilaan een afgesloten hoofdstuk aan het worden was. Een attitude die Page nooit zal kennen.

Maar Peter Grant, wist dat hij een gouden racepaard bezat, met vier jockeys, en dat het paard, het nooit zou overleven met andere berijders. Robert Plant keerde dan ook terug naar de stal, waarna ze samen nog twee platen maakten, niet van hun beste, maar platen die ondanks het punkgeweld uit die tijd een miljoenenverkoop haalden. Er is niet voor niets een managementprijs genoemd naar Peter Grant.

Het definitieve einde van Led Zeppelin diende zich aan met de dood van John Bonham. Zonder onze vriend kunnen wij niet verder.

Hert werd voor een hele tijd stil, en daar hadden zowel Jimmy als Robert voor een groot stuk zelf de hand in. Van Page verscheen slechts een soloplaat. Daarnaast bracht hij nog twee platen uit samen met Paul Rodgers in een band die ze The Firm hadden gedoopt. Goede platen, maar geen hoogvliegers. En Page vloekte nog meer tegen zijn fans door in zee te gaan met David Coverdale, een zanger waarvan elke fan vond dat het een goedkope niet geslaagde copie was van Robert Plant.

Maar ook Plant zelf schopte de fans tegen de schenen door in de jaren tachtig drie platen te maken, waarop hij zijn verleden afzwoer, en zich op typische jaren tachtig bijna synthpop bekeerde. Een McCartney-aanse misstap, die ook Paul zetten 10 jaar eerder toen hij via Wings Wildlife wilde breken met zijn verleden.

En.... ook wij haakten af, en wel twintig jaar lang. Fout uiteraard, want daardoor misten wij de passages in Gent van Page & Plant. MTV was niet aan ons besteed. Unledded, de ‘unplugged’ Page en Plant plaat werd niet de hemel in geprezen door de lokale muziekpers (lees Humo).

Een hernieuwde kennismaking.

Rond de eeuwwisseling, op een winterse avond na een troosteloze werkdag, liepen wij een kleine tweedehands CD-zaak binnen, een paar huizen verder dan WHSmith, op de Brusselse Adolphe Maxlaan. Bij het fileren van de verschillende CD rekken stootten wij op ’Dreamland’ van Robert Plant. Een hoesje dat wel aansprak en enkele titels, Morning dew, Song to the Siren en Hey Joe die ons afspraken en ons helemaal over de streep trokken om het op de prijssticker aangebrachte bedrag op te hoesten.

Nog diezelfde avond hebben wij Robert Plant opnieuw op zijn voetstuk geplaatst waar hij al die tijd thuishoorde.

Plant staat intussen in onze top vijf van meest bijgewoonde concerten (drie maal solo, een keer samen met Krauss, en twee keer met Zep), naast Neil Young, de Rolling Stones, Springsteen, McCartney en Roderick Stewart, en uiteraard Irish Coffee. Yoko Ono, met een concert, haalde helaas onze top vijf net niet.

Plant konden we op de Lokerse feesten in totaal drie keer aan het werk zien. Niet slecht, voor een lokaal festivalletje. Recent vertelde een van de organisatoren nog voor een lokaal tv-journaal hoe Plant die eerste keer, nu al zestien jaar geleden zijn concert onderbrak voor het afsluitend kermisvuurwerk, rustig vooraan op het podium plaatsnam, de benen bengelend over de podiumrand, genietend van een feeëriek spektakel met hoog in de lucht uiteen spattende vuurbollen.

Plant’s jeugdjaren

Wie zich wil verdiepen in de prehistorie van Plant, en toch ergens moet beginnen, raden we de albums ‘66 to Timbuktu’ en ‘Dreamland’ aan. De titel alleen al van de dubbele overzicht CD 66 to Timbuktu, vertelt het verhaal. Van een eerste (geflopt) singletje in 1966 tot een optreden in het HL van Pluto, in dit geval Timboektoe, ergens in Afrika. De CD had net zo goed ‘From Kidderminster to Timbuktu’ kunnen heten, of ’My best songs between 66 and 99’.

Plant was een jochie uit de buurt van Kidderminster in de Britse MIdlands, niet zo ver van Birmingham, en Wolverhampton. Een streek waar wel meerdere bands hun oorsprong hadden. Er bestond zelfs naar analogie met Merseybeat een naam voor: Brumbeat. (Brum is hoe de lokale mensen Birmingham noemen). Enkele bands hadden het zelfs in de sixties tot in de hitparades geschopt: Spencer Davis Group met Steve Winwood, de Move, de Moody Blues. Anderen zoals de Inbetweens (het latere Slade) timmerden een stuk langer aan de weg. Plant en zanger Noddy Holder waren overigens goed bevriend in die dagen. De ‘Band of Joy waar Plant en ook Bonham deel van uitmaakten mocht nooit van het succes proeven. Robert Plant slaagde er wel in om enkele niet onaardige singles (via CBS) uit te brengen, onder eigen naam of met de band Listen. Beide zijn terug te vinden op 66 to Timbuktu. Nummers die nu doorgaan voor wat we Northern Soul zijn gaan noemen. Maar zoals zovele andere, nu te verzamelen kleinoden, vielen ze niet op. Van de eerste singels van Bowie en Rod Stewart, kan je precies hetzelfde zeggen.

De dubbelaar bevat op de eerste CD nummers uit de eerste acht albums van Plant’s solo oeuvre.

De tweede CD is gevonden vreten voor Plant liefhebbers, want hierop staan diverse outtakes, demo’s en niet meer te vinden nummers die ooit verschenen voor Plant bij Zep terechtkwam.

‘You’d better Run’ stamt uit 1966 toen Plant in de band Listen zat. Het jaar daarop volgde ‘Our Song’ een vertaling van een Italiaans nummer: ‘La Musica è Finita’. Een mooie slow die het zeker hier en daar goed zal gedaan hebben bij de openingsdans op een of ander huwelijksfeest.

In de volgende nummers (demo’s opgenomen door de Band of Joy) wordt er nog meer gecovered, zij het wel van bekendere artiesten. Het overbekende ‘Hey Joe’ van Billy Roberts, dat naar de eeuwigheid werd geleid door Jimi Hendrix lijkt hier meer op de Amerikaanse punkversie van de Leaves. De tweede demo geschreven door Stephen Stills, is het overbekende ’For what it’s worth’ van Buffalo Springfield.

‘Operator’, dateert uit zijn dagen met Alexis Korner. En uiteraard staan er een aantal nummers op waarop Page de gitaar hanteert: "Tall Cool One", Sea of Love, de hit van de Honeydrippers, Heaven Knows’ en ‘Rude World’.

Na Zeppelin.

Robert Plant zal gedurende zijn hele verdere carrière regelmatig terug grijpen naar aparte dingen waarin hij schittert. Bijvoorbeeld al heel vroeg in de jaren tachtig met de Honeydrippers Vol 1 (er moet nog altijd een vervolg komen), een must, waarop hij oude nummers aanpakt, en waar zelfs Page en Jeff Beck even mee aantreden. Het uitstapje met Allison Kraus levert hem een Grammy Award op.

Wat hem nog het dichtste bij Zeppelin bracht was de periode Page-Plant ten tijde van de de MTV unplugged concerten. ‘Walking into Clarksdale’ blijft een erg onderschatte plaat.

Het opnieuw de baan op trekken met oud bandleden van de Band of Joy moet hem zeker deugd gedaan hebben. Plant blijft gelukkig een entertainer die niet enkel nieuwe songs baart, maar die ze ook nog steeds graag live brengt, en vooral dan in kleinere locaties zoals ons eigenste Lokeren.

Zijn recentste platen, vanaf 2000, zijn bijna als een geheel te beschouwen en daar zijn de Sensational Space Shifters niet vreemd aan. Plant laat ook duidelijk verstaan dat hij blijft geloven in een versmelting van Keltische muziek, oosterse klanken, rock en blues. Het is precies die mengeling die leidt tot een unieke ‘Plantsound’. Hij schuwt niet langer meer zijn verleden. Het mag al eens klinken zoals ten tijde van LZ, en live sijpelen gelukkig ook regelmatig oude songs door naar de playlist.

De huidige Sensational Space Shifters is een samenraapsel van topmuzikanten die de laatste 25 jaar her en der hun sporen verdienden. Neem nu Liam ‘Skin’ Tyson de gitarist van Cast, die samen met John Power van de La’s (There she goes) indertijd bij Cast zorgde voor drie heerlijke platen, helemaal in de sixties-who stijl.

Een ding mag duidelijk zijn, Plant omarmt zijn Zep-verleden met liefde. Hij verbreedt het, voegt er een dimensie aan toe, en houdt de toorts brandend, op een voorlopig andere manier dan wat zijn kompaan Page doet, bij het remasteren van de echte canon van Led Zeppelin.

Maar.... wij merkten tijden de Zeppelin reünie in de Londense O2 al dat hij constant hete thee dronk, om zijn stem op peil te houden. We kunnen er van op aan dat hij nooit meer Whole lotta love zal zingen zoals het50 jaar geleden klonk. De man is zeventig.

Wij wensen hem proficiat voor deze mijlpaal in zijn leven, en hopen dat er nog vele schitterende schijven, en dito optredens mogen volgen.

Volg Robbert Plant op: HTTP://www.robertplant.com

Meer info op Sadeler’s Blogsite.

http://iloapp.sadeler.be/blog/blog?Home&post=130 Vers ‘gePlant’ te Lokeren.

http://iloapp.sadeler.be/blog/blog?Home&post=174 Plant een recensie.





  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post185

Een Bokken Story

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 07 Aug, 2018 13:52
Den bok is dood.

In elk geval klinkt het goed als titel, maar het is niet geheel de waarheid.

Vandaag rij ik op de N9 ter hoogte van het kerkdorp Oordegem voorbij een hoop stenen die daar als een laatste relikwie nog even zullen liggen, voor wat eens deel uitmaakte van onze jeugd, nu zowat 45 jaar geleden.

Oordegem was halverwege de jaren zeventig een “place to be” op zaterdag en zondagavond. Plots verschenen en enkele dancings langs de steenweg, daar waar de lokale bevolking het eerder had te stellen met enkele dorpscafé, die je nauwelijks baancafés kon noemen.

Foto google streetview
Al waren er toch enkele bij die tot ver in de omtrek gekend waren. Op een gegeven ogenblik zakte het team van Echo met Bob Van Bael af naar het café Den Bok. Echo was er steeds voor te vinden om de meest merkwaardige gebruiken van de Vlaming te registreren. Vaak gebeurde dit met een knipoog, iets waar Jan Van Rompaey zeker de hand in had. Foto de standaard

Het café mocht dan wel bij den Bok heten, normaal gesproken was er afgezien van een geportretteerde bok geen dier te bekennen. De eigenaar haalde zijnen bok slechts te voorschijn wanneer weer eens iemand hem een trappist trakteerde. En of dat steeds dezelfde bok was? Wie zal het zeggen? In elk geval was Michel Van Den Bosch nog veel te jong in die dagen, en had hij meer dan waarschijnlijk nog nooit gehoord van Oordegem, laat staan van een café met bierdrinkende bokken. De tijden veranderen, en den bok is samen met het levende visjes drinken, (niet enkel in Geraardsbergen, maar ook in Sint-Lievens-Essen) verbannen naar de folklore. Den bok, het beest, mocht vanaf 2008, toen het café sloot en werd verkocht zijn nadagen doorbrengen in recreatiedomein De Brielmeersen in Deinze. De Standaard berichtte er zelfs over op 7 oktober 2008, onder de titel: ‘Bok zal nooit meer drinken'. We lazen verder in hetzelfde artikel: “Een stuk Vlaamse herberggeschiedenis verdwijnt allicht voorgoed in Oordegem. Eigenaars-uitbaters Nicole Van De Vijver en Eddy D'Haeseleer zagen het niet meer zitten om het café met de drinkende bok nog langer open te houden. Ze verhuisden naar West-Vlaanderen en stellen het café te koop.”

