Sadeler's blog

Sadeler's blog

Sadeler's Blog

Geniet mee van, heden, verleden en toekomst.
--------------------------------------------------------
windmolens, Facebook
--------------------------------------------------------
Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval.

Somewhere over the rainbow

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 05 Oct, 2019 23:54

Zaterdag, 5 oktober

Vijfendertig jaar terug geworpen in de tijd. De setting, vandaag, is deze van de film The Big Chill, waar een aantal mensen samenkomen om afscheid te nemen van een vriend. Ze hebben elkaar een aantal jaren niet gezien. Met dit verschil: zij waren jong, en konden nog alle kanten op, wij zijn oud(er) en kijken vooral terug op wat geweest is. Het is hard om afscheid te nemen van iemand die daar al zeventien jaar lang mee bezig was.

Begin oktober 1984 vatte ik de tweede echte job van mijn leven aan. Nieuwe uitdagingen in een veranderende wereld. Wij zouden aan de mensen uit gaan leggen hoe je met een computer, eender dewelke, kon communiceren met een andere computer, ook al eender de welke, al was dat in eerste instantie langs onze kant de Level Six van Honeywell Bull. De afgelopen twee jaar had ik mij toegelegd op het vergaren van kennis over computers, en over de programmeer taal Basic. Het bedrijf was op zoek naar compjoeterspecialisten die iets meer kenden van deze nieuwe richtingen, en die wat minder geïnteresseerd waren in de mainframes van IBM. Een nieuwe uitdaging waarin we nagenoeg carte blanche kregen van de directie, als we er maar in slaagden om hetzelfde op poten te zetten als dat waar de concurrentie ook mee bezig was.

Na mijn eerste dagen wennen aan een spuuglelijke tafel, waar ik aan mocht zitten, want er diende nog een echte buro gezocht, en mijn kennismaking met een collega, die mij liet weten dat ik alles mocht doornemen van wat ik tegenkwam in een kast achter mij, waar de legplanken ontbraken en alle dossiers en handleidingen willekeurig gestapeld lagen. ‘Mocht je tijd hebben, leg alles dan wat op orde.’ Liet hij er nog op volgen, en weg was hij, op klantenbezoek. Van een sprong in het duister gesproken. Gelukkig mocht ik wat later in oktober ‘op stage’ naar Gent, waar ik enkele mensen leerde kennen, die ik vandaag opnieuw ontmoette, godbetert, aan de kerk te Ertvelde.

De overstap van een ‘binnendienst’ naar een ‘buitendienst’ en het beschikken over nagenoeg totale vrijheid, was een openbaring. In Gent trokken we ‘s middags naar het theater. Beter gezegd, naar café theater, waar we echte en glazen boterhammen tot ons namen. ‘s Namiddags togen we op klantenbezoek naar de Sidmar’s, Lotus’sen, en andere grote bedrijven uit de regio. Leren hoe je een Racal Milgo 26 LSI kon strappen. Het zijn dingen waar geen mens nu nog wat aan heeft, maar toen was het levensnoodzakelijk om dergelijke techniek onder de knie te krijgen. Ik leerde dat, en nog honderd andere dingen van de meester, waar we vandaag afscheid van namen. De directie zat niet stil, en de leermeester, muteerde vrij snel naar Brussel, om onze cel te versterken. We mochten onze kunstjes tonen aan onze kantoorhouders, en nieuw, ook tijdens handelsbeurzen en aanverwante. Gaston Geens, de toenmalige eerste minister van Vlaanderen, wat toen nog niet zo werd genoemd, had een paar jaar eerder Vlaanderen op de kaart gezet met ‘zijn’ derde industriële revolutie. Het hoogtepunt werd om de twee jaar georganiseerd tijdens een grote Flanders Technology beurs. In 1985 ging de beurs nog door in het Gentse Kuipke. De terreinen van Flanders Expo lagen nog braak te wezen, te wachten op een pausbezoek, om daarna snel omgevormd te worden tot het complex zoals we het nu nog kennen. In 1987 konden we Flanders Technology meemaken in de nieuwe gebouwen. Het is te zeggen, ongeveer in de nieuwe gebouwen, want ze waren al direct te klein, en wij stonden met onze minicomputer, de Level Six van Honeywell Bull in een bijgezette tent, waar ‘s morgens ongeveer tien centimeter water stond. Haardrogers en alerte collega’s zorgden er voor dat niemand wat merkte en het doorweekte computer bakbeest heeft daarna nog jarenlang gewerkt.

In België had de RTT (nu Proximus) het monopolie op alles wat met telecommunicatie had te maken. Enkel zij mochten modems verhuren (5000 frank per twee maand). Een toen nog jonge ex-marconist zag er brood in en importeerde in eerste instantie modems van het Engelse Racal Milgo en verkocht of verhuurde die door aan de RTT. Een paar jaar later bracht Telindus een eigen reeks modems op de markt, met dezelfde namen als deze die later werden gebruikt in Keeping Up Apperances: Daisy, Hyacynth, Iris, enz....

Bij Telindus volgden we cursussen om onze kennis te verruimen over X25, het pakketnetwerk, ISDN, het geflopte netwerkprotocol, en leerden we onderscheid te maken tussen de ISO standaarden die beschreven werden in het OSI model. Volgt u nog?

De concurrentie kwam op de markt met een betaalschijf, waarmee je zelf van in je bedrijf je betalingen kon doorsturen naar de bank, en omgekeerd je rekeningafschriften kon ophalen.

Het ontwerpen, bedenken, programmeren en in de markt zetten van dat telecommunicatie programma, blijft een mijlpaal in de geschiedenis van mijn tweede job.

Iedereen vind het normaal dat je tegenwoordig vanaf je smartphone je betalingen uitvoert, maar in de eerste helft van de jaren tachtig had je daar een mastodont van een computer, of een van die opkomende Personal Computers voor nodig. Kostprijs van zo’n ding lag om en bij de 450.000 Belgische franken, nu 11.250 euro. Geef toe dat de prijs van een Apple Iphone van net geen 1000 euro in vergelijking maar een peulschil is. En je spaart het milieu want je hoeft niet meer de auto in om naar je kantoor te rijden.

Geen haar op ons hoofd dat er toen aan dacht, welke niet te stoppen machine wij toen hebben in gang gezet. De derde industriële revolutie is iedereen al lang vergeten. Flanders Technology is enkel nog een vergeelde poster. De evolutie zal nooit meer stoppen, en zij die aan de basis lagen zullen allemaal op termijn tot stof en as weerkeren. Een belevenis (sic) waar we vandaag nog maar eens aan herinnerd werden.

Twee keer werden we voor Flanders Technology in het nieuw gestoken. Nieuwe das, nieuwe jas, het kon niet op. We hadden een stand verantwoordelijke die ons verzorgde. Allen in hetzelfde pak, wat de herkenbaarheid vergrootte, middagmalen in de beste restaurants in de buurt, een goedgevulde bar (enkel voor de klanten), en een dankfeestje achteraf. Geef toe de doorsnee kantoorfrik maakte dit niet mee.

Bij een van de gelegenheden waarbij wij een nieuw pak kregen aangemeten, kwam de kleermaker naar het bedrijf, om ‘de maat te nemen’. Zelf was ik toen op klantenbezoek, en werd mij opgedragen om later zelf even bij die kleermaker binnen te springen. Wat ik ook deed.... alleen in de verkeerd kleerwinkel. Gelukkig werd de fout op tijd vastgesteld. ‘Waar blijft die laatste man voor dat pak?’. ‘Hoe, niet geweest?’ ‘De maat werd wel genomen hé.’ ‘s Namiddags belde een blije stand verantwoordelijke mij op: ‘ Ze waren gelukkig nog niet aan het snijden’. Gered.

In de jaren tachtig vonden bedrijven het plots nodig dat hun personeel elkaar beter leerde kennen buiten de werkomgeving en voerden ze de human relations budgetten in. Duizend frank per persoon, om samen “iets” te doen. Louter besteden aan een etentje dat mocht niet. We bezochten de sterrenwacht in Grimbergen en wandelden door de Kalmthoutse Heide. In feite hadden wij die incentive niet eens nodig, want gezellig kletsen op restaurant hadden we zelf al een paar jaar eerder in gevoerd. Naar een Griek in Molenbeek, waarna ‘s nachts enkelen nog amper de weg naar huis vonden, of we maakten de buurt van Oudenaarde onveilig, ja we reden zelfs de grens over naar Nederland om er Indonesisch of was het Thais te proeven. Mooie herinneringen.

In de jaren die kwamen groeide ons initieel viertal uit tot een hele organisatie. Nieuwe producten kwamen er bij, zelfs helpdesken werden geïntroduceerd. Tot een directeur het nodig vond om, precies zoals in de politiek, het landschap te hertekenen, en elk zijn eigen weg ging. Maar het is op dagen zoals vandaag dat banden opnieuw worden aangehaald, en blauwdrukken voor een nieuwe toekomst tegen het licht worden gehouden.

Misschien wordt het morgen beter, maar het komt toch nooit goed, zeker wanneer er iemand minder is. Iemand die al zeventien jaar onderweg was, en nu het licht zal zien achter de regenboog.



  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post224

Ongepubliceerde memoires 1969

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 23 Apr, 2019 19:50

Over studiereizen hebben we het al gehad. De kortste studiereizen verliepen vaak te voet. Naar de kousenfabriek van Du Parc bijvoorbeeld naast het stadspark, of soms zelfs nog korter bij, zoals die keer in 1969 toen we net om de hoek naar de film Romeo en Julia togen met de leraar schei- en natuurkunde. Een film die behoorlijk wat impact moet gehad hebben op ons, zestienjarigen, op zoek naar de ‘grote’ liefde. Ik zou er anders geen verslag over hebben neergepend.

Uittreksel uit mijn ongepubliceerde memoires....

Foto (c) Wikipedia. Geboren 17 april 1951


Donderdag, 20 maart 1969. De film Romeo and Julia.

In Verona, een stadje, waren twee clans, twee geslachten die steeds tegenover elkaar stonden en ruzie zochten waar ze konden. Op een markt begonnen ze ruzie te maken om alles in het honderd te doen lopen.

Zekere dag werd bij de ene clan een gemaskerd feest gegeven. Romeo van de andere clan trok er naar toe en zag er een fantastisch mooie meid . Hij zag der een paar maal in der ogen en draaide er wat rond. Bij het lied van een minstreel gingen ze rond de kring. Hij op weg achter haar. Op de duur had je haar, en verklaarde hij zijn liefde met een fantastische kus. Bij nadere ondervraging bleek zij de dochter te zijn van het hoofd, en hij dus de zoon van het andere hoofd. ‘s Nachts zocht ie haar op. Zij was aan het dromen over hem en daar bezegelden ze hun liefde door overeen te komen zo spoedig mogelijk te huwen.

Intussen was Romeo zijn beste vriend gedood in een duel, met de neef, Tybolt, van Julia. In zijn woede dood hij hem in een duel. Hij wordt verbannen uit de stad door de vorst. Bij een pater schuilt ie, en ligt er ganse dagen te wenen. De pater verzint een plan en hij geeft Julia een drankje dat ze moet innemen. Dan zal ze tweeënveertig uren schijndood zijn. Ze zullen haar begraven en Romeo zal der komen redden. Romeo wist echter nog van niets. Een andere pater toog met een brief op weg, doch Romeo’s vriend die de begrafenis gezien had ging hem het droeve nieuws melden. Hij vertrekt direct en de pater komt te laat. Hij verschaft zich toegang tot het graf en beweent haar. Ten slotte neemt hij afscheid van haar lichaam en verenigt hun geesten door een slok vergif in te nemen. Hij zakt neer. de pater krijgt tranen in de ogen als hij dat ziet. En nu ontwaakt Julia, net te laat. Zij ziet het onheil, en daar er geen vergif meer is stoot zij zich een dolk in het hart.

Door deze feiten wordt dan uiteindelijk de vrede van deze twee clans bezegeld.

Het is fantastisch aangrijpend. Julia een beeldschoon meisje. Romeo een knappe vent. William Shakespeare moet een het van steen hebben gehad wanneer hij dat schreef. Waarom liet hij het niet uitdraaien op een gelukkig huwelijk? Ontroerend, en het stemt tot nadenken. Tot een uur of zeven heb ik nog met mijn gedachten tussen die film, mezelf, en het leven gehangen.

Vrijdag, 21 maart 1969.

Lente. Ho zoete schoonheid die de natuur zal worden, en zoete schoonheid die de natuur zal geven. Groen zullen de bladeren zijn, en zuiverend de kruinen der bomen, wijl de zon alles heerlijk zal bestralen. De natuur, het mooiste wat er is.

Vanmorgen in school, met de Roelants nog nagekaart over de film. Hij was gisteren nog direct in het werk van Shakespeare gedoken, en vertelde ons, dat het daar de gewoonte is dat er aan het einde zelfmoorden met hopen gebeuren. Harteloos man.

Tot besluit van dit ongepubliceerd verslag schrijf ik nog: ‘harteloos man!’

Tot daar mijn wat naïeve kennismaking met een icoon uit de literatuur. Wij zaten op een school, waar Mercurius, ons de weg wees. Literatuur kregen we, bij wijze van spreken, dankzij de goodwill van toch wel enkele schitterende leraars.

Een greep uit wat Wikipedia verhaalt over deze film.

Het gaat om een Brits-Italiaanse film van regisseur Franco Zeffirelli, uiteraard gebaseerd op het toneelstuk van William Shakespeare. In de hoofdrollen zien we Leonard Whiting en Olivia Hussey. De muziek is van Nino Rota. Deze Paramount film (138 minuten) ging al op 8 oktober 1968 in première, en bereikte dus ons provinciestadje, goed een half jaar later. er werd een budget van 850.000 dollar aan gespendeerd, en de film bracht meer dan 38 miljoen dollar in het laatje.

De film won een Academie Award voor beste camerawerk, en beste kostuumontwerper. Genomineerd voor beste regisseur.

De film was populair bij een groot tienerpubliek, mogelijk doordat de acteurs de leeftijd hadden die Shakespeare beschrijft in zijn stuk. De film werd deels goed ontvangen door critici.

Volgt de samenvatting van het verhaal zoals weergegeven op Wikipedia.

Kan u rustig nagaan in hoeverre mijn eigen samenvatting de realiteit weergaf.

Het is 1450 in het Italiaanse Verona wanneer Romeo en Julia, twee kinderen van twee strijdende families (Montagues en Capulets), elkaar op een feest ontmoeten en verliefd worden. Ze treden al gauw in het geheim in het huwelijk door middel van Romeo's biechtvader broeder Laurens en met hulp van Julia's opvoedster. Door een ongelukkig toeval breekt er een duel uit tussen Julia's neef Tybalt en Romeo's vriend Mercutio, wanneer Tybalt beschuldigingen uit tegen Romeo. Maar omdat Romeo net getrouwd is met Julia, weigert hij dit duel aan te gaan, met als gevolg dat Mercutio zijn plaats in het duel inneemt. Mercutio verliest het duel en wordt gedood. Romeo grijpt dan alsnog in en vecht met Tybalt tot hij hem doodt. Romeo wordt vervolgens gestraft door de prins van Verona met verbanning en ontloopt daardoor de doodstraf.

Niet wetend van het geheime huwelijk van Julia, heeft haar vader een huwelijk geregeld met de rijke graaf Paris. Om onder dit geregelde huwelijk vandaan te komen en loyaal te kunnen blijven aan haar Romeo, drinkt ze van een speciaal gebrouwen flesje, gemaakt door broeder Laurens, waardoor ze 42 uur zal slapen en dood zal lijken. Broeder Laurens informeert Romeo over dit plan zodat hij Julia na haar begrafenis kan ophalen als ze uit haar slaap is bijgekomen. Het nieuws van Julia's overlijden bereikt Romeo echter eerder dan de brief van broeder Laurens. Wanhopig gaat hij naar haar graf en drinkt een flesje met dodelijk elixer waardoor hij sterft. Net na Romeo's zelfmoord ontwaakt Julia en zij doodt zich met het mes van Romeo. Later volgt de begrafenis van beide geliefden waarbij de strijdende families hun onenigheid bijleggen.



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post200

Uit een dagbboek geschreven in 1968: terug naar school.

