Sadeler's blog

Sadeler's blog

Sadeler's Blog

Weetjes, onthaastingsnieuws, classic rock tracks, wat schaft de ipod, fietsen in de Denderstreek, en wat molennieuws...
--------------------------------------------------------
windmolens, de kruiskoutermolen, Facebook
--------------------------------------------------------
Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Geïnteresseerd? Contacteer ons.

Molenaarscursus 2014-2015

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 20 Oct, 2014 13:13

Bijna 50 molenliehebbers nemen een sprong in het duister. Zij begeven zich op het leerpad, op weg naar het diploma van meester-molenaar of molengids. Door de vzw Molenforum Vlaanderen wordt een nieuwe cursus voor molenaars ingericht. Een tweejaarlijks gebeuren, dat steevast op veel bijval mag rekenen. Onze minister van erfgoed kan gerust zijn. Er zijn nog voldoende landgenoten die zich willen inzetten voor ons eeuwenoud erfgoed. Misschien wel het oudste technisch erfgoed dat we nog kunnen koesteren.

Molenaar worden is niet over een nachtje ijs gaan. Het vraagt een tijdsinvestering van pakweg twee jaar. Theoretische lessen om te beginnen. Vergeet niet dat de vroegere molenaars tegelijkertijd, vakmensen waren die wisten hoe je het beste bakmeel voor de bakker diende te produceren, die de wolken konden lezen, kortom bij wijze van spreken het weer beter voorspelden dan onze huidige ‘Franken of Jillen’, die konden luisteren naar hun molen en precies wisten, wanneer en waar er weer een spie diende aangeklopt. Ze hadden bovendien een encyclopedisch geheugen, wanneer bijvoorbeeld in overleg met een molenmaker uit de doeken gedaan werd wat er scheelde aan hun ijzerbalk of hun rijn. Dit zijn maar enkele voorbeelden. Onze wereld is vandaag de dag een stuk kleiner geworden, en dat maakt het er niet eenvoudiger op. Wanneer enkele molenaars over de landsgrenzen heen samenzitten en het over hun rondsel, schijfloop, spillegeloop of lantaarn hebben. Maar vrees niet, gij volgelingen van Sint Victor, molenheilige, de beste leermeesters staan klaar om jullie op te vangen, en te begeleiden.

Lig vooral nu nog niet wakker van de 100 uren verplichte stage. Denk nog niet aan de namiddagen waar je in de vrieskou, een zeil mag voorleggen. Denk vooral aan later, aan die ogenblikken die wij nu meemaken. Ogenblikken waarop het genieten is, wanneer je opnieuw de kans krijgt, om een eeuwenoude stiel, nog een echt ambacht, door te geven aan alweer een groep entoesiaste nieuwe molenaars. Denk ook aan het prachtige sociale contact dat er ontstaat tussen molenaars, wanneer ze weer eens samen op een molen zitten ter gelegenheid van een Open Monumentendag, een Nationale Molendag, een Regionale Molendag (noteer nu al 25 april 2015), of een gezamenlijke uitstap naar een alweer atypische molen. Want vergeet niet: elke molen is toch alweer anders, zelfs deze die er voor de leek identiek uitzien bezitten elk hun eigenaardigheden . De ene laat zich al wat beter vangen dan de andere, de ene heeft een waterwiel, waar het water boven in stroomt, terwijl de andere zich tevereden stelt met watertoevoer onderaan het wiel. Met de ene molen leer je koren malen, met een andere maak je omega3 aan, door het slaan van olie uit lijnzaad. Wist je dat er molens bestaan om verf mee te maken, om grint te malen, om water naar een hoger gelegen landsdeel te pompen, om een weefgetouw met aan te drijven. Van al die toepassingen zijn er gelukkig nog exemplaren overgebleven. Er valt dus nog wat te beleven in de molenwereld. Op 24 april 2015 zal een Timsdelegatie "een setje" oliemolens bezoeken, voornamelijk in West-Vlaanderen en het wat zuidelijker gelegen vroegere Vlaams- en nu Frans-Vlaanderen. Een staakmolen met een complete olieslagerij erin, een molen op toerenkot, waar een molenaar boven koren maalde, en waar in de ondertoren olie werd geslagen. Een recentere stenen molen, ook al met deze twee functies, en tot slot een stenen stellingmolen, met een naast gelegen maalderij, waar modernere (intussen ook verouderde) technieken werden aangewend.

Maar terug naar de les. Lieven Denewet, die vermoedelijk de helft van zijn leven doorbracht in archieven, die bovendien het lezen en begrijpen van eeuwenoud schrift machtig is, was dan ook de geknipte man om de geschiedenis van de molenarij aan de cursisten diets te maken. Iedereen kent nu Seistan en Vitruvius.
Of Lieven nog ooit het onomstotelijk bewijs zal blootleggen, dat de richtbare windmolen een Vlaamse uitvinding is, daar moeten we nog even op wachten, maar intussen nemen we het wel aan, ons baserend op enkele oude notities. Ook de Engelsen claimen het vaderschap van deze richtbare molens. Helaas de Engelsen zitten toch maar mooi met een Doomsdaybook uit 1086, waar geen enkele windmolen in vermeld wordt. Hebben de Vlamingen ook daar in het kielzog van Willem De Veroveraar de windmolen geintroduceerd? Net zoals ze die mee namen op kruistocht.

Boeiend, het blijft boeiend, zeker nu er weer een nieuwe lichting meester-molenaars aankomt, die mee kan helpen zoeken naar de bronnen van dit o zo boeiend erfgoed.

Tot de volgende les.

Uw toegenegen verslaggever ter plaatse....



  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post117

Pladutse zei u...nooit van gehoord.

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 21 Apr, 2013 00:02
Pladutse zei u...nooit van gehoord. Of toch. Iets om te eten? Iets om er op te meppen? Nee helemaal niet, gewoon een plaats om naartoe te gaan.

Pladutse is die straat die nu net binnen de cirkels van de ronde van Vlaanderen ligt.

Niet zo gek ver van de stad Oudenaarde. Aan de andere kant van de Koppenberg.

Daar nog net in Melden, pal op de grens met Zulzeke ligt de Nedermolen. Een jarenlang vervallen watermolen die dankzij de huidige familie Vanderdonckt, compleet in ere werd hersteld. In het weekend van 20/21 april werd de molen feestelijk ingehuldigd. Het waterwiel draait weer. De stenen malen weer. Erfgoedspecialisten, vrijwillig molenaars, sponserende overheden, kortom iedereen was tevreden.

Meer foto's om van te genieten.

  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post103

Help ik word molenaar. Ook in 2011.

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 12 Oct, 2011 12:56

Meer fotos te bekijken op het fotoboek van Vlaamse Molens

Oktober, de lessen worden hervat. Ook aan de universiteiten van het leven. Meer dan dertig gegadigden, die de echte schoolbanken al geruime tijd geleden inruilden voor alle mogelijke jobs, vinden opnieuw de tijd om zich verder te vervolmaken. Deze keer binnen de erfgoedsector, en meer bepaald in de molenwereld. In het auditorium van het Boeverbos te Brugge werd de aftrap gegeven voor een nieuwe lessenreeks (theorie) over alles wat van ver of dicht gerelateerd is aan molens. Dit liet voorzitter Frank van de West-Vlaamse molenpoot ons weten. Alain voorzitter van de Oost-Vlaamse tegenpoot vereniging verwelkomde zijn publiek later op de dag te Knesselare bij de Pietendriesmolen, waar Johny de eerste durvers reeds een zeil liet voorleggen. Lieven van zijn kant nam traditiegetrouw de honneurs waar voor de eerste les over de historiek van de molenwereld. Van Kelten en Romeinen over fiere Vlaamse uitvinders, tot hele uitgebouwde ondernemingen gebaseerd op vroegere molentechnieken.