Het huis waar de laatste vijftig jaar café Den Bok werd uitgebaat staat er nog. Wat nu recentelijk werd gesloopt is de enkele tientallen meter verder gelegen voormalige dancing Bokkestory.

Foto google streetview

Nog in 2001 berichte het Nieuwsblad op vier augustus, dat er bij het schepencollege van Lede een aanvraag was ingediend om de Bokkestory om te vormen tot een speelzaal. Iets wat niet is doorgegaan.

Dat zelfde Nieuwsblad berichtte op 22 september 2004, dat de zaak voor drie maand dicht ging nadat er bij een inval van de politie heel wat drugs gevonden werden en er tegen de zaak al talloze klachten waren binnengekomen over lawaaioverlast. De Leedse burgemeester Geert Grepdon liet de zaak toen voor drie maanden sluiten. Wie daar in de late jaren negentig nog kwam zal zich dit etablissement vooral herinneren als een housedancing. Wij lazen zelfs ergens dat men bij razzia’s zich schuil hield in de kelder.

In 2009, in oktober heropent de zaak nog maar eens, maar deze keer onder de naam La Luna.

Vijvenveertig jaar terug in de tijd geworpen.

Dancing Bokkestory, “de nieuwen bok”, hebben wij vooral gekend in de periode ‘72 tot ‘77. Een “normale” dancing in die dagen, waar je enkel in het weekend terecht kon. Samen met de wat lager gelegen dancing Popcorn, die al snel na een overname werd omgedoopt tot “Jacky’s Club” zorgden zij er voor dat elk weekend de jeugd uit de regio gelegen tussen Gent en Aalst afzakte naar Oordegem.

Tijdens de fameuze autoloze zondagen in 1974 ben ik er ooit nog met de fiets heen gereden.

Café den Bok werd door de week opengehouden door een, in onze ogen, al wat ouder koppel. De echtgenoot, gewezen bokser, Clement Van De Vijver was daarnaast ook taxichauffeur. In het weekend hield moeder de vrouw samen met haar dochter(s) de dancing open. Een paar vaste garçons voorzagen je er van het nodige bier. In die dagen kwam de muziek tot ons via een schuin tegenover de toog, bij de wc’s, opgestelde juke-box. Mud, Demis Roussos, the Sweet, Wizzard, ELO, Neil Diamond, enz.... vrij commercieël spul. Voor soul en aankomende disco afgewisseld met popcorn-muziek trok je naar de Jacky’s Club. Rustig een pint verteren kon je doen in de Sultana, een gewone café, aan de overkant van de steenweg, schuin tegenover de Bokkenstory.

Ik betwijfel of we ooit een volle avond hebben doorgebracht in dancing Bokkenstory. Wij kwamen daar, op een niet afgesproken uur, samen en eenmaal er voldoende gasten aanwezig waren trokken we verder naar andere oorden, om pas in de kleine uurtjes opnieuw te landen in den Bokkenstory, waar ze op dat ogenblik ons vaak liever niet zagen komen dan wel, zeker wanneer Willy zijn reactiesnelheid ten overstaan van de zwaartekracht van de aarde begon te testen door uit zijn ene hand een volle pint te laten vallen, om ze dertig cm lager opnieuw vast trachten te grijpen met zijn andere hand. De smile op zijn gezicht sprak boekdelen, zeker die enkele keren dat het lukte. De uitdrukking op het gezicht van de patrones achter haar toog wil je niet kennen. Alleen al uit haar ogen schoten vuurgensters. Waarschijnlijk een normale reactie na vaak meer dan twaalf uur in touw te zijn geweest. Meestal duurde het dan ook. Niet lang of we werden samen met nog wat andere overblijvers buiten letterlijk naar buiten geschuurd. En dan..... dan was er nog altijd ‘het Dravershof’ in ‘Streimeers’, maar dat is een ander verhaal.

De herinnering aan de Bokkenstory is vooral de herinnering aan een hoop gasten waarmee we toen de wereld, of beter gezegd de dancings in bijna heel Oost-Vlaanderen verkenden.

Het is onder andere dankzij Willy en zijn maat de Fred, dat ik mij tot diegenen mag rekenen die ergens in 1975 de nu legendarische dancing ‘Popcorn’ in Vrasene bezochten.

Onze twee nieuwe maten trokken doorgaans tijdens de vroege zondagnamiddagen op zoek naar nieuwe oorden, waar iets te beleven viel. Naast de ‘Popcorn’ waren ook ‘Terdoest’ en de ‘Karrekiet’ in Waregem niet te ver voor hen. Dancings langs de Kortrijkse Steenweg en in Merelbeke, waarvan ik de namen vergeten ben, leerden we op die manier kennen.

Al hadden we toch voornamelijk vanuit Oordegem enkele vaste stekken waar we je ons kon vinden. De dancings langsheen het Donkmeer: ‘de Ranch’, ‘de Five Dollars’, de drie aan elkaar vastgeklonken dancings: ‘Shanghai’, ‘Donk’s Pub’ en de ‘Kabarka’, de ‘Twenty-one’. Vooral ‘het ranchken’ viel mee. Stel je voor: een compleet in hout opgetrokken gebouw. Ook brandveiligheid bestond niet in dien tijd. In de Kabarka, die naar verluid binnenkort ook plat zou gaan, was het flaneren tussen de vissersnetten. Je waande je er als het ware in een boot.

Een tweede lokatie voerde ons naar Hekelgem waar dancing de ‘Stones’ en dancing ‘El Gringo’ de trekpleisters waren. Tegenover dancing ‘El Gringo’, naast ‘de Kleinen Beer’ stond ‘Fons Matthijs’, een ex-zwaantje, en later uitbater van een boxclub, met zijn frituur. ‘De kleinen Beer’ mocht dan wel de naam hebben van een dancing, het was eerder een plaats voor verliefde koppels, die op franse slows zachtjes over de dansvloer flaneerden. Ik kan het weten, want ik heb er ooit nog een avond gedraaid.

De erachter gelegen ‘Groten Beer’ was dan weer wel een echte dancing, zij het voor een ‘ouder publiek’. Niet echt ons kopje thee.

‘El Gringo’, was een van die plaatsen waar ‘de Voodoo’ later ‘Irish Coffee’ groot werden.

De derde stek die we meest frequenteerden was ontegensprekelijk het landelijke buitendorp Sint-Lievens-Essen. Je kon er van ‘‘t Kelderken’ in het centrum te voet naar de dancings ‘De Truweel’ en ‘De Witte Hoeve’. Voor de betere muziek kon je terecht in de ‘Discovaria’ later nog omgedoopt tot ‘Lennon’.

Het was in deze Discovaria, dat ik ooit een van de laatste concerten van ‘Wim De Craene’ zag, toen zijn begeleidingsband enkele ex-Irish Coffee leden telde. In het daaropvolgende weekend verongelukte de betreurde ‘Paul Lambert’ de toetsenist, tijdens de terugkeer van een optreden.

Stuk voor stuk zijn het legendarische locaties waarover meer valt te vertellen. Sommige locaties zijn er nog: bijv. ‘t Kelderken al is het geen dancing meer. Van De Truweel rest nog de gevel, waarachter een compleet nieuw gebouw werd gepoot. De Witte Hoeve is wat nog rest.

Waar zijn ze gebleven de plaatsen uit onze jeugd? Waar zijn ze gebleven, al diegenen met wie we onschuldig pot verteerden, zoals Boudewijn De Groot zo mooi zong?

De Rie, met zijn Renault Dauphine, en zijn broer, Paul van achter de kerk te Zonnegem met zijn Simca, de Cois met het VW busje dat diende om de arbeiders van en naar de Volvo te brengen en waar hij chauffeur van was, Remi, Knijf, de stalen glimlach, Nicole M. en haar broer Ivan, Willy (de kleinen) en de Fred, de trapist-drinkende vriendinnen uit het Gentse: Martine en Brigitte.

Opnieuw sloopt men een stukje van onze jeugd.

Dancing Bokkestory is gelukkig nog te bekijken dankzij het niet upgedate Google Streetview’. Wat komt er in de plaats? Een drie, of vierlagen appartementsgebouw, voor de overlevenden?

In het Laatste nieuws van 18 juli van 2018 lezen we: “Dat we momenteel toe zijn aan de sloopwerken, maar dat er tegen 2020 werk gemaakt zal worden van een nieuwe apotheek en acht flats.”

Foto google streetview

Foto het laatste nieuws



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post184

Kneistival 2013: de Hollies.

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 05 Aug, 2018 17:49

The Hollies: bedenkingen na Kneistival - juli 2013.

Een fotoreportage

Vijf jaar geleden is het reeds, dat we tijdens een zwoele nacht langs het strand wandelden, nog helemaal in de roes van ‘Bus Stop’, ‘Stop Stop Stop’, ‘Look through any window’, ‘Carry-Anne’ en ‘Sorry Suzanne’.

Stel dat ‘Ringo Starr’ morgen de wereld rondtrekt met in zijn kielzog drie topmuzikanten en hij kondigt de tour aan als “Een avondje met de Beatles”. Ik neem aan dat er nogal geprotesteerd zou worden. Toch doen ‘The Rolling Stones’, ‘The Who’, ‘Pink Floyd’ en tien jaar geleden zelfs ‘Led zeppelin’ min of meer hetzelfde. Wanneer ‘Paul McCartney’ tijdens zijn recente tournees oudere Beatle songs speelt, klinken die beter dan dat ‘The Beatles’ ze ooit speelden. En dan zijn er natuurlijk nog de nummers die na 67 kwamen en die we nooit live te horen hebben gekregen (met uitzondering van ‘Get Back’ en ‘Don’t Let Me Down’, live op het dak van het Londense Apple gebouw). Bij ‘Stones’, ‘Who’ en ‘Floyd’ spreekt men al snel van een toeringband, en verschilt vaak van de studioband. Bij de ‘Stones’ was dit overigens al het geval in 1963, toen pianist ‘Stewart’ naar de zijkant van het podium werd verbannen. Boekhouder ‘Jagger’ heeft ook nooit ‘Bill Wyman’ vervangen in de ‘Stones’. Nee die eer viel ‘Daryl Jones’ niet te beurt. Hij mocht gewoon zijn job doen, en aanschuiven aan het payrol loket.

Genoeg gekaderd, laat ons liever terugkeren naar ‘The Hollies’ en Kneistival. In tegenstelling tot ‘The Animals’ die we ook op Kneistival aan het werk zagen, en waar we weten dat er van die groep zelfs meerdere versies bestaan, kan je bij de Hollies eerder van een geëvolueerde band spreken. Op dit ogenblik zijn het gitarist/zanger ‘Tony Hicks’ en drummer ‘Bobby Elliott’, die nog altijd de toon aangeven, zij het aangevuld met enkele uitmuntende kompanen die helaas de grote successen van The Hollies nooit hebben meegemaakt.

Diehards die zweren bij het stemgeluid van ‘Graham Nash’ en zeker het typische stemgeluid van ‘Allan Clarke’ zul je tegenwoordig niet tegenkomen op een Hollies concert. Toch hebben ze ongelijk. In Nederland is men nu al helemaal wild van een in 2019 te houden ‘Hollies’ concert.

De Hollies in de prehistorie.