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 15 Apr, 2019 13:30

Schoolgaande jeugd.

September 1968 kwam en bracht een nieuw schooljaar, met een aantal nieuwe leraars en -essen. Het was een periode waarin er in het toenmalige Staatsonderwijs, nu het GO, (GemeenschapsOnderwijs), nogal wat wissels gebeurden in scholen met een jong lerarenkorps. En daar behoorde de Aalsterse toenmalige Handelsschool zeker bij. Wij schoven op naar het tweede jaar A6A2, wat overeenkomt met de poësis of de “tweedes” in Athenea of Latijnse scholen. Wiskunde, Frans, Franse Correspondentie, Nederlands, Boekhouden, het waren allemaal vakken waarvoor we iemand nieuw voor ons kregen. Weg waren Potgieter die ons wat Nederlandse literatuur had bijgebracht, D’Havèken met zijn scheikunde proefjes, die “ambetante” van Frans, de uit “picture cards” opgebouwde man van Engels, en nog enkele andere minder belangrijke die een mens uiteindelijk in de loop van de tijd vergeet. Uit de voornamelijk oudere generatie hielden we ‘De Clippel’, ‘Goethals’ en ‘paster Geldhof’ over. ‘Kamiel’ kregen we er voor Wiskunde gratis en voor niets bovenop. Zomaar een cadeau. ‘Redant’ verkaste naar A6A1, het zogenaamde “hoger”, waar ik hem een paar jaar later weer tegenkwam en leerde “hoe hij in elkaar stak”. Enkele nieuwelingen, die uit het Antwerpse of zelfs het Limburgse kwamen en waarvan ik mij met uitzondering van ‘de Snor,’ nog nauwelijks de namen herinner, maakten hun entree.

Als klas titularis kregen we mevrouw ‘De Schoolmeester’. Ze zou pas in december haar 24ste winter ingaan. Amper enkele jaren ouder dan een paar gasten in ons klas, die daar door hun vaders waren gedropt, om hopelijk toch ooit een diploma van boekhouder te behalen. Van alle leraressen die we ooit hadden is zij diegene die mij het beste is bijgebleven, en dat is behoorlijk uitzonderlijk, wanneer je weet dat Frans haar vak was. Frans waar ik tot dan toe een zware hekel aan had, dankzij enkele jaren Atheneum en een Brussels figuur die met een Porsche reed, en van die smalle fijne leren plastronnekes droeg, omdat dat toen in de mode was. Die man was er niet in geslaagd, om mij de teksten van ‘André Citroën’, en ‘Pantagruel’ uit ‘Voies Nouvelles’ bij te brengen. Ik zag er, op dat ogenblik, totaal het nut niet van in, en ook van de spraakkunst van Moliére wou ik niet weten. ‘De Schuur’ gaf mij ooit in de vijfdes met Nieuwjaar 6 op 100 voor het examen. Voor alle duidelijkheid, ik heb geen enkel jaar overgedaan, maar voor Frans bleef het jaar na jaar ploeteren. Het leek bijna op een sukkelstraatje waaraan maar geen einde scheen te komen. En toch, God zij dank, door ‘Geneviève’, is daar beterschap in gekomen. Alleen al daarvoor blijf ik haar dankbaar. Zij heeft uiteindelijk toch een soort van basis kunnen aanbrengen waarop ik mijn verdere kennis heb uitgebouwd. Ik denk nog wel eens aan haar, wanneer ik weer een keer als vertaler gesommeerd wordt, tijdens een of andere Internationale molen uitstap. Op die ogenblikken waarop geen enkele anglofiel, noch Hollander over de taal barrière geraakt die hen van hun franse molenvrienden scheidt. Bon, ook andersom is hulp nodig, want de Fransen.... maar dat is in ons land bekend, neem ik aan.

Zij is overigens een van de weinige ex-lesgevers, die ik nog wel eens tegenkom. En dat dan zowel fysiek als via ‘sociale media’.

De uren die we doorbrachten met ‘De Neve’, tijdens de lessen boekhouden en bijzonder boekhouden, soms twee uur na elkaar, kropen tergend langzaam voorbij. Hoeveel landkaartjes van ons dorp en gitaren heb tijdens die lessen ooit getekend? Hoe vaak kraste ik de naam van het meisje waar ik verliefd op was in mijn bank of pennenzak?

Op zondag, was er geen school....

We brachten in het najaar regelmatig onze zondagavonden door in Sun Valley waar de juke box een vooraanstaande plaats in nam. Een juke-box met de hits van de dag, aangevuld met de nodige ‘trage’ nummers. Het betere ‘slow’ werk van Elvis en Roy Orbison. Het was nog de tijd dat je voor vijf frank twee plaatjes kon ‘duwen’ op de juke-box. De naam van het zondagmiddag radioprogramma op de toenmalige BRT ‘Duw op de Knop’ van Carl D’Hondt verwees naar die handeling. Die juke-box moet er zeker eentje geweest zijn van het bedrijf van een zekere ‘Willy Michiels’ uit Haaltert. De kast van deze Seeburg was aan de zijkanten voorzien van mooie blinkende houten planken. In het middengedeelte waar je de platen zag draaien waren een serie wisselende foto’s aangebracht. Vaak plaatste men daar de hoesjes, maar niet zo in Sun Valley. Zekere zondag stond ik gebogen over deze 45-toeren kast, om te proberen inschatten hoe lang het nog zo duren eer ‘Monja’ van ‘Roland W.’ of ‘Tranen in je ogen’ van ‘Clarck Richard’ er aan zouden komen, toen ik de stem hoorde van ‘Jesuke’ die net als ik het selectiepaneel bestudeerde. Hij moet gemerkt hebben dat mijn blik even naar de foto’s van enkele vliegtuigen dwaalde die de een na de andere in een loop voorbijkwamen, want hij merkte schamper op: “Kijk, dat is nen DC drau”. Iets wat ik overduidelijk ook wel wist, gezien mijn enorme belangstelling in alle soorten van vliegtuigen, die begonnen was een jaar eerder. Sinds de zomer van ‘67 deden we vooral aan vliegtuigspotting. We beleefden onze spotters hoogdagen tijdens die twee fiets uitstappen die we hadden ondernomen naar Hofstade-bad bij Mechelen. Amper op een boogscheut van onze nationale luchthaven te Zaventem. Ik bekeek de baardige figuur en dacht niet alleen: “OK, dat klopt”, maar evenzeer, “tiens die gast is van Mere”, want wij zouden gesproken hebben van een ‘DC drei’ in ons dialect. Enkel in Mere spraken ze van ‘drau’. Iedereen kende wel het rijmpje: ‘In Miejer op de kassaa laên drau rau aur’n, en da worren drau zwalpaur’n’. ‘In Mere op de kassei lagen drie rauwe eieren, en dat waren drie zwalp eieren’, om het in het ABN te vertalen. Een zwalpei is overigens een ei zonder harde schaal. Iets wat af en toe voorkomt bij kippen. “Nen DC drau dus” repliceerde ik. “Ge moetj zu ni kijken, want ik weet da en gau ni” voegde hij er aan toe. Ik liet hem maar. Enkele jaren later ontdekten we dat het inderdaad ‘ne slimmen’ was, en dat hij aan de universiteit in de licentie wiskunde zat. Straffer nog, we stelden vast dat hij behoorlijk goed de sologitaar hanteerde bij John Woolley en Just Born, waar hij zich Jeff Stone liet noemen. Een kleine tien jaar later kreeg mijn vrouw les van hem in diezelfde Handelsschool waar ik in ‘68 zat. Jef is er niet gebleven tot het einde van zijn carrière, ondermeer vanwege de smaak van het bierbrouwen die hij onderweg ergens te pakken kreeg. Dat de wereld klein kan zijn, weten we al heel lang, en dat enkel bergen elkaar nooit tegenkomen is een al even groot understatement. Jef vond er op een gegeven ogenblik wel de liefde van zijn leven bij.... de Geneviéve van hierboven.


De laatste, ech, eerste dans.... Zondag, 3 november 1968

Feest van Sint Hubertus, patroonheilige van Erondegem. Dus volgende zondag vieren ze er kermis. Ik bleef deze morgen tot negen uur in bed, en stelde voor de rest enkel een hitpick 100 lijst samen, met deze tien in de hoogste noteringen.

10 The Equals - Softly Softly (stationair op 10)

9 The Golden Earring - With just a little bit of peace in my heart, (nieuw binnen )

8 Leapy Lee - Little Arrows (10 plaatsen vooruit).

7 The Casuals - Jesamine (geklommen van 13 naar 7)

6 The Marbles - Only one woman (een plaatsje teruggezakt)

5 The Hollies - Listen to me (op de terugweg, de week ervoor nog op 1)

4 Joe Cocker - With a little help from my Friends (stijger van 7 naar 4)

3 The Beratles - Hey Jude (een trage zakker, want terug van 4 naar 3)

2 The Tremeloes - My little lady (op 2 gebleven)

1 Mary Hopkin - Those were the days (eindelijk van 3 naar de top). Een Apple productie.

Op nummer 15 staat Time has Come Today van de Chambers Brothers, een week eerder vanuit het niets op 58 en nu doorgestoten naar 15. Gisteren hoorde ik die plaat voor het eerst volledig op Hilversum III, en dan nog in stereo. Maar liefst elf minuten en dertig seconden lang. Daar mogen die van Blue Cheer een punt aan zuigen.

Tussen een en twee naar ‘Duw op de Knop’ geluisterd, waar Hip Hip Hooray (Troggs), tot hit van de week was gebombardeerd.

Het is drie uur, en ik zit thuis. Straks misschien nog even bij P. langs gaan. Vanavond, dacht ik toch, gaan we naar de Korenbloem. Ik mag hopen dat het wat wordt. Weinig uitgespookt voor zeven uur, behalve dan de wereld aanschouwen van uit onze garage. Wat een rotweer. Kijk dat boompje is al bijna al zijn bladeren kwijt. Nog even en ik kan van van in mijn bed ‘Ter Vaerent’ zien. Daar had je D. “Ook nog niet veel uitgericht zeker vandaag?”.“Studeren zal wel voor morgen zijn, tijdens onze laatste vakantiedag”. “Laten we even bij W. gaan”. Die stopte net met tekenen. We praatten wat over en weer. Over hoe rot de Veronica top 40 er wel uitziet. We trokken naar P. waar we wat TV keken, en vaststelden dat P. besloot van niet met ons mee uit te gaan vanavond. Afspraak om te vertrekken: vijf na zeven.

Zes uur en dat betekent luisteren naar de BBC hitparade, waar voor de vijfde week Mary Hopkin de eerste plaats inneemt. Geen Chambers Bros.

Zeven uur, ik sluit de poort van de garage, snuif nog wat frisser lucht op, en ervaar dat het weer minder koud aanvoelt dan deze namiddag.

Over wat de avond brengen zou had ik echt geen al te goed gedacht. Aalst, ach ik weet het niet. Daar zullen wel geen meisjes zijn die we kennen. We wachten elkaar op onder het boompje bij W. H. kwam nog voorbij. “Engelse top gehoord?” Informeerde ik. “Jawel, maar toch vooral mij onbekend spul, omdat ik bijna nooit meer naar de radio luister” antwoordde hij. D. arriveerde en we vertrokken. Onze fietsen ‘parkeerden’ we aan het postkantoor, op de hoek van de Hopmarkt. Op weg naar de Korenbloem, maande een gast ons nog aan om ons vooral te reppen: “Want het gaat direct beginnen”. Tuurlijk niet. Het orkestje was nog druk met opzetten van hun materiaal. We trokken de Hopmarkt over, naar de ‘Frégat’ waar we een pint dronken, die W. betaalde. Het viel mee. Het was er minder ‘droog’ dan we vermoedden. Toch was er niemand bekend te zien, en dan te weten dat de helft van ons klas in Aalst woont.

Er was al een pak meer meer volk in de zaal, toen we terug kwamen. Het orkestje was bijna klaar met opstellen. We namen ergens plaats en ik bestelde voor ons een pint. De ‘Cave Dwellers’, geen slecht orkestje, al trok het zingen nergens op. Ze stonden maar wat te schreeuwen. Ze gingen van start met ‘Something for Nothing’ (een cover van Jesse en James), gevolgd door een drietal hippe beatliedjes. “Zouden die ooit al van een slow gehoord hebben”, kon ik niet nalaten te bedenken. W. zat wat voor hem uit te staren, maar toch al bij de eerste ‘tango’ was ie weg.

Ook D. stevende af op een meisje. Het was een onbekend iets dat die knullen speelden, maar wat het ook was, het weerhield ook mij niet om recht te veren. D. tikte een jeugdig ding op de schouder, en draaide er mee de dansvloer op. Dat meisje met haar rode truitje zou het wezen. “Effe dansen”? Zij knikte bevestigend. De muziek bleef onbekend. “Dank u wel juffrouw”.

We waren beleefd in die dagen. Ik dacht nog even aan Patricia uit het artikeltje in Courrrier Sud 2. Een boekje dat we kregen via mevrouw De Schoolmeester, en waarin ik in de rubriek: ‘Patricia réspond a vos questions’, een maand eerder, had gelezen, dat een zekere Myriam schreef: 'Patricia, J’ai seize ans et je ne sais pas danser. Je refuse toujours de sortie et d’accompagner mes amies.

Moi je finis par m’ennuyer. Pouvez-vous me donner un counseil’?

Patricia eindigde haar antwoord met: ‘Ne vous imaginez pas non plus que toutes NOS amies et tous les jeunes sont tous des “danseurs-étoiles”. C’est surtout une question de confience en soi-même. Ne faites donc pas de complexes. Dites-vous que ce que les autres don’t, vous pouvez le faire aussi. Après deux ou trois fois, tout ira très bien.’

De totaal onbekende en vermoedelijk zelfs niet eens bestaande Patricia kreeg gelijk. Geen van ons heeft naar mijn weten ooit commentaar geleverd op de danskunsten van de anderen. Ook al stuntelden we wat later opnieuw de dansvloer op om er wat los te ‘djerken’.

D. betaalde nog een rondje, en dan was het tijd voor ‘La Bamba’. In vergelijking met de kermis bals bleven hier maar enkelen in de kring. Vooral die twee zwarte jongens die meededen, waren super beleefd. Het was een toffe meid die mij nog in de kring haalde. Tijd om weer van ons pint te nippen, en te genieten van de eerste tonen van Softly Softly, al beseften we snel onze vergissing, want de zanger zette Satisfaction in. Het ene nummer lijkt al wat beter op het andere. Carl D’Hondt vond ook al dat die twee nummers erg op elkaar leken.

Het was net elf uur toen ik thuiskwam, en dus net op tijd voor de Engelse hitparade op ‘208’ (Radio Luxembourg).

‘Barry Ryan’ met ‘Eloise’ op nummer drie. Een plaats hoger ‘Hugo Montenegro’ met de filmmuziek uit ‘The Good, The Bad and the Ugly’. ‘Joe Cocker’ op één met ‘With A little Help From My Friends’. Wisten wij veel dat een van die ‘Friends’ ‘Jimmy Page’ heette.

Kwart over twaalf onder de wol, na een lange dag.

Terug naar school... studeren om te reizen....

De Handelschool bleef ook in die dagen een merkwaardige school. De examens bij het einde van het eerste trimester zaten er al op begin december, wanneer alle anderen in andere scholen nog moesten beginnen. Bij ons werd er op aangedrongen om al te beginnen studeren met tijdens de Allerheiligen dagen. Een periode waarin, toen verspreid enkele vakantiedagen vielen. Alle goede voornemens ten spijt, maar dat was nu eens iets wat niet wou lukken bij mij. Waarom ook? Vakken als Engels, Algebra, Boekhouden, draaide ik er op tien minuutjes studietijd door. Al kon dat soms zelfs ook een kwartier zijn. In feite nam ik enkel de nodige tijd voor die vakken waarvan ik op voorhand al wist, dat ik er nooit een hoogvlieger in zou worden. Franse Correspondentie van de kort gerokte Hubert (de lerares met de hoge hakken en de strakke kuiten), geschiedenis van Goethals, die een perkamenten uitzicht had gekregen door haar vele reizen naar tweestromenland en Egypte. Mijn God, had ik aan dat tweestromenland een hekel. In de tijd die nog restte na de examens en voor de kerstvakantie werd menig half dagje gebrost. Op de dagen wanneer we er wel waren kwamen we traag maar zeker onze resultaten te weten, die we hadden neergezet op de examenbladen. Handelsrekenen, acht op vijftien, en dus met de hakken over de sloot, algebra zeventwintig op dertig, en het gevreesde Franse corr een keer tien op dertig en een keer twaalf op twintig. Dus toch een buis. Alles bijeengenomen scoorde ik toch nog een rapportcijfer van 68 op 100. Meer hoefde dat echt niet te zijn, want ik besloot dat alles goed meezat... want voor het vak frans was ik er door.

