Sadeler's blog

Robert Plant 40 jaar on the road.Recensies in rock

Posted by Eddy De Saedeleer 21 Feb, 2018 19:22

Blog imageEens je wat ouder wordt verwacht men niet enkel dat je je lot draagt, maar bovendien dat je daarnaast ook nog een buketlist meesleurt, met al die dingen waar je ooit wel eens van droomde, maar nooit de tijd voor nam. Heel duidelijk staat hier ‘nam’ en niet had, want ieder van ons heeft echt wel de tijd voor alles. Je hoeft het enkel echt te willen. En of dit nu bijv. reizen betreft, of uit een vliegmasjien springen maakt weinig uit. Zijn het gelukkige mensen die niet over een bucketlist beschikken? Ik zou het niet weten. De ene wil ooit eens op de Eiffeltoren staan, de ander dan weer zwemmen in de Mississippi, of wandelen op Vuurland. Hoe haalbaarder hoe meer kans dat je ooit een en ander kunt afstrepen.

Zo had ik vorig jaar begin december ‘een concert bijwonen in de Royal Albert Hall’ kunnen wegstrepen, had ik verdomme geweten dat het plaatsvond. Neen dus. Bon, niet getreurd, we zullen ons dan maar laven aan het album dat er gedeeltelijk ten gehore werd gebracht door Robert Plant.


X,Y of Z is een Britse zanger, enz... enz.... kom je vaak als openingszin tegen in artikelen wanneer je informatie zoekt over jouw “favoriete” pop- of rockster. Regelrecht gekopieerd en geplakt uit een Wikipedia artikel. Vaak inclusief onwaarheden, die dankzij deze techniek, zich voor eeuwig en drie dagen nestelen in de uithoeken van het wereldwijde web. Er valt niet veel tegen te doen, behalve misschien een spelletje ‘mens erger je niet’ spelen.


Robert Plant heeft zeer recent een nieuwe plaat losgelaten op de wereld. Maanden op voorhand aangekondigd, of net niet aangekondigd, via een sluwe marketingtechniek, die voornamelijk de pers deed likkebaarden, want zij zagen er tekens van God in, ergens op de Stairway to Heaven, wuivend naar Jimmy Page en John-Paul Jones, om eindelijk Led Zeppelin weer op de rails te zetten. Helaas, nu al tien jaar na 2007 en het O2 evenement voor Ahmed Ertegun bleek het kanonschot een losse flodder. Leperds wisten te vertellen dat in het najaar in Amerika op het Dessertfestival Jason Bonham en zijn band stonden geprogrammeerd, en dat dit vast een ‘cover up’ was van de geplande verschijning van Zep. Helaas.


Eenmaal het duidelijk was dat Robert Plant enkel zijn nieuwste worp aan het promoten was, haakte de persmeute af, en naar hoe het verder verliep op het Dessert festival hebben we het raden. De CD van Plant werd door pers en publiek ontvangen zoals dat tegenwoordig gaat met releases van de “oudere” generatie: twee dagen aandacht, ergens een kolommetje op bladzijde veertien in een muziekblad. Al mag RP niet klagen want de sporadische interviews die hij gaf, werden toch hier en daar gepubliceerd in de gespecialiseerde pers. Jawel zelfs hier te lande schonk Humo er aandacht aan.


Plant verdient meer aandacht.

Hij behoort tot die groep van muzikanten die zich op het muzikale pad begaven om onder andere te ontsnappen aan een oersaai leven. Beatles en Stones en anderen gingen hem voor op dat pad. Beoefende jobs als stratenmaker, of helper in een winkel of assistent bij een grafdelver (Stewart), of op Sheffield Steel’s wijze stalen buizen lassen (Cocker), dreven een aantal jongeren ertoe aansluiting te zoeken bij een of ander beat- of bluesbandje.

Net als Rod Stewart, David Bowie, en nog enkele andere had Robert Plant in de zomer van 68 al een leven achter de rug in de “business”. Plaatjes opgenomen, solo of in groepsverband, en dat zelfs bij gerenommeerde platenlabels als CBS. Lag het aan de kwaliteit van de nummers? Lag het aan het verkeerd pluggen bij pers en radio van deze singletjes? Of lag het aan het belachelijk Dave Dee, Dozy, Beaky Mick & Tich kapsel van onze held, verkopen deden deze 45 toertjes voor geen meter. Wie zelf wil vaststellen hoe goed of matig Robert Plant klonk, moet zich zijn compilatie cd ‘Sixty Six to Timbuktu’ aanschaffen. Daarop vind je materiaal van halverwege de jaren zestig, van o.a. Listen (waar hij deel van uitmaakte) en RP solo materiaal.

Dat zowel Stewart als Bowie die hetzelfde pad als Plant bewandelden en o.a. bij Decca singletjes uitbrachten, het uiteindelijk maakten is toe te schrijven aan het feit dat zij enerzijds ouders hadden, die hen niet verplichten om toch maar naar de fabriek te trekken, en anderzijds dat zij zich in Swinging Londen af en toe lieten opvallen, waardoor hun namen ergens bleven hangen, tot zij doorgespeeld werden aan een producer of manager die uiteindelijk wel potentieel zag in die gasten.


De nog onbekende Plant, de blues liefhebber, treedt in de sporen van o.a. Jagger wanneer hij de micro hanteert tijdens optredens van Alexis Korner en zijn bluesband. Iets wat o.a. Mick Jagger hem voordeed. Plant mag van geluk spreken dat ene Terry Reid, in die dagen, wanneer hij niet zelf optrad dezelfde clubs aandeed, en gecharmeerd was van Robert’s stem. Elke Led Zeppelin fan kent het verhaal van hoe RP bij Led Zeppelin terechtkwam. Led Zeppelin: een merkwaardige combinatie van twee Londense sessiemuzikanten en twee “boerenlullen” uit de Black Country in de Midlands, waarvoor de wereld door de knieën ging.


In een notendop.

Jimmy Page die na een initiële weigering (Jeff Beck hapte toen wel toe), uiteindelijk in de tweede helft van de sixties toch bij de Yardbirds gaat spelen, omdat er een plaats van bassist vacant was, eindigt er zijn carrière, waarbij hij eigenaar wordt van de naam van een “lege” groep, samen met een reeks nog af te werken concerten. Page, zoekt samen met manager Peter Grant, naar nieuwe muzikanten om de lege plaatsen op te vullen.

Enkele jaren eerder nam hij samen met Beck, en groepsleden van de o.a. De Who Beck’s Bolero op, en dat was de sound die hij ambieerde. En om dat te bereiken waren topmuzikanten nodig, of zoals later zal blijken mannen die “toch enigszins leken” op die mannen die hij eerst in gedachten had. Keith Moon drummer en John Entwistle bassist van de Who, aangevuld met de zanger/gitarist van de Small Faces, Steve Marriott, waren de namen die op een of ander ogenblik op zijn initieel verlanglijstje stonden. Zowel de Who, met sterke man Pete Townshend, als de Small Faces zaten in een bijzonder sterke houdgreep van hun management. In het geval van Steve Marriott was het duidelijk: het management liet verstaan dat indien Page nog ooit in de buurt zou komen van hun poulain, hij verder kon spelen op zijn gitaar, maar dan wel met een stel gebroken vingers. Auteur van die boodschap was de vader van Sharon Osbourne. De dochter zal later zelf manager van Ozzy worden. Page zocht en vond een stem die toch wel wat gelijkenis vertoonde met de stem van Steve Marriott. Hij hoefde niet echt ver te zoeken, want Terry Reid zat onder contract bij Micky Most, vriend en compagnon van Peter Grant. Micky Most was zelf een geflopte popster, met uitzondering van de paar jaar succes aan het begin van de jaren zestig, dat hij oogstte in Zuid-Afrika. Most had zich op het managementpad begeven, en scoorde o.a. met de Animals en The House of the Rising Sun een megahit. Later komt daar ook nog Donovan bij, waardoor Donovan op een gegeven ogenblik zelfs zal gekoppeld worden aan Jeff Beck (Zie Barabajagal).


Most was net begonnen met het “lanceren” van de carrière van Terry Reid, iets wat later een groot misverstand bleek te zijn. Het leidde er toe dat Reid besloot om in geen avontuur te stappen, want de Yardbirds, met Page, waren nog slechts een schim van wat ze ooit geweest waren, en vermoedelijk geloofde toentertijd niemand, met uitzondering van Grant, dat Page deze band nog ooit op de rails zou krijgen. Concreet: Reid bedankte voor het aanbod, en suggereerde Robert Plant als een waardige vervanger. En zoals ze zeggen: de rest is History.

Misschien toch nog even dit: Plant zat zelf nog aan een platencontract vast, waardoor op de eerste LP voorzichtig met zijn naam werd omgesprongen. Plant zat overigens in die zelfde periode in een soort van “proefperiode” inclusief betaalcontract, en was helemaal niet zeker dat hij mocht blijven. Wat zou er gebeurd zijn mocht Reid of Marriott zich alsnog hebben bedacht?


Robert Plant beleefde als Percy het engelachtig opperwezen, tussen 68 en 80 zijn carrière hoogtepunt, dansend over vnl. Amerikaanse podia, zwaaiend met de ‘Hammer of the Gods’. Maar niet enkel succes werd zijn deel, ook heel wat miserie daalde over hem heen, bij zoverre zelfs dat men stilaan begin te spreken over een vloek die over LZ heerste. Een vloek die teweeg zou gebracht zijn door Jimmy Page’s verering van het occulte, en zijn aanbidding van Alistair Crowley (*) , van wie hij overigens een vroegere huis (Boleskin House) in Schotland kocht .

Bollocks natuurlijk, maar Plant was na 75 toch nooit meer dezelfde jonge oppergod. Hij kende zelfs een periode, toen Jimmy Page flirtte met sister heroïne, waarin hij af en toe optrad in de Midlands met lokale bands. Het leek wel alsof Led Zeppelin voor hem stilaan een afgesloten hoofdstuk aan het worden was. Een attitude die Page nooit zal kennen.


Omdat de Britse taxatiedienst in 1975 op het punt stond de LZ taart behoorlijk af te romen, besloot het vijftal (Peter Grant mag gerust de vijfde LZ-Beatle genoemd worden), een jaar lang Britse bodem te vermijden en te gaan reizen. Ergens in Griekenland raakten Robert en zijn eega Maureen betrokken in een zwaar auto-ongeval wat hem nagenoeg voor een hele tijd in een rolstoel en vervolgens op krukken deed belanden. Tijdens een van de volgende tournees in de VS kreeg hij het onheilsbericht dat zijn zoontje Karac getroffen was door een zwaar virus. Het kind overleed amper enkele uren later. Led Zeppelin lag in die tweede helft van de seventies opnieuw op apegapen. En het werd nog erger. In een van de Fillmore’s (**) liep een misverstand over het feit dat het zoontje van Grant hardhandig zou zijn aangepakt zo hard uit de hand dat Grant en Bonham er zelfs even in de gevangenis werden gegooid. In hun entourage bevonden zich op dat ogenblik enkele figuren met links naar een wereld waar Zeppelin zich in hun hoogdagen nooit mee zou hebben ingelaten. Of deze feiten mee hebben gespeeld bij Bill Graham, bij zijn besluit om te stoppen met “zijn” Fillmore East- en West rocktempels weten we niet. Wel verklaarde Graham ooit dat het niet meer leuk was omdat het allemaal teveel business was geworden en te weinig nog rond muziek draaide.

Voor Plant zal uiteindelijk het leed nog aangevuld worden in september 1980, toen zijn maat John Bonham, de drummer van de band, dood werd aangetroffen aan de vooravond van repetities voor alweer een Amerikaanse toernee, die er nooit meer kwam. In december 1980 verklaarden alle leden van Led Zeppelin dat ze zonder hun vriend onmogelijk nog verder konden functioneren als band.

Het zal duren tot december 2007, 27 jaar later, eer er nog een eenmalig full concert komt.


Noch John-Paul Jones noch Jimmy Page hadden voor Led Zeppelin een echte solocarrière. Robert Plant is dan ook de enige die al snel in de jaren tachtig de draad opneemt en enkele lp’s uitbrengt. Helaas voor de fans blijkt dit muziek te zijn waarop zij niet echt zitten te wachten. Plant was getransformeerd van een langharige rockgod tot een eigentijds gekapte krullebol (geheel in de stijl van de jaren 80), die muziek uitbracht die mijlenver stond van het LZ repertoire. Best nog te vergelijken met wat Paul McCartney uitvrat met Wings na zijn Beatlejaren. Namelijk de hele wereld tegen jezelf opzetten, door het uitbrengen van een serie “middelmatige” platen.


Toch zal Robert Plant gedurende zijn hele verdere carrière regelmatig terug grijpen naar aparte dingen waarin hij schittert. Bijvoorbeeld al heel vroeg in de jaren tachtig met de Honeydrippers Vol 1 (er moet nog altijd een vervolg komen), een must, waarop hij oude nummers aanpakt, en waar zelfs Page en Jeff Beck even mee aantreden. In 'Sixty Six to Timbuktu' blikt hij terug op zijn carrière en voegt hij er bovendien enkele schitterende nummers aan toe. Het uitstapje met Allison Kraus levert hem zelfs een Grammy Award op. Wat hem nog het dichtste bij Zeppelin bracht was de periode Page-Plant ten tijde van de de MTV unplugged concerten. ‘Walking into Clarksdale’ blijft een erg onderschatte plaat. Eentje dat nog steeds vooraan staat in onze luisterkast.

Het opnieuw de baan op trekken met oud bandleden van de Band of Joy moet hem zeker deugd gedaan hebben. Plant blijft gelukkig een entertainer die niet enkel nieuwe songs baart, maar die ze ook nog steeds graag live brengt, en vooral dan in kleinere locaties zoals ons eigenste Lokeren.

Zijn recentste platen, vanaf 2000, zijn bijna als een geheel te beschouwen en daar zijn de Sensational Space Shifters niet vreemd aan. Plant laat ook duidelijk verstaan dat hij blijft geloven in een versmelting van Keltische muziek, oosterse klanken, rock en blues. Het is precies die mengeling die leidt tot een unieke ‘Plantsound’. Hij schuwt niet langer meer zijn verleden. Het mag al eens klinken zoals ten tijde van LZ, en live sijpelen gelukkig ook regelmatig oude songs door naar de playlist.

De huidige Sensational Space Shifters is een samenraapsel van topmuzikanten die de laatste 25 jaar her en der hun sporen verdienden. Neem nu xxxx de gitarist van Cast, die samen met John Power van de La’s (There she goes) indertijd bij Cast zorgde voor drie heerlijke platen, helemaal in de sixties-who stijl.


We schreven het vroeger al: LZ is voorbij, en een toernee waar iedereen blijft om schreeuwen is eerder een schreeuw naar de eigen jeugd. Plant staat niet meer op een podium, bovenlijf ontbloot, zwaaiend met de microfoon, zijn stem verheffend als ware hij de rockengel zelf, die men in hem zag.

De man is letterlijk teruggekeerd naar zijn roots, en woont terug in de black country in de buurt van Kidderminster, waar hij zich regelmatig vertoont in de lokale pub. Ook in Hay-on-Wey, waar wij regelmatig te vinden zijn bij Haystacks, de lokale platenshop, duikt hij regelmatig op. De artiest die hij gebruikt voor zijn hoes ontwerpen woont er. De buitenmens in Plant is teruggekeerd, en vermoedelijk kan het Londen van Jimmy Page hem vandaag de dag gestolen worden. Valt dit te betreuren? Helemaal niet. Het oeuvre wat hij ons tot nog toe naliet is meer dan het beluisteren waard. Zoek het zelf maar uit.Blog image


The May Queen

Dat Robert Plant een songtekst schrijft met als titel The May Queen zal, wie al wat ouder is, aangenaam treffen, want herinneren we ons de May Queen niet uit Stairway to heaven? Voor alle duidelijkheid deze song pretendeert nergens een vervolg te zijn op Stairway to Haven. Het leert ons wel dat Plant, oud of jong; nog steeds met dezelfde dingen bezig is. Dat hij bij wijze van spreken bijna geen haar veranderd is, en dat is maar goed ook. Hij kijkt nog steeds door het venster in de maand mei, en stelt vast dat de meibomen bloeien. Muzikaal is dit een regelrecht vervolg op de songs die hij maakte met de Space Shifters op zijn vorige CD Lullaby and... The Ceaseless Roar uit 2014

New World....

In New World, leren we een en ander over migranten, maar tezelfdertijd rekent RP af met slavernij: 'kneel before the sword', en heeft hij het verder over 'educate the Noble savage...' Een eerste song die gedragen wordt door een wat zompige beat en waarin Justin Adams mag laten horen hoe mooi hij wel gitaar kan spelen.


Season’s song

Een liefdesgedicht over de seizoenen van het leven, over ouder worden, en rust vinden in zijn geboortestreek, over de woestijn in zijn ziel. Over afscheid nemen:... when all is said and done... Plant wandelt door een lieflijk landschap en neemt het leven in ogenschouw.


Dance with you tonight Laat ons nog even dansen voor het te laat is, laat ons de verdwenen klavervelden betreuren. Hier herneemt de band wat ze in New World begonnen. Diezelfde wat zompige beat, als was het om ons duidelijk te maken dat Plant op deze CD een zekere boodschap uitdraagt. Misschien is nog niet alles verloren: kom aan en dans met mij. De vlam brandt nog hevig. Er is nog hoop.


Carving Up The World Again met als ondertitel a wall and not a fence.... Plant laat zijn hart spreken, begeeft zich op politiek pad. Het zal dus wel heel diep zitten, want dit is niet echt van zijn gewoonte. De song opent met: 'De Russen, de Amerikanen, de Britten en de Fransen'... 'ze verscheuren opnieuw de wereld', ... 'a whole lotta posture and little sense'.... En beetje wrang om de woorden whole lotta in dit verband te moeten horen.


In A way with words gaat hij door op hetzelfde elan als eerder in seasons’s song met het betreuren van een wereld die niet meer dezelfde is. Laat mij gerust voor zolang het nog duurt. Loving up a storm (waar kwamen we deze titel nog tegen) now... Many Times I fell from Grace. Once again our world will shake.... persoonlijk (in de trant van Jimmy laat me eindelijk met rust) of kijkt hij toch eerder bitter naar wat zich in de wereld afspeelt? Ingehouden, ingetogen.


Carry Fire. Na een korte stilte, die ons wat herinnert aan het ogenblik dat we de eerste keer Sgt. Peppers omdraaiden, klinkt een wat oosters getint geluid. Al zijn we dit van Robert Plant intussen gewoon geworden, zij het in beperkte mate op dit nieuw album. Het doet ons denken aan een rondedans rond een kampvuur, waarbij dansende indianen het vuur eren. De titelsong van de plaat komt pas aan bod wanneer we ons al halverwege door deze nieuwe worp van RP hebben geworsteld. Een ode aan zijn geboortestreek en de Welsh mountains rond Bron-Y-our, waar hij ooit LZ naar toe leidde?


Bones of Saints. Een aanklacht tegen oorlog, wapens, enz... schepen worden geladen vliegtuigen worden geladen, muren worden opgetrokken, waarbij hij zich afvraagt: 'wie heeft het geld en waar komt het vandaan? Wie koopt de kogels, wie verkoopt de geweren?' Terechte vragen gezongen tegen een refreintje van no, no, no.


Keep it Hid lijkt op het eerste zicht een liefdesliedje, een mamma-baby song, maar pas het toe op de wereld, en de vraag: 'waar ga je schuilen wanneer het koud wordt, wanneer de zon niet meer schijnt' stemt je opnieuw tot nadenken. Terechte song, die enigszins jazzy aanvoelt, met in het midden een mooie gitaarbreak.


Bluebirds over the Mountain. Gedreven traag voorbijglijdende rocksong, die zeker live zal gesmaakt worden.

Het enige nummer waarin hij zich vocaal laat bijstaan door niemand minder dan Chrissy Hynde van de Pretenders. We herinneren ons overigens het nummer uit de natijd van de Beach Boys. Een cover van een Ersel Hickey song uit 1957, ooit nog gecoverd door Ritchie Valens.