De embryonale ‘Hollies’ ontstonden al heel vroeg, nog eer de sixties aanbraken, tijdens de hoogdagen van de skiffle wanneer Clarke en Nash heel even dachten dat ze de nieuwe Everly Brothers zouden kunnen worden. Helaas heeft het voor ‘Ricky and Dane Young’ zoals ze zich noemden niet mogen zijn. Wie was Ricky en wie was Dane? Vrij snel sloten ze zich aan bij een band die zich de ‘Fourtones’ noemde. In die Fourtones zaten o.a. ene ‘Pete Bocking’ (guitar), ‘John “Butch” Mepham’ (bass), ‘Keith Bates’ (drums), en ‘Derek Quinn’ (guitar). Namen die niets meer ter zake doen, want al lang vergeten en verdwenen van het popfirmament dat ze eigenlijk nooit hebben bereikt.

Clarke en Nash stapten samen met Quinn die naar ‘Freddy en de Dreamers’ trok al snel over naar de ‘Deltas’, waar toen al ‘Eric Haydock’ (een latere Hollie) de bas beroerde. Leuk om weten is dat op dat ogenblik ‘Eric Stewart’ deze groep verliet om over te stappen naar de ‘Mindbenders’, en heel wat later naar ‘10CC’.

Het zijn deze Deltas die zich vanaf 1962 de Hollies zullen noemen. Maar hoe zit het dan met Elliott en Hicks, zul je vragen? Deze twee heren speelden in een andere band in Manchester: ‘The Dolphins’.

Tijdens een auditie voor een platencontract voor de Hollies gebeurde de vervanging en nam Hicks de plaats in van ene Steele. Later zullen ook Elliott en ‘Bernie Calvert’ overstappen naar de klassieke line-up van de Hollies.

Reeds vijftig jaar Hollies zonder Graham Nash.

Meer dan waarschijnlijk in navolging van de Beatles die met Pepper een veel bredere richting in de muziek uitgaan, wil Graham Nash ook die toer opgaan. De anderen hebben meer dan genoeg aan de popsongs die ze tot dan toe maakten.

De zwanenzang van Nash wordt ingezet op het zeer mooie op single verschenen King Midas in Reverse en op het album Butterfly beide uit 1967. Butterfly wordt commercieel bekeken geen hoogvlieger, In Amerika verschijnt Butterfly zelfs onder de meer commerciële titel King Midas in Reverse.

Meer dan waarschijnlijk onder druk van de platenfirma verschijnt nadien opnieuw een eenvoudige popsong. Clacke en Nash nemen Jennifer Eccles op, een nummer dat gaat over hun beider vrouwen.

Het volgende nieuwe project: een album met Dylan covers zint Nash al helemaal niet. En wanneer later een nieuw Nash nummer, Marrakesh Express, geweigerd wordt verlaat hij de Hollies, trekt naar Amerika, waar hij in eerste instantie enkel songs wil schrijven. De rest is geschiedenis, mogen we toch verhopen, en zijn leven met Joni Mitchell en Crosby, Stills en Young kunnen we hier rustig overslaan.

In 1983 maken ze ,nog wel een reünie plaat met Nash, ‘What goes around’, maar ook die plaat is iedereen al lang vergeten.

Wij verwijzen hier graag naar een interview met Nash in Record Collector, waar hij het heeft over zijn laatste tijd bij de Hollies, en de weigering om Marrakesh uit te brengen. Er bestaat dus wel degelijk een Hollies versie van het nummer dat ergens in de archieven moet rondzwerven. Helaas wordt in dit interview nergens over Butterfly gesproken.

De Hollies in de jaren zeventig.

Op een gegeven ogenblik slaat ook Allan Clarke de deur achter zich dicht, en vervangt men hem door de Zweedse ‘Michael Rickfors’, wat o.a. het wondermooie ‘The Baby’ en het al even knappe ‘Magic Woman Touch’ oplevert. Clarke keert na een mislukte solopoging terug, en zij scoren in de seventies nog behoorlijk met de op ‘CCR’ geïnspireerde nummers: ‘Long cool woman in a black dress’, ‘Hey Willy’ en ‘The Day that Curly Billy shot down Crazy Sam McGee’.

En het houdt niet op want ook ‘He ain’t heavy He’s my brother’, ‘Too Young to be married’, ‘I’m Down’, ‘Bruce Springsteen’s Sandy’, ‘The Air that I breath’ en nog ander moois voegen ze toe aan hun al rijke canon. Tot het ophoudt na ‘Wiggle That Whotsit’. Uiteindelijk vertrekt Clarke voorgoed, en is het voorbij met de hits.

Het was mooi in Heist.

En zo blijven de Hollies achter met als drijvende krachten Bobby Elliott en vooral Tony Hicks, de man die nog steeds Stop Stop Stop blijft brengen.

In Heist passeert nagenoeg elke bekende song de revue, en het al wat oudere publiek lust er duidelijk pap van. De bassist van dienst hadden we onmiddellijk moeten herkennen, maar dat deden we even niet. Omdat de man nu ook wat ouder oogt, en hij de dansbewegingen die hij met zijn originele maten bij ‘Mud’ maakte nu achterwege liet.

Butterfly: eentje uit Sadeler’s personal canon.

Omdat we zelf pas onlangs tot de aanschaf van Butterfly overgingen (jaren te lang gewacht), willen we bij deze plaat toch even stilstaan, omdat ze binnen de Hollies voor een keerpunt zorgde. Wie weg is van ‘Crosby Stills Nash & Young’ en weinig van de Hollies kent, mag zeker deze plaat aan zijn/haar collectie toevoegen. Het was 1967, en de vorige plaat, ‘Evolution’, van de Hollies was uitgebracht op 1 juni, precies de datum waarop ook Sgt. Pepper van de Beatles het daglicht zag. Niet te verwonderen dus dat gezien de tijdsgeest ook de Hollies op hun nieuwe plaat wat “breder” wilden gaan. Het is bovendien een van de eerste platen waarop Nash zo vaak te horen is, en we het dus niet enkel met de vocalen van Allan Clarke moeten stellen. De meeste songs werden geschreven door ‘Clarke, Hicks, Nash’. Maar dat is maar schijn, want net als bij ‘Lennon & McCartney’ of ‘Jagger/Richards’ was dit een tandem, zij het dan eentje met drie wielen, en werden de songs in werkelijkheid nooit door de drie samen geschreven.

Wie oud genoeg is zal zich ongetwijfeld het psychedelische, wat eigenaardig gezongen, ‘Dear Eloise’ kunnen herinneren. Het enige nummer uit Butterfly dat op singel werd uitgebracht, en dan nog niet eens in hun thuisland Groot Brittanië. Enkele nummers uit de plaat belanden later op B-kantjes van o.a. de singel Jennifer Eccles.

Dear Eloise, start met het voorlezen van een brief aan liefste Eloise. Tussen de regels kun je lezen, dat ze beter zou terugkeren bij de briefschrijver nu haar partner haar heeft laten zitten en voor de zee koos.

In een stuk dat we terugvonden op allansalbumsarchives.blogspot.com vat de auteur de plaat mooi samen. Vrij vertaald: ‘Een van hun slechts verkopende, maar meest geliefde platen’. ‘Doorsnee fans zullen zich hebben laten afschrikken door het psychelische label - en bekeken de band nog steeds als een popband (ook al droegen ze kaftans op de foto op de achterflap!). Stel je Ron Richards (in de Abbey Road Studio’s) voor die telefoneert naar arrangeur Johnny Scott: ‘Hallo, ja de jongens zijn hier... ze vragen of je kunt helpen om het geluid van een vliegend paard te maken, een volledig orkest te laten klinken als een vlinder, een psychedelische voddenwinkel kunt te voorschijn toveren, een Phil Spectoriaans angstig lied op poten zetten, en liefst ook nog een ontmoeting van Graham Nash met God op een wolk, en toon ook maar de innerlijke werking van de psychedelische open geest, a.u.b. Alles liefst tegen donderdag?’

Einde citaat.

Om maar te zeggen, dat de Hollies niet de financiële mogelijkheden hadden van de Beatles, en het meesterwerk, dat ze mogelijks in hun hoofd hadden er dan ook niet echt uitkwam. Het verdween snel de dieperik in temeer omdat de band het ook niet echt promootte.

De plaat werd enkele keren opnieuw uitgebracht, o.a. In1978 en 1999.

Butterfly past volkomen tussen de platen die in de zomer van de liefde het daglicht zagen. ‘Sgt. Pepper’, ‘Satanic Majesties Request’, ‘Forever Changes’ van Love, een plaat van de ‘Kinks’, de ‘Magic Bus’ LP van de Who, ‘Pet Sounds’, ‘Odessey And Oracle’ van de ‘Zombies’, ‘Days of future passed’ van de Moody Blues.

Helemaal weg van het klassieke drie gitaren en een drum geluid, bewandelen ze een pad bezaaid met violen, koperwerk en sitars. Enkele platen die ons voor de geest komen tijdens de beluistering zijn niet zozeer de hogergenoemde, dan wel, eerder Pink Floyd’s ‘Piper at the Gates of Dawn’, en de nummers die ‘Keith West & Tomorrow’ brengen op hun eerste plaat. Vaak gaat het om liedjes die teruggrijpen naar de kindertijd. Vergeten we ook niet ‘Yellow Submarine’ van de Beatles uit die dagen, een film die nu na vijftig jaar weer de bioscoopzalen haalt, en waar je op de soundtrack ook al nummers vond zoals ‘Hey Bulldog’ en het wat kinderlijke ‘All together now’.

‘Pegasus’ het vliegende paard bij de Hollies. Kabouters en vogelverschrikkers in ‘Gnome’ en ‘Scarecrow’ bij Pink Floyd.... en de ‘Three Jolly little dwarfs’ bij Keith West en Tomorrow die onder leiding van ‘Mark Wirtz’ een heuse ‘Teenage Opera’ planden, maar waar we slechts een ‘Excerpt’ van te horen kregen.

Butterfly: het album.

Over ‘Dear Eloise’, de opener van het album, hadden we het reeds. De beginstrofe wordt door Nash gebracht, waarna Clarke de rest van de song overneemt, om Nash te laten eindigen met zijn verzoek aan Eloise om terug te keren bij hem.

Daarna volgen twee nummers ‘Away Away Away’ en ‘Maker’ waarin we opnieuw mogen genieten van de vocalen van Nash.

In het eerste nummer trekt hij naar zon zee en strand. Was hij toen al plannen aan het maken voor zijn “vlucht” naar America, naar een nieuw leven, een nieuwe band en een nieuw lief?

‘Maker’ het derde nummer van kant een, met zoals gezegd opnieuw Nash aan het stuur, volgt de structuren die we reeds kennen uit de single King Midas in Reverse. Helemaal geen gewoontegetrouw Hollies geluid. Nash pikte zeker een en ander op van George Harrison die in die dagen, ten tijde van Revolver, volop in zijn sitarperiode zat. Psychedelischer is het nooit geworden bij de Hollies die toch in de eerste plaats een popband probeerden te zijn.

‘Pegasus’, een nummer van gitarist Tony Hicks gaat over het alom gekende Griekse, vliegende, mythologisch paard. Je vraagt je af of hij het meent? Dat wij het paard enkel kunnen zien als wij er in geloven. In de dagen van Nash was Hicks nooit de man die op de voorgrond trad. Dit zeer in contrast met Hicks de huidige frontman van de de huidige Hollies versie. Het is een van de zeldzame nummers waarin we Tony Hicks de leiding in een song zien nemen, en waarin we ons realiseren dat hij niet enkel de banjo bespeelt, maar wel degelijk de gitarist van de Hollies is. Johnnie Scott arrangeerde het nummer.

Daarna krijgen we twee nummers, ‘Would You believe’ en ‘Wishyouawish’. In het eerste nummer mag Allan Clarke voluit gaan, en zet hij zijn keelgat behoorlijk open. In het tweede nummer krijgen we een meer relaxte sfeer. Een Nash nummer, maar wel gezongen door Clarke. Ook de vogeltjes zijn aanwezig.