De koffie die tussendoor werd geserveerd werd ten volle geapprecieerd. De smaak zit er duidelijk in, want omzeggens iedereen was op tijd te Damme voor het eerste echte treffen met een molen in de praktijk. En toegegeven het gebeurt niet alle dagen dat een heerlijke Noordenwind speelt, en dat bovendien de molenaar ter plekke zelfs de aanwezige benzinemotor op gang trekt.

Een imposante molen die je overigens bijna elke zomerse zondag in het jaar kunt bezoeken, wanneer je rondstruint door het boekendorp Damme. Elke tweede zondag van de maand gaat er een boekenmarkt door. Deze molen bevat op de begane grond in de molenberm nog een koppel pletterstenen op een doodsbed van de vroegere olieslagmolen. Olieslaan kon het afgelopen weekend nog ten volle aanschouwd worden te Gistel, waar vrijwillige molenaars de laatste druppels olie sloegen uit het aanwezige lijnzaad. Een belevenis die je minstens een keer moet meegemaakt hebben, om te ervaren hoe technisch onderlegd onze voorouders wel waren, en anderzijds, in welke omstandigheden ze gratis en voor niets potdoof konden worden. Maar tijden zijn veranderd, en tegenwoordig kan je op de site zelfs terecht in het ernaast gelegen café, om bij pot en pint nadien een en ander te verwerken of te bepraten.

Kwart voor drie en alle cursisten bolden wagengewijs in een lange sliert over de eerst nog West- en later Oost-Vlaamse wegen richting Pietendries. De Knesselaarse burgemeester Tanghe stond er klaar met de nodige koffie. De stageboekjes werden uitgedeeld, en de aanwezigen werden ingewijd in de eerste schuchtere handelingen die men met een molen doorgaans stelt. Mike en Maarten toonden ons de inwendige buik van de molenkast Een echt meelfabriekje zoals je ze nog zelden aantreft.

De schemer zat in de lucht toen de laatsten moe (?) en voldaan op huis aanreden. Tot volgende week (sorry over 14 dagen) bij Mola waar we zullen ervaren dat een ‘museum' meer kan zijn dan een droge uitbeelding van geschiedenis en techniek. Zie www.vlaamsemolens.com/cursus In de namiddag worden een kettingkruier te Wippelgem en een stenen molen met verbeterd wieksysteem te Ertvelde bezocht. In Ertvelde is daarnaast nog een heuse rosmolen in werking. Toeval of niet, maar bij Mola vergadert op die dag The International Molinological Society (TIMS). Zij houdt er die dag haar jaarvergadering. Meer moet dat niet zijn. Iedereen is overigens in de namiddag welkom om er te genieten van voordrachten van Els Otte die zoekt naar molenschatten op de Mola-zolder, Becuwe die praat over mechanische maalderijen en Jan Delcour zal boteren met hondenmolens, of althans ons daarin wegwijs maken. Misschien kunt u er zelfs reeds wat fotomateriaal van het zopas gehouden symposium te Denemarken bewonderen. Meer info op www.molenkunde.eu

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post92

Vlaams-Zeeuwse contactdag 2011

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 14 Jun, 2011 12:22

Meer foto's op molens.sadeler.be

Die 11e juni, het was nog vroeg in de ochtend, zullen heel wat molenaars, samen met mij, het hoofd uit de deur hebben gestoken en gezucht: "Moet het nu echt, vandaag uitgerekend deze zaterdag, regenen?". En kijk dat moet geholpen hebben want na 9 uur is de regen gestopt in het Waasland. Meer zelfs, regelmatig genoten we terrasgewijs van een hapje en tapje. Het organiserend comité van Levende Oost-Vlaamse Molens had er echt alles aan gedaan om het de deelnemers naar de zin te maken. Zelfs de pers had de reuk opgevangen van het gebeuren. Op elk van de vier deelnemende locaties werden we op een meer dan treffelijke wijze ontvangen. Er werd gestart in de provinciale molen te Sint-Pauwels waar de Oost-Vlaamse gedeputeerde Jozef Dauwe met luider stemme de dag mocht open verklaren. Hij stond even stil bij het feit dat dit gebeuren al aan zijn eerste lustrum toe was. Bijna 80 deelnemers hoorden ook hoe de burgemeester best trots is op zijn grote buur, de Roomanmolen. De terreinen met de hoge stellingmolen palen dan ook aan zijn woning. We kregen enige technische toelichting van betrokken molenaar Marc Vereecken. Later in de bus zouden ook de overige molenaars van de te bezoeken molens ons deskundig voorbereiden. De aangeboden koffie met ontbijtkoek ging er vlot in, dit terwijl de molen van kop tot teen werd geïnspecteerd door de nieuwsgierige deelnemers. Iedereen wou vandaag die, toch wel speciale, koning zien waarover recent nog werd gerapporteerd in het tijdschrift Vlaamse Molens. Buiten stond een mechanische maalderij (op een vrachtwagen) opgesteld. Ook hier hingen de molenaars rond alsof het een pot honing betrof waar omheen de darren vrolijk cirkelden. De tijd brak aan om ons door 't Soete Waasland naar de volgende bestemming te laten rijden. In Sint-Niklaas werden we ontvangen met een aperitiefje geserveerd door twee allerliefste meisjes. Schepen Lieve Van Daele heette ons welkom. Zij noemde de molen de trots van de monumenten in de gemeente. Vaak is het zo dat wanneer men naar een monument vraagt aan de inwoners van Sint-Niklaas zij doorgaans eerst de Witte Molen vernoemen. De molen was door molenaar Alex Hosdez volledig opgezeild en draaide rustig op de wind, af en toe zijn Van Busselneuzen openend, om wat naar adem te happen. In de taverne naast de molen waren ze er wonderwel in geslaagd om binnen de afgemeten tijdspanne iedereen van een voortreffelijk middagmaal te voorzien. Er bleef zelfs nog tijd over om de Oost- en West-Vlamingen te laten verbroederen met de Zeeuwen. De Brabanders en Antwerpenaren mengden zich maar wat graag in dit wondere molenaarsgezelschap. Wie ook nog ter plekke een partijtje biljart wou starten zal toch later moeten terugkomen want daarvoor had Jo, die de meute bijeen toeterde, echt geen minuutje over. We reden in spanning richting Klein Brabant, naar een heus molenmuseum, te Sint-Amands. De conservator, Karel Van Den Bossche, nam zelf deel aan de daguitstap, maar had zich omringd met een aantal suppoosten die, de inmiddels in vijf gesplitste groep, opvingen buiten aan het museum. Het is onmogelijk om in anderhalf uur gans dit museum te bezoeken, laat staan ook nog eens de tijdelijke tentoonstelling ‘Van Molenmeester tot Maalderijingenieur’ door te lopen. Bovendien keken we vol verwachting uit naar de door Alain gevraagde academische zitting die Karel zou verzorgen, eens alle groepjes boven in het museum zouden verzameld zijn. Elke molenliefhebber moet zeker dit museum ooit bezoeken, en trekt daar best een hele dag voor uit. De tijdelijke tentoonstelling loopt nog tot omstreeks 210 augustus. Tijd genoeg dus.

We wandelden terug naar de bus voorbij het graf aan de Schelde van Emile Verhaeren. De bus stond op wandelafstand op parking noord. Precies op tijd vingen we de tocht aan naar de getijdenmolen van Rupelmonde. Terug naar Vlaanderen via de gekende Scheldebrug te Temse, die er intussen een broertje heeft bij gekregen, wat vooral de ochtend- en avondlijke pendelaars ten goede komt.

