Sadeler's blog

Sadeler's blog

Sadeler's Blog

Weetjes, onthaastingsnieuws, classic rock tracks, wat schaft de ipod, fietsen in de Denderstreek, en wat molennieuws...
--------------------------------------------------------
windmolens, de kruiskoutermolen, Facebook
--------------------------------------------------------
Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Geïnteresseerd? Contacteer ons.

50 jaar geleden Marine Offences Bill

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 14 Aug, 2017 12:53
Johnny Walker's Lament op Youtube


Johnny Walker (nee niet de drank, maar de DJ), (The Admiral) Robby Dale, (The emperor) Rosco, DLT ofte Dave Lee Travis, John Peel, Roger Day, of zelfs Tony Blackburn en god help ons Jimmy Saville. Het zijn allemaal klinkende namen van disc jockeys uit de jaren zestig. Allen praten ze platen aan elkaar in het woelige jaar 1967.

Johnny Walker in 1967 om middernacht.

Zeezenders op woelige baren.

Woelig omdat zij het mooi weer uitmaakten vanop zee, enkele kilometer verwijderd van Frinton in Essex, net buiten de territoriale Engelse wateren. ‘Pirate radio’ heette dat toen. Zenders die zich in die dagen geen moer aantrokken van de geldende Britse regels. Hun inkomsten haalden ze uit reclame waarop ze geen cent belastingen betaalden. Sabam of de Britse variant daarvan wilden zij maar al te graag betalen, maar dat wilden de 4 grote Engelse platenmaatschappijen dan weer niet. Zij zagen de piraten als kapers op hun kust, en dachten dat omdat zij de godganse dag hun platen draaiden, de tieners die niet meer zouden kopen in de winkels. Hoe verkeerd kun je redeneren, maar wat wil je, dergelijke platenmastodonten werden geleid door mannen in pakken die geen voeling hadden met de muziek die ze uitbrachten. Piraten zoals Big L Radio London, Caroline en zelfs radio City draaiden de platen nog voor ze in de reguliere hitparades verschenen, wat op zich alleen al een niet te onderschatten gratis reclame was voor de Big Four, zoals ze soms werden omschreven: Decca Philips, Pye en EMI. Overigens haalden de piraten ook inkomsten door geld te vragen voor wie een plaastje wilde ‘bemachtigen’ in de playlist.

Naast Engeland bestond piratenradio ook in Zweden en Nederland. Veronica gegroeid uit de VRON (Vrije Nederlandse Radio Omroep) was zelfs al eerder in de lucht dan de Engelse piraten. Hun programma’s waren echter in die tijd eerder te klasseren als huisvrouwenradio. Pas na ’67, en het verdwijnen van de Britse piraten, en door de overname van enkele dj’s van het schip van Radio England, wat intussen vernederlandst was via radio Dolfijn tot radio 227, begonnen de namiddagprogramma’s van Veronica te verbeteren. DJ’s die overkwamen van radio 227 kennen we intussen maar al te goed. Tom Collins, Lex Harding hadden een en ander opgepikt van de Engelse collega’s, en introduceerden dit in Nederland, naast nieuw programma’s van Tinneke en Rob Out. De Nederlandse piraten zullen overleven tot bijna eind 1974. Overigens alle programma’s van Radio Veronica werden opgenomen op band in studio’s in Hilversum. Een bootje bracht de geluidsbanden naar het schip, waar een nieuwslezer/technicus ze afspeelde.

In de jaren 70 zend in NL ook nog radio Noordzee/Radio Northsea uit vanop de Mebo II. En om ons vastelandsverhaal te completeren mogen we ook niet de korte levensloop van het Vlaamse Radio Atlantis of zelfs Radio Uilenspiegel vergeten dat al strandde nog voor het de zee bereikte vanop zijn tocht uit de Antwerpse haven.

Terug naar Engeland, waar voor de kust van Engeland en zelfs tot in de mondig van de Theems radio werd gemaakt. In Engeland werkten de dj’s wel degelijk aan boord van een van de schepen.

Radio London was terug te vinden op de Galaxy, Radio Caroline op de Mi Amigo, dat we jaren later nog tegenkomen in Vlaanderen wanneer een wafelbakker vindt dat hij een nieuwe uitdaging nodig heeft naast zijn muziekstudio Start en het managen van Paul Severs. Radio England startte op de Olga Patricia, een gamel oud Amerikaans schip, dat later werd herdoopt tot Laissez Faire.

Een van de Britse radio’s zat zelfs niet op een schip maar was gehuisvest op een oud fort op palen, uit de laatste oorlog, ergens in de monding van de Theems. De Britse excentriekeling Lord Sutch (die nog platen zal opnemen met begeleiding van Jeff Beck, Jimmy Page en Ritchie Blackmore) had dit oude fort gekocht en startte er Radio Sutch dat later verder ging als Radio City. Met geld kun je blijkbaar alles kopen, gaande van een radiostation, tot de beste studiomuzikanten.

De Britse piraten zagen het levenslicht in 1964, en van bij het begin broedde de Britse regering op plannen om een stokje te steken voor wat dit ongeregeld zootje de Britse jeugd voorschotelde.

Al kun je moeilijk stellen dat de BBC radio te lijden had onder deze manier van radiomaken, want zelf zorgden ze amper voor enkele uren popradio in de week, en die uitzendingen mochten dan nog van de vakbonden niet bestaan uit een vol uur “mechanische” muziek. Nee dat moest afgewisseld worden met live muziek. Iets wat op dat ogenblik toch ook geld opbracht voor de muzikanten, en wat toegegeven, jaren later voor ons heel wat fantastische BBC radio opnamen opgeleverd heeft. Ook al gingen de meeste opnames verloren, want de technici gebruikten nl hun banden steeds weer opnieuw. Er moet dus doorheen de geschiedenis nogal wat verloren zijn gegaan van tal van muzikanten en het mag een wonder heten dat er toch nog BBC opnamen bewaard zijn gebleven van o.a. De Beatles, Zeppelin en bijv. ook Fleetwood Mac. Maar de Stones, Van Morrison en al die anderen….

Tot 1967, nu vijftig jaar geleden hadden de conservatieve regeringen de piraten gedoogd, maar met de komst van de socialist Wilson werd het plots menens. Zeker toen bovendien binnen het wereldje van de piraten een en ander misliep en een van de bazen (radio City), trouwens ook manager van de Fortunes, doodgeschoten werd aangetroffen, in zijn huis. Dit was de druppel die de spreekwoordelijke emmer deed overlopen, en de regering besloot de Marine Offences Bill te laten ingaan op maandag 14 augustus om middernacht. Johnny Walker , op dat ogenblik dj op radio Caroline en vastbesloten om door te gaan beschrijft in zijn biografie hoe hij op dat ogenblik een crimineel werd door het draaien van plaatjes. Iedereen die meewerkte aan een zeezender kon vervolgd worden, en daarvoor zelfs twee jaar worden opgesloten. De regering beloofde bovendien dat de BBC vanaf september met een popzender zou starten, en dat heeft tal van disc jokeys doen besluiten om eieren voor hun geld te kiezen en het piraten radio wereldje vaarwel te zeggen. Het was mooi zolang het duurde. Je kon enerzijds treuren of samen met Johnny Walker, Robby Dale en nog enkele nieuwelingen verder Radio Caroline beluisteren. Mijn eigenste portatief was vanaf 15 augustus vastgeroest op 259 meter de golflengte van Caroline, en dat tot het echt stil werd op 3 februari 1968, toen er uit de radio enkel nog witte ruis kwam. Geen boodschap, geen afscheid, wat was er gebeurd? Nog jaren hebben we gehoopt op de terugkomst van Caroline, wat ook zelfs een paar keer gebeurde, als Caroline, en een tijdje als Radio Seagull. Helaas het was nooit meer hetzelfde. En naar BBC Radio One luisteren op 247 meter kon je enkel ‘s avonds en dan nog was het zwaar gestoord. Er reste ons enkel nog good old 208 Radio Luxemburg, waar we toen massaal naar teruggrepen, en dat overigens duizend keer beter programmeerde dan radio One, waar de DJ’s in een popkeurslijf werden gedwongen en enkel plaatjes uit de top 40 playlist mochten draaien. John Peel is hier eigenaardig genoeg altijd een uitzondering bij gebleven, en dat was iets wat Johnny Walker ook wel wou, maar dat heeft men hem nooit gegund.

Johnny Walker in 1970 op Radio One(BBC)


Waren deze piratenstations echt belangrijk?

Het valt niet te ontkennen dat zij in het eerste gedeelte van de jaren zestig een ongelofelijke ondersteuning hebben geboden aan het gemeengoed worden van popmuziek van Beatles, Stones, Who, Small Faces en tal van andere. Vanaf ‘67 evolueert de betere popmuziek richting rock, en komt er nieuwe lichtere popmuziek Sweet, Middle of the Road, Slade, enz… voor in de plaats. Welke piste zouden de piraten gevolgd hebben? Van radio One werd het duidelijk. Johnny Walker wordt op een gegeven ogenblik ontslagen omdat hij de Bay City Rollers een kutband vond, en dat iets te duidelijk liet merken.

Blijkbaar verschenen de Britse piraten op het juiste ogenblik op het toneel, op een ogenblik dat alles nog nieuw was, en de jongerencultuur (muziek, kleding, uitgaan) zich begon te manifesteren. Vergeet niet dat men in Engeland nog jaren na de oorlog leefde met rantsoenzegeltjes, en jongeren pas in de jaren zestig over enig zakgeld begonnen te beschikken.

De wereld is niet vergaan na 14 augustus 1967, wel geëvolueerd. Wie het meemaakte koestert het nog steeds, en daar is niets verkeerd aan.

Wat de krant schreef



  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post165

Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 01 Jun, 2017 13:26

1 juni 1967: Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band

In 1967, was ik veertien, of vijftien naargelang je het bekijkt in de lente of later in de zomer. Het was een jaar dat voor eeuwig genoteerd staat als het jaar van "de summer of love", met een duidelijke breuklijn: voor of na 1 juni. Ik was dus net vijftien toen de Beatles de wereld verbaasden met wat nu een iconisch album heet: Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Een mond vol, en ja het was het wachten meer dan waard. Al in 1966 nadat ze stopten met live optredens, werd ons het manna uit de hemel beloofd. Alleen het duurde zo lang. Zeker wanneer je weet dat de Beatles in de jaren er voor nooit uit de hitlijsten verdwenen. Parlophone (EMI) zorgde er voor dat er steevast een single, EP of LP in de platenwinkels lag, en dat het duidelijk was wie de besten waren. De Rolling Stones, in overleg met de Beatles zorgden er steevast voor dat “hun product” netjes werd gelanceerd in de dalperiodes tussen de pieken van de Beatles in. Daar gaan de opgeklopte verhalen over de strijd tussen Beatles en Stones, maar dat was toen de realiteit die blijkbaar niemand opmerkte. Toegegeven Lennon heeft af en toe wel naar de Stones gesneerd, dat zij bijzonder goed keken naar het materiaal waar de Beatles mee scoorden, om er dan ook mee uit te pakken.

1967 is een mijlpaal geworden in de geschiedenis van de pop en rockmuziek. Het jaar waarin tussen beide een duidelijk onderscheid werd vastgelegd. De enige band die daartoe in staat was, waren de Beatles. Zij hadden in augustus 66, drie hectische jaren beëindigd. Jaren zonder vrije tijd, waarin hun leven zich afspeelde in studio's en hotelkamers. Wanneer wij er achteraf op terugkijken, dan kunnen we enkel vaststellen, dat zij enerzijds de techniek tegen hadden, en anderzijds, niet door de meest technisch en financieel onderlegde mensen werden bijgestaan.

Optreden voor meer dan 50.000 mensen (Shea Stadium), met een installatie van amper enkele honderden watts, moet echt wel deprimerend geweest zijn. En als daar dan bovendien alle grieten die zich tussen die 50.000 bezoekers bevinden, hun schril keelgat openzetten, dan moeten Lennon en McCartney en zeker Harrison vaak gedacht hebben: ‘God laat dit ophouden’. Weet daarenboven dat die concerten geen grote sommen in het bakje brachten. Naar hedendaagse normen waren daarnaast de inkomsten uit hun platenverkoop al even pover. The Beatles leefden in die dagen nog met belabberde contracten die ze in hun jeugd hadden getekend. Het leeuwendeel ging naar al wie hen omringde, en van wat zij overhielden werden zij geacht meer dan 90 procent aan de overheid af te dragen. Harrison schrijft daarover in 1966 het nummer Taxman. De Stones, zullen zich begin jaren zeventig in Frankrijk vestigen en er de plaat Exile on Main street opnemen. Een eveneens veelzeggende titel. Ook Led Zeppelin zwerft later over de wereld om een jaar uit Engeland te kunnen wegblijven. Dit leidt er zelfs toe dat een, in Griekenland, zwaar geblesseerde Robert Plant in Jersey wordt verzorgd.

De Beatles werden onderscheiden met een MBE (Member of the British Empire) voor hun 'bijdrage' aan het Britse Rijk. McCartney, altijd Brit gebleven, wordt jaren later nog geridderd tot Sir.

Dit om aan te geven dat de Beatles, eind ‘66 en de eerste helft van ‘67 meer dan welke band ooit zeer veel tijd in de studio's doorbrachten, om er een meesterwerk te componeren. Er lekte weinig uit, en als er al eens iets in de pers verscheen, waren dit vaak negatieve voorspellingen. Waren de Beatles passé? EMI en hun manager verslikten zich in dergelijke berichtgeving en eisten dat er tenminste een single op de wereld werd losgelaten. En aangezien het in die tijd de gewoonte was om singles niet nog eens op lp's te zetten bleven twee van de beste nummers van de Beatles lp-loos. Penny Lane en Strawberry Fields Forever, hadden eigenlijk op Pepper moeten staan. George Martin keek er later op terug met gemengde gevoelens en noemde het zelfs ‘een flater’ die hij toen beging. Al kunnen we ons afvragen welke andere nummers er dan mogelijks niet hadden opgestaan, want 38 minuten was toenertijd een maximum tijd voor een lp. En stel dat die nummers niet op single kwamen, dan zou zelfs mogelijks Pepper een andere background kunnen hebben gehad. Want was het origineel idee niet om nummers te componeren die teruggingen op hun tijd in liverpool? Een beetje achteromkijken op hun jeugd.