Toch alweer een nummer over verlies.


Heaven Sent. Afscheid, the long goodbey, afscheid van iemand van wie je houd.... al wat je nog had willen doen en zeggen, maar helaas.... mijmerend in de wat lome stijl van de great American songbook. Plant laat op deze CD opnieuw zien, dat hij meer met zijn stem aankan dan wat we doorgaans van de engelachtige Percy gewoon zijn.


Dit is geen CD in de Led Zeppelin lijn, geen ellenlange gitaarsolo’s waar sommigen de creeps van krijgen, maar wel een Plant in betere doen tegen een achtergrond van een spaarzaam mooi geborduurde achtergrond van geluiden, die nu eens Keltisch, dan weer werelds en dan weer rockerig klinken. Bij wijlen hoor je de stap van de dinosauriër, en is een glimlach op zijn plaats omdat dit toch fantastische herinneringen oproept.

Een warme oproep aan iedereen die Plant ooit afzwoer in de jaren tachtig: neem de moeite om hem opnieuw in de armen te sluiten. De man maakt nog steeds muziek, waar elke beginnende band alleen maar van kan dromen.


Discografie Robert Plant

Studio albums

Pictures at Eleven (1982)


Live albums



Singles (42 singels in totaal)



(*) Alistair Crowley, was een Brits schrijver en excentriekeling die zich met het occulte bezig hield.

(**) Fillmore East en Fillmore West waren twee rocktemplels waar quasi elke rock of bluesband aan het einde van de jaren 60 en begin 70 speelde. Van heel wat van die concerten bestaan live opnamen die jaren later op CD werden uitgebracht. O.a. Ten Years After.



Elisa Waut 2017 Een portret in een landschap.Recensies in rock

Posted by Eddy De Saedeleer 22 Jan, 2018 00:41

Uitgerekend dit weekend in 2017 mochten wij ons “Ter Kamme” begeven in de prochie van “Wezembeke”, om er te verdwalen in een “Waut” van aangename klanken en sferen....Blog image

Foto: lokatie Aalsters stadspark.

Nooit gedacht dat we dit nog zouden mogen smaken. Alhoewel, het album Portraits and Landscapes uit 2015 was mogelijks een subtiele hint naar wat deze woodnymf blonde nog in petto hield. En woodnymf en blond, dat is ze nog altijd, dat leidt geen twijfel. We zijn met zijn allen een stukje ouder geworden, en we verlangen allemaal zo nu en dan naar een flard van onze "jeugd", toen alles nog groener, eenvoudiger of minder gecompliceerd was. Alhoewel, was dat wel zo? Had Elisa Waut het toen ook al niet over Russia? Het lijkt wel of de wereld flashbacked naar de tijd van 35 jaar terug.


Elsje Helewaut en haar naasten nog eens beleven op de avond waarop uitgerekend Donald T. Zich in een wit huis nestelt, en Teresa M. hem vriendelijk toelacht, zal ook wel blijven hangen in onze gedachten.

In een wereld die tot een dorp is verworden, en waar sociale media niet meer weg te denken zijn, kan het nog mooi zijn. Zeker voor wie social media als facebook of twitter verstandig gebruikt, ontdaan van alle nietszeggende reacties op vaak ongelezen artikels die de media dagelijks moeten ophoesten, willen ze overleven. Althans dat lijkt mij toch wat ze denken.


Nu alweer wat maanden geleden "ontdekte" ik Elsje Helewaut op fb, nadat ik ook alweer enige tijd geleden aangenaam verrast werd in de Mediamarkt met een nieuwe Elisa Waut CD. Het deed nog meer plezier vast te stellen dat het de artieste zelf was die facebookte in tegenstelling tot sommige andere sterren die zich hierin laten bijstaan door een of ander sujet, dat niets om handen heeft en dan maar wat nietszeggende reacties post op berichten van de "fans".

En het werd nog mooier, toen bleek dat de band zich ook nog eens “ter podium” zou begeven. Slechts enkele sporadische optredens, waaruit ik met graagte de passage in de Kam te Wezembeek selecteerde.

De Kam, Ik kwam er vroeger wel eens op vrijdagavond toen daar maandelijks een aantal IBM'ers vergaderden, die elkander de knepen van OS/2 aanleerden. Het heeft helaas niet geholpen en het beste Operating System ter wereld is dan ook ter ziele gegaan. Al denk ik ook nog met graagte terug aan die keer dat ik met een van mijn toen nog jonge zonen (op een nog niet volgroeide fiets) de volledige gordel peddelde. Op de binnenkoer van de Kam, die fungeerde als aan een van de aan te doen haltes, speelden de Romantics oude Shadows hits. Wie zich in muziek interesseert ontdekt vaak op de meest onverwachte plaatsen mooie dingen.


Dat men uitgerekend dit sfeervol zaaltje uitkoos voor twee uur sfeer, twee uur wegdromen, twee uur zich wentelen in heerlijke muziek, koesteren, genieten van een heel wat rijpere versie van Elisa Waut, daar konden we geen neen tegen zeggen. Beter dan we hen ooit mochten meemaken. Dit optreden zovele jaren later, na, onze eerste kennismaking in een Beverse spiegeltent, wordt bijgeschreven bij een handvol andere mooie momenten.


De band bestaat nog steeds uit Elsje en Chery Derycke (backingzang) en broer Hans Helewaut. Hans bespeelt, vermoeden we, zowat elk denkbaar instrument, en dit met verve. Bovendien leerden we hem intussen ook CD-gewijs kennen via zijn jazzuitstapjes. Aangevuld met gitaar, bas en orgel, bespeeld door een stel jongere goed uitgekozen muzikanten, was dit een mooi podiumvullend gezelschap. Elisa Waut, de groep bestond voor dit optreden uit, Elsje, Chery en Hans, aangevuld met Vincent Pierins op bas , Steven de Smedt op gitaar , Benjamin Jacobs toetsen, en drummer Michaël de Greef.


Al zullen uiteraard velen in de eerste plaats bewonderend hebben gekeken naar de hoog gehakte in een wervelend kleedje gestoken blonde bosnimf. De nummers werden ondersteund door geprojecteerde beelden, soms uit oude clips, soms gewoon uit de natuur geplukt. Verschillende nummers kregen nog wat meer betekenis, omdat we nu weten, waar of voor wie ze werden geschreven dankzij de vakkundige introducties door de zangeres. U vraagt zich natuurlijk af, welke hapjes ons werden voorgeschoteld? Uit een rijk gevulde carrière werd een heel herkenbare set geplukt, ook met aandacht voor het nieuwe materiaal, waar u vast en zeker naar op zoek moet gaan. Inderdaad, zoeken, want onze radiostations, en vooral het jongere grut dat er ongegeneerd de laatste digitale riedels mag in onze richting schuiven, weet niet meer van Elisa Waut. Tevergeefs blader je door 'den umo', toch het blad van de Rock Rally, waar ze meer dan waarschijnlijk ook niet meer echt goed weten wie er ooit het ereschavot mocht beklimmen (*). Juist ja.

Aangenaam verrast waren wij ook door twee nummers die nu voor het eerst live konden gesmaakt worden: de Turalura bijdrage: 'Doe, doe het niet meer', en 'Sailers don't cry', wat ze samen maakte met RVHG, voor de gelijknamige film van Mark Didden.

Uiteraard waren er de klassiekers: Four Times More (verdient het zeker om met dit nieuwe arrangement heruitgebracht te worden), Russia, After Today, Vanilla, en het aan een ‘droeve postzegel’ opgedragen Sad King. Materiaal uit hun nu helaas nog moeilijk te vinden vinylplaten en CD's.

Toch werd er ook geput uit hun laatste drie cd's, waarvan vooral de eerste twee uit de spiritueel bevlogen periode van Elsje komen. Hun laatste uit 2015 sluit opnieuw meer aan bij de Elisa Waut die de meesten onder ons beter kennen. Maar ook helaas deze CD is via de reguliere platenzaken, voor zover die er nog zijn, amper nog te vinden. Radio en TV hebben blijkbaar enkel nog oog voor Elsje, op die ogenblikken wanneer ze het over een totaal andere problematiek heeft. Jammer want op die manier mist de goegemeente een brok beklijvende muziek. (**)


Bij gelegenheid duik ik nog in mijn RV archieven, en laat ik iedereen meegenieten van een toenmalig interview uit de vroege jaren tachtig. (***)


Overigens is het niet enkel Elisa Waut, die hier bij ons de betere muziek van de jaren tachtig laat herleven. Ook Lavvi Ebbel werd nieuw leven in geblazen door Cas Van der Taelen, die we vorig jaar geweldig uit zijn bol zagen gaan tijdens de viering van William Souffreau 70, en die nu bijgestaan wordt door Kloot Perwez, ook al een van de 'tachtigers'. De Aalsterse band Isopoda, goed voor twee schitterende progrock albums, treedt ook opnieuw af en toe aan, en denkt zelfs aan nieuw werk. Al even Aalsters en ook weer van de partij, met een nieuwe CD, is John Woolley, deze keer als John’s Sons. Op 24 maart live te aanschouwen in De Brug te Aalst. Er zullen er nog welk meer zijn, die tegen de pensioenleeftijd aanschurken en die het voelen kriebelen, wat voor ons alleen maar mooi meegenomen is.


Volg Elsje Helewaut op facebook, of loop even binnen in de Ark van Zarren, misschien zingt ze wel voor jou de pannen van het dak.... of vertelt zij jou dat er meer optredens komen. Hint, hint, hint......



(*) Humo's rock rally bestaat intussen 40 jaar. Elisa Waut was ooit de vierde winnaar in 1984.

(**) Herbekijken de VRT uitzending hier.

(***) Rode Vaan interview.



Jaaroverzicht 2017Het Lijsternest

Posted by Eddy De Saedeleer 16 Jan, 2018 00:45

1968 komt er opnieuw aan. Het is te zeggen de herinneringen die men zal ophalen aan wat vijftig jaar geleden gebeurde. Mei 68, Leuven Vlaams, de Parijse rellen, de dood van zowel Martin Luther King als Bobby Kennedy, de start van Led Zeppelin, de Beatles die stilaan uit elkaar groeien, en de vermaledijde Yoko Ono die plots alomtegenwoordig is. Het was me wat.Blog image

Muziek.

Laat ons nu vooral nog even terugblikken op 2017, en zoals gewoonlijk doen we dit aan de hand van boeken en platen/cd’s die we vorig jaar aanschaften. Kortom we duiken even in het Lijsternest. Het klinkt wat afgezaagd, maar ook dit jaar teveel Kringwinkels bezocht op zoek naar langspeelplaten waarop molens staan afgebeeld. En en passant teveel ander toevallig aanwezige cd,s lp’s en boeken mee naar onze ‘mancave’ gesleept. Af en toe toch wat nieuw materiaal aangeschaft zij het dan voornamelijk van de oudere generatie. Nog steeds te weinig tijd om deze te verspelen aan jonge nitwits, die vanop hun zolderkamertje de wereld proberen te veroveren, met weinig originele klanken. Net als vorige jaren ontdek ik wat echt goed is in de jaren er na. Ik zeg maar wat, Ben Harper of The War on Drugs en tal van anderen.

Live concerten.

Weinig concerten bezocht, maar wat we zagen mocht er zijn. John Fogerty, die op zijn ouwe gitaar de sterren van de hemel speelde in het Antwerpse Sportpaleis. Men had eerst geprobeerd om hem in de LottoArena onder te brengen, maar dat was buiten de talrijke CCR fans gerekend, die ons landje rijk is. William Souffreau begaf zich nog maar eens op de solotoer, en bracht een puntgave nieuwe CD op de markt, waarin hij uitgebreid terug blikt op zijn jeugd in en rond Aalst: Den Amber, waar den Blues kwam, El Gringo in Hekelgem waar hij speelde met Irish Coffee toen die nog de Voodoo heetten. Tabacco Fields, de toebakvelden, waar hij als kleine jongen in de jaren vijftig in verloren liep, en veel meer fraais. Hij liet zich bijstaan door een schare topmuzikanten op deze plaat, want hoe anders kun je Jan Hautekiet, Jan Oelbrandt of Jean-Marie Aerts noemen. Een deel van hen gaf dan ook present in de Aalsterse werf, bij de voorstelling van de CD. William is wel voor geen gat te vangen: Irish Coffee wordt even geparkeerd, en hij trekt nu het land door in zijn eentje, meestal bijgestaan door een andere gitarist. Kloot Perwez en Jan Oelbrandt stonden al samen met William op een podium te lande, om samen doorheen meer dan 50 jaar muziek te struinen, en enkele parels uit ons verleden te laten herleven. Uiteraard vermengd met Tobacco Fields nummers.

Een toevallig meegepikt memorabel halfuurtje, tijdens een repetitie van een uit jonge universiteit studenten bestaand filharmonisch orkest in Bangor, in de buurt van waar ooit de Beatles zich leerden te verdiepen in oosterse mystiek, reken ik bij de muzikale hoogtepunten van 2017.

En dan was er bijna een jaar geleden dat schaarse topconcert dat we konden meepikken van Elisa Waut. Van een zeldzame schoonheid, waar we nog op terug zullen komen.

Literatuur?

Boeken? Ik hoor het je zeggen. Opnieuw een volle wasmand meegesleept uit Albion, het door Brexit geteisterde buurland. Hay-on-Wey blijft een jaarlijks te bezoeken boekenoord, waar je nog altijd op literatuur beluste ‘boekdiggers’ tegenkomt. De bookshops die er nog zijn houden gelukkig stand, en de ‘kindle’ (elektronische boekversie) is er nog altijd verboden, althans volgens Richard Booth die zichzelf uitriep tot King of Hey.

Nu we het toch over reizen hebben in het afgelopen jaar: 2017 was een rustig jaar met slechts een uitstap naar Noord-Wales. Leven in Llanwrst, Betws-Y-Coed, markten in Chester, rondstruinen in Bedgelert, een Welsh koor meepikken in Saint-Mary’s Church, Jazz at the Stables. Onderbroken voor een weeklange bustrip doorheen Midden-Engeland, The Black Country, om er de oudste relicten van de Industriële Revolutie te bezoeken. Genieten van de aanblik, van hoe ze stopnaalden en ‘kopspellekes’ maakten in Redditch, hoe ze Chinees porselein namaakten en zo de fijnste China bone tafelserviezen maakten. Ook het fameuze ‘Royal Doulton’ servies van madame Bouquet (Bucket) stamt uit die tijd, en werd vervaardigd in soortgelijke fabrieken. We zagen hoe indertijd het fameuze Sheffield Steel tot stand kwam. Mannen die op hun buik lagen achter door water aangedreven sneldraaiende slijpstenen, waarop ze messen slepen, terwijl de vonken rond hun oren gensterden. De streek rond Birmingham is een must voor wie zich wil onderdompelen in een tijd waarin de tweede industriële revolutie plaatsvond.

En ook een beetje voor wie wil zien waar Robert Plant, het goudgelokte lentekind van Led Zeppelin opgroeide. Daar waar onze held af en toe al eens binnenwipt in een lokale wijnbar, en hij op de vraag: “Waar bevindt zich het toilet?” te horen krijgt: “Just take the stairway to heaven Robert”.

A year in pictures.

Dankzij Apple’s Ipad en een eenvoudige appje waarmee je in een handomdraai collages in elkaar draait, werd 2017 dan toch weer voor een stukje gedocumenteerd. Op naar 2018, voor weer meer tijd, vreugde, muziek, molens, en.... we zien wel wat er komt.

Tot slot mijn eigenste meest democratische lijst van 2017.

Ik heb niets gehoord dat beter klonk dan wat mijn topspot bekleedt.
De muziek begint stilaan te lijken op de wereldliteratuur, waar ook James Joyce nog steeds niet werd overtroffen. Zo zie je maar.... de lijst.

Albums CD/LP

25 LP Les Paul Now!
24 LP John Fogerty Centerfield
23 LP De Piotto's Live at de Lanteern
22 CD Woody Allen Wild man Blues
21 CD Cyndi Lauper Memphis Blues
20 LP Mose Allison Mose in your ear
19 CD Greatfull Dead The Greatful Dead 50th Anniversary edition
18 nCD Jeff Buckley Sketches for My sweetheart the drunk
17 CD Mahavishnu Orchestra The lost trident sessions
16 CD The Filmore East Last 3 nites
15 LP Elvis Presley Elvis as recorded at Madison Square garden
14 CD Big Star Live at Missouri University 4/25/93
13 CD Sharleen Spiteri The Movie songbook
12 CD Hans Dulfer Big Boy
11 CD Last of the Teenage Idols Alex Harvey
10 LP It’s a beautiful day It’s a beautiful day
9 CD Deborah Bonham The old Hyde
8 CD Neil Young Promise of the Real The Visitor
7 CD Van Morrison The authoriteit Bang collection
6 CD The Rolling Stones On Air Deluxe Edition
5 CD William Souffreau Tobacco Fields
4 CD The War on drugs A deeper understanding
3 CD/DVD Jeff Beck Live at the Hollywood Bowl
2 CD Robert Plant Carry Fire
1 CD Sgt Pepper deluxe Edition

Concertlist

10 Ladies of the Sixties Westrand Dilbeek
9 Havenfeesten Terneuzen optreden Spank
8 Betws-y-Coed Stables Jazz Rag
7 Saint Mary’s Church Choir Festival Cor Meirion Prysor
6 Het Zesde Metaal in Erondegem Witlof sessie
5 Variomatic Molenfeesten Meerbeke
4 Aalst De Werf William F Souffreau
3 Retro-Vinyl concert: William Souffreau en Jan Oelbrandt
2 Avond John Fogerty Sportpaleis
1 Elisa Waut in De Kam Wezembeek

Een van de zeldzame ogenblikken om te koesteren mochten we begin 2017 evenaren, toen Elsje Helewaut nog even in de spotlights verscheen. Een terechte nummer 1.

De boekenlijst (muziek)

20 Last shop standing

19 Time to say hello Katherine Jenkins The autobiography

18 John Lennon songs explained

17 Ready Steady Go, Shawn Levy

16 Samuel Charters The roots of the blues

15 Nelson George The death of Rhythm & blues

14 John Lennon A spaniard in the works

13 John Lennon brieven

12 Rock Werchter Jan Delvaux

11 Patrick Roufflaer Bob Dylan in de studio

10 The Who in the sixties

9 Polly Marshall Arthur Brown The God of Hellfire

8 Geschiedenis van de Luit en de gitaar

7 Rough Guide to Rolling Stones

6 Tony Visconti

5 Radio Caroline

4 Pete Frame’s Rock Family Trees

3 Guy Peelaert Rock dreams

2 Jimmy Hendrix by Kurtis Knight

1 John Lennon by Dezo Hofman

Overige boekentitels

15 Wirral street AZ atlas

14 Kristien Hemmerechts Wit zand

13 A Miror of Mediëval Wales.

12 IBM en de holocaust

11 The art of Patrick Nagel

10 Amy Shumer

9 Brigitte Bardot beschreven door Francoise Sagan

8 Molens van mijn Vlaanderen Joseph De Zitter

7 Molens in de gemeente Hulst F.D.M. Weemaes

6 Techniek industriële revolutie

5 Alexandre Dumas Les trots mousquetaires

4 Jef Van den Steen Belgian Family Brewers

3 Griet op de Beeck Vele hemels boven de zevende

2 William Blake introduced and edited by J. Bronowski

1 Molvanië Jetlag reisgids



Ik was vijftien in....Forever Young

Posted by Eddy De Saedeleer 31 Dec, 2017 01:28

Was 1967 alleen maar rondlopen met bloemen in je haar?

Nog eenmaal terugblikken op het magische jaar 1967, al was zoals verder zal blijken 1967 toch nog meer dan rondlopen met ‘bloemen in je haar’.

