Sadeler's blog

Uit een dagboek geschreven in ‘68 (juni de eerste week)Forever Young

Posted by Eddy De Saedeleer 05 Jun, 2018 15:04

Juni 1968, de eerste week.

Mei 68 is de geschiedenis in gegaan als een van die ankerpunten waar historici, de overjaarse linkerkant, en zij die maar wat graag geloven dat “wij” toen alles hebben veranderd, naar teruggrijpen, om er rond een nieuw kampvuur over te discussiëren.


Wanneer ik weer eens een jonge gast ontmoet die met tranen in de ogen naar ons opkijkt omdat wij “de golden sixties” echt meemaakten, dan kan ik het toch niet nalaten om hem er op te wijzen, dat het inderdaad de moeite was om dat te beleven: dagelijks op TV beelden uit Vietnam van uitgemoorde dorpen, zesdaagse oorlogen in het midden-oosten, betogingen in Parijs, de Tsjechen die plots Russische tanks door hun straten zien rijden, en beelden uit Amerika waar de ene dag de zwarten betogen voor meer burgerrechten en de volgende dag opnieuw een Kennedy wordt neergelegd.


Op zes juni noteer ik dan ook het volgende:

Senator Bobby Kennedy werd gisteren neergeschoten. Ik ben er diep van onder de indruk. Hij is ten eerste al vader van 11 kinderen, en tweede een mens die streed voor de vrede. Hij werd gisteren neergeknald. Even later kwam het bericht dat Bobby overleden is. Het was een schok voor de gehele wereld dat deze 42-jarige vredesmens van de aardbodem is verdwenen. Hij volgde zijn broer in de dood. Nu blijft er enkel nog Edward Kennedy.
‘s Avonds bij R. nog naar een film gekeken over het leven van Robert Francis Kennedy.

Het is bijna niet te geloven: eerst John Kennedy, later Martin Luther King, en nu Robert Kennedy.


Dat dit gebeurde precies aan de vooravond van de eerste verjaardag van de zesdaagse oorlog uit 1967, zal later genoeg vragen opwerpen.


In het najaar van 68 opent in Lede een nieuw jeugdhuis zijn deuren: De Leeuwerik. Een herinnering aan die tijd blijven de foto’s van deze drie mannen aan de wand, waar je langs moest op weg naar de wc. Tussenin hing een tekst: Blog image

‘There are those that look at things the way they are, and ask why? I dream of things that never were, and ask why not?’ Robert Kennedy.


Sirhan_Sirhan, de moordenaar, leeft nog, zit een levenslange gevangenisstraf uit, maar verschijnt om de vijf jaar opnieuw voor paroolrechters, in functie van vrijlating. In 82 verklaarde hij zelf dat zijn motieven ingegeven waren door de Palestijns-Israëlische kwestie. Tegenwoordig houdt hij vol dat hij zich van de periode 68/69 niets meer herinnert omdat zijn hersenen in die tijd “geprogrammeerd waren” en dat de gebeurtenissen naderhand gewist werden.....

Wie er meer over wil lezen kan terecht op: https://en.m.wikipedia.org/wiki/Sirhan_Sirhan





Uit een dagboek geschreven in ‘68 (Mei ‘68)Forever Young

Posted by Eddy De Saedeleer 31 May, 2018 18:26

Mei 68: radio- en dansproblemen.Blog image Photo: © Marc Riboud

Inderdaad, wat mei 68 betreft, hadden we voornamelijk te kampen met alles overstelpende problemen die zich afspeelden rond de dansvloer. Op onze eigen kamertjes hadden we oude niet meer gebruikte radio’s gesleept, die we met man en macht opnieuw probeerden aan de praat te krijgen. Op zoek naar radiolampen, afschermkappen voor die lampen en antennes.

Ons uitgaansleven beperkte zich in mei 68 tot het bezoeken van schoolfeesten in het naburige Lede, waar de meisjes uit de buurt school liepen. Schoolfeesten waren er genoeg: het college had er eentje voor de lagere school en eentje voor het middelbaar. Idem voor de meisjes die naar Stella Matutina gingen, waar ze zelfs nog in een apart gebouw een snit en naad afdeling hadden.

En dan was er nog de Messine. Een school in het vroegere kasteel van Mesen (thans “gerenoveerde” gevelruïne). School voor juffrouwen. Zelfs ex-burgemeester Anny Demaght van Aalst liep er ooit school.

De meisjes uit onze buurt werden belaagd door wat rijpere gasten uit andere buurten, die zich al op een dansvloer waagden. Iets waar wij helaas nog niet hadden bij stilgestaan, maar wij zwoeren dure eden dat daar verandering in zou komen.

Ik maakte geen enkele notitie over de toestand in Frankrijk. Uit mijn herinnering weet ik wel dat wij dat volgden via radio en nieuwsflashes op TV. De opgeworpen barricades staan mij nog zo voor de geest. Maar bij ons was die strijd maanden eerder gestreden, toen wij op de straat kwamen voor Leuven Vlaams. Vermoedelijk waren we toch nog net te jong om de volledige impact te kunnen inschatten van wat zich in Parijs afspeelde. Overigens werd begin juni dit nieuws behoorlijk snel verdrongen door alweer een Kennedy, die werd neergelegd.

Voor de samenvatting van wat zich in Parijs afspeelde heb ik maar wat graag beroep gedaan op het “onovertroffen” Wikipedia. Lees dus met een grove korrel zout.

De tegenstelling tussen mijn eigen schrijfsels en besognes in mei 68 kunnen niet groter zijn dan wat er zich afspeelde 300 km zuidelijker.

——————————

Dag na dag

Woensdag, 1 mei

Geprutst aan de radio en een antenne geplaatst. Robert was nu met een meisje die hij wijsgemaakt had dat hij Robert Greeny heette en dat hij in de Aquariusstraat op nummer 5 te Londen woonde. Hij sprak er enkel Engels mee.

Donderdag, 2 mei

A & L sturen ons kaartjes vanuit Geraardsbergen waar ze op stap waren met de VKAJ werking. Om het minder te laten opvallen bij iedereen thuis, hadden ze naar P. R. V. en mijzelf op de kaartjes elke keer als afzender een van onze namen meegegeven. Ik kreeg dus een kaartje van R. en hij een van mij.

Stuyver kan aan nog een stuk of vier oude radio’s geraken vertelt hij ons.

Parijs: 2 mei de universiteit van Parijs (nu Paris Nanterre Uni) wordt gesloten.

Vrijdag, 3 mei

De kaartjes kwamen vandaag overal aan, behalve bij mij, omdat ze de familienaam van mijn moeder hadden gebruikt, in plaats van de mijne. Overigens de ma van V. had direct door uit welke hoek de wind waaide.

Parijs: 3 mei 1968 Studenten van de Sorbonne campus van de University of Paris (vandaag Sorbonne University) in Paris komen samen om te protesteren tegen de sluiting van Nanterre.

Zaterdag, 4 mei

We reden naar de stock americain in Aalst omdat we hadden gehoord dat ze daar okazie radiolampen hadden.

‘s Avonds nog de bliksem bestudeerd.

Zondag, 5 mei

Schoolfeest op de Stella. A. mocht er show geven in haar witte rokje en haar korte witte kousjes. Cremer en Beelaert uit de klas van V. van het college stonden nog een tijdje bij ons. Later stelden we tot onze grote verbazing en verbijstering vast dat A. aan het handje liep van “de witten”, een opgeschoten slungel van de Keiberg. Een indringer op ons territorium. Dat was het. Even tevoren hadden ze nog samen gedanst.

De teerling was geworpen. Dansen zou onze regel worden, want wij wilden toch wel bij al die meisjes onze kansen veilig stellen. V. zwoer krachtig dat hij op de Breugelfeesten zou dansen. Hij kon makkelijk praten, want hij had twee oudere zusters, waar hij in de leer kon.

Parijs: 6 mei de nationale studentenvereniging Union Nationale des Étudiants de France (UNEF)—de grootste studentenbond in Frankrijk op vandaag—en de bond van universiteitsproffen riepen op om te protesteren tegen de invasie van de politie op de Sorbonne. Meer dan 20.000 studenten werden op de been gebracht.

Ook de Hogeschool studentenverenigingen riepen op tot deelname.

Dinsdag, 7 mei

Het afspraakje had maar een half uur geduurd ontdekten we, wat ons toch enigszins gerust stelde, en er kwamen nog schoolfeesten aan.

Parijs: 7 mei Alle studenten sluiten zich bij elkaar aan net als een groeiend aantal jonge werknemers.

Bij de Arc De Triomphe eisen zij:
-Dat alle criminele tenlasteleggingen tegen studenten zouden vervallen.
-Dat de politie de universiteit zou verlaten.
-Dat de autoriteiten de universiteiten van Nanterre en Sorbonne opnieuw zouden openstellen.

De onderhandelingen werden afgebroken en de studenten keerden weer naar hun campus, na een “fake news” bericht waarin werd aangekondigd dat de regering had besloten tot een heropening van de uni’s. Ze stelden enkel vast dat de politie nog altijd de universiteiten bezette. Dit stak bijna het vuur agan de lont bij de studenten.

Woensdag, 8 mei

Dag van de Vrede en dus geen school. Niemand gespot op de Kleine Steenweg, en dus reed ik rond zeven uur tot aan de molen. Daar stond ik dan vanop het bruggetje de mooie natuur en de prachtige erbij horende hemel te bewonderen. De natuur begint er prachtig uit te zien met al dat groen. Toen ik mij omdraaide om terug te rijden, moest ik wel naar de achter mij al bewolkte hemel kijken. Het is net alsof ik een mooie tijd van mijn leven heb doorgebracht, en nu in de harde werkelijkheid terugkeer, mijmerde ik bij mezelf.

Ik ben dan toch maar op huis aan gereden, om nog een boekje te lezen en bedwaarts te trekken.

Donderdag, 9 mei

A & L aan de deur gehad met kaartjes voor Unicef.

Vrijdag, 10 mei

We maakten met ons jaar een studiereis naar de luchthaven van Zaventem. Andere scholen maakten een jaarlijkse schoolreis. Bij ons lag dat anders. Wij maakten elk jaar een drietal kleinere studie uitstappen.

Behoorlijk spectaculair om zo in een hangar naast een Boeing 707 te staan, de motoren horen op gang komen, om het gevaarte traag zien naar buiten te taxiën, om het daarna te zien opstijgen om tenslotte te verdwijnen achter de wolken.

Op de terugweg, ondanks ons gezaag toch nergens meer gestopt.

Parijs: 10 mei opnieuw massabijeenkomst aan de Rive Gauche.

De Compagnies Républicaines de Sécurité verhinderde dat zij de rivier zouden oversteken. De studenten richten barricades op, waarna zij ‘s nachts rond 2:15 door de politie werden aangevallen. Negociaties liepen nadien weer op niets uit. Honderden werden er de rest van de nacht gearresteerd. Radio en TV berichten over de schade

Er vielen beschuldigen als zou de politie zelf deelgenomen hebben aan de rellen via agents provocateurs (uitlokkers), door auto’s in brand te steken en Molotov cocktails te gooien.

Het hardhandige optreden van de regering bracht een golf van sympathie teweeg voor de stakers. Dichters en zangers sloten zich aan bij de beweging. Zelfs buitenlandse Amerikaanse artiesten sloten zich aan.

De grootse linkse vakbonden, de Confédération Générale du Travail (CGT) en de Force Ouvrière (CGT-FO), riepen op tot een eendagstaking met demonstratie op 13 mei.

Zondag, 12 mei

R. en ikzelf fietsten met Robert en Paul mee naar jeugdhuis ‘Berg en Dal’. We vonden het daar machtig, en ze speelden er nog de goede laatste nieuwe platen ook.

Parijs: 13 mei Met meer dan een miljoen marcheerden ze door Parijs. De politie bleef uit het zicht. Eerste minister Georges Pompidou kondigde persoonlijk aan dat de aangehouden studenten zouden worden vrijgelaten en dat de Sorbonne zou worden geheropend.

Dit leidde er niet toe dat de studenten ophielden. Integendeel ze werden nog actiever.

Bij de heropening van de Sorbonne bezetten de studenten de campus, en riepen de plek uit tot een autonome “volksuniversiteit”. De publieke opinie volgde initieel, maar keerde zich toch snel tegen hun leiders, die op zich op tv gedroegen als onverantwoorde utopisten die de consumenten maatschappij wilden vernietigen.

In de erfopvolgingen weken, werden ongeveer 401 actiecomités opgericht om de grieven tegen regering en maatschappij te noteren inclusief het Sorbonne Occupation Committee.

Dinsdag, 14 mei

Na school op de Kleine Steenweg de tijd verpraat. Discussie over wat nu wel de lelijkste meisjesnamen waren. V. opteerde voor Marie-Thérèse. Daar waren we het niet mee eens.

Parijs: 14 mei werklieden bezetten fabrieken, te beginnen met een zitstaking bij Sud Aviation tegen Nantes. Vervolgens werd een onderdelenproducent van Renault bij Rouen bezet, wat zich verspreidde naar Renault te Flins in de Seinevallei en het voorsteedse Parijse Boulogne-Billancourt.
Donderdag, 16 mei

Radio uiteengehaald en opnieuw in elkaar gezet.

Parijs: 16 mei: werknemers bezetten nagenoeg 50 bedrijven

Vrijdag, 17 mei

Cremer wordt 17 vandaag. Met de fiets bij Vijverman voor een nieuwe ketting en een stel tandwielen.

Parijs: 17 mei reeds meer dan 200.000 stakers.

Er volgt een sneeuwbaleffect en de dag er op zijn er al 2 miljoen stakers, en dat loopt verder op tot 10 miljoen in de daaropvolgende week. Ruwweg twee derde van de werkende bevolking.

Als neveneffect proberen vakbonden tijdens die stakingen hun eisen op tafel te leggen voor o.a. het optrekken van het minimumloon met 35 procent en verhogingen voor andere werknemers met 7 procent.

Zaterdag, 18 mei

Aan de kerk (avondmis) verkochten de meisjes Rerum Novarum, plaatjes. V. zijn moeder wierp ons nog toe: “Jullie hebben dat zeker niet moeten betalen?”

Ze nodigden ons terloops nog uit om zeker naar het college te komen.

Zondag, 19 mei

Collegefeest. De meisjes dansten tango (eigenlijk slow) onder elkaar. Aan ons hadden ze immers niets op dat ogenblik. Ook al hadden we maar wat graag onze armen rond het meisje met het rode minirokje geschaard.

Donderdag, 23 mei

Naar het schoolfeest van de coupe geweest (de snit en naad afdeling van Stella Matutina). Dat was uiteraard om de al, wat oudere Magda aan het werk te zien.

W. reed niet mee. Die was met een nieuwe opgedoken gast (uit de wat verderop gelegen serres) naar het jeugdheem gegaan. Het ging om een zekere D. iemand waar ik ooit nog naast zat in de kerk, toen we een jaar of tien of elf waren en verplicht naar de “lering” moesten. (catechismus ter voorbereiding van onze plechtige heilige communie). Dat duurde overigens maar enkele weken tot ik overschakelde naar de kerk in ons eigen dorp.

Zaterdag, 25 mei

Naar de avondmis. Cremer vertelde nog dat hij het donderdag aan eentje had gevraagd, en dat het enige resultaat was dat ze hem uitgekafferd had.

Zondag, 26 mei

De radio van V. stond nog bij JDN, en zou niet meer te maken zijn. Dus toog ik met V. daarheen met de bedoeling van hem een schermkap voor een radiolamp af te kopen. Wel een uur lang hebben we daar over geruzied (onderhandeld?).

Na halfvijf vertrokken naar het schoolfeest van het college, via een omweg langs Smetlede kermis. Op dat schoolfeest heb ik uiteindelijk V. een pint betaald voor die schermkap. De rest van de tijd hebben we bestudeerd hoe dat slow dansen nu precies in elkaar zat. Zelf waagden we ons niet op die dansvloer. Die “wittekop” danste er met allerhande meisjes. V. riep nogmaals uit: “Goe weten. Volgende week dans ik op de Breugelfeesten.”

Er staat na deze dag een dubbele rode lijn in het DB. Zestien worden moet toch wel enige impact gehad hebben.

Parijs 25 en 26 mei

Bij de Grenelle akkoorden op het Ministerie van Sociale Zaken wordt een minimumverhoging van 25 procent voor de laagste lonen en een gemiddelde verhoging van 10 procent op tafel gelegd. Dit werd verworpen door de bonden, enj de staking ging verder.

De werkende klasse en de top intellectuelen waren solidair in hun eisen voor een grote omslag voor wat betreft de rechten van werknemers.

Maandag, 27 mei

Van alle kanten gelukwensen gekregen op school.

Parijs: 27 mei De UNEF verzamelt 30 tot 50.000 mensen in het Stade Sebastien Charlety op een zeer extreme militante bijeenkomst waar de val van de regering werd bepleit, en er werd opgeroepen voor nieuwe verkiezingen.

De socialisten zagen een opportuniteit om zich op te werpen als compromis tussen De Gaulle en de Communisten.

Parijs: 28 mei Francois Mitterand van de Federatie van Democratisch en socialistisch Links verklaarde “dat er geen staat meer was” en dat hij klaar was om een nieuwe regering te vormen. In 65 haalde hij 45 procent van de stemmen bij de presidiengtsverkiezingen.

Parijs: 29 mei Pierre Mendès France verklaarde eveneens dat hij klaar was om een nieuwe regering te vormen. In tegenstelling tot Mitterand wou hij wel in zee met de commun isten.

President De Gaulle stelt een vergadering van de Ministerraad uit. In alle stilte verwijderd hij ook zijn persoonlijke documenten uit het Élysée Palace. Aan zijn schoonzoon Alain de Boisieu laat hij weten: “ Ik wil ze de kans niet geven om het Elysee aan te vallen. Het zou te betreuren vallen mocht het tot bloedvergieten komen in mijn persoonlijke verdediging. Ik heb besloten om te vertrekken: niemand valt een leeg paleis aan.”

De Gaulle weigert ook Pompidou’s verzoek om de Nationale Assemblée te ontbinden, want hij vreest dat de Gaullisten bij nieuwe verkiezingen zouden kunnen verliezen.

Om 11 uur zegt hij tegen Pompidou: “ Ik ben het verleden, jij bent de toekomst. Ik omarm je.”

De regering laat weten dat de Gaulle naar zijn buitenverblijf vertrokken was in Colombey-les-Deux-Eglises. Volgens geruchten zou hij daar zijn afscheidstoespraak gaan voorbereiden.

In werkelijkheid vloog de presidentiële helicopter niet naar Colombey. Hij vertelde eigenlijk niemand waar hij heen ging.
Vermist voor meer dan zes uur. Pompidou riep uit: “Hij is het land ontvlucht.“ Deze “verdwijning” en het niet doorgaan van de ministerraad sloeg de fransen met verstomming.

Men bereidde zich voor op het ergste. Documenten werden verbrand, en sommigen dachten aan het bewapenen van de eerste minister. Geld afhalen bij banken werd moeilijker. Benzine voor personenauto’s werd schaarser.

Wat de Gaulle echt deed, was hulp zoeken bij de legertop in het Duitse Baden-Baden in het franse militaire hoofdkwartier bij generaal Jacques Massu die hem prompt aanraadde terug te keren naar Frankrijk.

Donderdag, 30 mei

We kregen vandaag van twee gasten uit de A6A1 een proefles. Die mannen volgden een zogeheten D-cursus op school, en wij van het eerste jaar werden opgevoerd als proefkonijnen.

Ik bedacht dat ik dat later ook wel zou willen doen.

Parijs: 30 mei De teruggekeerde Gaulle (naar Colombley) laat de Ministerraad dan toch doorgaan. Zijn familie bleef wel nog enkele dagen in Baden-Baden.
Deze episode uit de Gaulles presidentschap werd pas bekend in 1982.

De politie verwachtte 50.000 betogers onder leiding van CGT (het waren er 4 à 500.000) en die marcheerden door Parijs al zingend: “Adieu de Gaulle”.

De Parijse politie vermeed alle geweld. Later zullen de communisten verklaren dat ze niet uit waren op gewapende opstand en dat er slechts 2 procent extremisten deelnamen.

Stel dat er een revolutie was uitgebroken: hoe keken de fransen daar naar?

Uit een kort erna gehouden onderzoek blijkt dat 20 procent de revolutie zou gesteund hebben, 23 zou tegen geweest zijn, en 57 procent zou zich uit de voeten gemaakt hebben. 33 procent zou militair ingrijpen hebben bevochten, en slechts 5 procent zou dit gesteund hebben. De meerderheid zou zich hebben gedeisd gehouden.

Parijs: 30 mei om 2:30 ‘s namiddags overhaalt Pompidou de Gaulle om de regering te ontbinden, en op te roepen voor nieuwe verkiezingen. Twee uur later laat hij weten niet te zullen aftreden. Verkiezingen zijn voorzien voor 23 juni.

Hij draagt alle werknemers op om opnieuw aan de slag te gaan, om de noodtoestand te voorkomen. De regering had gelekt dat het leger aan de poorten van Parijs stond.

Onmiddellijk daarna marcheerden 800.000 aanhangers over de Champs-Elysées met de nationale vlag. Een door de Gaullisten reeds op voorhand geplande march. De communisten leggen zich neer bij de verkiezingen. De dreiging van een revolutie was voorbij.

Gedeeltelijk overgenomen uit Wikipedia: https://en.m.wikipedia.org/wiki/May_1968_events_in_France



Voor de OverlevendenRecensies in rock

Posted by Eddy De Saedeleer 23 Apr, 2018 19:01

Daar is de lente, daar is de Amber Reünie.

Het laatste weekend van maart, waarbinnen nog steeds, de overgang van winteruur naar zomeruur op het programma staat, begint in Aalst stilaan ook het weekend te worden waarop de vroegere bezoekers van cafe Den Amber afzakken richting Buurthuis De Brug om er, hoe kan het ook anders elkaar te ontmoeten.

2014 zijn ze er nog, de oud-klanten van café Den Amber?

Ter gelegenheid van een eerste reünie, mochten twee van de toenmalige en intussen legendarische barhouders muziek presenteren uit de tijd waarin zij er de jeugd verwelkomden. De Ferre haalde zijn nu al mythische lp’s van zijn zolder, stofte ze af, en legde ze voorzichtig op de vintage draaitafels van discobar Den Amber, net zoals hij dat placht te doen tussen 1976 en 1980. Stuk voor stuk, met zeer veel zorg geselecteerde, goudklompjes uit ons rijke muzikale verleden. Uit een tijd dat de rockmuziek nog progressief werd genoemd. Een tijd waarin niet enkel aandacht werd besteed aan het muzikale gegeven, maar waarin net zoveel aandacht ging naar het ontwerpen van veelgeprezen artistieke hoezen. Een tijd waarin gespecialiseerde bedrijfjes zich toespitsten op dit onderdeel van de muziekbusiness, wat men nu een nichemarkt zou noemen. Denk maar aan het uiterst eenvoudige concept van Hipgnosis waarbij ze op de hoes van een Pink Floyd album een eenvoudige foto van een koebeest plaatsten, of aan de ‘It’s only rock and Roll’ plaat van de ‘Stones’ waarvoor de Belgische ‘Guy Peelaert’ de hoes mocht ontwerpen. Iets wat hij trouwens ook deed voor ‘Diamond Dogs’ van ‘David Bowie’. Een vol uur sfeermuziek uit een tijd die helaas nooit meer terugkeert. Jongeren van vandaag vragen zich vaak af waarom het toen allemaal zo speciaal en zo fantastisch was. In een confrontatie met een jeugdig vragen stellend publiek gaf ‘Rod Stewart’ noch onlangs het volgend antwoord:”Omdat het toen allemaal voor het eerst gebeurde. Je stond zelf bij het begin van alles. ”

Op de playlist van De Ferre stonden die avond heerlijke muziekstukken die moeiteloos de tand des tijds doorstonden.