De twee volgende nummers die zij opnemen: ‘When I'm sixty four’ en ‘A day in the life’ gingen ook die richting uit. Voeg daar nog ‘Lovely Rita’ bij, een lied over een vrouwelijke parkeerwachter, gegrepen uit het dagelijkse Liverpoolse stadsleven, en de lijn was duidelijk. Maar toch het liep anders, toen McCartney met het idee aan kwam zetten, dat ze zich tijdelijk moesten verbeelden, dat zij niet de Beatles waren maar een andere groep: ‘Sgt. Peppers Lonely Hearts Club band’. Dat zou hun toelaten om alle nieuwe projecten en songs te benaderen zonder beperkingen, want zij hoefden op die manier zich geen vragen te stellen bij hun eigen verleden. Geen, och past dit wel binnen het Beatlesrepertoire? Geen, och dat gaan de fans niet pikken. Neen, zij konden onbevreesd alles uitproberen. Elk instrument dat in een hoek van de Abbeyroad studio rondslingerde konden ze gebruiken, en ze konden er bovendien hun fantasie op botvieren met experimenten dat het niet mooi meer was. En daar kwam de inbreng van George Martin, een doorgewinterde studiorat, pas goed van pas. Bedenk eveneens dat Pepper op amper vier sporen werd opgenomen, want EMI hinkte wat achterop als het op moderne techniek aankwam. En de Beatles experimenteerden niet enkel met techniek en instrumenten. Daarnaast probeerden ze ook hun geesten te verruimen met o.a. Lysergeenzuur diethylamide 25, al snel afgekort tot LSD.

Later zal iemand ontdekken dat het nummer Lucy in the Sky with Diamonds kan afgekort worden als LSD. Lennon heeft altijd volgehouden dat dit puur toeval was, want zoon Julian toonde hem een tekening van op school en sprak: kijk papa ‘Lucy in the sky with diamonds’. Doet er in feite weinig toe ook al klinkt Lucy bijzonder psychedelisch en roept de tekst de vreemdste beelden op wanneer het gaat over ‘plasticine portraits’ of ‘marmelade skys’.

Wij willen het hier toch nog even hebben over waarom Pepper echt belangrijk is. Het was een grensverleggende plaat die niet valt te catalogeren onder pop of rock, blues of wat dan ook. Het waren een stel songs die zeer sterk varieerden en toch als het ware een geheel vormden. En dat kwam niet alleen door het feit dat de plaat tussen de songs geen stiltes kende, en de nummers als het ware in elkaar overvloeiden. Pepper is een van de weinige platen waaruit geen op zich staande singels werden gepuurd. Ook losse nummers toevoegen aan best of platen kon echt niet. In de jaren zeventig gebeurde het toch op de blauwe dubbelaar, en precies daarom was dit geen goede plaat. Het mythisch gegeven werd nog versterkt omdat Beatlefans meer dan een half jaar hadden moeten wachten op de opvolger van ‘Revolver’. ‘Revolver’ had al aangegeven dat de Beatles hun lp's serieus namen, en dat zij probeerden om elk nummer tot een meesterwerk te boetseren.

Het lange wachten had de spanning alleen maar doen toenemen, en wanneer op 1 juni de wereld de plaat ten gehore kreeg, was iedereen wel vol lof over een of ander nummer. Voor het eerst draaiden radiostations de gehele plaat meerdere keren, en becommentarieerden zij de nummers.

Vooral de climax in ‘A day in the life’, het aanzwellend geluid gevolgd door de mokerslag en het nazinderend einde van deze LP zorgden voor kippenvel. Hier lustte iedereen wel meer pap van, en inderdaad het procedé werkte. De plaat werd een succes, dat zeer moeilijk zou te evenaren zijn. Wij weten allemaal dat Brian Wilson zijn Smile tapes opborg, want hij moet gedacht hebben: ‘Hier kan ik onmogelijk tegenop.’ Iets wat blijkt wanneer we uiteindelijk na meer dan 40 jaar de ‘Smile’ nummers te horen krijgen: schitterend mooi, dat wel maar dit was geen ‘Sgt. Pepper’. Ook Jagger die nadat hij de plaat hoorde tegen Glyn Johns zei: nu moet jij uit je pijp komen. Waarop Glyn repliceerde: ‘Ik? Kom jij maar uit je kot,’ wat de Stones ook hebben geprobeerd. Het pas in januari 68 verschenen ‘Their Satanic Majesties Request’ was a) veel te laat om nog tot de Summer of Love te behoren, en b) ook niet te vergelijken met Pepper. Ok, de hoes was speciaal, en er stonden een aantal prachtige songs op. ‘She's a rainbow’ met help van toetsenist Nicky Hopkins in een arrangement van John Paul Jones (de latere Led Zeppelin bassist) vinden wij mooi net als ‘Two thausend lightyears from home’, ook al vinden sommigen dit een draak van een song. De Stones hebben nadien altijd wijselijk gezwegen over deze plaat. Deze keer was hun 'afkijkgedrag' niet geslaagd. Jagger heeft steevast materiaal uitgebracht in het kielzog van de Beatles dat daar zij het niet altijd opvallend toch naar verwees. Men kan zich afvragen of de Rolling Stones met Brian Jones langer zouden hebben bestaan waren er nooit Beatles geweest en waren ze langer r&b blijven spelen. Jagger had al snel door dat er met r&b geen geld te rapen viel, en dat hij van het succes kon proeven door in de voetsporen van Lennon & McCartney te treden. Stevige of zijn het hevige Stonesfanaten kunnen het niet laten om te proberen hun idolen boven de Beatles te plaatsen. Neem nu Peter Cnop die in 2007 in een reactie reageert, op het blog: ‘Dagelijks iets degelijks’ naar aanleiding van een terugblik na 40 jaar door Ronny de Schepper op Sgt. Pepperop met: ‘ Ks ks, toch wel erg dat Beatle-fans ook na 40 jaar blijven volhouden dat ‘Their Satanic Majesties’ Request’ van de Rolling Stones een slechte kopie is van ‘Sgt. Pepper’s’. De feiten echter zijn dat het grootste deel van TSMR opgenomen is voor SPLHCB verscheen, nl. in de lente van ’67 en nog wat extra’s in de herfst.’ Hij geeft daarna wel ruiterlijk toe dat dit niet de Stones hun beste worp was: ‘Ze kan nauwelijk de beste van de RS genoemd worden, ...’(*)

Jongeren, en daarmee bedoelen wij die generatie die vaak jaren na het verschijnen van ‘Pepper’ de plaat leerden kennen, en dus ook het rijpingsproces ontberen, beschouwen deze lp vaak niet als de beste Beatles lp. Sommigen gaan zo ver om 'de dubbele witte' die eigenlijk ‘The Beatles’ heet hoger te nomineren. Voor eens en voor altijd: ‘The Beatles’ is een steengoede plaat, die nog straffer zou geklonken hebben ware het een enkele plaat, en geen dubbel lp, geweest. Het blijft toch de plaat van vier afzonderlijke Beatles die zich laten begeleiden door de drie andere. Iets wat ze tijden hun eerste vijf solojaren zullen blijven doen in meer of mindere mate, maar dan bijgestaan door externe muzikanten. De Beatles als maatschappij werd pas ontbonden in 1975, en alle opbrengsten van hun solo platenmateriaal ging dan ook samen in dezelfde pot, ook al probeerde ‘Macca’ dat te verhinderen. Wij willen benadrukken dat ‘de witte’ hoger noteren een brug te ver is: forget it. En dat geldt, ook al zullen jonkies dit niet graag horen ook voor dat andere meesterwerk ‘Revolver’, waarop niet alleen de single Paperback writer/Rain ontbreekt, maar ook Yellow submarine niet echt had gehoefd.

‘Revolver’, en zeker het eind nummer ‘Tomorrow never knows’ gaf aan welke richting de Beatles, voor wat Lennon betrof uit zouden gaan. Maar ‘Tomorrow never knows’ op zich is onvoldoende om de plaat tot de beste van de Beatles te bombarderen. Net als het door de Jam opgepikte en al hoger geciteerde ‘Taxman’ van ‘Harrison’ geen concurrentie is voor de songs op Pepper.

Wat Pepper uniek maakt is dat het een geheel vormde zoals ons dat nog nooit voorheen was gepresenteerd. Een hoes, waar je maaden later nog altijd nieuwe dingen op ontdekte. Afgedrukte songteksten, zodat je eindelijk je beginners-Engels bij kon spijkeren. Een plaat die bestond uit een lange groef, waarbij geen tijd verloren ging tussen de verschillende songs, en bovendien sloten die songs daardoor bij elkaar aan, in een onmogelijk nog te wijzigen volgorde. Voor ons klinkt de uitloop van ‘Good Morning, Good Morning’ met de neerhofgeluiden, hollende paarden, en een langzaam naderende kukeleku’ende haan die overgaat in de mokerslagen van de drum en bass van de Sgt. Pepper reprise nog altijd even fris in de oren dan toen we de plaat de allereerste keren hoorden op de radio die eerste juni in 1967.

Wie Pepper voor het eerst hoorde, kreeg er geen speld tussen tijdens de eerste drie songs. En je moet het maar doen, om je plaat te laten beginnen met amper een introsong, gevolgd door een op het eerste gehoor onbenullig liedje als ‘With a little help from my friends’ gebracht door de non-zanger Ringo Starr. Wat was dat? Maar daar was Lennon al in trance met ‘Lucy in the sky with diamonds’, een introductie voor de meesten van ons in een nieuwe psychedelische geluidswereld. Geen song was vergelijkbaar met de vorige. Nummers als ‘She’s Leaving Home’ en ‘When I’m sixty-four’ met een McCartiaanse inslag zorgden er voor dat ook een oudere generatie plots de oren spitste. In onze vriendenkring zaten gasten die niet zo opliepen met popmusiek, maar die ‘Being for the benefit of Mr. Kite’ echt wel het einde vonden. De plaat omdraaien betekende geconfronteerd worden met het Oosten. Harrison die vroeger al mooie stukjes sitar in Beatlessongs had geintroduceerd, ging nu helemaal uit de bocht. Hier kwam buiten hemzelf geen Beatle aan te pas. Dit was pas een gedurfd experiment, maar.... het was er echt wel de tijd voor, toen in 1967. Ravi Shankar en de Maharashi stonden te dringen om onze wereld binnen te treden, dankzij dit nummer op Pepper.

‘Fixing a hole’ en ‘Getting Better’ behoren tot de minder gespeelde songs uit het album, maar klinken nu bij herbeluistering nog even fris en dansbaar als toen. Pepper is een plaat die nu na vijftig jaar nog even beluisterbaar is als om het even welk klassiek werk van Mozart, of Beethoven. Kortom een classic.

De Pepper reprise toonde de weg hoe een sterke rocksong in de toekomst wel zou mogen klinken, en leek een waardige afsluiter van de plaat, maar dat was buiten de Beatles gerekend. Lennon had McCartney nodig om zijn ‘A day in the life’ af te werken met een subliem tussenstuk. Een song die de hele plaat naar een dusdanige climax leidde dat zoals we reeds schreven niet enkel iedereen naar adem deed happen, maar het zorgde er tevens voor dat je uit je zetel kwam, de plaat omdraaide en je opnieuw liet meeslepen in een wereld die totaal nieuw was, en de Summer of Love moest nog beginnen toen.....

(*) https://ronnydeschepper.com/2017/06/01/1967-een-topjaar-voor-de-schepper-sgtpepper/#comments



  • Comments(3)//blog.sadeler.be/#post160

Jeff Beck

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 23 Oct, 2016 12:42

Een goed halfjaar geleden, kreeg ik via Ronny De Schepper (zie ook Dagelijks iets degelijks) de vraag of Jeff Beck buiten een paar hits nog ooit zelf nummers had gezongen. Goed voor ons om wat te graven in de carrière van Jeff Beck. Een neerslag van onze bevindingen. Beck kan zijn gitaar laten zingen als geen ander; maar zelf houdt hij meestal stevig de lippen op elkaar.

Jeff Beck in de sixties.

Jeff Beck, was de derde gitarist op rij van de legendarische Yardbirds. Jawel. Hij volgde 'Clapton is God' op, die op zijn beurt vervanger was geweest van Anthony 'Top' Topham. Een man die voor de verdere rockgeschiedenis van weinig belang was, maar die toch aan de helaas grillige en bochtige weg is blijven timmeren. Dat hij uit de Yardbirds stapte heeft te maken met zijn jeugdige leeftijd, en het stel ouders dat er niet van gediend was, dat hun zoon de hort op zou trekken en alle kansen op een degelijke schoolopleiding zou verkwanselen. Exit Yardbirds. Via een bijeengeharkte anthologie van Top Topham leren we dat hij helemaal niet slecht was, en dat hij zelfs enkele singles mocht maken en een LP voor het nu legendarische Blue Horizon label van Mike Vernon.

In de jaren negentig vinden we Topham terug op Under a Belgian Moon, een van de eerste solo cd's van William Souffreau, waar hij samen met Dave Peabody meespeelt op het nummer 'Acid Rain Is Gonna Fall'. Hij treedt tegenwoordig nog regelmatig op in enkele Londense clubs, waar hij de blues levendig houdt.