Iedereen beleeft in zijn of haar jeugd wel een scharnierjaar. Een jaar waarin je bijv. van school verandert, of een jaar waarin je voor het eerst een cafe binnenstapt, een jaar waarin voor het eerst merkt dat ‘the other half of the sky’ ook bestaat. Een jaar waarin je voor het laatst nog echt lekker lui van een vakantie kan genieten, of waarin je ontdekt dat een vakantiejob als een hel kan overkomen (meubels polieren bij P. De Neef bijvoorbeeld). Wanneer je vijftien bent duren grote vakanties nog eeuwig, zeker wanneer je nieuw speelgoed ontdekt. In ons geval was dat de ‘puitenvijver’ dichtbij de Kleine Steenweg. Een jaar eerder had men een lokale poel gekend als puitenvijver omgevormd tot een echt grote rechthoekige vijver, met de bedoeling daar later vissen in te kweken. Een vijver met een diepte van ongeveer een meter en een lengte van meer dan vijfentwintig meter vormde voor ons de place to be. Wij hadden er plots een gratis zwembad bij, vijftig jaar eerder dan de moderne nitwits die zich een zwemvijver aanleggen in hun tuin. Redders? Komaan met de meer dan 50 jonge gasten die er op de heetste dagen van de zomer vertoefden redden we ons zelven wel, althans dat dachten wij toen toch. Wilfried D. Was de eerste die opperde om daar te gaan zwemmen, waarop Paul D.W. Naar huis slenterde, stiekem zijn zwembroek van de waslijn nam, die daar nog hing van een daguitstap naar de Wetterse Warande, en riep: “Komaan gasten, waarop wachten jullie”. Hij was de eerste die de sprong waagde, tenminste dat dachten wij. Wisten wij veel dat elke ochtend om vier uur daar baantjes werden getrokken door een bakker (lid van de ijsberen) en zijn personeel.Blog image

Pal voor de vijver was een paar jaar eerder een man komen wonen, die af en toe naar Duitsland reed, om er autowrakken op te halen (Mercedes), die hij dan in een garage helemaal uit elkaar haalde en omtoverde tot de mooiste tweedehands wagens. De keuring bestond toen nog niet. Niemand schonk daar aandacht aan, maar waar de jeugd wel aandacht aan schonk was Sybille, een Duitse blondine van 17 of 18 die daar haar vakantie kwam spenderen, en die zich in het splinternieuwe “zwembad” regelmatig van haar beste kant liet bewonderen. Een babbel zat er niet echt in want zij sprak geen gebenedijd woord Nederlands, en ons Duits was zo goed als ons Pools, om maar met iets te vergelijken.

Rond de puitenvijver, lag hoog opgehoopt de uitgegraven aarde, waarop stilaan wat begroeiing was ontstaan. Ideale plekken om er zalig nietsdoend te genieten, of plannen te beramen, of gewoon te turen naar de lucht waarin wij de overvliegende vliegtuigen telden en catalogeerden. DC10, Caravelle, Boeing enz... Sommige dagen wanneer je geluk had spotte je zelfs de Rode Duivels, en regelmatig knalde er al eens eentje door de geluidsmuur. Een zoon van een van de lokale boeren vloog met een Flying Boxcar van het leger, en talrijk waren de kleine vliegtuigjes die opstegen op het Aalsterse vliegveld De Kluizen, en die een vlag met daarop een reclameboodschap meevoerden. Ze maakten reclame voor Set (sigaretten), of iets anders. Weet je wel: newspaper taxi’s appear on the shore.... het was 1967.

Een van de breaks tijdens onze luie dagen aan de vijver, gebruikten wij om naar Hofstade Bad te fietsen. Een idee dat was ontstaan tijdens onze drie en een half dagen durende werkperiode bij P. De Neve. Marcel C. en een gast van Hofstade, die daar eveneens werkte hadden de tocht al eerder gemaakt. Vijftig km ver, pedaleren langs eindeloos lange steenwegen, van thuis via de Moorselbaan, over Opwijk, verder naar Londerzeel, Vilvoorde en van daaruit richting Mechelen.

Het domein was toen nog ongerept en ongeschonden, en vooral zanderig. Wat vooral is blijven hangen, waren de eindeloos lange terugtochten die eeuwig schenen te duren. Dat hele eind fietsen na een vermoeiende dag, waarbij wij amper de tijd namen om iets te eten woog bijzonder zwaar door. Twee keer, die zomer, ondernamen we de tocht. Vooral het vliegtuigen spotten was een succes, want om de haverklap vloog er wel een of ander lijnvliegtuig uit Zaventem boven onze hoofden, iets wat wij uitermate fantastisch vonden. Vijftig jaar geleden bestond er nog geen geluidsprobleem rond opstijgende en landende vliegtuigen. De tijden veranderen.

Was 1967 dan alleen maar muziek en potverteren? Uiteraard niet. Nog dit jaar herdacht men de vijftigste verjaardag van de onzinnige brand in de Brusselse Nieuwstraat. Het was een regenachtige dag toen die dag.

Uitgerekend dezelfde dag waarop het nieuws voor het eerst doorkwam dat men op 14 augustus onze radio wou afpakken. De dag waarop de Innovation afbrandde. Nog nooit hadden wij een voet op Brusselse bodem gezet. Het bleef dus bij beelden op tv, en de dagen er na wat foto's in de krant. De 'sociale media' die ons dit onheil meldde heette toen Paula, de moeder van een van een schoolkameraad.

Wij denken nu wel dat wij in de meest barbaarse tijden ooit leven, maar ook toen waren we slechts enkele dagen verwijderd van de zesdaagse oorlog in de Sinaaiwoestijn. Israël werd voor ons jonge gasten plots een werkelijkheid. Ik herinner mij nog als de dag van toen, dat enkele wat oudere gasten zich al verkneukelden, omdat 'ze opgeroepen' zouden worden om naar ginder te trekken om daar orde op zaken te gaan stellen. Dit terwijl hun moeders naarstig suiker en zeeppoeder aan het hamsteren waren. Zij beseften iets beter tot wat dergelijke conflicten konden leiden, want zij hadden nog de ‘laatste’ oorlog echt meegemaakt. De tijden zijn fel veranderd: hamsteren doen we niet meer, en praten over een conflict houdt op wanneer een volgende mafketel een verkeerde uitspraak pleegt, of een losgeslagen stuk ongeluk zich met een zelfgemaakte bom naar de 72 mooiste maagden schiet.

April 67 lag al wat achter ons, en dus waren we het al gewoon geraakt, dat in Griekenland de kolonels de plak zwaaiden. Che Guevara had nog wat te leven, toch tot oktober. Intussen vloog half Oostmalle, frituur incluis, door de lucht vanwege een nooit geziene wervelstorm in ons land. Bij onze zuiderburen in Martelange was het dit jaar precies vijftig jaar geleden dat een camion bestuurder tijdens een afdaling de pedalen kwijt raakte.

Een greep uit het jaarverslag van de Nationale Bank over 1967.

‘De lagere groei die de Belgische economie vertoont, was in 1967 duidelijk merkbaar in bedrijvigheid, werkgelegenheid.... ‘Het particuliere verbruik schijnt slechts in geringe mate te zijn gestegen: de beslissing tot het bouwen van woningen was minder talrijk dan tijdens het voorgaande jaar (1966 nvdr). Het verloop en de verschuiving in de aanwending van de besparing der gezinnen deden de financiële actieve bijzonder sterk aangroeien, nl met fb 68,4 miljard voor de eerste 10 maanden van 1967, tegen 51,5 miljard voor de opvereenstemmende periode van 1966.

Een en ander had tot gevolg dat de financiële instellingen aanzienlijk ruimer middelen ter beschikking kregen.

Vanaf juli vertoonde de kredietvrager voor bedrijven een daling.

De stijging van de rijksschuld was voor het gehele jaar merkelijk groter dan in 1966.

Conclusie: Op het eerste zicht lijkt er in 50 jaar niet echt veel veranderd. Op 31 maart 1967 werd een volmachtenwet gestemd. En alsof dat nog niet genoeg was werden we in 1967 geregeerd door worstenmaker VDB (Paul Vanden Boeynants).


In Aalst verscheen de eerste carnavalsingle van Prins Jean-Paul (De Boitselier): Oilsjteneers zemmen (*). De tekst handelt o.a. over de eerste minifietsen die opduiken in het straatbeeld, en over de invoering van de eerste blauwe zones die het parkeergedrag van de Aalstenaar moeten regelen.

En toch zullen de meeste mensen bij 1967 vooral denken aan Eddy Merckx die wereldkampioen werd.

Tom Simpson stuikte om een toen onverklaarbare reden in elkaar op de Mont Ventoux. De ver van ons bed show kregen we dagelijks op TV. Elke avond beelden van Vietnam, waar Lynden Johnson (Kennedy's opvolger) steeds meer jongeren heen stuurde. Al kon je dit afwisselen met af en toe een cinemaatje mee te pikken: keuze uit Bony & Clyde, The Graduate, You only live twice.

En nu?

2017 ligt achter ons, en zo ook deze herinneringen aan 50 jaar geleden. Op naar 2018, waarin we terug kunnen blikken op het woelige jaar 1968. Een jaar waarin studenten de macht grepen of dat was althans wat ze dachten.....

———————————————————————————————

(*) Oilsjteneers Zemmen (Tekst 1967 Jean-Paul De Boitselier)

Nen echten Oilsjteneer es toch nen toffe kadei

Mor e pakt ni geiren zen vraa mei op cafei

Want komt'n loot tois en zen vraa wacht'em doeid van de vauk

Ten eit'n nog wel wa beldj, mor tein een kroigt'n giejn sprauk

Oilsjteneers zemmen

En weir vinnen da ferrem

Weir zen goed in de grond

Mor spreiken geiren oever

Dadada dadadadadada

Onzen berremiejster verdikkert mor altиd miejr

Nog een betjen en e kaan in zen kliejren nemiejr

Na goj'e nimmer zing per otto goon nor zenne bureau

Ge gotj em zing roin op azoei ne kleine veilo

Oilsjteneers zemmen

En weir vinnen da ferrem

Weir zen goed in de grond

Mor spreiken geiren oever

Dadada dadadadadada

As baagrond eit ons stad nog e schoein pleksken vroi

En door komt na een hois ver ouderlingen boi

Ze zochten nor ne goeie noom in diene zjaar

Ze goon het na hoeiten rusthuis de patat bar

Oilsjteneers zemmen

En weir vinnen da ferrem

Weir zen goed in de grond

Mor spreiken geiren oever

Dadada dadadadadada

Oilsjt eit gelиk in Brissel, ge wetj oe dat'goot

Na oeik een blave zone in d'iejn en d'ander stroot

Mor een etj giejne schrik as a schoif ni goed een stoot

Want 'n helft van ons poliesje een wetj zelf ni hoe dat goot

Oilsjteneers zemmen

En weir vinnen da ferrem





Ode aan GizelleRecensies in rock

Posted by Eddy De Saedeleer 19 Dec, 2017 00:05

2016 A winter’s day, in a deep and dark december.

Blog image

Yoko brought her walrus, everyone was there. I went to a garden party.....
Blog image

Oesje verkeerd feestje aan het beschrijven. Ik ging dus naar een "verjaardagspartijtje" van vergelijkbaar kaliber; een evenement dat we niet dikwijls meer zullen meemaken.

De plaasteren Sint Jozef buiten aan de naar hem genoemde zaal bekeek ons nog even argwanend, maar we mochten kennis maken met 'Father Christmas' die, ons wat bijhorende attributen aanmat en een plaatje schoot. Binnen had Gizelle er voor gezorgd dat de nodige vissen en broden, om te vermenigvuldigen, aanwezig waren, en dat er meer dan voldoende water in wijn werd omgezet. Wat zeg ik zelfs in Blauwe Chimay. De tijden veranderen.

Vrienden, collega's, Amberiens, maar vooral familie, veel familie beleefde er de avond van zijn of haar leven.

Het moet gezegd de 'voortbrengselen' van aartsvader Pieter De Schepper, moeten zich ooit naar voor gewurmd hebben in die rijen waar ze de keelgaten en handige vingers uitdeelden.

We waren er al enigszins op voorbereid door het genealogisch onderzoek dat Gizelle verricht had, en waarin ze het DNA van haar muzikale familie toelichtte. Heden en verleden netjes op een rijtje gezet. Jong en oud samengebracht op een winterse decemberavond. A winters day, in a deep and dark december... Paul Simon had het niet mooier kunnen verwoorden.

Om te beginnen een band, de Ashels, waarvan ik de naam al jaaaaaaaaren ken, maar waarvan ik nooit een optreden bijwoonde. Zelf heb ik jaren lang het woord ashel gebruikt, wanneer ik het had over.... ja juist nen ashel, zal ik maar zeggen. Door onze flagrante taalverarming is er nog amper iemand van onze afstammelingen die weet wat nen achel is, en nee, het is geen foute schrijfwijze van een asshole, alhoewel, nen ashel...... (*)Blog image

Het was nog vroeg op de avond voor het publiek om zich nu al boombal-gewijs op de tonen van een draailier richting dansvloer te begeven. De dansvloer was overigens nog bezet mrt stoeltjes, wat het een stuk makkelijker maakte om een luisterend oor te bieden voor dit Schepper-dna. Broers en neven, kleinkinderen van Pieter.

Dat er uit het talent van deze Ashels, nog meer talent werd geboren, lag in de lijn der verwachting. Het jeugdig entoesiasme van deze jonge bende waarbij twee engelenstemmen geflankeerd werden door een gitarist en een saxofonist werkte aanstekelijk. Zii doken in de wereld van Zuid-Amerikaanse ritmes en wisselden af met franse jazz van Gainsbourg en Melanie Gardot.Blog image

Gizelle kondigde dit Quarteto Miradouro. (Jazz/latino) aan als volgt: 'De Broers en zussen Ambroos, Florian (Bogus), Mira en Elisa De Schepper besloten vorig jaar om hun muzikale talenten eens te bundelen. Het resultaat is een mix van jazz, funk, bossa nova en rumba muziek. Met sax en gitaar begeleiden de broers hun zingende zussen.' (**) En dat klopte....

Blog image

Isopoda de “legendarische” progrockband (symfonische rock) uit Aalst werd opgericht in 1974 en bracht 2 albums uit: Acrostichon (’78) en Taking Root (’81). Daarnaast verscheen in ’79 ook nog de single “You Flower”. Naast originele leden Dirk en Arnold De Schepper is ook hier een 'next generation' aangetreden in de vorm van drie zonen van Arnold. Aangevuld met een van hun vrienden.

Isopoda, verraste met nu al een derde optreden dit jaar, waarbij het vooral opviel dat, mogelijks gezien het thuispubliek, het er iets minder stressie aan toeging, bij de twee "ouderlingen" in de band. De klank zat goed, de songkeuze was in orde. Wij blijven het een hele heksentoer vinden dat de kinderen van Arnold, toch maar met hun 'ouwe' en hun nonkel een podium, delen, en dan bovendien nog progrock van jawel kindjes, dik 40 jaar geleden brengen. Een prestatie, die navolging verdient.

Te noteren beeld van de avond: Isopoda die zich aan de Beatles klassieker G(m)iz(ch)elle' wagen, en een genietend koppel op de dansvloer. Merry Xmas baby.

In Tigerhorse treffen we Pieter en Jonas De Meester, kinderen van Guido, en bijgevolg achterkleinkinderen van de stamvader. Zij begonnen hun carrière in de folkband Aedo, waarmee ze ooit nog op de planken van de Werf te Aalst stonden. Dat ze hier nu wat uit het oog verloren zijn zal wel te maken hebben met hun verkassen naar het Gentse.
Blog image

Eigenlijk is Tigerhorse een nevenproject van het bekendere King Dalton. Mag ik hier even Gizelle citeren die ons lokte met de volgende teaser: 'Verwacht u aan swampy "funkfolkblues" recht uit het hart die terug naar de essentie grijpt, puur en onversneden. De electrische gitaar klinkt zwoel en exotisch als een tijger, de basgitaar krachtig en elegant als een paard. De stemmen van de broers worden vervoegd door Ilse Cottenie en zorgen voor een zalige samenzang. De percussie met "feetdrums" zorgt voor een extra opzwepende drive, en maakt TigerHorse tot een ware sensatie, waar je absoluut niet stil op kan blijven staan! Tigerhorse heeft een uiterst unieke sound, die tot het maximum wordt gedreven.' (**)

Tigerhorse, was de voor ons grote onbekende die na Isopoda mocht aantreden als hoofdact van het DNA gedeelte, wat het allemaal nog spannender maakte. De band verraste menigeen. Hoorden we tijdens een plaspauze niet iemand zeggen: 'da klinkt zoals de Daltons'. Bosj op want de broers De Meester hebben met Tigerhorse een waardig nevenproject opgezet binnen King Dalton. Aantreden zonder vierde man, een drummer, en dan maar het drumstel verdelen en zelf bespelen. Een gimmick was het niet, want het klonk echt mooi. Hun set deed bijwijlen denken aan Tony Joe White en de geluiden van de swamp delta in het zuiden van de USA.

Blog image

De klok tikte rustig verder, en dat het al laat begon te worden, merkte gelukkig niemand op. We hadden de kers op de taart nog tegoed, en die kwam niet uit het DNA van de Schepper. In pure navolging van wat de Stones recent presteerden, werd er een stevige brok blues aangesneden door de Night Time Heroes. De band van Peter Bronder en smoelschuivende virtuoos Karel Meganck, die we ons nog herinneren van hun passage afgelopen april, ter meerdere eer en glorie van ene William, mochten hier de pannen van het dak spelen. En dat ze er zin in hadden, om Gizelle, de verjaardag aller verjaardagen te schenken kon iedereen zien, die tussen de blauwe Chimay door al eens een pintje of een watertje dronk. Een onstuimige zanger die meerdere keren het podium verliet om zich tussen het dansend publiek te begeven liet ons toe, om ons heel even in de Londense Marquee, de Twisted Wheel in Manchester of op een Northern Soul party in Wigan's Casino te wanen. Met een stomend Steamy Windows werd, er voor een zoveelste bis gezorgd, want toegegeven niemand wou dat het stopte.

Meer van dat. En een rondje applaus voor de organisator van dit feestje, die haar strepen al meer dan verdiende tijdens Pallieter en Amber fuiven.

Voesjdoen..... en zoals de Engelsen het zo piekfijn zeggen: many happy returns......

(*) https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Ashels

(**) Gizelle's aankondiging via facebook voor de genodigden.





Londen, ik kwam er wel eens....dagblog

Posted by Eddy De Saedeleer 11 Dec, 2017 21:43

Londen, ik kwam er wel eens....

Blog image

Tien jaar zijn voorbijgegaan sinds mijn laatste bezoek aan Londen. Tweede weekend van december in 2007, beloofde onvergetelijk te worden, en dat kwam helemaal uit. Het optreden van Led Zeppelin in de O2 was daar uiteraard niet vreemd aan. Een paar maanden eerder aangekondigd als een eenmalig reünie onder de naam Ahmet Ertegun Tribute Concert bracht dit een schokgolf, in de hele wereld, teweeg onder de al meer dan 25 jaar slapende meute Zepfans. Meer dan 20 miljoen onder hen stuurden een e-mailtje naar wat je rustig het loterijkantoor van organisator Harvey Goldsmith mag noemen. 20.000 konden een ticket bemachtigen, en hadden er een weekend Londen voor over. Ahmet Ertegun, was samen met zijn broer Nesuhi, als kind van Turkije naar Washington uitgeweken. Vader Ertegun was Turks ambassadeur in de VS. De broers richten later platenlabel Atlantic op. Je komt zijn naam nog wel eens tegen op oude Atlantic singles als A. Nugetre, zijn naam achterstevoren geschreven. Ook in het label Bang vinden we hem teug, want Bang staat voor de beginletters van Bert (B)urns, (A)hmet Ertegün, (N)esuhi Ertegün en Jerry Wexler, die eigenlijk (G)erald Wexler heette.

Achteraf bekeken was dit pas het tweede weekend in mijn leven dat ik in Londen doorbracht. Het vorige dateerde zelfs al van 1975. Voor iemand die al meer dan een jaar van zijn leven doorbracht in Engeland en Wales, zal dit misschien wat raar klinken, maar Londen heeft niet die aantrekkingskracht op mij die het vermoedelijk wel op anderen heeft. De stad is iets teveel metropool geworden, en er is teveel verdwenen van wat wij er wel graag zouden bezoeken: Eel Pie island, de Flamingo club, de originele Marquee’s, en zo kan ik nog wel enige verdwenen lokaties opsommen.

