Sadeler's blog

Sadeler's blog

Sadeler's Blog

Weetjes, onthaastingsnieuws, classic rock tracks, wat schaft de ipod, fietsen in de Denderstreek, en wat molennieuws...
--------------------------------------------------------
windmolens, de kruiskoutermolen, Facebook
--------------------------------------------------------
Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Geïnteresseerd? Contacteer ons.

Op het schip van zeven jaar....

Steen der filosofenPosted by Eddy De Saedeleer 20 Mar, 2016 18:35

Precies een jaar geleden tijdens de week in de aanloop naar 19 maart, zat het weer helemaal mee. Niet zoals dit jaar waarin we af te rekenen krijgen met voortdurende gure noord-oostenwinden. Het leek wel een kopie van die gedenkwaardige week in 2009, nu alweer zeven jaar geleden. Wie kijkt daar nog naar om? Vooral ik vanwege de aanloop naar die grote sprong in het duister. Hoe voelt het om voor het laatst in je leven naar het werk, naar de job, te rijden. Nog enkele keren, die laatste met hindernissen volgestouwde weg te nemen met zijn al te rode stoplichten, al te hoge ezelsruggen, veel te lang gesloten overwegen, teveel andere spitsrijders op de weg, enz...?

Hoe ging dat lied ook alweer: Having the time of your life? Zittend op een bankje aan de boorden van de Schelde, of aan de oevers van een Nieuwe Donk. De nog koude voorjaarswind streelt langs mijn oren, waarin de Apple Ipod de godganse Get Ready, twintig minuten lang laat voorbijkomen.

Die laatste week, kwam en ging, net als alle weken die haar vooraf gingen. Een mens vraagt zich op dergelijke ogenblikken af, of een werkafscheid à la In de Gloria, ook echt bestaat. Frank Focketyns lopen er genoeg rond in my dreams, daar niet van. Bon, in die dagen leek het in elk geval beter, om aan dergelijke ogenblikken, want dat zijn het, niet al teveel ruchtbaarheid te geven, en het schip in stilte te verlaten. Een schip waarvan niemand op dat ogenblik wist, of het nu afstevende op metershoge klippen, dan wel of het in volle zee, met de beste westenwind naar een nieuwe onbekende toekomst zou zeilen.

Als bijzonder kleine deeleigenaar van het schip, was ik er in geslaagd om mijn deel meer dan op tijd van de hand te doen. Ik prijs mij gelukkig, te hebben kunnen meehelpen aan het weer enigszins stuurbaar maken van het schip, ook al was dit dan door het schip te verlaten. Geloven in iets is een raar ding. Kijken naar een einder die je niet ziet. Hopen dat het goed komt, en vooral de gok wagen en opnieuw investeren in iets wat sommigen hopeloos zullen vinden.

Tot nog toe heeft het gewerkt. Het leven gaat misschien wat trager, maar het pad loopt nog steeds naar boven. Sterk, Like a Rock, zoals alleen Bob Seger het hier zingt. I still believe in my dreams...

Het is verdomd heerlijk om na zeven jaar te kunnen achterom kijken en te vinden dat het meer dan de moeite was, om het met de woorden van een van mijn beste oudleraars, die nog dagelijk zijn trapistje drinkt, te zeggen: "Het leven is altijd waard om geleefd te worden, ondanks alles wat je ziet of hoort om je heen." Ter illustratie voegde hij er aan toe. "Mocht je er aan twijfelen, ga dan maar eens doodnuchter, midden in de nacht op café, en bekijk wat er zich allemaal rond jou afspeelt, en observeer." De man kon niet alleen erg goed met een vliegtuig uit de voeten, hij was ook een beetje filosoof.

We leven in bizar interessante tijden. Iedereen moet opnieuw aan het werk, en liefst nog vandaag. Vooral de uitgestotenen, zij die van het schip werden geduwd, moeten opnieuw meevaren met een ander schip, waarop ook al geduwd en getrokken wordt.

Onze lijders, jawel met gestipte ij, weten het denkelijk ook niet meer. Er moet meer geld in de economie gepompt worden, maar ik hoor en lees sociaal mediagewijs, dat de massa er aan denkt om de schepen iets lichter te maken en de buit voornamelijk in handgestopte kousen weg te bergen. Gisteren nog werd de poenschepper van Suske en Wiske bovengehaald: geef iedereen gratis 1000 euro, "om te spenderen", en we zijn gered. Wat een eenvoudig idee... Helemaal in de lijn van.... als ik nou eens aan iedere Belg vraag om twintig cent aan mij over te maken.... Kom ik zo in Verduyn's (*) lijst van rijkste artiesten.... Artiest, jawel, want ik wil wel het auteursrecht op dit plan voor mijzelf houden.

Een ding is zeker: om te filosoferen heb je vrije tijd nodig, en die heb ik vandaag zat, nu al meer dan zeven jaar.....

(*) Lijst samengesteld door Ludwig Verduyn, journalist. Klik door.

  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post145

Volkswagens: een trip down memory lane....

Steen der filosofenPosted by Eddy De Saedeleer 20 Dec, 2015 17:06

Paasmaandag. Voor het eerst in jaren reed ik niet naar de Bredevoortse boekenmarkt ergens diep ver weg in de Achterhoek van Nederland. Dat is bij de Duitse grens waar in april nog menig paasvuur wordt aangestoken. Gasboete... nooit van gehoord mijnheer.

Ik besloot om eindelijk eens poolshoogte te nemen bij de Scheldehappening te Schellebelle. Terug in de tijd. Naar die dagen dat het woord sjoemelsoftware nog diende gelanceerd te worden.

Het miezert, en ik ben snipverkouden. Een winderig tochtje op de speciaal ingelegde boot tussen Schellebelle en Uitbergen laat ik voor wat het is. Bewaren voor later, voor wanneer Pasen nog eens echt in de lente valt. De reguliere veerboot neemt mij mee over de Schelde naar het cafe aan de overkant. Het is er lekker warm, en ik bekijk de wat miezerige foto's die ik net nog schoot van een serie oude karretjes op het plein voor de kerk. Een Volkswagentreffen, met een overzicht van wat VW zoal geproduceerd heeft. Hippe hippybusjes, verroeste vehikels, twee kevers die wij indertijd V53 doopten, omdat ze vanaf 1953 niet meer werden geproduceerd. Te herkennen aan de kleine achterruit die uit twee delen bestaat, en de uiklapbare richtingaanwijzers. Een van beide is zowaar getuned, en heeft in feite niets meer vandoen met het originele erfgoed. Een echte Johnnybak heeft men er van gemaakt. De andere oogt nog meer naar hoe het er origineel moet hebben uitgezien. Een mooi vervolgkarretje uit 1956 staat in de buurt van de Johnnybak. Een prachtige gele ex-bundespost bus staat er karakter uit te stralen.

Voor de rest ontwaar ik er nog de leuke Karman Ghia, de bouwdoos VW waarvan de naam mij nu even ontsnapt, maar waar er ooit een van in ons buurdorp reed. En ook een beige break, uit ergens begin van de jaren zeventig.

Neil Young publiceerde pas een boek over zijn leven, waarbij hij als leidraad de auto's de revue laat passeren die hem op zijn pad vergezelden. Over elk van die echte oude bakken vallen leuke anekdotes te lezen.

Volkswagens: ik heb er zelf nooit een bezeten, maar heb er wel drie herinneringen aan.

Een terugblik op mijn jonge dagen in relatie tot het fenomeen Volkswagen.

Ik kan mij, in onze buurt, geen garage herinneren waar Volkswagens werden verkocht, noch buren of wie dan ook die er een hadden. Tot het moment dat een kozijn er zich eentje tweedehands aanschafte, had ik ze geen blik gegund. Zijn overbuur die altijd aan fietsen en later aan brommers had gesleuteld, hielp hem het beestje te onderhouden. Daarvoor deed hij ook al het onderhoud van het onooglijk klein Renaultje dat voornamelijk werd gebruikt voor familieuitstappen en 'de lange reizen' naar zee. Let wel dergelijke reizen verliepen meestal met een tussenstop om het autootje de nodige tijd te geven om wat op adem te komen. Meer dan zestig kilometer per uur zal hij wel niet getuft hebben, want ik herinner mij nog dat de zee eind jaren vijftig zeer ver lag.... op zijn zachtst uitgedrukt. In 1967 was mijn kozijn dus overgeschakeld naar VW. De gekende kever, een witte, van het type dat ik mij onmogelijk kan herinneren. Zelf was ik vijftien. Tijdens een dagje familiebezoek had hij nog iets te regelen in Erondegem, in een tegelbedrijf. Ik mocht mee. Aangezien wij thuis zelf geen auto hadden, waren dat in die dagen echt mee te nemen buitenkansen om eens in een auto te zitten. Op de terugweg, net de Zandstraat uit, parkeerde hij de auto langs de Steenweg, keek naar mij, en zei: vooruit nu is het aan jou. Ons Bea rijdt ook al af en toe, en zij kan dat al heel goed. Ons Bea was op zijn minst vijftien maanden ouder dan ik, en dus al bijna zeventien....