Ergens in december op een vrijdag de dertiende werd een namiddag uitgetrokken voor een studiereis. Deze keer met de Roelants. De wat ouderen uit ons jaar brosten die namiddag, omdat ze zo een reis iets teveel studie en iets te weinig reis vonden. Met vijftien stapten we die namiddag op de bus voor een bezoek aan Het Laatste Nieuws, toen nog ergens gelegen aan van de grote Brusselse lanen midden in de stad. Echte schoolreisjes voor het plezier, en om het einde van het schooljaar te vieren, dat bestond niet in de Handelschool. Wel twee of drie keer per schooljaar een studiereis. Ik herinner mij voor de vuist weg, bezoeken aan de elektriciteitscentrale van Ruien, een bezoek aan General Motors incluis de haven van Antwerpen, de BRT aan het Flageyplein waar we Henk van Montfoort of all people tegen het lijf liepen, de luchthaven te Zaventem, en zelfs de Bank van Brussel, waar ze ons een half uur onderhielden over een luster aan het plafond. In de eindjaren van de A6A1 (het hoger niet-univ), bezochten we de Brusselse Beurs in combinatie met een bezoek aan de Kredietbank, waar we een omslag kregen, waarin zich ondermeer een sollicitatieformulier stak, dat uiteindelijk ver strekkende gevolgen kreeg.

Eenmaal op de bus was het zaak de Roelants zover te krijgen dat we op de terugweg toch ergens ene zouden kunnen gaan scheppen, in een café waar liefst ook nog een juke-box stond, en er wat open ruimte was.

Het bezoek aan HLN vatte ik samen als: ‘De rondleiding was niet zo bijzonder goed. Eerst speechte een droge vent een half uur lang. Nadien kregen we een krant en een stylo en nog wat uitleg, waarmee het “studie” gedeelte afgelopen was. Jenny presenteerde ons intussen nog een sigaret. De machines en telexen zagen er bijzonder vernuftig geconstrueerd uit.’

“Wel weten jullie nu een toffe plaats om te stoppen”? vroeg ‘scheikunde’. Dirk D. begon direct over ‘Napoleon’ in Hekelgem, een plaats waar hij in het weekend soms ging helpen, maar dat werd nogal bruusk afgewezen. De keuze viel ten slotte op de ‘Cap’ langs de steenweg in Asse. Een cafeetje dat we al kenden van een jaar eerder bij een vorige studiereis.

Zes meisjes en negen jongens, eerst elk aan een tafel maar al snel door elkaar gemixed. De meisjes hadden afgesproken om elk een pint te betalen voor de leraar. Dat beloofde, toen we hem zagen aankijken tegen die schaal bier.

We dansten om beurten met de grieten uit ons klas, Annie, Joke, Jeanine, Joske (Marie-José) en Gisela. Jenny woonde in Jette, en was daar uit de bus gestapt. Vooral Joke en Joske waren praat varen. En het zal wel aan hen gelegen hebben dat de leraar zo snel akkoord was om een pitstop te maken. Tijdens het kusjesdansen was hij al direct vergeten dat je na drie kussen ophield. Vijf bleek voor hem normaal te zijn.

Joke, de oudste, knapste, en slimste van ons gezelschap hield het er op dat de Roelants een bovenste beste leraar was, althans daar probeerde ze mij toch al slowend van te overtuigen.

En jawel hoor zelfs Marc D. later wereldberoemd of was het eerder berucht in Aalst stond op een gegeven ogenblik te slowen, iets wat niemand voor mogelijk hield. Marc behoorde tot dat clubje van ons klas dat bij het binnenkomen van een cafe direct richting 'kasken' trok, de vloer afspeurde naar daar mogelijks verloren vijf frank stukken, om dan de rest van de tijd af en toe te vloeken wanneer Miss America weer eens tilt sloeg. Ooit hoorde ik Wiske, de bazin van de Monopole, telefoneren naar haar leverancier van cafespelen, "omdat een idioot zich op Miss America had gezet waardoor haar glas was gescheurd."

vervolgt.....



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post199

Ten years gone

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 19 Mar, 2019 19:52

Er zijn zo van die verjaardagen die niemand kent. In feite zijn het meer dagen van herinnering dan van verjaren. Neem nu 19 maart 2009. Vandaag precies 10 jaar geleden, nam ik voor de allerlaatste keer de auto om mij naar Mechelen Zuid te begeven. Werken heette dat toen in mijn leven. Al bij al een merkwaardige dag, die dag waarop ik uitgekiend had om een deur, al was het in mijn geval een tourniquet, achter mij dicht te slaan. De weergoden hadden voor de rest van de maand, en de daaropvolgende maand april mooi weer beloofd.

Ik bekijk vandaag nog even de vakantiekalender

Werken op de witte dagen, werken dicht bij huis op de blauwe dagen, vakantie op de rode dagen. 2009 was een goed jaar met amper 42 werkdagen..... een mens moet leren uitbollen.

"En", hoor ik je nu al vragen, "Oe wast in die tien jaar"?

"Ik mag niet klagen", en om het met Peter Hill te zeggen,"Every morning when I look in the mirror, I think, thank you God, I'm still here"! Ik zou het niet beter kunnen zeggen.

Tien jaar waarin slechts een opdracht klaarligt: leren omgaan met tijd. Iets wat ze niemand leren op school. Leren zingen met de Walker Brothers..... "Say goodbey....."

Opletten want achter elke deur die je dicht doet gaat een andere deur weer open, zei ooit iemand.

Een cliche als geen ander: de wereld zien.... Mmm niet slecht tot nu toe: Nederland, Denemarken inclusief Mando, Bornholm, Zweden, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Roemenie, Frankrijk, Spanje, Portugal, Polen, Slowakije, Oekraine, Engeland, en.... Wales. Mijn tent heeft overal gestaan....

Onderweg kwam ik via de paden van mijn jeud mijn idolen tegen tijdens concerten van: de Hollies, de Animals, Canned Heat, de Rolling Stones, Neil Young, Rod Stewart, Alfred den Ouden, Steve Winwood, George Thorogood, Jan De Wilde, Zjef Vanuytsel, Robert Plant, Jeff Beck, Elisa Waut, Van Morrison, en John Mayall, die straks 85 wordt.

Een molenvereniging starten vanaf nul, en laten uitgroeien tot de grootste van Vlaanderen. De droom van molinoloog nummer een in Vlaanderen verder zetten en zijn molen erfpachten en restaureren.

Tien jaar bloggen, fotograferen, schrijven, fietsen en genieten van de eeuwigheid onder wolken. How many more years opleggen en genieten,

Ten years Gone, Thank you, om het zepologisch uit te drukken....



  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post198

Trini Lopez 1964 te Aalst!

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 26 Feb, 2019 15:30

De afgelopen maand februari was het 55 jaar geleden dat te Aalst, een wereldster van formaat aantrad. Trini Lopez kwam optreden in de Klaroen. Een naam die elkeen van boven de vijftig zich nog wel zal herinneren. Er was in Aalst en omstreken nogal wat te doen over dat optreden, ondermeer omdat je 400 frank diende neer te tellen voor een entreeticket. En dat was in die dagen een ongehoord bedrag, vooral om dat de oudere generatie een optreden van een zanger allicht als een onnodige luxe zal beschouwd hebben. Weet dat je in die dagen voor dergelijk bedrag op zijn minst tachtig pinten kon drinken. Even vlug omrekenen brengt ons op vandaag bij 160 euro. En dat zou zelfs nu in Aalst nog steeds als een veel te hoge som beschouwd worden, wetende dat je vandaag de dag voor goed 20 euro je een avond kan amuseren, optredend bandje inbegrepen.

In die tijd deed ook Adamo Aalst aan (tijdens de handelsfoor?), en daar werd ‘maar’ 250 frank voor gerekend. Wat overigens ook voor de meeste Aalstenaars als een links te laten liggen event werd beschouwd.

We hebben er de kranten uit die dage op nageslagen, en daaruit blijkt dat het optreden van Trini Lopez in die pre-carnavalsdagen geen overdonderend succes was. Weinig aanwezigen. Al zou dat ook kunnen hebben gelegen aan het feit, dat we in vergelijking met vandaag over een ‘flits’ optreden zouden kunnen spreken. Trini Lopez trad om half acht op in de Klaroen, en volgens een krantenbericht, zou hij ook nog dezelfde avond om halfnegen optreden in Meise of daaromtrent.

Hoe dat te rijmen valt lijkt wel een raadsel. Alhoewel....

Het toeval wil, dat we enige dagen geleden al kringwinkelend op een DVD botsen van Trini Lopez. Doorgaans te mijden, vanwege al te onbekende labels waarop die dingen worden uitgegeven. Doorgaans gaat het om opnames van opnames van videocassettes uit lang vervlogen tijden, waarop je doorheen de ruis nog amper de artiest kan zien bewegen.

Hier trok echter de tekst op de achterflap de aandacht, want dit ging om een concert opgenomen in Brussel, voor de televisie, precies in die dagen dat Lopez ook te Aalst was. Het risico was beperkt, en voor 1 euro wou ik mij wel even laten gaan.

Groot was mijn verbazing, dat de opnames (in zwartwit) gewoonweg goed zijn, en van een kwaliteit die die van Schipper naast Mathilde of Bonanza mijlenver overtreft.

Al hadden ze de cameraman op voorhand mogen briefen over: hoe breng je het correcte instrument in beeld. Lopez trad aan met een trio. Naast hemzelf met zijn elektrische gitaar, die je aantreft op foto’s op zijn lp’s, werd hij begeleid door een bassist en een drummer. De bassist zonder micro, zong op nogal wat nummers mee, al ben ik niet zeker over wat hij zong. Een liplezer kan zijn diensten hier nog bewijzen. De cameraman moet geinstrueerd zijn, dat wanneer Trini even niet zong, en wat gitaarlicks weggaf hij moest inzoomen op een gitaar. Alleen had men de brave man vergeten te vertellen, dat dit dan vooralsnog niet hoefde de gitaar van de bassist te zijn. De ogenblikken waarop je het ‘vingerspel’ van Trini kan bewonderen zijn dus helaas schaars. In feite valt het mij eigenlijk pas nu op dat ik in die prille dagen niet enkel fan was van de zanger Trini Lopez, maar evenzeer van de muzikant.

Trini Lopez is de eerste rock and roll figuur waar ik fan van werd. Ik ben hem blijven volgen tot na Bey Bey Blondie, in de latere jaren zestig. Een ogenblik waarop ze hem vooral nog adoreerden in Duitsland. De man die ooit in de Parijse Olympia, Sylvie Vartan en de Beatles in zijn voorprogramma had, was door deze laatsten ook bij ons van zijn troon gestoten. De Beatles hadden wel meer figuren uit hun omgeving achter zich gelaten. Denk maar aan Gene Vincent en Roy Orbison.

De start van de Beatles wordt vaak gelijk gesteld met het verschijnen van Love me do in oktober 62 in de Britse hitlijst. Maar geloof ons vrij, de echte doorbraak van de Beatles kwam er in Amerika en de rest van de wereld pas echt in 1964, toen iedereen She loves you en I want to hold your hand ging meebrullen. Wat er voor kwam was vooral succesvol in Engeland.

In 1963 zongen wij uit volle borst I want to be in America, en vooral If I had a hammer. En het feit dat de man naar Aalst kwam zal daar zeker niet vreemd aan geweest zijn.

Ik was amper 11 jaar en was nog volop de radio aan het ontdekken, dankzij de richtlijnen van mijn achternichtje, die voor mij opschreef dat ik naar Radio Hainaut moest luisteren, wilde ik beatmuziek horen. Al draaiden ze daar in hun verzoekprogramma nog volop Karin & Rebecca met hun Moi je dors avec nounours. Van de platen van mijn vader, uit de jaren vijftig (Bobbejaan Schoepen en Ray Franky), naar Trini Lopez was een hele grote zevenmijlslaarzen stap. De enige live muziek in die dagen die er viel te beluisteren kwam er tijdens een schoolfeest waar de Sonnyboys speelden.

De jukeboxen die we hoorden via de openstaande cafedeuren en de muziek op de kermis waren voor ons de eerste kennismaking met rock and roll. Marina, Kom van dat Dak af, Oh Carol. Stuk voor stuk plaatjes die je regelmatig hoorde, maar waar niet echt gezichten bij hoorden. Niet genoeg om er fan van te worden. En dat dit met Trini Lopez wel gebeurde, is volledig toe te schrijven, aan het beeld en de informatie die er bij hoorde. Tot dan toe was mijn ‘collectie’ fan materiaal beperkt gebleven tot twee prentjes die ik gewonnen had tijdens het knikkeren: ‘Brigitte Bardot’ en ‘Elvis Presley’. Mijn kennis over Trini Lopez moet ongetwijfeld uit Panorama , Rosita, of het Rijk der Vrouw zijn gekomen, want zelf kwam er bij ons geen krant aan huis. En die tijdschriften verslond ik tijdens bezoekjes aan mijn achternicht. Ook de eerste achtergrond over de Beatles heb ik uit die bladen. Bijvoorbeeld dat Paul en John uit ‘ontwrichte’ gezinnen kwamen en dergelijke.

De Beatles werden ons in de maag gespietst via handige marketing truuks (ook toen al). De winkels waar we onze snoep betrokken, werden plots walhalla, waar je sjieken (kauwgom) kon kopen met erbij verpakte Beatlesprentjes. Ik zie mij nog mijn kleine fietsje, (de grote kwam pas na mijn plechtige heilige communie) naast de grote poort (waar Katje kolen laadde op zijn camion) plaatsen, en eerst voor het venster kijken of er nog wel waren, de winkel binnenstappen, en met enkele pakjes naar buiten komen. Een tijd die, nu terugkijkend, eeuwig leek te duren, en toch er waren maar 60 verschillende plaatjes, en ze staken dan nog per twee in een pakje. Het lijkt alsof het gisteren was.

Ook al woonden we naast de snoepwinkel van Fientje, toch was het veiliger om in een andere wijk, bij Katjen, prentjes in te kopen. Lag overigens ook langs de weg van en naar school. Fientje was een babbel-ekster eerste klas, die de jeugd ‘beschermde’ en er dus niet voor terugdeinsde om onze ouders in te lichten, wanneer we daar teveel geld zouden spenderen... Ik verzin dit niet, er zijn gevallen bekend.

De Beatlesprentjes waren er al vrij snel. Zo snel zelfs dat wij nog niet eens wisten wat de echte namen van de heren Beatles waren. Het was nog de tijd dat wij spraken over Star en over Mackny, want dat was wat uit de handtekeningen op de prentjes hadden ontcijferd.... Conclusie: 55 jaar down the drain.... om even bij stil te staan.

Op de DVD van Trini Lopez, die in meerdere versies bestaat, volgens mijnheer googel, staan naast dit beperkte optreden in Brussel nog wat opnames van jaren later in Nederland met het Metropoolorkest. Interessanter is uiteraard het interview met de man, waarin men hem o.a. vraagt naar wat hij vind van de Beatles. Naar wie kijkt hij zelf op? Frank Sinatra. Weet wel dat Trini Lopez zijn platen uitkwamen op Reprise het platenlabel van ‘Ol Blue Eyes’ himself. Een vraag waar doorgaans op geantwoord met namen van jonge artiesten van het eigen label die men wil promoten, of zoals hier, waar het eerder de kat is die de kandeleer likt....

In een ander interview zie je Trini in een open slee doorheen California sjezen, en zie je hem zijn villa annex zwembad aanwijzen. De man heeft aan zijn wereldfaam wel een en ander te danken.