Maar ik zou liegen wanneer ik het enkel over die twee weekends zou hebben, want tussenin hebben wij toch een behoorlijk aantal keer de dagjestoerist uitgehangen in de Capital. Met de kindjes de panda’s bezocht in de Londen Zoo, cultuur opgesnoven in de musea van Kensington, waar we op zoek gingen naar een van de eerste geïmporteerde chow chows in Engeland. Thee gedronken in Hyde Park vlakbij de serpentine, een avondlijke hap gedegusteerd in het Hard Rock café aan de rand van het park. Met de metro naar Oxford Street voor HMV en de vele bookshops in een van de aangrenzende straten. Piccadilly Circus, Bakerstreet, Portobello Market, de Londen Dungeon, wandelen over de bruggen over de Theems. Het lijkt wel een opsomming uit een of andere toeristische handleiding.

Van en naar Londen is uiteraard een stuk eenvoudiger geworden, en laat dagtoerisme ook meer toe. Met Engelsen en Welshmen heb ik het er wel eens over, dat zij een halve dag nodig hebben om naar hun hoofdstad te sporen of te rijden, terwijl wij Euroeanen op amper 3 uur tijd vanuit ons lokaal station met de TGV naar Londen kunnen sporen.

De wereld is een dorp geworden, maar wat voor een? Las ik niet in een Britse krant dat een of andere pipo er was in geslaagd om vanuit Liverpool of Manchester, daar wil ik even vanaf zijn, naar Londen te reizen, aan een goedkoper tarief dan het treintarief door met een vliegtuigticket naar een of ander oord in Spanje te vliegen en van daar dan terug te vliegen naar Londen. Zijn we goed bezig? Filmpjes van uitgehongerde poolberen, die de wereld voelen naar de knoppen gaan, zullen daar weinig aan veranderen, want het mensdom mag/kan/wil zijn gedrag niet wijzigen.

Reizen naar Londen in 75 betekende, met de trein naar Oostende sporen, de “maalboot” nemen, en van Dover verder sporen naar Londen Victoria Station. Een van de boten die in 75 voor de overtocht zorgde heette Prince Laurent, naar analogie met de andere boten die allemaal naar iemand uit ons koningshuis waren vernoemd. Tegenwoordig kom je aan in Saint Pancras met de TGV. Ten tijde van onze jaarlijkse dagtrips in de jaren 80 en 90, toen je voor een heen- en terugtocht met met de boot een habbekrats betaalde, reden we naar Calais, namen de boot of de Hovercraft en reden verder tot Peckham, een voorstad van Londen, waar je een onedayticket kocht voor de voorstadstrein en de metro. Je kon dan makkelijk acht uur spenderen in Londen. Om nu nog tot Peckham te rijden begeef je je welin de Low Emission Zone, waar je voorlopig met een gewone dieselauto nog geen taks hoeft op te hoesten. Of je nog zomaar langs de kant van de weg kan parkeren in de gerenoveerde woonbuurt van Peckam is nog maar de vraag. Tijden veranderen, ook in het Londens verkeer. De city zelf binnenrijden kan niet meer zonder het betalen van een Congestion tax, met uitzondering van de avond of het weekend.

Het blijft toch met heimwee terugdenken aan de dagen dat er geen Londen Orbital (de M25) bestond, en je enkel Londen voorbij kon komen via ofwel de North- of South Circular Road. Een beetje te vergelijken met de vroeger Brusselse ring door Laken en omgeving, maar dan wel een stuk drukker. Via de North Circular Road kon je dan de Theems onder langs de Blackwall tunnel of kon je de veerboot nemen in Woolwich (reeds in gebruik in de middeleeuwen). Om “tijd te winnen” en korter te rijden reden we ooit wel een paar keer dwars door Londen, via de Westminster brug over de Theems, langs Hyde Parc corner, enz... tot we de borden zagen waarop stond Hatfield and the North (in 1972 adopteerde een Britse popband dit bord en promoveerde het tot hun bandnaam). We reden doorheen voorsteden in de West-End langs geboortedorpen van Kinks en Who-leden. Mocht iemand denken dat Parijs een stad is die niet te doen is om er met een auto doorheen te rijden, die moet zeker Londen eens van achter het stuur bezoeken. Uiteraard steeds aan de linkse kant van de baan blijven rijden.

Mijn bezoeken aan echte Londoners beperken zich tot een stop in 1981 bij ene familie Bennett, waar we chow chows gingen bestuderen,en een BBQ avond bij een collega in Epsom. Epsom waar iets in het drinkwater moet gezeten hebben in de jaren vijftig, want heel wat rocktalent kwam precies uit die buurt. Om er een paar te noemen: Jimmy Page, Jeff Beck, Glyn Johns bij wie Ian Stewart (Stones) inwoonde.

De Bennetts hadden het grootste deel van hun leven doorgebracht in het vroegere Rhodesia in Afrika, en waren na de onafhankelijkheid teruggekeerd. Om de sfeer van ginderachter te behouden hadden ze hun bungalow helemaal in het wit ingericht. Erg interessant. Ik denk er nog wel eens aan terug. Onze collega woonde ook al in een vrijstaande woning, met tuin en Duitse herder, en in de garage een oldtimer Mustang, met blinkende gerestaureerde motor, waar hij op zondag, geheel in de stijl van ‘Keeping Up Appearences’, uitjes mee maakte in de countryside. Elk jaar, wanneer ik op de M25 de borden voor Chessington World of Adventures en de afslag naar de M23 zie staan, stel ik mij de vraag: 'Hoe zou het nog met die hond zijn?'

Amper drie keer overnacht in Londense hotelletjes. In 1975 in Kensington, niet zo gek ver van Earl’s Court, de toenmalige rocktempel, waar we de volgende dag langs liepen, op weg zoek naar koopbare muziek. Einde jaren 80, bezochten we een keer de Chow of The Year Show (COTY) in de buurt van Coventry, met de trein, omdat er weer eens een staking dreigde in de haven van Dover, en ondergetekende, geheel plichtbewust niet afwezig wenste te zijn op het werk door overmacht. Die avond spoorde ik terug naar Londen, zocht op goedvallen uit een betaalbare slaapplaats en belande niet zo ver van het station in een hotelletje, waar aan de balie een man zat met een tulband en een kromme dolk. Maar wie slaap nodig heeft denkt daar niet teveel bij na. In de ochtend stond er voor de deur van de piepkleine slaapkamer een gevlochten mandje met enkele croissants en wat jam. Vermoedelijk was er geen diningroom in het pand. Die was er tien jaar geleden wel in het hotelletje waar ik in de ontbijttafel verschillende personen ontwaarde die allemaal hetzelfde polsbandje droegen. Led Zeppelin een band die een band schiep ergens in Londen waar mensen met meer dan 50 verschillende nationaliteiten samenkwamen om te luisteren naar 'Good Times, Bad Times', te genieten van de theremin in 'Whole lotta Love', om er samen de 'Stairway to heaven' te beklimmen, en te vertoeven in 'Kashmir'. Een avond die dermate uniek en goed was, dat elke herhaling er van gedoemd is om te mislukken...... thanks Robert Plant om er ook zo over te denken.

Tien jaar geleden, terug wandelend van de Serpentine richting Victoria station, genoot ik van de vele Londense herinneringen. Mijn hotel bevond zich in de buurt van waar ik met de metro binnen de kortste keren richting Greenwich spoorde naar de O2 waar het evenement van de eeuw zou plaatsgrijpen.

De O2, waar de overblijvende leden van Led Zeppelin samen met John’s zoon Jason, die avond het beste van zichzelf gaven.

Dit hele verhaal kan u verder lezen op....

December 2007 De voorbereidingen

9 december 2007

10 december 2007, het concert

11 december 2007, de dag na het concert



1967: Summer of LoveClassic rock

Posted by Eddy De Saedeleer 03 Nov, 2017 12:27

Blog image
In 1967, was ik veertien, of vijftien naargelang je het bekijkt in de lente of later in de zomer. Het was een jaar dat voor eeuwig genoteerd staat als het jaar van "de summer of love". De zomer waarin het geluid van de radio piraten uit nagenoeg elke transistor radio schalde.

Iedereen kent het; iedereen herinnert zich wel een speciaal jaar met een speciale zomer uit zijn of haar jeugd doorgaans beter dan de jaren ervoor of er na. Het zit hem in de leeftijd, waarop je je van een aantal dingen plots bewuster wordt. Meisjes, een andere school, cafés en dancings, of luisteren naar een nieuw geluid, dat al het vorige in de schaduw stelt: Pink Floyd, Cream, Jimmy Hendrix.

Veertien en een kind nog. Vijftien en al een puber. Kieckens ontdekken, plaatjes kopen, muziekblaadjes verslinden. Voor het eerst een vakantiejob, wat later bleek een echte klotejob te zijn. De zondagsschool frequenteren voor een taalbad, maar eigenlijk meer om samen met meisjes in de klas te zitten. Athenea zoals KAA (de Koninklijke Apen Academie, ofte Koninklijk Atheneum Aalst) waren toen nog 'ongerokt'.

De lessen van de 'Zwing', 'de Sooi', 'de Kiek', 'de Miss' en de 'Koperen' lagen achter ons. En de lessen van de 'Slasj', 'de Spek'. 'de Vogel' en nog een paar anderen trotseren zag ik niet zitten. Tijd dus om andere oorden op te zoeken.


Een muzikale zomer.
Blog image

1967, het is intussen herfst geworden, maar de Summer of Love wil vooralsnog niet echt wijken. En dat was precies zo in 1967. In oktober hoorden we nog dagelijks op de radio 'Excerpt from a Teenage Opera', 'San Fransisco', 'All You Need is Love', 'We love you' of 'Blommenkinders' van Armand.

1967 was het jaar van 'A whiter shade of Pale', 'Groovin'' en 'Pleasant Valley Sunday' van de 'Monkees', om slechts enkele hits te noemen. 'Be sure to wear some flowers in your hair', geschreven door 'John Phillips' van de 'Mama’s en de Papa’s', en gezongen door one-hit wonder 'Scott McKenzie' werd de soundtrack van onze zomer. Het jaar waarin 'Gaston' in het frans schreeuwde dat er 'Téléphone' was, en dat er 'personne' de moeite nam om deze te beantwoorden. Het jaar waarin de eerste carnavalshit verscheen in Aalst: ‘Oilsjteneers Zemmen’ waarin we leren dat de blauwe zone zijn intrede deed, burgemeesters plots op een minifiets rijden, en dat je van jicht af kan raken door een bracelet te dragen.

In de top 40 van 7 oktober 1967 werden de eerste 6 plaatsen ingenomen door:

1 Excerpt from a teenage opera - Keith West

2 We love you - De Rolling Stones

3 Ithyco Parc - De Small Faces

4 Time seller - de Spencer Davis Group

5 San Fransisco - Scott McKenzie

6 San Fransiscan Nights - Eric Burdon en de Animals

In de lagere regionen komen we verder nog tegen:

19 Hole in my shoe - Traffic

25 Pick-Nick - Boudewijn De Groot

29 Blommenkinders - Armand

32 All you need is love - De Beatles

34 Flowers in the rain - De Move

En toch was 1967 ook het jaar van de geboorte van de meer progressieve rock met nummers als 'Arnold Layne' van toen nog 'The Pink Floyd', 'White Rabbit' van 'Jefferson Airplane', 'Paper Sun' en 'A hole in my Shoe' van 'Traffic'.

Het jaar waarin op het 'Monterey popfestival' de muziek klonk als nooit tevoren. 'Burdon' bezong het eerste echte popconcert van betekenis: Monterey.(*) Alles moest nog uitgevonden worden. De 'Animals' werden na het vertrek van 'Alan Price' omgevormd tot 'New Animals' en leadzanger 'Eric Burdon' trok met de band naar Monterey in Amerika, niet enkel om er over te zingen maar ook om er op te treden. Terloops liet hij ons kennismaken met ‘San Fransiscan Nights’. Daar was het dat de Amerikanen voor het eerste echt 'Jimi Hendrix' aanbaden, die voor hun ogen zijn gitaar in brand stak, waarmee hij het optreden van de 'Who', dat steevast eindigde in chaos, inclusief kapot geslagen gitaren, overklaste. De naar Engeland uitgeweken 'Jimi Hendrix' beleefde er zijn hoogdagen en genoot duidelijk van de erkenning na jaren van aanmodderen in de States.

Een uitgeweken Welshman, 'John Cale', schrijft samen met een uitgeweken Duitse, 'Nico', en wat Amerikanen, 'Lou Reed' en 'Andy Warhol', geschiedenis door een plaat uit te brengen met een hoes waarop slechts een banaan staat afgebeeld. Geloof me vrij, niemand, maar dan ook niemand had bij ons in 1967 oog voor deze mijlpaal. Onze bekendste plaatjesdraaier uit die tijd, 'Zaki', probeerde ons op woensdagnamiddag in 'Rudi's Club' te verleiden om naar 'Arthur Conley' en 'Wilson Pickett' te luisteren.

Nooit meer oorlog, bloemen in je haar en mediteren. Tijdens de Summer of Love in 1967 kon je niet naast TM (Transcendental Meditation) en het erbij horende yoga kijken. Het lijkt nu haast onvoorstelbaar dat dit toen kon. Jassen, parka’s uit omgekeerd schapenvel, bloemetjesjurken, een opkomende wiet en acid cultuur. Het leverde mooie muziek op en zette een aantal Amerikaanse West-coast bands voorgoed op de kaart. 'Greatfull Dead', de 'Doors', 'Buffalo Springfield', de 'MC5', enz…

Blog image

'Phil Bloom' die zich op de Nederlandse TV in het programma 'Hoepla' van haar “tepelste” kanten liet bewonderen. Helaas werd het door 'Joost Den Draayer' (van de Veronica top 40) gepresenteerde jongerenprogramma van de VPRO, onmiddellijk afgevoerd. De VPRO had toen helaas nog leden, die zich achter de naam van de omroep schaarden (Vrije Protestantse Radio Omroep), en die in die dagen vooral woest in hun pen waren geklommen. Phil Bloom op Pinterest.

Engeland:

In Engeland verschenen een rist tijdsgebonden platen. 'Tomorrow' de groep met 'Keith West' bezong de Amsterdamse witte fietsen in 'My white bycicle'. Zelf werd Keith wereldberoemd met dat ene nummer uit 'A teenage Opera'. Een project (rockopera?) van 'Mark Wirtz' dat nooit werd afgewerkt. De titel was dus zeer goed gekozen. En wie niet zo’n geheugen h'eft voor lange titels, die zal zich zeker het kinderkoortje herinneren dat het over 'Grocer Jack' had. 'Traffic', een van de eerste supergroepen in Engeland met oud-leden uit diverse bands uit de omgeving van Birmingham bezongen een gat in hun schoenen en keken naar papieren zonnen. In hun midden bevond zich een van de belangrijkste Britse aanstormende muzikanten. 'Steve Winwood' was toen amper 17 en toch reeds 'ex-Spencer Davis Group', Ook al uit Birmingham. 'The Move', de band van 'Ace Kefford' en 'Bev Bevan', waar 'Carl Wayne' de zang waarnam en 'Roy Wood' als bekendste naam uit voortkwam bezongen bloemen in de regen, en bovendien hoorden zij terloops gezegd ook het gras groeien…. Om maar te zeggen: 'Sgt. Pepper' de plaat die op 1 juni werd uitgebracht door de 'Beatles' had duidelijk zijn werk gedaan en sporen nagelaten. Zelfs de uit blues geboren 'Rolling Stones' vonden dat zij niet langer konden toekijken en berichten over wat zich tweeduizend lichtjaren van hier afspeelde, terwijl ze hun bewondering uitdrukten voor een meisje dat op een regenboog leek. De 'Stones' waren in die zomer ook de eerste band die geklist werd voor het bezit van drugs en die het kon gaan uitleggen voor de rechtbank. 'Keith en Mick' werden vrijgesproken. 'Brian Jones' oprichter van de band zat dieper in de sh… waaruit hij nooit meer echt zou wegkomen. De andere twee Stones, 'Charly en Bill' zaten veilig thuis, achter de stoof bij hun respectievelijke echtgenotes.

Het leverde wel een door de 'Who' opgenomen cover van 'The Last time' op. (Trouwens in een nacht opgenomen). En om de 'Beatles' van antwoord te dienen brachten de Stones zelf heel snel 'We love you' uit, waarop tal van andere muzikanten, waaronder enkele 'Beatles' meezongen. Bij de aanvang van het nummer hoor je gevangenisdeuren dichtslaan over de tonen heen van het pianootje van sessiemuzikant 'Nicky Hopkins'. Dezelfde sessiemuzikant die samen met 'John-Paul Jones' (later 'Led Zeppelin' bassist) van 'She’s a rainbow' een topnummer maakt.

Over Offshore radio hadden we het in een vorig artikel. Offshore omdat het vnl in Engeland ging, op een enkele uitzondering na, om omgebouwde schepen die voor anker lagen, net buiten de territoriale wateren. De monding van de Theems, of de buurt van het eiland Man waren de locaties waar de schepen van 'Big L (Radio London)', 'Caroline South en North' voor anker lagen. 'Radio City' nestelde zich in een oud, op palen staand, fort in de monding van de Theems. Het was de tijd waarin men zelfs bij ons dacht dat het eenvoudig was om een graantje mee te pikken van dit fenomeen via het helaas mislukte project van 'Radio Uilenspiegel'.

Zenders die zich schikten noch naar het gebod van God, noch naar de wetten van de regering van het Verenigd Koninkrijk, die alles in het werk stelde om een einde te stellen aan deze piraterij. En dat lukte ze nog ook, op 14 augustus van dat jaar, nadat ze besloten hadden om een alternatief te bieden (zonder reclame) door een kanaal bij te creëren op de BBC Radio. Radio One zag het levenslicht op 1 september van datzelfde jaar.

Nederland had uiteraard 'Radio Veronica', tot dan toe een familiezender, met “presentatoren” als 'Stan Haag' en 'Cowboy Gerard (de Vries)'.

Nog in de zomer van 67 startte 'Radio 227', in het Nederlands, vanop het schip waarop ook al 'Britain Radio' en 'Radio England' uitzonden. Het feest duurde maar enkele maanden, want op 14 augustus schikte de directie van Radio England zich naar de wet, en schip en apparatuur waren niet meer voorhanden voor radio 227. Radio 227 was gehuisvest op een Brits schip, en het station verdween dus figuurlijk mee in de golven. Het was in die korte tijd dat we 'Lex Harding' voor het eerst te horen kregen, en dat was verdomd verfrissend.

'Tom Collins' en 'Lex Harding' zitten binnen de kortste keren achter een microfoon in Hilversum te verkondigen dat zij nu op zee zitten bij Veronica, en hertekenen mee het zendschema van het wat oubollige radiostation. Vooral Lex Harding laat het station meer swingen en zorgt er voor dat de Summer of Love hits blijven komen.

Na 15 augustus zat er voor ons niks anders op dan afstemmen op de enige overgebleven piraat die moeizaam doorzette: 'Radio Caroline rules the waves' klonk het, toch tot begin februari van 68, toen het schip 'Mi Amigo' aan de grond liep. Maar Caroline bleef af en aan terugkomen, tot zelfs vandaag de dag, zei het via het Internet. En juist ja, het schip Mi Amigo zal later terecht komen bij koekjesbakker 'Sylvain Tack' uit Huizingen of was het Buizingen?

Het vrijgevochten radio Caroline deinsde er niet voor terug om bepaalde platen meer te draaien dan andere, tot dit zelfs bepaalde disk jockeys de strot uitkwam. 'Ronan O'Rahilly', de Ierse baas van Caroline had nauwe banden met het platenlabel 'Major Minor', waarop de eerste drie platen van 'David McWilliams' uitkwamen. Men probeerde ons wijs te maken dat 'McWiliams' de nieuwe 'Dylan', 'Donovan' of zo was, waar we niet omheen konden, maar het pakte anders uit. De man zijn 'Days of Perly Spencer' werd een superhit op het continent, maar in Engeland bakte de vis niet. Evenzo verliep het de 'Equals' waarvan men de eerste lp iets teveel plugde. 'Baby come back' was enkel bij ons een hit en pas een jaar later brak het potten in Engeland. Wat ons er toe aanzet te denken, dat die piraten stations zeer goed in de markt lagen bij jonge gasten zoals wijzelf, die nog te jong waren om veel geld te spenderen aan het platen materiaal dat zij ons serveerden.