Wie Rupelmonde zegt, denkt onmiddellijk aan zijn toch wel uitzonderlijke burgervader, Denert. De man liet dan ook niet na ons te vergasten op een drankje, en een heerlijke welkomst speech, waarbij hij het ook deze keer niet kon laten om te proberen alle mensen wat dichter bij elkaar te brengen. Het gekende knuffelmoment van de burgemeester is daarbij leuk meegenomen en toch wel echt veelzeggend. Dat we de getijdenmolen van Rupelmonde als laatste op het programma hadden gezet, had alles te maken met het feit dat molenaar Jo ons ook effectief het maalproces wou tonen. En in een getijdenmolen moet je daarvoor dus eerst genoeg water opsparen om dat te kunnen. Bezoek je op een later ogenblik deze molen, vergeet dan zeker niet de getijdenkalender vooraf te raadplegen, want er kan amper genoeg water worden opgespaard om daarmee maximum twee uur per dag bij laagtij te malen. Dat dit een unieke molen is hoeft geen betoog. Nergens anders in het binnenland staan er nog molens langs de Schelde, onze enige getijdenstroom (tussen Gent en de kust). In heel Europa zijn ze er nog amper een tiental overgebleven.

Klokslag zes uur zette de bus ons terug af in Sint-Pauwels bij ons vertrekpunt. Dit nadat onze organisatoren nogmaals uitbundig werden bedankt met een overweldigend applaus.

Wij kijken uit naar de editie van volgend jaar, al moet wie van een gezellige molenuitstap houdt zeker niet zo lang wachten, want in september gaan we met zijn allen richting Schiedam via Kinderdijk.

Raadpleeg regelmatig onze activiteiten op: www.vlaamsemolens.com

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post87

De renners zijn in aantocht...

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 27 Feb, 2011 23:49

Meer fotos....

Februari loopt op zijn laatste benen. Fietsen worden van de haak gehaald, en er gaat haast geen weekend meer voorbij of in de Vlaamse Ardennen rijdt men in alle mogelijke richtingen berg op of berg af. Ook al wijzigen de namen, en het parcours van jaar tot jaar, de beelden blijven gelijk. Zo werd de omloop van Het Volk enige jaren geleden omgedoopt tot Omloop van Het Nieuwsblad en blijkt Kuurne-Brussel-Kuurne in werkelijkheid een Kuurne-Ninove-Kuurne te zijn. Zaterdag was het toch nog te koud om lange tijd langs het parcours te vertoeven, en dus gingen we ‘schuilen’ in Huise in de Huisekoutermolen waar vrijetijdsmolenbouwer Jan met hulp de laatste hand legde aan het plaatsen van een nieuwe voorbalk. Zoals op de foto’s te bekijken een fluitje van een cent (sic). In Zwalm, binnenkort dorp van de Ronde blijkt alvast het symbool van de gemeente te midden van een rotonde. Wat dacht je? Een molen natuurlijk. De wieken zijn wat kort uitgevallen, maar dat is bewust zo, want burgervader Tybens ziet je liever geen slag van de molen krijgen. Het molentje is uniek, want het combineert een wind- en watermolen. Wij vermoeden dat een jonge aspirant molenbouwer hier de hand in heeft gehad.

Zaterdag regende het en de wind blies je zo van de trappen van de molen. In Huise is het nog wachten op nieuwe ‘vleugels’ voor de molen. Dan maar terug huiswaarts via de Scheldero molen die bezeild was en draaide en waar zelfs renners voorbijflitsten op naar de finish in Gent. Het overigens in fraaie zakken verpakt meel (om bokes mee te bakken) staat er ook op jou te wachten. Op de molenberg stond een van de komende generatie molenaars, een oog op de wieken gericht, het andere vermoedelijk spiedend naar Tom Boonen, beneden in de Molenstraat.

Zondag werd het, en weg was de regen, weg was de wind. Ergens tussen Kuurne en Ninove botsten we opnieuw op slierten renners die moeizaam richting Oude Kwaremont trapten. De molen van Tiegem bovenop de Tiegemberg, ligt net iets te ver van het parcours om hem te kunnen vereeuwigen in een beeld met trappende renners. Pal er tegenover resideerde ooit Valerius De Saedeleer. Niet te verwonderen dus dat hij de molens van Tiegem ooit aan het doek toevertrouwde.

Het is nog wat vroeg op het jaar om in het Kluisbos van de lentepracht te genieten, maar een koffietje in het Boswachtershuisje slurpt lekker weg. Via rustige wegen af en toe eens piepend bij de ‘onbekende zuiderburen’ treffen we nog een schaalmodel van een molen aan in Saint-Sauveur.

Uw toegenepen reporter ter plekke…

Foto's van de volledige montage van de voorbalk in Huise

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post80

Huisekoutermolen krijgt nieuwe voorbalk

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 12 Jan, 2011 00:15

Het jaar is nog maar bezig, en we kunnen al meteen positief nieuws brengen. De koude heeft enkele entoesiaste molenliefhebbers niet kunnen tegenhouden om de handen uit de mouwen te steken.

Lees meer op de website van de Huisekoutermolen.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post74

Vlamingen op molenuitstap naar Noord-Brabant

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 24 Sep, 2010 13:23

Matige wind, geen regen, zon, opgezeilde molens.

Meer foto's kunnen bekeken worden op: fotos.sadeler.be

Het beloofde een mooie dag te worden in het noorden van ons landje, en het aangrenzende Noord-Brabant. Tijd voor ons Oost- en West-Vlaamse molenaars om enkele windreuzen en een enkele watermolen van nabij te observeren. Bart Hoofs had vooraf een en ander uitgestippeld, waardoor wij overal goed ontvangen werden.

Voor informatie over de te bezoeken molens verwijs ik graag naar het artikel in het zomernumer 2010 van Vlaamse Molens.

Het jaar 1648 en de vrede van Munster kwamen nog even ter sprake, wat ons toeliet de Vlamingen en de Brabanders wat beter te situeren. Er wordt weleens vergeten, dat voordien ‘s Hertogenbosch, Antwerpen, Mechelen, Brussel tot zelf Villers-La-Ville, allen tot hetzelfde Hertogdom Brabant behoorden. Het hertogelijke is al lang verdwenen, zelfs in benamingen als het eerder genoemde 's Hertogenbosch, dat we nu vriendelijker kennen als Den Bosch. Zuidelijker vonden de Antwerpenaren dat zij hun stad maar moesten uitbreiden tot een hele provincie, waardoor de Brabanders op het eerste zicht nog wat verder uit elkaar werden gedreven.

In ieder geval aan de staakmolens die je binnen dit vroegere Hertogdom nog aantreft zul je nauwelijks merken, dat je grenzen overschrijdt. Ze dragen allemaal de typische, wat men tegenwoordig, Kempense kenmerken noemt. Bij onze noorderburen zijn behoorlijk wat staakmolens mettertijd verdwenen of vervangen door wat de Pruis gemeenzaam Holländer mühle noemen. En ook al hebben deze laatsten pakweg driekwart eeuw geleden regelmatig de streek bezocht, toch weten ook zij blijkbaar niet dat je een Brabander geen Hollander noemt.

Noord-Brabant, en meer bepaald Midden-Brabant. Voor de leek, pal boven de grens met Antwerpen, tussen Breda en Eindhoven.

Op weg naar deze mooie bosrijke streek, takten we even af op de snelweg bij Brecht om de restanten van de afgebrande kettingkruier van Brecht te bekijken. Meer dan waarschijnlijk wordt deze 'behoorlijk verzekerde' molen annex taverne gerepliceerd, door molenbouwer De Jongh die ook al de vorige restauratie op zijn naam heeft staan. Voor fotootjes zie het artikel rond onze uitstap naar het land van Cuyck, enkele maanden geleden. John De Jongh zouden we later op de dag nog uitgebreid tegenkomen, wanneer we in zijn bedrijf getrakteerd werden op koffie met koek, en vooral mooie verhalen.

Eerste echte stop, en verdiende koffie in Oisterwijk in de Molen Onvermoeid, ook gekend als Kerkhovense molen. De geschiedenis van onze eigenste molen in Mere liep in 1972 in de maand november plots wat gelijk met de gebeurtenissen in Oisterwijk. Inderdaad de storm teisterde bij allebij de roeden.