William Souffreau, in den Amber, de legendarische voorganger van Ferdinand, zelf muzikant, stelde voor de gelegenheid een “all star band” samen en gaf er, live, een ferme lap op. Twee drumstellen sierden het podium, waarvan eentje bestoeld werd door een eveneens Aalsterse ex-horecabaas, die intussen uitweek naar warmere oorden. Het leverde een schitterende reünie op van de vroegere ‘Blues Bronders’. William zorgde voor de nodige ‘Irish Coffee’ om het geheel smaakvol af te ronden. Niet minder dan drie disc jockeys vulden elk leeg moment met aangepaste seventies en betere eighties rock. De kranten schreven over de reünie die maar liefst 700 man/vrouw op de been bracht, verdeeld over de twee belendende zalen in het Ontmoetingshuis. De Daens- en de Boonzaal, genoemd naar twee grote Aalsterse figuren.

We weten nu dat wat begon, in de hoofden, als een eenmalige reünie van “enkele” oude cafébezoekers, in gang gezet door Gizelle De Schepper, uitgegroeid is tot een weerkerend fenomeen, waar naar uitgekeken wordt.

En omdat in onze huidige wereld alles nogal thematisch gebeurd, werden de vervolg reunies telkens gekoppeld aan een thema. Om de tweede reünie, die reeds twee jaar achter ons ligt, even professioneel te laten verlopen werd verder gebouwd op de financiële fundamenten van een druk bijgewoonde tussentijdse Amber-dansparty. Alweer een succes en een gelegenheid om elkaar te ontmoeten en te palaveren over “de good old days” van de legendarische Korte Nieuwstraat. Een straat die nu nog enkel plaats biedt aan een hotel en een grootbank, daar waar ooit bars, cafés en dancings tegen elkaar aanleunden.

2016 het team zet door.

William Souffreau bereikte de gezegende leeftijd van 70 jaar en als dat geen gelegenheid was om te vieren, wat dan wel? Deze keer mocht William het muzikale programma niet samenstellen. Sterker nog hij werd er angstvallig van weggehouden om de verrassing nog groter te maken. Het vernieuwde Amber team worstelde zich via een aantal vergaderingen doorheen een jungle van ook voor hen steeds weer nieuwe uitdagingen. Want geloof het of niet: organiseren is een kunst. Duidelijk een kolfje naar de hand van het Amber Reünie Team, kortweg ART.

En of ook die avond geslaagd was? Uiteraard, want vandaag merken we dat dit toen niet enkel een viering voor William was, of een reünie van Blommenkinders uit een ver verleden, maar net zo goed een weerzien was voor sommige muzikanten, die nadien prompt nieuwe plannen smeedden voor nieuwe bands. Een opsteker voor alle medewerkers, en.... het vergemakkelijkte het programmeren voor de “voor de Overlevenden reünie” van 2018.

2018 Voor de Overlevenden.

Blues Border, stevige gitaarrock.

Blues Border mocht als eerste aantreden. Een geliefde en gekende Aalsterse drie mans formatie die doorgaans de bruine kroegen onveilig maakt met hun harde bluesrock. Wij vernamen in de wandelgangen dat zij voor deze gelegenheid, het onderste uit de kan wensten te schenken, en dat zij de laatste tijd meer in het repetitiekot dan er buiten waren te vinden. Chapeau om die inspanning voor het Amber publiek te willen doen. Enkele fel bejubelde live-opnamen van het optreden circuleren reeds op youtube. Poor boy van Chicken Shack mocht niet ontbreken net als bis nummer Voodoo Chile waarop de letterlijk grote Guido (gitaar) zelfs Hendrix navolgend de gitaar met zijn tanden bespeelde. Hoe effectiever kan je terugkeren naar de hoogdagen van de seventies? De avond was nog jong.

Rockmasjien verbaast en verrast.

Een technisch, uiterst goed geolied team, zorgde voor een snelle podium wissel, terwijl de aanwezige discotheek enkele goed gekozen nummers de zaal in katapulteerde ter voorbereiding van een nog vrij nieuwe formatie: ‘Rockmasjien’. De band mag dan nog jong zijn, de leden zijn stuk voor stuk doorgewinterde muzikanten die voor het overgrote deel actief zijn in vaak nog vier of vijf andere groepen. Pittig detail is natuurlijk het feit dat zij elkaar vonden op dit eigenste zelfde podium precies twee jaar geleden toen zij deel uitmaakten van de gelegenheidsformatie die William Souffreau de avond van zijn leven gaf. In die dagen kon niemand voorspellen dat Franky en de ‘Cammen’ een ander pad zouden kiezen en dat Irish Coffee in die bezetting voorlopig opgeborgen zou worden. Gelukkig voelde Eddy Piens (ooit bij de Blues Bronders) een en ander kriebelen en wou hij vooral tijd vrijmaken om bij wijze van spreken dat “jonge grut” van Wiliam rond zich te scharen. Van bij het eerste nummer mochten we noteren: dit is er “bosj op”. Doorgewinterde muzikanten, die zich waagden aan een setlist, die niemand verwachtte.Het ligt echt niet voor de hand om Tom Petty, John Hyatt, Bob Marley, de Stones en hoera, ook T.Rex, vlekkeloos te coveren. De Cammen zorgde als volleerd entertainer voor de schaarse maar goedgeformuleerde bindteksten. De vingers van Franky dansten over de bas, en de met hoed getooide Gunther versmolt alles tot een degelijk geheel gekruid met de nodige orgeltonen. ‘Miss You’ en vooral het tragere ‘You Can’t Always get what you want’ van de ‘Stones’ werd uit vele kelen meegebruld. ‘You can’t always get what you want’ staat nog regelmatig op de setlist van de ‘Rolling Stones’. Overigens een klasse nummer dat ons steeds weer herinnert aan de begin scenes van de steengoede film ‘The Big Chill’ waar een cast van jonge honden samenkomt in een kerk tijdens een iets minder aangename reünie.

‘Piens’ voelde zich duidelijk in zijn sas, supergitarist, waarbij je nooit denkt aan de zoveelste versie van alweer een Beck, Page of Clapton cloon. Nee hij produceert zijn eigen stijl; een zeldzaamheid. Het toont nog maar eens aan dat ervaring en een zeer uitgebreide muziekkennis broodnodig zijn.

Laat ons hopen dat ‘Rockmasjien’, nog een heel lang tijdje blijft doorgaan op dit pad. Overigens hadden zowel ‘Rockmasjien’ als de twee bands die volgden de top of the bill verdient. Maar er moet nu eenmaal een programma worden samengesteld en daarvoor moeten knopen worden doorgehakt.

Night Time Heroes stomende blues.

Net als bij vorige gelegenheden had het team de master of ceremonies micro doorgeschoven naar Karel Meganck die zich gewoontegetrouw schitterend van zijn taak kweet. Al moest hij nu toch even een heksentoer uithalen om zichzelf en de Night Time Heroes aan te kondigen.

We zouden kunnen lyrisch schrijven over alweer een optreden van de Night Time Heroes, maar misschien vindt u dat wat kort door de bocht. We zouden eveneens kort kunnen zijn over het optreden en schrijven dat het gewoon goed was maar ook dit is net weer iets te kort door dan weer een andere bocht. Laat er ons geen doekjes omwinden: de energie spatte er van af, en de NTH band liet de zaal stomend achter. ‘Karel’, ‘Nighttime Charly’ en zijn doorgewinterde kompanen, met op gitaar ook deze keer, een al te bescheiden schitterend werk leverende ‘Peter Bronder’, wisten uit welk vaatje zij moesten tappen. Zij kennen ondertussen het Amber publiek maar al te goed, en weten wat de al wat oudere Aalsterse blues liefhebber verwacht. Ambiance, goede herkenbare songs en de NTH klassiekers zoals o.a. Steamy Windows. Brandt hun setlist op een cd en ga er avond aan avond mee uit de bol. Je zal voorjaren gebeiteld zitten.

John’ Sons, of John Woolley anders bekeken.

Terwijl John Woolley en zijn Sons zich podiumwaarts begaven werd het publiek aan de waggel gehouden met ouderwetse goodtime geluiden van John Fogerty, Status Quo en aanverwante boogie-ende hits uit een ver verleden.

John Woolley heeft er een lange carrière opzitten, maar blijft zichzelf vernieuwen. Weg zijn de Just Born hitjes. Wie daarvoor kwam, was onderweg op een kale reis. Ook zijn ontelbare odes aan Creedence Clearwater Revival waren er deze keer niet bij.

John’s Sons, die reeds een eerste CD afscheidden laten een andere John Woolley horen, waarbij gitarist Herman Kiekens en niet te onderschatten plaats inneemt. Ook John en Herman vielen twee jaar geleden opnieuw in elkaars armen op dit eigenste podium. Het was zoals John aankondigde: een avondje met nummers uit hun John’s Sons Cd en een vooruitblik op de nog te verschijnen opvolger John’s Sons 2, aangevuld met enkele herkenbare covers zoals we die van hem gewend zijn.

Het moet gezegd, de set paste in het geheel en werd door veel Amberianen degelijk gesmaakt. De tijden waarop de Ambergangers meewarig neerkeken op popmuziek ligt gelukkig al lang achter ons. Muziek is immers universeel, en de tijden waarin oudere jongeren hun street credibility moeten vrijwaren is al even achterhaald.

En zullen we drinken, zeven dagen lang? Of zullen we liever doorgaan?

Overigens in recensies zoals deze worden vaak zangers en gitaristen bejubeld, en al te vaak worden organisten, en zeker drummers, vergeten. Daarom bij deze hulde aan al deze muzikanten.

En dat zij even belangrijk zijn mag nog maar eens blijken uit het feit dat zeer recent Richard Starkey, bij u en ons vooral bekend als Ringo Starr, geridderd werd, want geef toe, zonder Ringo, waren de Beatles nooit geweest wat ze geweest zijn en nog zijn, en dat geldt bij uitbreiding voor alle muzikanten die deze avond aantraden.

Om te besluiten deze gedachte: wordt het niet tijd dat iemand een degelijk boek schrijft over de Aalsterse muziekscene? Laat ons wel wezen in een dergelijk opzet mag Den Amber niet ontbreken.

John Woolley was een waardige en mooie afsluiter van alweer een geslaagde reünie. Alle muzikanten werden een laatste keer het podium opgeroepen voor een spectaculaire versie van de door de Rolling Stones grootgemaakte hit van Bobby Womack (ere wie ere toekomt): ‘It’s all over now’.

Misschien klopte dit voor deze avond, maar toch...... hoorden wij daar al niet iemand plannen maken voor een volgende Amber Reünie? Vraag er naar.......

Uw reporter ter plaatse.



Uit een dagboek geschreven in 1968 (deel 3) - PaasvakantieForever Young

Posted by Eddy De Saedeleer 19 Apr, 2018 22:46

Paasvakantie 1968.

Ik reed rond kwart over een naar school. Aan de beek stond R. een mooie rat te bewonderen die daar als een mes door het water kliefde. Ik leer nu op mijn kamer. Stukken interessanter. Ik kan er steeds de mooie natuur bewonderen. Ik zou den bak moeten in orde krijgen. (radio gekregen van R. die ooit toebehoorde aan zijn grootvader: Rieken de Plekker).Blog image

Op school liep alles gewoon zijn gangetje. Spreekbeurt Nederlands, gelukkig een week uitgesteld, wegens afwezigheid van Martine, de lerares Nederlands.

Carnaval kwam en ging in Aalst en Lee, en wij beleven ons concentreren op de meisjes uit de buurt. Al snel bleek dat de ene zijn vis wat beter bakte dan de andere, en dat wat allemaal zo doodernstig bleek, nu vijftig jaar later toch maar wat kalverliefde bleek. Al zal voor enkelen, niet zoveel later, zoals zal blijken, daar pijnlijk verandering in kwam. En toch, we weten nu.... dat niets voor eeuwig is.

Ook in 1968 werd het eerst lente en pas daarna Pasen. Een wetmatigheid als geen ander.

Terugblikken op de lente van 68, en kijken naar de frisgroene nog ontluikende natuur leert mij, dat ik zoveel jaren dit aan mij heb laten voorbijgaan, vermoedelijk in de wetenschap: everything that dies baby, someday comes back, om het met B. Springsteen te zeggen.

En toch als er in het leven iets te betreuren valt zijn het de vele jaren in de gevangenis van een werkomgeving. En te beseffen, dat het anders had gekund....

Neem nu zondag, 24 maart, een typische dag als elke ander of toch niet.....

Een typische dag waarin we doelloos rondfietsten op zoek naar de meisjes uit de buurt. Van het voetbalpleintje van café Fonteintje naar de Molenstraat. Van de Molenstraat naar het jeugdheem, waar men kort daarna de naam van ‘Berg en Dal’ nog zal omvormen naar ‘Dido’, dit nadat Bosteels (een priesterzoon uit een Aalsterse kousenfabriek) de parochie had verlaten voor het naburige Lede. Het waren de begindagen van de opkomst van de jeugdhuizen. Kort daarop liet dezelfde priester, nu kersvers onderpastoor geworden, ook daar een jeugdhuis bouwen en gaf het de al even prozaïsche naam ‘Leeuwerik’. Legendarisch enkel en alleen omdat niet zoveel later de Voodoos er zouden spelen.

De jeugd sprak gewoon over ‘het lokaal’ wanneer ze er heen gingen. Overigens dit Berg en Dal (Dido) had niet direct bij alle lagen van de bevolking een even goede naam. Sommigen hadden het over een duister hok, waar amper een lampje brandde, en waar dingen gebeurden die ze zelfs, in die dagen, niet zouden hebben durven biechten. Weet je wel de Golden Sixties waarin Armand zong over Blommenkinders en waar Boudewijn De Groot Nacht en Ontij voorbereidde. Als de rook om je hoofd is verdwenen....

S. moest met zijn ouders naar het ‘lof’ in de dorpskerk. S. was nog jong en zoals dat heette voorbestemd om net als zijn heer-oom die beeldhouwer-priester was in diens voetstappen te treden. Wat wij toen niet beseften, was dat dit helemaal zijn bedoeling niet was, en dat hij koppig als een ezel, er later ook voor zorgde dat het niet gebeurde. Zelfs al werd hij als interne naar het klein seminarie in Sint-Niklaas gestuurd.

Dat ‘lof’ werd overigens behoorlijk snel afgehaspeld, want amper een half uur later vervoegde S. ons al. R., S. en ikzelf hadden A. en L. zover gekregen dat ze richting Groenstraat reden, waar uiteraard geen geschikte hoek noch kant te vinden was, en de onderneming op niets uitliep.

Daar is de lente, daar is de zon...

Maandag, 25 maart 1968.

De lente liet zich duidelijk merken. Na school bewonderde ik onze hof, die er beter bij lag dan ooit. Nog een es omgezaagd.

Woensdag, 27 maart 1968

Nog steeds dat mooie lenteweer. In de namiddag reden we naar Steenberg, naar de vijver, waar die supergrote ‘groeistenen’ lagen. (*)

Om de een of andere reden kaartten we er na over onze tocht naar Hofstade (bij Mechelen) die we tijdens de grote vakantie in 1967 hadden ondernomen. Wij, dat waren R. en ikzelf en verder W., Marcel en André. Marcel en André waren met het idee komen aanzetten tijdens onze eerste vakantie met een echte werkervaring. Maar dat is een apart verhaal waard. (**)

Donderdag, 28 maart 1968.

‘Het weer zoals het nu is kan ik met geen woorden beschrijven’, concludeerde ik toen.

In de uit beton opgetrokken gebouwen van de staatschool was het om te stikken.

‘s Avonds speelden we Russisch kamp met Magda en Olga. Helaas reeds allebei RIP.

Vrijdag, 29 maart 1968.

Nog steeds: the weather.

Zaterdag, 30 maart 1968.

Grond omspitten in de tuin.

Zondag, 31 maart 1968.

Verkiezingen. Benieuwd wie gaat winnen!

(EDS: Dat ik het nergens heb vermeld wie uiteindelijk de ‘gevallen’ VDB opvolgde, laat zien, hoe weinig, of niet politiek geëngageerd we waren).

Wij speelde ‘katje verbleekens’ (verstoppertje). Een kinderspel, dat we nog wel eens plachten te beoefenen zeker wanneer het andere geslacht aanwezig was, en mee deelnam. R. profiteerde er nog al van door met M. te verdwijnen op de schelf van ‘Sjalen van Lokes Dille’.

Het werd al te snel donker....

Donderdag, 4 april 1968.

V. kwam even langs toen ik aan het graven (spitten) was. ‘t Is af sprak hij’. Ik wist onmiddellijk dat hij doelde op A. Dt zou de situatie in de buurt aanzienlijk kunnen veranderen, bedacht ik, toen met quasi zekerheid.

Vrijdag, 5 april 1968.

Vandaag op de Kleine Steenweg vertelde R. over school, maar hield daar toch snel over op toen zijn jongere broer plots aan kwam zetten. Wat wij wel wisten, maar blijkbaar zijn directe omgeving niet, was dat hij slecht boerde op school, en daardoor bij gasten zat, die wij als bijna kleuters beschouwden. Al zal hij het later in het leven, zoals dat heet, nog bijzonder goed op zijn pootjes vallen.

Zaterdag, 6 april 1968.

Een aantal gasten hebben met de post een kaartje gekregen dat ze zich moeten aanmelden bij de BOB in Aalst. Uiteraard dat dit het gesprek van de dag was. Zelfs M. had een ‘uitnodiging’ gekregen, terwijl zij geen betrokken partij was. Een gast, R., die ze later ‘de pater’ noemden en die daar dikwijls was geweest, kreeg geen uitnodiging.

Wat was er aan de hand? In een naburige wijk had een gast de garage thuis ingericht als ‘privéclub’ met de nogal prozaïsche naam van ‘Snokkersclub’. (EDS: blijkbaar bestond ironie toen ook al). Het betrof een soortement mancave avant la lettre, met schaarse verlichting, zachte oude versleten zetels, en verkoop van drank. En dat kon de BOB niet tolereren, en vermoedelijk ook de buren niet.

Iets dergelijks kwam wel meer voor in die dagen. Sommigen, zoals in Hofstade, reikten zelfs een lidkaart uit, en hoopten daarmee de dans te kunnen ontspringen, maar niets gekaart.

Het verhaal deed al snel de ronde dat het om ‘zedenfeiten’ ging.

O. een boerenzoon was bij de eersten die opgeroepen werd door de BOB. ‘Trek het kort’, zei hij, ‘want ik moet mijn beesten nog gaan voederen’. ‘Hoeveel lampen branden daar?’ snauwde men hem toe. ‘Als de deur openstond en de zon scheen, was het daar klaar, en als de deur toe was brandden er zeven lampen,’ diende hij hen van repliek.

Later nooit nog wat van gehoord. Of er ooit voor de ‘uitbater’ wat gezwaaid heeft is mij niet bekend. In elk geval heeft er naderhand boven de toegangsdeur jaren lang een basketring gehangen, en is er bij mijn weten nooit meer iets geschonken in die garage. Al blijft de herinnering trugkomen, telkens ik er op een zomerse dag langs fiets.

Zondag, 7 april 1968.

Begin van de paasvakantie. In die dagen was er op zaterdagvoormiddag nog les tot ‘s middags.

Naar mijn platen geluisterd.

Ik volg de natuur nu bijna op de voet.

Dinsdag, 9 april 1968.

Op de markt kwamen we C. tegen, een gast uit Lede die in de klas bij V. zat. ‘s Namiddags zakte hij af naar de Kleine Steenweg. We speelden een tijdje voetbal.

(EDS: later in dit verhaal zal ook ene C. opduiken, waarmee ik bevriend werd. Wij waren en zijn nog steeds zeer grote muziekfanaten, met een vrij gelijklopende smaak. Het verhaal lijkt o zo erg, op dat van ene Yvan Vaughn, V. in ons geval, die als gemeenschappelijke kameraad twee uit verschillende scholen afkomstige voor elkaar onbekende personen samen brengt (John en Paul in dat geval)).

Woensdag, 10 april 1968

Kluiten kleinen in de tuin.

Nu het vakantie was liepen A. en L. net als wij dagelijks op de Kleine Steenweg. Zoekend en aftastend. R. verklaarde dat hij er nu werk ging van maken, maar toen de confrontatie zich opdrong, reed hij opzettelijk met zijn fiets in de haag, om op die manier wat achterop te geraken. En ook ons duo bracht extra meisjes uit Lede mee, vriendinnen van school. We kwamen wel te weten dat ze zondag, met Pasen, naar de Bossestraat zouden komen. Naar de jaarlijkse Schoolkenskermis. (***)

Donderdag, 11 april 1968.

Patatten geplant.

Plannen maken over hoe we eventueel een Sachs motortje op onze crossers zouden kunnen monteren. Het was vooral R. die bezeten was door motoren.

‘s Namiddags opnieuw naar Steenberg getoerd.

V. en S. gingen naar de Witte Donderdagmis.

Met V. nog gebabbeld over onze voorkeuren voor meisjes. Lange haren, dat was het waar we voor vielen, en zo liepen er niet teveel rond in de buurt.

In het nieuws: een of andere halfgare nitwit had drie eenden koelbloedig afgemaakt.

(Goede) Vrijdag, 12 april 1968.

Van wie we het geleerd hadden om aan meisjes punten te geven, weet ik echt niet meer, maar ik verdenk sterk R. In elk geval A. kreeg zeker 8,5.

Omdat het plan van die Sachs motor ver boven onze mogelijkheden lag, hadden we besloten, om speelkaarten aan de spaken van het wiel te bevestigen met wasspelden. Tijdens het rijden maakte dat een nogal klepperend geluid.

We beseften pas hoe onnozel we bezig waren, toen de meisjes ons voorbijfietsten. De houten wasspelden lagen snel aan de kant. R. had V. een afspraakje laten regelen met L., en dus die twee verdwenen, elk in een andere richting om elkaar ergens in ‘Den Brekkenaar’ terug te vinden. A. bleef handig uit de buurt, door zich te verschuilen bij een bevriend koppel van haar ouders dat in de de buurt woonde.

Uiteindelijk dropen we allemaal, teleurgesteld af, richting huis.

Zaterdag, 13 april 1968.

Naar Aalst naar de markt, en ‘te biechten’ bij de paters van Sint Job.

Nog wat kleren gekocht. Een broek en een hemd. Vooral dat hemd was ‘de rage’. Een Mao hemd (****) in, als ik het mij goed herinner, fel groene kleur. We leken in die dagen wel heel erg op Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick en Tich. Althans wat het scala aan kleuren betreft.Blog image
Deze keer moest R. helpen bij het patatten planten.

Zondag, 14 april 1968.

Al vroegen in de ochtend, stond R. voor de deur, om zijn Mao hemd te showen. We reden naar de beenhouwer, luisterden verder die voormiddag naar de radio.

‘s Namiddags bewonderden wij o.a. het vogelpikken per fiets, en even later het bakschieten per fiets. Helaas vergane volkssporten. A. en L. verschenen op het toneel in gezelschap van een kozijn van L. en die liep te pronken met de mantel van A. rond zijn schouders. Voor V. werkte dat als een lap op een rode stier. En dat liep toch weer niet goed af. We hadden ons van dit weekend duidelijk wat anders voorgesteld.

(*) stenen waarin zich nu nog altijd restanten van schelpjes bevinden. Ooit kwam de zee tot daar. En wie zweet, komt ze ooit haar plaats terug opeisen, as we niet opletten.