Mogelijks mag men hem zelfs de titel toedichten van de laatste grote ster geweest te zijn vooraleer Brian Epstein en de Beatles de wereld van de rockmuziek optilden naar een nooit gezien niveau. Er was plots geen nood meer aan een zanger die oude folk nummers van Pete Seeger ten gehore bracht.


In 1978 verscheen een album, ‘Transformed by time’ simpelweg onder de naam Trini. Voldoende om herkenbaar te zijn, want door de jaren heen verscheen niemand meer aan het popfirmament met de naam Trini (sorry Trinity). Op de plaat herneemt de man enkele van zijn vroegere successen: If I had a hammer en Lemon tree. In een medley tackled hij Candida, Yellow bird en Save the last dance for me. Het gaat hier voor alle duidelijkheid over het feit dat Trini een graantje wou meepikken van de disco rage. Of dat fout is laten we in het midden, want ook Jagger en Stewart en Bowie sprongen op die kar. Op de achterkant van de hoes treffen we enkele namen aan die je niet direct zou verwachten. Neem nu Bob Clearmountain als technicus. Meco was een gekend fenomeen in het wereldje in die tijd. De plaat werd geproduced door het driemanschap Tony Bongiovi (zie ook de Ramones), Harold Wheeler en dus ook Meco Monardo.



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post197

Aalst 1988: Feest van de Rode Vaan

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 29 Oct, 2018 21:09

Vandaag, 29 oktober 1988 is het precies 30 jaar geleden dat het Feest van de Rode Vaan doorging..... in Aalst. Ik had daarvoor al enkele RV feesten meegemaakt in Brussel, maar deze keer te Aalst. Gedurende de jaren tachtig was ik cultuurmedewerker bij dit blad, onder het redacteurschap van Ronny De Schepper. Ronny, dezer dagen, genietend van zijn pensioen laat nog dagelijks stukjes los op de wereld via zijn blog: dagelijks iets degelijks. Zo was ik vorig jaar zelf nog het “lijdend” voorwerp van een van die stukjes. Ronny verhaalt hoe hij mij indertijd als “jongere” aan boord haalde, omdat hij zelf wat was uitgekeken op de rock en pop die zich in de jaren tachtig aandiende. Gelukkig was dat zonder curriculum, maar zuiver op “schrijftalent”, want anders had Ronny toen al vastgesteld dat ik amper een half jaar jonger was dan hijzelf.....


Begin jaren tachtig keek mijn echtgenote behoorlijk links tegen de maatschappij aan. Zij abonneerde zich in die dagen op het blad van de KP. Tot een lidmaatschap van de partij is het nooit gekomen, zoals bij zovele “sympathisanten”. Mogelijks een van de redenen dat de KP goed tien jaar later zich stilaan naar een laatste rustplaats sleepte.... al zijn de gebeurtenissen in de toenmalige USSR daar zeker ook niet vreemd aan. Ik las het blad mee vanop de zijlijn. Zekere dag stond er op de cultuurpagina een oproep om eender welke plaat te bespreken, en dit in te sturen, wat ik prompt ook deed, en het nog gepubliceerd zag ook. Ik had geheel toevallig een verzamelplaat besproken die ik net ervoor kocht in de Brusselse Metrophone, en waarop het kruim van de nieuwe bands te horen was. Muziek waaruit grotendeels de gitaren waren verdwenen om plaats te maken voor synthesizers. Bovendien had ik nog een extra artikeltje toegevoegd waarin ik ‘Oh Superman’ van Laurie Anderson besprak. Ik snap nu volkomen waarom ik toen Binnen de kortste keren kreeg ik thuis een plaat toegestuurd met bede die ook maar te bespreken. De rockjournalist in mij was geboren..... ik zou die Didden en consoorten eens laten zien wat ik in mijn mars had...... graptjen....

Bijna tien jaar lang schreef ik belangeloos en vooral gratis op totaal vrijwillige basis regelmatig een recensie over een plaat die ik toegestuurd kreeg, of vaak ook zelf kocht. Dankzij de perskaarten die vooral tijdens de zomer mijn richting uitkwamen frequenteerde ik festivals waar ik uit eigen beweging nooit zou heen gegaan zijn. Ik denk hier in de eerste plaats aan Seaside. Andere festivals werden meer dan gesmaakt: Rock Werchter frontstage (wat mij een archief aan goede foto’s opleverde), Festivalcatraz, Rod Stewart enTina Turner op de luchthaven van Oostende, enz... zonder de Vaan was ik nooit aanwezig geweest bij concerten van Rory Gallagher, Yoko Ono, Orchestral Maneuvers in the Dark, of persconferenties van Pete Townshend, waar hij weliswaar ons toesprak vanop een videocassette. Al bij al een heerlijke tijd die bijna tien jaar duurde.

Al schreef ik vaak over mijn eigen helden: Van Morrison, Bruce Springsteen en Marianne Faithfull.

Ik had meer Belgische “rocksterren” kunnen interviewen, maar dat lag mij minder, al heb ik heerlijke herinneringen aan een gesprek met Elsje Helewaut.

Mijn bijdragen werden door mijzelf stop gezet na een dispuut, met een nieuwe vrij jonge cultuur redacteur, over een artikel dat Tanita Tikaram ophemelde. Iets wat maar matig gesmaakt werd. Tanita zingt nog steeds, en de vaan wappert al lang niet meer....


Een nieuwe uitdaging wachtte in de Aalsterse Lorgo (Lokale Raad voor het Gemeenschaps Onderwijs), binnen de Argo, waar ik vaak rond de tafel belandde met lokale lesgevers, schooldirecteurs, industriëlen, apothekers, advocaten enz... voor relevante nabesprekingen in de Aalsterse Babbelaar. Een andere wereld, net als trouwens die andere wereld voor mijn Vaan periode toen ik mij op kynologisch pad begaf. Een pad dat er voor zorgde dat ik in 1981 voor het eerst in Merseyside terecht kwam, en amper enkele maanden later, op aanraden van een hondenvrouw, zelfs in Noord-Wales. Ligt ons levenspad vast? What if.....? (*)


Maar we waren toch in Aalst? Voor het feest van de RV. En wat merk ik, wanneer geheel per toeval het programmablad uit die dagen bekijk? Een divers programma met zelfs een schaakwedstrijd simultaan schaken waarbij de Aalsterse schaakclub Pion schaakt tegen Vasjukov (uit het trainerskmp van Kasparov), turndemonstraties door Sovjet atleten, jazzrockgroep Splash (?), verschillende stands, enz, en om het geheel af te ronden een fuif met Oh Boy.

Of er foto’s van bestaan, probeer ik nog uit te vissen. Oh Boy was net als Joystick een van de bands van William Souffreau uit de periode na Irish Coffee en voor de start van William als solo artiest. Hopelijk krijgen we meer informatie in het binnenkort te verschijnen boek Onion Rock, van Cynrik De Decker en Jan Van Liedekerke (**) dat handelt over de Aalsterse jeugdcultuur tussen 1968 en 1993.


Binnenkort duik ik af en toe in het RV archief.


(*) zoals ooit een oud-collega uit Kesken, het zo plastisch uitdrukte: ‘Was ons kat een koe geweest, we konden ze melken onder de stoof’
(**) https://www.flyingpencil.be/publicaties/72




  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post192

De ‘Antwerp Affair’: deel 2

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 24 Oct, 2018 17:50

Ook dit is weer een tijdsdocument, dat in de eerste plaats nooit werd geschreven om te worden gepubliceerd... maar bedoeld was om de herinnering levend te houden.

We reden, in de auto van Dirk, in een trok door van Gent naar Antwerpen tegen 120 km per uur. In Antwerpen, ergens een pintje gedronken, en de weg nog een paar keer gevraagd eer we aankwamen in het Sportpaleis in Merksem.

Voor het eerst in het Sportpaleis.
(C) Photo Paul Coerten

Amaai, dat was nog even wat anders dan de wei in Bilzen, van enkele maanden eerder. Enorm groot, en wat een massa volk. De plaatsen die we hadden, volgens ons ticket, leken noppes. We liepen even langs achter helemaal rond. Wat een podium. Achter op het podium stonden een achttal zwarte, op het eerste zicht, op kanonnen lijkende dingen. Spots kon je dat bezwaarlijk nog noemen. Bovenaan hing een enorme spiegel. De geluidsinstallatie (boxen) was vrij gelijkend met dien in Bilzen. We liepen naar het middenplein. Kracker had reeds opgetreden, maar daar hadden we weinig aan verloren. We zetten ons dan maar in het midden op de trap en wachtten op het optreden van Billy Preston. Het eerste wat( we hoorden was Day Tripper. Waar we zaten klonk de muziek enorm luid, en er vloog precies constant een zwaar vliegtuig over. Dat was nou de feedback van het Sportpaleis. Je kreeg het geluid alleen zuiver, wanneer je met je handen schelpen vormde achter je oren, zodat het geluid dat van achteraan terugkwam niet terugkom. Zo luisterden we even naar Preston, en we beseften dat we dat we een betere plaats zouden moeten zoeken, meer naar achter, dichter tegen de muur. En daar vonden we nog een paar goede plaatsen ook. Billy Preston speelde zijn gekende nummertjes en had er succes mee. Het was redelijk goed.

Maandag,15 oktobber 1973: The Rolling Stones in Antwerp.

En dan, op een gegeven ogenblik ging vooraan het licht uit, schoten twee grote fakkels aan, en ze waren er.Die grote zwarte kanonnen flitsten aan, en die gaven een aantal gekleurde lichtbaken, die afgebroken werden op de grote spiegel boven het podium. Die lichten konden door elkaar heen bewegen en elk afzonderlijk ook nog van kleur veranderen. ‘Hello, bonjour’, een gitaarstoot: Brown Sugar en ze waren vertrokken. Dat waren ze nu. Hoe is het mogelijk. We zagen ze in de verte, maar het geluid was nu wel goed. ‘Tumbling Dice, ‘Happy’, Het kwam er allemaal goed uit. Vlug na elkaar, met enkel een ‘Whow’ of zo er tussen. En dan na enkele nieuwe nummers: Starf...cker’, officieel ‘Star Star’, en het ganse Sportpaleis begon mee te klappen. Dat telde verdorie. Ze kwamen los. Angy klonk niet identiek met het nummer op de plaat, alhoewel het verre van mis was.(*). Daarna volgde de b-kant van single Honky Tonk Women: ‘You can’t always get what you want’ met een enorme saxsolo, (**) gevolgd door een nog mooiere gitaarsolo van Mick Taylor. Die jongen verbaasde mij wel. Ik had er nooit een zo goede gitarist in gezien. Jagger danste rond, evenals Richard, en voor de rest stond Wyman er stokkestijf bij, de bas kaarsrecht naar omhoog. De Trompettist en saxofonist stonden een beetje afzijdig, evenals aan de andere kant, een tabla drummer van bij Preston, en Preston zelf. De afgelopen week zat Charly Watts, in een filmpje, nog wat verveeld te drummen, maar die kerel viel nu erg mee. Top man. Ik had ze mij feitelijk ‘zwakker’ voorgesteld. Midden in de arena zat een gast met een koptelefoon op achter een enorm mengpaneel.

Plots begon er aan beide zijden van het podium een rookgordijn naar elkaar toe te rollen. Aan beide zijden wipten twee rode fakkels aan. De Stones speelden ‘Midnight Rambler’ Mick Jagger bewoog zich, wadend tot aan zijn knieën, in die damp die constant bleef hangen. Zelfs nog wat steeg, tot plots die fakkels begonnen te kolken. Het was alsof er een kokende stroom lava uitkwam. Midnight Rambler, dat was een performance. Na het lange immense nummer verdween de rook als bij overslag. (Van cold ice hadden wij uiteraard nog nooit gehoord). Ze starten met wat ouder materiaal, alhoewel ze niet verder teruggrepen dan ‘68. ‘Honky Tonk Women’. We zijn toen rechtgestaan, en drongen door tot helemaal vooraan, op een tiental meter van het podium, waar we rechtstonden op de banken. Zo zagen we die kerels van dichtbij, en dat was de moeite waard. Ze speelden hun nummers nu volledig, quasi aan elkaar gekoppeld. Hier voor het podium hadden we ook geen last van het feedback element, van eerder. ‘Jumpin’ Jack Flash’, Street Fighting Man’. Whaaw. Mick croste rond, sprong zelfs bij Billy Preston op schoot. Ook dat was geweldig, en vooral dat die blazers en de kant van Billy nergens overheersten. Het waren de Stones. Mick goot wat water uit een karaf over zijn hoofd, en de rest van de emmer gutste hij over het publiek. Het spektakel liep naar zijn einde. De muziek was nu instrumentaal geworden. Stonesmuziek, zoals je ze nooit op plaat hoort. Mick nam een pot met rozenblaadjes en besprenkelde daarmee het podium, alvorens nog een paar buigingen. Dat was ‘the devil’ die afscheid nam. Een devil waarvoor we enkel sympathie kunnen hebben. De laatste tonen. Het licht ging even uit, en de boys waren al verdwenen van het podium. Uit de speakers klonk 2001 (space) muziek. Een bis nummer was er niet. Het was voorbij. Een gebeurtenis in ons leven die we misschien nooit meer zullen meemaken. (Toch wel. Wij twee samen zagen ze opnieuw in 2015 in Werchter).

Samen met 19.000 anderen brachten we hulde aan de muziek van een decennium. De Rolling Stones, bouwstenen van een jeugdcultuur, waarvan ook wij nu deel uitmaken. De Stonesfabriek zal zijn tenten in Antwerpen opbreken en verder trekken. Het podium werd door tientallen roadies bestormd.

Aftermath: Dinsdag, 16 oktober 1973

In het naar huis bollen zagen we geen twintig meter ver vanwege de dichte mist. Toch zonder ongelukken thuisgebracht, ook al reden we aan de kerk van Oudegem plots te midden van de straat. Het was gelukkig toen al nacht.

De volgende dag, nog even door de lijst gefietst van al de spullen die de de Stones vroegen bij elk optreden. De flessen liebfräumilch voor Keith ben ik altijd blijven onthouden. De Stones hadden al een Ryder, nog voordat het woord werd uitgevonden.

Humo brak vorige week nogal op over het feit dat ze vandaag in Brussel zouden spelen voor het personeel van het ITT concern, maar dat is dan uiteindelijk toch niet doorgegaan. Morgen nog twee concerten in Brussel. Verder gaan ze hier ook nog optreden voor de Franse uitzendingen van Radio Luxembourg.

‘Goats Head Soup’ klinkt fantastisch.

De Rolling Stones Mark II ontstonden eind jaren 60, nadat ze ‘Brian Jones’ hadden ontslagen, en op zoek moesten naar een nieuwe gitarist. Dat duurde even maar ten slotte werd gekozen voor de nog jonge stergitarist Mick Taylor. Taylor had naam gemaakt via de band van ‘John Mayall’. Mayall’s band fungeerde vaker als voedingsbodem voor toekomstig talent. Denk maar aan leden van de ‘Free’ en ‘Fleetwood Mac’.