Veel uitleg had ik niet nodig, want de basishandelingen herinnerde ik mij nog van toen ik een jaar of elf of twaalf was. Op de lagere school waar ik zat hadden we een schoolmeester die ons dingen leerde, waar ik hem nu nog op beide knieën wil voor danken. Een tuin omspitten bijvoorbeeld, en hoe je daar aan begint. Mijn eerste zwartwitfoto's heb ik toen zelf ontwikkeld dankzij die schoolmeester, in een donkere kamer die we zelf hadden ontworpen in een leegstaand lokaaltje van de school. De lokalen zijn overigens pas met de grond gelijk gemaakt. Op school hadden ze een VW busje voor het leerlingenvervoer, en het was in dat busje dat de meester ons allen leerde hoe je een auto startte: sleutel, choke, en dan die pedalen...

Ik had er dus toch wel vertrouwen in dat ik dat zou kunnen en welke vijftienjarige wil afgaan als een gieter? Bovendien moet ik toegeven dat onze eindbestemming amper een kilometer verder lag langs dezelfde steenweg. Rechtdoor rijden dat zou wel loslopen. Maar.... waar ik niet had over nagedacht, was dat hij zijn garagepoort had laten openstaan, en toen wij onze eindbestemming naderden hij de alweer magische woorden sprak: rij maar binnen.... Toch even een stressmoment, maar het lukte. Ik vermoed, al herinner ik het mij niet meer, dat mijn schakelkunde niet verder dan tweede vitesse zal geraakt zijn. Ik had echt vertrouwen in die man, en hij zou mij zeker verder op dat pad begeleid hebben, maar helaas in augustus van negentienachtenzestig was ik mijn maestro en kozijn voor eeuwig kwijt.

Mijn laatste verblijf in een volkswagen dateert van 1973. En verblijf dient letterlijk genomen te worden, aangezien het een overnachting betreft. Dirk, alweer een kameraad, had zich een auto aangeschaft. Een tweedehands VW break. Een echt jaren zeventig model. De vorige eigenaar had er pech mee. Op een dag kletterde de hagel zo hard op het dak, dat het compleet geblutst was. Om het te herstellen had men de deuken er zo goed en kwaad als mogelijk uitgehaald, en er bovenop een deklaag gespoten, om alles wat te camoufleren. Het leek enigszins op de chappe die gebruikt wordt om vloeren met aan te leggen. Nogal bobbly.

We besloten om met die auto naar Jazz Bilzen te bollen via een ommetje over Machelen ergens langs de Kortrijkse Steenweg. In een dancing, die daar al lang verdwenen is werd Radio Atlantis boven de doopvont gehouden. Het piratenradio vehikel van Adriaan van Landschoot, die nadien bekend werd door zijn handel in hemden en t-shirts. Radio Atlantis was geen lang leven beschoren, en werd al snel vervangen bij het publiek door Radio Maeva, van die andere ondernemer. Die van de wafels.

Een dj verwelkomde het Atlantispubliek, en vermoedelijk zullen we er een glaasje op gedronken hebben, maar echt veel is daar niet van bijgebleven in de kamers van mijn geheugen. Laat in de avond zetten we aan naar Bilzen, dat in die tijd nog aan het einde van de wereld lag, want eens Brussel en Leuven voorbij was het karren langs onze nationale N wegen. Ter hoogte van Tielt Winge reed Dirk een langs de steenweg gelegen stukje weiland op. We bevonden ons op een goede 100 meter van de eerste huizen en winkels van het dorp stelden we vast bij het krieken van de volgende dag. Dirk en F. sloegen een tentje op, en Herman en ikzelf deelden het achterste stuk van de auto. Met neergeslagen achterbank konden we ons net volledig uitstrekken op een luchtmatras of slaapzak. Tenminste voor mij pastte het. Herman had wat langere benen, en sakkerde dus de volgende ochtend dientengevolge iets meer. Wat ik mij er nog van herinner is dat het dak ook langs de binnenkant er behoorlijk wobbly uitzag, tot de zandman mijn ogen dichtstrooide. In zover was dit mijn eerste uitstap naar Bilzen, waar we overigens maar konden blijven tot in de late namiddag, omdat Dirk 's avonds nog andere plannen had. Hij was voornamelijk fan van Golden Earring die er die dag het beste van zichzelf gaven. Enkele jaren eerder weigerden ze om op te treden omdat de geluidsinstallatie in hun ogen te primitief was, of toch iets dergelijks. Iedereen zat er trouwens ook te wachten op de magische jump van de drummer, die trampolinegewijs over zijn drumstel heen zou springen. Iets wat hij dan ook deed. Tusen het publiek zagen we al snel wat cafégangers uit het naburige Aalst, en enkele Zoms en Bies. Eentje wist zich te versieren met een klod mayonaise in het haar. Het had iets, en ik besloot ter plekke dat ik het jaar daarop, op eender welke wijze, drie dagen zou aanwezig zijn. En dat gebeurde, niet dankzij een VW, maar een Fiat 128. Dat is een ander verhaal.

Heb ik dan echt maar drie keer in een VW gezeten. Ik zou liegen als ik zeg, dat ik nooit door een rijkswachter werd uitgenodigd om even plaats te nemen aan zijn tafeltje achter in een VW-busje. Gelukkig altijd voor een zeer kort intermezzo. Nooit meegevoerd, ook niet door die andere lieve chauffeurs met hun VW-ambulances. Een dergelijke stop wil ik nog vermelden. Het gebeurde enkele dagen voor kerstmis, of was het nieuwjaar in 1968, langs de Oudenaardse Steenweg te Bambrugge. Wij waren net de donkere weg uitgefietst die liep vanaf dancing Sun Valley naar deze steenweg. Ik reed achter mijn maat, om het iets minder te laten opvallen dat het licht op mijn fiets stuk was, maar geen ontkomen aan. Een van die dienders had het gemerkt. Afstappen, en de vw-bus in. De ene man gebruikte een typemachine, terwijl de andere mij aan een verhoor onderwierp. Niet dat dat veel inhield. Het ging voornamelijk om het uitwisselen van obligate gegevens, zoals naam, adres, enz... Tot de man vroeg: merk van het rijwiel?. Ik kan mij voorstellen dat niet elke fietser dat zomaar weet, maar ik kende het wel. Ik was eigenlijk zelfs wat trots op de naam van mijne velo. "L'hirondelle mijnheer". "Ier....wat"? Ik probeerde nog eens: "L'hirondelle". Weer kwam er een: "Hoe zegde"? "L'hirondelle, in het nederlands: de zwaluw, mijnheer". Geen verdere vragen.

Ik kwam er vanaf met een waarschuwing, en moest nadien mijn fiets na herstelling ergens bij de dienders gaan tonen.

De volgende morgen las ik op het pv dat ik meekreeg, dat mijn fiets van het merk: de zwaluw was.....

En dan was het dus hopen dat de diender waar ik mijn fiets na de herstelling moest gaan tonen een tweetalige zou zijn....

Volkswagens, je komt ze nog her en der tegen.... zoals die paasmaandag in 2015 te Schellebelle.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post142

De noten van mijn jeugd.

Steen der filosofenPosted by Eddy De Saedeleer 30 Oct, 2015 18:48

Oktober, okkernoot.


Terwijl ik op het terras in een najaarszonnetje van mijn Lavazza nip, fietst Moniek langs met haar ellenlange eindeloze blote benen, waar je zonder meer onder de noten mee kan slaan. Ik weet ook wel, dat dit een uitdrukking is die stilaan uit de tijd dreigt te raken, maar ieder normaal mens kan er zich zo wat bij voorstellen. En het leert ons dat noten vooral hoog in de bomen hangen.

Ik heb iets met noten. Behoren noten overigens tot datgene wat wij doorgaans met de benaming fruit betitelen? We hebben het nu over de gewone dagdageljkse walnoot die vanaf september de marktkramen siert. Als het tot het fruit behoort, dan mag het van mij vanaf nu in de top drie van door mij meest geliefde fruitsoorten. Je hebt er wat aan. Je kan er niet zomaar bij. Niet zomaar van genieten. Er is om te beginnen de bolster. De 'sloester' heette dat toen ABN nog moest worden uitgevonden. Dat denk ik toch tenminste, want waarom spraken wij anders van 'noten sloesteren'? Na het 'sloesterern' moet de noot nog gekraakt worden, en dan blijft er nog dat dunne vliesje, met zijn, althans bij verse noten, op vers sperma lijkende kleur. Een vliesje dat, indien je het niet verwijdert, later hard wordt, en een eerdere bittere smaak geeft aan de noot. Pas nadat ook dit laatste vliesje is verwijderd, en je het nootvlees uit de verschillende nootcompartimentjes hebt bevrijd, start het genieten. Wie aan de noten zit, terwijl ze nog gebolsterd zijn verraadt zich door bruingekleurde vingers. Het mag duidelijk zijn, een noot geeft zich niet zomaar gewonnen.