Volgens info in het boekje van Ouwezeel, ‘Op molenpad in Midden-Brabant’ zou deze molen ooit uitgerust geweest zijn met zelfzwichting. De doorboorde as, en het eigenaardige metalen gekrulde tuig achter op de kap zouden hiervan nog getuigen zijn. Het boek De Brabantse Molens vertelt hierover weinig of niets.

We werden verwelkomd door toer uitstippelaar Bart en de molenaars ter plekke, onder wie Jan Scheirs en Hennie Willemsen.

Jan kreeg een plekje op onze bus en gidste ons verder door de dag, langs Moergestel, en nog enkele andere plaatsen. Plaatsen waarvoor we spijtig genoeg geen tijd hadden om ze ook echt aan te doen.

Bij de Spoordonkse Watermolen aan de Beerze namen we ruim de tijd om te lunchen en de banden tussen Oost- en West-Vlamingen nog wat hechter aan te halen, en uiteraard ook om van gedachten te wisselen over molens. Wat dacht je anders?

De tijd vloog zo voorbij. Bij Molenmakersbedrijf De Jongh te Oerle waren er zeker een aantal die maar wat graag nog wat langer waren gebleven. Begrijpelijk wanneer je weet dat we op onze bus de halve Vlaamse Molenmakerswereld meevoerden. Sommigen reeds genietend van een welverdiende rust, graag hun kennis delend met de jonge aanstormende talentvolle nieuwkomers.

De met stro bedekte achtkant bij het molenmakerbedrijf hoort eigenlijk niet echt thuis in dit landschap, vernemen we, en wat blijkt, het is dan ook een molen die verplaatst werd vanuit Duitsland (Leezen) naar hier.

De laatste te bezoeken molen staat te Hilvarenbeek, bij een plantentuin, en een belendend doktersmuseum. De Doornboom, was de ideale molen om er de dag af te sluiten. Onze gastheer Bart is er bovendien molenaar. Wie al te veel slagen van de molen kreeg kon zich ontspannen in het museum of in de plantentuin, bij bijvoorbeeld de roomse kervel. We zijn er nogsteeds niet uit waar roomse kervel goed voor is. Naar wij vermoeden zijn er op dit eigenste ogenblik in Vlaanderen wel enkele heerschappen die dit best zouden kunnen gebruiken.

Samengevat. Een pluim voor de buschauffeur die ons overal naartoe voerde, en die ons ook op tijd terugbracht. En aangezien we nog wat pluimen over hebben gooien we er ook enkele naar de Nederlandse molenaars die een groot aaantal onder ons vast en zeker nog regelmatig zullen zien terugkeren. En ja natuurlijk de twee organiserende molenverenigingen, daar valt nog weinig aan toe te voegen. Negenvijftig deelnemers is het beste visitekaartje. Volgend jaar op naar een grotere bus, al denk ikzelf dat snel inschrijven de beste boodschap is. Tip, waarom onze Waalse broeders niet eens met een bezoek vereren in het zuidelijkste Brabant. Misschien willen de Noord-Brabanders dan zelfs mee op onze bus.

Al de Nederlandse molenaars die we gezien hebben zijn alvast welkom bij ons op de Kruiskoutermolen, en op alle actieve molens direct in de buurt.

En nu neem ik even de tijd om mijn gehandtekend exemplaar (door Jan Scheirs) van De Standermolen verder door te nemen. Dit boek ontbrak nog op onze meterslange boekenplank met molenaarsboekwerken.

  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post64

Donkere wolken boven Kruiskoutermolen.

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 13 Sep, 2010 11:50

Open Monumentendag in Vlaanderen. Het begon regenachtig, betrokken luchten, beetje miezeren en vooral weinig wind. Tegen de middag beterde het gelukkig. We telden in totaal 127 bezoekers, en hebben er vast en zeker enkele over het hoofd gezien, getuige een ander verslagje van een bevriende molenliefhebber op het Nederlandse molenprikbord waaruit ik graag het volgende citeer: “...De totaliteit aan bezoekers weet ik niet maar, op de anderhalf tot twee uur tijd dat ik aanwezig was op de site,
dit was tussen 15 en 17 uur, heb ik er toch een zestig à vijfenzestig geteld….”

Onze verslaggever merkte ook nog op: “…Het werd een een gezellige drukte van komen en gaan van bezoekers. Zodanig dat er soms een kleine opstropping in de molenkast tot stand kwam van mensen die de molen verlieten of binnenkwamen. De meeste bezoekers kwamen alleen maar omdat de molen een monument is, maar het merendeel kwam toch om een beetje meer uitleg te krijgen over de werking, de inrichting en de historie van de molen, zodat vrijwillig molenaar Eddy meer dan de handen vol had….”

We kunnen daar nog weinig aan toevoegen...bedankt Marc.

Bedankt ook aan de molenaar van Molen De Roome die helemaal uit Frans-Vlaanderen ons kwam opzoeken.

AANDACHT: Het moet ons van het hart dat er zich om en rond de Kruiskoutermolen zeer zware donkere wolken samenpakken. Men wil de vroegere molensite (Van der Haegen) in zijn geheel gaan verkavelen. Een geel aanplakbord laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Zie foto. Erpe-Mere is de molengemeente in Vlaanderen. Dat werd nog niet zo lang geleden gesteld door gouverneur Denys van oost-Vlaanderen in zijn boek: Mijn ronde, het bestuurlijk reisverhaal van gouverneur Andre Denys. Quote:...Erpe-Mere is een product dat kan verkocht worden. Ik ken weinig gemeenten met tien mooi gerestaureerde watermolens, rijk aan wandelwegen en typische dorpskernen. Een zeer mooi aanbod voor de eendagstoerist die op zoek is naar dergelijke pareltjes. Maar onbekend is onbemind. Waarom Erpe-Mere niet verkopen als molendorp?...einde quote.

We kunnen hier slechts bij opmerken dat het “slechts” om negen watermolens gaat en één windmolen. Deze laatste moeten we koesteren. Het heeft heel wat moeite, tijd en vooral geldmiddelen gekost om deze oude wachter weer draai en maalvaardig te maken. Is het dan nu verantwoord dat PAL NAAST deze molen gebouwen worden opgericht, die ongetwijfeld de windvang sterk zullen hinderen? Het is nog niet te laat om hier tegen te ageren.

Ter illustratie, ten tijde van het Ancien Regime, toen het windrecht nog ingeschreven stond in de wet, mocht in een omgeving van 100 meter rond een windmolen NIETS worden opgericht. De overheid houdt van molens. Waarom zou ze anders deze reuzen voor 80 procent subsidiëren bij onderhouds- en restauratiewerken, met uw en mijn geld. De molens moeten dan wel draai- en maalvaardig zijn. Laat er ons op toezien dat dit zo blijft....

  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post63

Land van Cuyck, molendag

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 09 Jul, 2010 11:54

Zondag 27 juni, molendag in Limburg. ttz In ons eigenste Belgisch Limburg. Maar wat stelt dat nog voor? Nee dan liever snel de grens overgewipt naar het Land van Cuyck.

Fotoreportage.

Het werd heet die zondag. We haalden met gemak dertig graden in het binnenland, en Frank beloofde ons een teveel aan ozon. Niet te veel bewegen, geen zware inspanningen. Behoort fotografie en in het byzonder molenfotografie, daarbij, of kan dit nog net? Bescherming zoeken in zon'n molenkast kan ook altijd nog wat helpen. Hout beschermt en isoleert namelijk behoorlijk goed. Afkoelen onder het voorbijgaande gezoef van de molenwieken was er nouwelijks bij. Op de grens van Limburg en Noord-Brabant hingen de bladeren aan de bomen er verweesd bij. De rook zou met zekerheid recht naar de hemel opstijgen, mocht iemand het in zijn verwarde hoofd halen om net nu de kachel aan te steken. Gelukkig waren verwarde geesten net als vuurgestookte kachels zeldzaam op dat ogenblik.