(**)Lees: ‘Mijn intens korte ervaring als meubelmaker’.

(***) beschreven in ‘Verbooden scens te scieten’.

(****) Mao hemden. Helaas is hierover op het internet niets, maar dan ook niets terug te vinden.







Uit een dagboek geschreven in 1968 (deel 2)Forever Young

Posted by Eddy De Saedeleer 19 Apr, 2018 01:34

Twee dagen is het nu al schitterend mooi weer. Alles komt in bloei. Veel te vroeg, want de ijsheiligen liggen nog op de loer. Alles komt terug. De geschiedenis herhaalt zich, want ook vijftig jaar geleden beleefden we in die week na pasen heerlijke tijden. Pasen viel in 1968 op 14 april, en de week daaropvolgend beleefden we de paasvakantie. Nog altijd doelloos dagen potverteren, en ons bekommeren om wapperende rokken.

Wanneer ik vandaag door ons dorp rij, zie ik de jeugd bij elkaar troepen, jong en zoekend. Het lijkt nog steeds een beetje 'dorp' zoals Wim Sonneveld het ons voor zong. Terug naar het land van Xanadu....

Blog image

Uit een dagboek geschreven in 1968 (deel 2)

Voor de duidelijkheid 'lichtjes' aangepast aan de thans vigerende spellingsregels...

Woensdag, 17 april 1968

Vanmorgen ben ik om een uur of tien opgestaan. Ik ben nog bij de beenhouwer geweest. Meer valt er over de voormiddag niet te melden.

Vanmiddag kwam R. mij halen; de sukkel was met zijn crosser. Ik nam de mijne ook maar. We zijn zo voor de grap naar de turfputten gereden. Ik zou liever eens naar de zavelput gereden zijn, dan hadden we nog kans dat we langs A. konden passeren.

Later op de middag zijn we bij W. gegaan. Met die zijn we dan toch langs de zavelput gereden. Ik werd er helemaal week van, zo prachtig was het daar. R. was daar natuurlijk direct: ‘Zijn we verder jong'? Het is daar een machtig zicht. De ganse natuur zien. Ten slotje zijn we dan toch doorgereden. Op de Kleine Steenweg hebben we daar rondgetoerd. R., V. en ik. Plots zag ik A. en L. uit de richting puitenvijver komen. Ik zei niets en de anderen merkten het pas toen ze de straat op kwamen. Ze trokken naar ‘t winkelken; dat was om V niet te moeten voorbijgaan.

Toen ze meenden terug te komen bleven ze ginder ten slotte op straat staan. Ik zei dan tegen V.: ‘Toon eens dat je naar huis rijdt, ze zullen wel langs hier komen’. Hij deed het. R. ging binnen om een pullover. Ik stond daar en ja ze kwamen. Maar natuurlijk V. kwam terug en ze stapten maar verder. V begon in een rondje te rijden. ‘En straks als ze hier zijn rijd ik hun broek uit’ zei die. Ze hadden namelijk een lange broek aan.

‘Als ge niet stopt rijd ik u omver,’ en ik reed terstond op hem in. Hij moest een zwenking maken.

R. was intussen buitengekomen en ik stond bij hem. V. reed nog steeds rondjes tot vlak voor A.’s voeten.

Toen ze voorbij waren riep hij hen nog na: ‘Is’t een broek met bretellen?’. Ik was vlammendste kwaad op hem. Ik zei een ganse tijd geen stom woord meer tegen hem. Ik ben hem toen beginnen uitmaken voor een zeveraar, een onnozelaar. Die vent kan nu eens geen vijf woorden zeggen zonder te zeveren.

Ik ben nog kwaad op hem. Omdat hij er na die bretellen affaire nog andere stampen in gaf.

'Gij pakt het toch verkeerd aan' zij R. ‘Als gij terug met haar zou willen meegaan dan zul je ‘t anders moeten aanpakken,’ zei R. nog.

‘Wel’ was zijn antwoord. ‘Ik ben er toch een paar weken mee geweest en jullie zullen d’r nooit mee meegaan, want ze wilt er geen meer uit de gebuurte.’

‘Ken jij haar tot in haar binnenzakken?’ Vroeg ik hem. ‘Ja’ gaf hij ten antwoord.

Dat maakte mij nog woedender. Ik kan hem niet meer uitstaat. Op de duur ben ik maar gaan eten.

Toen ik terug naar de Kleine Steenweg reed waren ze daar allebei een toertje aan het rijden, terwijl A. en L. er voorbij reden. Ik vond hen dwaas, en R. durft hen niets te vragen. Op een gegeven moment waren ze naar de root(*) gegaan. R. en ik vlogen er achter aan. S. volgde.

‘Zeg als ge ze vastpakt,’ begon hij, maar we schoten in een lach. S. die moet je bezig horen. Hij kan zich dan nog zo beestig slecht uitdrukken. R. en ik reden hen na. S. durfde niet uit schrik dat ze hem thuis zouden zien. En toen reed R. doodgewoon voorbij. Wat kon ik doen als volgen? Ze konden mij ook zien van thuis.

We hebben later op de Kleine Steenweg tot 9 uur wat staan praten met A., d.N., R., J.B. en W.

A. en L. zijn daar geel zeker nog een keer of acht voorbijgereden.

(*)de lange root. Een oude langwerpige vlasput waar ooit vlas werd in geroot.


The legend of Xanadu

You'll hear my voice
On the wind cross the sand
If you should return
To that black, barren land
That bears the name of Xanadu

Cursed without hope
Was the love that I sought
Lost from the start
Was the duel that was fought
To win a heart in Xanadu

Now no footsteps leave their traces
Only shadows move in places where we used to go
And the buildings open to the sky
All echo with the vultures cry as if to show
Our love was for a day
And doomed to pass away
In Xanadu
In Xanadu
In Xanadu

What was it to you that a man lay down his life for your love?
Were those clear eyes of yours ever filled with the pain and tears of grief?
Did you ever give yourself to any one man in this whole wide world?
Or did you love me and will you find your way back one day to Xanadu?

You'll hear my voice
On the wind cross the sand
If you should return
To that black, barren land
That bears the name of Xanadu

In Xanadu
In Xanadu
In Xanadu

Songwriters: Alan Blaikley



10 maart 1968Forever Young

Posted by Eddy De Saedeleer 11 Mar, 2018 12:12

Blog imageWat betreft 10 maart las ik wat volgt in het Blommenkindersdagboek op het dagelijks iets degelijks blog van Ronny De Schepper. (*)

Iedereen aanwezig. Hebben door het slechte weer ons met platen spelen moeten tevreden stellen. ’s Avonds zijn we gaan wandelen. Door het vinden van een voetballetje hebben we ons nog goed vermaakt ondanks het feit dat het niet veel op specialistenvoetbal trok. Ook was er onenigheid over het al dan niet gaan naar KSV Temse-Gerda.

Dat het geen al te bijster mooi weer was die dag kan ik beamen. Lees even mee.

10 maart 1968

Wakker geworden en ineens beseft dat het zondag was. Blijven liggen, omdat we toch al de dag ervoor nar de kerk waren geweest. In de voormiddag miezerde het. In de namiddag ging R. met Lutgarde naar de Palace. Om twee uur moest hij aan het station zijn, stond er in de brief die hij van haar had gekregen. Daar stond o.a in dat ik mee mocht, maar daar had ik geen zin in. ‘s Avonds zou R. naar de turnkring gaan. Bij mij rijpte halvelings het idee, om naar een toneelopvoering te gaan in Erpe. In de namiddag druppelde het miezerig. Op de Kleine Steenweg was geen kat te zien, behalve A & L. De ganse namiddag thuis gezeten. Ik verveelde mij en Ik vervloekte de dag. Rond 18 uur naar de Engelse hitparade geluisterd op Radio Two op de lange golf.

Met een, ‘ik ga vanavond naar de Pax’, trok ik de deur achter mij dicht. Er zullen wel bekenden genoeg zijn. En zijn die er niet dan kan ik nog altijd rechtsomkeert maken. Zelfs bij Stuyvers maakten ze zich klaar om te vertrekken zag ik nog. Aan de Vijfhuizen bolde F. mij voorbij met achter in de auto het onafscheidelijke duo A & L. Aangekomen zag ik de fiets van V. staan. Nog even mijn haar in de plooi trekken, terwijl de anderen aan kwamen gelopen. Ik moest eerst nog stomweg betalen, en daardoor verloor ik de anderen met een voorverkoop kaartje even uit het oog, maar geen nood want ik kreeg van het duo al direct te horen: ‘ga maar rechtdoor en daarna sla je links af.’ V. had een plaatsje gehouden voor mij.

Over het toneel vermeldt ik hier tussen haakjes, dat dit machtig geslaagd was.

Het mag duidelijk zijn, dat wij meer geïnteresseerd waren in de pauzes tussen de verschillende acts, waarin wij een luchtje gingen scheppen, en A & L probeerden te versieren.

Zij wandelden richting speeltuin net voorbij het klooster, en V. zei: ‘Kom ga je mee?’ De Stuyvers dorsten niet, en V. en ik sloegen als echte groten onze arm om de schouders van de meisjes, en naar ik mij herinner gaven we enkele snelle onhandige kusjes, en vertoefden voor de rest van de avond in hogere sferen. Vermoedelijk ook de reden dat er van de toneelopvoering niet veel is blijven hangen. (EDS)

Bon, het miezerde dus vandaag precies vijftig jaar geleden.Blog image

Ook Zaki kijkt terug.

Ik kocht onlangs een boek over ondeugendER oud worden, van een zekere Jaques Dewaele, al gaf hij het niet uit onder die naam. Tja wie kent hem nog? Zaki blikt terug, of beter kijkt naar zijn tijdgenoten van vandaag, en betreurt het dat wij, ja ook ik, stilaan behoren tot die generatie waar vooral op neergekeken wordt door het jonge grut.

Het boek lijkt wel een verzameling blogteksten.

In de inleiding krijg je als lezer al onmiddellijk wat goede raad mee, voor op je verdere leesreis. Hij stelt: “ik kan nu rustig advies geven, want ik heb het zelf niet meer nodig.” En vervolgt met een tweetal adviezen: reis altijd in eerste klas, anders doen je kinderen het. Tweede advies meer bepaald voor de mogelijke jongere lezers: respecteer de ouderen, ze moesten afstuderen zonder Google en Wikipedia.

Voldoende interessant om over te gaan tot de aankoop van dit werkje uit 2016. Ik had het zelf niet beter kunnen formuleren. Er gaapt een kloof tussen al wie in luiers liep na pakweg 1995 en zij die datzelfde voorrecht hadden begin jaren vijftig. Born in the fifties zong Sting ooit met de Police ergens in het tussentijdperk.

Zaki heeft het er overigens ook een paar keer over, dat de jeugd helemaal niet beseft, dat de oudjes van nu, opgroeiden met Beatles en Rolling Stones. Dat zij het waren die de deuren naar de nieuwe wereld waarin alles wat toen nog verboden was hebben opengegooid. De generatie die nu tegen de 65 aanschurkt liep in 68 door de straten met de bedoeling om de Walen de toegang te ontzeggen aan onze Leuvense universiteit.

Het was die generatie die naar het eiland Wight trok, omdat Woodstock te onbereikbaar was. Het was die generatie die er voor zorgde dat uiteindelijk Playboy in de winkels werd verkocht met blote covers, ontdaan van strategisch geplakte stickers.

In die tijd moest je nog 15 zijn om Kobeke van Ernest Claes te mogen lezen. R. Met zijn lezerskaart van veertienjarige werd prompt teruggestuurd toen hij het boekje op de toonbank van de Aalsterse bib deponeerde. De redding kwam er stilaan toen films als Barbarella met een jonge Jane Fonda opdoken in de bioscoopzalen, en er op de Londense podia zelfs musicals als Oh Calcutta verschenen.....

Het is die generatie, onze generatie, die in veel interessantere tijden leefde, veel strijdvaardiger was, waar nu door de jeugd, die zich afvraagt wie Paul McCartney was, al te vaak wat meewarig op wordt neergekeken.

Je ziet ze inderdaad niet in reclame, niet in hippe tijdschriften, niet in flitsende praatprogramma’s, omdat deze wereld beheerst wordt door een generatie jongere narcisten die zich dansend rond dezelfde vijver vergapen aan zichzelf.

Die generatie die zelfs niet weet hoe een eenvoudig pensioenstelsel als het onze werkt, en nu al moord en brand schreeuwt over hun oude dag, die hun nooit gegund zal worden. Althans dat is wat zij vandaag denken. En uiteraard wat ook elke meeloper op sociale media maar wat graag bevestigt. Met degelijke nitwits, die bovendien ook nog onze wetten bepalen, leven we in een gevaarlijke tijd. Misschien is een van de stellingen in het Zakiboek nog niet zo’n slecht nieuws. Hoe meer geld er nodig zal zijn voor de vergrijsde als maar langer levende horde oude raven, hoe minder men zal kunnen uitgeven aan, legertuig, en hoe dichter de oude hippies bij hun idealen uit de sixties zullen komen: wereldvrede.


Uit een dagboek geschreven in 1968.

Het jaar begon op een maandag precies zoals dit jaar 2018, vijftig jaar later. Citaat: “ Wat ik over deze dag te schrijven heb is niet veel bijzonders”. “Het was een nieuwjaarsdag zonder wit tapijt” voegde ik er nog aan toe.... Nu 50 jaar, na datum, kan ik enkel concluderen, dat dit niet de meest literair hoogstaande openingszin was waarmee ik indertijd in een ‘cahier de brouillon’ een aanvang nam met het noteren van wat er zich in mijn leven, en omgeving, afspeelde. Een beetje vergelijkbaar met het Blommenkindersdagboek op het blog ‘dagelijks iets degelijks’ van Ronny De Schepper. (*)


Eeuwig jong in de Molenstraat.

Een prachtige naam die de tijd mooi samenvat, en omdat 1967 al achter ons ligt en dus die Blommenkinders al bezet zijn, hou ik het op..... Forever Young in Mill Valley. De Molenstraat die bijna aansloot op de Kleine Steenweg, een buurt waar we vaak vertoefden. Aan de ingang van de vroegere villa, van de Aalsterse familie De Wolf-Cosijns, toen gekend als hotel Cottem, lagen aan de toegangspoort twee grote ronde arduinen stenen, die we vaak gebruikten als zitbank. Daar kwamen we vaak samen. Blog image

Een greep uit het leven van toen.

Een typische dag zag er als volgt uit: in de voormiddag met kameraden naar de dinsdagmarkt in het naburige Lede fietsen, om er ‘naar de meisjes te kijken’. ‘s Namiddags luisterden we dan bijv. naar plaatjes die de vader van R. had opgenomen op een Sierra bandopnemer.

Er van dromen om zelf een gitaar in elkaar te knutselen, wat doenbaar leek, na het bestuderen van een bouwplan in een boek van de serie Jongens en Wetenschap. Het resultaat kwam in de buurt van wat tegenwoordig een cigarboxguitar heet.

Wapperende rokken.

Ontdekken van de andere helft van het universum, zoals Lennon dat later zo mooi omschreef. De ene interesseerde zich net iets sneller dan de andere aan wapperende meisjesrokken, en mooie benen die voorbijfietsten op minifietsjes. Eigenaardig genoeg hadden wij daar nooit oog voor gehad en plots als uit het niets verschenen ze in de nadagen van de Summer of Love.

Zoals in het leven van V die zich in 1967 bij het begin van de grote vakantie ter gelegenheid van Sevecootkermis een lief opscharrelde. Dat liep vlot in het begin, althans toch voor twee dagen, tot de jongere broer van Marleen VDB, het thuis ging vertellen aan haar moeder, die prompt op haar brommer sprong, en de buurt kwam onderzetten, haar betoog eindigend met de ferme zinsnede: “en wat als er kinderen van komen?”. Tja wat wil je wanneer betrokken partijen zelf maar 13 of 14 zijn? Het was uit... zo ging dat toen.

Er werd wat “afgetast”, letterlijk en figuurlijk in die dagen. Vaak erg onhandig, want er was nog geen internet om ons “op te voeden” of voor te lichten met handige plaatjes of filmpjes.

Voor onze voorlichting zorgden we zelf zoals die keer in de Molenstraat aan de Cottemmolen waar we regelmatig samenkwamen om er over alles en nog wat te palaveren. De watermolen lag aan het einde van de Molenstraat, daar waar nu het natuurgebied solegem Honegem begint. Zekere dag had R een condoom bij zich dat hij van een vriendje op school had gekregen. Waarschijnlijk zal dat toen de eerste “capote Anglaise” zoals dat toen nog heette geweest zijn die we aanschouwden. Omstreeks dezelfde tijd vergaapten we ons aan de plaatjes in een weggegooide Ciné. De tijden zijn veranderd.

De Handelschool

Het was de tijd dat jongens en meisjes nog behoorlijk gescheiden werden gehouden in het schoolleven, en zeker in het katholieke net.

De kameraden waren allen, op een half jaar na, ongeveer even oud, waardoor het kon dat de ene een jaar hoger of lager zat op school. We zaten verspreid over verschillende scholen. De ene in een katholiek college en anderen in het ‘staats’ onderwijs. Allemaal zaten ze op jongensscholen, behalve ik.

Zelf was ik de uitzondering op de regel, en de enige die op een gemengde school zat, deels bewust en deels onbewust, omdat mijn pad nu eenmaal zo gebeiteld werd door enkele elkaar opvolgende leraars frans in de lagere humaniora aan het Aalsterse Koninklijk Atheneum. Daar kon het in de derdes, het eerste jaar van het hoger’ alleen maar fout lopen bij ‘de spek’, een man waarvan de naam mij nu ontsnapt. Om dan toch maar in dezelfde richting te blijven doorgaan was er enkel de mogelijkheid van de beruchte Handelschool in dezelfde stad. Ik kende deze gemengde school al omdat ik er in september 66 een jaar zondagsschool aanvatte bij een onlangs overleden leraar, die we vooral aan het lijntje hielden door hem te laten vertellen over zijn duikervaringen in de Middellandse zee. Op de duur bleef ik op zondagochtend vaker liggen dan dat ik naar zijn verhalen ging luisteren, al moet ik, zeggen dat we van die man toch behoorlijk wat frans meekregen. Mijn belangrijkste herinnering blijft hoe hij ons in lyrische bewoordingen warm maakte voor de toenmalige plaat van Adamo, Inch Allah, de zesdaagse oorlog, het Palestijnse vraagstuk, en ons de tekst echt deed beluisteren. Waarvoor nog altijd dank.

Een van de constanten in dit leven zal toch wel voor eeuwig muziek zijn, en dat was vijftig jaar geleden niet anders....

In die dagen werkte ik aan een Beatles “scrapboek”. Een project waarvoor ik quasi alle Muziek Expressen van de drie jaar ervoor an flarden knipte. Een aantal volleblad foto’s eindigden overigens ook aan de slaapkamer muren. Herstel van de collectie zou dezer dagen niet enkel moeizaam verlopen via talrijke bezoeken aan gespecialiseerde platen en muziekbeurzen, maar overigens ook behoorlijk weghappen in de portemonnee.

Tussendoor lid geworden van de Beatlesfanclub, en in de bib het boekje ‘Wij zijn de Beatles’ van Billy Shepherd (**)meegenomen om er een spreekbeurt uit te distilleren voor de les Nederlands. Alles verliep toen nog op het ritme van de snelheid van het postwezen. Elke dag in spanning naar de brievenbus hollen, om vast te stellen dat de lidkaart er nog niet was, en toen ze dan toch eindelijk kwam, bleek dat er nog een pasfoto op moest, wat weer enkele dagen duurde. Toch iets anders dan eender welk online lidmaatschap waar je de dag van vandaag een muisklik van bent verwijderd.


En dan was er nog de dagelijkse portie radio.

Blog image

Het exemplaar in onze huiskamer dateerde uit 1956. Het was een SABA. Een exemplaar waarin je bovenaan onder een klep ook nog een platenspeler vond, ook al van stevig Duitse makelij. Een eenvoudige Dual, maar toch eentje waarbij je het element in de toonarm 180 graden kon omklikken, zodat de arm was uitgerust met of een zware naald voor 78 toerenplaten, of een dunnere naald voor 45 of 33 toeren. Jawel 33 toerenplaten moeten dus in Duitsland in Villingen in het zwarte woud waar alles vandaan kwam al voorhanden geweest zijn. Mijn ouders hadden voor de combinatie meer dan 8000 frank opgehoest, wat toen een fortuin moet geweest zijn. Gelukkig was er een doos bijgeleverd met drie 78 toerenplaten: Bobbejaan Schoepen, Ray Franky en het Trio Cortez.

Pas in de nazomer van 66 kocht ik een eerste 45 toerensingle: yellow Submarine, van hoe kon het ook anders, de Beatles. Een single in een groen papieren hoesje, zonder foto, gekocht in de Unic te Lede. Ik zie het uitstallen nog zo voor mij, aan de rechterkant bij het binnenkomen. De Unic is er allang niet meer, het gebouw nog wel, en je kan de plaats nog steeds gaan bewonderen, al staan er nu andere dingen uitgestald, gewoon omdat het een Bel & Bo is geworden.

De radio was voorzien van een FM band, iets wat je toen ook al niet op een doorsnee radio aantrof. Verder was er uiteraard het traditionele groene oog, dat je enigszins kon helpen bij het afstemmen op een of andere verafgelegen post. De afstemschaal daar kon je geen steek op gaan, want dat was een opsomming van Duitse, en andere achter het ijzeren gordijn gelegen onbekende steden. Blog imageBrussel stond er nog wel op al was het met twee puntjes op de u. FM ws vooral interessant omdat je daar AFN kon opvangen. Amerikaanse radio voor de soldaten in Duitsland, en zijn tijd behoorlijk vooruit. Lange golf was enkel goed voor BBC twee en dan nog enkel op zondag vanaf 18:00 uur wanneer ze de top 20 platen draaiden. Middengolf leverde al die wondermooie muziek op de piratenstations. De golflengten veranderde je door een van de gele drukknoppen in te drukken in een rij die min of meer op een reep witte melkchocolade leek.

Op dat toestel was er met die middengolf een eigenaardigheid. Daar waar op de doorsneeradio links op de afstemschaal radio Veronica op 192 lag, kon je bij ons verder naar links in de 180 meter band. Wanneer je met de rode naald door het stukje afstemschaal tussen 180 en 190 bewoog dan doken daar in de begindagen van 1968 plots radiostations op uit de onmiddellijke omgeving. Het bleek om vooral jonge gasten te gaan, die voor zichzelf een zender hadden in elkaar geknutseld, en daar onderling met elkaar met communiceerden. Dus eigenlijk programma’s hoorde jen daar niet. Het was veeleer een CB avant la lettre, of straffer nog een vorm van chatten zoals we dat nu kennen van het internet. Die gasten opereerden onder tal van verschillende benamingen. Eentje noemde zich Elektron, een andere heette Venus of Vibrato, Atlanta en Halifax.

Ik herinner mij nog de avondlijke spanning, wanneer ik door dat afstemgebied scrolde: zouden ze er vanavond zijn, en zouden ze iets te vertellen hebben. Na enkele avonden was het duidelijk dat die gasten zich voornamelijk ophielden in en rond Aalst. Op een gegeven ogenblik bleek er zelfs eentje mobiel te zijn. Uiteindelijk duurde dit alles bijeen amper enkele maanden, en al snel bleek dat een van die mannen een incognito figuur van de RTT (later Belgacom en nu Proximus) te zijn, waarna het voor de rest van de tijd oorverdovend stil werd in dat hoekje van de radio. Nog niet zo lang geleden kwam ik al kringwinkelend de overbekende Jaak tegen, en om de een of andere reden hadden we het over oude radio’s en specifieke eigenaardigheden met die radio’s. En... hij beweerde een van die mobiele gasten te zijn geweest, al situeerde hij ze een vijftal jaar later. We weten intussen al dat het geheugen mensen vaak parten speelt wanneer het om vroeger gaat, en we weten ook dat het geschreven woord in dergelijk geval uitkomst kan brengen.