Notenbomen kunnen zeer oud worden, en vooral zeer hoog. De kruin van notenbomen groeit in de zomer dicht en vormt op die manier een optimaal natuurlijk zonnewerend dak. Onze voorouders wisten dat. Zij planten notelaars in de buurt van hun huizen en stallen. Zij omzoomden er hun weiland mee. In de zomer konden de koeien er onder schuilen voor de regen, en bij kortstondige hittegolven, die in onze streken, zij het zeldzaam, toch wel durven voorkomen, zorgden de notelaars voor verkoeling. Is het je al opgevallen, dat je zittend onder de notelaar, doorgaans weinig of geen last hebt van vliegen, muggen of andere vliegende kleine mormels? Waarschijnlijk is het de geur die deze zoemers afschrikt.

Noten, nuts, de angelsaksen gaven er meerdere betekenissen aan. Wanneer iemand nuts roept maakt men vaak de connotatie met wel zeer edele noten, al hadden ze er in Little Britain om maar iets te zeggen ook een paar rondlopen. Chestnut mare en chestnut trees, woorden die de prachtigste herfsttaferelen oproepen. Beelden die we vast willen houden, al was het maar om de alles kalende winter op afstand te houden.

Ik heb iets met notelaars. Althans dat is wat ik na jaren observatie constateer. De notelaars waren er al in mijn jeugd, en zij betekenden vooral een tijdshouvast. Bij het vallen van de eerste noten, brak de tijd aan van terug naar school. Toch wel heerlijke dagen, vooral die eerste weken, waarin je werd ondergedompeld in een vat vol met nieuwe ervaringen. Nieuwe schoolboeken, die al na enkele dagen waren verslonden, kameraadschappen met vriendjes die weer werden verdergezet, na enkele maanden vakantieonderbreking. De minder felle zon, en de zachtere avonden, de geur van gerooide patattenvelden, ook dat was september. In 'Take me back' beschrijft Van Morrison het zo mooi:

'Way, way back, way back

When you walked, in a green field, in a green meadow

Down an avenue of trees

On a, on a golden summer

And the sky was blue

And you didn't have no worries, you didn't have no care

You were walking in a green field,

In a meadow, through the buttercups, in the summertime

And you looked way out over, way out

Way out over the city and the water

And it feels so good, and it feels so good

And you keep on walking.'

Einde citaat. Morrison mijmert verder over de zachte avonden waarbij Radio Luxemburg de beste muziek speelt... Een ervaring die mij terugvoert, langs de meers van Geyter, doorspekt met pissebloemen, boterbloemen en madeliefjes, zoals je nu enkel nog ziet in Transilvanië. De verharde ree uitwandelend, langs de met bomen afgezoomde lange root, voorbij het bosje, langs de meers van Jef Verhoeven, waar vooraan notelaars stonden. Jef de man van madamelie, en de vader van onze meester, liet er zijn Brabants trekpaard lopen. Madamelie die eigenlijk Emilie heette. Probeer als kleuter, rechtspringend naast je bank, maar eens te roepen: 'Dag Madame Emilie', wanneer zij weer eens op het onverwachts binnenkwam. Een authoriteit die toch ons buurtschooltje, De Kindertuin, gestart had kort na de oorlog, en waar nadien haar zoon Etienne, ons kabouter noemde, en ons leerde lezen en schrijven. We werden er opgevoed volgens de leermethode: 'the hard way', en dat mochten sommigen al eens ondervinden na bijvoorbeeld een namiddagje schoollopen achter de haag. Madame Emilie dus, en dat kwam er dan in koor uit als 'madamelie', of alleszins toch iets dat daarop leek.

Terug naar de notelaars. Zelfs bij ons in de tuin stonden er, helemaal aan het eind. Wij woonden in die dagen, bij wijze van spreken, met onze neus op een drukke steenweg. Toch konden we rust vinden in onze hondermeter diepe boomgaarden, achter onze huizen. Speelterreinen waar ongestoord kwattekwaad kon worden bedreven. Tenminste als er geen overijverige boer al vloekend en scheldend kwam aangestormen.

In het najaar hadden die tuinen last van een teveel aan overtollig regenwater. Kwam de winter vroeg zoals in de winter van '65 toen 'Day Tripper' en 'Eight Days a Week' hoog in de hitparades stonden, dan vroren al die natuurlijke 'tuinvijvers' dicht. Omgetoverd tot enorme ijsvlaktes, waarop het heerlijk glijden was. Niemand schaatste, maar we hadden wel een ijskot, waarmee we op die tuinpoelen en vijvers rondschoven, tot een of andere ongeruste vader bepaalde dat het ijs te dun was geworden.

Langs de boerderijen van een jeugd.
Enkele jaren eerder werd ik voor een paar weken uitbesteed bij een tante op de boerderij, en het is dankzij alweer de noten, dat ik nu nog weet dat dit begin oktober moet zijn geweest. Mijn moeder moest naar het hospitaal voor een tijdje, en plots werd een van mijn kinderboekjes 'Tiny op de boerderij' wel heel reëel. Meisjesboek? Ach wat ik wou het hebben voor de prenten van koeien, schaapjes en andere dieren die er zo lief in waren afgebeeld. De tweede keer dat ik enkele weken in een ander dorp woonde bij een van de vier zusters van de mama. De herinneringen aan deze periode doken recent op na het lezen van de biografie van Julia Baird, John Lennon's halfzus. Een paralelle wereld. Ook Lennon had vier tantes, die zich het lot van de kinderen van hun zuster sterk aantrokken. En in Strawberry Field in de buurt zullen zeker ook notelaars hebben gestaan.

Ik ging er die paar weken naar een wijkschooltje, waar ik terecht kwam bij een schoolmeester, die amper op honderd meter van ons huis woonde langs dezelfde drukke steenweg. Meester Geyter, een reus van een vent, wiens taak het eveneens was de kinderen te leren tellen en lezen.

Tante nam mij 's morgens mee langs de Paternosterstraat, terwijl ze de koeien naar de weiden op de Honegem bracht. En langs die Paternosterstraat was er ergens een droge gracht waar, vroeg in de ochtend, de noten voor het rapen lagen. Gevallen van overhangende takken. Ik zie de gewelfde kasseiweg en het tussen de kassei en de gracht gelegen gaanpaadje nog voor mij.

In diezelfde week maakte ik ook mijn eerste geboorte mee. Midden in de nacht begon plots een koe te kalven, en het liep mis. Het kalfje zat verkeerd, en er diende man en macht gebruikt te worden, om dat kalf uit de moeder te halen. Een en ander moet met de nodige paniek en geroep gepaard zijn gegaan, want ik werd er zowaar wakker van. Ik sloop aarzelend naar beneden om te kijken wat er aan de hand was. Dat werd niet geapprecieerd, en ik vloog terug naar boven. De volgende dag maakte ik in een klein notaboekje, op ruitjespapier, een tekening van wat ik had gezien. Een tekening waar ik zelf de ballen van snapte. Sexuele voorlichting bestond in mijn kindertijd nog niet. Die zou ik pas een jaar later krijgen van een achterkozijn, achter in de tuin bij Chalas, waar R. aan mij en N. een en ander vertelde. Maar ook dat was nog een verhaal vol met gaten. In die dagen sprokkelde je informatie bij elkaar waar je kon. Het plaatje werd pas compleet ingekleurd tijdens een van mijn grote vakanties, bij een andere kozijn, in het Blauwbos. Rond dezelfde tijd dat we onze eerste sigaret rookten in het bosje van Suske Lievens.

Op het erf van mijn grootvader stonden verschillende notelaars. Langs de kleine boerderij liep een kouterbaan. Die ligt er trouwens nog altijd, in tegenstelling tot de boerderij die afgebroken werd. Het geheel lag op zeker vijftig meter van de hoofdstraat. Die kouterree liep verder tot aan de beek en de spoorweg, waar ze ophield. De 'malroute' van Oostende naar Brussel. Tweehonderd jaar geleden zal die boerenweg vast en zeker doorgelopen hebben naar het volgende dorp. Spoorwegen hebben nu eenmaal de onhebbelijkheid van vooral kleine wegen te negeren. Langs die weg had mijn grootvader nog een stuk land waarop hij aardappelen en bieten oogste. Op een dag kwamen we voorbij het hek, en zagen hoe een paar nonkels op de heel oude manier planken aan het zagen waren uit een boom. Een notenboom? De ene stond boven op een verhoog waar de boomstam op lag, terwijl de andere op de grond stond. Met hun beiden hanteerden ze een grote lintzaaag. Vergane glorie die nog af en toe in Bokrijk gedemonstreerd wordt, en waar je voor de rest naar Roemenië voor moet, waar dit nog dagelijkse plattelandskost is.