De Molenvrienden van het Land van Cuyck vierden hun 25 jarig jubeleum. Verschillende molens werden opengesteld. De molenvereniging van het Land Van Cuyck vind je terug in het oostelijke deel van Noord-Brabant. Sedert 2000 hebben ze hun werkterein verruimt met een stukje aangrenzend Limburg en Gelderland. Een mooie streek langs de Maas. Hier kan je op een korte afstand van elkaar een viertal standerdmolens bekijken.

Vooraf reed ik nog even langs Brecht, waar de molen recent afbrandde, om nog wat foto's te nemen van de nu gedemonteerde kap, of van wat er van overblijft. Meer fotos. Het valt op, dat al bij al de dakspanten, behoorlijk stevig moeten geweest zijn, want de kap die nu op de grond staat heeft nogsteeds haar normale vorm. Alleen is alles helemaal zwartgeblakerd en deels verkoold. Enkel nog goed om er artistieke foto's of architecturale foto's van te nemen, die kunnen helpen bij toekomstige restauraties. Dit zal nodig zijn, wil deze kettingreus als een feniks verrijzen uit zijn as.

Alles ligt uitgestald in de belendende speeltuin. Wat op zich de ruimte biedt voor alle verkoolde onderdelen (spoorwiel, vangwiel, molenas, kap), maar anderzijds biedt dit een vrij lugubere aanblik.

Volgende stop in de buurt van Den Bosch, in Noord-Brabant, werd Oud Heusden. Heusden met zijn drie standerdmolens, en zijn stemmige Vismarkt bij het haventje. Hier werd ooit een uit België overgebrachte staakmolen gerestaureerd (Molen 1). Naderhand werden dan twee replica's bijgebouwd (Molens 2 en 3) op de stadswallen van dit vestingstadje. Heusden is een dorpsnaam die vaak voorkomt. Zie bij ons alleen al in de buurt van Gent, Antwerpen en ergens bij Zolder in Limburg. Overigens Hesdin in Noord-Frankrijk werd ooit bewoond door vlaamssprekenden en heette toen, juist ja, Heusden.

Geen van de drie molens was open voor bezoek. Op zondag werkt de Noord-Brabander duidelijk niet. Koffie dan maar op het terras van Het Centraal, bij de halte van de Paardentram, die in geen velden of wegen te bespeuren viel. Aan de overkant van het pleintje, de Vismarkt, tref je nog 'Bloemsierkunst in Den Prince' aan, naast twee eetgelegenheden, het 'Eetcafé Havenzicht' en pal ernaast het, de Nederlandse taal trotserende, 'De Pannekoekenbakker' zonder tussen-n. Het Centraal blijkt een drukbezochte afstapplaats voor zondagse wielertoeristen te zijn, die zich laven aan koffie en thee. Toch wel even anders dan wat je bij ons doorgaans ziet, waar de wielerterrorist zich meer richt tot abdijvocht, of zelfs duvels in eigen nat.

Van hieruit wordt het nog zo'n 50 km karren naar Nederasselt en Overasselt, voor de eerste echte stops op deze molendag. Ik bedenk nog snel dat die Nederlanders best wel slim zijn. Zij zeggen Nederasselt en schrijven dat dan ook, wij daarentegen zeggen Nederasselt en schrijven ...iets anders.

De Maasmolen te Nederasselt komen we als eerste tegen op ons molenpad. Een snelle hap onder een veel te hete, verzengende zon kan nog net. Even na enen liggen de traditionele buitenshots van de molen vast op de gevoelige dataschijf. Een gezellige babbel met de twee aanwezige molenaars dringt zich op, en brandt zo de tijd weg. We wisselden wat info uit. Ooit heb ik deze twee molenaars ontmoet tijdens een van de Brabants-Vlaamse contactdagen van een gekende molenvereniging. (*) Mogelijks kan een korte contactname met een naburig wonende molenbouwer licht scheppen in de duisternis die nogsteeds heerst rond de kennis betreffende gasdempers, nodig bij Van Bussel wieksystemen. Ik werd nog gewezen op enkele merkwaardigheden in deze molen. Zo werd voor de baansteen van deze molen gebruik gemaakt van een oude grafsteen. De tekst 'Rust in Vrede' is er nog duidelijk op te lezen.

Deze molen heeft een geschiedenis achter de rug. Bijna vergelijkbaar met de geschiedenis van onze eigenste Kruiskoutermolen in Vlaanderen. Bijna verkwanseld voor nop; bijna verplaatst; gered door de gemeente. De molen beschikt over een groot steenkoppel, een sleepkruiwerk (met autobandje), wat toch zeldzaam is op een standerdmolen. De vroeger aanwezige achtermolen werd aangedreven door een extra wiel, met kammen, achter het vangwiel. De extra ijzerbalk is eveneens nog aanwezig. Een opstelling die ook bij onze molen aanwezig is, zij het dan wel compleet. Recent werd een en ander gerestaureerd: het balkon, de trap, het dak. Het lijkt sterk op wat ook met de Huisemolen recentelijk is gebeurd. En als we dan toch een verschilpunt met onze molen willen beklemtonen, dan is het wel dat het biotoop van deze molen, vlak buiten het dorp nog enigszins ongerept is. Open veld, weliswaar hier en daar nog kleine bomen, en de gebouwen nog op veilige afstand. De volledig opgezeilde molen draaide echter omzeggens niet. Dat zal vast en zeker aan het teveel aan hitte en de te weinig aanwezige wind gelegen hebben.

Wat verderop in Overasselt was de molen gesloten, maar werden we toch verwelkomd door enkele aanwezige levende grasmaaiers. De gemeente is duidelijk de ecologische toer op gegaan en houdt bij middel van een bende mooie zwarte schapen het gras kort.

Wanroij werd de volgende halte op onze tocht. Deze grote ruime driezolder (De Hamse Molen) mag zich gelukkig prijzen dat hij de geschiednis heeft overleefd. Ooit gekocht door een maalderij 'voor de grond' en gelukkig op tijd gered door de gemeente en verplaatst naar de overkant van de weg op een open terrein. Toch blijkt er nieuwe dreiging te zijn vanwege de oprukkende industrie. De molen met oud Hollands gevlucht wacht nog op verbusselde wieken, teneinde hem er terug te laten uitzien zoals in 1959 toen hij voor het laatst proffesioneel maalde.

Je herkent de molen van ver aan de grote geverfde ster op de zijkant. Overigens hebben al deze staakmolens hier in de omgeving een behoorlijk smalle trap. Het balkon wordt niet geschoord tegen de kast, maar steunt op een lange spruit, die met twee zwepen is vastgemaakt anderaan de trap. Ook het kruiwerk is op al deze molens zwaar uitgewerkt en quasi gelijkend. Zeg maar 'gestandaardiseerd'.

Op weg naar de molen in Affenden, waar ze een oude film vertoonden, namen we een verkeerde afslag en belanden zo in Heyen op de Gerarda molen. Een verplaatste poldermolen uit Friesland die hier als korenmolen werd heropgebouwd op de restanten van een door den Duits opgeblazen molen. We zitten hier trouwens vlakbij de grens. In het magazine van de Molenvrienden van Cuyck lezen we nog...'molenaar Kessels zijn bedrijf wou voortzetten met een ruwoliemotor onder in de molenberg. Het besluit om toch weer een windmolen te bouwen heeft te maken met het feit dat 'de omgeving Heyen na de oorlog nog niet is aangesloten op het electriciteitsnet....'

Inderdaad de vooruitgang is pas begonnen beseffen we maar al te goed, al gaat hij tegenwoordig met veel te rasse schreden vooruit.