Pittig detail: diezelfde vogeltjes kan je ook horen aan het begin van ‘Across the Universe’ van de Beatles (wel op de versie die eerst verscheen op een speciale Wildlife Fund plaat: ‘No one’s gonna change our world’. Tegenwoordig ook te vinden op ‘Past Masters Two’), en ook aan het begin van het Pink Floyd nummer ‘Cirrus Minor’ (te vinden op de soundtrack: ‘More’). Raar? Niet echt, wanneer je weet dat alle drie die bands, bij EMI zaten, en hun opnamen maakten in dezelfde Abbey Road studio’s en dat daar uiteraard in dezelfde periode ook dezelfde technici aanwezig waren. En wie weet kenden die mannen mogelijks slechts die ene kast met die ene tape met vogelgeluiden, waar copyright voor betaald was?

Kant twee opent met ‘Postcard’, een nummer dat je snel zou vergeten, ware het niet dat het bij ons verre herinneringen oproept aan de Gentse ‘New Inspiration’. De enige Belgische band het vermelden waard naast de ‘Pebbles’ die het tot een platencontract schopten in de jaren zestig. Het kan niet anders of The New Inspiration zijn enigszins beïnvloed door het Butterfly album. Ook het volgende nummer over een voddenman die Charlie heet staat niet zo ver van ‘Happy Charly Madman’ van de Gentenaars.

In ‘Charly and Fred’, volgen we stapvoets de ‘rag and boneman’ en zijn paard. Iets wat in die tijd blijkbaar in was, want ook The World of Oz, laat de paardenbellen rinkelen in ‘The Muffin’ Man’. De trofee van beste ‘kar en paard’ liedje blijft toch gaan naar Kevin Ayers’ en zijn Old horse song, waar je je echt mee op de kar waant, kijkend naar de kont van het paard.

Al bij al blijft het genieten van Charlie en Fred. Een oorwurm, zij het een psychedelische.

Maar we worden terug de ruimte in gekatapulteerd in ‘Try It’. Voor die tijd bevreemdende geluiden die je nu met gemak uit elke smartfoon tovert, maar waar je in die dagen, nieuwsoortige apparatuur voor nodig had. Dingen die je wel vond in de Abbey Road studio’s, waar Lennon maanden eerder ‘Lucy In The Sky With Diamonds’ inblikte. Sommigen noemen dit een drugsong, en zagen er reeds de tekenen in van het feit dat Nash later goed overweg zal kunnen met David Crosby.

Een psychedelische kijk op de wereld van op de top van een berg zou je ‘Elevated Observations’ kunnen noemen. Een man bestudeert zijn medemensen die diep in het dal gewoon bezig zijn. De verteller ziet alles zo klaar, en vraagt hen te volgen op het pad naar morgen in plaats van te blijven stilstaan zoals vandaag. We moeten vooruit naar de toekomst. Vrede moet er komen. Wij werden in die dagen dagelijks om de oren geslagen met Vietnam en zesdaagse oorlogen in het Midden-Oosten.

Nash laat ons weten dat hij een collectieve staat van bewustwording heeft bereikt, en dat het eigen ego dood is. Althans dat is toch hoe blogauteur Allan het op zijn archiefblog ziet. http://alansalbumarchives.blogspot.co.uk/2010/12/news-views-and-music-issue-83-hollies.html

‘Step Inside’, mogelijks een van de bekendere nummers op dit album, allicht te wijten aan het feit dat dit fungeerde als een b-kantje. Het is ook het enige nummer dat echt klinkt als een Hollies pop single.

De plaat sluit af met de titelsong: ‘Butterfly’. Violen, tamboerijnen, een wereld vol sprookjesachtige figuren. Het is zeker geen Lucy in the Sky, maar het ruikt er naar. Nash zingt mooi tegen de orkestrale achtergrondmuziek waar Johnnie Scott voor verantwoordelijk was.

Tot slot!

Butterfly, de lp, is zeker geen concept lp. Het blijft een verzameling mooie liedjes, maar dat was Pepper eigenlijk ook, of niet soms. Of er nagedacht is om de plaat af te sluiten met de titelsong weten we niet, maar dit nummer had net zo goed aan het begin kunnen staan.

Het wordt in elk geval de zwanenzang van Graham Nash bij de Hollies, afgezien van nog enkele singles. Op de tonen van Butterfly, danst hij zich een weg naar een nieuw leven, waarin hij nooit oud wil worden, wat kan kloppen, want hij is nu boven de zeventig, en actiever dan ooit.

Was dit het eerste solonummer van Nash? Je hoort er de andere Hollies nauwelijks op. Zou dus best kunnen.

Eigenaardig genoeg hebben de Hollies naar ons gevoel te weinig uitgepakt met deze plaat, en waren ze te snel bezig met alweer een opvolger, waar niemand zat op te wachten, en zeker Nash niet. ‘The Hollies sing Dylan’, is eigenlijk nooit geaccepteerd door Dylanoten, die de Dylan nummers liever gecoverd zien door een rock of progressieve band. Iets waar wij dan weer niet mee akkoord kunnen gaan, want de Hollies tonen in feite aan dat je met een Dylan nummer alle kanten op kan. Dus ook de ideale poptoer. Manfred Mann had dit trouwens met Mighty Quin (the Eskimo) al eens voorgedaan.

Op de CD heruitgave van 1999 staat zowel de Mono als de Stereo versie van het album. En deze zijn toch wel verschillend. Zeker de Monoversie is meer dan een beluistering waard.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post183

Kneistival 2008: The Animals and Friends

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 24 Jul, 2018 18:54


Het is intussen tien jaar geleden dat we in juli 2008 ‘The Animals and Friends’ aan het werk zagen te Heist-aan-zee op een van de Kneistival avonden.

Kneistival nog steeds een van de weinige gratis festivalletjes, waar je zomaar voor het podium een plaatsje vindt, en je vaak bands voorgeschoteld krijgt die je ergens anders niet aantreft. Al zit het de laatste paar jaar minder mee, voor wat betreft groepen van over de plas.

Maar we klagen niet want door de jaren heen kregen we op ons bord: The Bootleg Beatles, Cockney Rebel, Alan Stivell, The Hollies en Canned Heat (inclusief Snake ‘Harvey Mandel’). (*)



The New Animals Heist Kneistival 18 juli 2008


Weliswaar een reïncarnatie van wat ooit geweest is, alleen al omdat twee originele bandleden: ‘Alan Price’ en ‘Eric Burdon’ hier al jaren niets meer met te maken willen hebben. Een derde origineel lid ‘Chas Chandler’ (die ‘Jimmy Hendrix’ naar Engeland bracht, en later ‘Slade’ managede) is intussen overleden. Ook ‘Barry Jenkins’ uit een latere sixties versie van de Animals loopt niet meer rond op onze planeet.

Deze ‘Animals and Friends’ bestonden uit ‘John Steel’, drummer van het eerste uur, en ‘Micky Gallagher’, die in 1965 voor enkele weken de toetsen overnam van Alan Price tot ‘Dave Rowberry’ Price voor goed verving. John Steel mag dan een wat oudere knar geworden zijn, het is dankzij zijn drumtechniek dat elk nummer klinkt zoals het hoort te klinken. Steel stapte twee keer naar voren om als volleerd presentator zijn jongere bandleden voor te stellen. ‘Peter Barton’, die nog een blauw maandag bij de ‘Mindbenders’ zong, vertelde hij mijzelf na het concert, en ‘Johnny “Guitar” Williamson’ die nog deel uitmaakte van de Noorse band ‘Titanic’ ten tijde van hun grote hits Sultana en Santa Fé. Tegenwoordig maken noch Barton, noch Williamson nog deel uit van Steel’s Animals and Friends. Williamson houdt zich tegenwoordig bezig met zijn ‘Blue Swamp Band’, en ‘Barton’ vindt je terug in zowat elke vroegere Britse band, die nog een podium opstapt en waar gebrek is aan originele leden. Barton houdt zich overigens daarnaast bezig met het management van vele van deze bands. Zo drumde hij bij de tegenwoordige ‘Swinging Blue Jeans’, en zat hij samen met ‘Eric Haydock’ in een versie van de ‘Hollies’. Hij speelde bas bij de ‘Boomtown Rats’ in hun nadagen, zat samen met ‘Trevor Burton’ in een reïncarnatie van de ‘Move’, en verleende basondersteuning aan ‘Chris Farlowe’, ‘Zoot Money’, ‘Mick Green’, ‘Spencer Davis’ en nog een rist anderen.


De man die nog het meest succesvolle palmares kan voorleggen is uiteraard Mick Gallagher, die na zijn kort verblijf bij de Animals later terug te vinden is bij ‘Ian Dury & the Blockheads’. Hij speelde mee op twee, niet van de minste, ‘Clash’ albums (‘Sandinista’ en ‘London Calling’). Hij werkte verder samen met ‘Dave Stewart’ en ‘Annie Lennox’, zeg maar ‘Eurythmics’, en verleende verder zijn diensten aan ‘Roger Daltrey’, ‘Robby Williams’ en aan de bekendste van allen ‘Paul McCartney’. Gallagher speelt samen met Mick Green (gitarist van ‘Johnny Kidd & the Pirates’) op de ‘Choba B CCCB’ LP die McCartney in eerste instantie in 1987 enkel in Rusland uitbrengt. Een plaat met rock and roll covers die je kan vergelijken met Lennon’s Rock and Roll album uit 1975. McCartney maakt daarna met nagenoeg dezelfde muzikanten een van zijn allerbeste platen: ‘Run Devil Run’.


Dat hij bij de Blockheads terechtkwam was een gevolg van het feit dat hij samen met andere toekomstige Blockheads, John Turnbull, Charley Charles en Norman Watt-Roy, deel uitmaakte van de merkwaardige band ‘Loving Awareness’. Loving Awareness maakte een album, met Beatle-achtige songs, en werd voornamelijk gepromoot door ‘Radio Caroline’ en zijn baas ‘Ronan O’Rahilly’. Op de binnenkant van de dubbelhoes stond een volgeschreven bord afgebeeld, waar op de koop toe ook nog eens het woord ‘Beatles’ op voorkwam. Onnodig te zeggen dat in het begin nogal wat geruchten de ronde deden als zou dit een heuse plaat van, de Beatles geweest zijn, die ze uitbrachten onder een schuilnaam.


Groepen die zich ‘Animals’, ‘New Animals’, ‘Animals and Friends’ of ‘Animals II of zelfs III’ noemen hebben er altijd bestaan. Soms met leden van de oerversie, soms met leden uit de ‘Eric Burdon and the Animals’ tijd in 1967. De oer-Animals slaagden er zelfs enkele keren in om een een reünie op poten te zetten, wat in 1976 zelfs tot een prachtige, helaas geflopte LP, leidde, met de prachtige titel: ‘Before we were so rudely interrupted’.


Enkel Alan Price is nooit de hort opgetrokken met een of andere versie van de Animals, meer dan waarschijnlijk omdat hij dat niet nodig achtte, want zijn de Animals niet ontstaan uit het ‘Alan Price Rhythm and Blues Combo’?

Zanger ‘Eric Burdon’, oogstte het meeste succes met de follow-up groep ‘Eric Burdon and the Animals’. De naar Amerika verkaste zanger genoot er in 1967 van de Summer of Love en schonk ons nog enkele hits via singels als ‘San Fransiscan Nights’, ‘Sky Pilot’ en zijn ode aan een van de eerste popfestivals: ‘Monterey’.

In 2008 trachtte hij te voorkomen dat John Steel, die we dus op Kneistival aan het werk zagen, en die de naam Animals geregistreerd had, het alleenrecht op de naam zou verkrijgen. De rechter vond dat Burdon, al in 1967 afstand had genomen van de naam door er zijn eigen naam aan toe te voegen. Maar Burdon liet het daar niet bij en ging in beroep. Sedert 2013 mag hij voortaan ook de naam Animals gebruiken.