Ook hier bij mijn peter lagen in oktober de noten op de grond.


De Graanmarkt.

In de tijd dat de Beatles doorbraken in ons kleine kikkerland, werd ik geconfronteerd met noten van een heel ander alooi. Oktober 1964, en dus het geknipte moment moet onze leraar muziek gedacht hebben om ons te laten kennismaken met Bach, Beethoven en gebalkte vijflijnige schriftjes. Veel verder dan enkele hele en halve noten en wat solsleutels zijn we nooit geraakt. Het verschil met de Yeah Yeah, die ons echt raakte was te groot. En ook al deed 'de lonken' nog zo zijn best, hij kreeg de noten, op misschien een uitzondering na, niet aan ons verkocht. Met zijn Gents accent kon hij wel prachtig vertellen, en toen hij hoorde dat ik nog even in de klas zat bij meester De Geyter, van enkele alina's terug, vertelde hij mij dat ze familie waren. In tegenstelling tot De Geyter, een boom van een vent, was 'de lonken' eerder kort afgezaagd. Maar dat kon, want ze waren schoonbroers. De man kwam dus regelmatig in onze buurt, maar ik moet toegeven, dat vermoedelijk wegens mijn matige zangkwaliteiten hij mij nooit thuis is komen opzoeken.

Wordt vervolgt...



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post141

Van Scherpenheuvel tot Cambridge, een kerk?

Steen der filosofenPosted by Eddy De Saedeleer 17 May, 2015 19:45

Scherpenheuvel, de verwondering.

Ook dit was 1 mei 2015. Na een culturele aanslag op mijn geldbeurs, en na de innerlijke mens enigszins versterkt te hebben in de bistro Zwanepoel te Heist-op-Den-Berg rij ik een mooie namiddag tegemoet, via enkele watermolens in het land van Ernest Claes' De Witte: Tesselt en Zichem. De tijden veranderen. Te Zichem huist tegenwoordig in de molen een dokterscollectief, en werd het molengedeelte verscholen achter glas. Wat verderop ligt Scherpenheuvel met zijn basiliek. Daar in de buurt zullen ze meer dan waarschijnlijk toch wel ergens koffie schenken, en kan ik mijn muzikale buit van vandaag wat inspecteren. Scherpenheuvel behoorde tot vandaag tot de lijst van dorpen, gemeenten en steden in ons land, waar ik nog nooit kwam. En dat voor iemand van wie de ouders Jozef en Maria heten. Het is er behoorlijk druk. Langs alle kanten ontwaar ik mensen, al heten die hier meen ik pelgrims. Het valt mij op dat er langs de weg naar de basiliek behoorlijk wat banken staan, waarop vandaag (gisteren ?, morgen ?), mensen hebben plaatsgenomen die, schoeisel netjes naast de bank op de grond, hun tenen proberen te masseren. Ik loop verder, en verbaas mij er intussen over, dat ik hier gratis kon parkeren, ook geen toegang hoef te betalen aan de ingang. Een priester is nog net iets aan het vertellen, deelt iets uit aan een groepje jonge scoutsachtigen. Voor de rest is de kerk behoorlijk gevuld met.... voornamelijk oudere mensen.

Recentelijk betreurden heel wat mensen, jongeren vooral via facebook, "dat het toch wel heel erg is, dat er op dit ogenblik in het Midden-Oosten beelden van onze cultuur worden vernield."

Uiteraard valt dit te betreuren. Geschiedenis mag je niet uitwissen. Dat bedenk ik hier in deze basiliek. Maar, hoe moet het hier straks verder, met deze tempel voor Maria? Zullen het de scouts en andere jongeren van dergelijke groeperingen zijn die deze cultuur zullen veilig stellen? Wie zal er over 20 of 30 jaar naar deze plek afzakken op een zonnige 1 meidag? Of je nu voor of tegen godsdienst, en al zijn uitwassen bent, dit zijn toch wel degelijk tempels uit onze geschiedenis, waar een zeer groot stuk cultuur in schuilt. Zullen dit op termijn musea worden, waar de priester wordt vervangen door een of andere Jan Hoet? Zullen dit muzikale tempels worden? Zullen zij ooit tegen de vlakte gaan zoals op dit ogenblik het laatste restje kasteel in mijn eigenste gemeente?

Zullen er nog pelgrims zijn, na alles wat de huidige kerk over de jongeren heeft uitgekieperd?

Dergelijke tempels moeten vroeger door hun glitter en zilver behoorlijk indruk gemaakt hebben op de arme boerenbevolking in dit land van de Witte. Voor de pracht en glitter hoef je de verplaatsing niet meer te maken. Er is thuis meer dan glitter genoeg. Alhoewel: "57 channels and nothing on", blijft een Springsteeniaanse waarheid als een koe.


Cambridge, de openbaring.

Dit had het einde van dit artikel kunnen zijn, maar amper een week later val ik van mijn stoel, val ik op mijn gat. You name it....

Na de zoveelste molenexcursie eindig ik in Cambridge. Ik bestudeer er de gebouwen, en ook een beetje de resto's en bedenk dat honger nog steeds een goede saus blijkt. En het helpt om later te kunnen zeggen dat ik ooit nog in Cambridge studeerde.... graptje.


Auto netjes achtergelaten in Jesus Lane. Dat kan op een zondag na zes uur. Overigens Jesus Lane leek vandaag wel een voorteken. Even voor het marktpleintje met nu lege kraampjes kom ik langs de Holy Trinity Church. Er klinkt muziek, en voornamelijk jongeren haasten zich nog snel naar binnen. Een op en top popversie van Amazing Grace trekt mij over de streep. Ik krijg een blad met tekst in de hand geduwd, en schuif achteraan in de kerk door helemaal naar de andere kant, waar ik een open ruimte meen te ontwaren. Toch niet. Er staat een houten bak van twee op wel drie meter, compleet gevuld met water. Via een ladder kan je er in komen. Dit was duidelijk, en dat bleek na de introductiesong ook: hier zou gedoopt worden. Een tiental jongeren van pakweg 20 en meer stonden te wachten. Hier heerste sfeer. Een compleet gevulde kerk, met overigens niet enkel jongeren. Vooraan een popband, waarbij ik een jongere versie van L. De Vos meende te herkennen, een griet die zong, en verder bas, cello, gitaar, orgel.

De liederen die ze ten gehore brachten, en waarvan de teksten op talloze schermen verschenen, waren stuk voor stuk een eerbetoon aan 'Jesus our Lord'. Bovendien waren het stuk voor stuk echte popsongs, die er in gingen als koek, en uit volle borst werden meegezongen. Veel beter dan wat de dagelijkse radio bleert.

Ik wik mijn woorden, maar bijna alles wat ik ooit in Engeland zag, kwam ik jaren later tegen in ons land. Neem nu het Park & Ride fenomeen, dat in Engeland dagelijks wordt gebruikt, zou nu plots een oplossing zijn voor het Brusselse parkeerprobleem. Hebben ze nu, onlangs, ontdekt. Ik P&R al jaaaaaaren.

Ik ben blijven toekijken naar de vervolgceremonie, waarbij al die jongeren stuk voor stuk werden gedoopt. (drie maal compleet ondergedompeld in het bad), en dat telkens onder luid applaus van de gehele kerkgemeenschap. Dit was toch wel een verschil met en week eerder. Hemel en aarde. Een uitstervende kerk, tegenover een nieuw geboren kerk. Toch heb ik niet echt deelgenomen. Het in massa prijzen van Jesus was er iets teveel aan. Er bekropen mij enkele gedachten en vragen, waarvan ik eerlijk hoop dat ze nooit uitkomen. Is dit de christelijk-vriendelijke versie van IS? Is het tegenwoordig zo makkelijk om jongeren achter een symbool te scharen? Dit was vreugdevol, en leuk, maar wat als een van de voorgangers oproept voor de zoveelste kruistocht, om het land van Jesus te bevrijden? Het is al zoveel eerder en al te vaak gebeurd.

Weten deze jongeren, hier in Cambridge, hoe de kerk in een aantal landen, zoals het onze, is omgesprongen met onschuldige jeugd?