De Rolling Stones brachten in ‘71 in de nieuwe bezetting ‘Sticky Fingers’ uit, met de hitsingle ‘Brown Sugar’. In de lente van ‘71 kregen ze een bruine enveloppe van het Britse ministerie van Financiën, waardoor ze quasi op de rand van het faillissement werden gebracht. Er was maar een uitweg: vluchten uit Groot Brittanië, naar oorden waar de taxman hen met rust zou laten. Ze opteerden om minstens voor een jaar naar Zuid-Frankrijk te trekken. Al was het vooral Keith die zich vestigde in het zuiden. Mick zat in een Parijs appartement met zijn nagelnieuwe bruid, die het niet zo begrepen had op de rest van de Stones. Het Zuid-franse avontuur zal een jaar later via het dubbelalbum Exile on Main Street op de wereld worden losgelaten. In de jaren die volgden verschenen tal van verhalen over die periode uit hun leven, vaak aangedikt, en vooral nooit door hen tegengesproken. In het boek ‘Exile on main street: a Season in Hell with the Rolling Stones’ probeert auteur David Greenfield uit de verschillende daarvoor verschenen boeken min of meer een correcte weergave van de feiten te filteren. Het mag vooral duidelijk zijn, dat de plaat nogal wat opnames bevat die al dateerden uit de Sticky Fingers tijd, en nog heel wat materiaal uit de winterperiode van ‘71 toen ze naar de States waren verkast. In de ‘Villa Nellcôte’ die Keith Richards huurde werd er gepoogd om nummers te maken, maar sister heroïne zorgde er al te vaak voor dat er voornamelijk tijd verspeeld werd, en dat er weinig echte songs ontstonden. Taylor verveelde zich dan ook vaak. Overigens had hij geen enkele reden om in ‘Exile’ te gaan leven want hij had op dat ogenblik amper geld verdient. Overigens later ook al niet veel, aangezien hij zijn naam niet vermeldt zag op de Stones platen. Al bij al heeft hij het uitgezongen tot in de herfst van ‘74, en haakte hij eigenlijk al af na hun Europese toernee in ‘73, naar verluidt omdat hij ‘wou blijven leven’..... Het harde Stones bestaan was niet aan hem besteed. En toegegeven een echte tandem met Keith heeft hij nooit gevormd. Hij was niet uit het zelfde hout gesneden als zijn opvolger ‘Face for ever’ en toch Stone geworden: ‘Ron Wood’.In ‘73 verschijnt ‘Goats Head Soup’. De plaat waaruit de nieuwe nummers kwamen die tijdens de Europese toernee werden gebracht. Uit Exile kregen we enkel Keith’s Happy. Niet direct een van zijn sterkste songs.

Dat de jongere generatie vaak Exile on Main Street als de topplaat van de Stones naar voren schuift, is al even onbegrijpbaar als het ophemelen van ‘Neil Young’s On the Beach’. Enkel te verklaren, door het feit dat ze te jong zijn, om pakweg ‘Aftermath’ te kunnen kennen.

‘Goats Head Soup’ werd opgenomen in Jamaica, en bevatte volwassener, en melodieuzer songs. Met het op single uitgebrachte ‘Angie’ scoorden ze opnieuw hoog in de toenmalige hitlijsten. Te danken aan het wondermooie pianospel van ‘Nicky Hopkins’. Ons klonk het nummer in die tijd vooral melig in de oren. Maar de Stones zouden de Stones niet geweest zijn, en dus werd ook op deze plaat tegen deuren geschopt. Een van de nummers op de plaat kreeg de titel ‘Star Star’ mee. Een knieval voor de goegemeente, want het nummer had eigenlijk ‘Starfucker’ moeten heten. Iets wat deed terugdenken aan de tijd van ‘Let’s Spend the Night Together’, toen Mick bij een TV optreden gevraagd werd, om ‘Let’s Spend Some TIME Together’ te zingen. Hij murmelde toen enigszins de tekst om zijn smoel te redden.

In de jaren zestig werd vrank en vrij over de duivel gezongen in ‘Sympathy for the Devil’. Op ‘Goats Head Soup’ werd hebt plots ‘Dancing with Mr D’. Het was overigens dat nummer dat tijdens de toernee op hun setlist stond in plaats van Sympathy. Niet enkel Mick Taylor was in het begin van de seventies nieuwkomer bij de Stones. Ook, in navolging van de Beatles, allieerden ze zich met ‘Billy Preston’, die mee op toernee mocht als begeleider, en die zelfs in het voorprogramma mocht spelen met geleende Stone Mick Taylor aan zijn zijde. Blazers ‘Jim Price’ en ‘Bobby Keys’ voegden een nieuwe dimensie toe aan het Stonesgeluid. Toch maakten zij nooit echt deel uit van de grootste rock and roll band in de wereld. Jagger tolereerde hen enkel op de loonlijst. Opvolger van ‘Bill Wyman’, ‘Daryl Jones’, nu al jaren vaste bassist van de Stones, werd ook nooit aanvaard als een nieuwe Stone. Maar waren de Stones al niet van bij het begin ziek in dat bedje, toen ze hun pianist ‘Stu’ (‘Ian Stewart’) naar het achterplan maneuvreerden? Gelukkig werd de man ooit bewierookt in een welverdiende ode die ‘Led Zeppelin’ aan hem bracht via de song ‘Boogie with Stu’.

De Exile plaat wordt steevast door Keith geroemd, terwijl Jagger er veel sceptischer tegenover staat. Jagger wou ‘breder’ gaan, weg van de rechttoe rechtaan rock and roll, daar waar Keith veel liever oude paden bewandelde. Rekening gehouden met zijn toenmalige verslaving, was dat waarschijnlijk ook het enige waartoe hij nog in staat was. Songs als ‘Happy’ zijn daar een mooi voorbeeld van.

Toen de songs voor Exile klaar waren en er zich een nieuwe toernee aandiende werd Richards eerst en vooral naar Zwitserland gebracht, waar hij in een privékliniek ‘droog’ werd gezet.

Er waren daarnaast nog een aantal problemen met ‘Allen Klein’ hun zakenpartner waar ze zich van losgewerkt hadden. Die claimde nl royalties voor een aantal songs uit Exile. Mogelijks ook een van de redenen waarom ze die nooit live brachten.

Al bij al is binnen het Stones canon Exile on Main Street zeker niet de topplaat waarvoor ze al te vaak wordt versleten. Ook niet hun bestverkopende. ‘Some Girls’ uit ‘78 verkocht beter en was voor velen een verademing, en het bewijs dat de Stones eindelijk mee waren met hun tijd, en nog steeds hits konden produceren, alsof we ons nog in 65 of 66 bevonden.
————————————————————————————-

(*) en na 45 jaar weet ik nu precies waarom..... Nicky Hopkins (piano) was er namelijk niet bij tijdens de ‘73 toernee.

(**) De Bobby Keys Affair.

Jim Price en Bobby Keys waren de vaste blazers bij de Stones in het begin van de jaren zeventig. Logisch dat iedereen er van uitging dat wij Bobby Keys op sax bezig hoorden. Nu vijfenveertig jaar, en enkele verslonden boeken, later is die niet helemaal zeker. Zowel Richards als Keys stoeiden in die dagen met sister heroïne. Tijdens die toernee blijkt zich een zwaar incident te hebben voorgedaan waardoor Mick Jagger overging tot het ontslag van Bobby Keys. Keith Richards verklaart in zijn biografie Life, dat het hem tien jaar heeft gekost om Keys terug in de Stones te krijgen.

Foto www.today.com

Wat was er gebeurd?
Richards gaat even voor de Stones het podium op moeten op zoek naar de ontbrekende Keys. Hij treft hem in zijn hotelkamer, waar Keys, samen met een frans hoertje een Dom Perignon champagne bad neemt, en hij tegen Keith duidelijk maakt dat hij niet van zin is om zich podiumwaarts te spoeden. Waarop hij dus niet enkel zijn C4 krijgt van Jagger, maar ook nog een gepeperde rekening die naar het schijnt zelfs zijn gage voor de gehele toer overtrof. Overal op het internet staat bij dit incident vermeldt dat dit volgens de biografie van Bobby Keys, de betrokkene zelve, plaatsgreep voor ze vertrokken naar Frankfurt. Dit zou dus plaatsgegrepen, volle twee weken, voor het Stones circus Antwerpen aandeed. Wie speelde dan wel sax? Die naam is bekend, nl. Trevor Lawrence, en wordt o.a. vermeld op de hoes van het pas in 2011 uitgebrachte Brussels Affair. Dit lijkt duidelijk, ware het niet dat ook Keith Richards dit feit vermeldt in zijn biografie ‘Life’, waar hij het echter situeert in een Brusselse hotelkamer voor het voorlaatste optreden van de toer. Letterlijk schrijft Keith en we citeren uit een artikel in Ultimate Classic Rock (***): “Bobby went down in a tub of Dom Perignon. Bobby Keys, so the story goes, is the only man who knows how many bottles of it it takes to fill a bath, because that’s what he was floating in. This was just before the second-to-last gig on the ’73 European tour, in Belgium. No sign of Bobby at the band assembly that day, and finally I was asked if I knew where my buddy was -- there had been no reply from his hotel room. So I went to his room and said, Bob, we gotta go, we gotta go right now. He’s got a cigar, bathtub full of champagne and this French chick in with him. And he said, f--- off. So be it. Great image and everything like that, but you might regret it, Bob. The accountant informed Bobby afterward that he had earned no money at all on that tour as a result of that bathtub; in fact he owed. And it took me ten goddamn years or more to get him back in the band, because Mick [Jagger] was implacable, and rightly so. And Mick can be merciless in that way. I couldn’t answer for Bobby. All I could do was help him get clean, and I did.

En dat zou betekenen dat Bobby Keys op twee optredens na wel de gehele toernee meespeelde. Keys verklaarde overigens jaren later in een interview dat die tijd nogal verward was voor hem, en dat hij zich eigenlijk dat champagnebad niet herinnerde. Hij herinnerde zich wel de gepeperde rekening.(***) Brussel (****) is al bij al ook aannemelijker, dan Frankfurt, omdat er een frans hoertje bij was betrokken. Tenzij natuurlijk de Stones gedurende die toer niet in elke stad op hotel zaten, maar bijv. vanuit het centraal gelegen Brussel verschillende steden zouden hebben aangedaan....

Aan Keys kunnen we het niet meer vragen, want die overleed al op zeventigjarige leeftijd. Dan maar gevraagd aan een toenmalig journalist van eigen bodem, die het avondconcert in Brussel bijwoonde. Die ging er van uit dat Keys de gehele toernee meespeelde. Niet dus.

(***) http://ultimateclassicrock.com/bobby-keys-champagne-bath/

(***) In UltimateClassirock: “Keys later disputed this story in his own autobiography, 'Every Night's a Saturday Night,' insisting that while the financial aspect of Richards' recollection might be accurate, his champagne bath wasn't specifically what led to his departure during the 1973 tour. Then again, as he admitted in a recent interview, his memories are a little hazy; asked if the tub legend is true, he chuckled, "That's what they tell me. It was reflected in my paycheck, so I guess it's true."

(****) Brussel.

Dat er in ons land in Brussel twee concerten op een dag plaatsgrepen had zo zijn redenen. Na het namiddagconcert was vooral het avondconcert bedoeld voor de Franse fans. Na hun passage in Exile het klaar ervoor, had het Franse gerecht nog een appeltje te schillen met Keith Richards. Had hij zich op franse bodem vertoont, men had hem meer dan waarschijnlijk onmiddellijk de doos in gedraaid.

Voetnoot1: Exit Mick Taylor.

Na de twee Brusselse concerten, die gelukkig schitterend werden vastgelegd op tape, werkten ze nog een concert af in Berlijn. Na dat concert bleef Mick Taylor nog een klein jaar bij de Stones en droeg zijn steentje bij aan de ‘It’s Only Rock and Roll’ plaat. Toch gaf hij eind ‘74 zijn ontslag, o.a. wegens nooit gekregen erkenning van zijn bijdragen aan de Stones. Boekhouder Jagger vertikte het de naam van Taylor toe te voegen aan nummers die zonder de inbreng van Taylor zelfs niet zouden bestaan hebben. Nee het bleven Jagger-Richards composities.

En dat net nadat ik Mick Taylor door dat concert pas echt had leren waarderen.

Mijn eerstvolgende Stonesconcert maakte ik mee in ‘Vorst Nationaal’ in 1976. Dit was na de ‘Black & Blue’ LP, die ik al wat ondermaats vond, en met ‘gloednieuwe’ gitarist ‘Ron Wood’, die ik maar matig kon appreciëren. Dat concert kon helemaal niet tippen aan ‘the Antwerp Affair’ van drie jaar eerder.

Ik kom nog wel eens gasten tegen, die van de ene verbazing in de andere vallen wanneer ik vertel, dat ik de Stones met Mick Taylor heb gezien..... voor mij blijft het in elk geval een ongelofelijke dag, maar het zal altijd blijven knagen dat ik nooit de ‘echte’ Rolling Stones met Brian heb gezien. Een troost.... ook de Beatles staan in dat lijstje.

Voetnoot2: Een opname van het concert in Antwerpen.

Vandaag beluister ik voor het eerst de op Youtube te vinden opname van het Antwerpse concert. Het betreft een zogenaamde ‘audience’ tape. Een opname gemaakt vanuit het publiek. De kwaliteit is er naar, maar voor wie er bij was is dat ondergeschikt. Het is de documentaire waarde die telt. De herkenning van wat zich vijfenveertig jaar geleden afspeelde. Het vaststellen, dat de toen nog jonge Stones, in sommige persartikelen al versleten voor oudjes in hun bovenste beste doen waren. Kiekenbisj, koude rillingen, en vooral muziek, muziek en muziek. It’s only rock and roll.

Ik begrijp nu nog meer, waarom het concert in 1976 in Vorst een fiasco was, met de toen nieuwe gitarist, Ron Wood, en lauwe songs uit Black and Blue. De toernee die ze in 1973 doorheen Europa maakten, was een van hun beste. En de Brussels Affair opname mag gerust hun beste live plaat worden genoemd.

En wanneer we even in mijn persoonlijke top vijf van live concerten duiken.... laat het ons op zeer hoog houden.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post191

De ‘Antwerp Affair’: deel 1

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 17 Oct, 2018 12:45

Dit had net zo goed kunnen heten: uit een dagboek geschreven in 1973, herfst 45 jaar geleden.

We laten ‘68 even voor wat het was en springen voor heel even vijf jaar verder, of dichter als u wil, in de geschiedenis.
Terugblikken naar een tijd, waarin een smartphone, nog met een omvlochten katoenen draad vastgekluisterd zat aan de muur, en doodgewoon telefoon werd genoemd. Meestal een zwart bakelieten toestel, met dito hoorn. Gelukkig bestond er in die dagen toch al een ‘mobiele’ variant, het zogenaamde ‘telefoonkotteke’, dat je her en der in steden vond, en waarin je voor vijf frank drie minuutjes kon praten. Niemand kon vermoeden dat er ooit iets als een GPS zou worden uitgevonden. Neen wij bedienden ons van een groot vel papier waarop iemand straten en dorpen had getekend, precies zoals Mercator ons dat dik vierhonderd jaar eerder had geleerd. Een ‘landkaart’ heette dat. En ja een auto had in die dagen vier wielen, maar dat wist u al....

Kortom ‘tools’ die ons de komende dagen en uren zouden van pas komen. Het was een tijd waarin ik leerde, dat er voor elk probleem een oplossing bestaat, als je maar even nadenkt, en vooral nooit panikeert....

Thuis hadden we in die dagen geen auto, en ook geen telefoon. Handige spullen om te communiceren en om je te verplaatsen, zoals nog zal blijken.

Neem nu het feit dat ik de band Kracker nooit heb zien spelen. Daar bestaat een heel goede reden voor. Ooit bezochten zij ons land, en ik had er zelfs een kaartje voor. Of ik er iets aan heb verloren weet ik op dit ogenblik nog steeds niet, maar ik heb een stil vermoeden dat de band daar nooit heeft van wakker gelegen. Kracker is al lang vergeten, of toch niet helemaal, want ik vind er het volgende over terug op Wikipedia.

Kracker was volgens Wikipedia een Amerikaanse band die bestond van 1972 tot 1976. Zij waren via Jimmy Miller in contact geraakt met Jagger en Richards die hen, bij het uitkomen van hun tweede LP, wereldwijd (met uitzondering van Amerika) signeerden voor hun nieuwe label. Zij waren de eerste band op het fameuze Rolling Stones label.

We duiken in het verleden naar het najaar van 1973, nu alweer vijfenveertig jaar geleden. Enkele gebeurtenissen in de aanloop naar half oktober van dat jaar.

Zeventien oktober is de geschiedenis ingegaan onder de naam: ‘Brussels Affair’. Een titel die verwijst naar een legendarisch ‘Rolling Stones’ optreden dat pas in 2011 op CD verscheen, en tegenwoordig al helemaal niet meer te verkrijgen is. Niemand besefte op dat ogenblik in 1973 dat de Stones, in die bezetting, met de meer dan uitstekende bluesgitarist Mick Taylor, aan hun voorlaatste concert waren begonnen.

Zelf beleefden wij twee dagen ervoor onze ‘Antwerp Affair’. Een impressie....

Voor wat nu heet: de grootste rockband uit de geschiedenis, kon je tot een maand voor het concert kaartjes kopen.... in een muziekwinkel. Je kan je afvragen of het Internet echt wel gelijk staat met vooruitgang.