Jeff Beck, zou oorspronkelijk zelfs helemaal geen deel hebben uitgemaakt van de Yardbirds. Na Clapton's vertrek werd gevraagd aan Jimmy Page om de besnaarde plank over te nemen. Een uitdaging waarvoor hij zich niet voldoende klaar voelde. Zijn succesvol sessie werk zinde hem nog teveel en het bracht bovendien nog een behoorlijke penny op. Jimmy suggereerde de Tridents' gitarist Jeff Beck. Een bevriende gitarist die hij kende uit zijn jeugd in Epsom, een van de zuidelijke gemeentes van Londen. Overigens uit Epsom en omstreken komen verschillende succesvolle muzikanten. Ook geluidstechnicus en producer Glyn Johns kwam er vandaan. Menig journalist vraagt zich soms nog af of er soms 'iets in het water zit' in de regio.

Beck trad toe tot de band, en tijdens zijn 'verblijf' oogsten ze hun grootste triomfen. Clapton was uit de band gestapt, omdat het volgens hem de foute richting uitging. Als blues purist was hij helemaal niet geïnteresseerd in de popdeuntjes van Graham Gouldman (zie ook Hollies, Hermans's Hermits en 10 cc), die de band werden voorgeschoteld, lees opgedrongen, door manager Mickie Most. Clapton zwerft een paar maanden door Griekenland, maakt met John Mayall het legendarische 'beano' album(1), en sluit zich aan bij de ritmesectie van de Graham Bond Organization, om er de crème de la Cream met te vormen. Het verhaal van Ginger Baker, Jack Bruce en Clapton is voldoende bekend. Zij plaveiden de weg voor heel wat Britse muzikanten richting Ahmed Ertegun, baas van het Atlantic label. Niet in het minst voor Becks opvolger in de Yardbirds, Jimmy Page, en zijn manager Peter Grant, de kompaan van Mickie Most, die later de New Yardbirds zullen omvormen tot de grootste rockband die deze wereld gekend heeft.(2)

Het kan er op lijken alsof alles ooit aan alles was gelinked, en dat was het in feite ook. De Londense scène in de jaren zestig was echt niet zo supergroot als vaak wordt gedacht. Alles speelde zich af in een beperkt aantal trendy clubs, zoals de 'Two I's', waar figuren als Mickie Most ooit de koffietap bediende en de imposante Grant als buitenwipper fungeerde.

Mickie Most was een manager die, laat ons eerlijk zijn, albums zag als een middel om hits te verkopen. Dat hij het 'hit potentieel' van een lied kon inschatten leidt geen twijfel. Via de eerder genoemde Graham Gouldman voorzag hij o.a. Herman's Hermits van top 40 hits. De Animals en 'House of the Rising Sun', doen het nog altijd goed. Later richt Most een eigen label op: Rak Records. Wie dacht dat Rak een afkorting of een of ander letterwoord is, is er aan voor de moeite. Rak komt van het woordje rek, zoals in een supermarkt rek, waarop waren uitgestald staan. Dat is wat Most wilde: zijn plaatjes slijten via rekken in de supermarkt. En in de jaren zeventig en tachtig slaagde hij daar nog wonderwel in ook met teenybopper bands als Suzy Quatro en Kim Wilde. Overigens ook het formidabele Hot Chocolat zat bij Rak, en zelfs de band CCS, waarin we Alexis Korner, godfather van de Britse blues aantreffen. It's a small world....

Niet te verwonderen dus dat er door de ingesteldheid van Micky Most, van de Yardbirds omzeggens geen legendarische lp's bestaan. Uit de Clapton periode kennen we enkel de 'Five Live Yardbirds', en enkele, vooral in Canada uitgegeven verzamelaars. Toch wordt er een LP gemaakt met Beck, nl. het album dat bekend werd onder de naam 'Roger the Engineer', en dat nu in een luxeversie opnieuw te verkrijgen is.

Beck is een gitarist en geen zanger.

Dat zal nog vaak blijken in zijn verdere loopbaan.

In 1967 treedt Jimmy Page uiteindelijk dan toch toe tot de Yardbirds, na heel wat interne strubbelingen. Hun bassist houdt het voor bekeken uit onvrede met zanger Keith Relf. De Yardbirds gaan nog een korte periode door als quintet met Page als bassist en Beck als gitarist. Een periode waar weinig materiaal van bestaat. Weinig fotomateriaal, en al even weinig plaatopnames. Ze zijn wel samen te zien in de film 'Blow Up' van Antonioni in een nummer, waar Beck helemaal aan het eind, zijn gitaar aan flarden slaat. Een verwijzing naar de optredens van de Who?

Nadat Beck vertrokken is krijgen we de Page periode van de Yardbirds, waarmee toch nog een album wordt inblikt. Het door Micky Most 'geproduceerde' Little Games, waarmee niemand gelukkig was. Most blijft op de hitsingle nagel hameren. Er wordt zelfs een Italiaanse singel op de markt gebracht voor een of ander songfestival.

Beck na de Yardbirds.

Beck, zit ook niet bij de pakken neer, en start met enkele 'werkloze' Londense muzikanten een nieuwe band, waarmee hij de rock in nieuwe richtingen wil sturen. Iets waarin hij ook slaagt, al zal helaas, de eer en de roem hem niet te beurt vallen. Het zal Jimmy Page zijn, die vanaf 1968, eens hij datzelfde pad kiest, wel mag smaken van de roem.

Keren we terug naar de zomer van 1967 en de Jeff Beck Group. Een groep waarvan de kern bestaat uit Jeff Beck, Ron Wood, en Rod Stewart. Stewart, toch al een tijdje bezig, komt van onder de vleugels van Long John Baldry en Steampacket en vind stilaan zijn weg als bedeesde zanger en harmonicaspeler. Steevast gekleed als een Mod, blijft al snel de bijnaam Rod the Mod hangen. Maar Most heeft het niet begrepen op zijn imago, noch op zijn te lange neus, en noch op zijn te hese bijna als een rasp klinkende stem.

Wanneer ze de studio betreden wordt het snel duidelijk dat Most in eerste instantie wil dat er hits komen, en Jeff Beck wordt min of meer gedwongen om enkele nummers te zingen. Rod wordt verbannen naar de b-kantjes van de drie singels die gemaakt worden onder de naam Jeff Beck.

Om te beginnen is er 'Hi-Ho Silverlining', dat het prachtig doet in de zomer van 1967. Later gevolgd door 'Tallymen' en 'Love is Blue'. Het laatste nummer is een instrumentale versie van het songfestival nummer waarmee Vicky scoorde voor Luxemburg. 'L'amour est Blue'. Vicky maakt later carrière onder haar volledige naam Vicky Leandros.

Jeff Beck wordt heel even een top of the Pops idool. Wie wil weten wat hij echt wou verwijzen wij, zoals reeds gezegd, naar de b-kantjes. Op de flip van Hi-Ho Silverlining belandt Beck's Bolero, een nummer dat een paar jaar eerder werd ingeblikt, door een supergroup avant la lettre. Jeff Beck, Jimmy Page, Nicky Hopkins (vaak bij de Rolling Stones), Keith Moon en John Entwistle een band om u tegen te zeggen. Deze combinatie wordt vaak omschreven als de blueprint voor Led Zeppelin, maar het mocht niet zijn. Moon en Entwistle bleven onder de vleugels van Pete Townshend bij de Who. Het was overigens Moon die vond dat het latere project van Page zou opstijgen als een Lead Zeppelin. Op 'Becks Bolero', van de hand van Page, hanteert Beck de sologitaar en Page de rhythm gitaar.

Op de b-kant van Tallymen vinden we een Jeffrey Rod compositie terug: Rock my plimsoul. Jeffrey Rod, voor alle duidelijkheid, is geen bestaande componist maar een 'nom de plume' van Stewart en Beck, waaronder ze oude bluesnummers inpikken, en van wat nieuwe woorden voorzien. Rock My Plimsoul" is niet meer of min dan hun versie van B.B. King's 'Rock Me Baby'. Het b-kantje van 'Love is Blue' kennen we als 'I've been drinking'. Ook dat is een Jeffrey Rod geval, waarin ze een oude Johnny Mercer song te lijf gaan: 'Drinking Again'.

Staan wenkt even stil bij 'Hiho Silverlining', want uiteindelijk zal de goegemeente zich vooral dit lied van Jeff Beck blijven herinneren. De song werd geschreven in de Amerikaanse brillbuilding door Scott English en Larry Weiss waar, volgens Record Collector, Micky Most een paar flarden van de nog onafgewerkte song opving. Hij zag er de hitpotentie van in, wat ook Scott English wel inzag, want English wou in feite de song voor zichzelf houden. Omdat Most echter aandrong, vervolledigde English de tekst met echte nonsens zinnen in de hoop dat Most zich zou bedenken.

Ook The Attack nam een versie van op het nummer. Wij vragen ons af, hoe die bij dit nummer verzeild raakten?

Vaak wordt de vraag gesteld of Beck nu echt 'Hi-Ho Silverlining' zo haatte dat hij het nooit meer wou spelen. Het behoort zeker niet tot zijn reguliere repertoire, en naar ons gevoel gaat hij er mee om zoals iemand omgaat met een toevallig genomen foto waaraan hij niet graag wordt herinnerd. Even bij stilstaan als het dan toch echt moet. Iets wat hij deed tijdens het A.R.M.S.(3) concert in Londen ter ere van Ronny Lane, de aan MS overleden bassist van de Small Faces. Tijdens dit A.R.M.S. concert traden een plejade van muzikanten aan, die twee dingen gemeen hadden. Hun liefde voor Ronny Lane, en hun connecties die ze smeedden in de kleedkamers van enkele Londense rockclubs. Ook voor het eerst samen op een podium: Beck, Page en Clapton, om maar iets te zeggen. Verder maakten ook Steve Winwood, Andy Fairweather Low, Bill Wyman, Kenney Jones and Charlie Watts deel uit van de band in Londen. Tijdens het Londense A.R.M.S. Concert zingt Beck op een gegeven ogenblik dan toch 'Hi-Ho Silverlining'. Echt geen hoogstandje, maar wel warm onthaald.

De 'A.R.M.S. groep' zal later nog een toernee door de States maken, met enkele wijzigingen in de bezetting. Winwood is er niet bij, Joe Cocker dan weer wel. Tijdens de Amerikaanse toer langs een negental zalen treden Page en Paul Rodgers van Bad Company voor het eerst samen op. Dit zal kort daarna leidden tot het met een kort leven beschoren project 'The Firm' dat toch voor twee lp's zorgt, die in geen enkele collectie van een rechtgeaarde Page fan mogen ontbreken. Hun laatste concert in Wembley werd behoorlijk knap 'gebootlegged'. De verdere solocarrière van Page is echt niet zo uitgebreid als wat men van hem zou kunnen verwachten. Mogelijks voegt hij er in 2016 toch nog iets aan toe?

Jeff Beck is echter geen bandleider. Hij is teveel een solo performer die graag flirt met verschillende muziekstijlen (altijd prominent op gitaar) en die zich dikwijls omringt met jong talent. Narada Michael Walden, Tal Wilkenfeld op bas, en de ritmesectie, Tim Bogert en Carmen Appice, van wat ooit Vanilla Fudge was, zijn slechts enkele namen. Heel af en toe dook ook Wood en Stewart nog wel eens op, maar bijv. Bij een toernee door de States met Stewart liet Beck het al na enkele optredens van de tournee afweten. De droom van Rod Stewart om nog ooit eens de hort op te trekken met en de Jeff Beck Group en de Faces samen zou wel eens een ijdele hoop kunnen blijken.

De Jeff Beck Group brengt twee albums, 'Truth' en 'Beck-Ola', uit die mogen gelden als blueprints van wat we vandaag classic rock noemen. Wat daarna volgt werd met verschillende bezettingen opgenomen en haalt nooit meer het niveau van die eerste twee platen. Tot in 1975 na wat stille jaren zijn carrière plots een boost krijgt. Hij neemt twee platen op samen met producer George Martin van de Beatles, waarbij hij o.a. het Beatles nummer 'She's a Woman' covered. De platen laten een volwassener geluid horen, dankzij de cross-over geluiden uit de jazzscene. Beck werkt mee aan enkele nummers van Stevie Wonder, maar zit zelf niet op de plaat van Wonder. Wel covered hij zelf 'Superstition' en plaatst het op zijn eigen album.

De 'echte' gitaarsound was dan wel weer helemaal terug op het album 'Jeff Beck's Guitarshop'.

In de tussenliggende jaren produceerde hij werk dat aanleunde bij de nieuwe dance rage in Engeland en Ibiza door snoeihard 'blockrocking beats' a la Chemical Brothers te brengen op de albums 'Jeff' 'You had it coming' en 'Who Else!'.

Beck komen we vaak tegen als 'hired hand' op een serie platen die, om ze hier allemaal te noemen ons te ver zou leiden. Via het internet (4) zijn er verschillende lijsten te raadplegen waarop je tot in detail vind naar welke nummers en albums je zeker moet uitkijken. We noemen hier slechts enkele: Mick Jagger en 'Primitive Cool', 'Red Shoes' van Kate Bush, Roger Waters van Pink Floyd op zijn soloplaat 'Amused to Death', en Paul Rodgers van Bad Company op zijn tribute plaat voor Muddy Waters.


Jeff Beck is ook niet te verlegen om zijn bewondering voor zijn eigen helden naar buiten te brengen. Cliff Gallup, de gitarist op 'Be bop a lula' van Gene Vincent, krijgt als eerste een eerbetoon via een compleet aan hem opgedragen plaat. Later doet hij het nog eens over met een album en een DVD ter ere van Les Paul, de uitvinder van, jawel, de Les Paul gitaren.