Een jongere in Cambridge kan je moeilijk verdenken van over onvoldoende kwalitatieve hersenen te beschikken.

Laat ik besluiten met de vaststelling dat kerkgebouwen hier zij het in een modernere versie toch nog gebruikt worden, waarvoor ze werden in het leven geroepen. Dat erfgoed is hier alvast veilig gesteld. Hun molens integendeel, moeten het hebben van wat toegeschoven lottogeld, entoesiaste liefhebbers en hopen tijd. Maar ik stel vast dat ook dat werkt. In tegenstelling met ons land, waar iedereen op zijn achterste poten gaat staan omdat voortaan in ruil voor 80 procent subsidiegeld een privaat monument 300 uren moet opengesteld worden voor het publiek. Precies zoals momenteel in Wicken waar na jaren doorgezet vrijwilligerschap weer wordt gemalen en hoe....

Blijkt dan toch dat er over de plas behoorlijk wat vrijwilligerswerk wordt verricht in en om molens.

In Talgarth ontmoette ik een vriendelijke molenaar die mij vertelde, dat zij met een groepje van 20 personen, geheel vrijwillig dit molencomplex draaiende houden. Het kan dus. Al is er bij ons nog veel werk aan de winkel. Hoe breng je jan publiek massaal naar ons erfgoed? En hoe motiveer je vrijwilligers? Beiden groepen zullen moeten uit hun kot komen, en elkaar vinden in bijvoorbeeld de molen, want zeg nu zelf 300 uren per jaar zitten koekeloeren zonder publiek....

Tot volgende keer.....



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post126

Koekoeken in Scheldeland

Steen der filosofenPosted by Eddy De Saedeleer 27 Apr, 2015 17:49

Lang leve de koekoek.
Het ijzeren paard mag van stal voor een eerste fietstocht langs Dender- en Scheldeboorden. Maart roert voor een keer zijn staart niet. De zon die gisteren in al haar overmoed wat te fel straalde, heeft zich vandaag teruggetrokken achter een wolkendek. De temperatuur lette even niet op, en vergat te zakken, waardoor het aangenaam fietsen is.


Zo, dat was einde maart. Vandaag zijn we nagenoeg eind april, en weer laat de zon het min of meer afweten. Er blaast wat koele wind uit het Noordzeegat. Lekker fietsweer.

Bijna zes jaar is het nu dat ik elk jaar opnieuw de eerste tekenen van een nieuwe lente mag smaken. De vrijheid om te mogen genieten van de dagen, van het warm aanvoelend zonlicht, om te ontdekken dat airco voor altijd de grote leugen blijft die de werkman een "warm" gevoel moet geven. Samen te leven met de vogelen des velds, die niet maaien en niet zaaien, maar het zo ook al heerlijk genoeg vinden om hun liederen te kwelen. Waarom zouden wij anders moeten leven dan die heerlijke op de lucht zwevende pluimbollen. Telkens weer, elk jaar opnieuw, zoeken zij het mooiste plekje uit om te overzomeren. Al blijft aandacht geboden, want was het niet mijnheer Draulans die deze voormiddag via de radiogolven een lichte waarschuwing richting koekoek stuurde? De beestje zullen, zo oreerde Draulans, zich wat moeten schikken naar de nieuwe tijd. De koekoek blijkt een heuse trekvogel te zijn, maar dat wisten we al lang. Minder bekend is dan weer dat het een van origine Afrikaanse trekvogel is, die slechts voor een paar maanden naar hier komt. We leerden allemaal op school, dat de koekoek hjety niet zo nauw neemt, en gebruik maakt van andermans nest om er snel zijn eieren in te dumpen. Eens de nietsvermoedende thuisvogel de wat vreemde eitjes heeft uitgebroed, haalt de koekoek zijn kroost weer op en vertrekt al na enkele maanden terug naar Afrika. Breekt nu mijn klomp... Is dit dan de reden waartom de koekoek enkel rond deze tijd koekoekt? Ja dus. Maar wat wil nu het geval? Het geval wil dat de koekoek in zijn thuisland, de weerberichten van noch Sabine noch Frank nauwlettend in het oog houdt. Het beest weet eenvoudigweg niet dat de lente bij ons al een behoorlijk stukje richting winter is opgeschoven. Wij kennen nog nauwelijks aprilse grillen. Onze thuisvogels leggen hun ei alsmaar meer in april dan wel in mei. Resultaat al mlaar meer koekoeken vinden nog enkel nesten zonder eieren, met in het beste geval wat rondfladdrend jeugdig vogelgebroed, wanneer zij hier neerstrijken. Dus later op het jaar vertrekken minder koekoeken huiswaarts, en zullen die oudere koekoeken het nog waard vinden om tot hier te komen? Of zullen we ze mùoeten doorsturen naar Zweden of Denemarken waar de vogels, althans dat hoop ik toch, nog wel een ei leggen in mei.

Een nieuwe lente en dus een nieuw geluid. Er is werk aan de winkel. Wie gaat al de nog bestaande koekoeken in Afrika bezoeken om hen op deze nijpende problematiek te wijzen. Het lijkt mij althans een zinvollere taak om daarvoor naar het zuiden af te zakken, dan wat sommige landgenoten voor ogen hebben bij hun trips langs het Midden-Oosten.

Waarom stoppen met werken nuttig kan zijn.
De in fel gekleurde pakjes gestoken wielertoeristen, duvelen aan de tafel naast mij, vertellen wilde verhalen, en laten zich straks "moe maar tevree" voor hun teevee vallen, er op lettend vooral moeder de vrouw niet voor de voet te lopen. De schreeuw: "Zijn de kolen al bijgevuld", is er niet meer bij. "Staan de vuilniszakken al buiten?" kwam er voor in de plaats.

De waardin loopt af en aan op de tonen van Fred Neil, die buiten mij niemand kan horen, en dat vanwege het feit dat Neil voor eeuwig en drie dagen opgesloten leeft in mijn Ipod. De radio heeft lak aan Neil en andere tijdgenoten die dankzij goedkope replicaheruitgaves mogen overleven in deze hectische wereld waar geen plaats meer is voor de muziek die Elektra ons indertijd schonk.

De Even Dozen Jug Band, -nooit van gehoord mijnheer-, mag dan de lente laten herleven. Voorbij is voorbij en daar kan geen lievemoederen aan helpen. Niets komt terug, alles gaat voorbij, al kan een jubileumoptreden van Stampen en Dagen ons dat even doen vergeten. Wij mogen ons gelukkig prijzen in een tijd te leven, waarin men stemmen kan vangen en bewaren in doosjes. Het zal ons worst wezen, dat daar eentjes en nullen achter schuil gaan of misschien wel een grillig slingerend groefje in een plakje vinyl. De vogels zijn niet meer de enigen die elk jaar opnieuw hun lied kunnen laten horen.

Neem nu deze liederen: Emily, Summer in the City, Waterloo Sunset, allen brengen ze ons de sfeer van de nakende zomer. Geurend gesneden gras, traag kabbelend Scheldenat.

Daar ligt de veerboot al, daar waar Mira zich bevond ten tijde van de Teleurgang van de Waterhoek, of hoe een plaats die een schrijver in West-Vlaanderen situeerde zich plots aan de Schelde een kleine eeuwigheid verder bevindt. Je mag er wachten op de boot zelf. Geen door Europa opgelegde veiligheidsmaatregelen, die er eeuwenlang overigens vroeger ook niet waren. Om het halfuur komt de veerman die wat verderop woont aangefietst. Alhoewel, de veerman? Het blijkt niet om de oude vertrouwde Jo P. te gaan. Maar kijk nu toch: de aanfietsende jongeling, zit wat kromgebogen op zijn fiets. Zijn handen besturen het ijzeren ros, en zijn benen draaien rond in precies hetzelfde ritme als de benen van zijn vader, die hier tientallen jaren lang de veerboot bestierde. In Oilsjt zeggen ze in dergelijk geval: "'t Is zijn vader gespaagen en gescheten". De Engelsman die in tegenstelling tot de Vlaming zijn taal minder verloochend heeft zou uitroepen: "The spitting image of his father" , wat mooi omschrijft waar het om gaat. Al bij al hoef ik het veer zelfs niet te nemen, want ik woon toch aan de zijde van de Schelde waar ik mij bevind. De zon begint plots te schijnen, al heeft dit weinig vandoen met de kant van de Schelde waarop we ons bevinden. Toch is het aan de kant van Rijks-Vlaanderen een stuk aangenamer om te fietsen dan aan de kant van Keizerlijk Vlaanderen. Dat komt hoofdzakelijk omdat de ene kant een stuk fietsvriendelijker werd geconserveerd. Fietsen op de dijk, langs het jaagpad, en genieten van langs de ene kant de rietbeemden aan het water, en langs de andere kant de weiden hier en daar doorspekt met wat bosjes. Langs de rechter Scheldeoever mag dan wel over een heel eind eveneens een jaagpad liggen, je fietst er te dicht in de buurt van de wat lager gelegen straat. Deze straat, naar vroegere normen een steenweg, blijkt overigens een eeuwenoude weg die loopt van Gent naar Mechelen. Een weg die zich als een lint naast de Schelde slingerrt van het ene kleine stadje naar het andere, helemaal door het oude land van Dendermonde. Maar wie lint zegt, zegt uiteraard ook lintbebouwing, en dat staat nog altijd synoniem voor spuuglelijk. De weg kan je geenszins vergelijken met de weg waarlangs Keizer Karel nog moet gereisd zijn. De weg waarlangs hij mogelijk reed met zijn gevolg, op weg van Mechelen naar Gent om ze daar een lesje te leren. De keizer hoog op zijn paard gezeten, gevolgd door een aantal knechten op wagens druk bezig met het leren leggen van de juiste knopen. Touw hadden ze genoeg bij, een wagen vol. Ze zouden die Gentenaars nu wel eens een lesje leren dat hen nog jaren zou geheugen. Nog twintig minuten geduld, en ze zullen bengelen aan een touw... Maar aan Biezebaaze(*) te horen zijn ze er blijkbaar nooit in geslaagd, want hoe kunnen die anders vandaag nog zingen: "Maane ond die is een uege kwaat".... Geintsch forever.