Hoe vaak heb ik nadien in februari niet met de naald het gehele spectrum van de afstemschaal doorlopen, op zoek naar het geluid van de op 3 februari gestrande Mi Amigo, het zendschip van Radio Caroline. We weten nu waarom het ophield, en hoe chaotisch het er aan toeging in die laatste dagen van de enige overgebleven zeezender.

Heel even terugspoelen naar....

De tweede januari sloot ik af met enkele oefeningen op mijn mondmuziek: proberen de begintune van de Marseillaise te spelen. Wij kenden dit uit de intro van All You need is love van de Beatles, de uit de vorige zomer daterende single. te spelen. Verder dan die poging ben ik overigens nooit geraakt in het bespelen van een instrument. Beluisteren van instrumenten daarentegen.....

‘All you need is love’ maakte deel uit van een beginnende vinyl collectie die ik toen nog makkelijk kon overzien, en waarvan ik niet kon vermoeden dat ze vijftig jaar later nog steeds zou aangroeien.

Driekoningen, 6 januari, een zaterdag, en in die tijd dus ook nog een halve schooldag, het leven van de jeugd, was toen nog hard.... een marteling om de les godsdienst en daaropvolgend twee uur bijzonder boekhouden uit te zitten.

Met de fiets naar school betekende bijv. ook dat je in het geval van een lekke band, onder de middag, het hele eind te voet naar huis kon lopen. Snel iets achteroverslaan en met een oude rerservefiets terug naar school karren. Welke jongere zou dit vandaag nog doen?

10 januari en het sneeuwde.

15 januari... we kregen opdracht op school om ons te voorzien van de benodigde bankdocumenten voor de les van praktijkboekhouden. Snel naar een paar banken lopen voor een setje wisselbrieven, cheques, warranten en andere ingewikkelde toestanden. ....we gingen met ons vieren naar de Kredietbank om documenten. Ik had het gevoel dat ik hier later ook eens zou zitten.... schreef ik toen letterlijk. Hoe helderziend kan je zijn? Later in de Bank van Brussel waren we van de kaart bij de aanblik van de nog vrij jonge receptioniste, een jaar of twintig, met een stel benen om u tegen te zeggen.... Wow, onze hormonen moeten toen duidelijk opgespeeld hebben.

Leuven Vlaams: de grote stakingen.

Woensdag 17 januari. Het viel niet mee in de klas, en dat was vooral te danken aan die “ros”te van frans. Zal het ooit nog goed komen met de taal van Molière?

Maandag 22 januari. Die van frans werd met de dag kwader. Het lag zwaar op haar maag dat er zich in Leuven iets roerde, en dat men het vooral tegen de franse taal en Franstalige studenten aan de Leuvense universiteit had gemunt.

Woensdag 24 januari. De spanning stijgt in Leuven, waar de studenten duidelijk niet meer akkoord zijn met de Walemannen.

Donderdag 25 januari. Afkondiging op school: morgen staking.

Vrijdag 26 januari. Vandaag was het staking. Ge zoudt de markt in Aalst moeten gezien hebben. Geelzeker 5000 leerlingen waren er. We konden niet binnen in de school. Betogen, zitstakingen. Nadien liepen we de cafeetjes af. Monopole, Las Vegas, de Baccara (***). In den Baccara kwam ik B, mijn achternicht nog tegen. Leuven Vlaams, alle Walen buiten riepen we toen.

Zaterdag 27 januari. Nog altijd staking. Op TV de laatste aflevering van Voyage to the bottom of the Sea.

Ondanks dat er was aangekondigd dat er nog een volle week zou gestaakt worden, stopte de staking op dinsdag, en dat leverde ons thuis in de brievenbus een afwezigheidskaart op.

Woensdag 31 januari. Loos had zich twee moto’s gekocht.

Vrijdag 2 februari. Weer staking op school.

Zaterdag, 3 februari. Rond een uur of zes thuis nog wat plaatjes gedraaid.

Maandag 5 februari sneeuw

Dinsdag 6 februari: zwarte dinsdag. De studenten leggen alles plat. ‘S avonds op de radio geluisterd naar Patapoef.

Woensdag 7 februari: de regering Van den Boeynants is gevallen. De studenten hebben gewonnen.

Vrijdag 9 februari: de les boekhouden begin een half uur nadat ze eigenlijk had moeten gestart zijn. Noot: we hadden een pas afgestudeerde lerares die zoals dat heet “ geen hand kon steken aan haar klas.

Recenseren, het blijft een kunst.

Wat volgt moet zowat mijn allereerste recensie zijn die ik ooit neerpende. Voor verbetering vatbaar.

Zaterdag 10 februari: Magical Mystery Tour (****) wordt uitgezonden op de Nederlandse TV. Gekeken bij R want die hadden antenne op het dak staan en konden dus over de grenzen heen tv kijken.

....Twee ticketjes a.u.b. Dank u wel. Ringo, waarom gaan we daar nu mee op stap? Ach zaag niet zo, tante Jessy. Toen uncle Jack nog leefde, maakte je zo geen ruzie, en zet je niet telkens neer.....

Het begin van een merkwaardige beatlefilm, die heel wat negatieve kritiek kreeg. Maar dat kon ons jonge beatlefanaten niet deren.

I am he, as you are me, and we are all together. I am the eggman, I am the walrus, googoogejoob.

En nog een hoop doldwaze scenes....

Er kwam een vent op het toneel die Elvis imiteerde. Toen die goed en wel aan het zingen was verscheen een stripteasedanseres op het toneel, die zich stuk na stuk begon te ontkleden. Dat was machtig. Ook de uitvoeringen van Blue Jay way en your mother should know, en die prachtige bus: the Magical Mystery Tour, volgden.

Dit was dan het verhaal. Veel meer valt er niet over te vertellen. Het was eigenlijk niet samenhangend. Eindigen deed ik nog met een kwotering. 7/10. Hun vorige film Help! Kreeg een 8/10.

Verder spoelen naar:

Zondag11 februari: naar de cinema FBI contra de blauwe Lotus.

Zondag18 februari: mijn eerste scheerbeurt (nat zoals dat hoorde in die tijd). Cinema Feestpaleis: Guns of Navarone. R zijn vader vond dat we dat meesterwerk moesten zien. In Engeland vangt de zomertijd aan.

Woensdag 21 februari. R zaagt thuis voor een brommer. Zelf zaag ik voor een bandopnemer.

Vrijdag 23 februari: we spreken af om samen met R en een paar schoolkameraden naar Karnaval te gaan met de bus. Karnaval schreven ze in die dagen nog met een K ipv een C.

Maandag 26 februari: voor het eerst binnen in zaal Korenbloem bij Van der Elst waar een grote foto van James Dean aan de muur hangt, en waar we in een kusjesdans doken.

Dinsdag 27 februari karnavalsdinsdag: een flop; bijna geen volk. Terug naar de

Korenbloem, de zaal achter het cafe van Van der Elst en later togen we nog naar de Krocht.

Donderdag 29 februari... het jaar schrikkelt.... zich een dag.

Vervolgt.....

(*) Wanneer ik RDS zijn Blommenkindersdagboek lees, kan ik enkel vaststellen dat ons vriendengroepje zich weinig anders gedroeg dan eender welk ander groepje of dit nu in Erpe dan wel in Temse was. Lees meer bij http://ronnydeschepper.com

(**) Billy Shepherd schreef hdet allereerste boek over de Beatles. Later verscheen nooit meer iets van hem. Vermoedelijk omdat Billy Shepherd niet bestond en Brian Epstein opdracht gaf aan Neil Aspinall (latere directeur bij Apple) uit de Beatlesentourage om een boekje te schrijven onder een pseudoniem. Wie googelt naar Shepherd komt terecht in het 'Paul is dood' verhaal en de meest extraordinaire theorie over de vervanging van Paul in 1966, na een auto ongeluk. De Beatles grijpen wel meer terug naar de naam Billy, o.a. op Sgt. Pepper waar Billy Shears opduikt.

(***) 10 plaatjes die in de jukebox van den Baccara staken.

Status Quo Pictures of matchstick men

The Bee Gees World

The Beatles Hello goodbey

The Beatles Magical Mystery Tour

The small faces tin soldier

Amen corner bend me shape me

John Fred and his playboy band Judy in disguise

Engelbert Humperdinck am I that easy to forget

Georgie Fame ballad of Bonnie and Clyde

Meest gedraaid in die dagen the Equals met Hold me Closer, de a-kant van Baby Come Back.

(****) Magical Mystery Tour, in tegenstelling tot de eerste twee films van en met de Beatles was deze bedoeld voor het kleine scherm en niet voor de bioscoop.



Robert Plant 40 jaar on the road.Recensies in rock

Posted by Eddy De Saedeleer 21 Feb, 2018 19:22

Blog imageEens je wat ouder wordt verwacht men niet enkel dat je je lot draagt, maar bovendien dat je daarnaast ook nog een buketlist meesleurt, met al die dingen waar je ooit wel eens van droomde, maar nooit de tijd voor nam. Heel duidelijk staat hier ‘nam’ en niet had, want ieder van ons heeft echt wel de tijd voor alles. Je hoeft het enkel echt te willen. En of dit nu bijv. reizen betreft, of uit een vliegmasjien springen maakt weinig uit. Zijn het gelukkige mensen die niet over een bucketlist beschikken? Ik zou het niet weten. De ene wil ooit eens op de Eiffeltoren staan, de ander dan weer zwemmen in de Mississippi, of wandelen op Vuurland. Hoe haalbaarder hoe meer kans dat je ooit een en ander kunt afstrepen.

Zo had ik vorig jaar begin december ‘een concert bijwonen in de Royal Albert Hall’ kunnen wegstrepen, had ik verdomme geweten dat het plaatsvond. Neen dus. Bon, niet getreurd, we zullen ons dan maar laven aan het album dat er gedeeltelijk ten gehore werd gebracht door Robert Plant.


X,Y of Z is een Britse zanger, enz... enz.... kom je vaak als openingszin tegen in artikelen wanneer je informatie zoekt over jouw “favoriete” pop- of rockster. Regelrecht gekopieerd en geplakt uit een Wikipedia artikel. Vaak inclusief onwaarheden, die dankzij deze techniek, zich voor eeuwig en drie dagen nestelen in de uithoeken van het wereldwijde web. Er valt niet veel tegen te doen, behalve misschien een spelletje ‘mens erger je niet’ spelen.


Robert Plant heeft zeer recent een nieuwe plaat losgelaten op de wereld. Maanden op voorhand aangekondigd, of net niet aangekondigd, via een sluwe marketingtechniek, die voornamelijk de pers deed likkebaarden, want zij zagen er tekens van God in, ergens op de Stairway to Heaven, wuivend naar Jimmy Page en John-Paul Jones, om eindelijk Led Zeppelin weer op de rails te zetten. Helaas, nu al tien jaar na 2007 en het O2 evenement voor Ahmed Ertegun bleek het kanonschot een losse flodder. Leperds wisten te vertellen dat in het najaar in Amerika op het Dessertfestival Jason Bonham en zijn band stonden geprogrammeerd, en dat dit vast een ‘cover up’ was van de geplande verschijning van Zep. Helaas.


Eenmaal het duidelijk was dat Robert Plant enkel zijn nieuwste worp aan het promoten was, haakte de persmeute af, en naar hoe het verder verliep op het Dessert festival hebben we het raden. De CD van Plant werd door pers en publiek ontvangen zoals dat tegenwoordig gaat met releases van de “oudere” generatie: twee dagen aandacht, ergens een kolommetje op bladzijde veertien in een muziekblad. Al mag RP niet klagen want de sporadische interviews die hij gaf, werden toch hier en daar gepubliceerd in de gespecialiseerde pers. Jawel zelfs hier te lande schonk Humo er aandacht aan.


Plant verdient meer aandacht.

Hij behoort tot die groep van muzikanten die zich op het muzikale pad begaven om onder andere te ontsnappen aan een oersaai leven. Beatles en Stones en anderen gingen hem voor op dat pad. Beoefende jobs als stratenmaker, of helper in een winkel of assistent bij een grafdelver (Stewart), of op Sheffield Steel’s wijze stalen buizen lassen (Cocker), dreven een aantal jongeren ertoe aansluiting te zoeken bij een of ander beat- of bluesbandje.

Net als Rod Stewart, David Bowie, en nog enkele andere had Robert Plant in de zomer van 68 al een leven achter de rug in de “business”. Plaatjes opgenomen, solo of in groepsverband, en dat zelfs bij gerenommeerde platenlabels als CBS. Lag het aan de kwaliteit van de nummers? Lag het aan het verkeerd pluggen bij pers en radio van deze singletjes? Of lag het aan het belachelijk Dave Dee, Dozy, Beaky Mick & Tich kapsel van onze held, verkopen deden deze 45 toertjes voor geen meter. Wie zelf wil vaststellen hoe goed of matig Robert Plant klonk, moet zich zijn compilatie cd ‘Sixty Six to Timbuktu’ aanschaffen. Daarop vind je materiaal van halverwege de jaren zestig, van o.a. Listen (waar hij deel van uitmaakte) en RP solo materiaal.

Dat zowel Stewart als Bowie die hetzelfde pad als Plant bewandelden en o.a. bij Decca singletjes uitbrachten, het uiteindelijk maakten is toe te schrijven aan het feit dat zij enerzijds ouders hadden, die hen niet verplichten om toch maar naar de fabriek te trekken, en anderzijds dat zij zich in Swinging Londen af en toe lieten opvallen, waardoor hun namen ergens bleven hangen, tot zij doorgespeeld werden aan een producer of manager die uiteindelijk wel potentieel zag in die gasten.


De nog onbekende Plant, de blues liefhebber, treedt in de sporen van o.a. Jagger wanneer hij de micro hanteert tijdens optredens van Alexis Korner en zijn bluesband. Iets wat o.a. Mick Jagger hem voordeed. Plant mag van geluk spreken dat ene Terry Reid, in die dagen, wanneer hij niet zelf optrad dezelfde clubs aandeed, en gecharmeerd was van Robert’s stem. Elke Led Zeppelin fan kent het verhaal van hoe RP bij Led Zeppelin terechtkwam. Led Zeppelin: een merkwaardige combinatie van twee Londense sessiemuzikanten en twee “boerenlullen” uit de Black Country in de Midlands, waarvoor de wereld door de knieën ging.


In een notendop.

Jimmy Page die na een initiële weigering (Jeff Beck hapte toen wel toe), uiteindelijk in de tweede helft van de sixties toch bij de Yardbirds gaat spelen, omdat er een plaats van bassist vacant was, eindigt er zijn carrière, waarbij hij eigenaar wordt van de naam van een “lege” groep, samen met een reeks nog af te werken concerten. Page, zoekt samen met manager Peter Grant, naar nieuwe muzikanten om de lege plaatsen op te vullen.

Enkele jaren eerder nam hij samen met Beck, en groepsleden van de o.a. De Who Beck’s Bolero op, en dat was de sound die hij ambieerde. En om dat te bereiken waren topmuzikanten nodig, of zoals later zal blijken mannen die “toch enigszins leken” op die mannen die hij eerst in gedachten had. Keith Moon drummer en John Entwistle bassist van de Who, aangevuld met de zanger/gitarist van de Small Faces, Steve Marriott, waren de namen die op een of ander ogenblik op zijn initieel verlanglijstje stonden. Zowel de Who, met sterke man Pete Townshend, als de Small Faces zaten in een bijzonder sterke houdgreep van hun management. In het geval van Steve Marriott was het duidelijk: het management liet verstaan dat indien Page nog ooit in de buurt zou komen van hun poulain, hij verder kon spelen op zijn gitaar, maar dan wel met een stel gebroken vingers. Auteur van die boodschap was de vader van Sharon Osbourne. De dochter zal later zelf manager van Ozzy worden. Page zocht en vond een stem die toch wel wat gelijkenis vertoonde met de stem van Steve Marriott. Hij hoefde niet echt ver te zoeken, want Terry Reid zat onder contract bij Micky Most, vriend en compagnon van Peter Grant. Micky Most was zelf een geflopte popster, met uitzondering van de paar jaar succes aan het begin van de jaren zestig, dat hij oogstte in Zuid-Afrika. Most had zich op het managementpad begeven, en scoorde o.a. met de Animals en The House of the Rising Sun een megahit. Later komt daar ook nog Donovan bij, waardoor Donovan op een gegeven ogenblik zelfs zal gekoppeld worden aan Jeff Beck (Zie Barabajagal).


Most was net begonnen met het “lanceren” van de carrière van Terry Reid, iets wat later een groot misverstand bleek te zijn. Het leidde er toe dat Reid besloot om in geen avontuur te stappen, want de Yardbirds, met Page, waren nog slechts een schim van wat ze ooit geweest waren, en vermoedelijk geloofde toentertijd niemand, met uitzondering van Grant, dat Page deze band nog ooit op de rails zou krijgen. Concreet: Reid bedankte voor het aanbod, en suggereerde Robert Plant als een waardige vervanger. En zoals ze zeggen: de rest is History.

Misschien toch nog even dit: Plant zat zelf nog aan een platencontract vast, waardoor op de eerste LP voorzichtig met zijn naam werd omgesprongen. Plant zat overigens in die zelfde periode in een soort van “proefperiode” inclusief betaalcontract, en was helemaal niet zeker dat hij mocht blijven. Wat zou er gebeurd zijn mocht Reid of Marriott zich alsnog hebben bedacht?


Robert Plant beleefde als Percy het engelachtig opperwezen, tussen 68 en 80 zijn carrière hoogtepunt, dansend over vnl. Amerikaanse podia, zwaaiend met de ‘Hammer of the Gods’. Maar niet enkel succes werd zijn deel, ook heel wat miserie daalde over hem heen, bij zoverre zelfs dat men stilaan begin te spreken over een vloek die over LZ heerste. Een vloek die teweeg zou gebracht zijn door Jimmy Page’s verering van het occulte, en zijn aanbidding van Alistair Crowley (*) , van wie hij overigens een vroegere huis (Boleskin House) in Schotland kocht .

Bollocks natuurlijk, maar Plant was na 75 toch nooit meer dezelfde jonge oppergod. Hij kende zelfs een periode, toen Jimmy Page flirtte met sister heroïne, waarin hij af en toe optrad in de Midlands met lokale bands. Het leek wel alsof Led Zeppelin voor hem stilaan een afgesloten hoofdstuk aan het worden was. Een attitude die Page nooit zal kennen.


Omdat de Britse taxatiedienst in 1975 op het punt stond de LZ taart behoorlijk af te romen, besloot het vijftal (Peter Grant mag gerust de vijfde LZ-Beatle genoemd worden), een jaar lang Britse bodem te vermijden en te gaan reizen. Ergens in Griekenland raakten Robert en zijn eega Maureen betrokken in een zwaar auto-ongeval wat hem nagenoeg voor een hele tijd in een rolstoel en vervolgens op krukken deed belanden. Tijdens een van de volgende tournees in de VS kreeg hij het onheilsbericht dat zijn zoontje Karac getroffen was door een zwaar virus. Het kind overleed amper enkele uren later. Led Zeppelin lag in die tweede helft van de seventies opnieuw op apegapen. En het werd nog erger. In een van de Fillmore’s (**) liep een misverstand over het feit dat het zoontje van Grant hardhandig zou zijn aangepakt zo hard uit de hand dat Grant en Bonham er zelfs even in de gevangenis werden gegooid. In hun entourage bevonden zich op dat ogenblik enkele figuren met links naar een wereld waar Zeppelin zich in hun hoogdagen nooit mee zou hebben ingelaten. Of deze feiten mee hebben gespeeld bij Bill Graham, bij zijn besluit om te stoppen met “zijn” Fillmore East- en West rocktempels weten we niet. Wel verklaarde Graham ooit dat het niet meer leuk was omdat het allemaal teveel business was geworden en te weinig nog rond muziek draaide.

Voor Plant zal uiteindelijk het leed nog aangevuld worden in september 1980, toen zijn maat John Bonham, de drummer van de band, dood werd aangetroffen aan de vooravond van repetities voor alweer een Amerikaanse toernee, die er nooit meer kwam. In december 1980 verklaarden alle leden van Led Zeppelin dat ze zonder hun vriend onmogelijk nog verder konden functioneren als band.

Het zal duren tot december 2007, 27 jaar later, eer er nog een eenmalig full concert komt.


Noch John-Paul Jones noch Jimmy Page hadden voor Led Zeppelin een echte solocarrière. Robert Plant is dan ook de enige die al snel in de jaren tachtig de draad opneemt en enkele lp’s uitbrengt. Helaas voor de fans blijkt dit muziek te zijn waarop zij niet echt zitten te wachten. Plant was getransformeerd van een langharige rockgod tot een eigentijds gekapte krullebol (geheel in de stijl van de jaren 80), die muziek uitbracht die mijlenver stond van het LZ repertoire. Best nog te vergelijken met wat Paul McCartney uitvrat met Wings na zijn Beatlejaren. Namelijk de hele wereld tegen jezelf opzetten, door het uitbrengen van een serie “middelmatige” platen.


Toch zal Robert Plant gedurende zijn hele verdere carrière regelmatig terug grijpen naar aparte dingen waarin hij schittert. Bijvoorbeeld al heel vroeg in de jaren tachtig met de Honeydrippers Vol 1 (er moet nog altijd een vervolg komen), een must, waarop hij oude nummers aanpakt, en waar zelfs Page en Jeff Beck even mee aantreden. In 'Sixty Six to Timbuktu' blikt hij terug op zijn carrière en voegt hij er bovendien enkele schitterende nummers aan toe. Het uitstapje met Allison Kraus levert hem zelfs een Grammy Award op. Wat hem nog het dichtste bij Zeppelin bracht was de periode Page-Plant ten tijde van de de MTV unplugged concerten. ‘Walking into Clarksdale’ blijft een erg onderschatte plaat. Eentje dat nog steeds vooraan staat in onze luisterkast.

Het opnieuw de baan op trekken met oud bandleden van de Band of Joy moet hem zeker deugd gedaan hebben. Plant blijft gelukkig een entertainer die niet enkel nieuwe songs baart, maar die ze ook nog steeds graag live brengt, en vooral dan in kleinere locaties zoals ons eigenste Lokeren.

Zijn recentste platen, vanaf 2000, zijn bijna als een geheel te beschouwen en daar zijn de Sensational Space Shifters niet vreemd aan. Plant laat ook duidelijk verstaan dat hij blijft geloven in een versmelting van Keltische muziek, oosterse klanken, rock en blues. Het is precies die mengeling die leidt tot een unieke ‘Plantsound’. Hij schuwt niet langer meer zijn verleden. Het mag al eens klinken zoals ten tijde van LZ, en live sijpelen gelukkig ook regelmatig oude songs door naar de playlist.

De huidige Sensational Space Shifters is een samenraapsel van topmuzikanten die de laatste 25 jaar her en der hun sporen verdienden. Neem nu xxxx de gitarist van Cast, die samen met John Power van de La’s (There she goes) indertijd bij Cast zorgde voor drie heerlijke platen, helemaal in de sixties-who stijl.