Enkele jaren geleden zagen we Jeff Beck aan het werk, met Wilkenfeld, tijdens een concert op Blues Peer, en het moet gezegd, hij kreeg er nogal wat kritiek te slikken, vanwege: 'toch geen echte bluesgitarist' en 'te technisch'. Een overigens schitterend concert waar hij o.a. 'A day in the life' bracht, alweer een eerbetoon, deze keer aan zowel John Lennon als aan producer George Martin. Overigens ook op diezelfde Peer affiche: John Mayall en Roger McGuinn. Peer wou dat jaar wat breder afficheren en slaagde er volgens ons ook in, want wij waren er voor het eerst op bezoek. Steeds weer vernieuwend doet hij enkele jaren later de AB aan, met alweer enkele andere muzikanten.

Af en toe vinden we hem ook terug in de gespecialiseerde rockpers, vaak samen met Page, waar dan weer een of andere nieuwbakken journalist probeert te doorgronden wat de twee al die jaren scheidde. Het is een bekend gegeven dat Beck niet gelukkig was toen hij voor het eerst 'You Shook Me' hoorde, een blues klassieker die hij opnam voor de eerste Jeff Beck LP, 'Truth', en waarvan hij moest vaststellen dat Page hetzelfde nummer op de eerste Zep had neergepoot. En we weten met zijn allen voor welke versie de goegemeente heeft gekozen. Journalisten zien er vaak het niet uit de startblokken geraken in van de Jeff Beck Group. Zelf denken we dat dit eerder ligt aan het wispelturige karakter van Beck. En net dit karakter heeft er voor gezorgd dat hij nog in zeer goede doen is, de jetset van de rock altijd geschuwd heeft, en een ongelofelijk divers repertoire heeft bijeen gespeeld. Beck blijft steeds zichzelf. Het is al meerdere keren voorgekomen dat hij er midden in een toernee waaraan hij meewerkt plots de brui aangeeft. Stewart kan er van meespreken. Zou het kunnen dat Beck ook moeilijk nee kan zeggen tegen eender welk nieuw project? Al te vaak lees je dat hij weer met deze of gene in zee is gegaan en ergens in een opnamestudio zit. Later hoor je er dan totaal niets meer over. Wat we van Jeff Beck de laatste tien jaar zagen verschijnen is dermate gevarieerd en interessant, dat wij hem nog lang niet afschrijven. Voor 'Emotions and commotions' omringde hij zich door een heus orkest, en ging hij nummers als 'Nessun Dorma' te lijf. Tussendoor liet hij voldoende livemateriaal op de goegemeente los, om alle bootleggers voor eeuwig het zwijgen op te leggen. Eerst was er het uit 2007 daterende 'Live at Ronny Scotts', opgenomen op de avond dat Led Zeppelin in de O2 zou spelen, ware het niet dat Jimmy Page in zijn donkere tuin 'over iets struikelde' en zijn vinger bezeerde en daardoor voor enkele weken buiten strijd was. Een voorval, dat wij nog altijd als een godsgeschenk uit de hemel beschouwen, want dankzij de verstuikte vinger van Page bleek er plots een ticket op overschot voor ondergetekende voor het naar december verschoven concert. Recenter kregen we Live+.

Jeff Beck in 2016

In juli 2016 verschijnt een nieuw studioalbum, waarop Jeff Beck de vocalen overlaat aan alweer een nieuwe jongedame waarop hij werd attent gemaakt tijdens een of andere viering waar hij even niet buiten kon.

Rolling Stone kondigde in mei het album als volgt aan: 'Jeff Beck zal deze zomer, na zes jaar zijn eerste nieuw album uitbrengen, Loud Hailer - genoemd naar een ander woord voor megafoon. De plaat bestaat uit 11 nummers gaande van funk, elektronische muziek, soul en blues met de nadruk op gezongen nummers. De plaat verschijnt op 15 juli, digitaal, op vinyl en op CD.'

De staff van Guitarworld postte ondermeer het volgende:

Op Jeff Beck's nieuwe studioplaat, zijn eerste in zes jaar, combineert de gitarist vloeiend fretwerk, met actuele songteksten, om een sterk statement te maken over alles gaande van de liefde voor kracht tot de kracht van de liefde.

.... een album dat niet bang is om zijn gedacht te zeggen.

De tot tweemaal toe opgenomen in de Rock en Roll Hall of Famer legt uit: 'Ik wou een statement maken over enkele smerige dingen, die ik in de wereld van vandaag zie, en ik hield van het idee om bij een bijeenkomst te zijn en dit luid apparaat te gebruiken om mijn mening te spuien.'

En om dit doel te bereiken omringde Beck zich met twee Londense jongedames: Rosie Bones van de band Bones en Carmen Vandenberg. Beck leerde Vandenberg kennen op het verjaardagsfeestje van Roger Taylor, de drummer van Queen. Zij nodigden hem uit om naar een van hun optredens te komen kijken, en daarover vertelt hij dat hij gewoonweg was weggeblazen.

Een en ander leidde er toe dat ze samen kwamen en in een paar dagen reeds enkele nummers hadden geschreven.

Hij gebruikte zelfs de producer van het duo: Filippo Cimatti. Deze laatste zorgde dan nog voor een drummer en bassist: Davide Sollazzi en Giovanni Pallotti.

Rosie Bones zingt op negen van de 11 nummers, en zoveel stemgeluid zijn we niet gewoon op een Beckplaat. En dat zul je geweten hebben, al van bij het eerste nummer, 'The Revolution will be Televised' worden ook wij letterlijk en figuurlijk weggeblazen. Enkel op 'Pull It' en 'Edna' krijgen we een als vanouds instrumentale Jeff Beck te horen. Zingen is echt niet aan hem besteed.

Bij Consequence Of Sound ( http://consequenceofsound.net/2016/07/album-review-jeff-beck-loud-hailer/ ) lezen we dat: 'Het krediet dat de 72 jaar oude gitarist krijgt voor dit album verdient, is echter niet enkel te wijten aan zijn voortbestaan. Loud Hailer voelt als het product van iemand die vooral een eigentijdse plaat wou maken , iemand die veel aandacht aan de geluiden van de moderne muziek en willen geven dat Het krediet dat de 72 -jarige gitarist verdient voor dit album , is echter niet te wijten aan zijn voortbestaan. ​​Loud Hailer voelt als het product van iemand die een eigentijdse plaat wou maken, iemand die veel aandacht besteed aan het geluid van de moderne muziek, en dat wil reflecteren in zijn eigen werk . Voor het grootste deel, bereikt Beck dit verheven doel met een botheid en politieke ijver en markeert het als een ongebruikelijke maar welkome episode in zijn discografie.

De meest directe sensatie die Loud Hailer biedt, is hoe lelijk een heleboel wel is. Beck en zijn nieuwe rhythm gitariste Carmen Vandenberg voeden hun instrumenten via een cluster van effectpedalen die over het geheel een discrepantie en modderigheid toevoegen. De neergaande melodie waarop "Pull It" drijft klinkt als het toerental van de motor van een scooter wanhopig op zoek naar een uptuning, en de solo's in het razende " Right Now " roepen het beeld op van een zwerm boze insecten.'

In 'The Balad of the Jersey Wives' en 'Thugs Club' denken we verwijzingen te ontwaren naar 9/11, George W. Bush en alle mogelijke complottheorieën. 'Consequence Of Sound' schrijver vraagt zich af waarop dit allemaal nog slaat nu vijftien jaar later. Volgens Beck, in een recent interview, zijn er nog teveel onopgeloste vragen.

Stan van der Lught schrijft in bluesmagazine.nl wat volgt: enkele zinsneden uit het artikel.

Ditmaal geen jazzrock, fusion of experimenten met techno maar een modern rock album waarbij gebruik van beats niet worden geschuwd....

Hoewel Jeff Beck al jaren allergisch is om samen te werken met vocalisten is er nu toch een zangeres ingehuurd in de persoon van Rosie Bones.....

Jeff Beck is bewogen met de toestand van de wereld en dat horen we terug in de songteksten die o.a. gaan over de uitzichtloosheid van oorlog, de absurditeit van reality-tv en kinder welzijn. Maar laten we het eens over de muziek hebben.

Naast al het sonische geweld neemt Jeff Beck ook gas terug. Scared For The Children is een fraaie ballad, waarin een klein stukje Little Wing is in verwerkt. De melodie en het gitaargeluid in Shame lijken wel erg op die in Santo & Johnny’s Sleepwalk. Een mooi eerbetoon aan deze klassieker.

Van der Lugt concludeert:

De onverwachte samenwerking met Rosie en Carmen pakt erg goed uit. Er is chemie en blijkbaar werken de dames als een katalysator op de 72-jarige meester. Het album bevat pakkende en levendige songs gedragen door het spel van Jeff Beck die de meest kekke en gevarieerde geluiden uit zijn gitaar weet te persen. Guitar World kan toch tevreden zijn.

Jan Vollaard van NRC vind dan weer ...dat Beck niet veel meer heeft te bewijzen, behalve het omhooghouden van zijn reputatie als stergitarist. Des te verrassender is het dat hij op Loud Hailer de samenwerking aangaat met het Londense duo Bones, twee brutale meiden die Becks muziek een jeugdige garagerockinjectie geven. Terwijl zangeres Rosie Bones haar stoere Cockney-accent praktiseert, neemt de oude Yardbird als gewoonlijk alle ruimte om er ongebreideld op los te riffen en soleren. Dat klinkt het best als er een bluesgevoel in het spel is, in de ballade ‘Shame’ en het stevig beukende ‘Live in the dark’. Al die nieuwgewonnen ruigheid geeft Beck een fris perspectief om met zijn fabelachtige gitaartechniek te pronken.

Andy Gill geeft in The Independent 3 van de 5 sterren aan Loud Healer.

Er is een reden waarom Jeff Beck 's werelds meest geprezen levende gitarist blijft, net zo messcherp en gevoelig hier als zijn gefloreerd stunt - gitaarwerk waarmee hij naam maakte . Het is omdat zelfs op zijn 72, in plaats van te verglijden in de dotatie uit zijn oude verleden, hij voortdurend op zoek gaat naar nieuw bloed, vaker zijn dit wel dan niet jonge vrouwelijke virtuozen , die hem nog verder kunnen duwen . Hier staan, gitarist Carmen Vandenberg en zangeres Rosie Bones ​​klaar om de focus op de gitaar geluiden uit Beck's woordenschat te leggen - afwisselend grommend als een auto motor , scherven versplinterend, en kreunend als een huilend zeemonster. Er is genoeg diepgaande funk-metal op Loud Hailer, maar het opvallendste stuk is " Scared For The Children ", waar Beck's solo climax de delicate, extatische kwaliteit heeft van Hendrix 's " Little Wing".

Ook Jason Shadrick sleept er Hendrix bij in Premierguitar, waar hij al direct met de deur in huis valt: “This shit is real, baby.”

Jeff Beck speelt een gitaarstukje dat tot het beste uit zijn leven behoort. Hij staat boven aan de top, en niemand komt in zijn buurt.

Wat tot de verbeelding spreekt is dat Beck op dit album dingen speelt, waarvan je je moeilijk kan voorstellen dat hij daar vier of vijf jaar geleden mee zou hebben uitgepakt. Hij breekt "Thugs Club" open met een vervormde rubato intro, duikt in een verslavend funky ritme en een adembenemende solo op 1:25, waar ik verschillende keren naar moest luisteren vooraleer tot hetzelfde besluit te komen als na het beluisteren van zovele Beck solo's: "Hoe doet hij dat?"

Beck horen klikken op zijn wah, terwijl hij zijn innerlijke Hendrix loslaat op "Right Now" is een lokroep naar zijn fans van de zes snaren. En zij die, voor de goede reden, verhangen zijn aan elke whammy flutter en bend zullen niet teleurgesteld zijn met Beck's terugkeer naar een meer artistiek pop-beïnvloede playlist.

Tussen elke strofe van Rosie's teksten, piekt de piepende feedback om zich heen en kadert deze stamper in als een verplicht nummer voor zijn komende toernee. Dit vraagt zo naar een duizendkoppige menigte die de vuisten ballend in de lucht meezingt.

Besluit:

Dat Jeff Beck geen grote zanger is of nog ooit zal worden staat buiten kijf, en of we hem nog ooit zelf zullen horen zingen, valt te betwijfelen. We zullen het ten eeuwigen dage moeten doen met Tallyman en Hiho Silverlining, de twee nummers die Mickie Most hem verplichtte te zingen, nu bijna 50 jaar geleden. Wie zich wil overtuigen begeeft zich best op 25 oktober richting Koninklijk Circus, waar Jeff Beck zal te aanschouwen zijn, met begeleiding van zijn nieuwste jonge grut.

Loud Hailer Track Listing

1. “The Revolution Will Be Televised”

2. “Live in the Dark”

3. “Pull It”

4. “Thugs Club”

5. “Scared for the Children”

6. “Right Now”

7. “Shame”

8. “Edna”

9. “The Ballad of the Jersey Wives”

10. “O.I.L.”

11. “Shrine”.

----------

(1)Beano album omdat op de hoesfoto Clapton een strip uit de Beano reeks zit te lezen.

(2)Led Zeppelin werkte onder de naam New Yardbirds de nog resterende contracten af van de oude Yardbirds. Page werd eigenaar van de naam, in tegenstelling tot de andere ex-leden die jaren later toch blijven opereren onder de naam Yardbirds.

(3)A.R.M.S. Staat voor Action into Research for Multiple Sclerosis. In september 1983 had in de Londense Royal Albert Hall een concert plaats onder de naam The Ronnie Lane Appeal for ARMS.

(4) Intressante discography: http://www.ainian.com/disc.html





  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post153

Een mei viering: Heist-Op-Den-Berg 2015

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 17 May, 2015 19:18

Platenbeurzen, een traditie.
Bon, 1 mei staat voor de dag van de Arbeid, met een hoofdletter werd mij altijd al geleerd. De dag waarop de Internationale hoort gezongen te worden, en je even opzij moet voor optochten met rode vlaggen. Niets van dat alles heb ik noch gezien, noch gehoord. Veranderen de tijden?