De zon komt er helemaal, door hier aan knooppunt 65 met zicht op de dorpjes van Schoonaarde en Uitbergen. De skyline van Uitbergen die ,nu nog enkel een kerktoren shouwt. De molen die het plaatje compleet maakte werd helaas gesloopt. Vooruitgang heette dat indertijd. Onzorgvuldig omspringen met erfgoed heet dat vandaag.

Bij het knooppunt staat een wegwijzer die uitnodigd om naar het Riekend Rustpunt te fietsen, maar dat houden we voor een andere keer.

(*) Biezebaaze, is een Gentse, niet meer bestaande rockband die zich uitdrukte in de taal van het volk, ook wel dialect genoemd of Geintsch....



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post124

Zondags medicijn: De Pillecyn

Steen der filosofenPosted by Eddy De Saedeleer 28 Jan, 2015 01:32

De tv vertelt mij dat het heerlijk wandelen is in de Demervallei. Een gids laat mij weten dat hij daar vijf dagen op de week in de natuur verttoeft. Plots staan gids en huppelpop van de TV in een 'echt' museum, in die zelfde Demervallei. Zichem, en daar in datzelfde museum zou ooit ene Ernest Claes samen met nog wel acht andere huisgenoten geslapen, gewoond en vermoedelijk af en toe behoorlijk zoute soep hebben gegeten. Op de voutekamer, een plaats die in geen enkel modern huis nog voorkomt, sliepen de twee jongste broers. Wanneer de duisternis viel, en de nacht haar intrede deed, sliep de rest op de hooizolder. Bokrijk in het echt lijkt het wel, maar dan zonder de romantiek. Kennen ze hem nog? Wie? Awel Nest de wittekop. Hij die Zichem op de kaart zetten en toeristisch meer heeft betekent dan eender welke cultuurcel in die gemeente. Helaas kan ik u meedelen dat je zijn boeken: 'Jeugd', 'Kobeke', Pastoor Campens Zaliger' niet meer in de rekken van de betere boekhandel tegenkomt. Weet ook dat het vaak op rommelmarkten aangetroffen boek 'Wij heren van Zichem', helaas geen boek is dat geschreven werd door Nest Claes. Nochtans had men vorig jaar en ook dit jaar zijn 'Bei uns in Deutschland' of 'Cel 269' makkelijk kunnen heruitgeven. Alles wat met de Groote Oorlog te maken heeft verkoopt immers.

Het wordt een van de betere namiddagen, in deze koude januarimaand. Scheldeboordenweer. Wandelen van het Bunt naar het veer over de Durme van Driegoten naar Tielrode. Halverwege staan wat banken, daar waar de Durme zich in de Schelde gooit, om het literair uit te drukken. Helaas, alles ligt er zeer laagtij-ig bij. Het water uit de Durme sijpelt als het ware naar de brede Schelde. Bij die monding werd in de jaren zestig een beeld geplaatst van ene Filip De Pillecyn. Bon, ook hier geldt vandaag de dag de kreet: wie? Toch heeft de beeldhouwer in het beeld het beroemdste boek van De Pillecyn verwerkt: 'De veerman en de jonkvrouw'. Een mooi boek, dat helaas niet meer voorkomt op de verplichte literatuurlijstjes in de scholen. Helaas kan ik u meedelen dat je zijn boeken.... maar ik val in herhaling.

Toch is er de laatste tijd wat te doen geweest rond de literatuur van onze 'vergeten schrijvers', want het kan toch niet dat we ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw echte een streep hebben getrokken onder ons cultureel verleden. Het kan toch niet zijn, dat we ons literair erfgoed zomaar op de mesthoop, om het op zijn Vlaams te zeggen, gooien. Ik weiger te geloven dat enkel de Brussel- en andere -mansen de lezer van vandaag, jong of oud, zou aanspreken.

Zonder echt op zoek te gaan naar een schuldige dringt zich de vraag op: waaraan ligt het dan? Deze situatie is er in elk geval niet zomaar gekomen. Zijn het de erfgenamen van de schrijvers, die al lang hun schaapjes op het droge hebben, en misschien liever niet meer geasocieerd worden met hun voorouders? Of zijn er misschien geen erfgenamen meer? Is de literatuur van vroeger nog wel ergens ondergbracht bij een uitgeverij? Of verwaarloost onze generatie het publiek domein waar zich vast en zeker reeds een en ander moet bevinden?

Hoe komt het eigenlijk dat in Groot Brittanië heel wat literatuur voor een habbekrats te koop wordt aangeboden. Vaak aan een prijs die nauwelijks hoger ligt dan de prijs waarvoor die boeken, na gelezen te zijn, in de healtcare centra van het rode kruis, Oxfam of een of andere hartstichting belanden? Goedkoop uitgevoerd, dat wel, vaak met slechts een papieren omslag en gedrukt op goedkoop papier. Maar wel telkens weer verspreid voor nieuwe generaties. Ligt het daartaan dat er meer boeken in het tweedehandscircuit rondgaan dan bij ons? Je hoeft ze niet angstvallig, als waren het goudklompjes, te bewaren in chique uitgevoerde boekenkasten, die bij het salon passen. Neen, weg ermee, je kan ze toch telkens opnieuw kopen. Amerikanen blijven stories van Steinbeck steeds weer opnieuw lezen. En is 'East of Eden', om iets te noemen, niet de doodgewone vertellinge van Kain en Abel? Eeuwenoud.

Wanneer Van Morrison in een van zijn songs zingt over Keats, Shelley of Byron, wordt hij daar niet scheef op aangekeken. Hier is het al meer dan dertig jaar bon ton, om alles wat voor die tijd werd gepubliceerd onder te brengen bij de boerenliteratuur. Films als 'De Vlaschaard' en 'De Loteling' hebben hier zeer toe bijgedragen. De verhalen werden verguisd, de acteurs met Decleir voorop werden de hemel ingeprezen. Zelfs Boon zit tegenwoordig in het clubje 'hard to get' boeken.

Overigens beperkt het fenomeen zich niet tot de literatuur. Probeer maar eens een CD op de kop te tikken van Wim De Craene, Luk Saffloer, Hugo,Raspoet, The Kids, of eender welke band uit de jaren vijftig of zestig. Negeren wij dit, omdat we het niet goed vinden? En met wij bedoel ik o.a.radio, tv, geschreven media, en dies meer.

Hebben wij dan geen oog voor ons cultureel erfgoed? Zeker en vast geen comercieel oog, want anders zou er toch wel iemand te vinden zijn die dit een gat in de markt vindt.

Onze literatuur en onze muziek behoren tot de blues van onze maatschappij. Ik leg uit: Amerikanen interesseerden zich pas voor blues, nadat enkele jonge Engelse snotapen (Jagger, Clapton, Mayal, Korner, enz...), hen een spiegel voorhielden.