Vlaanderen en Nederland:

Maar…. hoe zat het eigenlijk met die fameuze Summer of Love bij ons in Vlaanderen? Het antwoord moeten we grotendeels schuldig blijven. In 1967 verschijnt een plaat van Miek en Roel + Roland, maar het duurt nog drie jaar eer ze bloemetjesgewijs afgebeeld staan op een lp-hoes. Uit hun muziek viel het ook al niet af te leiden: ‘Wie wil horen, al van ene jonge smid’ klonk het nog in 1967. Muzikaal, cultureel keken de jongeren langs de piraten schepen op de Noordzee heen naar wat er in Londen gebeurde. Daar scheen alles zich af te spelen in Carnaby Street in het Soho district. Londen, waar Jimi Hendrix was neergestreken vanuit Amerika, en waar de Beatles op tv zongen, in een wereldwijd overgenomen uitzending van Our World dat all wat je nodig hebt liefde is: ‘All you need is love’.

Met wat vertraging sijpelde een en ander door via Nederland. Over de witte fietsen van de Amsterdamse provo’s hadden we het reeds. En er was natuurlijk 'Herman van Loenhout', die zijn haar in de rode hennep doopte en voor de rest van zijn leven een hippie bleef en door het leven ging als 'Armand'. 'Blommenkinders leg die stiletto’s weg'. Veel duidelijker kon je het niet zeggen. Armand was begonnen met hippe singeltjes als 'Ben ik te min' en 'Een van hen ben ik', waarin hij al tegen de schenen van de rijkere bourgeois mensen schopte. In de jaren zeventig maakte hij nog verschillende albums die hij overigens uitbracht op het label van 'Johnny Hoes', en waarop hij zich liet begeleiden door de toen nog onbekende groep 'Normaal' uit de Achterhoek. Ook toen bleef hij zijn idealen trouw met nummers als ‘De bloemen groeien metershoog’, ‘Ik heb het gevonden’, en ‘De Nederlander is een meelzak’.

Toch slaagde een duo uit Nederland er in om door te dringen tot het wereldje van Carnaby Street, en zijn fervente aanhangers. 'Simon Posthuma en Marijke Koger' die later onder de naam 'Seemon & Marijke' nog singeltjes op de markt zullen brengen, maakten toen deel uit van het kunstenaarscollectief 'The Fool'. In zoverre zelf dat zij een ontwerp voor Sgt Pepper maakten, wat enkel in het begin gebruikt werd voor de eerste binnenhoezen van Pepper. Later zullen zij de Rolls Royce van Lennon en de Appleboetiek van de Beatles versieren met hun ontwerpen.

Ook in Nederland zelf komen we ze tegen. 'Boudewijn De Groot' en 'Lennart Nijgh' maakten in de sixties twee hippieplaten. In 1967 verschijnt net nog ‘Pick-Nick’ en in het jaar daarop verschijnt de heksensabbat plaat ‘Nacht en Ontij’. Het is de zeer kleurrijke hoes van Pick-Nick die van de hand van The Fool is. Een plaat die zoals zovele platen van Boudewijn De Groot beluisterbaar blijft. De Groot had zichzelf en tekstdichter Lennart Nijgh een jaar eerder op de kaart gezet met het album 'Voor de Overlevenden'. Een plaat die je zou kunnen bestempelen als hun 'Revolver' (meesterwerk van de Beatles). Het album ‘Voor de overlevenden’ mag dan hier te lande bekend staan als ‘kleinkunst’, het was zeker geen kleine kunst. 'Testament', 'Verdronken Vlinder', het blijven overbekende parels, oorwurmen die zich in ons hoofd nestelden.

De Groot zal na ‘Nacht en Ontij’ helemaal de richting rock evolueren, zelfs overschakelen naar het Engels met de groep 'The Tower', waar hij gewoon een onderdeel van zal worden. Helaas loopt dat avontuur niet zo goed, en Boudewijn zijn carriere staat plots on hold voor een drietal jaar. Het is pas met 'Jimmy', 'hoe sterk is de eenzame fietser', dat er een nieuwe Boudewijn De Groot opstaat die in tegenstelling tot Armand, helemaal niet zal "blijven hangen aan de sixties".

Pick-Nick met nummers als ‘Eva’ en het op single uitgebrachte, in duet met Elly Nieman gezongen, ‘Meester Prikkebeen’ lieten ons kennismaken met wat later klassieke songs zullen worden.

Naar analogie met de Engelse band Traffic, die een plaat maakten terwijl ze op het platteland woonden, trokken de jongens van 'Cuby & the Blizzards' zich terug in een oude schuur in 'Grollo' om er de plaat ‘Groeten uit Grollo’ te maken.

In september/oktober van 1967 bulkt het in de de top 40 van nazomerse geluiden.

Andere nederlandse Summer of Love muziek situeerde zich eerder binnen de doorsnee top 40 regionen. 'De Shoes' namen 'Farewell in the rain' op, de 'Outsiders' verblijden ons met 'Summer is here' en 'After Tea' deed hetzelfde met ‘After Tea’ en ‘Not just a flower in your hair’. Zij maakten in 1967 in Nederland het mooie weer uit. Eerder gemodelleerd op wat zich ook in Engeland voltrok, toen studiomuzikanten zich vermomden tot Flowerpotmen en ‘Let’s go to San Fransisco’ en 'A walk in the sky' opnamen.

1967, het jaar waarin het meisje in het blauw voor het eerst verscheen en andere meisjes zich als Elvis-idool uitten. Waarin we fietsten naar Hofstade-bad bij Mechelen, een afstand van heen en terug 100 km. De zomer waarin we vliegtuigen spotten in de lucht. 1967 toen we uitrekenden hou oud we zouden zijn in het magische jaar 2000. Het jaar waarin buurman Frans vertelde dat hij de straten van Bazel had gekasseid, en wij ontdekten dat er dus toch meer dan een koe bestaat die Blaar heet, althans volgens een oud gezegde. 1967 het jaar waarin buurvrouw Lisa de dagen overbrugde op een doos poeders van het Wit Kruis. 1967 een tijd van onbezonnen fietsen door de tijd, een verhaal dat om een vervolg vraagt.

Om te eindigen een greep uit het betere “hitwerk” van 1967

The Monkees - Alternate Title

The Monkees - Pleasant valley Sunday

Keith West & Tomorrow - Excerpt from a teenage opera

Traffic - Paper Sun

Traffic - Hole in my shoe

The Young Rascals - Groovin'

The Gibsons - The Magic book

The Rolling Stones - We love you

Eric Burdon & the Animals - San Fransiscan Nights

Eric Burdon & the Animals - Monterey

The Spencer Davis Group - Time

Jeff Beck - Beck's Bolero / Hi ho silverlining

Van Morrison - Spanish Rose

The Royal Guardsmen - The Airplane Song

The Hollies - King Midas in reverse

Donovan - There's a mountain

The Attack - Created by Clive

Buffalo Springfield - Mr Soul

Robert Plant - Our song

The Bee Gees - The New York Mining disaster 1941

The Troggs - Night of the long grass

The Move - Flowers in the rain

The Move - I can hear the grass grow

Paul Jones - High time

The Small Faces - Itchycoo Parc

The Kinks - Waterloo Sunset

The Who - I can see for miles

Pink Floyd - See Emily play

Procol Harum - Homburg

David McWilliams - Harlem lady / Days of Perly Spencer

The Equals - Give love a try

The Beatles - All you need is love

The Who - The Last time

Cream - Strange brew

The Jimi Hendrix Experience - Burning of the midnight lamp

(*) Over festivals in 1967 later meer.
Blog image



Bangor en de Beatles. 50 jaar geleden.Classic rock

Posted by Eddy De Saedeleer 28 Aug, 2017 23:30

Bangor, ergens in Noord Wales.
Blog image

Precies vijftig jaar geleden op 23 augustus namen de Beatles, na een jaar voor het eerst weer, alle vier tezamen in Londen de trein naar Bangor bijna an het einde van de wereld in Noord-Wales. Ik herinner mij nog goed de nieuwsberichten over deze uitstap. Alleen dachten wij dat Bangor een of andere negorij was in Indië (*).Blog image De Beatles waren met Harrison voorop zich plots gaan interesseren aan Indische muziek (sitar) en aan meditatie.

De maharashi die transcendente meditatie predikte werd al enkele jaren steevast uitgenodigd aan het Coleg Normal, wat nu deel uitmaakt van de Bangor universiteit. Patti, de vrouw van George Harrison zag op een poster dat er in Londen een voordracht was, en vertelde dit door aan haar man, wat er toe leidde dat George en de andere drie aanwezig waren bij die voordracht. De Maharashi die, meer dan waarschijnlijk wat westerse publiciteit kon gebruiken nodigde de heren uit naar Bangor te komen om meer te vernemen over TM (Transcendental Meditation). Iets waar ze gretig op ingingen. Overigens zal Patti later nog bezongen worden door Harrisons vriend Eric Clapton in het lied Layla. Hij was in alle stilte smoorverliefd op haar. Later eenmaal de b(r)ui(d)t binnen is hij er nooit echt gelukkig mee geworden, wat een ander verhaal is.

Een aankomende Engelse journalist neemt in Chester dezelfde trein, verzwijgt dat hij journalist !n spe is en slaagt er in hen te intervieuwen, zijn verhaal te verkopen, en zijn carrière op de rails te zetten.

Brian Epstein hun manager, die hen doorgaans vergezelde zou later, op maandag, eveneens participeren in Bangor, maar zover kwam het nooit.

De bezoeker (en zeker de Beatlesfanatici) in Bangor moet weten dat het Normal College intussen is opgenomen in de Universiteit van Bangor en dat het nu gekend is als het Management gebouw. 15 jaar geleden bij de 35e herdenking werd er binnenin een plakkaat aangebracht ter herinnering aan die fameuze week uit 1967.


Blog image

Herinneringsplaat opgehangen in 2002.

En gek genoeg ook in de Highstreet van Bangor ligt ergens in het geplaveide voetpad een gedenksteen. Op een blog (**) las ik dat de bezoeker van het teahouse aan het einde van de pier er langs liep, en zich afvroeg wat die steen daar lag te doen. Geen van de personen die ze aanklampte had een idee. Eentje dacht aan een optreden vroeg in de sixties toen ze zelfs nog niet echt bekend waren. Andere hadden geen benul.

Volgens de beschrijving van Hunter Davies gaat het om de plaats waar de Beatles de eerste avond na hun aankomst in een chinees restaurant iets gingen eten, want dat was blijkbaar aan het College niet voorzien. Het grappige aan het verhaal is dat het gezelschap na het eten vaststelde dat niemand geld bij zich had, tot Harrison zijn voet op tafel legde en uit zijn sandaal een opgevouwen briefje van 20 pond toverde ‘voor noodgevallen’.

Het college was in die tijd zeker ook niet voorzien op de ontvangst van, bijzondere gasten. De Beatles mochten er overnachten in studentenchambrettes, waar ze boven elkander werden gestapeld. De Maharashi mocht en suite slapen in het huis van de portierster. Overigens waren niet enkel de Beatles aanwezig op die trip. Ook Jane Asher (zij nam de verschrikkelijke telefoon aan met het nieuws over Brian), Lennon’s vrouw, en Mick Jagger en Marianne Faithfull behoorden tot het gezelschap, evenals hun roadies. Overigens Cynthia Lennon miste zelfs de trein in Londen en werd dan maar door een roadie met de wagen naar Bangor gevoerd.

Mogelijks zou de aandacht voor dat weekend een stuk minder nagezonden hebben, ware het niet dat het in Bangor was dat de Beatles vernamen dat hun manager die zondag was overleden na het nemen van een overdosis (bewust/niet bewust?) pillen. McCartney reisde quasi onmiddellijk terug naar Londen en de anderen werden getroost door de Maharashi en stonden ook even de pers te woord, die in grote getale naar Bangor was afgereisd. Blijkbaar vernamen zij het nieuws nog eerder dan de Beatles zelf.

En nu vijftig jaar later, lees ik nog een en ander in de nationale pers, ook bij de BBC, maar verder in Noord-Wales is het eerder stil. Wanneer ik door College Street wandel valt daar niemand te bespeuren. Bij het huidige hoofdgebouw stapt een man naar buiten die er op het eerste zicht uit ziet als iemand die 1967 wel meegemaakt heeft. “Yes mate, I do remember” repliceert hij op mijn vraag, maar waar exact dat ze verbleven dat wist hij niet. “Vraag het binnen maar eens, al hebben ze daar blijkbaar andere vodden aan hun kop”. Bleek dat de man op zijn hemdje een logos van de Post droeg, en hij dus weinig of niets met de Uni te maken had. Hij vernam er wel, ‘gossipde’ hij verder dat de Bangor Universiteit diep in de schulden zou zitten op dit ogenblik.

Misschien daarom dat hier nu niets herdacht wordt, al wijt ik het eerder aan het feit, dat 50 jaar net te lang is om nog voldoende actievelingen te vinden die hun tijd willen stoppen in herinnering gen. Wie nu aan de universiteit studeert of er aan het bewind is, is van een later generatie.

Het is voorbij mogen we zeggen. Wie het meemaakte, en er mogelijk bij was, mag zich ook hier in Bangor een zeventiger noemen….. wij waren 15 en net te jong.

Maar kijk…. Aan de overkant van de straat in een majestueus oud kerkgebouw waarin de muziekacademie van de Univ huist klinkt muziek. Ik begeef mij op illegaal pad en speel even voor ‘backdoor man’ en wandel enkele lange gangen door, eer ik in de grote ruimte terechtkom waar een vijftigtal studenten van een Filharmonisch orkest aan het oefenen zijn. Ik word met rust gelaten door de aanwezige stewards, en geniet van een halfuur prachtige muziek. Violen, cello’s, paukens, alles waarop je kan blazen, een harp, enz…. zeer de moeite waard, en een herinnering voor het leven. Muziek aan de universiteit van Bangor, klinkt goed, ook al was er geen Beatle noch Beatlekenner te bespeuren.

Feiten:

Bangor ligt langs de A5, de vroegere handelsweg tussen Londen en Dublin, bij Anglessey een eiland tussen de UK en Ierland. Het Welshe eiland lijkt in feite meer op een schiereiland dan een eiland.

Wales kent twee universiteiten: eentje in Bangor en eentje in Aberystwith. Geboren Aalstenaar en later kunstschilder Valerius De Saedeleer verbleef tussen 1914 en 1922 als oorlogsvluchteling, in Rhyd-y-felin vlak bij Aberystwith. Het scheelde niet veel of hij bemachtigde een leerstoel aan de universiteit. In dat geval hadden we hem waarschijnlijk nooit meer weten terugkomen naar Etikhove en later Oudenaarde.

Enkele links naar krantenartikels over dit bezoek 50 jaar geleden en aanverwante artikels.

De dailypost

Beatlesbijbel

De BBC

Een bericht van de Bangor University ifv Pepper en de herdenkingsplaat opgehangen aan de universiteit.
---------------------------------------------------------

(*) de Beatles gaan in 67, op een later ogenblik, wel degelijk naar Indië vergezeld van o.a. Donovan en Mia Farrow(Sexy Sady).

(**) I was intrigued by a paving stone in the High Street that told me The Beatles had been in Bangor in 1967. But nobody I spoke to in town seemed to know anything about it. When I asked Vic, he said he hadn’t been in Bangor then either, but he HAD seen The Beatles play at Buxton Opera House in the early 1960s before they really became famous. Ah, the stories Vic could tell…

Klik voor dit blog door naar: fancy a cuppa




Portugal: de weg terug....Zes dagen onderweg

Posted by Eddy De Saedeleer 27 Aug, 2017 19:46

Begin van drie dagen ‘Extra vacance....’


Al zou dit stukje natuurlijk ook 'in den aap gelogeerd' kunnen heten, want drie dagen extra vakantie die moet je verdienen. Toch?


Vrijdagavond, de dag na mijn Portugees avontuur, en een hele dag reizen door Baskenland besliste een halve meter riem in mijn auto dat ik aan wat extra rust toe was. 'Le couroir', zoals dat hier in een Peugeot garage gebruikelijk genoemd wordt was namelijk stuk. Gelukkig bleek na alweer een tussenkomst van mijn VAB-vriendjes dat er een Peugeotgarage in de buurt was en dat die op zaterdagvoormiddag open zou zijn. Alhoewel open: ‘Non monsieur le Samedi c’est seulement pour changer les, pneus.’ Zo dat wist ik dus nu ook. Toch beloofden ze mij om de volgende maandagvoormiddag 'tegen betaling' een diagnose te stellen. Ik kon ze daarmee al vast helpen door te stellen dat die bewuste riem 'grat' af was.... Ik kan mij overigens ook niet herinneren dat die ooit werd vervangen. Een levensduur van 175.000 km is mooi en goed, maar misschien toch in de toekomst.... Berouw komt na de zonde.


Een verzekering met assistentie is wat je in dergelijk geval nodig hebt. In een eerste aanbod willen ze je dan repatriëren, wat best leuk is en zowat drie volle weken later wordt je auto aan huis geleverd. Ja hallo, ander voorstel graag..... Blijkt dat om een auto naar huis te brengen er een systeem bestaat waarmee ze de auto van depot naar depot transporteren. Zeg maar beetje bij beetje of beter eindje na eindje, hopelijk in noordelijke richting tot thuis. Nee dus, mij niet gezien.

Het is vrijdagavond, en we zien morgen wel verder.


Cap Breton lekker lui aanneemt strand.….


Twee dagen heb ik kunnen spenderen in Cap Breton, een stadje dat mij wat doet denken aan Le Touquet ook al gelegen vlakbij de Atlantische Oceaan. Cap Breton ligt wat geprangd tussen Biaritz en Bayonne. Niet zo ver van de Spaanse grens, amper drie payages verder dan het Spaanse San Sebastián, stel ik vast wanneer ik mijn bonnetjes nog even bekijk in het hotelletje waar ik gedeponeerd werd door een vriendelijke taxibestuurder die er eerder uitzag als een Engelse butler. Zelf heb ik het niet gemerkt, maar de klanten van het hotelletje zullen wel gedacht hebben dat ik een of andere rijke luis was want wie komt er nu aanzetten in een super-de-luxe taxi (Mercedes) waarin je makkelijk met vier man een crisismeeting kon organiseren gezeten aan een vierkante tafel, en waar dan nog genoeg ruimte overbleef om er een polonaise te dansen rond de aanwezigen.

Helemaal, onder in de golf van Biskaje. Aan het strand zie je in de verte nog de Pyreneeën, die de echte grens uitmaken. Cap Breton behoort tot het Franse Baskenland. De alpinopetjes kom je hier dus nog wel meer tegen, en uiteraard ook lokale voetbalshirts in het Baskische rood-groen, die je van verre wat aan de kleuren van de Welshe draak doen denken.


Ik verblijf hier in een typisch Frans hotelletje. Al is typisch mij eigenlijk onbekend. Tot nu toe was het enkel nodig even op te letten bij het bestellen van koffie, tenminste indien je niet wil je opgezadeld zitten met een tas ter grote van een vingerhoed.

En raar maar waar elke avond was er voetbal op TV, wat uiteraard een gevolg was van de aan gang zijnde kampioenschappen . Frankrijk tegen de Roemenen. Florin, onze Roemeense molencollega, kon er enkele dagen geleden niet van zwijgen. Een paar gasten knoopten al spontaan babbels aan met mij vanwege het T-shirt waarin ik rondkuierde. Ik had het kunnen weten. Een rood t-shirt met achterop een kanjer van een logo, dat bestond uit een cirkel met daarin een dansende duivel. En toch hebben deze t-shirts niets van doen met die bende onnozelaars, die niets beters te doen hebben dan ballen wegschoppen om er dan weer achteraan ter rennen. Sorry Rod (*), maar 'balls are not my cup of tea'.