We schreven het vroeger al: LZ is voorbij, en een toernee waar iedereen blijft om schreeuwen is eerder een schreeuw naar de eigen jeugd. Plant staat niet meer op een podium, bovenlijf ontbloot, zwaaiend met de microfoon, zijn stem verheffend als ware hij de rockengel zelf, die men in hem zag.

De man is letterlijk teruggekeerd naar zijn roots, en woont terug in de black country in de buurt van Kidderminster, waar hij zich regelmatig vertoont in de lokale pub. Ook in Hay-on-Wey, waar wij regelmatig te vinden zijn bij Haystacks, de lokale platenshop, duikt hij regelmatig op. De artiest die hij gebruikt voor zijn hoes ontwerpen woont er. De buitenmens in Plant is teruggekeerd, en vermoedelijk kan het Londen van Jimmy Page hem vandaag de dag gestolen worden. Valt dit te betreuren? Helemaal niet. Het oeuvre wat hij ons tot nog toe naliet is meer dan het beluisteren waard. Zoek het zelf maar uit.Blog image


The May Queen

Dat Robert Plant een songtekst schrijft met als titel The May Queen zal, wie al wat ouder is, aangenaam treffen, want herinneren we ons de May Queen niet uit Stairway to heaven? Voor alle duidelijkheid deze song pretendeert nergens een vervolg te zijn op Stairway to Haven. Het leert ons wel dat Plant, oud of jong; nog steeds met dezelfde dingen bezig is. Dat hij bij wijze van spreken bijna geen haar veranderd is, en dat is maar goed ook. Hij kijkt nog steeds door het venster in de maand mei, en stelt vast dat de meibomen bloeien. Muzikaal is dit een regelrecht vervolg op de songs die hij maakte met de Space Shifters op zijn vorige CD Lullaby and... The Ceaseless Roar uit 2014

New World....

In New World, leren we een en ander over migranten, maar tezelfdertijd rekent RP af met slavernij: 'kneel before the sword', en heeft hij het verder over 'educate the Noble savage...' Een eerste song die gedragen wordt door een wat zompige beat en waarin Justin Adams mag laten horen hoe mooi hij wel gitaar kan spelen.


Season’s song

Een liefdesgedicht over de seizoenen van het leven, over ouder worden, en rust vinden in zijn geboortestreek, over de woestijn in zijn ziel. Over afscheid nemen:... when all is said and done... Plant wandelt door een lieflijk landschap en neemt het leven in ogenschouw.


Dance with you tonight Laat ons nog even dansen voor het te laat is, laat ons de verdwenen klavervelden betreuren. Hier herneemt de band wat ze in New World begonnen. Diezelfde wat zompige beat, als was het om ons duidelijk te maken dat Plant op deze CD een zekere boodschap uitdraagt. Misschien is nog niet alles verloren: kom aan en dans met mij. De vlam brandt nog hevig. Er is nog hoop.


Carving Up The World Again met als ondertitel a wall and not a fence.... Plant laat zijn hart spreken, begeeft zich op politiek pad. Het zal dus wel heel diep zitten, want dit is niet echt van zijn gewoonte. De song opent met: 'De Russen, de Amerikanen, de Britten en de Fransen'... 'ze verscheuren opnieuw de wereld', ... 'a whole lotta posture and little sense'.... En beetje wrang om de woorden whole lotta in dit verband te moeten horen.


In A way with words gaat hij door op hetzelfde elan als eerder in seasons’s song met het betreuren van een wereld die niet meer dezelfde is. Laat mij gerust voor zolang het nog duurt. Loving up a storm (waar kwamen we deze titel nog tegen) now... Many Times I fell from Grace. Once again our world will shake.... persoonlijk (in de trant van Jimmy laat me eindelijk met rust) of kijkt hij toch eerder bitter naar wat zich in de wereld afspeelt? Ingehouden, ingetogen.


Carry Fire. Na een korte stilte, die ons wat herinnert aan het ogenblik dat we de eerste keer Sgt. Peppers omdraaiden, klinkt een wat oosters getint geluid. Al zijn we dit van Robert Plant intussen gewoon geworden, zij het in beperkte mate op dit nieuw album. Het doet ons denken aan een rondedans rond een kampvuur, waarbij dansende indianen het vuur eren. De titelsong van de plaat komt pas aan bod wanneer we ons al halverwege door deze nieuwe worp van RP hebben geworsteld. Een ode aan zijn geboortestreek en de Welsh mountains rond Bron-Y-our, waar hij ooit LZ naar toe leidde?


Bones of Saints. Een aanklacht tegen oorlog, wapens, enz... schepen worden geladen vliegtuigen worden geladen, muren worden opgetrokken, waarbij hij zich afvraagt: 'wie heeft het geld en waar komt het vandaan? Wie koopt de kogels, wie verkoopt de geweren?' Terechte vragen gezongen tegen een refreintje van no, no, no.


Keep it Hid lijkt op het eerste zicht een liefdesliedje, een mamma-baby song, maar pas het toe op de wereld, en de vraag: 'waar ga je schuilen wanneer het koud wordt, wanneer de zon niet meer schijnt' stemt je opnieuw tot nadenken. Terechte song, die enigszins jazzy aanvoelt, met in het midden een mooie gitaarbreak.


Bluebirds over the Mountain. Gedreven traag voorbijglijdende rocksong, die zeker live zal gesmaakt worden.

Het enige nummer waarin hij zich vocaal laat bijstaan door niemand minder dan Chrissy Hynde van de Pretenders. We herinneren ons overigens het nummer uit de natijd van de Beach Boys. Een cover van een Ersel Hickey song uit 1957, ooit nog gecoverd door Ritchie Valens.

Toch alweer een nummer over verlies.


Heaven Sent. Afscheid, the long goodbey, afscheid van iemand van wie je houd.... al wat je nog had willen doen en zeggen, maar helaas.... mijmerend in de wat lome stijl van de great American songbook. Plant laat op deze CD opnieuw zien, dat hij meer met zijn stem aankan dan wat we doorgaans van de engelachtige Percy gewoon zijn.


Dit is geen CD in de Led Zeppelin lijn, geen ellenlange gitaarsolo’s waar sommigen de creeps van krijgen, maar wel een Plant in betere doen tegen een achtergrond van een spaarzaam mooi geborduurde achtergrond van geluiden, die nu eens Keltisch, dan weer werelds en dan weer rockerig klinken. Bij wijlen hoor je de stap van de dinosauriër, en is een glimlach op zijn plaats omdat dit toch fantastische herinneringen oproept.

Een warme oproep aan iedereen die Plant ooit afzwoer in de jaren tachtig: neem de moeite om hem opnieuw in de armen te sluiten. De man maakt nog steeds muziek, waar elke beginnende band alleen maar van kan dromen.


Discografie Robert Plant

Studio albums

Pictures at Eleven (1982)


Live albums



Singles (42 singels in totaal)



(*) Alistair Crowley, was een Brits schrijver en excentriekeling die zich met het occulte bezig hield.

(**) Fillmore East en Fillmore West waren twee rocktemplels waar quasi elke rock of bluesband aan het einde van de jaren 60 en begin 70 speelde. Van heel wat van die concerten bestaan live opnamen die jaren later op CD werden uitgebracht. O.a. Ten Years After.



Elisa Waut 2017 Een portret in een landschap.Recensies in rock

Posted by Eddy De Saedeleer 22 Jan, 2018 00:41

Uitgerekend dit weekend in 2017 mochten wij ons “Ter Kamme” begeven in de prochie van “Wezembeke”, om er te verdwalen in een “Waut” van aangename klanken en sferen....Blog image

Foto: lokatie Aalsters stadspark.

Nooit gedacht dat we dit nog zouden mogen smaken. Alhoewel, het album Portraits and Landscapes uit 2015 was mogelijks een subtiele hint naar wat deze woodnymf blonde nog in petto hield. En woodnymf en blond, dat is ze nog altijd, dat leidt geen twijfel. We zijn met zijn allen een stukje ouder geworden, en we verlangen allemaal zo nu en dan naar een flard van onze "jeugd", toen alles nog groener, eenvoudiger of minder gecompliceerd was. Alhoewel, was dat wel zo? Had Elisa Waut het toen ook al niet over Russia? Het lijkt wel of de wereld flashbacked naar de tijd van 35 jaar terug.


Elsje Helewaut en haar naasten nog eens beleven op de avond waarop uitgerekend Donald T. Zich in een wit huis nestelt, en Teresa M. hem vriendelijk toelacht, zal ook wel blijven hangen in onze gedachten.

In een wereld die tot een dorp is verworden, en waar sociale media niet meer weg te denken zijn, kan het nog mooi zijn. Zeker voor wie social media als facebook of twitter verstandig gebruikt, ontdaan van alle nietszeggende reacties op vaak ongelezen artikels die de media dagelijks moeten ophoesten, willen ze overleven. Althans dat lijkt mij toch wat ze denken.


Nu alweer wat maanden geleden "ontdekte" ik Elsje Helewaut op fb, nadat ik ook alweer enige tijd geleden aangenaam verrast werd in de Mediamarkt met een nieuwe Elisa Waut CD. Het deed nog meer plezier vast te stellen dat het de artieste zelf was die facebookte in tegenstelling tot sommige andere sterren die zich hierin laten bijstaan door een of ander sujet, dat niets om handen heeft en dan maar wat nietszeggende reacties post op berichten van de "fans".

En het werd nog mooier, toen bleek dat de band zich ook nog eens “ter podium” zou begeven. Slechts enkele sporadische optredens, waaruit ik met graagte de passage in de Kam te Wezembeek selecteerde.

De Kam, Ik kwam er vroeger wel eens op vrijdagavond toen daar maandelijks een aantal IBM'ers vergaderden, die elkander de knepen van OS/2 aanleerden. Het heeft helaas niet geholpen en het beste Operating System ter wereld is dan ook ter ziele gegaan. Al denk ik ook nog met graagte terug aan die keer dat ik met een van mijn toen nog jonge zonen (op een nog niet volgroeide fiets) de volledige gordel peddelde. Op de binnenkoer van de Kam, die fungeerde als aan een van de aan te doen haltes, speelden de Romantics oude Shadows hits. Wie zich in muziek interesseert ontdekt vaak op de meest onverwachte plaatsen mooie dingen.


Dat men uitgerekend dit sfeervol zaaltje uitkoos voor twee uur sfeer, twee uur wegdromen, twee uur zich wentelen in heerlijke muziek, koesteren, genieten van een heel wat rijpere versie van Elisa Waut, daar konden we geen neen tegen zeggen. Beter dan we hen ooit mochten meemaken. Dit optreden zovele jaren later, na, onze eerste kennismaking in een Beverse spiegeltent, wordt bijgeschreven bij een handvol andere mooie momenten.


De band bestaat nog steeds uit Elsje en Chery Derycke (backingzang) en broer Hans Helewaut. Hans bespeelt, vermoeden we, zowat elk denkbaar instrument, en dit met verve. Bovendien leerden we hem intussen ook CD-gewijs kennen via zijn jazzuitstapjes. Aangevuld met gitaar, bas en orgel, bespeeld door een stel jongere goed uitgekozen muzikanten, was dit een mooi podiumvullend gezelschap. Elisa Waut, de groep bestond voor dit optreden uit, Elsje, Chery en Hans, aangevuld met Vincent Pierins op bas , Steven de Smedt op gitaar , Benjamin Jacobs toetsen, en drummer Michaël de Greef.


Al zullen uiteraard velen in de eerste plaats bewonderend hebben gekeken naar de hoog gehakte in een wervelend kleedje gestoken blonde bosnimf. De nummers werden ondersteund door geprojecteerde beelden, soms uit oude clips, soms gewoon uit de natuur geplukt. Verschillende nummers kregen nog wat meer betekenis, omdat we nu weten, waar of voor wie ze werden geschreven dankzij de vakkundige introducties door de zangeres. U vraagt zich natuurlijk af, welke hapjes ons werden voorgeschoteld? Uit een rijk gevulde carrière werd een heel herkenbare set geplukt, ook met aandacht voor het nieuwe materiaal, waar u vast en zeker naar op zoek moet gaan. Inderdaad, zoeken, want onze radiostations, en vooral het jongere grut dat er ongegeneerd de laatste digitale riedels mag in onze richting schuiven, weet niet meer van Elisa Waut. Tevergeefs blader je door 'den umo', toch het blad van de Rock Rally, waar ze meer dan waarschijnlijk ook niet meer echt goed weten wie er ooit het ereschavot mocht beklimmen (*). Juist ja.

Aangenaam verrast waren wij ook door twee nummers die nu voor het eerst live konden gesmaakt worden: de Turalura bijdrage: 'Doe, doe het niet meer', en 'Sailers don't cry', wat ze samen maakte met RVHG, voor de gelijknamige film van Mark Didden.

Uiteraard waren er de klassiekers: Four Times More (verdient het zeker om met dit nieuwe arrangement heruitgebracht te worden), Russia, After Today, Vanilla, en het aan een ‘droeve postzegel’ opgedragen Sad King. Materiaal uit hun nu helaas nog moeilijk te vinden vinylplaten en CD's.

Toch werd er ook geput uit hun laatste drie cd's, waarvan vooral de eerste twee uit de spiritueel bevlogen periode van Elsje komen. Hun laatste uit 2015 sluit opnieuw meer aan bij de Elisa Waut die de meesten onder ons beter kennen. Maar ook helaas deze CD is via de reguliere platenzaken, voor zover die er nog zijn, amper nog te vinden. Radio en TV hebben blijkbaar enkel nog oog voor Elsje, op die ogenblikken wanneer ze het over een totaal andere problematiek heeft. Jammer want op die manier mist de goegemeente een brok beklijvende muziek. (**)


Bij gelegenheid duik ik nog in mijn RV archieven, en laat ik iedereen meegenieten van een toenmalig interview uit de vroege jaren tachtig. (***)


Overigens is het niet enkel Elisa Waut, die hier bij ons de betere muziek van de jaren tachtig laat herleven. Ook Lavvi Ebbel werd nieuw leven in geblazen door Cas Van der Taelen, die we vorig jaar geweldig uit zijn bol zagen gaan tijdens de viering van William Souffreau 70, en die nu bijgestaan wordt door Kloot Perwez, ook al een van de 'tachtigers'. De Aalsterse band Isopoda, goed voor twee schitterende progrock albums, treedt ook opnieuw af en toe aan, en denkt zelfs aan nieuw werk. Al even Aalsters en ook weer van de partij, met een nieuwe CD, is John Woolley, deze keer als John’s Sons. Op 24 maart live te aanschouwen in De Brug te Aalst. Er zullen er nog welk meer zijn, die tegen de pensioenleeftijd aanschurken en die het voelen kriebelen, wat voor ons alleen maar mooi meegenomen is.


Volg Elsje Helewaut op facebook, of loop even binnen in de Ark van Zarren, misschien zingt ze wel voor jou de pannen van het dak.... of vertelt zij jou dat er meer optredens komen. Hint, hint, hint......



(*) Humo's rock rally bestaat intussen 40 jaar. Elisa Waut was ooit de vierde winnaar in 1984.

(**) Herbekijken de VRT uitzending hier.

(***) Rode Vaan interview.



Jaaroverzicht 2017Het Lijsternest

Posted by Eddy De Saedeleer 16 Jan, 2018 00:45

1968 komt er opnieuw aan. Het is te zeggen de herinneringen die men zal ophalen aan wat vijftig jaar geleden gebeurde. Mei 68, Leuven Vlaams, de Parijse rellen, de dood van zowel Martin Luther King als Bobby Kennedy, de start van Led Zeppelin, de Beatles die stilaan uit elkaar groeien, en de vermaledijde Yoko Ono die plots alomtegenwoordig is. Het was me wat.Blog image

Muziek.

Laat ons nu vooral nog even terugblikken op 2017, en zoals gewoonlijk doen we dit aan de hand van boeken en platen/cd’s die we vorig jaar aanschaften. Kortom we duiken even in het Lijsternest. Het klinkt wat afgezaagd, maar ook dit jaar teveel Kringwinkels bezocht op zoek naar langspeelplaten waarop molens staan afgebeeld. En en passant teveel ander toevallig aanwezige cd,s lp’s en boeken mee naar onze ‘mancave’ gesleept. Af en toe toch wat nieuw materiaal aangeschaft zij het dan voornamelijk van de oudere generatie. Nog steeds te weinig tijd om deze te verspelen aan jonge nitwits, die vanop hun zolderkamertje de wereld proberen te veroveren, met weinig originele klanken. Net als vorige jaren ontdek ik wat echt goed is in de jaren er na. Ik zeg maar wat, Ben Harper of The War on Drugs en tal van anderen.

Live concerten.

Weinig concerten bezocht, maar wat we zagen mocht er zijn. John Fogerty, die op zijn ouwe gitaar de sterren van de hemel speelde in het Antwerpse Sportpaleis. Men had eerst geprobeerd om hem in de LottoArena onder te brengen, maar dat was buiten de talrijke CCR fans gerekend, die ons landje rijk is. William Souffreau begaf zich nog maar eens op de solotoer, en bracht een puntgave nieuwe CD op de markt, waarin hij uitgebreid terug blikt op zijn jeugd in en rond Aalst: Den Amber, waar den Blues kwam, El Gringo in Hekelgem waar hij speelde met Irish Coffee toen die nog de Voodoo heetten. Tabacco Fields, de toebakvelden, waar hij als kleine jongen in de jaren vijftig in verloren liep, en veel meer fraais. Hij liet zich bijstaan door een schare topmuzikanten op deze plaat, want hoe anders kun je Jan Hautekiet, Jan Oelbrandt of Jean-Marie Aerts noemen. Een deel van hen gaf dan ook present in de Aalsterse werf, bij de voorstelling van de CD. William is wel voor geen gat te vangen: Irish Coffee wordt even geparkeerd, en hij trekt nu het land door in zijn eentje, meestal bijgestaan door een andere gitarist. Kloot Perwez en Jan Oelbrandt stonden al samen met William op een podium te lande, om samen doorheen meer dan 50 jaar muziek te struinen, en enkele parels uit ons verleden te laten herleven. Uiteraard vermengd met Tobacco Fields nummers.

Een toevallig meegepikt memorabel halfuurtje, tijdens een repetitie van een uit jonge universiteit studenten bestaand filharmonisch orkest in Bangor, in de buurt van waar ooit de Beatles zich leerden te verdiepen in oosterse mystiek, reken ik bij de muzikale hoogtepunten van 2017.

En dan was er bijna een jaar geleden dat schaarse topconcert dat we konden meepikken van Elisa Waut. Van een zeldzame schoonheid, waar we nog op terug zullen komen.

Literatuur?

Boeken? Ik hoor het je zeggen. Opnieuw een volle wasmand meegesleept uit Albion, het door Brexit geteisterde buurland. Hay-on-Wey blijft een jaarlijks te bezoeken boekenoord, waar je nog altijd op literatuur beluste ‘boekdiggers’ tegenkomt. De bookshops die er nog zijn houden gelukkig stand, en de ‘kindle’ (elektronische boekversie) is er nog altijd verboden, althans volgens Richard Booth die zichzelf uitriep tot King of Hey.

Nu we het toch over reizen hebben in het afgelopen jaar: 2017 was een rustig jaar met slechts een uitstap naar Noord-Wales. Leven in Llanwrst, Betws-Y-Coed, markten in Chester, rondstruinen in Bedgelert, een Welsh koor meepikken in Saint-Mary’s Church, Jazz at the Stables. Onderbroken voor een weeklange bustrip doorheen Midden-Engeland, The Black Country, om er de oudste relicten van de Industriële Revolutie te bezoeken. Genieten van de aanblik, van hoe ze stopnaalden en ‘kopspellekes’ maakten in Redditch, hoe ze Chinees porselein namaakten en zo de fijnste China bone tafelserviezen maakten. Ook het fameuze ‘Royal Doulton’ servies van madame Bouquet (Bucket) stamt uit die tijd, en werd vervaardigd in soortgelijke fabrieken. We zagen hoe indertijd het fameuze Sheffield Steel tot stand kwam. Mannen die op hun buik lagen achter door water aangedreven sneldraaiende slijpstenen, waarop ze messen slepen, terwijl de vonken rond hun oren gensterden. De streek rond Birmingham is een must voor wie zich wil onderdompelen in een tijd waarin de tweede industriële revolutie plaatsvond.

En ook een beetje voor wie wil zien waar Robert Plant, het goudgelokte lentekind van Led Zeppelin opgroeide. Daar waar onze held af en toe al eens binnenwipt in een lokale wijnbar, en hij op de vraag: “Waar bevindt zich het toilet?” te horen krijgt: “Just take the stairway to heaven Robert”.

A year in pictures.

Dankzij Apple’s Ipad en een eenvoudige appje waarmee je in een handomdraai collages in elkaar draait, werd 2017 dan toch weer voor een stukje gedocumenteerd. Op naar 2018, voor weer meer tijd, vreugde, muziek, molens, en.... we zien wel wat er komt.

Tot slot mijn eigenste meest democratische lijst van 2017.

Ik heb niets gehoord dat beter klonk dan wat mijn topspot bekleedt.
De muziek begint stilaan te lijken op de wereldliteratuur, waar ook James Joyce nog steeds niet werd overtroffen. Zo zie je maar.... de lijst.

Albums CD/LP

25 LP Les Paul Now!
24 LP John Fogerty Centerfield
23 LP De Piotto's Live at de Lanteern
22 CD Woody Allen Wild man Blues
21 CD Cyndi Lauper Memphis Blues
20 LP Mose Allison Mose in your ear
19 CD Greatfull Dead The Greatful Dead 50th Anniversary edition
18 nCD Jeff Buckley Sketches for My sweetheart the drunk
17 CD Mahavishnu Orchestra The lost trident sessions
16 CD The Filmore East Last 3 nites
15 LP Elvis Presley Elvis as recorded at Madison Square garden
14 CD Big Star Live at Missouri University 4/25/93
13 CD Sharleen Spiteri The Movie songbook
12 CD Hans Dulfer Big Boy
11 CD Last of the Teenage Idols Alex Harvey
10 LP It’s a beautiful day It’s a beautiful day
9 CD Deborah Bonham The old Hyde
8 CD Neil Young Promise of the Real The Visitor
7 CD Van Morrison The authoriteit Bang collection
6 CD The Rolling Stones On Air Deluxe Edition
5 CD William Souffreau Tobacco Fields
4 CD The War on drugs A deeper understanding
3 CD/DVD Jeff Beck Live at the Hollywood Bowl
2 CD Robert Plant Carry Fire
1 CD Sgt Pepper deluxe Edition

Concertlist

10 Ladies of the Sixties Westrand Dilbeek
9 Havenfeesten Terneuzen optreden Spank
8 Betws-y-Coed Stables Jazz Rag
7 Saint Mary’s Church Choir Festival Cor Meirion Prysor
6 Het Zesde Metaal in Erondegem Witlof sessie
5 Variomatic Molenfeesten Meerbeke
4 Aalst De Werf William F Souffreau
3 Retro-Vinyl concert: William Souffreau en Jan Oelbrandt
2 Avond John Fogerty Sportpaleis
1 Elisa Waut in De Kam Wezembeek

Een van de zeldzame ogenblikken om te koesteren mochten we begin 2017 evenaren, toen Elsje Helewaut nog even in de spotlights verscheen. Een terechte nummer 1.