De laatste nog op de lijst af te werken molens lag in Oploo, maar bleek (reeds) gesloten te zijn. Ook op de vlakbij gelegen watermolen was geen teken van: leven (meer) aan te treffen. Het liep tegen vijven.

Bij het afzakken via Valkenswaard naar de Wedelse molen in Overpelt voor een uitsmijter, komen we nog langs de molen van Milheeze, die opnieuw in het stro wordt gezet.

Land van Cuyck, een molenbezoek meer dan waard.

(*) Een van deze twee entoesiaste molenaars is de broer van de pas overleden molenaar Hans Snel. Bij deze gecondoleerd.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post61

Zeeuws-Vlaamse contactdag 2010

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 17 Jun, 2010 11:44

Meer fotos zijn te bekijken op fotos.windmolens.be

Een Nederlands weekendje. Op zaterdag op stap, met de deelnemers aan de Zeeuws-Vlaamse contactdag, die deze keer opnieuw doorging in Zeeuws-Vlaanderen. Op zondag de grens over op vlucht voor de verkiezingstsunami, al kom je daar dan onherroepelijk terecht in een oranjegekte. Bij het wandelen door Sluis op weg naar een lekkere molenkoffie in de molen De Brak, viel het ons op dat zelfs de etalagepoppen (als je deze zo kan noemen) in de erotiekwinkels getooid waren met oranjewimpels. In een van de nieuwbouwwijken hadt men draden met oranjewimpels kris kras over alle straten heen gespannen. Vandaag (13 juni verkiezingsdag), was het dus voor ons Belgen een dagje om ons Belgisch of Vlaams gevoel te tonen. Voorwaar van het oranjegevoel kunnen we nog veel opsteken.

Zaterdagochtend, halftien waren we present in Sas van Gent in Brasserie d’Ouwe Brug, waar Ton Koops en Steef Nessen ons hartelijk verwelkomden, bij enkele koppen koffie. Verder presenteerden zij een mooi eerbetoon aan Piet Luteijn, de onlangs overleden molenaar van Sasput, en introduceerden zij kort op boeiende wijze de komende dag. Twee stadsgidsen begeleiden de twee mooie grote groepen deelnemers doorheen Sas langs de restanten van een Achtkant, een getijdenmolen en enkele mooie uitgebouwde maquettes (plattegronden) van Sas en Terneuzen.

Voor het middagmaal, een mooie belegde boterham met erbovenop een gevulde omelette knap gegarnierd met frisse tuingroenten, werd halt gehouden in restaurant Baeckermat te Westdorpe. Bovenal een eerste glegenheid om te zien hoe de Vlaamse (West en Oost) deelnemers verbroederden en verzusterden met de Nederlandse (Zeeuwse) molenaars.

Ideeen en weetjes (groot of klein) werden van links naar rechts over de tafels heen gestuurd. Ik geef een voorbeeld: ‘Behandel je de kast en het gebinte van je staakmolen?’ vroeg iemand zich af. ‘Ja’ blijkt in Nederland, ‘Maar dan wel met producten op basis van berken- of beukenextract aangevuld met lijnzaadolie, zoals bruine teer.’ ‘Hola kan en mag dat zomaar? Is dat een product dat goed gekeurd wordt door de subsidierende overheid?’ Enz... enz...

Axel lag vlakbij en werd bereikt na een korte tussenstop bij de Zwartenhoekse Zeesluis. Een bouwwerk uit 1789.

Het valt mij op dat ondanks het feit dat we amper over onze landsgrens heen vertoefden, er merkelijk meer aandacht wordt geschonken aan toerisme en geschiedenis. Mooi uitgewerkte uitlegborden over historische monumenten en historische feiten. Ik heb al te vaak het gevoel dat bij ons in Belgie de geschiedenis ergens moet begonnen zijn omstreeks 14-18 getuige al die monumenten op de dorpspleintjes. In Sas word je geconfronteerd met Keizer Karel, met bolwerken, met paaltjes waarop leeuwen en dubbele adelaars aangebracht zijn, bordstenen met jaartallen als 1789, verwijzingen naar 1648. Wie kent het nog?

Sas is op die manier een boeiende gemeente, al moet mij van het hart dat ze zeker iets moeten doen om de heropstanding van de achtkant molen te bewerkstelligen.

De Axelse Stadsmolen bereikten we lopend over de wekelijkse zaterdagmarkt. En al was de reguliere molenaar van Stichting de Axelse Molen niet aanwezig, toch lieten onze gastheren Steef en Ton,de molen voor ons draaien. Natuurlijk niet terwijl het plaatjes schieten was in de kap bij de gietijzeren molenas. Deze stellingmolen dateert uit 1750 en is regelmatig in bedrijf. Buiten werd de traditionele groepsfoto nog even gemaakt.

Als afzakkertje genoten we nog van een borrel en een maatje in De Graanhalm. Makkers, molenaars, ....maatjes.

  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post59

Ambachtendag in Vlaanderen.

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 08 Feb, 2010 17:57

Van ezels die cardeuses blijken te zijn, Alosta, biezen stoelen en gietijzeren askoppen…

Zeven februari, dag van de ambachten in Vlaanderen. Zoals gewoonlijk is dit vooral bekend bij de betrokkenen en bij een publiek dat voornamelijk door hen werd bespeeld. De grote media blijven hier naar ons gevoel schromelijk in gebreke. Op de dag zelf, bleef de website onbereikbaar (overbelast?).

Het was er anders wel de dag voor. Wat mistig, wat grauw, en nog later zelfs wat regen. Wat doe je dan op zondag? Juist, ja, je zakt af naar enkele bedrijfjes, want bij ambachten gaat het niet om mastodonten. Die hebben trouwens hun eigen open bedrijvendag. Op tocht doorheen het Vlaamse molenland, rijden we helemaal binnendoor naar Etikhove en Ronse via onooglijke plekjes als Wijlegem in de Zwalmgemeente en Tissenhove in Mater. De Vinkemolen en de Oude Molen staan er verstild bij, wachtend op de wind die niet wil komen. De bewolking is te laag en er hangt teveel fijn stof in de lucht. Kortom voor de zoveelste keer smogalarm. De radio schreeuwt dat we lokaal reeds voor de vijftiende keer de drempels overschrijden. Europese bestraffingen hangen dreigend boven ons hoofd.

Pedro Pype is een ambachtsman die mooi bezig is met zijn vaste job in te ruilen voor de uitdaging van de totale zelfstandigheid. Wie zegt dat er geen nieuwe ondernemers meer bijkomen? In de Mussestraat in Etikhove kun je terecht om er vakkundig jouw meubels te laten restaureren. Stoelen en andere zetels worden er opnieuw gestoffeerd. Ook vervangen van oude rieten of biezenbekleding wordt er uitgevoerd. Moluurtjes ter versiering van kasten worden er met de hand gemaakt, voor wie iets meer wil dan een glad Ikea oppervlak in zijn woning. Voor de gelegenheid was er zelfs een ambachtenquiz. Pedro demonstreert maar al te graag een aantal keren zijn vakkunst. In de kleine winkel van de gerestaureerde hoeve is het een drukte van jewelste. Met zijn allen op zoek naar de tijd en de sfeer van weleer. En was dat niet de molenaar van Schorisse die we net nog tegen het lijf liepen, op bezoek op de boerdeij van een van zijn vroegere klanten. De koeien en het akkerland zijn er niet meer, enkel een grote molensteen bij het hek, herinnert nog aan weleer. Bezoek de Website

Onze aandacht werd net voor we verdergingen, nog getrokken door een ‘ezel’ voor de woning. (*) Uiteraard geen echte ezel. Wel een toestel waar vroeger oude wol werd met uitelkaar getrokken (gekaard). Een merkwaardig ding (een sort van bank) waar je op moest gaan zitten, waarna je een half cirkelvormig gebogen plank bezet met gekromde haken heen en weer moest bewegen over een andere half cirkelvormig gekromde plank, bezet met haken in de andere richting. Je kon deze ‘kop’ van voor naar achter en terug bewegen, via een houten spaak die aan deze kop bevestigt was. Na een dag voelde je je eigen rug niet meer. Ik herinner mij de vakantiejob nog goed uit de zomer van negenzestig, waarbij ik de gelukkige was die de ezel mocht bedienen.