Ter verduidelijking: deze t-shirts werden twee jaar geleden gemaakt, voor de Amber Reünie, waar meer dan vijfhonderd oud café Amber bezoekers op afkwamen. En het rood was eenvoudigweg gekozen om de medewerkers beter te kunnen onderscheiden van het publiek. Het logo, dateert van meer dan 40 jaar geleden. Of iemand nog weet wie dat ooit heeft ontworpen, is een open vraag, en wie weet, heeft de toenmalige ontwerper het niet gejat van ergens. Led Zeppelin stond in die dagen nog hoog in de charts, bedenk ik plots, en hoe zich lieten inspireren…. Een eenvoudige Aalstenaar zou voor minder toch ook zijn hand niet omdraaien?


Music Maestro


Het is zaterdagmiddag en op het plein, bij het Casino café, niet ver van de pier, ontmoet ik een straatmuzikant die een prachtige bluesgitaar met zich torst, een tros bananen, en twee anderhalve literflessen water. Hij zegt niets, en stel zijn spullen op, en wacht op meer volk. 'Vous êtes locale?' probeer ik. 'Als je bedoelt van hier, van deze wereld, deze aarde' dan wel repliceert hij. Bon, dit is dus 'gene gewone'. En toch, na mijn vraag naar zijn repertoire, breekt het ijs, omdat hij voelt dat ik 'zijn business' ken. Op zijn repertoire staan o.a. 'Stairway to heaven' en 'Rock'n'Roll' en dan weet je direct: dat schept een band. Zelfs Pink Floyd, Oasis, en meer, wisselt hij af met 'gewone meer alledaagse' straatmuziek van John Denver, Dire 'Sultans of swing' Straits, Hotel California enz.... Ik ken alle Franse zangers die hij mij toont, maar geen enkel van de nummers, op ‘Je ne regrette rien’ van Piaf na. 'Ach Belge, mais tu dois connaisser Jean Smedt'. Om een of andere reden vertikt hij het om de naam Johnny Halliday te gebruiken, en ik meer ook dat Brel ontbreekt op zijn repertoire. De reden van mijn onkunde op dat vlak mag duidelijk zijn: zelfs de beste Franse songs worden al vanaf de jaren zeventig lang niet meer gedraaid op de radio. De man is 35 en op mijn opmerking dat hij nog niet was geboren 'dans les années septante' keek hij enigszins onbegrijpend. Tja Belge natuurlijk, en bij ons leerden we koeterwaals op school in plaats van Frans. In la douce france kennen ze geen septante en nonante. Hier hebben ze nooit verder leren tellen dan zestig. Soixante-quinze monsieur, en Quatre-vingts dix monsieur, enz... Jaja vier maal twintig, als het zo ook kan.....

Al bij al wil ik 'juf Geneviève' toch langs deze weg bedanken voor het Frans dat zij mij heeft bijgebracht, want eerlijk gezegd, alle leraars en -essen die het voor haar probeerden kwamen van een kale reis thuis. Het ging er echt niet in. En vandaag las ik Franse tijdschriften en enkele Franse boeken, in het Oud-Picardisch notabene, gevonden in een kastje bij een parkje. Besluit: nooit opgeven, Molière is echt wel te verslaan. Overigens praten met een Portugees, die geen gebenedijd ander woord kent dan Portugees, valt al bij al ook nog mee. Dit even geheel terzijde.

Maar terug naar onze straatmuzikant. Die gast zijn Engels was ook al meer dan behoorlijk.

De Fransen kunnen het dus toch, want zoals ik later hoorde voelde hij zich een echte 'Gaulois'.

Midden in een nummer stopte hij plotseling en vroeg vriendelijk aan een best leuke vrouw om te stoppen met hem te filmen, vanwege teveel concentratieverlies. Moet blijkbaar ook kunnen. Resultaat ik heb slechts enkele zijdelings genomen shots kunnen maken, en een flard muziek opnemen, met als ‘videoclip’ de zee op de voorgrond.

Hij was duidelijk fan van mijn naamgenoot Eddie Van Halen, en hij betreurde het ten zeerste dat hij niet net als Van Halen begonnen was met gitaarspelen op zijn twee jaar. Al mag gesteld worden dat zijn 15 jaar ervaring, hij was 35, toch best te smaken viel. 'Jawel' vertelde hij nog 'ik had een beroemde gitarist kunnen zijn, nu ben ik slechts de grootste straatmuzikant'. Tja een beetje zelfkennis kan uiteraard nooit kwaad. Toch een toffe peer, voor een babbel, en dat hij het meende bleek nog uit het feit dat hij de volgende dag toen er meer zon was, en ook een pak meer volk, zelfs mijn naam nog kende. Als herinnering hield ik er tijdelijk de eerstvolgende weken een stel rood verbrande scheenbenen aan over.


Zondagavond, en Cap Breton lag er uitgestorven bij. Zelfs mijn hotelletje was al dicht en serveerde zelfs geen eten meer. Gelukkig stond de eigenaar nog net binnen te telefoneren, en kon ik er in, nadat hij een 'tournaviese' wegnam waarmee de deur werd dichtgehouden. En dat is wat ik bedoelde met zo een typisch Frans hotelletje. Ik had heel even echt in de aap kunnen gelogeerd geweest zijn.... Ware het niet dat er toch ook nog een achterdeur was, met ultramodern cijfercode slot. Maar oef, er was wat verderop nog een gezellige pizzatent open, waar ook al een TV aanstond, met juist ja, voetbal. Voetbal staat hier dezer dagen hoog op de agenda, en zelfs van de FIFA kon ik die morgen genieten. Er viel reeds een Noord-Iers slachtoffer. Voetbal is een spel, of is het meer dezer dagen. Er worden rellen verwacht in Rijsel, waar ik hopelijk morgen toch zonder problemen langs kan rijden.


Maandag. Het was wat koeler geworden, het regende zelfs een klein beetje, en ik bracht de dag door in het stadje. In een coffeeshop annex boekenwinkeltje las ik in een tijdschrift over het leven van Napoleon, en hoe lang het nog duurde na Waterloo eer de man uiteindelijk toch op Sint Helena belandde. Bij het kleine parkje stond een boekenrek, beschermd met een plastiekfront, waar je zelf boeken om kon ruilen. Een best leuke plaats om er een belangrijk deel van de dag door te brengen, en bovendien ideaal om er mijn Frans nog wat bij te spijkeren.

Zoals verwacht belde de VAB mij op met de boodschap dat 'de baas' van de Peugeot garage al was vertrokken naar huis, en dat ook de juffrouw aan de infobalie niet echt wist of het riempje al was gearriveerd. JIT, JIT en nog eens JIT.... Ik zou dus toch nog op dinsdag in het kringwinkeltje belanden, dat vandaag gesloten bleef, en waar ik door het venster een paar LP-bakken ontwaarde.

Wachten helpt....



Dinsdag, half drie, en mijn 'wegenhelpers' uit het thuisland hebben mij beloofd dat ze nieuws zouden brengen. Goed nieuws mag ik hopen, of ik zit hier nog een dag meer vast.

Ik wandel intussen de Sint-Niklaaskerk in, en geniet er van metershoge schaars verlichte schilderijen op de muren. Het is stil in de kerk; enkele vrouwen lopen in en uit, en achter een zuil ontwaar ik een ineengedoken figuur. Hij kijkt naar mij, en het is duidelijk dat hij wacht tot ik uit zijn vizier ben. Via het altaar achter hem werp ik nog een laatste blik op zijn gebogen rug. Hij zit nu wild hoofdschuddend te prevelen, alsof hij wil zeggen: 'vraag mij alles, maar dat niet.' Op weg naar Compostella, of op weg terug uit een of ander Noord-Afrikaans land? Wie zal het zeggen?

Op het kerkhof ligt het aan de grafzerken te zien, vol met betere burgers. Al kan het ook zijn dat het arduin hier in de streek vroeger goedkoper was.

Nog een paar honderd meter en ik ben bij de garage, die de vriendelijke taxi-chauffeur mij had aangewezen op de weg naar Cap Breton, nu alweer 4 dagen geleden.

Einde van een ongeplande extra vakantie in Zuid-Frankrijk. Het is twintig na drie wanneer ik de snelweg oprij, en in de eerste paar uur probeer ik te berekenen hoe ver en hoe lang de tocht nog zal duren. Besluit: het is haalbaar om het in een ruk uit te rijden. Middernacht is het wanneer ik de Parijse Periferique oprij, en na enen wanneer ik met enkele Poolse of Litauwse truckers een koffie ontfutsel aan een machine langs de snelweg ergens te midden van Bas-Picardië.

Rond Doornik zetten wat wegenwerken op de snelweg, mij nog even op een verkeerd been, maar ook deze hindernis neem ik zonder veel tijdsverlies, en tegen vieren kruip ik onder de wol.


Ik kan starten met de voorbereidingen voor de volgende trip naar…..Oekraine.




50 jaar geleden Marine Offences Bill Classic rock

Posted by Eddy De Saedeleer 14 Aug, 2017 12:53

Johnny Walker's Lament op Youtube

Blog image

Johnny Walker (nee niet de drank, maar de DJ), (The Admiral) Robby Dale, (The emperor) Rosco, DLT ofte Dave Lee Travis, John Peel, Roger Day, of zelfs Tony Blackburn en god help ons Jimmy Saville. Het zijn allemaal klinkende namen van disc jockeys uit de jaren zestig. Allen praten ze platen aan elkaar in het woelige jaar 1967.

Johnny Walker in 1967 om middernacht.

Zeezenders op woelige baren.

Woelig omdat zij het mooi weer uitmaakten vanop zee, enkele kilometer verwijderd van Frinton in Essex, net buiten de territoriale Engelse wateren. ‘Pirate radio’ heette dat toen. Zenders die zich in die dagen geen moer aantrokken van de geldende Britse regels. Hun inkomsten haalden ze uit reclame waarop ze geen cent belastingen betaalden. Sabam of de Britse variant daarvan wilden zij maar al te graag betalen, maar dat wilden de 4 grote Engelse platenmaatschappijen dan weer niet. Zij zagen de piraten als kapers op hun kust, en dachten dat omdat zij de godganse dag hun platen draaiden, de tieners die niet meer zouden kopen in de winkels. Hoe verkeerd kun je redeneren, maar wat wil je, dergelijke platenmastodonten werden geleid door mannen in pakken die geen voeling hadden met de muziek die ze uitbrachten. Piraten zoals Big L Radio London, Caroline en zelfs radio City draaiden de platen nog voor ze in de reguliere hitparades verschenen, wat op zich alleen al een niet te onderschatten gratis reclame was voor de Big Four, zoals ze soms werden omschreven: Decca Philips, Pye en EMI. Overigens haalden de piraten ook inkomsten door geld te vragen voor wie een plaastje wilde ‘bemachtigen’ in de playlist.

Naast Engeland bestond piratenradio ook in Zweden en Nederland. Veronica gegroeid uit de VRON (Vrije Nederlandse Radio Omroep) was zelfs al eerder in de lucht dan de Engelse piraten. Hun programma’s waren echter in die tijd eerder te klasseren als huisvrouwenradio. Pas na ’67, en het verdwijnen van de Britse piraten, en door de overname van enkele dj’s van het schip van Radio England, wat intussen vernederlandst was via radio Dolfijn tot radio 227, begonnen de namiddagprogramma’s van Veronica te verbeteren. DJ’s die overkwamen van radio 227 kennen we intussen maar al te goed. Tom Collins, Lex Harding hadden een en ander opgepikt van de Engelse collega’s, en introduceerden dit in Nederland, naast nieuw programma’s van Tinneke en Rob Out. De Nederlandse piraten zullen overleven tot bijna eind 1974. Overigens alle programma’s van Radio Veronica werden opgenomen op band in studio’s in Hilversum. Een bootje bracht de geluidsbanden naar het schip, waar een nieuwslezer/technicus ze afspeelde.

In de jaren 70 zend in NL ook nog radio Noordzee/Radio Northsea uit vanop de Mebo II. En om ons vastelandsverhaal te completeren mogen we ook niet de korte levensloop van het Vlaamse Radio Atlantis of zelfs Radio Uilenspiegel vergeten dat al strandde nog voor het de zee bereikte vanop zijn tocht uit de Antwerpse haven.

Terug naar Engeland, waar voor de kust van Engeland en zelfs tot in de mondig van de Theems radio werd gemaakt. In Engeland werkten de dj’s wel degelijk aan boord van een van de schepen.

Radio London was terug te vinden op de Galaxy, Radio Caroline op de Mi Amigo, dat we jaren later nog tegenkomen in Vlaanderen wanneer een wafelbakker vindt dat hij een nieuwe uitdaging nodig heeft naast zijn muziekstudio Start en het managen van Paul Severs. Radio England startte op de Olga Patricia, een gamel oud Amerikaans schip, dat later werd herdoopt tot Laissez Faire.

Een van de Britse radio’s zat zelfs niet op een schip maar was gehuisvest op een oud fort op palen, uit de laatste oorlog, ergens in de monding van de Theems. De Britse excentriekeling Lord Sutch (die nog platen zal opnemen met begeleiding van Jeff Beck, Jimmy Page en Ritchie Blackmore) had dit oude fort gekocht en startte er Radio Sutch dat later verder ging als Radio City. Met geld kun je blijkbaar alles kopen, gaande van een radiostation, tot de beste studiomuzikanten.

De Britse piraten zagen het levenslicht in 1964, en van bij het begin broedde de Britse regering op plannen om een stokje te steken voor wat dit ongeregeld zootje de Britse jeugd voorschotelde.

Al kun je moeilijk stellen dat de BBC radio te lijden had onder deze manier van radiomaken, want zelf zorgden ze amper voor enkele uren popradio in de week, en die uitzendingen mochten dan nog van de vakbonden niet bestaan uit een vol uur “mechanische” muziek. Nee dat moest afgewisseld worden met live muziek. Iets wat op dat ogenblik toch ook geld opbracht voor de muzikanten, en wat toegegeven, jaren later voor ons heel wat fantastische BBC radio opnamen opgeleverd heeft. Ook al gingen de meeste opnames verloren, want de technici gebruikten nl hun banden steeds weer opnieuw. Er moet dus doorheen de geschiedenis nogal wat verloren zijn gegaan van tal van muzikanten en het mag een wonder heten dat er toch nog BBC opnamen bewaard zijn gebleven van o.a. De Beatles, Zeppelin en bijv. ook Fleetwood Mac. Maar de Stones, Van Morrison en al die anderen….

Tot 1967, nu vijftig jaar geleden hadden de conservatieve regeringen de piraten gedoogd, maar met de komst van de socialist Wilson werd het plots menens. Zeker toen bovendien binnen het wereldje van de piraten een en ander misliep en een van de bazen (radio City), trouwens ook manager van de Fortunes, doodgeschoten werd aangetroffen, in zijn huis. Dit was de druppel die de spreekwoordelijke emmer deed overlopen, en de regering besloot de Marine Offences Bill te laten ingaan op maandag 14 augustus om middernacht. Johnny Walker , op dat ogenblik dj op radio Caroline en vastbesloten om door te gaan beschrijft in zijn biografie hoe hij op dat ogenblik een crimineel werd door het draaien van plaatjes. Iedereen die meewerkte aan een zeezender kon vervolgd worden, en daarvoor zelfs twee jaar worden opgesloten. De regering beloofde bovendien dat de BBC vanaf september met een popzender zou starten, en dat heeft tal van disc jokeys doen besluiten om eieren voor hun geld te kiezen en het piraten radio wereldje vaarwel te zeggen. Het was mooi zolang het duurde. Je kon enerzijds treuren of samen met Johnny Walker, Robby Dale en nog enkele nieuwelingen verder Radio Caroline beluisteren. Mijn eigenste portatief was vanaf 15 augustus vastgeroest op 259 meter de golflengte van Caroline, en dat tot het echt stil werd op 3 februari 1968, toen er uit de radio enkel nog witte ruis kwam. Geen boodschap, geen afscheid, wat was er gebeurd? Nog jaren hebben we gehoopt op de terugkomst van Caroline, wat ook zelfs een paar keer gebeurde, als Caroline, en een tijdje als Radio Seagull. Helaas het was nooit meer hetzelfde. En naar BBC Radio One luisteren op 247 meter kon je enkel ‘s avonds en dan nog was het zwaar gestoord. Er reste ons enkel nog good old 208 Radio Luxemburg, waar we toen massaal naar teruggrepen, en dat overigens duizend keer beter programmeerde dan radio One, waar de DJ’s in een popkeurslijf werden gedwongen en enkel plaatjes uit de top 40 playlist mochten draaien. John Peel is hier eigenaardig genoeg altijd een uitzondering bij gebleven, en dat was iets wat Johnny Walker ook wel wou, maar dat heeft men hem nooit gegund.

Blog image Johnny Walker in 1970 op Radio One(BBC)


Waren deze piratenstations echt belangrijk?

Het valt niet te ontkennen dat zij in het eerste gedeelte van de jaren zestig een ongelofelijke ondersteuning hebben geboden aan het gemeengoed worden van popmuziek van Beatles, Stones, Who, Small Faces en tal van andere. Vanaf ‘67 evolueert de betere popmuziek richting rock, en komt er nieuwe lichtere popmuziek Sweet, Middle of the Road, Slade, enz… voor in de plaats. Welke piste zouden de piraten gevolgd hebben? Van radio One werd het duidelijk. Johnny Walker wordt op een gegeven ogenblik ontslagen omdat hij de Bay City Rollers een kutband vond, en dat iets te duidelijk liet merken.

Blijkbaar verschenen de Britse piraten op het juiste ogenblik op het toneel, op een ogenblik dat alles nog nieuw was, en de jongerencultuur (muziek, kleding, uitgaan) zich begon te manifesteren. Vergeet niet dat men in Engeland nog jaren na de oorlog leefde met rantsoenzegeltjes, en jongeren pas in de jaren zestig over enig zakgeld begonnen te beschikken.

De wereld is niet vergaan na 14 augustus 1967, wel geëvolueerd. Wie het meemaakte koestert het nog steeds, en daar is niets verkeerd aan.

Wat de krant schreef



Portugal: drie dagen molens.Zes dagen onderweg

Posted by Eddy De Saedeleer 02 Aug, 2017 14:43

We vergaderen twee volle dagen, passen ons aan aan het Portugese ritme van de dag, bekijken elk hoekje van het oude klooster, en gaan daarna een dag met een busje een dag lang windmolens en watermolens bezoeken.
Blog image
Windmolens, op een rij, van buitenaf gezien anders dan bij ons, maar van binnen blijft de techniek toch bekend ogen, eeuwenoud, zij het mits hier en daar een lokale toets. Penacova bekoorde ons die eerste ochtend, met de molens te Gavinhos.

Vervolgens een molenmuseum te Portela Oliveira. ‘s Namiddag hielden we halt in de streek van Góis, waar we de lunch gebruikten in het bergdorpje Aigra Nova, waar tegenwoordig niet meer dan 10 inwoners verblijven. Lousitânea.

Horizontale watermolens te Poco da lontra en Peña dorp. Een oliemolen te Cabreira. Verder voor een verticale watermolen te Pêgo escuro.

Onze Portugese gastheren hadden in elk dorp dat we aandeden niet nagelaten de lokale burgemeesters wakker te schudden, waardoor we naast molens, tal van lokale trouwzalen en andere gemeentelijke vergaderplaatsen bezochten.

De burgemeester van Góis om er eentje te noemen ontving ons met de gepaste egards.

De laatste twee dagen reden we met eigen vervoer de andere richting uit, om uiteindelijk in een buitenwijk van Porto te belanden voor een laatste overnachting.

Start te Santa Comba Dão en vervolgens zouden we richting Águeda nemen voor bezoeken aan molens te Aldrogãos waar we een horizontale watermolen en een oliemolen aandeden. Bij de start te Santa Comba Dão kregen we van de lokale burgervader een toelichting bij het molenproject: Mill Park Project. 10 uur en op weg naar Albergaria a Velha voor meer molens. Nog voor de middag bekijken we achtereenvolgens: Pedralva Rosmolen, Ervosas Windmolen en de Gandara Paltrock windmolen.