Toegegeven ik heb er ook niet echt naar gezocht.

Traditioneel wordt er te Heist-Op-Den-Berg op 1 november en 1 mei een platenbeurs georganiseerd. Te Heist mag men de initiatiefnemers gerust pioniers noemen voor wat betreft het op poten zetten van dergelijke evenementen. Het mag gezegd, het is en blijft nog steeds een succes. Al stonden deze keer, op een aantal plaatsen, de kramen van de standhouders toch wat verder uit elkaar. Een van mijn favoriete Engelse standhouders (vnl. omdat hij behoorlijk veel CD's dumpt) ontbrak. Een andere Engelsman die steeds verkoopt volgens het systeem 1 pond is 1 euro, stond toch wel even aan de klaagmuur. "Er bestaat een oplossing voor jouw probleem", probeerde ik vriendelijk wat te helpen. "Drop the pound, and join the euro." Hij lachte wat schaapachtig, en schudde toch heftig met zijn hoofd, waaruit ik mocht concluderen, dat de switch er bij de doorsnee Engelsman voorlopig nog niet inzit. Overigens zullen ook vakanties naar Wales, wat duurder uitvallen....

Platenbeurzen lopen weer helemaal warm voor vinyl. Het lijkt alsof de standhouders hun indertijd volgestouwde kelders en zolders weer helemaal leeg hebben gemaakt. Terloops hebben ze zelfs de prijzen wat aangepast, voornamelijk richting hemel.... was iets anders wat mij opviel. Daardoor was het dit jaar wat rustiger aan de enkele stands die toch nog bij de zilveren ceedeetjes zweren. Vinyl is aan mij zeker besteed, maar dan wel tegen kringloopprijzen. Pal bij de uitgang, het was intussen halftwee geworden, en de maag begon vervaarlijk te grommen, nog snel wat vinyl aan een euro per stuk meegenomen. 'Fats Domino live in New-York', twee steengoede verzamelaars, waarvan eentje op Stax en een andere op Atlantic, en om af te ronden 'Camel Live' een dubbelaar waarop ze o.a. The Snowgoose live uitvoeren samen met het Londen Philarmonic. Rond deze tijd verscheen trouwens een speciaal nummer van Progmusic voor een groot deel geweidt aan de Canterburry scene en Camel's Snowgoose.

De overgrote vangst bestond dit keer uit 19, jawel negentien, ceedeetjes. Teveel om op te lijsten, maar toch een kleine greep uit al dit moois:

'Jethro Tull Live' op het Isle of Wight festival. Ik heb iets met liveplaten. De technische kwaliteit mag dan af en toe wat lager liggen, je krijgt er dan weer dat echte pure voor terug. Bands mogen af en toe wel laten zien wat ze in hun mars hebben. Al dan niet opgesmukt met de nodige overdubs.

'Chic Live' in het Budokan theater in Japan, met assistentie van Slash, en de gezusters Sledge. Dansmuziek van het zuiverste water. Dit moeten ook tal van blanke artieisten gedacht hebben toen ze indertijd met het duo Nile Rodgers/Bernard Rhodes gingen samenwerken. Overigens toch alweer een Atlantic label band.

Twee schijfjes, die wat muzikaliteit betreft elkaar overlappen. Eentje van Georgie Fame met assistentie van Van Morrison, 'Cool Blues', en eentje waarop hetzelfde duo, maar nu Van Morrison met assistentie van Fame de nummers brengt, 'How long has this been going on'. 'John Mayall live in 69'. 'Black Coffee' van Al Kooper, gewoon gekocht om te ontdekken, en ik kan zeggen dat dit een zeer geslaagde ontdekking werd. Met een inlegboekje waarin Andrew Loog Oldham, of all people, het levensverhaal van Kooper schetst. Ook al om te ontdekken, een ceedeetje, met hoesje uitgevoerd in het wit, compleet met volgnummer er op, 'The Blues White Album'. Heeft u hem. Yep het witte album van de Beatles gedeeltelijk gecovered door ondermeer Chris Duarte, Maria Muldaur, Joe Louis Walker. Het betreft niet het complete album, maar toch verassend tref je er 'Ob-la-di, Ob-la-da' op aan, naast bijv. 'Don't pass me by' en 'Why don't we do it in the road'. Toch uitkijken naar 'Revolution', 'Yer Blues', 'While my guitar gently weeps' en 'I'm so tired', nummers die de blues al sowieso in zich hadden.

U verwacht het misschien niet, maar toch de als dubbel cd uitgevoerde en geremasterde versie van 'The Lamb lies down on Broadway', van Genesis. Genesis is eigenlijk nooit ons kopje thee geweest. Maar deze, toen nog met Peter Gabriel, kan ik wel iedereen, die er vroeger in een boogje omheen liep, aanbevelen. Long live progressive rock.... En overigens opgenomen in Wales. Dus alleen al daarom. :-)

'Out of our heads' in de UK versie van de Stones, ontbrak nog in het rijtje van al veel te lang ontbrekende Stonesplaten uit de sixties in mijn discotheek.

Prachtige vondst was zeker ook deze van de onlangs overleden Duffy Power: 'Leapers and Sleepers'. Ik probeer Power, facebookgewijze dan toch, regelmatig onder de aandacht te brengen. Dit was een van de essentiele namen in het Londense R&B circuit van begin jaren zestig, die helaas nooit aan de oppervlakte verscheen, in tegenstelling tot bijv. Baldry en Farlowe. Power was een zanger die regelmatig optrad met o.a. Graham Bond, Alexis Korner, enz... Zo tref ik op deze overzichtcd op RKM, o.a. Little Boy Blue aan met begeleiding van, Baker en Bruce. Het dichtst bij enige naambekendheid raakte hij ooit met zijn cover van het Lennon-McCartney nummer, 'I saw Her Standing There'. Er staan twee versies van het nummer op deze CD. Een eerste met de Graham Bond band, met als toenmalige gitarist John McLaughlin. Een versie waar de Beatles niet echt happy mee waren omdat het wat te jazzy klonk. Een maand later blikten ze een nieuwe versie in, maar McLaughlin kon er niet bij zijn en als gitarist fungeerde toen Big Jim Sullivan, die uiteindelijk in de finale mix compleet samen gemixed werd met de orgelpartij, en daardoor quasi onhoorbaar is. Althans dat is toch wat Duffy Power vertelde ten tijde van de samenstelling van deze overzichtcd.

Binnen mijn kleine project: 'ik koop alles wat ik vind van Roy Harper', kon ik vandaag 'Come out fighting Ghengis Smith' op de kop tikken. Een plaat origineel uit 1967, hier aangevuld met twee tracks uit 69 van het album Folkjokeopus, en verder twee nummers ooit verschenen op een singeltje in 67, een drietal nummers uit BBC sessions, waaronder o.a. Top Gear en de John Peelshows. Alweer een ontdekkingstocht. Op de binnenzijde van het inlegboekje, een foto van vermoedelijk de achterflap van de originele hoes, met een tekst van Bert Jansch. Jansch eindigt met '... Reap in the harvest of Heave, stand flowered in petals of silver, and dressed in song you shall hear music and dance naked on the grass'. Hoe zit het nu eigenlijk, op de dag van vandaag, met Harper?

Op de terugweg maak ik een ommetje via Scherpenheuvel.....

Scherpenheuvel mag dan een bedevaartsoord zijn, er gebeuren ook nog doordeweekse dingen, zoals bijv. een garageverkoop.... ceedeetjes aan 1 euro per stuk. Daar kan geen muziekliefhebber langs lopen zonder... Juist ja: de volgende vier aan de buit van deze namiddag toegevoegd. Elvin Bisschop, Terry Reid, de Pretenders en Taj Mahal. Het had slechter gekund.

Die ochtend tijdens de autorit, radio1, in de lucht, luisterend naar de Top 100, meldde al snel een luisteraar, dat zijn buurman Camiel D. de radio zo hard had aanstaan, dat aan meegenieten niet te ontsnappen viel. Music For Ever, dus toch.....



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post125

25 september 1980 - koeien en stieren

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 26 Sep, 2014 13:11

25 september 1980. Het kan eind september nog behoorlijk prachtig weer zijn. Zo moet het ook geweest zijn toen “de Beast” ergens op het Engelse platteland in de buurt van Kidderminster afscheid nam van zijn stieren en koeien, en van Pat. Goesting, om het met een populair Vlaams woord te zeggen, ontbrak. Hij zag het echt niet zitten om dit stukje paradijs op aarde, want dat was, en nog steeds, is het. Dat men hem de 'beast' noemde, daar had hij zelf voor gezorgd, of toch zeker de journalisten, die maar wat graag op sensatie uit waren. Thuis was hij den boer, die zich, botten aan, ledig hield met zijn beesten, en zijn tractoren. Dankzij zijn verbeterd inkomen stonden er in die dagen op The Old Hyde, zoals de boerderij heette, ook enkele prachtexemplaren van sportauto’s. Zeg maar het speelgoed van de wat eigenzinnige trommelaar. Hij had er voor gezorgd, dat het hanteren van drumsticks was geëvolueerd van wat roffelen op popplaatjes, tot een heuse kunst binnen het rockmilieu. Dat was zijn kunst. Van de rest moest je hem niet te veel vragen. Legendarisch is het interview, waar de reporter hem een bladvullende vraag stelt, en hij antwoordt met een bedacht: “Yes”. Dat was hem ten voeten uit. Den boer die zich stierlijk verveelde mijlenver van huis tijdens alweer een Amerikaanse tournee. Logisch dat de in de entourage verkerende "kameraden" die zich ook stierlijk verveelden elkaar vonden en de meest waanzinnige grappen uithaalden. Tot nog toe vaak beschreven, al heeft geen enkele insider tot op heden, ook maar de minste joke bevestigt. Het blijft gissen wat indianenverhaal was en wat niet.

Tussen de lijnen door valt wel op te maken dat de kermis in feite al eindigde eind 1974. Het moet toen hard aangekomen zijn voor de boer uit de streek van Kidderminster, wanneer hij te horen kreeg, dat hij voorlopig niet terug naar huis zou kunnen vanwege "taks redenen”. De band kon niet anders dan vakantie nemen en vooral geld spenderen, want anders zou dit toch door de Britse fiscus afgeroomd worden. Plant huurde een auto en nam vakantie op de Griekse eilanden. Wat hem bijna het leven kostte, toen het autootje van de weg belandde. Hij zal via de Engelse entourage uiteindelijk in een hospitaal op Jersey belanden. Page zwierf door Indië en Marokko, en God weet waar nog op de wereld. Van Jones weten we niet zoveel over zijn privé leven. Bonzo moet zich serieus verveeld hebben in Zwisterland. Bonzo's Montreux stamt uit die dagen.

1975 bracht nog het summum aan plaatwerk uit hun carrière, maar toch. Teveel materiaal voor een plaat en te weinig voor twee, wat leidde tot het aanvullen met leftovers uit vroeger dagen, en spielereien als Boogie with Stu met Rolling Stone van het eerste uur Ian Stewart.

Plant krijgt naderhand nog wat meer te verteren, met het verlies van Karac zijn zoontje, die een virus oploopt en niet te redden valt.

Zeppelin toert nadien veel minder, maakt platen van toch iets mindere kwaliteit, al zullen er op de twee platen na 75 nog heerlijke stukken verschijnen. Fans fronsen de wenkbrauwen wanneer ze horen dat een plaat opgenomen wordt in de Polar studios in Zweden, van uitgerekend Abba. Is dit nog de real thing?

Twee keer treden ze tijdens de zomer van 79 op tijdens het overbekende Knebworth festival. Organisator Freddie Bannister houdt er een stevige kater aan over. Het is waarschijnlijk de laatste superdeal die manager Peter Grant had uitgewerkt, en waar zoals gewoonlijk geen speld was tussen te krijgen. Bannister scheurde er wel zijn broek aan, en er zouden de komende 30 jaar geen Knebworth festivals meer plaatsgrijpen.

In 80 (juni/juli) wordt nog getoerd door Europa, waarbij Duitsland en ook Vorst Nationaal wordt aangedaan. De Beast is er zwaarder op geworden, draagt een witte overall en een zwarte bolhoed. Hij lijkt weggelopen uit de film: A Clockwork Orange.

Naar alle waarschijnlijkheid maakte Bonzo in 1980 mee, wat Robert Plant nu al zeven jaar meemaakt. Hoe stap je uit Led Zeppelin? Hoe maak je Jimmy Page diets dat het voorbij is? Hoe vertel je iemand dat het sprookje moet ophouden, en dat je liever op je tractor rijdt en tussen je koeien loopt, dan weer eens op een Amerikaans podium een bende idioten vermaken. Hoe vul je de gaten op tussen de ellenlang uitgesponnen nummers waar vriend Page minutenlang soleert? En de nieuwere nummers, geef toe, dat was toch niet meer hetzelfde.

En dan komt dat telefoontje ergens in september 1980. Pak je kit, zak af naar Londen. We komen samen bij Jimmy, en gaan repeteren voor een volgende Amerikaanse tournee. Ik kan mij voorstellen dat Bonzo die dagen, en zeker de dag van de trip naar Londen verschillende keren voor zichzelf heeft uitgemaakt wat hij zou zeggen: "Jim, ik stop. Ik ga terug naar mijn koeien. Zoek het maar uit." Terwijl hij mogelijks dacht. “Ik wil niet eindigen zoals Moon the Loon van die andere grootse rockband in de wereld.”