Het concert.


Je kan dit viertal met John Steel beschouwen als de ‘echte’ Animals, of integendeel als een tribute band ‘met originele leden’ of zelfs als een goede coverband van de originele Animals.

Wat maakt het uit? Geen enkele andere band heeft al deze songs op zijn repertoire staan. Zelfs Eric Burdon beperkt zich tot enkele nummers die hij vermengd met songs uit zijn latere (toch vaak minder goede) soloplaten. Bovendien brengt Burdon zijn nummers doorgaans ‘à la Dylan’ voorzien van aangepaste arrangementen. De band van Steel poogt het origineel zo dicht als mogelijk te benaderen, en dat lukt deze doorgewinterde muzikanten vrij goed. Bovendien is het gevonden vreten voor een publiek, dat hier gratis komt genieten van een avondje aan zee. Dat kon je merken aan enkele fans die op een omgekeerde pizzadoos de titel van het haast niet aan te ontkomen verzoeknummer hadden neergepend: ‘The House of the Rising Sun’. En het kwam er aan, zij het als een bisnummer. Alle bekende nummers uit de eerste periode van de band passeerden de revue: ‘We gotta get out of this place’, ‘It’s my life’, ‘CC Rider’, ‘Boom Boom’, ‘I put a spell on you’ met een toch wel meesterlijke Gallagher, ‘Suzy Q’, ‘Don’t Let me be misunderstood’, ‘Bring it on home to me’ en het zeer mooi gezongen ‘Don’t bring me down’. Het mag gezegd Peter Barton heeft de ideale stem om heel even Eric Burdon te doen vergeten.

Tussendoor kregen we nog een schitterende cover van een ‘Rory Gallagher’ nummer, waarbij Williamson excelleerde. De man trad ooit nog samen met Rory op, dus hij zal hem wel bestudeerd hebben in die dagen.


Na het concert volgde nog een signeersessie, waarbij je voor een tientje een live opgenomen CD (rechtstreeks van de mixing desk) van een eerder concert in Copenhagen kon op de kop tikken. Uiteraard een mooi souveniertje want gesigneerd door de vier muzikanten. En een eerste luisterbeurt via de autoradio leerde ons dat het best meevalt.

Veel tijd voor een babbel was er niet gezien de al te drukke fans, maar ik kreeg toch los van Peter Barton dat hij ooit een Mindbender was in de band van Wayne Fontana, uiteraard ook weer in de nadagen van die band.


Niet te vergeten, maar in het voorprogramma trad ‘De Mens’ aan. Zou Frank Vanderlinden zich de moeite getroost hebben om nog even te blijven en een blik te werpen op de Animals? Om nog even te genieten van Johnny ‘Guitar’ Williamson die een paar mooie slides uit zijn snarenplank toverde. Om stil te staan bij het feit dat het toch voornamelijk Steel is die samen met Gallagher die ‘originele’ Animals sound weet te brengen.


Gallagher mag zich een waardige opvolger van Alan Price noemen. Hij zou het vast en zeker anders nooit tot in de studio bij Paul McCartney geschopt hebben.


Einde van een mooie avond, en alweer dikke tien jaar voorbij. Worden we oud?


——————

(*) Wij waren er voor:

1995 - Clement Peerens Explosition

1997 - The Bootleg Beatles

1997 - Steve Harley & Cockney Rebel.

1998 - The Stranglers

2002 - The Levellers.

2003 - Alan Stivell

2003 - Fairport Convention

2008 - The Animals and Friends

2010 - Canned Heat (met Harvey Mandel). Bezetting die ook op Blues Peer speelde dat jaar.

2013 - The Hollies (met Tony Hicks en Bobby Elliott)

De voorprogramma’s niet te vergeten want vaak goed voor Belgische bands zoals: De Kreuners of De Mens

Wij waren er niet voor:

2005 - Suzy Quatro. (gemist verdomme)



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post182

Uit een dagboek geschreven in ‘68 (juni - examenstress)

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 01 Jul, 2018 00:11

Juni 1968: dansen is nog steeds onze regel niet.

Zondag, 2 juni 68. Breugelfeesten met de Silver Stars in de Pax. V. danste met de dochter van Cesar. Wij raakten niet verder dan wat ge“djerk” op ‘Police on my back’ van de Equals.

Maandag, 3 juni 68. Bij R. plaatjes opgenomen.

Dinsdag 4 juni 68. L. vertelde ons dat A. er was op attent gemaakt, dat ze tijdens het schoolfeest met een jongen liep.

Donderdag, 6 juni 68. Robert Kennedy. (Zie: Uit een dagboek geschreven in ‘68 (juni: de eerste week)).

Zaterdag, 8 juni 68. 1e uur examen godsdienst. 49 op 60. Vandaag regende het toch wel op de feestdag van Medard. Dus dat betekent: 6 weken regen te verwachten, wanneer we de boeren mogen geloven.

Zondag, 9 juni 68. Leekermis. Naar den Os geweest en niet gedanst.

Heb ik vandaag op school geleerd?

Maandag, 10 juni 1968. De examens zijn begonnen. Vandaag Frans en Meetkunde.

De volledige week zullen we in de voormiddag examens hebben, en wordt het blokken in de namiddag.

Juni, de maand waarin de zomer van start gaat. Een evidentie, net als het voor jongeren een evidentie is dat er dient geblokt te worden en dat er een rist examens voor de deur staat.

En dan de daaropvolgende vakantie explosie, en de eerste stappen in het uitgangsleven.

Al kan dat op de leeftijd van 14 tot 16 jaar nogal verschillend uitvallen. De ene zit al in “het hoger middelbaar”, terwijl een andere nog het diploma lager middelbaar moet binnenrijven. Weer een andere is via het schoolse waterval systeem (dat er nog altijd is) in een technische richting terechtgekomen. Het blijft er spartelen om niet te verzuipen, wat uiteindelijk bij een enkeling toch gebeurt.

Neem daar nog bij dat quasi de voltallige jeugd uit de buurt verspreid zat over tenminste acht scholen. Over pluralisme en vrije schoolkeuze viel niet te klagen in de dagen. Drie verschillende scholen alleen al in Lede, en vijf in ‘t stad. Aalst. Scholen uit het katholieke net natuurlijk in de meerderheid. Bekijken we Lede: in de Messine enkel voor grieten, dacht ik toch, hadden ze geen bovenbouw. In Lede kon je enkel in Stella Matutina als meisje een volledige humaniora volgen. Aan de overkant van de straat was je als jongen goed tot 15 voor algemeen lager secundair of 16 wanneer je technisch/beroeps koos. Een vierde school, ‘de vijver’, behorend tot het rijksonderwijs, bood identiek onderwijs aan jongens en meisjes als het college. Jongens en meisjes zaten er wel in gescheiden klassen.

A. & L., en ook V gingen er elk afzonderlijk, naar een van deze scholen.

Vrijdag, 14 juni 68. Vandaag niets gedaan voor mijn 3 examens van morgen. Dactylo, Nederlandse correspondentie en boekhouden. ‘s avonds kwamen we bij elkaar op de Kleine Steenweg, waar we elkaar de laatste nieuwtjes vertelden.

Zo kreeg V., die ook al 15 was geworden tijdens een beroepsorienterend gesprek, al meteen een preek, die hij niet verwacht had en waar hij zich niet meteen goed bij voelde. V. hoorde namelijk tijdens dit gesprek dat, indien hij zo verder deed, hij nog amper 40 procent zou halen.

Genoeg om hem te laten verklaren dat hij de ganse vakantie niet meer zou buitenkomen. Was ook hier vader of moeder uit de sloffen geschoten?

A. beweerde dat ze zeker van school zou veranderen. Iets wat mee ingegeven werd door een eindejaarsbabbel met de ouders. A. zo bleek reed volgens een van de juffen naar school samen met de jongens. Ze werkte goed mee, maar zat vaak te dromen in de klas, en het zou helpen mocht ze of haar haren kort laten knippen, of tenminste bijeenhouden in twee staartjes.... dat schoolfeest waar ze met ‘de witten’ liep (zie een vorige aflevering) was dus duidelijk een stap te ver, op een glibberig pad waarop ze zich waagde. (Ze zal uiteindelijk ook haar hoger humaniora diploma halen op dezelfde school, vermoedelijk ook onder druk van de ‘ouderlijke macht’).

Zaterdag, 15 juni 68 Laatste schriftelijke examens.

Zondag, 16 juni 68 ‘s namiddags met Robert en R. naar de processie. Het was kermis in Lede. R. scharrelende zich daar nog een dwaze mokkel op. Hij durfde niet mee naar den Os. A & L zagen we nog terwijl ze in de rups zaten.

Maandag 17 juni 68. De mondelinge examens gaan van start. Deze week wordt het in de voormiddag blokken en in de namiddag examens afleggen. Vandaag Nederlands.

Dinsdag 18 juni 68. Een ganse dag blok voor examen Wiskunde. ‘s Namiddags wandelde ik tot aan mijn eerste schooltje.

Woensdag 19 juni 68. Wiskunde was gemakkelijk.

Donderdag 20 juni 68. ‘s Morgens Frans geblokt. Op 10 minuten buiten.

En daarna begon voor mij de grote vakantie.... Afgezien van enkele uurtjes om de schoolboeken binnen te leveren, en het ophalen van onze uitslag hoefden we ons niet meer te vertonen op school.

Vrijdag 21 juni 68. Thuis boeken gekaft. Boeken binnengegaan.

Nadien met S. naar het Atheneum om mijn diploma Lager Middelbaar Onderwijs. De verdere namiddag reden we nog langs enkele platenwinkels. Vandaag ook mijn antwoord ontvangen van Rudi’s Club.: je kan er lid van worden, mits je een briefje van 20 frank opstuurt.

Twee zaken: ik heb vaak verkondigd dat ik na juni 1967, geen voet meer in het Koninklijk Atheneum heb gezet. Dat klopt dus niet, want het was dus pas op 21 juni precies 50 jaar geleden dat deze ‘historische’ dag zich voordeed.

Boeken kaften? Dat doe je toch aan het begin van elk schooljaar. Niet dus aan de Handelschool. Was dit ook een kronkel van de directeur, of kwam dit nog voor? Ik weet het in elk geval niet.

Het zat zo: in het rijksonderwijs kon je makkelijk ieder jaar boeken huren aan ongeveer 10 a 20, procent van de prijs. En aangezien die boeken na vijf jaar, of versleten, of verouderd waren, betaalde dit zich op die manier makkelijk terug. Nul operatie dus voor de toenmalige Belgische staat. Enkel boeken die je meerdere jaren nodig had kocht je dus zelf. Maar dat beperkte zich tot een atlas of een dik algebra boek (in de lagere humaniora). Het rijksonderwijs was niet bekend met doorverkoop handel onder de leerlingen. Maar we hadden het toch over kaften van boeken? Inderdaad, onze school zorgde er voor dat je aan het begin, in september, een stel netjes gekafte boeken ter hand werd gesteld. Als je geluk had erfde je de boeken die het jaar daarvoor in meisjeshanden hadden gezeten, want netter kon niet. Maar dat betekende ook dat je, je aan het einde van het schooljaar, door het kaftproces heen diende te werken. En dat werd gecontroleerd, want ik schreef toen die 21ste juni: ‘Ik moest er twee herkaften.‘


Verder met het onderwijs in onze regio.


W. en P. zaten al een jaar in de A2 in Aalst op de RTS (de Rijkstechnische school). H. versleet zijn broek aan het ‘Groot college’ ( Sint Jozefscollege), waar ze hem uit weg zouden pluggen om hem te droppen ergens in Sint-Niklaas in het kleine seminarie. Iedereen was er van overtuigd, dat hij op de wereld was gezet om priester te worden, vanwege reeds vanaf het derde studiejaar Groot College. Helaas zal de geschiedenis er anders over beslissen.