Na de lunch gaat het richting Águeda.Macieira de Alcoba blijkt een pedagogisch project of eigenlijk beter dorp te zijn, met toelichting over koren en molens. Hier wordt zowel voor volwassenen als voor kinderen uitgebreide exploratie opgezet. Hier leer je meer over biodiversiteit, watermolens, oliemolens, hand molens, enz… ‘s Avonds keren we terug naar ons Solar do Morgadio voor een overheerlijk dinner.

Tijd om uit te checken en ons richting Ul te begeven, waar zich een molenpark bevind. We bekijken er horizontale watermolens, rijstmolens, broodbakkers, en andere toeristische attracties. Verder naar Fafe voor een lunch in het molen- en volksmuseum van Aboim, waar we nadien vrij kunnen rondkuieren.

15:00 uur en we moeten nu verder naar Gaia, waar zich een biologisch park en molen bevinden. De trip zit er op en Porto is niet ver meer, waar we de laatste avond zullen doorbrengen in een hotel. Enkelen hebben nog een extra dagje gepland om Porto te bezoeken.

Zelf skip ik Porto, omdat de stad mij te druk lijkt, en ik wat rust kan gebruiken, maar wat zei Bredero? Het kan verkeren…… het zou uiteindelijk nog zes dagen duren eer ik mijn dorpje in het midden van de nacht binnenrij.



Onderweg naar Portugal: dag 3 Solar do MorgadioZes dagen onderweg

Posted by Eddy De Saedeleer 20 Jul, 2017 18:42

Blog imageHet is even over elf, wanneer ik met enige spijt het idyllisch Spaans plekje, wat campsite Camino zeker is, achter mij laat. Zal ik, op de terugweg, terugkeren naar deze plek? Waarom ook niet, al wil ik ook nog wel een ommetje inlassen langs de windmolens waar Don Quichotte zovele jaren terug de strijd tegen aanbond, en die ik reeds ken van toen ik tien was uit een prentenboek. Lezen was overigens het enige wat mij uitgerekend in dat vierde studiejaar interesseerde. We hadden een schoolmeester, die elke dag liedjes zong terwijl hij zichzelf op zijn minipianootje begeleidde. Tussendoor hanteerde hij de meterstok, waarmee hij met enig leedvermaak regelmatig over de ruggen van 'stoute' leerlingen streek. Veroorzaakte je minder onheil, dan mocht je kiezen tussen de meterstok, of het regeltje van 30 cm waarmee hij vervolgens je knokkels beroerde, tot ze rood zagen. Ik schrijf ooit nog wel eens een paar regels over hoe schoolmeesters in lang vervlogen tijden kinderen mochten vernederen.


Ik heb iets minder dan vijfhonderd kilometer voor de boeg om het laatste stukje van deze reis te overbruggen.

Dwars door het Spaanse Baskenland via de Via De Castillia, tot de Portugese grens, waar ik halt hou en verpoos bij een nieuwe café Americano geschonken voor het luttele bedrag van 1,50. Deze reststop kan zo weggeplukt zijn uit een of andere oost-Europese negorij. Kaders aan de muur met ofwel grazende paarden ofwel grazende stieren. De enige TV in de verbruikzaal staat op een kanaal waar niets op te zien valt. Een van de door Springsteen bezongen '57 channels with nothing on'.

Tijdens mijn vorige halte, nu alweer 2 uur geleden, voor een broodje vegetal (met tonijn, wat heet vegetal hier?), was er op een soortgelijke beeldbuis, god nog aan toe, een Spaanse uitzending bezig van het Rad van Fortuin. Zou Verdrengh hier nu nog steeds royalties voor opstrijken?

Ik rij al een ganse middag onder een blauwe oceaanlucht bezaaid met witte wolkenzeeën.

De radio, Radio Treis begreep ik, zond tot een uur geleden echte rock uit, nummers van pakweg een halfuur van o.a. de Greatful Dead en andere soortgelijke bij ons lang vergeten hippiebands.

Net voor de koffiestop beluisterde ik nog jazzy stukken van Isabelle Antenna, ooit uitgebracht op het legendarische Belgische ‘Les disques du Crepuscules’. Er worden hier dus toch nog goede dingen via de radio uitgezonden. Al zullen dit dus ook wel niche zenders zijn, en is het reguliere radiolandschap al net zo verkloot als bij ons.


Wat krijgen we over enkele kilometers wanneer we de Portugese grens kruisen?

Wat de omgeving betreft valt er al helemaal geen verschil te bemerken, wanneer ik de grens over steek. Snelwegen hebben nu eenmaal de onhebbelijkheid van overal op elkaar te lijken. Weg van de Via de Castilla. De eentonigheid wordt enigszins verbroken door alweer een nieuwe vorm van ‘betalen’ bij het kruisen van mijn eerste Portugese peagestop. We blijven alert op die manier. Deze keer mag ik even opzij rijden, geen ticket nemen, wel een creditkaart in het gleufje stoppen, waarna de auto wordt gefilmd of is het gescand door een camera. Hoe komt anders mijn nummerplaat op het betalingsbewijs? Zijn we nu goed voor de rest van de reis? Uiteraard niet, zal later blijken.


Het landschap begint overigens in deze met Wales gelijklopende tijdzone verdacht veel te lijken op het landschap van het 1500 km noordelijker gelegen Britse landsdeel. Zelfde typische heuvels, zelfde rotsachtige formaties , waar ze net als in Wales ook hier hun wegen doorheen hebben gehakt. Zelfde bouwstijl. Geen wonder dat zoveel Britten hun oude dag komen slijten hier in het zuiden.

Dit had ik echt niet verwacht. Dit is een bekoorlijk landschap, en het blijft maar duren, en het wordt mooier en mooier naarmate ik doordring in midden-Portugal.


Met nog 40 kilometer voor de boeg, verlaat ik de autoweg, en rij ik langs een weg bezaaid met enkele tientallen rotondes richting einddoel: Santa Combe Dao. Op zoek naar ‘de Nieuwstraat’, maar er zijn er drie waaruit ik kan kiezen op het scherm van Garminnken, mijn GPS toestel. Keuze te over, en wat had je gedacht? Ik kom aan in het eerste dorpje waar geen mus te vangen valt. Op naar het volgende dorpje, drie en een halve km verder. Terug door straatjes waar je amper met de auto de huizen kunt ontwijken. Rijden tot waar de weg toch nog een klein beetje verhard is, en ja hoor, om het hoekje prijkt een prachtig gebouw, en zie ik onmiddellijk druk keuvelend mijn 'geglobaliseeerde' molenvrienden. Net als ik zijn ze aangekomen met of hun eigen auto, of met een huurauto. Amerika, Nederland, de UK, Roemenië, Griekenland: TIMS is verenigd. De meetings en trips kunnen beginnen.Blog image

Nog dezelfde avond verkennen we het hotelletje van onze gastheer, en verbroederen en verzusteren we op de aangeboden receptie.


Het 'pand' waar we verblijven, was tot voor enkele jaren een overwoekerd restant van een oud dorpskloostertje. Vandaag werd het voor een groot deel omgetoverd tot een hotelletje met conference-room, theatertje, en een nog af te werken kapel. Niet iedereen van de groep sliep in het hotelletje. Enkelen zaten wat verderop gelogeerd in het dorp.


Link naar hotel



Op weg naar Portugal: dag 2, bij de Basken.Zes dagen onderweg

Posted by Eddy De Saedeleer 09 Jul, 2017 21:24

Dag 2

De volgende morgen, en nog steeds bij Poitiers, omdat ik pas weg kan na negen uur. De ijverige conciërge ontfutselde mij gisteravond, mijn e-id, omdat het na 20 uur was toen ik aan kwam zetten en het receptiekantoortje al gesloten bleek en de brave man mij dus niet meer kon inschrijven. Regels zijn nu eenmaal, ook in Frankrijk regels, noteer ik terloops. Uiteindelijk opende die morgen, een gebrilde jongeling, de zaak nadat de klok 9 uur aangaf..

'16,5 euro. Neen mijnheer ik ben geen lid van de huppeldepup caravaning club. En neen mijnheer, ik hoef niet echt een factuur, het bonnetje volstaat.'

Betekent dit dat ik "in het zwart" werd ingeschreven? Of zag het kereltje op tegen weer een lange werkdag, en het intypen van vreemde buitenlandse namen?

Blog image (C) foto: website http://campingcamino.com

Bon, salut. Ik heb 760 km voor de boeg, waaronder een aantal langs de voet van de Pyreneeën waar ik voorbij moet, om het mooie Franse en Spaanse Baskenland te doorkruisen.

Na exact twee uur karren met alweer 190 km op de teller, nog steeds langsheen de A10 stop ik voor een koffie Americano. ‘Chez Paul PDJ’ stond er onderaan vermeld op het rekeningetje....

Middagbroodjes neem ik bij de volgende stop. Een omgeving waar ik al enige tijd heerlijke open luchten, bezaaid met zuivere wolken ervaar. Precies zoals ik mij die herinner uit mijn kindertijd, of uit latere doortochten ergens in Midden-Engeland, even voor Birmingham, waar ik ze al zo vaak heb bewonderd, terwijl ik afgezien van het besturen van de auto, niets anders heb te doen. Een heerlijk blauw firmament bezaaid met de witste wolken die je kan vinden in onze hemelse collecties. Dat, bijna, azuurblauw wijst er op dat de lucht hier bijzonder zuiver moet zijn. Hier zo dicht bij de oceaan kan het ook moeilijk anders. Een beeld dat wij zelden of nooit bij ons zullen te zien krijgen, omdat wij het doorgaans moeten stellen met afgedreven wolken die ons ofwel uit het Ruhrgebied of uit de Noordfranse industriegebieden bezoeken. Wolken die bovendien vermoedelijk ook nog enigszins gemixed worden met de in ons land opkringelende rook van alles wat de Vlaming toegelaten of niet-toegelaten verstookt. Leven we dan toch met zijn allen te dicht op elkaar? En zeggen dat hier, afgezien van enkele overbevolkte steden er nog zoveel plaats is. Misschien moeten we wel met zijn allen opnieuw naar de boerenstiel, zoals in de dagen waarin trager leven nog heel gewoon was, en wonderbaarlijke ziekten als burn-outs nog niet bestonden?

16:30, Ik ben net Biaritz voorbij, en werp mijn blik links en rechts voor het eerst op wat berglandschappen. Zijn dit nu reeds de Pyreneeën die ik nader? Alpen kunnen het niet zijn want er zijn toch geen Alpen in de Pyreneeën weten we, omdat Walter de Kreuner dat ooit bezong. (*) Ik bedoel maar. Gek eigenlijk, hoe ik jaren lang er van uitging dat Biaritz aan de andere kant van Frankrijk lag, ergens in de buurt van een of andere ski-oord. Komt er van als je nog nooit verder dan Parijs bent geweest....

Ik moet zeggen dat Frankrijk mij tot nu toe niet heeft bekoord. Veel groen en bomen langs de wegen die ik volgde, dat valt niet te ontkennen, maar echt mooie landschappen? Neen. Gelukkig hebben ze ons Joke hier nog niet losgelaten om 'gekapt' te maken van de wouden.... Ik heb het gevoel dat ik niets heb gemist. Zal ik dan toch, om gewonnen te raken voor La France, ooit eens richting La bella Italia moeten rijden doorheen de Provence?

Hier in de golf van Biskaje loopt de weg loopt nu al een tijdje, en dat kilometers lang, parallel met de Atlantische oceaan. Al krijgen we de oceaan amper te zien. Toch leuk, mijmer ik bij mezelf, om Gascogne, het thuisland van vierde musketier D'Artagnan, te doorkruisen. Verre herinneringen aan regenvakanties en veel lezen in enkele boeken uit de toenmalig befaamde Rijnaert reeks, duiken op. Het drieluik: De musketiers, De musketiers 20 jaar later en de Burggraaf van Braggelone lieten voor ons Frankrijk leven. Wordt dit nog gelezen door onze jeugd?

Helaas ook vandaag weer geen tijd om wind- of watermolens te bekijken want met nog 250 km voor de boeg, en morgen nog een kleine 600 tot de eindbestemming in de buurt van Porto, blijft het bij het bewonderen van mooi bebloemde wegbermen.

Na een aantal niet te tellen ‘payage’ stops, in Zuid-Frankrijk, en ook in Spanje rij ik de snelweg af richting Castrojeriz. Ik volg al een tijdje borden die mij vertellen dat ik niet zo gek ver verwijderd ben van de route naar Santiago de Compostela. Een bochtige weg met hier en daar een boerderijtje langs de kant en voor de rest glooiende groene heuvellandschappen bezaaid met windturbines, die voor het grootste deel stil staan. Volgens Garmin en Google bevind zich hier ergens een camping waar Compostela reizigers nogal eens durven verblijven. Ik vrees voor het ergste, tot ik uiteindelijk het dorpje bereik. Door de straatjes rond de kerk kan zich amper een auto maneuvreren. Het wegdek bestaat uit wat aangestampte verharde klei. Je kijkt je er de ogen uit. Hoog boven het dorp torent de ruïne van een oude versterkte burcht. Achter nog een bocht ligt dan toch een alleraardigste kleine campingsite. Klein, gezellig, niet duur, en bezaaid met 'Ollanders en hun sleurhutten'. Ik had het kunnen denken. Er is wifi, en het is er na 11 uur ongelofelijk stil. Dit lijkt haast een avondlijk plaatje uit Wales.

Overigens alles wat eentonig en saai leek in Frankrijk, hebben we achter ons gelaten en vervangen door berglandschappen, ettelijke tunnels in Baskenland, en nu eindelijk af en toe een blik op de oceaan. Helaas geen tijd, noch ideale stopplaats om plaatjes te schieten. Dit is een landstreek zoals ik ze mij helemaal niet had voorgesteld. Niet dat typisch zuidelijke prairie achtige Spanje, maar een groen bijna Welsh of Ardens aandoend landschap. Hier wil ik best terugkomen, ook al moet je er 1200 km voor karren.

De avondlijke hemel raakt stilaan bezaaid met sterren. Het is hier nog echt donker. Ik begin stilaan te begrijpen, waarom er mensen bestaan die naar hier komen om te overwinteren of om er hun pensionitis te beleiden.

25 graden, groene natuur, de oceaan in de buurt. Hoe moet Atlantis er wel hebben uitgezien? The continent of Atlantis, so great an area of land....

(*) Lp van de Kreuners, getiteld: Er zijn geen Alpen in de Pyreneeën.





Op weg naar Portugal dag 1Zes dagen onderweg

Posted by Eddy De Saedeleer 25 Jun, 2017 19:22

Onderweg op vier wielen.

Blog image

Zwerven door Europa met de auto. Niet à la ‘On the road’, zoals dat in de beatnik tijd het geval was, maar gewoon als alternatief voor de stalen vogels waar ik vijftig jaar geleden een passie voor had. Een zomer lang telden we toen de caravelles, de DC10en en Boeings die dagelijks boven onze hoofden hun zelfde parcours aflegden. Wanneer we geluk hadden zagen we op een blauwe maandag zelfs onze eigenste Red Devils voorbij scheren. Het was de tijd dat er bijna dagelijks kleine vliegtuigjes in de lucht zaten ‘met een handdoek’ er aan vast. Al kende ik zelf die benaming toen nog niet, want de bedenker van die term moest, 10 jaar later, nog geboren worden. Kleine vliegtuigjes die opstegen op het vliegveld ‘De Kluizen’ in Aalst, met een gesponsorde spandoek er achter. Zoals in ‘newspaper taxis appear on the shore’ in die zelfde fantastische zomer van 67. Grotere vliegtuigen dierven al eens met hun staartrook de naam van een sigarettenmerk, Set om het niet te noemen, in de lucht schrijven. Verdwenen beelden uit onze jeugd, zoals er zoveel verdwenen is, wat wij vooral te danken hebben aan onze over gereglementeerde wereld. In juli 67 beleefden we bij het tellen, eigenlijk was het spotten, maar die term moest nog uitgevonden worden, enkele hoogdagen toen we met de fiets naar Hofstade Bad fietsten. Over dat domein vloog nl, om de paar minuten wel een of ander lijnvliegtuig. Wie ooit wat verderop Werchter bezocht, kent het fenomeen.

Maar vliegen nee, niet aan mij besteed. In de wereld van vandaag, sta je het ene ogenblik in de zon, een paar duizend kilometer van huis, en enkele uren later loop je door Amsterdam in de regen. En ook al noemt men dit reizen, het heeft er vooralsnog weinig meer met te maken. Een beetje zoals het brood dat je eet, en dat veeleer lijkt op gebakken lucht.

Reizen doe je zoals het hoort: je beweegt van punt A naar B, en je neemt er de tijd en ook de ongemakken bij. Maar vooral ook de verhalen die je onderweg meemaakt.

Neem nu die zes dagen in 2016 op weg naar en van Portugal, of wat later naar en terug van Oekraïne, of het zoemen over de A5 ergens in Noord-Wales ergens tussen Londen en Dublin. Het traject waarvoor de A5 lang geleden werd “uitgevonden”.

Op weg naar Solar do Morgadio te Santa Comba Dão in Portugal.

Dag 1

Het is nog maar net na half elf als ik even voor Amiens stop langs de snelweg bij een van die Franse 'resto stops'. Het is er eentje waar in het gebouw ook enkele 'minimarkets' gehuisvest zijn. Betalen voor je plasbeurt hoeft zelfs niet. Missschien moet Europa dit ook nog regelen: de maximumprijs van een toiletbezoek. Moet kunnen nu de Engelsen er over enkele jaren niet meer bij gaan horen. Ik merk dat er door het toepassen van een eigenaardige combi kraan, waar zowel water als hete lucht uitkomt, wordt bespaard op handdoeken en wegwerppapier. De koffie wordt er geschonken in behoorlijk grote tassen. Iets wat ik niet verwacht van traditionele franse restaurantuitbaters, en dus derhalve besluit dat dit alles weinig met franse restaurants of keukens te maken heeft. Naar het ernaast gelegen Ibis hotel, zie ik toeristen lopen, een beker koffie in de hand. Ze zien er echt Amerikaans uit, wat er op wijst dat de mondialisering ook in Frankrijk langs de autowegen heeft toegeslagen. De wereld rond reizen, en blijkbaar toch besparen op een tas koffie? Een beredeneerde besparing, en spreiding van de pensioenmiddelen om toch nog een stukje van de wereld bereizen? De wifi verbindingen zijn gratis, maar quasi niet te gebruiken, omdat ze van een bijzonder lage kwaliteit zijn en het hopeloos is om in een verbinding te slagen. We zullen onze e-mails dan maar wat later doornemen.

Terwijl ik over het asfalt glij, flitsen behoorlijk wat gekende plaatsnamen voorbij. St Quentin en Noyon, bekende namen voor de Vlaamse duivenliefhebbers. Plaatsen waar vandaag zelfs geen simpele duif wordt gelost, want de lucht is er vogelvrij. Soissons... zouden ze de gebroken vaas, waarover meester Luc het in het derde studiejaar had, nu al volledig terug in elkaar hebben gepuzzeld? Dit zou toch moeten kunnen in tijden waarin 'colle tout' alles lijmt.

Radio Een houdt mij nog gezelschap tot helemaal beneden in de vallei van de Somme. Bij de wat fanatiekere landgenoten bekend als de Zomme. Er zijn er ooit geweest die daar met moeite over geraakten, weten we uit de geschiedenisboeken.

Voorbij de Oise naderen we park Asterickx. Zo weten we ook weer dat we in Gallië reizen. Na 276 km bereik ik eindelijk het Ile de France. We zitten binnen een afstand van 25 km van het centrum van de lichtstad, en nergens een Eiffeltoren te bespeuren. Ze zullen hem toch niet hebben binnen gezet uit vrees voor....