Wie zal het zeggen? Wat we weten is dat hij tijdens de trip naar Londen vanuit het rustige Ruschok, verschillende keren halt heeft gehouden. En dat was niet om een cola tegen de dorst te nuttigen. Neen, viervoudige vodka's waren het die achterover werden geslagen. Moed indrinken?

foto: Eddy De Saedeleer

Wie zal het zeggen? Bonzo zal allicht nooit gedacht hebben dat hij zo snel weer in Ruschok zou terugkeren. Boven op de heuvel, in de schaduw van het kerkje, waar nog steeds eeuwige rust heerst. Ook al komen er mensen uit de hele wereld, om drumsticks neer te leggen als een eerbetoon.

25 September 1980, the day the music died, again.





  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post116

Was het nu 8 of 9 december?

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 08 Dec, 2010 22:10

Was het nu 8 of 9 december?

In John Lennon’s leven speelde zich heel wat af rond het cijfer negen. Geboren op 9 oktober 1940. Hij schreef een nummer #9 dream. Ook Revolution Number Nine was van zijn hand. Jarenlang was voor ons, aan deze kant van de grote plas, 9 december de fatale dag. Enkele uren na middernacht hier, nog maar pas elf uur ’s avonds in New York, liep het fataal af, nadat ‘een fan’ hem voor de Dakotabuilding neerschoot.

Het verhaal is bekend. En Lennon verdient blijvende aandacht. Dus zeker niet enkel vandaag. Dag waarop een aantal pipo’s mogen opdraven in allerlei programma’s om nog maar eens te vertellen: “Hoe geniaal Lennon toch wel was.” Men vergeet wel eens dat men zijn laatste plaat uit 1980 (zijn comeback) gewoon de grond inschreef. Want die bitch had er toch wel weer aan meegewerkt en had zelfs de helft van de songs voor haar rekening genomen. Verder gezeur over zijn jongste zoon. Kortom melig. Dat was wat men schreef over Lennon enkele maanden voor zijn dood. Sterven was dan ook het beste wat hij kon doen om zijn carriere een nieuwe boost te geven. Triestig maar het is de naakte waarheid.

Wie van Lennon hield, zal dat wel blijven doen. En de radio in Vlaanderen houdt helemaal niet van Lennon. Dat is ook een waarheid als een koe.

Wat mij vandaag opviel was ondermeer het feit dat reeds wat schoolgaande jeugd bij het zien van zijn foto, echt niet wist over wie men het had. Schuld van de media. Mea culpa.

En dan zoals reeds gesteld pipo’s die komen vertellen dat McCartney een halve lp klaarstoomde, er mee bij Lennon aankwam en die schudde dan in twee dagen de rest van de songs zo uit zijn mouw. Dat zal wel....waarom bestaan er van Lennon’s werk zoveel demo’s? Waarom zoveel takes, zowel solo als met De Beatles, van zijn nummers? Ook Lennon wrocht op zijn songs, wees daar maar zeker van.

Verwaarloosd door zijn moeder en zelfs door zijn tante...qué?

Naast Blaute, Leyers en nu dus ook Kloot PerW loopt er in België nog een zelfverklaarde kenner rond van de Beatles en de Stones, die we hier op de radio niet tegenkomen, maar die bij Classic 21 om de haverklap wordt voor de microfoon gehaald. Johan Ral werkte een tijdje bij de VRT als nieuwslezer meen ik mij te herinneren, werkte ook een blauwe maandag bij de Kredietbank en is nu actief als adviseur in bedrijfscommunicatie. Op facebook kan je hem vinden via de link:

Al bij al vind ik hem peroonlijk nog de best geplaatste om commentaar te geven wanneer er weer eens een nieuwe Beatlesbox of Lennon box verschijnt. Ere wie ere toekomt.

Maar wie van Lennon’s jeugd iets meer wil begrijpen kan maar beter zelf in Liverpool een kijkje gaan nemen. Wij deden dit reeds herhaalde keren en recent nog in 2008 en 2009.

Foto’s van deze trips kan je bekijken op fotos.sadeler.be

PS. Lennon is 30 jaar dood, en nog springlevend. Dit in tegenstelling tot John Bonham die sedert 25 september OOK dertig jaar dood is, maar blijkbaar zeer onbekend en onbemind is, in onze media. Shame on them.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post68

Vandaag 41 jaar geleden.

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 03 Jul, 2010 11:51

Vandaag op 3 juli 1969 is het precies 41 jaar geleden, dat Brian Jones verdronk in zijn zwembad. Niemand weet tot op de dag van vandaag de echte oorzaak.

Lees er mer over op: deze link

Vooral de laatste paragraaf van dit artikel laat zien dat er "fans" zijn in alle soorten.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post60

Classics op radio 1

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 03 May, 2010 00:10
Stomverbaasd was ik dat Zep het heeft gehaald. Faaaantaaastisch alleszins. Maar waar bleef Whole lotta love? Klassiekers uit de 60's waren er te weinig of waren te laag genoteerd. Deze muziek komt te weinig, wat zeg ik, veel te weinig aan bod op de radio....laat dit een les zijn voor de radio 1 bonzen...wij willen meer en betere muziek op de radio. Wij willen niet langer de unserved audience blijven.
Dat er zoveel nummers niet werden gestemd door de luisteraars heeft daar alles mee te maken...ze worden gewist in het collectieve geheugen (Layla bijv.). Een tijdje geleden tikte ik nog een CD op de kop met meer dan twintig verschillende versies (ook verschillende stijlen) op de kop van Stairway...Het beste bewijs dat dit een nummer 1 waard is. De versie in december 2007 in Londen was overigens ook subliem, zeker vanop de eerste rij.....Goe bezig...probeer nog te verbeteren.....

  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post56

Roy Buchanan, onderschat talent.

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 04 Feb, 2010 20:53

Dit is een 'nog tegoed' artikeltje, wat mooi aansluit bij ons jaaroverzicht van 2009. Roy's platen en cd overzicht.

Roy Buchanan, daar willen we het vandaag toch wel even over hebben. Ik fiets deze namiddag met Sweet Dreams van Buchanan langs de Schelde. Trouwens op deze 12e oktober nogsteeds heerlijk terrasweer. Het loopt naar vier uur en toch voelt het flauwe herfstzonnetje nog lekker warm aan. Dit in tegenstelling alweer tot wat we gisteren voorgeschoteld kregen: regenvlagen. En dus uitgelezen weertje om zeker de voormiddag te verdoen in Aalst in de Sint-Annazaal op de platenbeurs. Mijn vooropgezet doel heb ik alweer niet bereikt. Het vinden van die tweede Firm lp of cd. Dat maakt niet zoveel uit, al schrok ik toch wel even van het: "Jamais entendu" van een franstalige verkoper die dan nog uitgerekend samen met Collignon achter een stand stond. "Certainement un trou dans votre culture, mon cher ami". Dus ook deze keer maar opgegeven. Hopelijk meer geluk in Heist op 1 november. Wij zochten enkele kramen uit, waar het heerlijk grasduinen werd. Eerst door een resem lp's uit lang vervlogen tijden. En zie daar waar je soms jaren naar zoekt vind je plots in overvloed, eens je het hebt gekocht. Ooit, na lang zoeken duikelde plots "Fill your head with rock" op in een onooglijk platenwinkeltje in Hay-on-Wey in Wales. En zie nu tref ik deze dubbelaar van CBS hier twee keer kort na elkaar aan. Wanneer je weet dat we op zoek zijn naar materiaal van Sonny Boy Williamson (de tweede), dan is het vinden van de LP Sonny Boy Williamson and the Animals voor goed 12 euro reeds een mooie score. Het betreft hier overigens dezelfde periode van toen hij speelde met o.a. de Yardbirds in de club van Gomelski. Deze staat vermeld als producer, al zal het aan en afzetten van de taperecorde vermoedelijk wel de enige taak geweest zijn die hij heeft uitgevoerd, naast het ter beschikking stellen van zijn club. Op een CD kraam bij de ingang, dan toch nog enkele vergeten en onovertroffen meesterwerkjes op de kop getikt. Om te beginnen een CD van Bonham, de groep van Jason Bonham. De Graham Bond Organization met Live at Klook’s Kleek. Classic songs van een jazzy Bond, samen met Baker en Bruce voor hun Creamtijd. Ook de ode aan Gallup van Jeff Beck voegden we aan ons rijtje toe. Gallup voor wie even niet mee is, was een lichtend voorbeeld voor Jeff Beck halverwege de jaren 50. Amper 15 imiteerde, of probeerde Jeff de songs van Gene Vincent en de Blue Caps na te spelen. Zelf schrijft hij ergens in de hoestekst: zelfs al speelden we covers van Elvis, dan nog speelde ik Gallup na. Gene Vincent is nooit in Engeland geweest met de beztting waarin Gallup speelde.

En dan de laatste vondst, de dubbelaar Sweet Dreams van Roy Buchanan. In Engeland hebben we het doorgaans over Page, Beck en Clapton wanneer we het over topgitariststen hebben, wel in Amerika mag je gerust Roy Buchanan naast Bloomfield en Hendrix plaatsen. Dit overzicht van de carriere van RB, mag er zijn. Volle twee uur genieten, van een serie eigen nummers, naast overheerlijke covers. Bij deze laatste lijkt het alsof Buchanon door de keuze van de nummers wil zeggen: "zie nekeer, wat die mannen kunnen kan ik ook". En God allemachtig hij heeft nog gelijk ook. Wij zullen nooit nog naar Neil Young's 'Down by the river' kunnen luisteren zonder aan het sublieme gitaarwerk van Buchanon te denken. Overigens bij het beluisteren van zijn versie van Green Onions, met Cropper en Dunn als begeleiders kan je enkel bedenken: dit heeft Neil hier ook beluisterd, en hier heeft hij zijn mosterd gehaald. Mogelijks zette dit hem aan het denken om met Booker T's MG's te gaan toeren, en een plaat op te nemen. Wie weet.

Buchanon is een begenadigd gitarist, die van meerdere markten thuis is. En ook al is de man relatief bekend, en verkocht hij af en toe wat platen, toch is zijn carrierre eerder een mislukking dan een succes te noemen. In 69 overwogen de Stones hem als opvolger voor Brian Jones te engageren maar dat ging niet door. Mogelijks hebben we daar iets zeer moois gemist. De Stones mark2 met Mick Taylor zijn overigens aan ons altijd minder besteed geweest, en zelfs nu is Ron Wood nog altijd de compaan van Stewart uit de Faces en de Jeff beck group die bij de Stones speelt. 't Zal nooit een echte worden.

Het valt trouwens op dat supergitarist zijn in Amerika een gevaarlijk beroep is. Zowel Hendrix, als Bloomfied stierven behoorlijk jong, en ook Buchanon heeft hier niet te lang rondgelopen.

Ooit werd over deze man een documentaire gemaakt met als titel: ‘The Best Unknown Guitarist In The World’(*). Het leverde hem een contract op met Polydor, en later ook Atlantic. Onderschat dat het geen naam heeft. In totaal maakte hij voor Polydor 5 lp’s, en voor Atlantic 3. Eenmaal bekroond met goud, was het toch allemaal boter aan de galg. In 1981 stopte hij met opnemen.

Ten slotte werd hij op een gegevn ogenblik opgepakt voor openbare dronkenschap, en in een wachtcel geplaatst. Toen men hem wat later wou verplaatsen, vond men hem dood. Hij had zichzelf verhangen op een triestige 13e augustus in 1988.

Buchanan, geboren in september 39 was een pionier op de Telecaster lezen we in Swikipedia. Rolling Stone plaatste hem op de 57e plaats van haar top 100 van "100 Greatest Guitarists of all Time."

(*) http://roybuchanan.net/

  • Comments(3)//blog.sadeler.be/#post47

Donovan in concert....op het Internet

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 23 Jan, 2010 12:44

Zondagavond, 24 januari, is een avondje om vrij te houden, want dan kan je genieten van een gratis concert van niemand minder dan Donovan.

Meer informatie op Don's eigenste website.

Donovan

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post43

Even terugblikken....2007

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 31 Dec, 2009 14:34

Twee jaar zijn intussen reeds verlopen. Twee jaar reeds is het geleden dat we een foto namen van de nulmeridiaan van Greenwich vlakbij de O2 arena in Londen. Wie gaat er nu in december naar Londen en waarvoor kun je je afvragen? Wel ik dus, en ik mocht van geluk spreken dat Jimmy Page in het duister, in zijn tuin, een paar weken eerder over 'iets' was gestruikeld. Daardoor zijn vinger bezeerde, en weer daardoor enkele weken niet kon spelen op een gitaar. Ergens op de wereld leeft een onbekende die door dat stom voorval zijn tickets niet meer kon of wou verzilveren voor het concert van de eeuw dat intussen van datum was gewijzigd. We zullen het dus maar houden op een beetje geluk, of is het ongeluk, hebben. Enkele dagen na 31 oktober 2007 was het geluk toch wel deglijk aan mijn kant.

Een vervolg op een wat onbezonnen mailtje ergens verstuurd begin september, of was het zelfs eind augustus? Led Zeppelin zou nog een keer een concert geven in hun carriere in het Londense O2. Dat het geen goedkope en eenvoudige opdracht zou worden om voor dergelijk event een ticket te bemachtigen is begrijpelijk, en iedereen lachte dan ook vrolijk zijn eigen kansen weg, toen de pers wat later meldde dat er drieëntwintig miljoen gegadigden waren. De realiteit zal :mogelijk wat genuanceerder geweest zijn, want tussen die drieëntwintig miljoen zaten vast en zeker een pak computergestuurde fake aanvragen, die naar enkele malafide aanvragers zullen geleid hebben. Een goed agentschap weet die er wel feilloos uit te traceren, en slaagt er vervolgens in om de verdere procedure zo lastig als maar mogelijk is te maken. Mogelijks zullen ook de vele hotmailadressen niet zo'n beste keuze geweest zijn om een kans te wagen. Te onpersoonlijk.