Zaterdag 15 september 1973

Uitgaan. Met Herman wat gediscuteerd, over uur van vertrek. Er zou ons een gast van Sint Lievens Houtem oppikken. We zouden dan doorbollen naar Sint-Lievens-Esse, maar... die knul kwam er niet door en wij zijn ten slotte maar naar de Leeuwerik gegaan. Er kwam daar een popgroep. Ik wist niet goed wat ik er moest van denken, en feitelijk kon het mij, geloof ik, ook geen barst schelen. Er was niet al te veel volk, maar toch. Er speelde een groepje jonge gastjes, niet te progressief, maar toch nogal heavy. Lange langzaam zwaar drijvende nummers. De sfeer in de Leeuwerik vond ik wel goed. Er stond zo’n progressieveling te springen. Ze had een zwart pulletje aan, en een jeans die haar blote buik liet zien.

Zondag, 16 september 1973

Vandaag Nieuwerkerken kermis. Vanavond hadden we toch maar besloten van tot acht uur te wachten, en zie die kadee kwam er nu wel door. We zijn dus toch met hem samen naar Nieuwerkerken gebold, waar veel volk was. In ‘t Antieksken (de vroegere Las Vegas), met nieuwe inrichting, nu iets klaarder was het veel te warm. Vandaar naar de Buxy en zoals gewoonlijk nadien naar d’Hoeve. Daar was het nog het beste van allemaal. We zaten er van een pintje te genieten, en het optreden van de Stones kwam ter sprake. We voelden er allemaal wel voor. De anderen gaan morgen zien of er nog kaarten zijn. Ik zag Martine daarna achter in de zaal, en daar ging ik een babbeltje mee slaan. Erwin, een collega van het werk stond er ook met een pintje. Ik gaf nadien zelf nog iets, ook voor Marie-Paul. Eddy Corthals gezien,en dat was lang geleden. Martine was er weer in, en zij gooide weer met papiertjes. (Hier komen we later nog op terug).

Maandag, 17 september 1973

Vanavond kwam Herman. Ze hadden kaarten gekocht voor 15 oktober: 230 ballen. Dankzij die gast van Houtem, want wij zouden daar vermoedelijk nooit echt werk van hebben gemaakt. We spreken later nog wel verder af.

Zondag, 23 september 1973

Kermis Lede. Van den Os naar de Lelie, en naar ‘t Brouwershuis. Daar draaide Jo Blo plaatjes: the Master Blaster.

Zaterdag, 6 oktober 1973

In Aalst in de Madelon kwam de Radio Noordzee Mobiele discotheek. Nadien nog binnengewipt bij Van der Elst, waar DJ Wando terug draaide.

Zondag, 7 oktober 1973

Gisterenmiddag kwam er daar ene zeggen dat er in de garage van Landsheer een autootje stond. Ik ben even gaan zien. Een okerkleurige Fiat 128 voor 40.000 ballen. Frans DB was er niet, en dus besloot ik om er nog even over na te denken, en morgenavond nog eens binnen te stappen.

‘t Was al door halfnegen toen ik naar Mere (kermis) bolde. ‘Clarck Richard’ was er net enkele rock and roll nummers aan het doorjagen. In de ‘Mascotte’ nog even geweest, en na halfnegen bolde ik naar ‘Dido’. Daar was redelijk veel volk.

Maandag, 8 oktober 1973

Vanavond dan binnengestapt bij Landsheer en dat bakje eens goed bekeken. Ziet er tof uit, en Frans DB kan ik wel vertrouwen, al was het maar omdat hij nog familie is. Beslist. Belastingen inbegrepen wordt het 47.000 frank. Frans ging morgen contact opnemen om eens te kijken voor een verzekering.

Dinsdag, 9 oktober 1973

Verzekering afgesloten bij een zekere Bosman. Die tiep zou alles opsturen en mogelijks zou ik tegen zaterdag al een plak kunnen hebben, maar de auto zelf zou ik pas volgende week hebben volgens de garage. (En dat zal een cruciaal gegeven blijken in deze verdere kleine geschiedenis).

Woensdag, 10 oktober 1973

Welk effect gaat dit geven? Opnieuw in een auto kruipen. (Ik had sinds mijn rijopleiding in juli geen auto meer bestuurd.)

Zondag, 14 oktober 1973
Waar we toen naar luisterden.

21 Status Quo - Caroline

19 Manfred Mann - Joybringer

18 Dave Edmunds - Born to be with you

15 Bryan Ferry - A hard rain’s gonna fall

14 First Choice - Smarty Pants

12 The Rolling Stones - Angy

9 Pink Floyd - Money

8 Adriano Celentano - Prisencolinentia

7 Dr John The Nighttripper - Right Time Wrong place

6 The Sweet - Ballroom Blitz

5 The Troggs - Feels like a woman

4 Golden Earring - Radar Love

3 Hudson Ford - Pickin’ up the pieces

2 Medicine Head - Rising Sun

1 Wizzard - Angel Fingers

Vanmiddag vlug op pad, want er viel te bestellen, tijdens de Radio Atlantis (*) Drive-in show. Mike West en Joop Verhoof deden het niet slecht. Redelijk veel volk, maar er werd niet genoeg gedronken. Herman morde ook al. Nog even tot in het Wanzeels Moleken gebold, en nadien naar huis, met een tot morgen, want dat zou de ‘big day’ worden.

Foto’s: Joop Verhoof, onderaan(+) en Mike West. Later bij Mi-Amigo

The Antwerp Affair, The Rolling Stones in België: deel 1.

Maandag, 15 oktober 1973.

Om drie uur gestopt op het werk, en even na vier uur thuis aangekomen, en verdorie, even later kwam de moeder van Herman er aan om te melden dat die knul van Houtem had getelefoneerd met de boodschap dat zijn nonkel was overleden, en hij dus niet naar het concert zou gaan. Stom, stom en wat nog meer? Herman zal in Gent staan wachten, en van niets weten. Nu ja, tot daar aan toe, het is voorbij. Een kans die nooit meer terugkomt.

Op gemak wat gegeten, en dan bedacht ik dat Dirk op maandag een uur vroeger thuiskomt vanwege zijn avondles. Ik wachtte hem op, en vertelde hem het voorval, opperde dat hij die kaart eigenlijk zou kunnen overnemen van die kadee van Houtem. Maar gek genoeg, kende ik in feite die tiep van Houtem niet eens. Dirk was toch tot op zeker hoogte geïnteresseerd. ‘We zullen zien’, zei die, ‘tracht eerst aan Herman zijn telefoonnummer te geraken’.

Ik op weg naar de moeder van Herman die mij vertelde, dat zij geen rechtstreeks nummer had. Enkel een telefoonnummer van de vrouw die het studentenhome waar Herman verblijft verhuurt. Ook had zij een nummer van Focquet, de gast met de overleden nonkel, en de kaart op overschot.

Op naar Dirk en van daaruit naar Gent getelefoneerd. Die vrouw herinnerde zich gelukkig wel wie Herman was, en ze beloofde om even tot op zijn kot te gaan zien. We hadden haar het nummer van Dirk gegeven waar Herman ons zou kunnen bereiken. Hopelijk was Herman niet direct van school naar het Zuid gegaan, zoals we hadden afgesproken, want dan zou die vrouw hem nooit aantreffen.

We lieten vervolgens het nummer van de ‘Lelie’ achter bij Dirk thuis en vertrokken naar de zaal, waar de discobar van gisteren nog stond van de Radio Atlantis dag.

Het was intussen zeven uur geworden, en het begon er sterk naar uit te zien, dat alles toch nog in het water zou vallen. Ook de discobar van Atlantis stond nog. Dirk begon boven, zijn spullen uit elkaar te halen. Plots was er beneden telefoon voor Dirk. Whaaw, snel naar beneden, waar Dirk de ‘onderhandelingen’ startte met Herman. Ik zat er aan de toog nog wat te babbelen met Marina, de cafédochter, die ook wel wou meegaan. Dirk stelde voor dat Herman naar ons zou toekomen, naar het station in Lede, om dan van daaruit gezamenlijk bij Focquet te bollen in Houtem om dat ticket.

Einde gesprek. Herman zou ons na 10 minuutjes terugbellen. We probeerden Focquet in Houtem te bellen. Bezet. Een minuutje later nog bezet. Een halve minuut later belde het dan toch, maar niemand nam de hoorn op. Verdomme, nog meer tegenslag. Wat nu gezongen? Herman belde terug. Ook hij had geprobeerd, en geraakte er eveneens niet binnen.

Bon, wij togen terug naar boven, en braken verder de installatie af. Nog een laatste poging. Geen gehoor. Finito.

Als de nood....

We stonden nog even te praten, en dan was er plots terug telefoon. Het was Herman die eieren voor zijn geld koos, en zijn ticket voor een woekerprijs aan Dirk wou verkopen. Hij belde vanuit een openbare cel, en had dus niet veel tijd. Zij debatteerden over 10 frank of zo, tot de drie minuten van Herman in de telefooncel op waren, en de lijn werd verbroken.

‘Hoe komen we snelst in Gent?’ vroeg Dirk. We waren direct op weg. Nog een geluk dat we aan Herman nog snel hadden kunnen zeggen dat hij naar ‘t Vosken aan Sint Baafs bij de KVS moest komen. Een plaats die ik kende vanwege een bezoek met de school aan de KVS voor het toneelstuk ‘Vrijdag’ van ‘Hugo Claus’.

We hadden geluk: hij stond er. Snel de kaart overhandigd, en Herman droop af, vloekend, onze Houtemmenaar verwensend, die er in de eerste plaats had voor gezorgd dat we besloten om naar de Rolling Stones te gaan. Ik wist niet goed of ik mij op dat ogenblik nu goed of slecht moest voelen, omdat Herman uiteindelijk niet meekon....

Op naar de oprit van de E3, met 57 km voor de boeg. Het was al enkele minuutjes na acht uur....

Kracker stapt het podium op, en wij zijn er (nog) niet..... en nu weet u waarom.

Vervolgt in: The Antwerp Affair, The Rolling Stones in België: deel 2.


Voetnoot:
(*) Radio Atlantis was een kort leven beschoren. Adriaan Van Landschoot huurde voor 3 maand het schip Mi-Amigo van Caroline. Helaas bleek ”iemand” na die drie maand meer te willen betalen voor de huur van het schip. Een wafelbakker uit de streek van Halle.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post190

Uit een dagboek geschreven in 1968: Grote vakantie, augustus.

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 25 Sep, 2018 19:36

De laatste jeugdvakantie.

De zomer was niet te vergelijken met de Summer of Love van een jaar eerder. Daarvoor kregen we net, een ietsjepietsje, te weinig warme dagen. Samenkomen aan de Puitenvijver, bij Dizjeken, of gewoon aan de Hoek op de Kleine Steenweg zat er nog steeds in. De ‘af en aan’ verhalen met de wapperende rokjes bleven zich in het begin van augustus herhalen. Maar daar kwam halfweg de maand verandering in. Niet van die aard, dat wij het op dat eigenste ogenblik beseften.

We waren net gestart met ons ‘uitgaansleven’. We liepen enkele kermissen af, en richtten ons voor de rest van het jaar op de pas geopende dancing Sun Valley (*), op Steenberg, in de toenmalige gemeente Bambrugge. Een plaats die door jongeren uit de omliggende gemeenten al gefrequenteerd werd in de tijd dat onze ouders zelf nog aan hun uitgaansleven moesten beginnen. Het was een site waar je als jongere kon leren zwemmen, stiekem je eerste pinten drinken, en om het hoekje gluren en genieten van prille koppeltjes die hopelijk de weg toonden naar hoe je ‘een en ander’ moest aanpakken.


Dat eerste weekend van augustus, was voor ons legendarisch, omdat het zowat de allereerste keer was dat we echt op stap gingen. Ons uitgaansleven was begonnen. R. had nog wat moeite om thuis toestemming te krijgen om mee te bollen naar Erondegem kermis. Zijn gezaag zal wel geholpen hebben vermoed ik, want hij mocht uiteindelijk wel mee, al kreeg hij een ‘thuiskom uur’ mee. We begaven ons naar zaal Claudia, waar we aangekomen al onmiddellijk de klanken van Baby Come Back tot buiten hoorden weerklinken in de zwoele zomeravond. Cras Tiki speelde er. De zanger bleek de leraar wiskunde van W. te zijn. Wist ik toen veel, dat die band eigenlijk een vernieuwde versie was van de Sonny Boys uit Mere. Het allereerste balorkest, dat ik ooit zag spelen. Ik moet toen ongeveer een jaar of elf geweest zijn na doe proclamatie in het zesde studiejaar. In de Claudia (de Klok van vroeger), zetten wij onze eerste stappen op de dansvloer, dankzij een kusjesdans. De week er op reden we, via het jeugdheem, waar het maar stil was, naar Sun Valley. Een echte dancing, waar je binnen mocht, vanaf zestien mits aanschaf van een lidkaart.

Dit was nog de tijd waarin de juke-box prominent aanwezig was, en je zelf kon bepalen welke muziek je wilde horen, wanneer je tenminste vijf frank liet schuiven.

Nog dezelfde maand ontdekten we, dat zelfs in onze buurt een super juke-box te vinden was, waar platen instaken van Shorty Long (Here comes the Judge) en Sly and the family Stone (Dance to the Music). Die 21ste augustus nam W. ons mee naar een nieuwe café/dancing, Ter Vaerent, vlak bij de Ronde Vijver. In de loop van de week trokken we er opnieuw heen samen met de meisjes. Amper een paar jaar later zullen wij daar opnieuw samenkomen om er het prille huwelijksgeluk te vieren van R. en A. die daar voor het eerst in elkaars armen vielen. Maar laat ik vooral niet te ver vooruitlopen op het grillige pad dat doorheen onze jeugd liep. Helaas overleed de patron vrij snel, en werd de zaak verder gerund door de dochter en haar aanstaande. Een dancing is het nooit geworden, wel een feestzaal. Ik heb er jaren later, zelfs nog een blauwe zaterdag gespeeld, met de discobar, voor de leden van Vlierzele Sportief.

Sweet little sixteen, of was het vijftien of veertien?

De meesten van ons waren in augustus 68, net zestien geworden. Enkelen hadden nog maar net de kaap van vijftien gerond. Kortom we situeerden ons met zijn allen tussen de dertien en de twintig. Een wereld van verschil wanneer je tussen tien en twintig jaar oud bent. Wij die zoals reeds gezegd onze eerste stappen richting kermissen en dancings zetten situeerden zich tussen vijftien en zeventien. De meisjes uit de buurt, die nog maar goed veertien waren, hadden het te stellen, met schoolfeesten, theatervoorstellingen, een of andere zanger(es) die een of ander katholiek zaaltje aandeed, of een avondje uit met de ouders, naar bijvoorbeeld de Heemfeesten.

Als er zich al ‘wereldschokkende’ gebeurtenissen hebben afgespeeld die augustusvakantie, dan ws het tussen 15 en 23 augustus. Dat er in de wereld rondom ons, allerlei heftige zaken plaatsgrepen, daar lagen we minder van wakker. (De Russen die met hun tanks Tsjecho-Slovakije binnenrijden bijv.)

Alles concentreerde zich rond de Heemfeesten die elk jaar doorgingen op de terreinen van het jeugdheem, toen nog Berg en Dal, en de KSA. Drie dagen feesten in een tent, op de muziek van Marva, the Blue Diamonds, met hun overbekende Ramona, of Anneke Soetaert. Ik heb overigens nog altijd, God weet waar, de handtekeningen liggen van deze Nederlandse Indoband.