De boekenlijst (muziek)

20 Last shop standing

19 Time to say hello Katherine Jenkins The autobiography

18 John Lennon songs explained

17 Ready Steady Go, Shawn Levy

16 Samuel Charters The roots of the blues

15 Nelson George The death of Rhythm & blues

14 John Lennon A spaniard in the works

13 John Lennon brieven

12 Rock Werchter Jan Delvaux

11 Patrick Roufflaer Bob Dylan in de studio

10 The Who in the sixties

9 Polly Marshall Arthur Brown The God of Hellfire

8 Geschiedenis van de Luit en de gitaar

7 Rough Guide to Rolling Stones

6 Tony Visconti

5 Radio Caroline

4 Pete Frame’s Rock Family Trees

3 Guy Peelaert Rock dreams

2 Jimmy Hendrix by Kurtis Knight

1 John Lennon by Dezo Hofman

Overige boekentitels

15 Wirral street AZ atlas

14 Kristien Hemmerechts Wit zand

13 A Miror of Mediëval Wales.

12 IBM en de holocaust

11 The art of Patrick Nagel

10 Amy Shumer

9 Brigitte Bardot beschreven door Francoise Sagan

8 Molens van mijn Vlaanderen Joseph De Zitter

7 Molens in de gemeente Hulst F.D.M. Weemaes

6 Techniek industriële revolutie

5 Alexandre Dumas Les trots mousquetaires

4 Jef Van den Steen Belgian Family Brewers

3 Griet op de Beeck Vele hemels boven de zevende

2 William Blake introduced and edited by J. Bronowski

1 Molvanië Jetlag reisgids



Ik was vijftien in....Forever Young

Posted by Eddy De Saedeleer 31 Dec, 2017 01:28

Was 1967 alleen maar rondlopen met bloemen in je haar?

Nog eenmaal terugblikken op het magische jaar 1967, al was zoals verder zal blijken 1967 toch nog meer dan rondlopen met ‘bloemen in je haar’.

Iedereen beleeft in zijn of haar jeugd wel een scharnierjaar. Een jaar waarin je bijv. van school verandert, of een jaar waarin je voor het eerst een cafe binnenstapt, een jaar waarin voor het eerst merkt dat ‘the other half of the sky’ ook bestaat. Een jaar waarin je voor het laatst nog echt lekker lui van een vakantie kan genieten, of waarin je ontdekt dat een vakantiejob als een hel kan overkomen (meubels polieren bij P. De Neef bijvoorbeeld). Wanneer je vijftien bent duren grote vakanties nog eeuwig, zeker wanneer je nieuw speelgoed ontdekt. In ons geval was dat de ‘puitenvijver’ dichtbij de Kleine Steenweg. Een jaar eerder had men een lokale poel gekend als puitenvijver omgevormd tot een echt grote rechthoekige vijver, met de bedoeling daar later vissen in te kweken. Een vijver met een diepte van ongeveer een meter en een lengte van meer dan vijfentwintig meter vormde voor ons de place to be. Wij hadden er plots een gratis zwembad bij, vijftig jaar eerder dan de moderne nitwits die zich een zwemvijver aanleggen in hun tuin. Redders? Komaan met de meer dan 50 jonge gasten die er op de heetste dagen van de zomer vertoefden redden we ons zelven wel, althans dat dachten wij toen toch. Wilfried D. Was de eerste die opperde om daar te gaan zwemmen, waarop Paul D.W. Naar huis slenterde, stiekem zijn zwembroek van de waslijn nam, die daar nog hing van een daguitstap naar de Wetterse Warande, en riep: “Komaan gasten, waarop wachten jullie”. Hij was de eerste die de sprong waagde, tenminste dat dachten wij. Wisten wij veel dat elke ochtend om vier uur daar baantjes werden getrokken door een bakker (lid van de ijsberen) en zijn personeel.Blog image

Pal voor de vijver was een paar jaar eerder een man komen wonen, die af en toe naar Duitsland reed, om er autowrakken op te halen (Mercedes), die hij dan in een garage helemaal uit elkaar haalde en omtoverde tot de mooiste tweedehands wagens. De keuring bestond toen nog niet. Niemand schonk daar aandacht aan, maar waar de jeugd wel aandacht aan schonk was Sybille, een Duitse blondine van 17 of 18 die daar haar vakantie kwam spenderen, en die zich in het splinternieuwe “zwembad” regelmatig van haar beste kant liet bewonderen. Een babbel zat er niet echt in want zij sprak geen gebenedijd woord Nederlands, en ons Duits was zo goed als ons Pools, om maar met iets te vergelijken.

Rond de puitenvijver, lag hoog opgehoopt de uitgegraven aarde, waarop stilaan wat begroeiing was ontstaan. Ideale plekken om er zalig nietsdoend te genieten, of plannen te beramen, of gewoon te turen naar de lucht waarin wij de overvliegende vliegtuigen telden en catalogeerden. DC10, Caravelle, Boeing enz... Sommige dagen wanneer je geluk had spotte je zelfs de Rode Duivels, en regelmatig knalde er al eens eentje door de geluidsmuur. Een zoon van een van de lokale boeren vloog met een Flying Boxcar van het leger, en talrijk waren de kleine vliegtuigjes die opstegen op het Aalsterse vliegveld De Kluizen, en die een vlag met daarop een reclameboodschap meevoerden. Ze maakten reclame voor Set (sigaretten), of iets anders. Weet je wel: newspaper taxi’s appear on the shore.... het was 1967.

Een van de breaks tijdens onze luie dagen aan de vijver, gebruikten wij om naar Hofstade Bad te fietsen. Een idee dat was ontstaan tijdens onze drie en een half dagen durende werkperiode bij P. De Neve. Marcel C. en een gast van Hofstade, die daar eveneens werkte hadden de tocht al eerder gemaakt. Vijftig km ver, pedaleren langs eindeloos lange steenwegen, van thuis via de Moorselbaan, over Opwijk, verder naar Londerzeel, Vilvoorde en van daaruit richting Mechelen.

Het domein was toen nog ongerept en ongeschonden, en vooral zanderig. Wat vooral is blijven hangen, waren de eindeloos lange terugtochten die eeuwig schenen te duren. Dat hele eind fietsen na een vermoeiende dag, waarbij wij amper de tijd namen om iets te eten woog bijzonder zwaar door. Twee keer, die zomer, ondernamen we de tocht. Vooral het vliegtuigen spotten was een succes, want om de haverklap vloog er wel een of ander lijnvliegtuig uit Zaventem boven onze hoofden, iets wat wij uitermate fantastisch vonden. Vijftig jaar geleden bestond er nog geen geluidsprobleem rond opstijgende en landende vliegtuigen. De tijden veranderen.

Was 1967 dan alleen maar muziek en potverteren? Uiteraard niet. Nog dit jaar herdacht men de vijftigste verjaardag van de onzinnige brand in de Brusselse Nieuwstraat. Het was een regenachtige dag toen die dag.

Uitgerekend dezelfde dag waarop het nieuws voor het eerst doorkwam dat men op 14 augustus onze radio wou afpakken. De dag waarop de Innovation afbrandde. Nog nooit hadden wij een voet op Brusselse bodem gezet. Het bleef dus bij beelden op tv, en de dagen er na wat foto's in de krant. De 'sociale media' die ons dit onheil meldde heette toen Paula, de moeder van een van een schoolkameraad.

Wij denken nu wel dat wij in de meest barbaarse tijden ooit leven, maar ook toen waren we slechts enkele dagen verwijderd van de zesdaagse oorlog in de Sinaaiwoestijn. Israël werd voor ons jonge gasten plots een werkelijkheid. Ik herinner mij nog als de dag van toen, dat enkele wat oudere gasten zich al verkneukelden, omdat 'ze opgeroepen' zouden worden om naar ginder te trekken om daar orde op zaken te gaan stellen. Dit terwijl hun moeders naarstig suiker en zeeppoeder aan het hamsteren waren. Zij beseften iets beter tot wat dergelijke conflicten konden leiden, want zij hadden nog de ‘laatste’ oorlog echt meegemaakt. De tijden zijn fel veranderd: hamsteren doen we niet meer, en praten over een conflict houdt op wanneer een volgende mafketel een verkeerde uitspraak pleegt, of een losgeslagen stuk ongeluk zich met een zelfgemaakte bom naar de 72 mooiste maagden schiet.

April 67 lag al wat achter ons, en dus waren we het al gewoon geraakt, dat in Griekenland de kolonels de plak zwaaiden. Che Guevara had nog wat te leven, toch tot oktober. Intussen vloog half Oostmalle, frituur incluis, door de lucht vanwege een nooit geziene wervelstorm in ons land. Bij onze zuiderburen in Martelange was het dit jaar precies vijftig jaar geleden dat een camion bestuurder tijdens een afdaling de pedalen kwijt raakte.

Een greep uit het jaarverslag van de Nationale Bank over 1967.

‘De lagere groei die de Belgische economie vertoont, was in 1967 duidelijk merkbaar in bedrijvigheid, werkgelegenheid.... ‘Het particuliere verbruik schijnt slechts in geringe mate te zijn gestegen: de beslissing tot het bouwen van woningen was minder talrijk dan tijdens het voorgaande jaar (1966 nvdr). Het verloop en de verschuiving in de aanwending van de besparing der gezinnen deden de financiële actieve bijzonder sterk aangroeien, nl met fb 68,4 miljard voor de eerste 10 maanden van 1967, tegen 51,5 miljard voor de opvereenstemmende periode van 1966.

Een en ander had tot gevolg dat de financiële instellingen aanzienlijk ruimer middelen ter beschikking kregen.

Vanaf juli vertoonde de kredietvrager voor bedrijven een daling.

De stijging van de rijksschuld was voor het gehele jaar merkelijk groter dan in 1966.

Conclusie: Op het eerste zicht lijkt er in 50 jaar niet echt veel veranderd. Op 31 maart 1967 werd een volmachtenwet gestemd. En alsof dat nog niet genoeg was werden we in 1967 geregeerd door worstenmaker VDB (Paul Vanden Boeynants).


In Aalst verscheen de eerste carnavalsingle van Prins Jean-Paul (De Boitselier): Oilsjteneers zemmen (*). De tekst handelt o.a. over de eerste minifietsen die opduiken in het straatbeeld, en over de invoering van de eerste blauwe zones die het parkeergedrag van de Aalstenaar moeten regelen.

En toch zullen de meeste mensen bij 1967 vooral denken aan Eddy Merckx die wereldkampioen werd.

Tom Simpson stuikte om een toen onverklaarbare reden in elkaar op de Mont Ventoux. De ver van ons bed show kregen we dagelijks op TV. Elke avond beelden van Vietnam, waar Lynden Johnson (Kennedy's opvolger) steeds meer jongeren heen stuurde. Al kon je dit afwisselen met af en toe een cinemaatje mee te pikken: keuze uit Bony & Clyde, The Graduate, You only live twice.

En nu?

2017 ligt achter ons, en zo ook deze herinneringen aan 50 jaar geleden. Op naar 2018, waarin we terug kunnen blikken op het woelige jaar 1968. Een jaar waarin studenten de macht grepen of dat was althans wat ze dachten.....

———————————————————————————————

(*) Oilsjteneers Zemmen (Tekst 1967 Jean-Paul De Boitselier)

Nen echten Oilsjteneer es toch nen toffe kadei

Mor e pakt ni geiren zen vraa mei op cafei

Want komt'n loot tois en zen vraa wacht'em doeid van de vauk

Ten eit'n nog wel wa beldj, mor tein een kroigt'n giejn sprauk

Oilsjteneers zemmen

En weir vinnen da ferrem

Weir zen goed in de grond

Mor spreiken geiren oever

Dadada dadadadadada

Onzen berremiejster verdikkert mor altиd miejr

Nog een betjen en e kaan in zen kliejren nemiejr

Na goj'e nimmer zing per otto goon nor zenne bureau

Ge gotj em zing roin op azoei ne kleine veilo

Oilsjteneers zemmen

En weir vinnen da ferrem

Weir zen goed in de grond

Mor spreiken geiren oever

Dadada dadadadadada

As baagrond eit ons stad nog e schoein pleksken vroi

En door komt na een hois ver ouderlingen boi

Ze zochten nor ne goeie noom in diene zjaar

Ze goon het na hoeiten rusthuis de patat bar

Oilsjteneers zemmen

En weir vinnen da ferrem

Weir zen goed in de grond

Mor spreiken geiren oever

Dadada dadadadadada

Oilsjt eit gelиk in Brissel, ge wetj oe dat'goot

Na oeik een blave zone in d'iejn en d'ander stroot

Mor een etj giejne schrik as a schoif ni goed een stoot

Want 'n helft van ons poliesje een wetj zelf ni hoe dat goot

Oilsjteneers zemmen

En weir vinnen da ferrem





Ode aan GizelleRecensies in rock

Posted by Eddy De Saedeleer 19 Dec, 2017 00:05

2016 A winter’s day, in a deep and dark december.

Blog image

Yoko brought her walrus, everyone was there. I went to a garden party.....
Blog image

Oesje verkeerd feestje aan het beschrijven. Ik ging dus naar een "verjaardagspartijtje" van vergelijkbaar kaliber; een evenement dat we niet dikwijls meer zullen meemaken.

De plaasteren Sint Jozef buiten aan de naar hem genoemde zaal bekeek ons nog even argwanend, maar we mochten kennis maken met 'Father Christmas' die, ons wat bijhorende attributen aanmat en een plaatje schoot. Binnen had Gizelle er voor gezorgd dat de nodige vissen en broden, om te vermenigvuldigen, aanwezig waren, en dat er meer dan voldoende water in wijn werd omgezet. Wat zeg ik zelfs in Blauwe Chimay. De tijden veranderen.

Vrienden, collega's, Amberiens, maar vooral familie, veel familie beleefde er de avond van zijn of haar leven.

Het moet gezegd de 'voortbrengselen' van aartsvader Pieter De Schepper, moeten zich ooit naar voor gewurmd hebben in die rijen waar ze de keelgaten en handige vingers uitdeelden.

We waren er al enigszins op voorbereid door het genealogisch onderzoek dat Gizelle verricht had, en waarin ze het DNA van haar muzikale familie toelichtte. Heden en verleden netjes op een rijtje gezet. Jong en oud samengebracht op een winterse decemberavond. A winters day, in a deep and dark december... Paul Simon had het niet mooier kunnen verwoorden.

Om te beginnen een band, de Ashels, waarvan ik de naam al jaaaaaaaaren ken, maar waarvan ik nooit een optreden bijwoonde. Zelf heb ik jaren lang het woord ashel gebruikt, wanneer ik het had over.... ja juist nen ashel, zal ik maar zeggen. Door onze flagrante taalverarming is er nog amper iemand van onze afstammelingen die weet wat nen achel is, en nee, het is geen foute schrijfwijze van een asshole, alhoewel, nen ashel...... (*)Blog image

Het was nog vroeg op de avond voor het publiek om zich nu al boombal-gewijs op de tonen van een draailier richting dansvloer te begeven. De dansvloer was overigens nog bezet mrt stoeltjes, wat het een stuk makkelijker maakte om een luisterend oor te bieden voor dit Schepper-dna. Broers en neven, kleinkinderen van Pieter.

Dat er uit het talent van deze Ashels, nog meer talent werd geboren, lag in de lijn der verwachting. Het jeugdig entoesiasme van deze jonge bende waarbij twee engelenstemmen geflankeerd werden door een gitarist en een saxofonist werkte aanstekelijk. Zii doken in de wereld van Zuid-Amerikaanse ritmes en wisselden af met franse jazz van Gainsbourg en Melanie Gardot.Blog image

Gizelle kondigde dit Quarteto Miradouro. (Jazz/latino) aan als volgt: 'De Broers en zussen Ambroos, Florian (Bogus), Mira en Elisa De Schepper besloten vorig jaar om hun muzikale talenten eens te bundelen. Het resultaat is een mix van jazz, funk, bossa nova en rumba muziek. Met sax en gitaar begeleiden de broers hun zingende zussen.' (**) En dat klopte....

Blog image

Isopoda de “legendarische” progrockband (symfonische rock) uit Aalst werd opgericht in 1974 en bracht 2 albums uit: Acrostichon (’78) en Taking Root (’81). Daarnaast verscheen in ’79 ook nog de single “You Flower”. Naast originele leden Dirk en Arnold De Schepper is ook hier een 'next generation' aangetreden in de vorm van drie zonen van Arnold. Aangevuld met een van hun vrienden.

Isopoda, verraste met nu al een derde optreden dit jaar, waarbij het vooral opviel dat, mogelijks gezien het thuispubliek, het er iets minder stressie aan toeging, bij de twee "ouderlingen" in de band. De klank zat goed, de songkeuze was in orde. Wij blijven het een hele heksentoer vinden dat de kinderen van Arnold, toch maar met hun 'ouwe' en hun nonkel een podium, delen, en dan bovendien nog progrock van jawel kindjes, dik 40 jaar geleden brengen. Een prestatie, die navolging verdient.

Te noteren beeld van de avond: Isopoda die zich aan de Beatles klassieker G(m)iz(ch)elle' wagen, en een genietend koppel op de dansvloer. Merry Xmas baby.

In Tigerhorse treffen we Pieter en Jonas De Meester, kinderen van Guido, en bijgevolg achterkleinkinderen van de stamvader. Zij begonnen hun carrière in de folkband Aedo, waarmee ze ooit nog op de planken van de Werf te Aalst stonden. Dat ze hier nu wat uit het oog verloren zijn zal wel te maken hebben met hun verkassen naar het Gentse.
Blog image

Eigenlijk is Tigerhorse een nevenproject van het bekendere King Dalton. Mag ik hier even Gizelle citeren die ons lokte met de volgende teaser: 'Verwacht u aan swampy "funkfolkblues" recht uit het hart die terug naar de essentie grijpt, puur en onversneden. De electrische gitaar klinkt zwoel en exotisch als een tijger, de basgitaar krachtig en elegant als een paard. De stemmen van de broers worden vervoegd door Ilse Cottenie en zorgen voor een zalige samenzang. De percussie met "feetdrums" zorgt voor een extra opzwepende drive, en maakt TigerHorse tot een ware sensatie, waar je absoluut niet stil op kan blijven staan! Tigerhorse heeft een uiterst unieke sound, die tot het maximum wordt gedreven.' (**)

Tigerhorse, was de voor ons grote onbekende die na Isopoda mocht aantreden als hoofdact van het DNA gedeelte, wat het allemaal nog spannender maakte. De band verraste menigeen. Hoorden we tijdens een plaspauze niet iemand zeggen: 'da klinkt zoals de Daltons'. Bosj op want de broers De Meester hebben met Tigerhorse een waardig nevenproject opgezet binnen King Dalton. Aantreden zonder vierde man, een drummer, en dan maar het drumstel verdelen en zelf bespelen. Een gimmick was het niet, want het klonk echt mooi. Hun set deed bijwijlen denken aan Tony Joe White en de geluiden van de swamp delta in het zuiden van de USA.

Blog image

De klok tikte rustig verder, en dat het al laat begon te worden, merkte gelukkig niemand op. We hadden de kers op de taart nog tegoed, en die kwam niet uit het DNA van de Schepper. In pure navolging van wat de Stones recent presteerden, werd er een stevige brok blues aangesneden door de Night Time Heroes. De band van Peter Bronder en smoelschuivende virtuoos Karel Meganck, die we ons nog herinneren van hun passage afgelopen april, ter meerdere eer en glorie van ene William, mochten hier de pannen van het dak spelen. En dat ze er zin in hadden, om Gizelle, de verjaardag aller verjaardagen te schenken kon iedereen zien, die tussen de blauwe Chimay door al eens een pintje of een watertje dronk. Een onstuimige zanger die meerdere keren het podium verliet om zich tussen het dansend publiek te begeven liet ons toe, om ons heel even in de Londense Marquee, de Twisted Wheel in Manchester of op een Northern Soul party in Wigan's Casino te wanen. Met een stomend Steamy Windows werd, er voor een zoveelste bis gezorgd, want toegegeven niemand wou dat het stopte.

Meer van dat. En een rondje applaus voor de organisator van dit feestje, die haar strepen al meer dan verdiende tijdens Pallieter en Amber fuiven.

Voesjdoen..... en zoals de Engelsen het zo piekfijn zeggen: many happy returns......

(*) https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Ashels

(**) Gizelle's aankondiging via facebook voor de genodigden.





Londen, ik kwam er wel eens....dagblog

Posted by Eddy De Saedeleer 11 Dec, 2017 21:43

Londen, ik kwam er wel eens....

Blog image

Tien jaar zijn voorbijgegaan sinds mijn laatste bezoek aan Londen. Tweede weekend van december in 2007, beloofde onvergetelijk te worden, en dat kwam helemaal uit. Het optreden van Led Zeppelin in de O2 was daar uiteraard niet vreemd aan. Een paar maanden eerder aangekondigd als een eenmalig reünie onder de naam Ahmet Ertegun Tribute Concert bracht dit een schokgolf, in de hele wereld, teweeg onder de al meer dan 25 jaar slapende meute Zepfans. Meer dan 20 miljoen onder hen stuurden een e-mailtje naar wat je rustig het loterijkantoor van organisator Harvey Goldsmith mag noemen. 20.000 konden een ticket bemachtigen, en hadden er een weekend Londen voor over. Ahmet Ertegun, was samen met zijn broer Nesuhi, als kind van Turkije naar Washington uitgeweken. Vader Ertegun was Turks ambassadeur in de VS. De broers richten later platenlabel Atlantic op. Je komt zijn naam nog wel eens tegen op oude Atlantic singles als A. Nugetre, zijn naam achterstevoren geschreven. Ook in het label Bang vinden we hem teug, want Bang staat voor de beginletters van Bert (B)urns, (A)hmet Ertegün, (N)esuhi Ertegün en Jerry Wexler, die eigenlijk (G)erald Wexler heette.

Achteraf bekeken was dit pas het tweede weekend in mijn leven dat ik in Londen doorbracht. Het vorige dateerde zelfs al van 1975. Voor iemand die al meer dan een jaar van zijn leven doorbracht in Engeland en Wales, zal dit misschien wat raar klinken, maar Londen heeft niet die aantrekkingskracht op mij die het vermoedelijk wel op anderen heeft. De stad is iets teveel metropool geworden, en er is teveel verdwenen van wat wij er wel graag zouden bezoeken: Eel Pie island, de Flamingo club, de originele Marquee’s, en zo kan ik nog wel enige verdwenen lokaties opsommen.

Maar ik zou liegen wanneer ik het enkel over die twee weekends zou hebben, want tussenin hebben wij toch een behoorlijk aantal keer de dagjestoerist uitgehangen in de Capital. Met de kindjes de panda’s bezocht in de Londen Zoo, cultuur opgesnoven in de musea van Kensington, waar we op zoek gingen naar een van de eerste geïmporteerde chow chows in Engeland. Thee gedronken in Hyde Park vlakbij de serpentine, een avondlijke hap gedegusteerd in het Hard Rock café aan de rand van het park. Met de metro naar Oxford Street voor HMV en de vele bookshops in een van de aangrenzende straten. Piccadilly Circus, Bakerstreet, Portobello Market, de Londen Dungeon, wandelen over de bruggen over de Theems. Het lijkt wel een opsomming uit een of andere toeristische handleiding.

Van en naar Londen is uiteraard een stuk eenvoudiger geworden, en laat dagtoerisme ook meer toe. Met Engelsen en Welshmen heb ik het er wel eens over, dat zij een halve dag nodig hebben om naar hun hoofdstad te sporen of te rijden, terwijl wij Euroeanen op amper 3 uur tijd vanuit ons lokaal station met de TGV naar Londen kunnen sporen.

De wereld is een dorp geworden, maar wat voor een? Las ik niet in een Britse krant dat een of andere pipo er was in geslaagd om vanuit Liverpool of Manchester, daar wil ik even vanaf zijn, naar Londen te reizen, aan een goedkoper tarief dan het treintarief door met een vliegtuigticket naar een of ander oord in Spanje te vliegen en van daar dan terug te vliegen naar Londen. Zijn we goed bezig? Filmpjes van uitgehongerde poolberen, die de wereld voelen naar de knoppen gaan, zullen daar weinig aan veranderen, want het mensdom mag/kan/wil zijn gedrag niet wijzigen.