Maximum twee tickets per persoon, en persoonlijk op te halen aan het concertgebouw, de dag zelf van het concert of uiterlijk een dag op voorhand. Niets ging via de post de deur uit. Geen kans op namaak dus in de veel te korte afleverperiode.

Mogelijks zorgde deze procedure er ook voor dat er door een pak emailers voortijdig werd afgehaakt. Er hebben er al voor minder hun pattaten laten staan. De organisator heeft het dan ook hard te verduren gekregen in de Britse pers en op TV. Want hoe streng en correct kun je zijn bij het controleren van dergelijke stricte procedures? Er is er altijd wel eentje die toch correct handelt en vind dat hij of zij om God weet welke reden niet aan alle regels kan of kon voldoen. Wie geen Visa of Mastercard bezat kon het ook al schudden.

Bovendien waren de tickets niet echt goedkoop, en loop je dus als fan-concertganger, een zeker risico. Niet te verwonderen dat menigeen, een sprong van vreugde maakte, wanneer eindelijk het ticket, en later nog eens wanneer het begeerde bandje in hun bezit kwam. Golden nuggets waren het. Menig ticket en bandje hangt vast en zeker ergens aan een muur, ingekaderd.

De 'afhaalprocedure' beschrijf ik nog wel. De spanning vooraf hadt toch wel iets aparts. Wat viel er allemaal niet te verachten? Een concert van een uurtje? Eigentijdse versies van de klassiekers overgoten met een Page & Plant-achtig sausje? En Jason is toch vader John niet. Meer dan waarschijnlijk zaten de meesten toch met vragen rond Robert Plant. Want wat schiet er nog over van de engelachtige Percy, die we in 1975 aan het werk zagen in Vorst Nationaal? Het gegroefde gezicht, bij zijn doortocht op de Lokerse Feesten in 2001, ligt ook ços nog vers in het geheugen. Plant & the strange sensation op de Lokerse feesten was al helemaal om te gillen, al zal onze Robert dit ook wel gezien hebben als een “rehearsel”. Led Zeppelin lag toen toch wel ver weg, maar het tij kan dus behoorlijk keren.

Een mogelijke hint voor het concert van 2007 was de net verschenen dubbel cd: Mothership, waarop toch een zeer mooie staalkaart van 10 jaar Zeppelin werd geremastered. Van Good times bad times tot All my love.

Het was in de dagen dat ik nog regelmatig naar Mechelen toog om er de dag door te brengen met vergaderen en brainstormen over de aanmaak van nieuwe programma's, om God nog aan toe, telefoon nummers in bij te houden. Eenvoudig op het eerste zicht, moeilijk te realiseren, om iedereen tevreden te stellen. We zullen het daar maar op houden. Het was voor ondergetekende een ideaal tijdsbesteding in afwachting van 10 december. Ideaal om de aankomende concertstress tegen te gaan. Het was beter om niet dagelijks te denken aan wat er nog allemaal kon verkeerd lopen. Zo merkte ik al: behoorlijk snel dat mijn manier van het organiseren van de reis voor en nadelen inhield. Ik boekte internetgewijs een combinatieticket trein en hotel. In een moeite geregeld, alleen dus niet via de site van onze Belgische NMBS, en dat zou ik nog geweten hebben. In vele NMBS stations waaronder zelfs dat vlakbij de deur leveren ze Internationale treinrickets af,...als je ze hebt geboekt via de NMBS website. “Nee mijnheer, deze reservering zit niet in ons systeem. Je moet je ticket zelf afhalen in Brussel Zuid bij Eurostar”. “En hoe geraak ik daar dan met de trein, want ik heb nog geen ticket”. Nee zo op de trein mogen dat zat er niet in. “Koop een ticket naar Brussel, geef dat daar geef binnen bij Eurostar en zij betalen dat terug”. “Ok. fijn”.

Ik zal dan maar zo vertrekken zeker....vervolgt...

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post39

1975 - Londen. A year in Rock history.

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 24 Nov, 2009 23:16

Het concert dat Led Zeppelin gaf op 24 mei 1975, in Earls Court te Londen, kun je mits je wat uitkijkt zo kopen. Let wel dit concert wordt verkocht op twee afzonderlijke dvd's. Dit concert wordt hier en daar aangeboden op kraampjes via jaarmarkten. Zo ook weer in Aalst en Sint-Lievens Houtem, en jawel ik heb allebij deze markten gedaan eer ik de twee delen bij elkaar kon sprokkelen. De kwaliteit is niet te vergelijken met de geremasterde Mothership dvd, of met het meesterwerk, de dubbele DVD Led Zeppelin, die Jimmy een paar jaar geleden samentelde. Dit gebeurde tegelijkertijd met het verschijnen van het driedubbele ‘How the West Was Won’. Daar vind je een aantal nummers op van deze Earls Court concerten. Het blijft dus al bij al een tijdsdocument, maar wat voor een.

Ik herinner mij nog goed hoe wij in die tijd ‘de repetities’ van deze concerten meemaakten in Januari van datzelfde jaar in Vorst Nationaal. Dus een must.

De twee dvd's samen bevatten net iets meer dan drie uur materiaal, en hierbij wordt Stairway dan wel twee keer geteld. Verder ontbreekt Moby Dick. In de drie uur krijg je een staalkaart van het werk van Zeppelin uit de eerste helft van hun carrière. Toch wordt vooral geput uit Zeppelin IV (4 nummers), een hoogtepunt, Zeppelin III (4 nummers), het uitstekende Physical Graffiti (4 nummers) en Houses of the Holy (5 nummers en zelfs 6 tijdens de laatste concertdag). Verder nog ‘oldies’ uit de eerste twee albums.

Het is eigenlijk pas na deze Earls Court concerten, en door enkele gebeurtenissen uit het prive leven van Zeppelin en het uitbllijven van nieuw materiaal dat het allemaal wat minder leek te worden. Vergeten we ook niet dat in die tijd alle dinosaurussen van de Rock, ELP, Yes, Zeppelin, Purple wat werden weggedrumd door de uitbarsting van het jeugdig punk en new wave geweld. Commercieel bleef Zep echter een topband, maar deze Earls Court passage betekende toch wel ‘de echte top’.

Er wordt van Neil Young gezegd dat hij sommige van zijn nummers uitmelkt, maar wat denk je van 33,38 minuten ‘Dazed en Confused’. 10 Minuten mag dan kort heten voor de ‘Stairway’ uitvoering. DVD1 opent met ‘Rock and Roll’ en zet daarmee de toon. Het halfuurtje ‘Over the Hills’, ‘That's the Way’ en ‘Bron-Y-Aur Stomp’ is engelen muziek. Led Zeppelin ‘unplugged’ avant la lettre.

Earls Court. Een tentoonstellingsruimte en vooral in de jaren 70, een rocktempel, al ging dat door tot op de dag van vandaag. Zeker voor ons jonge twintigers, die begin juli 75 op amper een paar 100 meter afstand verbleven in een goedkoop hotelletje (Bina) in Kensington. Ik herinner mij nog hoe wij die zaterdag voormiddag er voorbij wandelden.

Voorbij het wat rond gebogen gebouw, op weg naar een wel heel bizarre teleurstelling, tijdens onze Londonse uitstap. We hielden een taxi aan, staken de chauffeur het adres van Virgin Mail Order op de London South Wharf number 10 onder de neus. Het adres had ik gevonden in de New MusicalExpress. De taxichauffeur dropte ons ergens in wat veel op een achterbuurt leek, en scheurde weg. We bevonden ons voor het gesloten metalen inganspoortje van een omvangrijk betonnen pakhuis waarop een bordje hing met de tekst: Virgin Mail Order Wharehouse. Dat was het dus, wisten wij op dat ogenblik veel wat mailorder inhield. Toch kunnen er niet veel zeggen dat ze ooit voor de poorten van het beginnende Branson imperium hebben gestaan. Wij dus wel. Er bevond zich gelukkig om de hoek, op de terugweg in de opnieuw wat bewoondere wereld een platenshop. Een goudmijn was het deze platenboetiek, annex tweedehands shop. Ik krijg nogsteeds herineringen te verwerken aan deze uit ‘ Hi-fidelity’ geplukte shop waneer ik langs mijn rijk gevulde platenkast loop. Een glimlach valt moeilijk te onderdrukken bij de herinneringen aan ‘Autobahn’ van ‘Kraftwerk’, de dubbele ‘Free Story’ (in een wit kartonnen hoes), de allereerste ‘Byrds’ lp, een onbeluisterbare lp, voor amper 50 pence van ‘Faust’, en zelfs het uit Nederland afkomstige ‘Pudding en Gisteren’ van Supersister. Ze staan er allemaal nog. Gek genoeg is enkel materiaal van Free en de Byrds intussen vervangen door CD versies.

Dit was pas het begin van een tocht die ons met onze gevulde draagkoffertjes, speciaal voor lp's, zou verder leiden langs Harlequin records (nee we hebben geen tickets meer voor Knebworth, maar aan de kassa lukt het nog wel), naar het Kings Cross metrostation en vandaar met de trein naar Stevenage in Hertfordshire. Pink Floyd gaf er een legendarisch concert waarbij ze voornamelijk uit ‘Dark Side of the Moon’ en het nog te verschijnen ‘Wish you were Here’ putten om af te sluiten met ‘Echoes’ uit ‘Meddle’. Het concert was een topper in 1975. In New York en in Londen smeulde toen reeds het vuur die de jonge meute in een nieuwe richting zou sturen.

Maar keren we terug naar het concert in Earls Court (wat eigenlijk een serie van 5 concerten was) om te zien hoe deze indertijd in de pers werden beoordeeld. Wikipedia meldt dat de concerten origineel slechts voor 3 dagen waren voorzien, nl 23,24 en 25 mei. Door een ongekend snelle uitverkoop van de tickets werden daar dan nog 17 en 18 mei snel aan toegevoegd. In totaal zouden 85.000 mensen naar de concerten gaan.

Er werd drie dagen gerepeteerd voor deze concerten, dit ondanks het feit dat de band amper bekomen was van de Amerikaanse toernee twee maand eerder.

Om de concerten te promoten werd gebruik gemaakt van affiches waarop een trein te zien was, de Zeppelin-Express die werd gelinked naar Earls Court via de InterCity dienst van British Rail. Alle fans konden op die manier van overal in Engeland makkelijk naar die ene lokatie in Londen sporen.

Bron: http://pyzeppelin.free.fr/photos/affiches/75-05-23-25-ec.jpg

Elke dag werd gepresenteerd door een andere dj. Nicky Horne nam de 24e voor zijn rekening. Er werd telkens meer dan drie uur gespeeld, en tijdens de laatste dag werden er zelfs nog enkele extra bisnummers toegevoegd. Nicky is vandaag nog te beluisteren via de digitale radio “Planet Rock”.

Wikipedia haalt nog een verslag aan van de Zeppelin archivaris Dave Lewis:

The 17,000 capacity Earl's Court afforded them the luxury to showcase in the best possible setting, the sheer enormity of their stage act. Over five nights of May '75 Zeppelin delivered perhaps the most impressive series of shows of their entire career ... Photographic images from the shows still light up the pages of countless Zep features and books, bootleg performances are eagerly snapped up,and the official video footage of the gigs projects the sheer magnitude and power of Led Zeppelin in full flight more than any other surviving film of the group.

En wat schreef de pers?

Ritchie Yorke schrijft in zijn definitive biography ‘Led Zeppelin from early days to Page and Plant’: Fleet Street virtually went beserk in their sudden discovery of Led Zeppelin – almost seven years after the band ‘s launching, the straight press had suddenly figured out what was happening. Ludicrous as it may have seemed to members of the public, the daily papers had at last opened their blinkered vision to the realities of what had been so cleraly obvious for years: Led Zeppelin was easily the biggest act in the 1970s rock and roll. The Daily Mail hailed them as new ‘rock gods’, to the Sun, they were the ‘new ‘ superstar band; and the Observer pondered the obvious in a colour-supplement piece headed: “Led Zeppelin – Bigger than the Beatles?” Yorke voegt er nog aan toe: “One couldn’t help but wonder where these commentators had been for the past five years.”

In ‘Hammer of the Gods’ van Stephen Davis lezen we wat criticus Tony Palmer schreef in het magazine van the Observer: “There is no theater like it, no action painting which approaches the constantly fluctuating patterns of light and sound which this lethal combination of talent has managed to unleash. If the Beatles dragged popular music from the inanities of middle-class, middle-aged, business-oriented pap, then Led Zeppelin have propelled rock and roll into the forefront of artistic achievement in the mid-1970s”.

Davis meldt verder dat na de laatste show, de pers wild werd. Na het laatste concert op maandagavond, backstage , werd er een grote party gehouden voor de oude vrienden. Jeff Beck was er en hij bleef tot 4 uur in de ochtend. Het was een reunie.

De New Musical Express (NME) van 24 mei 1975 stuurde journalist Charles Shaar Murray (CSM) en fotografe Pennie Smith naar de concerten.

NME trok er meer dan twee pagina’s voor uit en titelde: ‘They can rock you, they can roll you, ‘til your back ain’t got no bone...But can they kiss you goodnight?’

Toch altijd weer die dubieuze houding van de pers. Bovendien was NME sterk uit op marktaandeel, en stelden ze zich alleen al daardoor wat cassanter op dan bijv. Sounds of Melody Maker, de andere toonaangevende muziekbladen in Engeland.

CSM schrijft: “They don’t assault their audience: instead they pick them up and accelerate off with them and they’ll take you just as far out or far in as you want to go whether they’re sitting down with the mandolin and acoustic box flashing back to childhood with an amazingly poignant ‘That’s The Way’ , embarking on a grandiose mystic journey like ‘Kashmir’ or just doing their time-honoured never knowingly undersold unsurpassed lemon squeezing routines like ‘Black Dog’ or the lethal ’Trampled Underfoot’ ”.