Het waren ons eerste Heemfeesten waar we heen trokken. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen, en het gaf bovendien de gelegenheid om ons ongestoord op een dansvloer te wagen. R. had plots zijn zinnen gezet op A. die het weer eens had uitgemaakt met V. Wat niemand van ons verwachtte, was dat aan het einde van de week, na een bezoek aan Ter Vaerent, dit nog lukte ook. In de dagen tussen 15 augustus, de eerste heemfeestdag, en de zondag, waarop de feesten werden gesloten probeerden we nog het duo L. en Lut. te versieren in de Brekkenaar, een baantje dat parallel liep met de Puitenvijver, en waar vooral meikeverhagen ons aan het zicht onttrokken. L. en Lut. wandelden wat doelloos langs de Kleine Steenweg. We spraken af in de Brekkenaer. “Gij pakt L. he,” zei R. nog. Wij langs de Bossestraat, en zei via de Kleine Steenweg. Tot rond vier uur hebben we er staan babbelen, eer we ‘probeerden’. “Ge moet u zo niet haasten”, zei ik tegen haar, en lei men arm om haar heen, maar ik kreeg een ‘nee’ te verwerken. “Nee, want ik ga nu met P., en mocht hij dat te weten komen. Anders direct hoor”. “En daarbij, het heeft al eens af geweest”. Ik hield haar staande. “Nee laat mij gaan”. Eigenlijk was ik, achteraf bekeken, vooral blij en opgelucht, dat ze toen niet wou....

We sloten de Heemfeesten af samen op de dansvloer, waar A. met ons lachte omdat we toch zo onhandig dansten. Het was D. die toen als eerste met Lut. danste. Na elf uur stonden wij, P., R., ik en A. met ons vieren bij elkaar op de dansvloer te babbelen. L. was al naar huis. Los dansen (djerk) en praten. Discussiëren over het feit of het haar van A. nu blond dan wel donkerblond was. Over voorliefdes voor Italiaanse jongens. Aan het einde, als was het een troostprijs, danste ze toch met R., nadat ze hem eerst naar het hoofd slingerde, dat hij maar bij Lut. moest gaan.

Grappig eigenlijk, maar de eerste keer dat we met ons ‘dagelijks vakantiegroepje’ samen op een dansvloer stonden, en ons amuseerden, was in feite meteen ook de laatste keer. Enkele dagen later al sloeg Cupido toe, en speelde hij zijn vermaledijde spel, met twee van de actoren van die avond. Daar werd een deel van onze jeugd vertrappeld, zonder dat we dit zelfs ook maar enigszins doorhadden.

Achteraf bekeken, begrijp ik nog altijd niet waarom de jeugd in die dagen zo bezeten was om zich, zo jong nog, toch al te willen binden. Zat het in de genen, en was het een nawee van twee oorlogen? Ik herinner mij nog goed dat wie in die dagen na zijn vijfentwintigste nog ‘los’ liep, over de tongen ging. Een buurmeisje verkeerde met een ‘jongeman’ van 29 jaar. De buren waren er van overtuigd, dat hij haar aan het lijntje hield.

Studieplanning had daar zeker met te maken. Ook al zaten de meesten van ons in humaniora of en technische A2, niemand in de buurt maakte op zijn vijftien plannen om vier jaar of langer universiteit te gaan volgen. Op een uitzondering na zijn een aantal in A1 richtingen beland. En die ene was voorbestemd door zijn vader en ‘heer oom’, pastoor, om in die kerkelijke voetstappen te treden, wat overigens niet is gebeurd.

Achteromkijken is uiteraard steeds gemakkelijk, en nog veel eenvoudiger wordt het om nu te besluiten, hoe het anders had gekund. Om maar te zeggen: ‘was ons kat een koe geweest, we hadden haar kunnen melken onder de Leuvense stoof’. Ik bedoel maar....

Een zomerse avond ergens begin september in 2018. De setting: een heerlijke pub in Chester, waar een bende jongelui van om en bij de achttien samen ‘dineren’, converseren en lol maken. Wij zijn daar nooit aan toe gekomen. De tijden waren anders. We kregen ‘raad’ van Dizjeken, over hoe we de ‘meiskes’ moesten aanpakken. Dizjeken die in 1920 even oud was als wij waren in 1968. Dizjeken die de eerste 5 jaar van zijn leven nog onder Leopold II leefde. Ziedaar honderd jaar in een notendop. Het leek er op of de toenmalige jeugd probeerde om zo snel als mogelijk het evenbeeld te worden van hun ouders....

Misschien ligt er toch een verklaring bij wie we waren, waar we vandaan kwamen, en hoe onze ouders toch een stichtend voorbeeld zijn geweest. In de buurt van de Letsjestiejeweg en de Kleine Stiejeweg, waar wij opgroeiden, waren vijfentwintig tot dertig jaar eerder heel wat van die ouders ook al aan het opgroeien tot tieners. In een aantal gevallen bleven broers en zussen nadat ze trouwden zelfs naast elkaar wonen, op een stuk patattenland dat ze kregen van hun ouders.

De oudste bewoners die ik mij nog levendig kan voorstellen, waren Pieje, die vermoedelijk De Winne heette, Dizjeken, de oude man, waar ik mij even de naam niet meer herinner, uit het ijzeren hekken wat verderop, die bij Fientje om een doos 'suikertiejenen' kwam. Suiker Tienen, want was er eigenlijk andere suiker te verkrijgen? Bij Irma & Meng, ben ik nog mee om melk geweest, in hun oude huisje, dat nadien nog als stal heeft gediend. Wanneer, om zeven uur 's avonds, de koeien gemolken waren, trok je naar Irma voor een nog warme kan melk. In de winkel drie huizen verderop werd bloem en suiker verkocht, om er de avondpap mee te bereiden. Nog in de jaren vijftig bouwde hun zoon Leon een nieuw huis naast het oude, en trokken ze daar mee in. Het was de tijd dat de hele buurt zijn melk kwam halen, toevallig net voor ‘Schipper naast Mathilde’ begon, en Irma over te weinig stoelen beschikte. Wat dan aanleiding gaf, bij de buren, tot het meebrengen van de eigen stoel.

Op de Kleine Steenweg huisden Lokes Dille en Sjalen in een klein boerderijtje, met stallingen en hooizolders. In het langgerekte huisje zat rechts een winkeltje, en links kon je nog naar de kantine. Sjalen de oude winkelier, en echtgenoot van Dille, kwam enkel in de winkel om kaas te snijden. Zijn specialiteit. Hij maakte gebruik van een oude bajonet, om de kaas in ‘schellen’ te snijden, zoals hij alleen dat kon. Hun kinderen woonden aan de overkant van de straat, en die hun kinderen zaten dan weer bij ons in het buurtschooltje.

Wat verderop in dezelfde straat woonde de oude vader van Ernest en Jerom. Ward Blondeel woonde om de hoek amper honderd meter verder. Hun zoon en dochter, de ouders van V, bouwen wat verderop. Alles raakte op de duur volgebouwd, nu ook hun kinderen de open ruimtes hebben ingenomen.

Grootouders die wij als kind nog hadden gekend. In onze ogen waren het stokoude mensen, die nog spraken van: ‘ginder aan de krunkelom’ wanneer zij een bocht bedoelden. Wij konden ze moeilijk uit elkaar houden, want ze kleedden zich behoorlijk eender. Vaak nog op klompen, een zwarte floeren broek, een werkmanshemd, en daarover een al even floeren onder- of bovenvest met korte of lange mouwen. Ofwel sjiekten ze pruimtabak, ofwel smoorden ze een pijp. Allemaal woonden ze op een klein boerenhof, met een redelijke voortuin, en een boomgaard vanachter. Niemand, of toch bijna niemand scheen zijn hofstede gelijk met de straat te bouwen. Allemaal hadden ze wel wat land en enkele meersen waarop een koe rondliep. Ik ben er quasi zeker van dat geen van hen ooit ergens in loondienst is geweest. Ze leefden van wat ze hadden, en dat moet genoeg geweest zijn, aangezien ze toch wat eigendom hadden. Van de hofsteden waarop ze woonden is er recent nog een tegen de vlakte gegaan. Er resten nog twee woningen van voor 1900, zij het dat ze allebei ooit werden gerenoveerd.

Maar wat ik eigenlijk wou verklaren, is dat ook de kinderen van die oude generatie, niet verder keken dan hun neus lang was, en zich een lief zochten op een van de boerderijtjes uit de buurt, met als gevolg dat er onder onze generatie in de buurt behoorlijk wat neefjes en nichtjes woonden. Van sommige, die dezelfde familienamen hadden, wisten we zelfs niet of ze van elkaar familie waren. Vermoedelijk zullen ze wel in vroegere generaties familiebanden gehad hebben.

En wie, zoals mijn eigen vader en enkele buren langs weerszijden van ons huis, daar waren aangewaaid, kwam doorgaans ook maar van een naburige wijk. Van aan ‘De Sterre’, of van aan ‘de Bossestraat’, of van op ‘Den Onegem’. Vaak getrouwd met een meisje uit een aangrenzende buurgemeente. Mensen ontmoeten elkaar op de jaarlijkse kermissen, of tijdens een of andere Vlaamse Kermis. In Erpe sprak men jaren na datum nog altijd van de Vlaamse Kermis rond het kasteel op de ouden berg, aan ‘de Kat’. De Kat die in feite Dorpstraat heette, maar om god welke reden de kat werd genoemd, net als overigens de Rooseveltlaan, die iedereen nog altijd ‘het wijwater’ noemt.

Vandaag heeft iedereen de mond vol over die vermaledijde lintbebouwing waar we vanaf moeten, want onleefbaar, gevaarlijk, en de open ruimte hebben we toch zo broodnodig.

Het klopt dat er vijftig jaar geleden nog rustig werd gebouwd, daar waar lappen grond lagen. Langs de andere kant, was onze buurt, in feite een langgerekt dorp, zonder kerk. Je kon er voor nagenoeg alles terecht.

Ooit waren er op de Kleine Steenweg alleen al een stuk of zeven cafés. In 1968, waren er nog drie langs de Leedsesteenweg. De laatste ‘kantine’ waar je terecht kon op de Kleine Steenweg, was bij Lokes Dille. Voor de rest hadden wij in de buurt, een beenhouwer, twee kleine kruidenierswinkels, waar je bij de ene fort bonnen kreeg bij een aantal producten, en bij de andere dan weer bonnen van Waeslandia. Ook eten voor duiven en kiekens was er te krijgen. Verder beschikten we over een kleermaker, een boer waar je terecht kon voor melk en eieren, een andere kleine boer, die melk, eieren en honing aan de man bracht, en die ook je bomen kwam snoeien. Mijn moeder deed af en toe ‘kleinschalig’ mee door een bordje met teveel aan eieren voor het venster te zetten. In Rikkes huizen kwam op een gegeven ogenblik een konijnenkweker wonen, en wat hogerop langs de andere kant woonde een tijdje een schoenmaker.

Zoals je ziet hadden wij alle levensnoodzakelijke dingen waar en mens van leeft. Tussen de huizen, en vooral achter de huizen zat je onmiddellijk in de weiden, waar veldwegels en andere kleine baantjes nog vaak werden gebruikt.

Maar vergeet ik in mijn analyse ook niet het feit dat we met zijn allen producten waren van ‘ons katholiek Vlaanderen’? Ik verbaas mij er over hoe we nog bijna wekelijks op zaterdagavond of zondagmorgen ons ‘ter kerke’ begaven’, meer uit gewoonte dan uit overtuiging. ‘Iedereen’ deed dit toch? Af en toe behoorlijk ergerlijk zoals toen die keer toen er weer eens een Brief van de bisschop werd voorgelezen waarin stond: “Dat ge uw kinderen beter niet naar heidense scholen”, rijksonderwijs bedoelde hij, “mocht sturen”. Komaan zeg.

Quasi alle jongeren uit de buurt werden tot de leeftijd van acht jaar ‘opgeleid’ in het buurtschooltje ‘De Kindertuin’ dat gelegen was langs de Bossestraat en de Krevelhoek. Een onafhankelijk schooltje dat wel sterk aanleunde bij het katholiek onderwijs. De kinderen van het eerste en tweede studiejaar zaten samen in een klaslokaal. De zogenaamde ‘grote en de kleine kant’ zoals dat toen wel meer voorkwam. Het schooltje was gemengd, en er was maar een speelplaats. Ik herinner mij niet meer, of jongens en meisjes effectief gescheiden die schooltijd beleefden. In ieder geval kwamen nagenoeg alle kinderen nadien ofwel in een college ofwel in een nonnenschool terecht. Terugblikkend blijk ik zowat de uitzondering geweest te zijn, die via het rijksonderwijs steeds in een gemengde klas zat. Behalve dan tijdens mijn drie atheneum jaren tussen ‘64 en ‘67. Maar dat maakte ik ruimschoots goed door mij vanaf september ‘66 in te schrijven in de ‘Zondagschool’ van de Handelschool. Waar ik vanaf ‘67 ook dagonderwijs volgde.

Jongeren gescheiden opvoeden, daar is men reeds lang van terug gekomen. We weten intussen ook al een tijdje, dat iets verbieden, op jongeren doorgaans de verkeerde uitwerking heeft. Het onbekende, het verbodene, wordt er alleen maar aantrekkelijker door.

Niet te verwonderen dus dat de meesten onder ons, meisjes zagen als te veroveren prooien, en dat je met de jacht maar beter vroeg dan laat kon beginnen. Dat dit ons leven ging beheersen, beseften we zelf niet. Gelukkig zijn de tijden veranderd.

Music maestro, please

Al van bij het begin van de maand vernamen we dat er een nieuwe Beatlesplaat zat aan te komen.

Op radiogebied zou zeezender Caroline weer gaan uitzenden, deze keer van op het eiland Man, tenminste indien het proces dat ze voerden met de Britse overheid voor hen gunstig zou evolueren. Indien het niet goed afloopt opteerden ze voor uitzenden vanop een Nederlands schip. In afwachting luisterden wij dan maar naar Duw op de Knop, een BRT zondagmiddag programma, of zette een van de vrienden het venster open, en de radio keihard aan op BBC 2 voor ‘Pick of the Pops’ (de BBC top 30). Nog enkele BRT programma’s die ik dat jaar beluisterde waren Patapoef en Afternoon Beat. Op 14 augustus noteerde ik: ‘ganse dag thuis radio geluisterd, o.a. naar Adje Bouwman’s top tien. Vandaag zou radio Marina beginnen uitzenden. Niets gehoord.

Ik kocht tussendoor nog steeds maandelijks Muziek Express, iets waar ik mee gestart was in oktober ‘64, en las verder de TTT bladzijden van Humo bij G. of R. Een van de nummers waarvan ik de tekst overpende die maand was ‘Last night in Soho’ van Dave Dee, en consoorten.

Augustus 1968 betekende ook: de Beatles die eindelijk na een half jaar een nieuwe plaat op de wereld los lieten. Iedereen verwachtte deze keer toch wat meer dan hun vorige jaren vijftig pastiche, wat ‘Lady Madonna’ al bij al was. Hun laatste echte LP dateerde van meer dan een jaar geleden. Ook al was de dubbel EP Magical Mystery Tour fantastisch om bij te overwinteren.

En waren het niet de meisjes die ons bezighielden, dan maakten we o.a. plannen, die nooit uitkwamen, om bijv. met een beatgroepje te starten. Regende het dan was het lezen in avonturenromans: de musketiers van Dumas, of een ingebonden boek dat, ‘het geheimzinnige kasteel’ heette en dat ooit in weekoplagen was verschenen, en dat ik op de kop tikte op de oude markt in Aalst. Romantiek ten top. De vader van R. leende mij een setje gangsterromans, die nog dateerden uit de jaren vijftig, en waarin het Chicago van weleer als achtergrond fungeerde. Leesvoer, voor die ogenblikken waarop ik de rest liet barsten, omdat ze weer eens mussen gingen dood schieten. De Frie schafte zich een tweeloop aan, en dat moest worden uitgeprobeerd. Get werkte want er sneuvelde zelfs een ruit bij Baziel, driehonderd meter verderop. Not my cup of tea.

We bleven dagelijks bijeenkomen op de Kleine Steenweg, of meer en meer bij Dizjeken, die ons met alle mogelijke raad bijstond wanneer de ene of de andere weer eens bot ving op het liefdespad. Want af en aan dat was nog steeds de bijna dagelijkse regel. Iemand merkte op dat Sybille terug was en regelmatig aan de Puitenvijver zat. Sybille was de Duitse griet van het vorige jaar die weer bij Valerie logeerde. Ook H. was terug uit Vlassenbroek, precies op tijd om zijn herexamens af te leggen.

En hoe dikwijls zijn we rond halfoogst niet langs ‘t Hoeksken gewandeld, waar Baziel met zijn huisgenoten aardappelen rooide? Het viel op, in zoverre dat M. de zus van A. ons toeriep: “Wat hebben jullie hier verloren?”, waarna wij snel doorbeenden, via de Ree, naar de Lange Root.