Reizen naar Londen in 75 betekende, met de trein naar Oostende sporen, de “maalboot” nemen, en van Dover verder sporen naar Londen Victoria Station. Een van de boten die in 75 voor de overtocht zorgde heette Prince Laurent, naar analogie met de andere boten die allemaal naar iemand uit ons koningshuis waren vernoemd. Tegenwoordig kom je aan in Saint Pancras met de TGV. Ten tijde van onze jaarlijkse dagtrips in de jaren 80 en 90, toen je voor een heen- en terugtocht met met de boot een habbekrats betaalde, reden we naar Calais, namen de boot of de Hovercraft en reden verder tot Peckham, een voorstad van Londen, waar je een onedayticket kocht voor de voorstadstrein en de metro. Je kon dan makkelijk acht uur spenderen in Londen. Om nu nog tot Peckham te rijden begeef je je welin de Low Emission Zone, waar je voorlopig met een gewone dieselauto nog geen taks hoeft op te hoesten. Of je nog zomaar langs de kant van de weg kan parkeren in de gerenoveerde woonbuurt van Peckam is nog maar de vraag. Tijden veranderen, ook in het Londens verkeer. De city zelf binnenrijden kan niet meer zonder het betalen van een Congestion tax, met uitzondering van de avond of het weekend.

Het blijft toch met heimwee terugdenken aan de dagen dat er geen Londen Orbital (de M25) bestond, en je enkel Londen voorbij kon komen via ofwel de North- of South Circular Road. Een beetje te vergelijken met de vroeger Brusselse ring door Laken en omgeving, maar dan wel een stuk drukker. Via de North Circular Road kon je dan de Theems onder langs de Blackwall tunnel of kon je de veerboot nemen in Woolwich (reeds in gebruik in de middeleeuwen). Om “tijd te winnen” en korter te rijden reden we ooit wel een paar keer dwars door Londen, via de Westminster brug over de Theems, langs Hyde Parc corner, enz... tot we de borden zagen waarop stond Hatfield and the North (in 1972 adopteerde een Britse popband dit bord en promoveerde het tot hun bandnaam). We reden doorheen voorsteden in de West-End langs geboortedorpen van Kinks en Who-leden. Mocht iemand denken dat Parijs een stad is die niet te doen is om er met een auto doorheen te rijden, die moet zeker Londen eens van achter het stuur bezoeken. Uiteraard steeds aan de linkse kant van de baan blijven rijden.

Mijn bezoeken aan echte Londoners beperken zich tot een stop in 1981 bij ene familie Bennett, waar we chow chows gingen bestuderen,en een BBQ avond bij een collega in Epsom. Epsom waar iets in het drinkwater moet gezeten hebben in de jaren vijftig, want heel wat rocktalent kwam precies uit die buurt. Om er een paar te noemen: Jimmy Page, Jeff Beck, Glyn Johns bij wie Ian Stewart (Stones) inwoonde.

De Bennetts hadden het grootste deel van hun leven doorgebracht in het vroegere Rhodesia in Afrika, en waren na de onafhankelijkheid teruggekeerd. Om de sfeer van ginderachter te behouden hadden ze hun bungalow helemaal in het wit ingericht. Erg interessant. Ik denk er nog wel eens aan terug. Onze collega woonde ook al in een vrijstaande woning, met tuin en Duitse herder, en in de garage een oldtimer Mustang, met blinkende gerestaureerde motor, waar hij op zondag, geheel in de stijl van ‘Keeping Up Appearences’, uitjes mee maakte in de countryside. Elk jaar, wanneer ik op de M25 de borden voor Chessington World of Adventures en de afslag naar de M23 zie staan, stel ik mij de vraag: 'Hoe zou het nog met die hond zijn?'

Amper drie keer overnacht in Londense hotelletjes. In 1975 in Kensington, niet zo gek ver van Earl’s Court, de toenmalige rocktempel, waar we de volgende dag langs liepen, op weg zoek naar koopbare muziek. Einde jaren 80, bezochten we een keer de Chow of The Year Show (COTY) in de buurt van Coventry, met de trein, omdat er weer eens een staking dreigde in de haven van Dover, en ondergetekende, geheel plichtbewust niet afwezig wenste te zijn op het werk door overmacht. Die avond spoorde ik terug naar Londen, zocht op goedvallen uit een betaalbare slaapplaats en belande niet zo ver van het station in een hotelletje, waar aan de balie een man zat met een tulband en een kromme dolk. Maar wie slaap nodig heeft denkt daar niet teveel bij na. In de ochtend stond er voor de deur van de piepkleine slaapkamer een gevlochten mandje met enkele croissants en wat jam. Vermoedelijk was er geen diningroom in het pand. Die was er tien jaar geleden wel in het hotelletje waar ik in de ontbijttafel verschillende personen ontwaarde die allemaal hetzelfde polsbandje droegen. Led Zeppelin een band die een band schiep ergens in Londen waar mensen met meer dan 50 verschillende nationaliteiten samenkwamen om te luisteren naar 'Good Times, Bad Times', te genieten van de theremin in 'Whole lotta Love', om er samen de 'Stairway to heaven' te beklimmen, en te vertoeven in 'Kashmir'. Een avond die dermate uniek en goed was, dat elke herhaling er van gedoemd is om te mislukken...... thanks Robert Plant om er ook zo over te denken.

Tien jaar geleden, terug wandelend van de Serpentine richting Victoria station, genoot ik van de vele Londense herinneringen. Mijn hotel bevond zich in de buurt van waar ik met de metro binnen de kortste keren richting Greenwich spoorde naar de O2 waar het evenement van de eeuw zou plaatsgrijpen.

De O2, waar de overblijvende leden van Led Zeppelin samen met John’s zoon Jason, die avond het beste van zichzelf gaven.

Dit hele verhaal kan u verder lezen op....

December 2007 De voorbereidingen

9 december 2007

10 december 2007, het concert

11 december 2007, de dag na het concert



1967: Summer of LoveClassic rock

Posted by Eddy De Saedeleer 03 Nov, 2017 12:27

Blog image
In 1967, was ik veertien, of vijftien naargelang je het bekijkt in de lente of later in de zomer. Het was een jaar dat voor eeuwig genoteerd staat als het jaar van "de summer of love". De zomer waarin het geluid van de radio piraten uit nagenoeg elke transistor radio schalde.

Iedereen kent het; iedereen herinnert zich wel een speciaal jaar met een speciale zomer uit zijn of haar jeugd doorgaans beter dan de jaren ervoor of er na. Het zit hem in de leeftijd, waarop je je van een aantal dingen plots bewuster wordt. Meisjes, een andere school, cafés en dancings, of luisteren naar een nieuw geluid, dat al het vorige in de schaduw stelt: Pink Floyd, Cream, Jimmy Hendrix.

Veertien en een kind nog. Vijftien en al een puber. Kieckens ontdekken, plaatjes kopen, muziekblaadjes verslinden. Voor het eerst een vakantiejob, wat later bleek een echte klotejob te zijn. De zondagsschool frequenteren voor een taalbad, maar eigenlijk meer om samen met meisjes in de klas te zitten. Athenea zoals KAA (de Koninklijke Apen Academie, ofte Koninklijk Atheneum Aalst) waren toen nog 'ongerokt'.

De lessen van de 'Zwing', 'de Sooi', 'de Kiek', 'de Miss' en de 'Koperen' lagen achter ons. En de lessen van de 'Slasj', 'de Spek'. 'de Vogel' en nog een paar anderen trotseren zag ik niet zitten. Tijd dus om andere oorden op te zoeken.


Een muzikale zomer.
Blog image

1967, het is intussen herfst geworden, maar de Summer of Love wil vooralsnog niet echt wijken. En dat was precies zo in 1967. In oktober hoorden we nog dagelijks op de radio 'Excerpt from a Teenage Opera', 'San Fransisco', 'All You Need is Love', 'We love you' of 'Blommenkinders' van Armand.

1967 was het jaar van 'A whiter shade of Pale', 'Groovin'' en 'Pleasant Valley Sunday' van de 'Monkees', om slechts enkele hits te noemen. 'Be sure to wear some flowers in your hair', geschreven door 'John Phillips' van de 'Mama’s en de Papa’s', en gezongen door one-hit wonder 'Scott McKenzie' werd de soundtrack van onze zomer. Het jaar waarin 'Gaston' in het frans schreeuwde dat er 'Téléphone' was, en dat er 'personne' de moeite nam om deze te beantwoorden. Het jaar waarin de eerste carnavalshit verscheen in Aalst: ‘Oilsjteneers Zemmen’ waarin we leren dat de blauwe zone zijn intrede deed, burgemeesters plots op een minifiets rijden, en dat je van jicht af kan raken door een bracelet te dragen.

In de top 40 van 7 oktober 1967 werden de eerste 6 plaatsen ingenomen door:

1 Excerpt from a teenage opera - Keith West

2 We love you - De Rolling Stones

3 Ithyco Parc - De Small Faces

4 Time seller - de Spencer Davis Group

5 San Fransisco - Scott McKenzie

6 San Fransiscan Nights - Eric Burdon en de Animals

In de lagere regionen komen we verder nog tegen:

19 Hole in my shoe - Traffic

25 Pick-Nick - Boudewijn De Groot

29 Blommenkinders - Armand

32 All you need is love - De Beatles

34 Flowers in the rain - De Move

En toch was 1967 ook het jaar van de geboorte van de meer progressieve rock met nummers als 'Arnold Layne' van toen nog 'The Pink Floyd', 'White Rabbit' van 'Jefferson Airplane', 'Paper Sun' en 'A hole in my Shoe' van 'Traffic'.

Het jaar waarin op het 'Monterey popfestival' de muziek klonk als nooit tevoren. 'Burdon' bezong het eerste echte popconcert van betekenis: Monterey.(*) Alles moest nog uitgevonden worden. De 'Animals' werden na het vertrek van 'Alan Price' omgevormd tot 'New Animals' en leadzanger 'Eric Burdon' trok met de band naar Monterey in Amerika, niet enkel om er over te zingen maar ook om er op te treden. Terloops liet hij ons kennismaken met ‘San Fransiscan Nights’. Daar was het dat de Amerikanen voor het eerste echt 'Jimi Hendrix' aanbaden, die voor hun ogen zijn gitaar in brand stak, waarmee hij het optreden van de 'Who', dat steevast eindigde in chaos, inclusief kapot geslagen gitaren, overklaste. De naar Engeland uitgeweken 'Jimi Hendrix' beleefde er zijn hoogdagen en genoot duidelijk van de erkenning na jaren van aanmodderen in de States.

Een uitgeweken Welshman, 'John Cale', schrijft samen met een uitgeweken Duitse, 'Nico', en wat Amerikanen, 'Lou Reed' en 'Andy Warhol', geschiedenis door een plaat uit te brengen met een hoes waarop slechts een banaan staat afgebeeld. Geloof me vrij, niemand, maar dan ook niemand had bij ons in 1967 oog voor deze mijlpaal. Onze bekendste plaatjesdraaier uit die tijd, 'Zaki', probeerde ons op woensdagnamiddag in 'Rudi's Club' te verleiden om naar 'Arthur Conley' en 'Wilson Pickett' te luisteren.

Nooit meer oorlog, bloemen in je haar en mediteren. Tijdens de Summer of Love in 1967 kon je niet naast TM (Transcendental Meditation) en het erbij horende yoga kijken. Het lijkt nu haast onvoorstelbaar dat dit toen kon. Jassen, parka’s uit omgekeerd schapenvel, bloemetjesjurken, een opkomende wiet en acid cultuur. Het leverde mooie muziek op en zette een aantal Amerikaanse West-coast bands voorgoed op de kaart. 'Greatfull Dead', de 'Doors', 'Buffalo Springfield', de 'MC5', enz…

Blog image

'Phil Bloom' die zich op de Nederlandse TV in het programma 'Hoepla' van haar “tepelste” kanten liet bewonderen. Helaas werd het door 'Joost Den Draayer' (van de Veronica top 40) gepresenteerde jongerenprogramma van de VPRO, onmiddellijk afgevoerd. De VPRO had toen helaas nog leden, die zich achter de naam van de omroep schaarden (Vrije Protestantse Radio Omroep), en die in die dagen vooral woest in hun pen waren geklommen. Phil Bloom op Pinterest.

Engeland:

In Engeland verschenen een rist tijdsgebonden platen. 'Tomorrow' de groep met 'Keith West' bezong de Amsterdamse witte fietsen in 'My white bycicle'. Zelf werd Keith wereldberoemd met dat ene nummer uit 'A teenage Opera'. Een project (rockopera?) van 'Mark Wirtz' dat nooit werd afgewerkt. De titel was dus zeer goed gekozen. En wie niet zo’n geheugen h'eft voor lange titels, die zal zich zeker het kinderkoortje herinneren dat het over 'Grocer Jack' had. 'Traffic', een van de eerste supergroepen in Engeland met oud-leden uit diverse bands uit de omgeving van Birmingham bezongen een gat in hun schoenen en keken naar papieren zonnen. In hun midden bevond zich een van de belangrijkste Britse aanstormende muzikanten. 'Steve Winwood' was toen amper 17 en toch reeds 'ex-Spencer Davis Group', Ook al uit Birmingham. 'The Move', de band van 'Ace Kefford' en 'Bev Bevan', waar 'Carl Wayne' de zang waarnam en 'Roy Wood' als bekendste naam uit voortkwam bezongen bloemen in de regen, en bovendien hoorden zij terloops gezegd ook het gras groeien…. Om maar te zeggen: 'Sgt. Pepper' de plaat die op 1 juni werd uitgebracht door de 'Beatles' had duidelijk zijn werk gedaan en sporen nagelaten. Zelfs de uit blues geboren 'Rolling Stones' vonden dat zij niet langer konden toekijken en berichten over wat zich tweeduizend lichtjaren van hier afspeelde, terwijl ze hun bewondering uitdrukten voor een meisje dat op een regenboog leek. De 'Stones' waren in die zomer ook de eerste band die geklist werd voor het bezit van drugs en die het kon gaan uitleggen voor de rechtbank. 'Keith en Mick' werden vrijgesproken. 'Brian Jones' oprichter van de band zat dieper in de sh… waaruit hij nooit meer echt zou wegkomen. De andere twee Stones, 'Charly en Bill' zaten veilig thuis, achter de stoof bij hun respectievelijke echtgenotes.

Het leverde wel een door de 'Who' opgenomen cover van 'The Last time' op. (Trouwens in een nacht opgenomen). En om de 'Beatles' van antwoord te dienen brachten de Stones zelf heel snel 'We love you' uit, waarop tal van andere muzikanten, waaronder enkele 'Beatles' meezongen. Bij de aanvang van het nummer hoor je gevangenisdeuren dichtslaan over de tonen heen van het pianootje van sessiemuzikant 'Nicky Hopkins'. Dezelfde sessiemuzikant die samen met 'John-Paul Jones' (later 'Led Zeppelin' bassist) van 'She’s a rainbow' een topnummer maakt.

Over Offshore radio hadden we het in een vorig artikel. Offshore omdat het vnl in Engeland ging, op een enkele uitzondering na, om omgebouwde schepen die voor anker lagen, net buiten de territoriale wateren. De monding van de Theems, of de buurt van het eiland Man waren de locaties waar de schepen van 'Big L (Radio London)', 'Caroline South en North' voor anker lagen. 'Radio City' nestelde zich in een oud, op palen staand, fort in de monding van de Theems. Het was de tijd waarin men zelfs bij ons dacht dat het eenvoudig was om een graantje mee te pikken van dit fenomeen via het helaas mislukte project van 'Radio Uilenspiegel'.

Zenders die zich schikten noch naar het gebod van God, noch naar de wetten van de regering van het Verenigd Koninkrijk, die alles in het werk stelde om een einde te stellen aan deze piraterij. En dat lukte ze nog ook, op 14 augustus van dat jaar, nadat ze besloten hadden om een alternatief te bieden (zonder reclame) door een kanaal bij te creëren op de BBC Radio. Radio One zag het levenslicht op 1 september van datzelfde jaar.

Nederland had uiteraard 'Radio Veronica', tot dan toe een familiezender, met “presentatoren” als 'Stan Haag' en 'Cowboy Gerard (de Vries)'.

Nog in de zomer van 67 startte 'Radio 227', in het Nederlands, vanop het schip waarop ook al 'Britain Radio' en 'Radio England' uitzonden. Het feest duurde maar enkele maanden, want op 14 augustus schikte de directie van Radio England zich naar de wet, en schip en apparatuur waren niet meer voorhanden voor radio 227. Radio 227 was gehuisvest op een Brits schip, en het station verdween dus figuurlijk mee in de golven. Het was in die korte tijd dat we 'Lex Harding' voor het eerst te horen kregen, en dat was verdomd verfrissend.

'Tom Collins' en 'Lex Harding' zitten binnen de kortste keren achter een microfoon in Hilversum te verkondigen dat zij nu op zee zitten bij Veronica, en hertekenen mee het zendschema van het wat oubollige radiostation. Vooral Lex Harding laat het station meer swingen en zorgt er voor dat de Summer of Love hits blijven komen.

Na 15 augustus zat er voor ons niks anders op dan afstemmen op de enige overgebleven piraat die moeizaam doorzette: 'Radio Caroline rules the waves' klonk het, toch tot begin februari van 68, toen het schip 'Mi Amigo' aan de grond liep. Maar Caroline bleef af en aan terugkomen, tot zelfs vandaag de dag, zei het via het Internet. En juist ja, het schip Mi Amigo zal later terecht komen bij koekjesbakker 'Sylvain Tack' uit Huizingen of was het Buizingen?

Het vrijgevochten radio Caroline deinsde er niet voor terug om bepaalde platen meer te draaien dan andere, tot dit zelfs bepaalde disk jockeys de strot uitkwam. 'Ronan O'Rahilly', de Ierse baas van Caroline had nauwe banden met het platenlabel 'Major Minor', waarop de eerste drie platen van 'David McWilliams' uitkwamen. Men probeerde ons wijs te maken dat 'McWiliams' de nieuwe 'Dylan', 'Donovan' of zo was, waar we niet omheen konden, maar het pakte anders uit. De man zijn 'Days of Perly Spencer' werd een superhit op het continent, maar in Engeland bakte de vis niet. Evenzo verliep het de 'Equals' waarvan men de eerste lp iets teveel plugde. 'Baby come back' was enkel bij ons een hit en pas een jaar later brak het potten in Engeland. Wat ons er toe aanzet te denken, dat die piraten stations zeer goed in de markt lagen bij jonge gasten zoals wijzelf, die nog te jong waren om veel geld te spenderen aan het platen materiaal dat zij ons serveerden.

Vlaanderen en Nederland:

Maar…. hoe zat het eigenlijk met die fameuze Summer of Love bij ons in Vlaanderen? Het antwoord moeten we grotendeels schuldig blijven. In 1967 verschijnt een plaat van Miek en Roel + Roland, maar het duurt nog drie jaar eer ze bloemetjesgewijs afgebeeld staan op een lp-hoes. Uit hun muziek viel het ook al niet af te leiden: ‘Wie wil horen, al van ene jonge smid’ klonk het nog in 1967. Muzikaal, cultureel keken de jongeren langs de piraten schepen op de Noordzee heen naar wat er in Londen gebeurde. Daar scheen alles zich af te spelen in Carnaby Street in het Soho district. Londen, waar Jimi Hendrix was neergestreken vanuit Amerika, en waar de Beatles op tv zongen, in een wereldwijd overgenomen uitzending van Our World dat all wat je nodig hebt liefde is: ‘All you need is love’.

Met wat vertraging sijpelde een en ander door via Nederland. Over de witte fietsen van de Amsterdamse provo’s hadden we het reeds. En er was natuurlijk 'Herman van Loenhout', die zijn haar in de rode hennep doopte en voor de rest van zijn leven een hippie bleef en door het leven ging als 'Armand'. 'Blommenkinders leg die stiletto’s weg'. Veel duidelijker kon je het niet zeggen. Armand was begonnen met hippe singeltjes als 'Ben ik te min' en 'Een van hen ben ik', waarin hij al tegen de schenen van de rijkere bourgeois mensen schopte. In de jaren zeventig maakte hij nog verschillende albums die hij overigens uitbracht op het label van 'Johnny Hoes', en waarop hij zich liet begeleiden door de toen nog onbekende groep 'Normaal' uit de Achterhoek. Ook toen bleef hij zijn idealen trouw met nummers als ‘De bloemen groeien metershoog’, ‘Ik heb het gevonden’, en ‘De Nederlander is een meelzak’.

Toch slaagde een duo uit Nederland er in om door te dringen tot het wereldje van Carnaby Street, en zijn fervente aanhangers. 'Simon Posthuma en Marijke Koger' die later onder de naam 'Seemon & Marijke' nog singeltjes op de markt zullen brengen, maakten toen deel uit van het kunstenaarscollectief 'The Fool'. In zoverre zelf dat zij een ontwerp voor Sgt Pepper maakten, wat enkel in het begin gebruikt werd voor de eerste binnenhoezen van Pepper. Later zullen zij de Rolls Royce van Lennon en de Appleboetiek van de Beatles versieren met hun ontwerpen.

Ook in Nederland zelf komen we ze tegen. 'Boudewijn De Groot' en 'Lennart Nijgh' maakten in de sixties twee hippieplaten. In 1967 verschijnt net nog ‘Pick-Nick’ en in het jaar daarop verschijnt de heksensabbat plaat ‘Nacht en Ontij’. Het is de zeer kleurrijke hoes van Pick-Nick die van de hand van The Fool is. Een plaat die zoals zovele platen van Boudewijn De Groot beluisterbaar blijft. De Groot had zichzelf en tekstdichter Lennart Nijgh een jaar eerder op de kaart gezet met het album 'Voor de Overlevenden'. Een plaat die je zou kunnen bestempelen als hun 'Revolver' (meesterwerk van de Beatles). Het album ‘Voor de overlevenden’ mag dan hier te lande bekend staan als ‘kleinkunst’, het was zeker geen kleine kunst. 'Testament', 'Verdronken Vlinder', het blijven overbekende parels, oorwurmen die zich in ons hoofd nestelden.

De Groot zal na ‘Nacht en Ontij’ helemaal de richting rock evolueren, zelfs overschakelen naar het Engels met de groep 'The Tower', waar hij gewoon een onderdeel van zal worden. Helaas loopt dat avontuur niet zo goed, en Boudewijn zijn carriere staat plots on hold voor een drietal jaar. Het is pas met 'Jimmy', 'hoe sterk is de eenzame fietser', dat er een nieuwe Boudewijn De Groot opstaat die in tegenstelling tot Armand, helemaal niet zal "blijven hangen aan de sixties".

Pick-Nick met nummers als ‘Eva’ en het op single uitgebrachte, in duet met Elly Nieman gezongen, ‘Meester Prikkebeen’ lieten ons kennismaken met wat later klassieke songs zullen worden.

Naar analogie met de Engelse band Traffic, die een plaat maakten terwijl ze op het platteland woonden, trokken de jongens van 'Cuby & the Blizzards' zich terug in een oude schuur in 'Grollo' om er de plaat ‘Groeten uit Grollo’ te maken.

In september/oktober van 1967 bulkt het in de de top 40 van nazomerse geluiden.