Voor de jongens was het ‘klein college’ in Aalst het logisch vervolg op het college (Sint-Maartencollege) van Lede Voor de meisjes was het vervolg op de Stella logischerwijze ‘de dams’ (Dames van Maria). Je herkende ze van ver in hun groene plooirokjes. Spinoggerokjes (spinazierokjes) zoals ze in de volksmond werden genoemd.

En dan was er uiteraard nog in Aalst het KAA (Koninklijke Apen Academie), ofte Koninklijk Atheneum Aalst, met als tegenhanger het Lyceum voor juffrouwen. Enkel uitzonderingen werden toen toch al getolereerd, in die afdelingen die te klein waren om ze in beide scholen aan te bieden. Latijn-wetenchappen bijvoorbeeld, of iets met Grieks. Hierdoor zag je in het Atheneum jaarlijks twee of drie meisje, en in het Lyceum was het dan net andersom.

En last but not least had je ook nog ‘het oord des verderfs‘ de RHHS (Rijks Hogere Handel School), in Aalst beter gekend als ‘dandelschoel’. Een school waar ik in 1967 terecht was gekomen.... om enkele leraars te ontvluchten van het Atheneum.


Nu ik kende de Handelschool reeds sinds september ‘66 toen ik mij daar inschreef aan de zondagsschool, om er mijn frans bij te spijkeren, via de Assimil methode. De lessen kregen we van een leraar die zelf in de week geen les gaf aan de Handelschool, en die als hobby diepzeeduiken beoefende. Aan hem heb ik het te danken dat ik, in die dagen al, de tekst van Adamo’s Inch Allah verstond.

Mijn beste herinneringen aan leraars situeren zich overigens allemaal rond deze school, die later bekend stond onder de naam Horihan (HOger Rijks Instutuut voor Handel met Normaalafdeling). Een hele mondvol, maar dat mocht best want het was in die dagen in aalst de enige school waar hoger niet-universitair onderwijs werd gegeven. Overigens ook de enige school waar ik vijf jaar lang ben gebleven, tussen mijn 15de en mijn 20ste.

De school onderscheidde zich van andere scholen, door de ‘vrijheid’ die je er genoot. Een school waar je mocht roken (ik weet het... klinkt nu niet meer zo hip), en waar je nooit hoefde in een rij naar een klas te lopen. Kortom, de enige school waar in plaats van een scholierenmentaliteit een studentenmentaliteit heerste. In de A6A1 hadden ze dan ook een verkozen studentenleider. Een paar daarvan zullen later uit mijn eigen klas komen.

En toch waren ook daar nog eigenaardige gebruiken in zwang. Je had er een vaste klas, n tegenstelling tot bijv. Het atheneum waar je met je hele hebben en houden na elk lesuur door de gangen mocht zeulen naar die klas waar je dan weer les had. Niet de leerlingen hadden daar een klas, wel de leraars. Op de RHHS mocht je slechts verklassen naar een lokaal voor scheikunde, of naar het taallabo. Dat laatste was een in die dagen ultramodern uitgerust klaslokaal opgedeeld in afzonderlijke boxen, waar je plaatsnam, een hoofdtelefoon opzette, en de op bandjes opgenomen oefeningen uitvoerde. De juf kon met iedereen afzonderlijk meeluisteren, en slapen in de les, was dus niet aan de orde. Op elk ogenblik kon haar stem in je oren schallen, om je te verbeteren. Op school was een technieker aanwezig, alleen al voor dit taallabo. De broer van F. Met wie we later nog regelmatig jeugdhuis Dido zullen bezoeken.

Een andere ‘eigenaardigheid’ betrof enkel de meisjes. Zij waren verplicht een allesbedekkende lange schort te dragen. Vergelijkbaar met de schorten die de schoolmeesters in de jaren stillekens droegen wanneer ze voor de klas stonden.

Gelukkig was er omzeggens geen leraar of -es die er aan tilde wanneer de meisjes hun schort in de gang, aan de kapstok lieten hangen. Enkel wanneer er weer eens iemand in de klas opmerkte dat ‘den directeur’ over de speelplaats richting klaslokalen wandelde, stoof al wat rokken aanhad, de gang in, grabbelde de schort vast, schoot die in sneltreinvaart aan, om nog half verwilderd plaats te nemen in hun bank.

Die schorten werden overigens vaak gedragen tijdens de examenperiode, en daar was een hele goede reden voor. Gedurende het jaar dienden de ‘ruggen’ dikwijls, als tijdverdrijf, als schetsblok. Daar bestond toen geen naam voor, maar vandaag zou men het graffitti noemen. Namen van geliefden, hartjes, make love not war slogans, enz... en daarin verweven kon je al eens het vlijde postulaat van Euclides tegenkomen of een derdemachtsworteltrekking. Dingen die we nodig hadden tijdens de examens.... Schorten werden soms ook gebruikt als afleidingsmiddel, en vooral tijdens de examens, als bildekker. Joke droeg doorgaans elegante broeken, maar tijdens die examens showde ze toch vaak haar elegante dijen, en de daaropgeschreven stellingen of jaartallen die ons van pas kwamen, in die warme junidagen. Oh heerlijke zomerse juni dagen, daar op die bank achter Joke en Jenny.

En dan.... kwam er plots een einde aan de schorten. Een jongen uit een hogere klas, die het absurde inzag van een regel, die toch amper gevolgd werd, schreef in het schoolblad een prachtig, ironisch, verhaal over een ‘scortengebod uit 1580’. De week daarop besliste de directeur die, de ironie machtig was, dat schorten voortaan niet meer hoefden. (*)

Het was een tijd, waarin men in het rijksonderwijs nogal wat veranderingen doorvoerde. Elke nieuwe minister van onderwijs wilde zich toen profileren,. Iets wat blijkbaar niet erg veranderd is na 50 jaar. Er kwam een regel die toeliet dat vastbenoemde leraren hun overplaatsing konden vragen om dichter bij huis les te geven. Iets waar gretig op in werd gegaan. Voor onze school, wel een ramp, want er waren behoorlijk veel jonge nog niet benoemde leerkrachten. Door die verdringing zijn er heel wat ‘uitgetreden’ uit het onderwijs, en bijv. verkast naar de banksector, waar ik ze later wel eens tegenkwam. Wie weigerde, zoals onze Aalsterse lokale leraar geschiedenis mocht dan in een opengevallen gat plots Engels en Nederlands onderwijzen, wat hem niet zinde. Uiteindelijk belandde hij voor x jaren in zijn carrière in Oostende, meen ik mij te herinneren. Ik kwam hem later nog wel eens tegen als sportverslaggever op atletiekmeetings, toen onze kinderen op weg waren naar een sportcarrière die niet helemaal uit de verf is gekomen.

De enige school in Aalst, waar niemand uit ons gezelschap ooit, terechtkwam, en die mogelijks nog wat vrijer omsprong met haar schoolgaande jeugd was de Academie. Dat was echte iets voor drop-outs. Ik bedoel maar, daar kwam je thuis niet zomaar mee weg.

Zeer recent las ik het boekje van Cas Vander Taelen waarin hij op zoek gaat naar ‘Het kostuum van zijn Overleden vader’, die hij nooit gekend heeft. Een man die ooit 1 jaar eerder dan ‘68 nog lesgaf aan diezelfde Handelschool. Cas bezoekt de school en staat wat verbouwereerd naar de onaangename ingang te kijken vlakbij een grote betonnen parkingvlakte. Wel Cas, ik kan je gerust stellen: die ingang is nooit de ingang geweest waarlangs wij de school betraden. In de jaren 50 en 60, stond aan die kant nog een hoge bakstenen muur, met hoge bommen ervoor. Bomen die in september hun ‘propellertjes’ verloren en die lieten neerdwarrelen op onze koer. Elke dag even na 11 uur kwamen over die muur talrijke katten de koer op geslopen op weg naar de keuken, waar ze vast en zeker op hun wenken werden bediend. Aan de rand van die koer bevond zich een bordes tegen de regen, en bevond zich ook een wcblok. Het was daar dat gedurende de speeltijden dat de jeugd bijeentroepte in minirok en beatlehaar, en sigaretten rookte. Ik meen mij nog goed de aankomende Aalsterse jonge muzikant JVDS, haren tot op de schouders, te herinneren.

De ingang van de school bevond zich op de Keizerlijke Plaats (Keizerlijk Plein), naast de ingang van de ‘werkbozze’ (RVA). Via een houten poort liep je naar binnen. Links in dat statige herenhuis, bevond zich de kamer van de portier (een broer van René Van der Speeten, bekend van radio en TV), en een bureau verder de kamer van de directeur. Met zicht op de doorgang naar de koer, bevond zich de leraarskamer. Via enkele glazen deuren kwam je daarlangs en kon je je fiets achterlaten in een van de fietsenrekken. Wij slaagden er ooit in in ons jeugdig entoesiasme na een studiereis om met onze fietsen een van die glazen deuren te rammen. Het kon niet snel genoeg gaan, die korte sprint, vanaf het fietsenrek naar de cafés in de er tegenover liggende Korte Nieuwstraat. Recht naar de Monopole, een stamkroeg wat verder gelegen dan Den Amber (maar was die er al in 68?).

Die nieuwe ingang langs de Keizershallenparking is veel later gekomen, in een tijd dat een aantal containerladingen werden vervangen door een nieuwbouw. De Hansdelschool explodeerde, wat leerlingenaantallen betrof, in de jaren zestig, vanwege de naoorlogse babyboom. Met als gevolg een gebrek aan infrastructuur. Een turnzaal was er niet, enkel een ouderwetse schuur, waar je je kon omkleden om buiten, vaak in de vrieskou, basket of valley te spelen. Een refter was er wel, maar ook die was te klein, waardoor er in schiften werd gedineerd. Dit had voor gevolg dat een aantal klassen les kregen tot 12 uur 50, en pas in de namiddag dienden te herbeginnen om 20 na 2. Je fietste in alle rust op en neer naar huis, en kon leuke radioprogramma’s meepikken die anderen nooit te horen kregen.

De afdeling Boekhouden, die ik had gekozen ‘omdat er slechts een jaartje steno werd gegeven’ en al helemaal geen Duits, had per week slechts xx aantal uren les. Dit leverde op dat je doorgaans op dinsdag en donderdag al om 3 uur en 10 kon stoppen. E2n dat in een tijd dat de colleges en technische scholen verplichte uren studie mee organiseerden en de toenmalige jongeren tot 5 uur op de schoolbanken hield.

De Handelschool, voorwaar een paradijs.....

Zeg maar... de pre-vakantie in juni 68.

Zaterdag, 22 juni 68. Deze morgen vlammendste slecht weer. Samen met de moeder van R. inkopen gedaan. Met Robert en PDN bij ons op straat nog gebabbeld.

Zondag, 23 juni 68. P.L. kwam en vroeg ons om mee te gaan naar de Messine. L., en Lutgarde en Marie-Therese uit Lede gaan daar naar school. Het feest was bijna afgelopen. Toch nog de werkjes van de meisjes bewonderd. Nadien naar de Volkskring nog geweest. P. vertelde dat zijn broer vroeger bij A. thuis ging biljarten. Hij vroeg om mee te gaan om daar ook te gaan biljarten, maar dat durfde ik dan toch weer niet.

Maandag 24 juni 68. Het zomerhuisje een bezoek gebracht. (Lees: fruit gaan plukken zonder dat het mocht).

Dinsdag 25 juni 68. Naar de markt met moeder. We kwamen A. tegen met het haar netjes in een staartje, en met witte kousjes tot onder de knie. Ze zette een perfect heiligen gezicht op. Met Robert nog staan discussiëren.