Goed verscholen in de Drieborrebeekstraat te Ronse troffen we ‘t Gebinte aan. Een van de weinige molenmakersbedrijven in Vlaanderen. Een goed moment om er tijdens deze ambachtendag binnen te lopen en te genieten van enkele kunstwerken die binnenkort in de Boorsemse molen te Maasmechelen zullen worden gemonteerd. Het bedrijf is gevestigd in een meer dan waarschijnlijk vroegere textielfabriek. Er waren er hier zo vele. De vergelijking van deze ruimte met het pand waar Carlos zijn Alosta matrassen fabriceerde is treffend. Het was trouwens daar dat we ooit met de fameuze cardeuse aan de slag gingen. Een plaats die voor eeuwig zal verbonden blijven met de zomer van negenzestig, en met de dood van Brian Jones, maar dat is alweer een ander verhaal. Keren we terug naar de Drieborrebeekstraat en naar ‘t Gebinte, waar molenbouwer en zaakvoerder Johan de nodige uitleg verstrekt aan groepjes bezoekers, terwijl assistant Mike lustig een blok hout verzaagt. Op de grond ligt een behoorlijk grote askop te wachten op een likje verf. Het betreft nog een askop van de gekende gieterij van Van Aerschot. Ook mooi om te zien hoe een oud raamwerk opnieuw wordt omgetoverd tot een identiek nieuw raam wachtend op een nieuw leven straks in de Stormvogel te Boorsem.

Terwijl we afronden met een paar koppen koffie op de markt te Oudenaarde bedenken we nog dat molenbouwers stilaan witte raven worden in een omgeving waar menig pietje-precies bovendien op hun vingers zit te kijken, bij elk balkje dat wordt vervangen. We moeten ze koesteren, want wie zal straks anders voor onze eeuwenoude windreuzen zorgen? Zijn onze ambachtendagen belangrijk? Toch wel, al was het maar om de jeugd aan het denken te zetten bij hun zoektocht naar een uitdaging en naar een broodwinning. Wij willen met zijn allen toch niet dat ook het beroep van molenbouwer op de lijst van de knelpuntberoepen belandt.

Geniet mee van enkele sfeerfoto’s.

(*)In Frankrijk (en mogelijk ook bij ons) vooral gekend onder de naam cardeuse. Er staat er nog eentje in het museum van ‘t Aloam bij de Mertensmolen in Viane, op de derde verdieping.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post49

Molenaarscursus: de 7de lesdag.

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 31 Jan, 2010 00:32

Enkele dagen geleden werden we nog lastiggevallen met berichten over mogelijke smogdrempels die bijna werden overschreden. Gisteren, zaterdag, reden we onder een azuurblauwe hemel, dan weer door de sneeuw. Kortom eind januari; de winter heeft zijn staart nog niet getoond.

Molenaarscursus, en tijd om stil te staan bij wat veiligheid precies inhoudt. Wie beter dan Walter Van Den Branden en Jo Bracke, beiden verbonden aan Mola, konden deze materie op een deskundige wijze toelichten. De provincie Oost-Vlaanderen, bij monde van Mola, beheert vijf molens. Het valt dan ook niet te verwonderen dat veiligheid hoog in het vaandel wordt gevoerd. Zij hebben een voorbeeldfunctie. Recent werd een risicomatrix opgesteld. Aan de hand van deze studie werden reeds verschillende ingrepen uitgevoerd. Op die manier wordt voor molenaars, bezoekers, molenbouwers, en al wie een molen betreedt een veiligere omgeving aangeboden.

Belangrijke boodschap voor alle cursisten: zorg dat je een veilige omgeving biedt aan je bezoekers. Check of je als vrijwiliger voldoende verzekerd werd, door diegene die je aanstelde.

Het namiddagbezoek beperkte zich deze keer tot slechts een molen. Maar wat voor een: de papiermolen te Alsemberg (Herisemmolen). We werden ontvangen door Xavier Winderickx, een telg uit het molenaarsgeslacht Winderickx van deze papiermolen. Wij zagen zelden een dergelijk begeesterde gids. De rondleiding die meer dan twee uur in beslag nam was uitermate boeiend. De heer Winderickx slaagde er zelfs in om tussen ijn uitleg door, nog twee vellen papier te produceren. De site is behoorlijk groot. Wat voornamelijk boeit is dat je mee de geschiedenis doorloopt, van het eenvoudig handgeschept papier in het oudste gedeelte van de molen, tot de later in de geschiedenis bijgebouwde uitbreidingen, waar ondermeer de stoom zijn intrede deed. De talrijke zelfontworpen en gebouwde machines geven nog meer kleur aan dit museum. Het mag een wonder heten, dat dit complex, de tand des tijds heeft doorstaan, en niet heeft moeten wijken voor verkavelingen en lelijke betonconstructies.

Voor meer uitleg, geschiedenis, openingsuren enz... verwijzen we graag naar de website van de Herisemmolen.

Enkele sfeerfoto’s genomen tijdens het bezoek.

Meer foto's zijn te bekijken op: ons fotohoekje.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post46

Temse: Molens doorheen de seizoenen

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 30 Jan, 2010 01:09

Op de foto: Yolande Vanden Bossche en Karel Van den Bossche

Vrijdagavond 29 januari waren we getuige van de opening te Temse van de tentoonstelling: “Molens doorheen de seizoenen”. Deze tentoonstelling loopt van 30 januari tot en met zondag 28 februari. Bezoeken kan telkens op zaterdag of zondag tussen 14 en 18 uur. Op zondag eveneens van 10 tot 12.

De tentoonstelling rond molens is samengesteld uit de verzameling van Yolande Vanden Bossche die eerder al in de watermolen te Temse exposeerde met een aantal foto’s.

Schepen van Cultuur, Annemie Blommaert, mocht als eerste de geïntresseerden toespreken, waarna burgemeester en tevens voorzitter van het Gemeentelijk Cultuurcentrum, Luc De Ryck, schetste hoe rijk onze Vlaamse cultuur is aan verwijzingen naar molens, zowel in wat betreft toponomie als in naamgeving van personen. Denk maar aan De Meulenaere, De Meilemeester, Molenbeersel, Molenbeek, enz...

Dr. Jur. Karel Van Den Bossche, conservator van het Vlaams Centrum voor Molinologie in het naburige Sint Amands, tevens zetel van het Molenforum Vlaanderen, mocht op zijn gekende begeesterende manier het publiek onderhouden over een stukje molengeschiedenis. Vooral de recente archeologische vondsten te Gent op de Ikea site, trokken de aandacht, en zullen in de toekomst nog zeker voer voor verder studiewerk uitmaken.

Na het dankwoord van Ide Manteleers, vertegenwoordigster van Levende Oost-Vlaamse Molens, en betrokken bij Bibliotheca Wasiana, werd een glas aangboden en kon iedereen rustig genieten van een babbel, en uiteraard ook van het geexposeerde werk.

Allen die onze molens genegen zijn, mogen zeker niet vergeten een van de komende weekends even binnen te lopen in Temse in het Gemeentemuseum, gelegen in de Kasteelstraat 16.

http://www.temse.be/toerisme_musea.html#Gemeentemuseum

Enkele sfeerfoto's waarop o.a. burgemeester en schepen van cultuur.