Wie houdt ons een spiegel voor? Wie leert ons opnieuw te houden van Nest Claes, De Pillecyn, of nog veel ouder literair erfgoed? En het hoeft niet echt alleen maar het levensverhaal van broeder Isidoor, of de schone vertellinge van moeder Kloeke te zijn die we herontdekken. Den Vos Reynaarde is nog alle dagen alomtegenwoordig onder ons. Misschien toch maar eens op zoek gaan naar huize Isegrimus.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post122

De jasmijn bloeit niet meer…

Steen der filosofenPosted by Eddy De Saedeleer 25 Jun, 2014 23:01

De jasmijn bloeit niet meer…

The Casuals zongen ooit:

What am I supposed to do
With a girl like Jesamine
Though my eyes are open wide
She's made my life a dream

When Jesamine goes, a part of me knows
I'm not really living
A butterfly child, so free and so wild
And so full of living

Eind juni, vijf jaar geleden , de zomer zat in de lucht. Toch zal de dood van Yasmine daar voor altijd een schaduw over werpen.

Niet dat we nu plots een ommezwaai maken, en onze hang naar het Vlaamse volkslied de overhand neemt. Ver daarvan. En om helemaal eerlijk te zijn de stem van Yasmine ontbeerde net dat tikkeltje warmte dat de stem van ene Dana Winner dan weer wel heeft. Maar we wijken af.

Ik ontdekte op een onverwachte manier een totaal andere Yasmine die mij wel lag. Dat moet ergens eind 2008 begin 2009 geweest zijn, en het artikel over de vondst was net geschreven toen zij er uit stapte. Er werd in die dagen genoeg gepubliceerd over haar in “de boekskes” om daar nog iets aan toe te voegen. En op zo een ogenblik zijn het vaak de boekskes die de enige echte waarheid toch al in pacht hebben. Het artikel ligt nog op de stapel te wachten. De CD die ik ontdekte daarentegen ben ik blijven draaien, en ik zal dat nog lang blijven doen. Het had allemaal nog veel mooier kunnen worden, was er die 25ste juni niet geweest.

Zelf zou ik nooit op zoek zijn gegaan naar plaatjes of CD’s van Yasmine, maar zoals we met zijn allen weten zijn de wegen van de grote Manitoe ondoorgrondelijk. In een donker hoekje van de plaatselijke openbare bibliotheek staat een bijna vol rek met boeken over muziek: jazz, blues, klassiek en een brede waaier populair gaande van Beatles tot Neil Young. Bij de C staan wat boeken over Leonard Cohen, waarvan een geschreven door de Nederlander Marc Hendrickx.

Op het omslag staat een foto van een wat kouwelijke Cohen voor een deurportiek. Op de achterflap stond een identiek geposeerde foto van Yasmine. Achter in het boekje werd een CD toegevoegd, die je samen kunt ontlenen. Van de CD was ik onmiddellijk weg. Sterker nog, ik begreep totaal niet waarom ik die nummers nog nooit had gehoord op de radio. Het boek zelf was andere koek. De auteur ontleedt, disecteert, theoretiseert er in het wilde weg op los. Volzinnen waarbij je aan het eind niet meer weet waarover het in het begin ging, en waarbij je steevast denkt: what the f….ck, waarvoor is dat nodig? Menig lezer liet zich vangen aan dit boekje, dat in Nederland zowel goede als negatieve kritieken kreeg. Op de site van bol.com spuwt ene Marjolein op 17 december 2008 haar gal (*). Ik citeer: …Dit boek was de grootste teleurstelling met Sinterklaas. En ze gaat door: ….Het bleek echter om een mooi uitgegeven, slap geouwehoerd neuzelboek van ene Hendrickx te gaan, die zichzelf zo belangrijk vindt dat hij zich er niet voor schaamt om zichzelf te vergelijken met Leonard Cohen…. Dat levert bladzijden vol geleuter op. Een klein voorbeeldje: 'Je mag dan als auteur willen werken vanuit het eigen, menselijke oogpunt, het schrijverschap kleurt onvermijdelijk je visie en je leven. Dat gezegd zijnde is het niet alles en alles overheersend. Er rest altijd nog een spoor van de man als mens. En er zijn de andere mensen. Al zijn ook zij, diegene waarbij je bewust halt houdt tenminste, al even vaak erg gedreven. Dat moet ook. Zonder doel, werk of omkadering val je terug op jezelf en je directe omgeving. Een te besloten belevingswereld voor een bezeten individu.' … Marjolein vat het mooi samen: ….Dit is geen literatuur. Het is al helemaal geen biografie van Leonard Cohen. Het is slecht geschreven, pretentieuze egostrelerij van een aanstellerig mannetje. Raar dat Henk Hofstede aan dit project heeft meegewerkt. Die c.d. is dan weer best geslaagd. …

Drie keer heb ik het ontleend. Met tussenpozen wel te verstaan, want eerlijk gezegd, het is niet omdat de eerste 10 pagina’s klote zijn dat de rest dat ook is. Maar geloof mij, ik heb er mij doorgeworsteld, en ik weet nog steeds niet waarover deze man het heeft. Het boekje handelt trouwens ook nergens over Yasmine. Boek en plaat maakten het onderwerp uit van een project dat helaas voor de rechtbank is geëindigd. Yasmine trok in het begin nog aan het langste einde, maar werd in beroep uiteindelijk toch veroordeeld en dat precies drie dagen voor… juist ja. De Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg hebben over deze zaak bericht. De “boekskes”, waaronder zelfs enkele van de betere waren in dit “saaie” verhaal duidelijk minder geïnteresseerd.

In het Belang van 7 augustus 2009 lezen we dat vooral niemand wil reageren. Noch uit de hoek van Yasmine noch uit de hoek van Hendricks. Haar manager Johan Berckmans verwoordt het zo: ”Eén ding mag je wel weten over Marc Hendrickx: ik wil die mens nooit meer spreken, nooit meer zien.” En Hendricks zelf? Die wou volgens de krant eerst wel zijn verhaal doen, maar trok naderhand zijn staart in: “Ik heb er met mijn advocaat over gesproken en wens geen verklaringen af te leggen”,(**)

In de Gazet van 24 november 2012 getuigt Anja, zus van Yasmine ter gelegenheid van de 11e Dag van de Nabestaanden na Zelfdoding over de laatste spreekwoordelijke druppel: … “Hilde zou hebben gehoord dat Marianne en Ella naar het buitenland wilden vertrekken, dat kan een trigger zijn geweest. Maar dat zou ook de rechtszaak over de rechten op haar tournee kunnen geweest zijn. Die zaak had ze een paar dagen voor haar dood verloren. We zullen het nooit weten, maar er moet iets geweest zijn.”…(***)

Marc Hendricks promoot zichzelf en zijn schrijfsels via de website hendrickx-books waarin hij in de hij vorm het volgende schrijft over de rechtzaak: …Koud gepakt door de van een ongelooflijk platvloerse, opportunistische instelling getuigende beslissing van zangeres Yasmine en haar management om een project waaraan gedurende vier jaar (!) keihard en in uitstekende harmonie werd samengewerkt te misbruiken voor eigen ego- en geldgewin, restte auteur Marc Hendrickx geen andere optie dan zich op zijn advocaten te beroepen om recht te laten geschieden…. (****)

Zijn visie op de zaak besluit hij met het volgende: … Het is echt wel ongehoord dat een uitvoerend artiest een scheppend artiest op deze wijze probeert te belazeren en denkt daarmee weg te komen omdat het grote publiek nu eenmaal meer vertrouwd is met uitvoerders dan met auteurs, die al te vaak achter de schermen opereren.

Over welke scheppend artiest heeft Hendricks het hier? Leonard Cohen of zichzelf?

En hij besluit: …Hoezeer zangeres Yasmine dit project tot een puur commercieel gegeven heeft gereduceerd en elk gevoel met het werk van Cohen verloren heeft mag tenslotte nog blijken uit de wijze waarop de DVD van het betwiste concert gepromoot werd, najaar 2005: met een naaktfoto op de cover, en met als 'extra' de meest overbodige cover die een artiest na de schitterende versies van Cohen zelf en van Jeff Buckley nog kan maken - Hallelujah….(*****)

Dat Hendrickx ondanks de overwinning (sic) in de rechtzaak behoorlijk rancuneus blijft , is het enige wat we hieruit kunnen besluiten.

Waarom is de bewuste CD (die overigens bij de heruitgaven ontbrak, en later vervangen werd door een CD met andere uitvoerders), dan zo interessant? Alleen al omdat Yasmine de songs van Cohen brengt in het Engels. Het gaat dus om echte covers, en niet om vertaalde interpretaties zoals ze die bracht op de reguliere in de handel verschenen cd’s en DVD’s. En raar maar waar, die Engelstalig gezongen nummers geven haar stem net net wel datgene wat ik ontbeer in haar Nederlandstalige liedjes. De begeleiding op de nummers getuigt van vakkundigheid. Mochten deze nummers beter gepromoot geweest zijn, dan had dit een opstap naar de rockwereld kunnen betekenen. Helaas werd die deur voor haar gesloten. Op de CD werd Yasmine op enkele nummers vocaal bijgestaan door o.a. Thé Lau op The Partisan, Henk Hofstede met You know who I Am en Who by Fire.