Woensdag 26 juni 68. Met S. naar Nieuwerkerken en Mere. Hij kreeg daar van een of andere knuppel nog een radio. Nadien daarmee naar JDN die het ding ging proberen te repareren.

V. zou graag vakantiewerk doen.

Donderdag, 27 juni 68. Gras gemaaid, en nadien naar stock Americain samen met S.

Vrijdag 28 juni 68. Ik moest om 10 uur op school zijn voor de proclamatie. Gelukkig geen enkele buis en 70 procent. Ik kreeg nog een boekje over Mozart. V. is er ook door en heeft dus nu ook zijn diploma Lager Middelbaar. A. beweert nog altijd dat ze naar Aalst zal naar school gaan.

Zaterdag 29 juni 68. G. heeft nog bij mij gestaan. H.S. heeft twee buizen, L. heeft een buis op nederlands. ‘s Avonds bij Dizjeken (Desiré) aan zijn muur gezeten.

Zondag 30 juni 68. V. beweert dat hij van gans de vakantie niet buitenkomt.

‘s Avonds gingen we uit in Aalst, R. en ik, waar we op Dré en de Winne botsten. We gingen eerst naar Ons Huis, en daarna naar de MGA zolder in de Schoolstraat recht tegenover Cinema Palace. We gaven het meisje dat er bestelde 7,5 op tien, vooral voor haar benen. (#Metoo daar hadden wij nog nooit van gehoord. EDS). Ze vroeg ons of we al een lidkaart hadden, kwestie van veilig te zijn, mocht de politie langskomen. We tekenden het gastenboek, waarbij R. tekende met een valse naam, vanwege zijn ‘nog geen zestien’ zijn. Ze zouden onze lidkaart naar huis opsturen. Terug naar Ons Huis waar we een mooi meisje 8/10 gaven, en bestudeerden hoe ze danste.

En toen begon de vakantie pas echt.....

(*) dit gebeurde niet in 68, maar vermoedelijk in 69 of 70.


De Voorpost | 17 november 1978 | pagina 18

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post181

Uit een dagboek geschreven in ‘68 (juni de eerste week)

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 05 Jun, 2018 15:04

Juni 1968, de eerste week.

Mei 68 is de geschiedenis in gegaan als een van die ankerpunten waar historici, de overjaarse linkerkant, en zij die maar wat graag geloven dat “wij” toen alles hebben veranderd, naar teruggrijpen, om er rond een nieuw kampvuur over te discussiëren.


Wanneer ik weer eens een jonge gast ontmoet die met tranen in de ogen naar ons opkijkt omdat wij “de golden sixties” echt meemaakten, dan kan ik het toch niet nalaten om hem er op te wijzen, dat het inderdaad de moeite was om dat te beleven: dagelijks op TV beelden uit Vietnam van uitgemoorde dorpen, zesdaagse oorlogen in het midden-oosten, betogingen in Parijs, de Tsjechen die plots Russische tanks door hun straten zien rijden, en beelden uit Amerika waar de ene dag de zwarten betogen voor meer burgerrechten en de volgende dag opnieuw een Kennedy wordt neergelegd.


Op zes juni noteer ik dan ook het volgende:

Senator Bobby Kennedy werd gisteren neergeschoten. Ik ben er diep van onder de indruk. Hij is ten eerste al vader van 11 kinderen, en tweede een mens die streed voor de vrede. Hij werd gisteren neergeknald. Even later kwam het bericht dat Bobby overleden is. Het was een schok voor de gehele wereld dat deze 42-jarige vredesmens van de aardbodem is verdwenen. Hij volgde zijn broer in de dood. Nu blijft er enkel nog Edward Kennedy.
‘s Avonds bij R. nog naar een film gekeken over het leven van Robert Francis Kennedy.

Het is bijna niet te geloven: eerst John Kennedy, later Martin Luther King, en nu Robert Kennedy.


Dat dit gebeurde precies aan de vooravond van de eerste verjaardag van de zesdaagse oorlog uit 1967, zal later genoeg vragen opwerpen.


In het najaar van 68 opent in Lede een nieuw jeugdhuis zijn deuren: De Leeuwerik. Een herinnering aan die tijd blijven de foto’s van deze drie mannen aan de wand, waar je langs moest op weg naar de wc. Tussenin hing een tekst:

‘There are those that look at things the way they are, and ask why? I dream of things that never were, and ask why not?’ Robert Kennedy.


Sirhan_Sirhan, de moordenaar, leeft nog, zit een levenslange gevangenisstraf uit, maar verschijnt om de vijf jaar opnieuw voor paroolrechters, in functie van vrijlating. In 82 verklaarde hij zelf dat zijn motieven ingegeven waren door de Palestijns-Israëlische kwestie. Tegenwoordig houdt hij vol dat hij zich van de periode 68/69 niets meer herinnert omdat zijn hersenen in die tijd “geprogrammeerd waren” en dat de gebeurtenissen naderhand gewist werden.....

Wie er meer over wil lezen kan terecht op: https://en.m.wikipedia.org/wiki/Sirhan_Sirhan





  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post180

Uit een dagboek geschreven in ‘68 (Mei ‘68)

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 31 May, 2018 18:26

Mei 68: radio- en dansproblemen. Photo: © Marc Riboud

Inderdaad, wat mei 68 betreft, hadden we voornamelijk te kampen met alles overstelpende problemen die zich afspeelden rond de dansvloer. Op onze eigen kamertjes hadden we oude niet meer gebruikte radio’s gesleept, die we met man en macht opnieuw probeerden aan de praat te krijgen. Op zoek naar radiolampen, afschermkappen voor die lampen en antennes.

Ons uitgaansleven beperkte zich in mei 68 tot het bezoeken van schoolfeesten in het naburige Lede, waar de meisjes uit de buurt school liepen. Schoolfeesten waren er genoeg: het college had er eentje voor de lagere school en eentje voor het middelbaar. Idem voor de meisjes die naar Stella Matutina gingen, waar ze zelfs nog in een apart gebouw een snit en naad afdeling hadden.

En dan was er nog de Messine. Een school in het vroegere kasteel van Mesen (thans “gerenoveerde” gevelruïne). School voor juffrouwen. Zelfs ex-burgemeester Anny Demaght van Aalst liep er ooit school.

De meisjes uit onze buurt werden belaagd door wat rijpere gasten uit andere buurten, die zich al op een dansvloer waagden. Iets waar wij helaas nog niet hadden bij stilgestaan, maar wij zwoeren dure eden dat daar verandering in zou komen.

Ik maakte geen enkele notitie over de toestand in Frankrijk. Uit mijn herinnering weet ik wel dat wij dat volgden via radio en nieuwsflashes op TV. De opgeworpen barricades staan mij nog zo voor de geest. Maar bij ons was die strijd maanden eerder gestreden, toen wij op de straat kwamen voor Leuven Vlaams. Vermoedelijk waren we toch nog net te jong om de volledige impact te kunnen inschatten van wat zich in Parijs afspeelde. Overigens werd begin juni dit nieuws behoorlijk snel verdrongen door alweer een Kennedy, die werd neergelegd.

Voor de samenvatting van wat zich in Parijs afspeelde heb ik maar wat graag beroep gedaan op het “onovertroffen” Wikipedia. Lees dus met een grove korrel zout.

De tegenstelling tussen mijn eigen schrijfsels en besognes in mei 68 kunnen niet groter zijn dan wat er zich afspeelde 300 km zuidelijker.

——————————

Dag na dag

Woensdag, 1 mei

Geprutst aan de radio en een antenne geplaatst. Robert was nu met een meisje die hij wijsgemaakt had dat hij Robert Greeny heette en dat hij in de Aquariusstraat op nummer 5 te Londen woonde. Hij sprak er enkel Engels mee.

Donderdag, 2 mei

A & L sturen ons kaartjes vanuit Geraardsbergen waar ze op stap waren met de VKAJ werking. Om het minder te laten opvallen bij iedereen thuis, hadden ze naar P. R. V. en mijzelf op de kaartjes elke keer als afzender een van onze namen meegegeven. Ik kreeg dus een kaartje van R. en hij een van mij.

Stuyver kan aan nog een stuk of vier oude radio’s geraken vertelt hij ons.

Parijs: 2 mei de universiteit van Parijs (nu Paris Nanterre Uni) wordt gesloten.

Vrijdag, 3 mei

De kaartjes kwamen vandaag overal aan, behalve bij mij, omdat ze de familienaam van mijn moeder hadden gebruikt, in plaats van de mijne. Overigens de ma van V. had direct door uit welke hoek de wind waaide.

Parijs: 3 mei 1968 Studenten van de Sorbonne campus van de University of Paris (vandaag Sorbonne University) in Paris komen samen om te protesteren tegen de sluiting van Nanterre.

Zaterdag, 4 mei

We reden naar de stock americain in Aalst omdat we hadden gehoord dat ze daar okazie radiolampen hadden.

‘s Avonds nog de bliksem bestudeerd.

Zondag, 5 mei

Schoolfeest op de Stella. A. mocht er show geven in haar witte rokje en haar korte witte kousjes. Cremer en Beelaert uit de klas van V. van het college stonden nog een tijdje bij ons. Later stelden we tot onze grote verbazing en verbijstering vast dat A. aan het handje liep van “de witten”, een opgeschoten slungel van de Keiberg. Een indringer op ons territorium. Dat was het. Even tevoren hadden ze nog samen gedanst.

De teerling was geworpen. Dansen zou onze regel worden, want wij wilden toch wel bij al die meisjes onze kansen veilig stellen. V. zwoer krachtig dat hij op de Breugelfeesten zou dansen. Hij kon makkelijk praten, want hij had twee oudere zusters, waar hij in de leer kon.

Parijs: 6 mei de nationale studentenvereniging Union Nationale des Étudiants de France (UNEF)—de grootste studentenbond in Frankrijk op vandaag—en de bond van universiteitsproffen riepen op om te protesteren tegen de invasie van de politie op de Sorbonne. Meer dan 20.000 studenten werden op de been gebracht.

Ook de Hogeschool studentenverenigingen riepen op tot deelname.

Dinsdag, 7 mei

Het afspraakje had maar een half uur geduurd ontdekten we, wat ons toch enigszins gerust stelde, en er kwamen nog schoolfeesten aan.

Parijs: 7 mei Alle studenten sluiten zich bij elkaar aan net als een groeiend aantal jonge werknemers.

Bij de Arc De Triomphe eisen zij:
-Dat alle criminele tenlasteleggingen tegen studenten zouden vervallen.
-Dat de politie de universiteit zou verlaten.
-Dat de autoriteiten de universiteiten van Nanterre en Sorbonne opnieuw zouden openstellen.

De onderhandelingen werden afgebroken en de studenten keerden weer naar hun campus, na een “fake news” bericht waarin werd aangekondigd dat de regering had besloten tot een heropening van de uni’s. Ze stelden enkel vast dat de politie nog altijd de universiteiten bezette. Dit stak bijna het vuur agan de lont bij de studenten.

Woensdag, 8 mei

Dag van de Vrede en dus geen school. Niemand gespot op de Kleine Steenweg, en dus reed ik rond zeven uur tot aan de molen. Daar stond ik dan vanop het bruggetje de mooie natuur en de prachtige erbij horende hemel te bewonderen. De natuur begint er prachtig uit te zien met al dat groen. Toen ik mij omdraaide om terug te rijden, moest ik wel naar de achter mij al bewolkte hemel kijken. Het is net alsof ik een mooie tijd van mijn leven heb doorgebracht, en nu in de harde werkelijkheid terugkeer, mijmerde ik bij mezelf.

Ik ben dan toch maar op huis aan gereden, om nog een boekje te lezen en bedwaarts te trekken.

Donderdag, 9 mei

A & L aan de deur gehad met kaartjes voor Unicef.