  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post45

De zes donkere weken

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 13 Jan, 2010 15:06

Dat werd vroeger gezegd door de mensen 'van op den buiten'. Het was de tijd dat de dagen amper 'open en toe' gingen. Weet er trouwens iemand precies om welk uur de dag begint, of de nacht, dat maakt niet zoveel uit? McCartney zong in 1967 in 'She's Laving Home': "Wednesday morning at five o'clock, as the day begins". Mogelijks. Maar wat doe je dan met de Benedictijnen die reeds om drie uur opstaan? Zelf hou ik het voorlopig toch liever bij een wat later startuur van de dag.

Waarom eigenlijk? Mogelijks volgen we beter het ritme van de kippen. Antwoorden op een gele briefkaart sturen naar.... en zelfs dat is uit de mode en uit de tijd geraakt.

Ik vermoed, nee ik weet en besef, dat nogal wat collega's, van nog geen jaar geleden zich afvragen, wat iemand doet die plots baadt in zeeën van tijd. Iemand die vroeger zo druk was in het verre Mechelse hinterland. Zie voor een voorbeeldje hieronder.

Voorlopig althans, laat dit zich makkelijk vatten in een woord: genieten. Genieten van die ogenblikken van de dag, binnen de uren waarop de dagen amper open en toe gaan, tijdens deze zes donkere weken tussen begin december en half januari. De tijd waarin je amper ziet dat de dagen korter of langer worden. Het is pas vanaf 13 tot eind januari dat we ’s morgens dagelijks een minuutje meer licht krijgen en ’s avonds twee minuutjes. Bijna een heel uur dus, en vanaf februari wordt het nog mooier met elke ochtend volle 2 minuten eerder licht.

Opzoekingen in verband met molens.

Enkele weken geleden wou ik twee dingen checken. Ten eerste of het inderdaad mogelijk was, hetgeen ik las in een oude krant van 1895, en ten tweede hoe kan ik makkelijkst via bos- en veldwegels van bij mij thuis naar de Horenbuts wandelen. Toeval of niet, maar beide waren best te combineren in een wandeling. Het werd een zes à zeven kilometer lange tocht die ik heb gewandeld tijdens een namiddag tussen drie en vijf uur. Netjes afgerond op het dorp met een koffietje in een café waar zowaar onze burgervader een van zijn laatste sigaretten rookte. Ik bedoel rookte in het café, want het was nog enkele donkere dagen te gaan eer ook hier het rookverbod onherroepelijk zou toeslaan, tenzij ze hun spahetti, en aanverwante slaatjes de deur uit zouden keilen (wat ze uiteindelijk nog gdaan hebben ook).

In de Denderbode van 10 februari 1895 (*) stond een bericht te lezen over enkele zonen van mulder Van Der Biest te Erpe.

De watermolen was even beneden de kerk langs de Dorpsstraat gelegen. Tegenwoordig zit hij zowaar geprangd tussen de Dorpstraat en de doorgetrokken N46 naar Oudenaarde. Adolf, de zevende en jongste zoon van de molenaar was gaan “loten" naar Lede. In die dagen waren de Lotelingen zoals Concience ze beschreef nog jaarlijkse kost. Dit door de Franse bezetter ingevoerde selectiesystem voor den troep zou pas afgechaft worden in 1913. Voor de jongere lezer. Het systeem kwam er op neer dat je op een gegeven ogenblik werd opgeroepen om je naar een centrale plek te begeven waar je uit een draaitrommel (vergelijk het met een vroege voorloper van de lottotrommel) een nummer mocht loten.

Een laag nummer betekende voor vier jaar naar den troep, een hoog nummer betekende de vrijheid. Dat er voor en na de trekking een koehandel werd opgezet met die lootjes en dat daarbij pakken geld werden verhandeld, richting rijkeluiszoon naar arme boerenstakker is wat Concience ons verhaalt in zijn boek. In een artikeltje gepubliceerd in het driemaandelijks tijdschrift voor Heemkunde en Geschiedenis van Wetteren (**) uit 1993, nummer 3-4 van September-December lezen we in het vermoedelijke autobiografische verhaal van Casimir Vermeiren , dat een vrijkoop zowat 1600 franks kostte. Dezelfde krant waaruit we citeerden meldt op pagina 4 bij de Merktprijzen dat “een koppel viggenen 40 frank kost” en dat voor “3 kilo boter 5,94 tot 7,56 frank” moet betaald worden. Vrijkoop was dus een voorrecht voor wie geld had. In het krantenartikel lezen we over vrijkoop echter niets.

Wie er zich uitlootte wou dit zo snel als maar kon aan zijn thuisbasis laten weten. Internet en GSM waren toen nog veraf. Het artikel van Casimir Vermeiren verhaalt dat er ook lopers werden ingezet om het nieuws kond te doen aan de naastbestaanden; weer anderen zetten postduiven in.

In het geval van onze mulderszoon bevlagde, de waarschijnlijk bevriende, molenaar van Lede de wieken van zijn windmolen om een teken te geven. Bij Van der Biest, vier km verder, zagen ze dit teken en werd alles voor een feestelijke ontvangst in gereedheid gebracht. Het duurde dan nog een uur eer de gelukkige vergezeld van zijn broers met zijn nummer op de pet gespeld thuis arriveerde. Er wordt niet vermeld waar ze bij de watermolen stonden om helemaal tot in het buurdorp Lede te kunnen kijken. Mogelijks gbeurde dit vanaf de nabijgelegen motte (berg) bij het Erpse kasteel, wat verder langs de beek.

Zelfs mocht de windmolen in Lede nu nog bestaan, blijft het moeilijk voor te stellen dat men toentertijd zo ver kon kijken dwars over akkers en tussenliggende gehuchten heen. Een blik op de Popp kaart van Erpe van zo'n 50 jaar eerder (periode 1845) leert ons dat er zich tussen beide molens een wijk bevond (Erembrouck), halverwege, met eenvoudige huisjes van wevers en spinsters (mijn eigenste voorvader Cornelius woonde in een van die huizen). Wanneer je tegenwoordig vanaf de vroegere lokatie van de Leedse windmolen, achter de vroegere steengroeven waar Lediaanse steen werd gedolven, wandelt kun je nu nogsteeds zonder problemen kijken tot de Erpse kerk. Ook de Impse Tucmolen moet duidelijk zichtbaar geweest zijn, net als trouwens de stenen windmolen langsheen de Erpse Dorpstraat.

Het zicht van de gehele omgeving wordt sedert de jaren 60 van de vorige eeuw beheerst door de Erpse watertoren langs de Bossestraat. De windmolen in Lede is verdwenen tijdens de eerste wereldoorlog. Het stampkot zoals hij werd genoemd sond pal naast de huidige Bonten Os. Wanneer je goed door de haag kijkt tegenover de huidige afspanning zie je nog de oude molenberg, die nooit werd afgegraven.

In die dagen liep er een klein wegeltje helemaal naar de Keiberg vanaf de molen. Je ziet er momenteel nog enkel het begin van bij de bocht in de huidige Molenbergstraat. De loteling zal samen met zijn broers, meer dan waarschijnlijk, langs daar gestapt zijn, op weg naar huis, via het Erps- kapelleken, door Leekauter naar het lager gelegen Horenbuts, om via de Gentweg de molenbeek te bereiken en deze volgend thuis aan te komen.

(*) Vrij onafhankelijk volksgezind orgaan van de Stad en des Arrondissements Aalst. Kostprijs 5 centiemen per nummer.

(**) tijdschrift voor Heemkunde en Geschiedenis van Wetteren , 1993, nummer 3-4 van September-December

Andere bronnen: Google maps, http://belgica.kbr.be/nl/coll/cp/cpPopp_nl.html, kaart Ferraris

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post42

Nieuwsbrief - windmolens.be

MolensPosted by Eddy De Saedeleer 06 Nov, 2009 23:51

Hierbij de geboorte van onze eerste nieuwsbrief.

Klik door naar:

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post34
Next »