Mooie woorden van Charles Shaar Murray die doorheen het meer dan twee pagina’s lange verslag niet geheel kan verbergen dat hij het meer voor The Who en Jeff Beck heeft dan Zeppelin. In het eerste deel van het verslag wordt stilgestaan bij de verschillende bandleden, waarbij Bonham vooral vergeleken wordt met Moon. Toch vind de verslaggever voornamelijk Moby Dick (I’m surprised to find myself enjoying it because I’ve got a total loathing for drum solos.) schitterend. Hij schrijft: Bonham’s solo on “Moby Dick” is one of the main Zep revelations. I’ve heard him do it several times, and each time I’m surprised to find myself enjoying it.

The music is exiting not simply because they‘re exploding all over you at the precise ground zero moment that you’re watching them, but because they made it exciting while they were writing and arranging it and rehearsing it. Led Zeppelin are fail safe and fool proof. What they lack in crazyness they make up by a curious combination of monomania and hard work.

En nog in vergelijking met de Who: He (Plant) and Roger Daltrey are the prototypes of the Hippie Adonis school of lead singer: all curls and torso and tricky moves with mike leads. The principal difference between the two singers (and in fact, between the two bands) is that the Daltrey/Who vibe is primarily aggressive, whereas the Plant/Zep persona combines aggression and sexuality.

CSM besluit toch wat in mineur door te stellen dat: “By Led zeppelin’s own standards, it was a mediocre gig, though apart from the Who and the Stones, I can’t think of many bands who could’ve put on anything like it. Produced moments like “Trampled Underfoot” during which it seemed that the entire stage was just gonna roll forward and crush everybody in the hall.”

Nergens in het artikel wordt vermeld over welke van de shows het verslag gaat, maar aangezien het magazine zelf dateert van 24 mei, gaat het dus vermoedelijk om het openingsconcert op 17 mei.

Pittig detail. De NME cover toont een knappe foto van Jimmy Page met zijn rode double neck Gibson gitaar, genomen door Pennie Smith.

Bij ons in aalst kon je in 1975 de NME kopen voor vijftien frank. Er was slechts een winkeltje halverwege de Kattestraat, waar je terecht kon. Overigens waren ze gespecialiseerd in de verkoop van patronen voor het aanmaken van voornamelijk dameskleding.

De volledige playlist.

  • "Rock and Roll" (Page, Plant, Jones, Bonham)
  • "Sick Again" (Page, Plant)
  • "Over the Hills and Far Away" (Page, Plant)
  • "In My Time of Dying" (Page, Plant, Jones, Bonham)
  • "The Song Remains the Same" (Page, Plant)
  • "The Rain Song" (Page, Plant)
  • "Kashmir" (Bonham, Page, Plant)
  • "No Quarter" (Page, Plant, Jones)
  • "Tangerine" (Page)
  • "Going to California" (Page, Plant)
  • "That's the Way" (Page, Plant)
  • "Bron-Yr-Aur Stomp" (Page, Plant, Jones)
  • "Trampled Under Foot" (Page, Plant, Jones) (incl. "Gallows Pole")
  • "Moby Dick" (Bonham, Jones, Page)
  • "Dazed and Confused" (Page) (incl. "Woodstock"/"San Francisco")
  • "Stairway to Heaven" (Page, Plant)

Bisnummers

  • "Whole Lotta Love" (Bonham, Dixon, Jones, Page, Plant) (incl. "The Crunge")
  • "Black Dog" (Page, Plant, Jones)

Additionele bisnummers tijdens de laatste show op 25 mei.

  • "Heartbreaker" (Bonham, Page, Plant)
  • "Communication Breakdown" (Bonham, Jones, Page) (incl. "D'yer Mak'er") .


  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post38

09-09-09 Beatles dag

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 09 Sep, 2009 13:03

09-09-09, Een magische datum.

Toch voor Beatlesfans over de gehele wereld. Alle CD’s worden, geremastered, opnieuw uitgebracht. Concreet betekent dit dat de originele banden serieus onder handen werden genomen, opgekuist, en gedigitaliseerd. Een proces dat zich de afgelopen vier jaar afspeelde, en dat al bij al een werktijd van een jaar in beslag nam. De originale banden (tapes) bevonden zich nog in behoorlijke staat, en dienden alleen al om ze voor de eeuwigheid te bewaren gedigitaliseerd te worden. De originele mastertapes, en de nu digitale versies worden zeer goed bewaard in de kelders van de Abbey Road studio’s. We kunnen gerust zijn. De opnames werden dus zeker niet geremixed, want dat zou betekenen dat het werk van George Martin zou zijn overgedaan. Een monstertaak die George Martin zelf, op zijn leeftijd, vermoedelijk niet meer aankan. Allan Rouse, in Record Collector, gevraagd naar het feit of we nu bij de nieuwe uitgaves te maken hebben met de echte originele mixes, antwoord hierop dat je wel met Martin kunt argumenteren, maar dat hij dit niet van plan is. En is dit wel nodig? Beluister zelf even Let it be...naked, waar alle Spectoriaanse rommel werd weggelaten, of de DVD versie van Yellow Submarine en oordeel zelf.

Er werden geen bonustracks toegevoegd, wat zou gekund hebben, want er kwamen doorheen de gehele carriere van de Beatles singels en b-kantjes uit die niet op lp’s verschenen. Neen deze werden als extra geremasterde versies toegevoegd op de nu dubbele cd Past Masters. Voorheen afzonderlijk verschenen Past Masters 1 en 2. Ook het als dubbel EP’tje uitgegeven Magical Mystery Tour zit er in zijn Amerikaanse versie bij (daar verschenen de 2 ep’s als een LP, aangevuld met enkele singels vnl. Uit 1967: Penny Lane, Hello Goodbye en All You need is love ). Elke CD bevat wel als extraatje een Quicktimefilmpje over het ontstaan van de LP. Allan Rouse die het team technici leidde beseft dat er een monikenwerk werd uitgevoerd, dat voor 99% zal worden teniet gedaan door jonge gasten die al dan niet de cd’s zelf kopen om ze op hun mp3 spelertjes te gooien. Maar zelfs dan zullen de nieuwe versies nog beter klinken dan hun voorgangers die in 1987, alweer 22 jaar geleden, op CD werden gezet. Ook naamgenoot Apple (van de computers) zit op hete kolen, en wacht om de gehele Beatles cataloog naar de Ipod wereld te transfereren, om op die manier aan “het origineel” van hun naam nog meer poen te verdienen. De echte audiofiel zal de witte box moeten aanschaffen met alle monoversies van de CD’s, waaronder nu eindelijk ook Help en Rubber Soul, twee albums die in 87 toch als stereo versies op CD verschenen. Het verschil tussen mono en stereo valt voornamelijk op bij de oudere lp’s, waar in feite een soort van pseudo stereo werd gebruikt. Beatles Greatest, en de Amerikaanse lichtjes verschillende versies van deze albums (*) illustreren dit perfect. Zang uit de ene box en instrumenten uit de andere box.

Vorige week nog (eind augustus 09) waren wij in Engeland en meer bepaald o.a. in Liverpool. Het Beatlesverhaal leeft daar nog veel meer dan bij ons in Vlaanderen. Zo kon je reeds pre-orders plaatsen in elke HMV shop. Overigens net als bij ons wordt de spoeling in de CD shops zeer dun, na het verdwijnen van de Virgin-keten, in 2007 nog overgenomen door Zavvi, en nu vermoedelijk op de fles. Concurrentie en Internet zullen hier niet vreemd aan zijn. Radio 2 (reedijo toe), niet te verwarren met onze Radio 2, hield het laatste weekend van augustus een Beatles weekend. Gespecialiseerde programma’s waaronder een coverprogramma gepresenteerd door Cilla Black (**), een intervieuw met McCartney door Johnny Walker (ja die van de vroegere pirate radio, en Radio One), een top met albumtracks, een top 30 van de meest verkochte singels, waar She Loves You, hun 4e singel onbetwist de nummer 1 blijft, maar waar toch ook een Free as a Bird tussen zat. Sluitstuk een herneming van een programma van enkele jaren terug, waar McCartney met publiek in de Abbey Road studio de Beatles muziek bespreekt en gedurende de laatste 10 minuten een nieuw nummertje uit zijn mouw shudt. Een eenvoudige drumroffel van een kleine minuut, waarop een passende baslijn, en verder spoor na spoor gitaarkleuring en nog wat instrumenten worden gelegd. Ten slotte een maffe tekst in het Urbanus genre: ge moogt naar huis gaan want het is gedaan... Het klonk beter dan alles wat we de laatse 10 jaar uit onze radio hebben horen komen, en waarop door beginnende “muzikantjes” vermoedelijk uren is gezwoegd. Meer daarover later...

(*) In Amerika werden de eerste lp’s “uitgemolken” en werd telkens 1 lp als 2 lp’s uitgebracht, aangevuld met enkele singelopnames. Vb: Beatles ’65 en Beatles First.

(**) Eigenlijk Pricilla White, een zangeres uit de stal van Brian Epstein die succesvol was in de jaren 60, en later een erg gesmaakte tv-carriere uitbouwde.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post25

Bethel, Drie dagen van vrede en muziek in 1969

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 17 Aug, 2009 00:47

Vandaag, gisteren en eergisteren , 15 augustus, was het precies 40 jaar geleden dat het festival aller festivals plaatsgreep. Niet in Woodstock maar in Bethel.

Een rustig boerendorp van amper 2500 zielen waar ene Max Yasgur zijn gronden ter beschikking stelde, nadat het gemeentebestuur van Woodstock dit had geweigerd. Bethel ligt wel zo’n slordige 100 km verwijderd van Woodstock. We werden deze ochtend aardig verrast door Radio 21, die twee verslaggevers ter plaatse had gestuurd om van daaruit verslag te doen. Marc Ysaye (foto) en Walter de Paduwa kweten zich voortreffelijk van hun opdracht. Helemaal anders dan in 1969 toen we over het festival hoegenaamd niets vernamen. Guy Mortier de ex-humo snor herinnerde zich nog wel een kort berichtje ergens in het Nieuwsblad, naar hij gisteren vertelde op Radio 1 in ook alweer een special over deze veertigste verjaardag. Dit kan wel kloppen, want ook onze herinneringen gaan slechts terug naar 1070, toen bij ons de driedubbele LP uitkwam en naar oktober toen de film in het Aalsterse Feestpaleis speelde.

Een film die trouwens niet door alle klasgenoten even goed gesmaakt werd. Het merendeel van de studenten in het Aalsterse, in die tijd, knapten nog af op de losbandige jeugd die ze te zien kregen, en ook wel op de veel te luide “ketelmuziek”. Wij waren uitzonderingen, die uit de bol gingen op de tonen van Goin’ Home van Ten Years After (28 november 2009 in Chenee, wel zonder Alvin Lee), of The Star spangled Banner van Hendrix. De filmversie die een paar jaar geleden verscheen pronkt in onze DVD kast; gekregen voor vaderdag of was het verjaardag? De LP schaften wij nooit aan vanwege veel te duur in die tijd, en later kwam het er niet meer van. 585 frank was in 70 een kapitaal. De gemiddelde jonge bankbediende vertiende toen nog geen 10.000 frank in de maand, om maar iets te zeggen. Trouwens wie beweert dat CD’s nu duur zijn, zit er toch wel even naast.

Wij worden dit jaar overspoeld met Woodstock uitgaven. Een 6-delige CD box, een 4-delige box, tal van cd’s van artiesten waarvan nu het gehele concert wordt uitgebracht. Iets wat we nooit zullen zien van Ten Years After. De opnameapparatuur was tijdens hun concert even naar de haaien. Goin’ Home dat Alvin Lee onsterfelijk maakte is het enige document. Tip: schaf je maar beter de dubbelaar van hun passage in de Filmore East aan. We krijgen ook enkele artiesten voorgeschoteld die tot nog toe van alle plaat en filmwerk waren verstoken gebleven. Keef Hartley bijvoorbeeld en Bert Sommer om er maar enkele te noemen. Ook Stillwater, Mountain en Quill behoren tot deze categorie. Een ander fenomeen waar nu wel rekening werd mee gehouden is de volgorde van de optredens. Op de lp’s en de film uit 1970 was hier een echt zootje van gemaakt. Ook had men wanneer de opname niet zo gelukt was, op de soundtrack gewoonweg een andere opname in de plaats gezet. Zo horen we nu voor het eerst hoe Going up the Country van Canned Heat echt klonk. Wat vals moeten we toegeven.

Creedence Clearwater Revival, een van de eerst getekende acts haalde ook de openbaarheid niet, omdat John Foggerty dit niet wilde. Ook Neil Young wou achteraf niets met Woodstock te maken hebben, en werd dan ook vakkundig weggemonteerd in de film, uit de CSN&Y opgenomen beelden.

Al bij al was dit voor ons in 1970 een eerste kennismaking met Santana, Paul Butterfield, Country Joe en Ritchie Havens. Niet mis.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post21

15 augustus - update

Classic rockPosted by Eddy De Saedeleer 15 Aug, 2009 11:02

Update: Deze top 100 is nu al een tijdje (12/09) afgerond, en geeft een idee waar al die tijdredacteuren voor staan. Niet voor echte klassiekers dus. De Rolling Stones, met een hoogste notering op 36 (Sympathy for the devil) en de Beatles zelfs maar op 71 (Come Together).

Elliott Smith, The Afghan Wighs en Wilco allen in de top 20. Komaan zeg...Dat komt er dus van wanneer geen enkel radiostaion genoeg aandacht besteedt aan de betere muziek.

Volg jij ook de tijd toppop 100 van de 'Tijd' redacteurs?

Deze namiddag om 15 uur wordt in Sint-Antelinks de vernieuwde Buyssesmolen ingehuldigd. Allen daarheen.

  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post20
Next »