Parijs, de door vele landgenoten gevreesde périferique, de passage langs Bercy, waar rockers als Springsteen of McCartney al eens durven aantreden in het sportstadion. Nog ongeveer 6,5 km verder karren in zuidelijke richting naar de Porte d'Ivry, en dan gehaat het als door een poort, verbeeld ik mij, richting Versailles. Geen tijd voor bezoeken aan paleizen, noch aan Zonnekoningen, want het loopt naar halftwee. Tijd om een tweede plas pitstop in te lassen en de meegenomen broodjes aan te snijden.

Ook hier is de plasruimte optimaal verzorgd en geheel gratuit. Misschien moet ik toch overwegen om bij ons een facebook campagne te starten: 'Ikwilpissenveurniet' of zoiets, of is dit geen goed idee? Laat ons besluiten dat er in onze buurlanden meer aandacht wordt geschonken aan de plassende medemens. Een wijs besluit van iemand die nog niet zo lang geleden lid is geworden van de Geraardsbergse broederschap van Manneke Pis.

Via enkele scherpe bochten richten we ons verder zuidwaarts richting Orleans en Bordeaux. Chartres, daar kom ik nog nog terug, want ik wil die kathedraal toch ooit nog met eigen ogen bewonderen. Mr google leerde ons dat het vanaf Parijs nog dik 500 km karren wordt om de ingeplande campsite bij Montignac te bereiken. Maar al zeer snel kom ik tot de vaststelling dat Mr google de natuurelementen niet echt kent.

Orleans en dat zullen we geweten hebben, zal mij nog een tijdje heugen. Ik sprak er een franse flic, en dat gesprek ging niet over Jeanne D'Arc, maar over hoe ik na 100 km zoeken rond Orleans eindelijk weer de A10 ergens op zou kunnen rijden.

Reden: op een gegeven ogenblik werd iedereen van de snelweg gestuurd, om een onbekende reden. Gevolg, alle trucks en ander verkeer wijkt uit naar de vroegere baan naar Orleans. Iedereen begint naar de optimale sluiproute te zoeken. En dat wil de lokale politie nu net voorkomen. Overal zijn ze prominent aanwezig, met een wijzende vinger, die eender welke richting aangeeft behalve Montignac, al zal het daarvoor nog wat ver geweest zijn.

Zij beschermen hun burgers tegen meterslange trucks en ander doorgaand verkeer. No way door het mooie Orleans zullen we niet rijden. Alles slibt uiteraard dicht.

Het duurde tot ik uiteindelijk zoals reeds aangegeven een vriendelijke flic vond op een kruispunt, en daar te horen kreeg dat ik voor Le Sud, best naar Baccon kon rijden, om daar ergens links terug de snelweg te vinden.

Het avontuur kostte mij enkele uren waardoor mijn geplande bestemming, een campsite bij een watermolen, goed 150 km verder nu wel heel ver weg lag.

In de buurt van Poitiers laat ik Garmin voor mij even uitzoeken waar er een bloemenrijke campsite te vinden is, en zie ik kom terecht in Cyr, bij Beauchamps. Het was druilerig weer, maar gelukkig zonder regen en een heerlijke 18 graden.

Tijd zat dus, om tentje op te zetten, en wat avondeten te bereiden, want het was pas 20 uur.

Uiteindelijk won ik nog een paar uur reistijd door op een gegeven ogenblik, de weg naar Bordeaux te nemen in plaats van die naar Montignac. De molen en de geplande campsite worden verschoven naar latere datum. De reiziger moet flexibel kunnen zijn.

Frankrijk staat uiteraard ook voor goede snelwegen maar toch vooral voor ettelijke payages. Tenminste wanneer je snelheid prefereert boven sightseeing.

Een avondwandelingetje over de camping, leerde mij dat ik mij vlakbij een leuk meer, genre Overmere Donk bevond, naast een mooi zwembad, en een nu gesloten cafetaria. Allemaal dingen die niet besteed zijn aan passage clienten zoals ik, of het koppel Nederlanders dat pal achter mij eveneens hun tentje had opgeslagen.

Gelukkig kon ik mij op het terras verdiepen in het beantwoorden van wat mails, want er was wifi. De reiziger was thuis.



Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club BandClassic rock

Posted by Eddy De Saedeleer 01 Jun, 2017 13:26

1 juni 1967: Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band

In 1967, was ik veertien, of vijftien naargelang je het bekijkt in de lente of later in de zomer. Het was een jaar dat voor eeuwig genoteerd staat als het jaar van "de summer of love", met een duidelijke breuklijn: voor of na 1 juni. Ik was dus net vijftien toen de Beatles de wereld verbaasden met wat nu een iconisch album heet: Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Een mond vol, en ja het was het wachten meer dan waard. Al in 1966 nadat ze stopten met live optredens, werd ons het manna uit de hemel beloofd. Alleen het duurde zo lang. Zeker wanneer je weet dat de Beatles in de jaren er voor nooit uit de hitlijsten verdwenen. Parlophone (EMI) zorgde er voor dat er steevast een single, EP of LP in de platenwinkels lag, en dat het duidelijk was wie de besten waren. De Rolling Stones, in overleg met de Beatles zorgden er steevast voor dat “hun product” netjes werd gelanceerd in de dalperiodes tussen de pieken van de Beatles in. Daar gaan de opgeklopte verhalen over de strijd tussen Beatles en Stones, maar dat was toen de realiteit die blijkbaar niemand opmerkte. Toegegeven Lennon heeft af en toe wel naar de Stones gesneerd, dat zij bijzonder goed keken naar het materiaal waar de Beatles mee scoorden, om er dan ook mee uit te pakken.
Blog image

1967 is een mijlpaal geworden in de geschiedenis van de pop en rockmuziek. Het jaar waarin tussen beide een duidelijk onderscheid werd vastgelegd. De enige band die daartoe in staat was, waren de Beatles. Zij hadden in augustus 66, drie hectische jaren beëindigd. Jaren zonder vrije tijd, waarin hun leven zich afspeelde in studio's en hotelkamers. Wanneer wij er achteraf op terugkijken, dan kunnen we enkel vaststellen, dat zij enerzijds de techniek tegen hadden, en anderzijds, niet door de meest technisch en financieel onderlegde mensen werden bijgestaan.

Optreden voor meer dan 50.000 mensen (Shea Stadium), met een installatie van amper enkele honderden watts, moet echt wel deprimerend geweest zijn. En als daar dan bovendien alle grieten die zich tussen die 50.000 bezoekers bevinden, hun schril keelgat openzetten, dan moeten Lennon en McCartney en zeker Harrison vaak gedacht hebben: ‘God laat dit ophouden’. Weet daarenboven dat die concerten geen grote sommen in het bakje brachten. Naar hedendaagse normen waren daarnaast de inkomsten uit hun platenverkoop al even pover. The Beatles leefden in die dagen nog met belabberde contracten die ze in hun jeugd hadden getekend. Het leeuwendeel ging naar al wie hen omringde, en van wat zij overhielden werden zij geacht meer dan 90 procent aan de overheid af te dragen. Harrison schrijft daarover in 1966 het nummer Taxman. De Stones, zullen zich begin jaren zeventig in Frankrijk vestigen en er de plaat Exile on Main street opnemen. Een eveneens veelzeggende titel. Ook Led Zeppelin zwerft later over de wereld om een jaar uit Engeland te kunnen wegblijven. Dit leidt er zelfs toe dat een, in Griekenland, zwaar geblesseerde Robert Plant in Jersey wordt verzorgd.

De Beatles werden onderscheiden met een MBE (Member of the British Empire) voor hun 'bijdrage' aan het Britse Rijk. McCartney, altijd Brit gebleven, wordt jaren later nog geridderd tot Sir.
Blog image

Dit om aan te geven dat de Beatles, eind ‘66 en de eerste helft van ‘67 meer dan welke band ooit zeer veel tijd in de studio's doorbrachten, om er een meesterwerk te componeren. Er lekte weinig uit, en als er al eens iets in de pers verscheen, waren dit vaak negatieve voorspellingen. Waren de Beatles passé? EMI en hun manager verslikten zich in dergelijke berichtgeving en eisten dat er tenminste een single op de wereld werd losgelaten. En aangezien het in die tijd de gewoonte was om singles niet nog eens op lp's te zetten bleven twee van de beste nummers van de Beatles lp-loos. Penny Lane en Strawberry Fields Forever, hadden eigenlijk op Pepper moeten staan. George Martin keek er later op terug met gemengde gevoelens en noemde het zelfs ‘een flater’ die hij toen beging. Al kunnen we ons afvragen welke andere nummers er dan mogelijks niet hadden opgestaan, want 38 minuten was toenertijd een maximum tijd voor een lp. En stel dat die nummers niet op single kwamen, dan zou zelfs mogelijks Pepper een andere background kunnen hebben gehad. Want was het origineel idee niet om nummers te componeren die teruggingen op hun tijd in liverpool? Een beetje achteromkijken op hun jeugd.

De twee volgende nummers die zij opnemen: ‘When I'm sixty four’ en ‘A day in the life’ gingen ook die richting uit. Voeg daar nog ‘Lovely Rita’ bij, een lied over een vrouwelijke parkeerwachter, gegrepen uit het dagelijkse Liverpoolse stadsleven, en de lijn was duidelijk. Maar toch het liep anders, toen McCartney met het idee aan kwam zetten, dat ze zich tijdelijk moesten verbeelden, dat zij niet de Beatles waren maar een andere groep: ‘Sgt. Peppers Lonely Hearts Club band’. Dat zou hun toelaten om alle nieuwe projecten en songs te benaderen zonder beperkingen, want zij hoefden op die manier zich geen vragen te stellen bij hun eigen verleden. Geen, och past dit wel binnen het Beatlesrepertoire? Geen, och dat gaan de fans niet pikken. Neen, zij konden onbevreesd alles uitproberen. Elk instrument dat in een hoek van de Abbeyroad studio rondslingerde konden ze gebruiken, en ze konden er bovendien hun fantasie op botvieren met experimenten dat het niet mooi meer was. En daar kwam de inbreng van George Martin, een doorgewinterde studiorat, pas goed van pas. Bedenk eveneens dat Pepper op amper vier sporen werd opgenomen, want EMI hinkte wat achterop als het op moderne techniek aankwam. En de Beatles experimenteerden niet enkel met techniek en instrumenten. Daarnaast probeerden ze ook hun geesten te verruimen met o.a. Lysergeenzuur diethylamide 25, al snel afgekort tot LSD.

Later zal iemand ontdekken dat het nummer Lucy in the Sky with Diamonds kan afgekort worden als LSD. Lennon heeft altijd volgehouden dat dit puur toeval was, want zoon Julian toonde hem een tekening van op school en sprak: kijk papa ‘Lucy in the sky with diamonds’. Doet er in feite weinig toe ook al klinkt Lucy bijzonder psychedelisch en roept de tekst de vreemdste beelden op wanneer het gaat over ‘plasticine portraits’ of ‘marmelade skys’.

Wij willen het hier toch nog even hebben over waarom Pepper echt belangrijk is. Het was een grensverleggende plaat die niet valt te catalogeren onder pop of rock, blues of wat dan ook. Het waren een stel songs die zeer sterk varieerden en toch als het ware een geheel vormden. En dat kwam niet alleen door het feit dat de plaat tussen de songs geen stiltes kende, en de nummers als het ware in elkaar overvloeiden. Pepper is een van de weinige platen waaruit geen op zich staande singels werden gepuurd. Ook losse nummers toevoegen aan best of platen kon echt niet. In de jaren zeventig gebeurde het toch op de blauwe dubbelaar, en precies daarom was dit geen goede plaat. Het mythisch gegeven werd nog versterkt omdat Beatlefans meer dan een half jaar hadden moeten wachten op de opvolger van ‘Revolver’. ‘Revolver’ had al aangegeven dat de Beatles hun lp's serieus namen, en dat zij probeerden om elk nummer tot een meesterwerk te boetseren.

Het lange wachten had de spanning alleen maar doen toenemen, en wanneer op 1 juni de wereld de plaat ten gehore kreeg, was iedereen wel vol lof over een of ander nummer. Voor het eerst draaiden radiostations de gehele plaat meerdere keren, en becommentarieerden zij de nummers.

Vooral de climax in ‘A day in the life’, het aanzwellend geluid gevolgd door de mokerslag en het nazinderend einde van deze LP zorgden voor kippenvel. Hier lustte iedereen wel meer pap van, en inderdaad het procedé werkte. De plaat werd een succes, dat zeer moeilijk zou te evenaren zijn. Wij weten allemaal dat Brian Wilson zijn Smile tapes opborg, want hij moet gedacht hebben: ‘Hier kan ik onmogelijk tegenop.’ Iets wat blijkt wanneer we uiteindelijk na meer dan 40 jaar de ‘Smile’ nummers te horen krijgen: schitterend mooi, dat wel maar dit was geen ‘Sgt. Pepper’. Ook Jagger die nadat hij de plaat hoorde tegen Glyn Johns zei: nu moet jij uit je pijp komen. Waarop Glyn repliceerde: ‘Ik? Kom jij maar uit je kot,’ wat de Stones ook hebben geprobeerd. Het pas in januari 68 verschenen ‘Their Satanic Majesties Request’ was a) veel te laat om nog tot de Summer of Love te behoren, en b) ook niet te vergelijken met Pepper. Ok, de hoes was speciaal, en er stonden een aantal prachtige songs op. ‘She's a rainbow’ met help van toetsenist Nicky Hopkins in een arrangement van John Paul Jones (de latere Led Zeppelin bassist) vinden wij mooi net als ‘Two thausend lightyears from home’, ook al vinden sommigen dit een draak van een song. De Stones hebben nadien altijd wijselijk gezwegen over deze plaat. Deze keer was hun 'afkijkgedrag' niet geslaagd. Jagger heeft steevast materiaal uitgebracht in het kielzog van de Beatles dat daar zij het niet altijd opvallend toch naar verwees. Men kan zich afvragen of de Rolling Stones met Brian Jones langer zouden hebben bestaan waren er nooit Beatles geweest en waren ze langer r&b blijven spelen. Jagger had al snel door dat er met r&b geen geld te rapen viel, en dat hij van het succes kon proeven door in de voetsporen van Lennon & McCartney te treden. Stevige of zijn het hevige Stonesfanaten kunnen het niet laten om te proberen hun idolen boven de Beatles te plaatsen. Neem nu Peter Cnop die in 2007 in een reactie reageert, op het blog: ‘Dagelijks iets degelijks’ naar aanleiding van een terugblik na 40 jaar door Ronny de Schepper op Sgt. Pepperop met: ‘ Ks ks, toch wel erg dat Beatle-fans ook na 40 jaar blijven volhouden dat ‘Their Satanic Majesties’ Request’ van de Rolling Stones een slechte kopie is van ‘Sgt. Pepper’s’. De feiten echter zijn dat het grootste deel van TSMR opgenomen is voor SPLHCB verscheen, nl. in de lente van ’67 en nog wat extra’s in de herfst.’ Hij geeft daarna wel ruiterlijk toe dat dit niet de Stones hun beste worp was: ‘Ze kan nauwelijk de beste van de RS genoemd worden, ...’(*)

Jongeren, en daarmee bedoelen wij die generatie die vaak jaren na het verschijnen van ‘Pepper’ de plaat leerden kennen, en dus ook het rijpingsproces ontberen, beschouwen deze lp vaak niet als de beste Beatles lp. Sommigen gaan zo ver om 'de dubbele witte' die eigenlijk ‘The Beatles’ heet hoger te nomineren. Voor eens en voor altijd: ‘The Beatles’ is een steengoede plaat, die nog straffer zou geklonken hebben ware het een enkele plaat, en geen dubbel lp, geweest. Het blijft toch de plaat van vier afzonderlijke Beatles die zich laten begeleiden door de drie andere. Iets wat ze tijden hun eerste vijf solojaren zullen blijven doen in meer of mindere mate, maar dan bijgestaan door externe muzikanten. De Beatles als maatschappij werd pas ontbonden in 1975, en alle opbrengsten van hun solo platenmateriaal ging dan ook samen in dezelfde pot, ook al probeerde ‘Macca’ dat te verhinderen. Wij willen benadrukken dat ‘de witte’ hoger noteren een brug te ver is: forget it. En dat geldt, ook al zullen jonkies dit niet graag horen ook voor dat andere meesterwerk ‘Revolver’, waarop niet alleen de single Paperback writer/Rain ontbreekt, maar ook Yellow submarine niet echt had gehoefd.

‘Revolver’, en zeker het eind nummer ‘Tomorrow never knows’ gaf aan welke richting de Beatles, voor wat Lennon betrof uit zouden gaan. Maar ‘Tomorrow never knows’ op zich is onvoldoende om de plaat tot de beste van de Beatles te bombarderen. Net als het door de Jam opgepikte en al hoger geciteerde ‘Taxman’ van ‘Harrison’ geen concurrentie is voor de songs op Pepper.

Wat Pepper uniek maakt is dat het een geheel vormde zoals ons dat nog nooit voorheen was gepresenteerd. Een hoes, waar je maaden later nog altijd nieuwe dingen op ontdekte. Afgedrukte songteksten, zodat je eindelijk je beginners-Engels bij kon spijkeren. Een plaat die bestond uit een lange groef, waarbij geen tijd verloren ging tussen de verschillende songs, en bovendien sloten die songs daardoor bij elkaar aan, in een onmogelijk nog te wijzigen volgorde. Voor ons klinkt de uitloop van ‘Good Morning, Good Morning’ met de neerhofgeluiden, hollende paarden, en een langzaam naderende kukeleku’ende haan die overgaat in de mokerslagen van de drum en bass van de Sgt. Pepper reprise nog altijd even fris in de oren dan toen we de plaat de allereerste keren hoorden op de radio die eerste juni in 1967.

Wie Pepper voor het eerst hoorde, kreeg er geen speld tussen tijdens de eerste drie songs. En je moet het maar doen, om je plaat te laten beginnen met amper een introsong, gevolgd door een op het eerste gehoor onbenullig liedje als ‘With a little help from my friends’ gebracht door de non-zanger Ringo Starr. Wat was dat? Maar daar was Lennon al in trance met ‘Lucy in the sky with diamonds’, een introductie voor de meesten van ons in een nieuwe psychedelische geluidswereld. Geen song was vergelijkbaar met de vorige. Nummers als ‘She’s Leaving Home’ en ‘When I’m sixty-four’ met een McCartiaanse inslag zorgden er voor dat ook een oudere generatie plots de oren spitste. In onze vriendenkring zaten gasten die niet zo opliepen met popmusiek, maar die ‘Being for the benefit of Mr. Kite’ echt wel het einde vonden. De plaat omdraaien betekende geconfronteerd worden met het Oosten. Harrison die vroeger al mooie stukjes sitar in Beatlessongs had geintroduceerd, ging nu helemaal uit de bocht. Hier kwam buiten hemzelf geen Beatle aan te pas. Dit was pas een gedurfd experiment, maar.... het was er echt wel de tijd voor, toen in 1967. Ravi Shankar en de Maharashi stonden te dringen om onze wereld binnen te treden, dankzij dit nummer op Pepper.

‘Fixing a hole’ en ‘Getting Better’ behoren tot de minder gespeelde songs uit het album, maar klinken nu bij herbeluistering nog even fris en dansbaar als toen. Pepper is een plaat die nu na vijftig jaar nog even beluisterbaar is als om het even welk klassiek werk van Mozart, of Beethoven. Kortom een classic.

De Pepper reprise toonde de weg hoe een sterke rocksong in de toekomst wel zou mogen klinken, en leek een waardige afsluiter van de plaat, maar dat was buiten de Beatles gerekend. Lennon had McCartney nodig om zijn ‘A day in the life’ af te werken met een subliem tussenstuk. Een song die de hele plaat naar een dusdanige climax leidde dat zoals we reeds schreven niet enkel iedereen naar adem deed happen, maar het zorgde er tevens voor dat je uit je zetel kwam, de plaat omdraaide en je opnieuw liet meeslepen in een wereld die totaal nieuw was, en de Summer of Love moest nog beginnen toen.....

(*) https://ronnydeschepper.com/2017/06/01/1967-een-topjaar-voor-de-schepper-sgtpepper/#comments