Vrijdag, 10 mei

We maakten met ons jaar een studiereis naar de luchthaven van Zaventem. Andere scholen maakten een jaarlijkse schoolreis. Bij ons lag dat anders. Wij maakten elk jaar een drietal kleinere studie uitstappen.

Behoorlijk spectaculair om zo in een hangar naast een Boeing 707 te staan, de motoren horen op gang komen, om het gevaarte traag zien naar buiten te taxiën, om het daarna te zien opstijgen om tenslotte te verdwijnen achter de wolken.

Op de terugweg, ondanks ons gezaag toch nergens meer gestopt.

Parijs: 10 mei opnieuw massabijeenkomst aan de Rive Gauche.

De Compagnies Républicaines de Sécurité verhinderde dat zij de rivier zouden oversteken. De studenten richten barricades op, waarna zij ‘s nachts rond 2:15 door de politie werden aangevallen. Negociaties liepen nadien weer op niets uit. Honderden werden er de rest van de nacht gearresteerd. Radio en TV berichten over de schade

Er vielen beschuldigen als zou de politie zelf deelgenomen hebben aan de rellen via agents provocateurs (uitlokkers), door auto’s in brand te steken en Molotov cocktails te gooien.

Het hardhandige optreden van de regering bracht een golf van sympathie teweeg voor de stakers. Dichters en zangers sloten zich aan bij de beweging. Zelfs buitenlandse Amerikaanse artiesten sloten zich aan.

De grootse linkse vakbonden, de Confédération Générale du Travail (CGT) en de Force Ouvrière (CGT-FO), riepen op tot een eendagstaking met demonstratie op 13 mei.

Zondag, 12 mei

R. en ikzelf fietsten met Robert en Paul mee naar jeugdhuis ‘Berg en Dal’. We vonden het daar machtig, en ze speelden er nog de goede laatste nieuwe platen ook.

Parijs: 13 mei Met meer dan een miljoen marcheerden ze door Parijs. De politie bleef uit het zicht. Eerste minister Georges Pompidou kondigde persoonlijk aan dat de aangehouden studenten zouden worden vrijgelaten en dat de Sorbonne zou worden geheropend.

Dit leidde er niet toe dat de studenten ophielden. Integendeel ze werden nog actiever.

Bij de heropening van de Sorbonne bezetten de studenten de campus, en riepen de plek uit tot een autonome “volksuniversiteit”. De publieke opinie volgde initieel, maar keerde zich toch snel tegen hun leiders, die op zich op tv gedroegen als onverantwoorde utopisten die de consumenten maatschappij wilden vernietigen.

In de erfopvolgingen weken, werden ongeveer 401 actiecomités opgericht om de grieven tegen regering en maatschappij te noteren inclusief het Sorbonne Occupation Committee.

Dinsdag, 14 mei

Na school op de Kleine Steenweg de tijd verpraat. Discussie over wat nu wel de lelijkste meisjesnamen waren. V. opteerde voor Marie-Thérèse. Daar waren we het niet mee eens.

Parijs: 14 mei werklieden bezetten fabrieken, te beginnen met een zitstaking bij Sud Aviation tegen Nantes. Vervolgens werd een onderdelenproducent van Renault bij Rouen bezet, wat zich verspreidde naar Renault te Flins in de Seinevallei en het voorsteedse Parijse Boulogne-Billancourt.
Donderdag, 16 mei

Radio uiteengehaald en opnieuw in elkaar gezet.

Parijs: 16 mei: werknemers bezetten nagenoeg 50 bedrijven

Vrijdag, 17 mei

Cremer wordt 17 vandaag. Met de fiets bij Vijverman voor een nieuwe ketting en een stel tandwielen.

Parijs: 17 mei reeds meer dan 200.000 stakers.

Er volgt een sneeuwbaleffect en de dag er op zijn er al 2 miljoen stakers, en dat loopt verder op tot 10 miljoen in de daaropvolgende week. Ruwweg twee derde van de werkende bevolking.

Als neveneffect proberen vakbonden tijdens die stakingen hun eisen op tafel te leggen voor o.a. het optrekken van het minimumloon met 35 procent en verhogingen voor andere werknemers met 7 procent.

Zaterdag, 18 mei

Aan de kerk (avondmis) verkochten de meisjes Rerum Novarum, plaatjes. V. zijn moeder wierp ons nog toe: “Jullie hebben dat zeker niet moeten betalen?”

Ze nodigden ons terloops nog uit om zeker naar het college te komen.

Zondag, 19 mei

Collegefeest. De meisjes dansten tango (eigenlijk slow) onder elkaar. Aan ons hadden ze immers niets op dat ogenblik. Ook al hadden we maar wat graag onze armen rond het meisje met het rode minirokje geschaard.

Donderdag, 23 mei

Naar het schoolfeest van de coupe geweest (de snit en naad afdeling van Stella Matutina). Dat was uiteraard om de al, wat oudere Magda aan het werk te zien.

W. reed niet mee. Die was met een nieuwe opgedoken gast (uit de wat verderop gelegen serres) naar het jeugdheem gegaan. Het ging om een zekere D. iemand waar ik ooit nog naast zat in de kerk, toen we een jaar of tien of elf waren en verplicht naar de “lering” moesten. (catechismus ter voorbereiding van onze plechtige heilige communie). Dat duurde overigens maar enkele weken tot ik overschakelde naar de kerk in ons eigen dorp.

Zaterdag, 25 mei

Naar de avondmis. Cremer vertelde nog dat hij het donderdag aan eentje had gevraagd, en dat het enige resultaat was dat ze hem uitgekafferd had.

Zondag, 26 mei

De radio van V. stond nog bij JDN, en zou niet meer te maken zijn. Dus toog ik met V. daarheen met de bedoeling van hem een schermkap voor een radiolamp af te kopen. Wel een uur lang hebben we daar over geruzied (onderhandeld?).

Na halfvijf vertrokken naar het schoolfeest van het college, via een omweg langs Smetlede kermis. Op dat schoolfeest heb ik uiteindelijk V. een pint betaald voor die schermkap. De rest van de tijd hebben we bestudeerd hoe dat slow dansen nu precies in elkaar zat. Zelf waagden we ons niet op die dansvloer. Die “wittekop” danste er met allerhande meisjes. V. riep nogmaals uit: “Goe weten. Volgende week dans ik op de Breugelfeesten.”

Er staat na deze dag een dubbele rode lijn in het DB. Zestien worden moet toch wel enige impact gehad hebben.

Parijs 25 en 26 mei

Bij de Grenelle akkoorden op het Ministerie van Sociale Zaken wordt een minimumverhoging van 25 procent voor de laagste lonen en een gemiddelde verhoging van 10 procent op tafel gelegd. Dit werd verworpen door de bonden, enj de staking ging verder.

De werkende klasse en de top intellectuelen waren solidair in hun eisen voor een grote omslag voor wat betreft de rechten van werknemers.

Maandag, 27 mei

Van alle kanten gelukwensen gekregen op school.

Parijs: 27 mei De UNEF verzamelt 30 tot 50.000 mensen in het Stade Sebastien Charlety op een zeer extreme militante bijeenkomst waar de val van de regering werd bepleit, en er werd opgeroepen voor nieuwe verkiezingen.

De socialisten zagen een opportuniteit om zich op te werpen als compromis tussen De Gaulle en de Communisten.

Parijs: 28 mei Francois Mitterand van de Federatie van Democratisch en socialistisch Links verklaarde “dat er geen staat meer was” en dat hij klaar was om een nieuwe regering te vormen. In 65 haalde hij 45 procent van de stemmen bij de presidiengtsverkiezingen.

Parijs: 29 mei Pierre Mendès France verklaarde eveneens dat hij klaar was om een nieuwe regering te vormen. In tegenstelling tot Mitterand wou hij wel in zee met de commun isten.

President De Gaulle stelt een vergadering van de Ministerraad uit. In alle stilte verwijderd hij ook zijn persoonlijke documenten uit het Élysée Palace. Aan zijn schoonzoon Alain de Boisieu laat hij weten: “ Ik wil ze de kans niet geven om het Elysee aan te vallen. Het zou te betreuren vallen mocht het tot bloedvergieten komen in mijn persoonlijke verdediging. Ik heb besloten om te vertrekken: niemand valt een leeg paleis aan.”

De Gaulle weigert ook Pompidou’s verzoek om de Nationale Assemblée te ontbinden, want hij vreest dat de Gaullisten bij nieuwe verkiezingen zouden kunnen verliezen.

Om 11 uur zegt hij tegen Pompidou: “ Ik ben het verleden, jij bent de toekomst. Ik omarm je.”

De regering laat weten dat de Gaulle naar zijn buitenverblijf vertrokken was in Colombey-les-Deux-Eglises. Volgens geruchten zou hij daar zijn afscheidstoespraak gaan voorbereiden.

In werkelijkheid vloog de presidentiële helicopter niet naar Colombey. Hij vertelde eigenlijk niemand waar hij heen ging.
Vermist voor meer dan zes uur. Pompidou riep uit: “Hij is het land ontvlucht.“ Deze “verdwijning” en het niet doorgaan van de ministerraad sloeg de fransen met verstomming.

Men bereidde zich voor op het ergste. Documenten werden verbrand, en sommigen dachten aan het bewapenen van de eerste minister. Geld afhalen bij banken werd moeilijker. Benzine voor personenauto’s werd schaarser.

Wat de Gaulle echt deed, was hulp zoeken bij de legertop in het Duitse Baden-Baden in het franse militaire hoofdkwartier bij generaal Jacques Massu die hem prompt aanraadde terug te keren naar Frankrijk.

Donderdag, 30 mei

We kregen vandaag van twee gasten uit de A6A1 een proefles. Die mannen volgden een zogeheten D-cursus op school, en wij van het eerste jaar werden opgevoerd als proefkonijnen.

Ik bedacht dat ik dat later ook wel zou willen doen.

Parijs: 30 mei De teruggekeerde Gaulle (naar Colombley) laat de Ministerraad dan toch doorgaan. Zijn familie bleef wel nog enkele dagen in Baden-Baden.
Deze episode uit de Gaulles presidentschap werd pas bekend in 1982.

De politie verwachtte 50.000 betogers onder leiding van CGT (het waren er 4 à 500.000) en die marcheerden door Parijs al zingend: “Adieu de Gaulle”.

De Parijse politie vermeed alle geweld. Later zullen de communisten verklaren dat ze niet uit waren op gewapende opstand en dat er slechts 2 procent extremisten deelnamen.

Stel dat er een revolutie was uitgebroken: hoe keken de fransen daar naar?

Uit een kort erna gehouden onderzoek blijkt dat 20 procent de revolutie zou gesteund hebben, 23 zou tegen geweest zijn, en 57 procent zou zich uit de voeten gemaakt hebben. 33 procent zou militair ingrijpen hebben bevochten, en slechts 5 procent zou dit gesteund hebben. De meerderheid zou zich hebben gedeisd gehouden.

Parijs: 30 mei om 2:30 ‘s namiddags overhaalt Pompidou de Gaulle om de regering te ontbinden, en op te roepen voor nieuwe verkiezingen. Twee uur later laat hij weten niet te zullen aftreden. Verkiezingen zijn voorzien voor 23 juni.

Hij draagt alle werknemers op om opnieuw aan de slag te gaan, om de noodtoestand te voorkomen. De regering had gelekt dat het leger aan de poorten van Parijs stond.

Onmiddellijk daarna marcheerden 800.000 aanhangers over de Champs-Elysées met de nationale vlag. Een door de Gaullisten reeds op voorhand geplande march. De communisten leggen zich neer bij de verkiezingen. De dreiging van een revolutie was voorbij.

Gedeeltelijk overgenomen uit Wikipedia: https://en.m.wikipedia.org/wiki/May_1968_events_in_France



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post179
Next »