(*)http://www.bol.com/nl/p/leonard-cohen/1001004002724464/

(**)http://www.hbvl.be/nieuws/media-en-cultuur/aid853462/yasmine-verliest-rechtszaak-drie-dagen-voor-zelfmoord.aspx

(***)http://www.gva.be/nieuws/media-en-cultuur/aid1285091/ik-denk-nog-elke-dag-aan-yasmine.aspx

(****)http://www.hendrickx-books.com/site/index.php?option=com_content&view=article&id=23&Itemid=31&lang=nl



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post109

Via de voorjaarsklassiekers naar de Vrede van Utrecht.

Steen der filosofenPosted by Eddy De Saedeleer 12 Apr, 2013 00:18

De Ronde, Parijs-Roubaix en 300 jaar Vrede van Utrecht.

Meer fotos

April, de lente hangt af en toe in de lucht. Dit jaar komt een aantal verjaardagen opzetten, waar helaas al te weinig aandacht aan zal worden besteed.

Elk jaar opnieuw begin augustus schijnt de zon, stuift het zand, en wordt er een kassei gegeven aan de renner met de snelste benen die het eerst Robaais (???) bereikt. Effe filosoferen, want de renners zijn nog niet in aantocht….

In ons kleine kikkerlandje moet zelfs Google al een en ander bovenhalen om ons op ons erfgoed te wijzen. Recent regende (sic) het een godganse dag berichten over “onze” Van De Velde en o.a. zijn Gentse Boekentoeren. Is het erg dat wij ons afvragen of dit zonder de aandacht van Google ook zou gebeurd zijn. Een tweede feitje dat ons recent opviel tijdens een interview in Café Corsari met de makers van Ten Oorlog was dat die gasten boud beweerden dat de Grote Oorlog belangrijk was, omdat als gevolg daarvan de kaart van Europa ontstond. Helaas dwalen zij. Ik catalogeer die "jongelui" dan ook graag bij de "oekanikdanaweten, tisvanvorenmijnentijd" jeugd. Je komt ze nogal eens tegen in programma's zoals blokken op Een.

Volgend jaar in 2014 zullen we het geweten hebben. De Vlaamse Regering investeert immers pakken geld in "de viering" van 100 jaar Grote Oorlog. Is dit een goede zaak? Uiteraard. Er wordt toch al veel te weinig aandacht geschonken aan onze geschiedenis. Maar mogen wij even kanttekenen? Waarom herdenken we het einde van deze oorlog (11 november), maar doen we dat niet (behalve hier en daar zeer lokaal) met het einde van de oorlog in 1815 waarbij Napoleon werd verslagen? Was het omdat wij toen niet meer dan een slagveld waren waarop vreemde volkeren "van gedachten wisselden”? Ik kom de Grote Oorlog meer tegen over het Kanaal telkens ik weer heelder lijsten zie van gesneuvelden in Flanders Fields. Iets wat je ook treft op de Menenpoort in “Waaipers” (Ieper uitgesproken door de doorsnee Brit) bij het lezen van al die duizenden namen van die "duzenden soldaten" die er sneuvelden. Dan maak ik mij wel eens de bedenking dat onze "deelname" toch wel erg beperkt bleef met een “samengeraapt” leger van amper 12.000 man.

Op een dag in Wales, ergens op een camping, sprak een Engelsman tot ons tijdens een babbel over vroeger tijden: "Oh Belgians, you don't have a history”. Lap, dat was er op. Of naar mijn gevoel misschien toch ook weer niet helemaal. Bestonden wij dan niet voor 1830? Hebben wij dan echt niets meer te herdenken, of om over na te denken? Blijkbaar niet zoveel op die enkele dag na, die via H. Conscience tot ons kwam en die meer dan 700 jaar achter ons ligt. Komaan.
Op 10 en 11 april hadden wij nochtans een en ander kunnen herdenken. Ik gebruik met opzet niet het woord “vieren”, want helaas voor de Vlamingen waren het dagen waarop wij morzels grond verloren aan een individu dat zich zowaar koning van de zon waande. Wie 11 april (in het er opvolgende weekend) wil herdenken zal vermoedelijk een trip naar Utrecht moeten boeken.

Een nog Vlaams bordje uit 1703 aan een oud hotel (Cassel)

Exact 300 jaar, dag op dag gleden, werd de Vrede van Utrecht getekend. Maandenlang was er voorbereid om toen al de grenzen van Europa uit te tekenen. Te bedenken dat wij op die dag hadden onafhankelijk kunnen worden...en starten met onze geschiedenis beste Engelsman, die wij ontmoeten op een camping. Het had ons vandaag heel wat oeverloos gelul kunnen besparen. Alle Verherstraetens ten spijt.

De Vrede van Utrecht kwam er nadat de Hollanders de Fransen hadden bevochten uitgerekend op ons grondgebied. Vanuit ons “Vaderland” met zijn staminees kwam niet teveel hulp, want daar woede een successieoorlog sinds in 1700 de koning kinderloos stierf.
Het heeft geen zin om hier diep op deze geschiedenis in te gaan, want dan haakt "den lezer" misschien af. Toch werden wij, op dat ogenblik, 300 jaar geleden zonder veel inspraak verkwanseld aan de Oostenrijkers, die hier de plak mochten komen zwaaien de volgende 75 jaar. Toegegeven, gedurende de eerste helft van deze 18 de eeuw bleef ons land een slagveld, maar eens de kaap van 1755 gerond kon hier plots alles. Er werden molens gebouwd of verbouwd. Kaarsrechte steenwegen werden aangelegd, kromme rivieren werden rechtgetrokken. Er zal dus werk genoeg geweest zijn. Een goede tijd? De vraagt blijft: “Waarom konden we dat zelf niet? Waarom hadden we daar Oostenrijkers voor nodig?”. Ik zal het eens vragen aan Marc Reynebau, die weet veel van die dingen...

Zo,tot zover 11 april. Merkwaardige dag toch want zo'n 39 jaar eerder werd er ook al op 10 en 11 april een en ander beslecht te Noordpeene. Te waar??? Hoor ik jullie uitroepen? Ergens in Vlaanderen dus, in het toenmalige Vlaanderen, waar ook toen Lodewijk “koning van de zon” probeerde om wat grondgebied te veroveren. Of het al dan niet klopt dat D'Artagnan en de 3 andere musketiers daarbij aanwezig waren weet ik niet, en helaas is Alexandre Dumas die dat zo wonderlijk beschreef naar andere oorden vertrokken. Maar zoals hoger opgemerkt bij Conscience weten we al dat we moeten opletten met schrijvers, want die durven de geschiedenis soms echt geweld aandoen... En ook die slag verloren we. En niet enkel onze eer, maar heelder stukken grondgebied, waar men toen Nederlands sprak en nu Frans. Waar men zovele jaren later er niet meer in slaagt om de naam van het dorp correct uit te spreken. Daar waar men van de naam van het dorpje Witzand (zie Lieven Tavernier), Wissant maakt, of van Heusden het er op lijkende Hesdin of ook nog waar men Atrecht omvormde tot Arras. In de streek schenkt men tegenwoordig o.a. bier van Esquelbecq. (Glimlach). Ekelsbeke dus.

Ikzelf zal het niet meer mogen meemaken vermoed ik: het Europa van de Regio’s. Het Europa waar wat bij elkaar hoort opnieuw bij elkaar zou kunnen horen. Een regio die we dan misschien beter zouden kennen dan vandaag de dag. Wie weet, dat er nu te Cassel een tentoonstelling loopt met schilderijen van o.a. Pieter Coecke van Aalst? In Cassel, (waar zeg je?) in het al even onbekende Musée de Flandres. Jawel bij onze vroegere landgenoten, amper enkele kilometers over de schreve, die nog steeds dichter bij Brussel, Gent of Kortrijk wonden dan bij Parijs. Les Ch’tis zoals ze spottende genoemd werden door “de echte Fransen” uit het Zuiden.

Afgelopen zondag zakten weer massa's Vlamingen af naar de nu Franse kouters om er Cancelara van dichtbij te bewonderen. Helaas blijft het daarbij. Over het algemeen wordt er bijzonder weinig cultuur opgesnoven op zo’n dag.
Nu men de muur geschrapt heeft uit de Ronde en in toertjes rond Oudenaarde blijft draaien, zou men misschien kunnen overwegen om door De Vlaamse Bergen rijden. De Casselberg, De Zwarte Berg, De Kattenberg, enz.... daar waar sport en cultuur elkaar zouden kunnen tegenkomen....

Ik geef het maar mee. De nieuwe manager (man in suit) bij Woestijnvis kan er alvast over nadenken.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post102