Andere nederlandse Summer of Love muziek situeerde zich eerder binnen de doorsnee top 40 regionen. 'De Shoes' namen 'Farewell in the rain' op, de 'Outsiders' verblijden ons met 'Summer is here' en 'After Tea' deed hetzelfde met ‘After Tea’ en ‘Not just a flower in your hair’. Zij maakten in 1967 in Nederland het mooie weer uit. Eerder gemodelleerd op wat zich ook in Engeland voltrok, toen studiomuzikanten zich vermomden tot Flowerpotmen en ‘Let’s go to San Fransisco’ en 'A walk in the sky' opnamen.

1967, het jaar waarin het meisje in het blauw voor het eerst verscheen en andere meisjes zich als Elvis-idool uitten. Waarin we fietsten naar Hofstade-bad bij Mechelen, een afstand van heen en terug 100 km. De zomer waarin we vliegtuigen spotten in de lucht. 1967 toen we uitrekenden hou oud we zouden zijn in het magische jaar 2000. Het jaar waarin buurman Frans vertelde dat hij de straten van Bazel had gekasseid, en wij ontdekten dat er dus toch meer dan een koe bestaat die Blaar heet, althans volgens een oud gezegde. 1967 het jaar waarin buurvrouw Lisa de dagen overbrugde op een doos poeders van het Wit Kruis. 1967 een tijd van onbezonnen fietsen door de tijd, een verhaal dat om een vervolg vraagt.

Om te eindigen een greep uit het betere “hitwerk” van 1967

The Monkees - Alternate Title

The Monkees - Pleasant valley Sunday

Keith West & Tomorrow - Excerpt from a teenage opera

Traffic - Paper Sun

Traffic - Hole in my shoe

The Young Rascals - Groovin'

The Gibsons - The Magic book

The Rolling Stones - We love you

Eric Burdon & the Animals - San Fransiscan Nights

Eric Burdon & the Animals - Monterey

The Spencer Davis Group - Time

Jeff Beck - Beck's Bolero / Hi ho silverlining

Van Morrison - Spanish Rose

The Royal Guardsmen - The Airplane Song

The Hollies - King Midas in reverse

Donovan - There's a mountain

The Attack - Created by Clive

Buffalo Springfield - Mr Soul

Robert Plant - Our song

The Bee Gees - The New York Mining disaster 1941

The Troggs - Night of the long grass

The Move - Flowers in the rain

The Move - I can hear the grass grow

Paul Jones - High time

The Small Faces - Itchycoo Parc

The Kinks - Waterloo Sunset

The Who - I can see for miles

Pink Floyd - See Emily play

Procol Harum - Homburg

David McWilliams - Harlem lady / Days of Perly Spencer

The Equals - Give love a try

The Beatles - All you need is love

The Who - The Last time

Cream - Strange brew

The Jimi Hendrix Experience - Burning of the midnight lamp

(*) Over festivals in 1967 later meer.
Blog image



Bangor en de Beatles. 50 jaar geleden.Classic rock

Posted by Eddy De Saedeleer 28 Aug, 2017 23:30

Bangor, ergens in Noord Wales.
Blog image

Precies vijftig jaar geleden op 23 augustus namen de Beatles, na een jaar voor het eerst weer, alle vier tezamen in Londen de trein naar Bangor bijna an het einde van de wereld in Noord-Wales. Ik herinner mij nog goed de nieuwsberichten over deze uitstap. Alleen dachten wij dat Bangor een of andere negorij was in Indië (*).Blog image De Beatles waren met Harrison voorop zich plots gaan interesseren aan Indische muziek (sitar) en aan meditatie.

De maharashi die transcendente meditatie predikte werd al enkele jaren steevast uitgenodigd aan het Coleg Normal, wat nu deel uitmaakt van de Bangor universiteit. Patti, de vrouw van George Harrison zag op een poster dat er in Londen een voordracht was, en vertelde dit door aan haar man, wat er toe leidde dat George en de andere drie aanwezig waren bij die voordracht. De Maharashi die, meer dan waarschijnlijk wat westerse publiciteit kon gebruiken nodigde de heren uit naar Bangor te komen om meer te vernemen over TM (Transcendental Meditation). Iets waar ze gretig op ingingen. Overigens zal Patti later nog bezongen worden door Harrisons vriend Eric Clapton in het lied Layla. Hij was in alle stilte smoorverliefd op haar. Later eenmaal de b(r)ui(d)t binnen is hij er nooit echt gelukkig mee geworden, wat een ander verhaal is.

Een aankomende Engelse journalist neemt in Chester dezelfde trein, verzwijgt dat hij journalist !n spe is en slaagt er in hen te intervieuwen, zijn verhaal te verkopen, en zijn carrière op de rails te zetten.

Brian Epstein hun manager, die hen doorgaans vergezelde zou later, op maandag, eveneens participeren in Bangor, maar zover kwam het nooit.

De bezoeker (en zeker de Beatlesfanatici) in Bangor moet weten dat het Normal College intussen is opgenomen in de Universiteit van Bangor en dat het nu gekend is als het Management gebouw. 15 jaar geleden bij de 35e herdenking werd er binnenin een plakkaat aangebracht ter herinnering aan die fameuze week uit 1967.


Blog image

Herinneringsplaat opgehangen in 2002.

En gek genoeg ook in de Highstreet van Bangor ligt ergens in het geplaveide voetpad een gedenksteen. Op een blog (**) las ik dat de bezoeker van het teahouse aan het einde van de pier er langs liep, en zich afvroeg wat die steen daar lag te doen. Geen van de personen die ze aanklampte had een idee. Eentje dacht aan een optreden vroeg in de sixties toen ze zelfs nog niet echt bekend waren. Andere hadden geen benul.

Volgens de beschrijving van Hunter Davies gaat het om de plaats waar de Beatles de eerste avond na hun aankomst in een chinees restaurant iets gingen eten, want dat was blijkbaar aan het College niet voorzien. Het grappige aan het verhaal is dat het gezelschap na het eten vaststelde dat niemand geld bij zich had, tot Harrison zijn voet op tafel legde en uit zijn sandaal een opgevouwen briefje van 20 pond toverde ‘voor noodgevallen’.

Het college was in die tijd zeker ook niet voorzien op de ontvangst van, bijzondere gasten. De Beatles mochten er overnachten in studentenchambrettes, waar ze boven elkander werden gestapeld. De Maharashi mocht en suite slapen in het huis van de portierster. Overigens waren niet enkel de Beatles aanwezig op die trip. Ook Jane Asher (zij nam de verschrikkelijke telefoon aan met het nieuws over Brian), Lennon’s vrouw, en Mick Jagger en Marianne Faithfull behoorden tot het gezelschap, evenals hun roadies. Overigens Cynthia Lennon miste zelfs de trein in Londen en werd dan maar door een roadie met de wagen naar Bangor gevoerd.

Mogelijks zou de aandacht voor dat weekend een stuk minder nagezonden hebben, ware het niet dat het in Bangor was dat de Beatles vernamen dat hun manager die zondag was overleden na het nemen van een overdosis (bewust/niet bewust?) pillen. McCartney reisde quasi onmiddellijk terug naar Londen en de anderen werden getroost door de Maharashi en stonden ook even de pers te woord, die in grote getale naar Bangor was afgereisd. Blijkbaar vernamen zij het nieuws nog eerder dan de Beatles zelf.

En nu vijftig jaar later, lees ik nog een en ander in de nationale pers, ook bij de BBC, maar verder in Noord-Wales is het eerder stil. Wanneer ik door College Street wandel valt daar niemand te bespeuren. Bij het huidige hoofdgebouw stapt een man naar buiten die er op het eerste zicht uit ziet als iemand die 1967 wel meegemaakt heeft. “Yes mate, I do remember” repliceert hij op mijn vraag, maar waar exact dat ze verbleven dat wist hij niet. “Vraag het binnen maar eens, al hebben ze daar blijkbaar andere vodden aan hun kop”. Bleek dat de man op zijn hemdje een logos van de Post droeg, en hij dus weinig of niets met de Uni te maken had. Hij vernam er wel, ‘gossipde’ hij verder dat de Bangor Universiteit diep in de schulden zou zitten op dit ogenblik.

Misschien daarom dat hier nu niets herdacht wordt, al wijt ik het eerder aan het feit, dat 50 jaar net te lang is om nog voldoende actievelingen te vinden die hun tijd willen stoppen in herinnering gen. Wie nu aan de universiteit studeert of er aan het bewind is, is van een later generatie.

Het is voorbij mogen we zeggen. Wie het meemaakte, en er mogelijk bij was, mag zich ook hier in Bangor een zeventiger noemen….. wij waren 15 en net te jong.

Maar kijk…. Aan de overkant van de straat in een majestueus oud kerkgebouw waarin de muziekacademie van de Univ huist klinkt muziek. Ik begeef mij op illegaal pad en speel even voor ‘backdoor man’ en wandel enkele lange gangen door, eer ik in de grote ruimte terechtkom waar een vijftigtal studenten van een Filharmonisch orkest aan het oefenen zijn. Ik word met rust gelaten door de aanwezige stewards, en geniet van een halfuur prachtige muziek. Violen, cello’s, paukens, alles waarop je kan blazen, een harp, enz…. zeer de moeite waard, en een herinnering voor het leven. Muziek aan de universiteit van Bangor, klinkt goed, ook al was er geen Beatle noch Beatlekenner te bespeuren.

Feiten:

Bangor ligt langs de A5, de vroegere handelsweg tussen Londen en Dublin, bij Anglessey een eiland tussen de UK en Ierland. Het Welshe eiland lijkt in feite meer op een schiereiland dan een eiland.

Wales kent twee universiteiten: eentje in Bangor en eentje in Aberystwith. Geboren Aalstenaar en later kunstschilder Valerius De Saedeleer verbleef tussen 1914 en 1922 als oorlogsvluchteling, in Rhyd-y-felin vlak bij Aberystwith. Het scheelde niet veel of hij bemachtigde een leerstoel aan de universiteit. In dat geval hadden we hem waarschijnlijk nooit meer weten terugkomen naar Etikhove en later Oudenaarde.

Enkele links naar krantenartikels over dit bezoek 50 jaar geleden en aanverwante artikels.

De dailypost

Beatlesbijbel

De BBC

Een bericht van de Bangor University ifv Pepper en de herdenkingsplaat opgehangen aan de universiteit.
---------------------------------------------------------

(*) de Beatles gaan in 67, op een later ogenblik, wel degelijk naar Indië vergezeld van o.a. Donovan en Mia Farrow(Sexy Sady).

(**) I was intrigued by a paving stone in the High Street that told me The Beatles had been in Bangor in 1967. But nobody I spoke to in town seemed to know anything about it. When I asked Vic, he said he hadn’t been in Bangor then either, but he HAD seen The Beatles play at Buxton Opera House in the early 1960s before they really became famous. Ah, the stories Vic could tell…

Klik voor dit blog door naar: fancy a cuppa




Portugal: de weg terug....Zes dagen onderweg

Posted by Eddy De Saedeleer 27 Aug, 2017 19:46

Begin van drie dagen ‘Extra vacance....’


Al zou dit stukje natuurlijk ook 'in den aap gelogeerd' kunnen heten, want drie dagen extra vakantie die moet je verdienen. Toch?


Vrijdagavond, de dag na mijn Portugees avontuur, en een hele dag reizen door Baskenland besliste een halve meter riem in mijn auto dat ik aan wat extra rust toe was. 'Le couroir', zoals dat hier in een Peugeot garage gebruikelijk genoemd wordt was namelijk stuk. Gelukkig bleek na alweer een tussenkomst van mijn VAB-vriendjes dat er een Peugeotgarage in de buurt was en dat die op zaterdagvoormiddag open zou zijn. Alhoewel open: ‘Non monsieur le Samedi c’est seulement pour changer les, pneus.’ Zo dat wist ik dus nu ook. Toch beloofden ze mij om de volgende maandagvoormiddag 'tegen betaling' een diagnose te stellen. Ik kon ze daarmee al vast helpen door te stellen dat die bewuste riem 'grat' af was.... Ik kan mij overigens ook niet herinneren dat die ooit werd vervangen. Een levensduur van 175.000 km is mooi en goed, maar misschien toch in de toekomst.... Berouw komt na de zonde.


Een verzekering met assistentie is wat je in dergelijk geval nodig hebt. In een eerste aanbod willen ze je dan repatriëren, wat best leuk is en zowat drie volle weken later wordt je auto aan huis geleverd. Ja hallo, ander voorstel graag..... Blijkt dat om een auto naar huis te brengen er een systeem bestaat waarmee ze de auto van depot naar depot transporteren. Zeg maar beetje bij beetje of beter eindje na eindje, hopelijk in noordelijke richting tot thuis. Nee dus, mij niet gezien.

Het is vrijdagavond, en we zien morgen wel verder.


Cap Breton lekker lui aanneemt strand.….


Twee dagen heb ik kunnen spenderen in Cap Breton, een stadje dat mij wat doet denken aan Le Touquet ook al gelegen vlakbij de Atlantische Oceaan. Cap Breton ligt wat geprangd tussen Biaritz en Bayonne. Niet zo ver van de Spaanse grens, amper drie payages verder dan het Spaanse San Sebastián, stel ik vast wanneer ik mijn bonnetjes nog even bekijk in het hotelletje waar ik gedeponeerd werd door een vriendelijke taxibestuurder die er eerder uitzag als een Engelse butler. Zelf heb ik het niet gemerkt, maar de klanten van het hotelletje zullen wel gedacht hebben dat ik een of andere rijke luis was want wie komt er nu aanzetten in een super-de-luxe taxi (Mercedes) waarin je makkelijk met vier man een crisismeeting kon organiseren gezeten aan een vierkante tafel, en waar dan nog genoeg ruimte overbleef om er een polonaise te dansen rond de aanwezigen.

Helemaal, onder in de golf van Biskaje. Aan het strand zie je in de verte nog de Pyreneeën, die de echte grens uitmaken. Cap Breton behoort tot het Franse Baskenland. De alpinopetjes kom je hier dus nog wel meer tegen, en uiteraard ook lokale voetbalshirts in het Baskische rood-groen, die je van verre wat aan de kleuren van de Welshe draak doen denken.


Ik verblijf hier in een typisch Frans hotelletje. Al is typisch mij eigenlijk onbekend. Tot nu toe was het enkel nodig even op te letten bij het bestellen van koffie, tenminste indien je niet wil je opgezadeld zitten met een tas ter grote van een vingerhoed.

En raar maar waar elke avond was er voetbal op TV, wat uiteraard een gevolg was van de aan gang zijnde kampioenschappen . Frankrijk tegen de Roemenen. Florin, onze Roemeense molencollega, kon er enkele dagen geleden niet van zwijgen. Een paar gasten knoopten al spontaan babbels aan met mij vanwege het T-shirt waarin ik rondkuierde. Ik had het kunnen weten. Een rood t-shirt met achterop een kanjer van een logo, dat bestond uit een cirkel met daarin een dansende duivel. En toch hebben deze t-shirts niets van doen met die bende onnozelaars, die niets beters te doen hebben dan ballen wegschoppen om er dan weer achteraan ter rennen. Sorry Rod (*), maar 'balls are not my cup of tea'.

Ter verduidelijking: deze t-shirts werden twee jaar geleden gemaakt, voor de Amber Reünie, waar meer dan vijfhonderd oud café Amber bezoekers op afkwamen. En het rood was eenvoudigweg gekozen om de medewerkers beter te kunnen onderscheiden van het publiek. Het logo, dateert van meer dan 40 jaar geleden. Of iemand nog weet wie dat ooit heeft ontworpen, is een open vraag, en wie weet, heeft de toenmalige ontwerper het niet gejat van ergens. Led Zeppelin stond in die dagen nog hoog in de charts, bedenk ik plots, en hoe zich lieten inspireren…. Een eenvoudige Aalstenaar zou voor minder toch ook zijn hand niet omdraaien?


Music Maestro


Het is zaterdagmiddag en op het plein, bij het Casino café, niet ver van de pier, ontmoet ik een straatmuzikant die een prachtige bluesgitaar met zich torst, een tros bananen, en twee anderhalve literflessen water. Hij zegt niets, en stel zijn spullen op, en wacht op meer volk. 'Vous êtes locale?' probeer ik. 'Als je bedoelt van hier, van deze wereld, deze aarde' dan wel repliceert hij. Bon, dit is dus 'gene gewone'. En toch, na mijn vraag naar zijn repertoire, breekt het ijs, omdat hij voelt dat ik 'zijn business' ken. Op zijn repertoire staan o.a. 'Stairway to heaven' en 'Rock'n'Roll' en dan weet je direct: dat schept een band. Zelfs Pink Floyd, Oasis, en meer, wisselt hij af met 'gewone meer alledaagse' straatmuziek van John Denver, Dire 'Sultans of swing' Straits, Hotel California enz.... Ik ken alle Franse zangers die hij mij toont, maar geen enkel van de nummers, op ‘Je ne regrette rien’ van Piaf na. 'Ach Belge, mais tu dois connaisser Jean Smedt'. Om een of andere reden vertikt hij het om de naam Johnny Halliday te gebruiken, en ik meer ook dat Brel ontbreekt op zijn repertoire. De reden van mijn onkunde op dat vlak mag duidelijk zijn: zelfs de beste Franse songs worden al vanaf de jaren zeventig lang niet meer gedraaid op de radio. De man is 35 en op mijn opmerking dat hij nog niet was geboren 'dans les années septante' keek hij enigszins onbegrijpend. Tja Belge natuurlijk, en bij ons leerden we koeterwaals op school in plaats van Frans. In la douce france kennen ze geen septante en nonante. Hier hebben ze nooit verder leren tellen dan zestig. Soixante-quinze monsieur, en Quatre-vingts dix monsieur, enz... Jaja vier maal twintig, als het zo ook kan.....

Al bij al wil ik 'juf Geneviève' toch langs deze weg bedanken voor het Frans dat zij mij heeft bijgebracht, want eerlijk gezegd, alle leraars en -essen die het voor haar probeerden kwamen van een kale reis thuis. Het ging er echt niet in. En vandaag las ik Franse tijdschriften en enkele Franse boeken, in het Oud-Picardisch notabene, gevonden in een kastje bij een parkje. Besluit: nooit opgeven, Molière is echt wel te verslaan. Overigens praten met een Portugees, die geen gebenedijd ander woord kent dan Portugees, valt al bij al ook nog mee. Dit even geheel terzijde.

Maar terug naar onze straatmuzikant. Die gast zijn Engels was ook al meer dan behoorlijk.

De Fransen kunnen het dus toch, want zoals ik later hoorde voelde hij zich een echte 'Gaulois'.

Midden in een nummer stopte hij plotseling en vroeg vriendelijk aan een best leuke vrouw om te stoppen met hem te filmen, vanwege teveel concentratieverlies. Moet blijkbaar ook kunnen. Resultaat ik heb slechts enkele zijdelings genomen shots kunnen maken, en een flard muziek opnemen, met als ‘videoclip’ de zee op de voorgrond.

Hij was duidelijk fan van mijn naamgenoot Eddie Van Halen, en hij betreurde het ten zeerste dat hij niet net als Van Halen begonnen was met gitaarspelen op zijn twee jaar. Al mag gesteld worden dat zijn 15 jaar ervaring, hij was 35, toch best te smaken viel. 'Jawel' vertelde hij nog 'ik had een beroemde gitarist kunnen zijn, nu ben ik slechts de grootste straatmuzikant'. Tja een beetje zelfkennis kan uiteraard nooit kwaad. Toch een toffe peer, voor een babbel, en dat hij het meende bleek nog uit het feit dat hij de volgende dag toen er meer zon was, en ook een pak meer volk, zelfs mijn naam nog kende. Als herinnering hield ik er tijdelijk de eerstvolgende weken een stel rood verbrande scheenbenen aan over.


Zondagavond, en Cap Breton lag er uitgestorven bij. Zelfs mijn hotelletje was al dicht en serveerde zelfs geen eten meer. Gelukkig stond de eigenaar nog net binnen te telefoneren, en kon ik er in, nadat hij een 'tournaviese' wegnam waarmee de deur werd dichtgehouden. En dat is wat ik bedoelde met zo een typisch Frans hotelletje. Ik had heel even echt in de aap kunnen gelogeerd geweest zijn.... Ware het niet dat er toch ook nog een achterdeur was, met ultramodern cijfercode slot. Maar oef, er was wat verderop nog een gezellige pizzatent open, waar ook al een TV aanstond, met juist ja, voetbal. Voetbal staat hier dezer dagen hoog op de agenda, en zelfs van de FIFA kon ik die morgen genieten. Er viel reeds een Noord-Iers slachtoffer. Voetbal is een spel, of is het meer dezer dagen. Er worden rellen verwacht in Rijsel, waar ik hopelijk morgen toch zonder problemen langs kan rijden.


Maandag. Het was wat koeler geworden, het regende zelfs een klein beetje, en ik bracht de dag door in het stadje. In een coffeeshop annex boekenwinkeltje las ik in een tijdschrift over het leven van Napoleon, en hoe lang het nog duurde na Waterloo eer de man uiteindelijk toch op Sint Helena belandde. Bij het kleine parkje stond een boekenrek, beschermd met een plastiekfront, waar je zelf boeken om kon ruilen. Een best leuke plaats om er een belangrijk deel van de dag door te brengen, en bovendien ideaal om er mijn Frans nog wat bij te spijkeren.

Zoals verwacht belde de VAB mij op met de boodschap dat 'de baas' van de Peugeot garage al was vertrokken naar huis, en dat ook de juffrouw aan de infobalie niet echt wist of het riempje al was gearriveerd. JIT, JIT en nog eens JIT.... Ik zou dus toch nog op dinsdag in het kringwinkeltje belanden, dat vandaag gesloten bleef, en waar ik door het venster een paar LP-bakken ontwaarde.

Wachten helpt....



Dinsdag, half drie, en mijn 'wegenhelpers' uit het thuisland hebben mij beloofd dat ze nieuws zouden brengen. Goed nieuws mag ik hopen, of ik zit hier nog een dag meer vast.

Ik wandel intussen de Sint-Niklaaskerk in, en geniet er van metershoge schaars verlichte schilderijen op de muren. Het is stil in de kerk; enkele vrouwen lopen in en uit, en achter een zuil ontwaar ik een ineengedoken figuur. Hij kijkt naar mij, en het is duidelijk dat hij wacht tot ik uit zijn vizier ben. Via het altaar achter hem werp ik nog een laatste blik op zijn gebogen rug. Hij zit nu wild hoofdschuddend te prevelen, alsof hij wil zeggen: 'vraag mij alles, maar dat niet.' Op weg naar Compostella, of op weg terug uit een of ander Noord-Afrikaans land? Wie zal het zeggen?

Op het kerkhof ligt het aan de grafzerken te zien, vol met betere burgers. Al kan het ook zijn dat het arduin hier in de streek vroeger goedkoper was.

Nog een paar honderd meter en ik ben bij de garage, die de vriendelijke taxi-chauffeur mij had aangewezen op de weg naar Cap Breton, nu alweer 4 dagen geleden.

Einde van een ongeplande extra vakantie in Zuid-Frankrijk. Het is twintig na drie wanneer ik de snelweg oprij, en in de eerste paar uur probeer ik te berekenen hoe ver en hoe lang de tocht nog zal duren. Besluit: het is haalbaar om het in een ruk uit te rijden. Middernacht is het wanneer ik de Parijse Periferique oprij, en na enen wanneer ik met enkele Poolse of Litauwse truckers een koffie ontfutsel aan een machine langs de snelweg ergens te midden van Bas-Picardië.

Rond Doornik zetten wat wegenwerken op de snelweg, mij nog even op een verkeerd been, maar ook deze hindernis neem ik zonder veel tijdsverlies, en tegen vieren kruip ik onder de wol.


Ik kan starten met de voorbereidingen voor de volgende trip naar…..Oekraine.