Tot slot.

Op persoonlijk vlak werd ik op diezelfde dag dat Hey Jude uitkwam, 23 augustus, bijzonder hard met het leven geconfronteerd. Madame Jeanne, mijn nicht, maar ook ons aller kleuterjuffrouw van het derde kleuterklasje op de Krevelhoek, kwam er aan, om te melden dat Roger haar broer dood was. 40 Jaar geworden. Het was een man waar ik naar opkeek, omdat hij zich toch voor een stuk over mij had ontfermd, nadat ik zelf jaren eerder mijn vader verloor. Hij was het ook die mij de eerste keer auto liet rijden, met zijn VW kever, toen ik amper een jaar of vijftien was. (**)

Die drieëntwintigste dag van augustus, lees ik nu, noteerde ik nog wat over de mij onbekende grootvader die al vertrok in 1911 toen mijn vader net negen jaar was. Een man waar ik zelfs nooit een foto van heb gezien. Over een tante die ik eveneens nooit heb gekend, en over nog enkele andere broers die ook reeds waren vertrokken.

‘s Avonds gingen we op rouwbezoek, en werd ik aangeduid, om de volgende morgen nog enkele andere familieleden te verwittigen. Twee nichten, die er het hart van in waren.

Een familielid verliezen, van amper veertig, werpt een schaduw op je verdere leven, want.....

Het was nog tijdens de Heemfeesten, dat D. mij er opmerkzaam opmaakte dat ik de avond ervoor bijna naast Leo B. stond, en er niet had tegen gesproken. Dat leek mij straf, want ik had, kort na 1960, een jaar lang op dezelfde schoolbank gezeten als Leo. In het vierde studiejaar leerde ik deze ‘vluchteling uit onze Congo’ vrij goed kennen. De gast die ons leerde wat quicha quacka en nog meer van dat fraais betekende. En... jawel hij was weinig veranderd, zag ik de avond nadien, toen we opnieuw kennismaakten. Slechts enkele jaren later bleek nogmaals eens dat je het lot niet kunt tarten, en dat niet elke keuze die je maakt ook de goede is. Hij behoort, nu samen met nog drie andere, naast wie ik ooit op de schoolbanken zat tot een engelenkoor dat hopelijk nog dagelijks geniet van ‘The Great Gig in the Sky’.

De laatste vakantiedagen hielden wij Dizjeken gezelschap, en trokken we gewoontegetrouw naar de markt, waar we Camiel en C. tegenkwamen, of liepen we langs bij P. thuis, waar ze in de garage, tijdens de laatste vakantiedagen in ‘de vijf putten’ aan het schieten waren, met de marbels (knikkers).

Afscheid van de laatste vakantie die nog net de brug vormde tussen onze kindertijd en de volwassen wereld die al te ras naderde.

Life goes on.

Waar we van genoten hebben in augustus 1968.

Tommy James & the Shondells - Mony Mony.

The Crazy World of Arthur Brown - Fire

The Equals - Baby come back

Sly & the Family Stone - Dance to the Music

Shorty Long - Here comes the Judge

The Beatles - Hey Jude

The Beatles - Revolution

Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich - Last night in Soho

Dusty Springfield - I close my eyes, and country to ten

En iets minder genoten van Heintje die zich met zijn ‘Ich Bau dir ein Schloss’ maar liefst negen weken bovenaan de Veronica top 40 nestelde.

(*) Op de achterkant van de lidkaart stond een regelement waaruit we kunnen concluderen dat het zaaltje eerder uitgebaat werd als een vzw. Je moest 16 zijn, om er in te mogen. Ouders mochten binnen, zonder lidkaart, maar zij dienden het gastenboek te tekenen. Je kon er enkel op zon- en feestdag terecht vanaf 17 uur. Het bijhebben van de persoonlijke lidkaart en identiteitskaart was verplicht. Wie ze ‘voortgaf’ of onrust stookte werd geschrapt ion de club. Je onderwierp je aan het reglement, en bestuursvergaderingen bijwonen mocht. 5Zou ooit iemand dit hebben gedaan)?

Als laatste artikel vermeldt de lidkaart, dat het doel was de danskunst aan te leren en te beoefenen en dat er geenszins politieke opvattingen aan te pas kwamen, en dat er geen winst werd beoogd. (Al heb ik toch bij dat laatste mijn bedenkingen....)

(**) zie op ditzelfde blog mijn verhaal over Volkswagens.



  • Comments(2)//blog.sadeler.be/#post188

Uit een dagboek geschreven in 1968: Grote vakantie, juli

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 23 Aug, 2018 19:00

Wat mij in eerste instantie is opgevallen, bij het doorfietsen van dit papieren stukje verleden, is dat wij ons op een scharnierpunt in ons leven bevonden. Grote vakanties waren in de jaren ervoor, ‘66 en ‘67 al wat minder, belevingen van onze late kindertijd, terwijl wij in ‘68 ‘probeerden’ volwassen te zijn. Wat helaas een totale verkeerde beleving is, maar dat wil je als zestienjarige niet horen. Stiekem roken en stoer doen tegenover de meisjes, en langs de andere kant toch nog rondtoeren met gepimpte fietsen, en in bomen klauteren.


Zestien zijn, niet meer schoolplichtig zijn, verder studeren, afstevenen op DE grote vakantie. Vrienden die net wat minder presteerden op school, werden tijdens de eerste vakantieweek ‘gestraft’, waardoor ze even niet op straat verschenen, het schouwtoneel van onze jeugd. Ouders houden doorgaans niet lang vol, want welke elke ouder wil constant zeurende tieners om zich heen?


Onze buurt.

Bossestraat: Foto terug te vinden op de website van Heemkundige Kring Erpe-Mere.

Onze ‘grote vakanties’ speelden zich doorgaans af langs de Kleine Steenweg en de Bossestraat. Niet zozeer straten, maar wel wijken. Een aantal onder ons woonde al een leven lang langs de kortbij gelegen Ledesteenweg. De steenweg heette toen nog zo, tot een of ander onverlaat, bij de grote fusie van gemeenten vond, dat het maar eens moest gedaan zijn met verouderde en dus foutieve gespelde straatnamen. De Sevecootstraat werd plots Zevenkootstraat. Een wijziging die ons volledig ontgaat. Ook Ledesteenweg klopte niet en dat werd van de ene op de andere dag gewijzigd in Leedsesteenweg worden. Overigens zit dit niet zo heel ver naast de dialectbenaming die toch nog altijd gebruikt wordt in het dagelijks taalgebruik: Letsjestiejeweg.....


Tijdens de vakantie van ‘68 kregen we er plots een afspraakplaats bij langs deze Ledesteenweg, voor het huis van Pitterzen Dizje. De man heette officieel Désiré V. W. Een man die er de meeste van zijn volwassen jaren al woonde. Geboren in 1904, en gebouwd in 1930, of daaromtrent. Een huis dat toen 30.000 frank kostte. Iets wat in 68 was opgelopen tot 300.000 frank. ‘Jullie zullen nog zien dat een huis 3.000.000 frank gaat kosten’ bezwoer hij ons. En of hij gelijk heeft gekregen, want zeg nu zelf 75.000 euro voor een huis, zijn we daar al niet een tijdje voorbij geraasd in ons drukke leven?


Dinsdag, 16 juli 1968, Yvan Vaughn en Dizjeken.

Wij pikken er een dag uit die naar later blijkt als “historisch” mag omschreven worden. Dinsdag, 16 juli: Markt met Cremer en C.. ‘s Avonds bij Dizjeken gestaan. Hij vertelde verhalen over kludden en andere spoken.


Een dag waarop ik mijn ‘Yvan Vaughn’ moment beleefde. Mijn wat? Dit moet even uitgelegd worden aan de toevallige lezer, die niet zoals wij, het leven van de Beatles dag aan dag volgde.

Ergens in juli 1956 op een schoolfeest bij de kerk van Woolton, een voorstadje van Liverpool, treden die dag de Quarrymen voor het eerst live op. John Lennon en zijn maten uit de buurt hadden een skifflebandje gevormd, in navolging van hun idool Lonnie Donegan, die met Rock Island Line de schaarse radiogolven beheerste. Precies op die dag kwam Paul McCartney samen met een vriendje, Yvan Vaughn, de groep bekijken. Vaughn was de gezamenlijke vriend van de beide muzikanten in spe, die elkander daarvoor nooit hadden ontmoet.


En zo trok ik die dinsdagvoormiddag met V. naar de markt in Lede, waar wij enkele schoolkameraden van V. tegen het lijf liepen. Cremer had ik al eerder leren kennen via de schoolfeesten, maar C. die was nieuw. En net als bij Lennon had V. mij al een paar keer verteld, dat C., net als ik zelf zowat “opgegeten” was van muziek, bands, platen, en alles wat daarmee te maken had. Het klikte van bij die eerste ontmoeting. We waren op 14 dagen na precies even oud, en waren al een jaar of vijf verzot op de hitlijsten die via de radio tot ons kwamen. Beatles, Stones wat minder, Bee Gees, en verder de hele reutemeteut die daar op volgde. Zelfs in onze Guilty pleasures (Suzy, Rein De Vries, enz...), ontdek ik jaren later gelijklopende smaken. Ons paden liepen vaak in verschillende richtingen, maar even zoveel keren verzeilden we terug op dezelfde weg, zoals die avond van 9 december 1980, waarop we samen treurden om het verlies van Lennon. We reden regelmatig in hetzelfde groepje naar (verschillende) scholen. We kochten zonder het te weten, dikwijls dezelfde platen. Een paar jaar later trouwden we met een week verschil, zonder het van elkaar te weten, en gingen we op visite bij mijn schoonzus, waar C.,.... een buurman van was geworden. We ontdekten dat we nagenoeg dezelfde jobs uitoefenden, zij het dan wel bij concurrerende instellingen. In de jaren 80 liepen we bij elkaar over de vloer, pasten we op elkanders kinderen, en reden samen naar Rock Torhout, en nog een aantal andere concerten. We liepen op dezelfde dagen rond op de Lokerse Feesten, toen dat nog echt Feesten waren, en er nog echt muzikanten van het kaliber van Tom Rush, Townes van Zandt, Tom Robinson, Leon Redbone en Roger Chapman, aantraden.

We verloren elkaar opnieuw uit het oog, tot facebook er aankwam en C. de groep Musicologen startte. Vanwege teveel gehakketak ging ook dat voorbij, en nu kabbelen we rustig verder op de golven van C.’s Music Corner.


Diezelfde avond resideerden we voor het eerst op de oprit van een van onze overburen. Wie de eerste stap gezet heeft in de toenadering tussen de jeugd en de toen 64 jarige ‘oude man’, want dat vonden wij echt, is helaas niet meer te achterhalen. Het gebeurde dan ook 50 jaar geleden, en dergelijke informatie stokkeer je als tiener niet in je hersenpan. Toch zal ik mij die eerste avond met Dizjeken blijven herinneren. Het was bij valavond, na een zomerse dag. De mist hing als een kleed laag over de weiden. Je kon nog amper het honderd meter verder gelegen ‘Geyters bosken’ ontwaren. ‘Daar durven jullie nu niet meer naartoe’ vond Dizjeken. ‘Nee’ zei die ‘want je zult gepakt worden van kludden’. Dat werd leuk. We bestookten hem met vragen over vroeger, over ‘zijnen tijd’, toen je ‘kludden’ moest dragen op je rug, wanneer je ‘s avonds laat, langs onverlichte wegen, nog alleen naar huis durfde te gaan. Niet dat de steenweg waar wij woonden in 1968 beter verlicht was. Iedere 50 meter een betonnen staak, met om de twee staken, eentje met een heel klein lichtpeertje. Om het licht wat ‘breder’ te laten schijnen zat er boven die peertjes een witte gelakte komvormige schijf. Er waren trouwens jongens die aan de hand van een zelfgemaakte ‘mik’ (katapult) met kiezelstenen die lampjes en al wat er rond zat, zagen als regelrechte schietschijven. Een stuk te schieten doelwit. Zo blijkt toch maar weer dat kattekwaad, en vandalisme van alle tijden is.


Dizjeken, een filosoof.


Al snel bleek dat Dizjen vooral geïnteresseerd was in hoe de jongens en meisjes uit de buurt om elkaar heen fladderden. Hij genoot er van, wanneer hij weer eens iemand pijlsnel met de fiets een klein weggetje zag induiken. Het moet zijn, dat het hem voldoening schonk, en dat meer dan waarschijnlijk hij een stukje van zijn eigen jeugd zag herleven.

Dizjeken behoorde net als mijn eigen vader tot die generatie, die twee oorlogen had meegemaakt, maar te jong was om deel te nemen aan WOI (14 in 2018) en te oud om nog opgeroepen te worden voor WOII (36 in 1940). (*)

Gaandeweg, kregen we die zomervakantie, en ook in de tijd die er op volgde, regelmatig flarden te horen over wat hij in zijn leven had meegemaakt.

Dizjeken stamde uit een oud boerengeslacht, met nogal wat broers en zusters, waarvan enkelen, ongetrouwd bleven samenwonen. Eigenlijk zetten ze nooit de stap naar de twintigste eeuw. Ze leefden eenvoudig toen, in hun boerderijtje, in een bocht langs de weg, weggestoken achter een dikke meikeverhaag. Ellentriek hadden ze niet nodig. Ze leefden van hun land. Den Dizjen was dan wel getrouwd, ook hij leefde sober, en afgezien van wat filosoferen zagen we hem nooit werken. Al vroeg in de ochtend stond hij voor zijn hekken, een kop koffie in de hand, de steenweg af te turen. Hoe dikwijls ben ik wakker geworden, en hoorde ik hem door mijn open venster, in die zomerse ochtenden een of ander liedje neuriën. Hij stond daar dan op zijn klompen, met zijn gelapte broek, en gestopte mouwen. En toch werd er over hem verteld, dat hij bijzonder rijk was, en dat hij elf eigen huizen bezat, naast het zijne, die hij allemaal verhuurde. Het klopte wel dat hij soms maandelijks met zijn grote zwarte fiets “ergens” heen reed. Huur innen? Wie zal het zeggen?

Wat wel bekend was, bij onze ouders, was dat een van zijn bezigheden er uit bestond, om stroman te spelen op diverse openbare verkopingen van gronden en huizen. Men vertelde dat hij zich daar dan af en toe “in riep”, waardoor hij dan weer iets moest verkopen, om de nieuwe koop te bekostigen. Nu ik er goed over nadenk: was hij in feite in zijn eentje een soort van immokantoor avant la lettre. In lede naast de huidige Colruyt, langs een smal baantje, bewerkte hij een lap grond, waarop hij een kleine “lochting”uitbaatte. Patatten en tomaten op een roe, zoals we leerden van Yvan Heylen.

Hij beweerde bij hoog en laag dat hij kon autorijden. Iets waar wij van dachten, dat dit nooit tot zijn wereld kon behoren. En toch, ergens in het Gentse, zou hij, samen met zijn vrouw Bertha, ‘gediend’ hebben op een kasteel. Zij in de keuken, en hij als chauffeur voor een of andere graaf of baron. Wie wat en waar zijn we nooit te weten gekomen. Ook niet of hij ooit echt achter het stuur van een auto zat.

Enkele jaren later zal hij op een avond, voor ons, al zijn kasten open trekken. Ze puilden uit van nieuwe nooit gedragen sokken, pullovers en ander kleren, nog in het plastiek verpakt. Wij stonden er bij en keken er naar, met open monden. Was het dan toch waar dat dat hij er warm in zat? Mogelijks wel, want begin jaren zeventig, nog geen jaar na het overlijden van zijn Bertha, stonden de vrouwen bij wijze van spreken aan te schuiven voor zijn hekken. De kinderloze man, probeerde ze een voor een uit, maakte zijn keuze, en verkaste naar Oostende, waar hij strandwandelingen maakte, en verder leefde tot hij een eind in de tachtig was, en voorgoed uit ons leven verdween.


De maand in dagen.

Maandag, 1 juli: rotdag, verveeld.

Dinsdag, 2 juli: we (Cremer, ikzelf en G.) spraken af op de markt te Lede, om in de namiddag samen naar Wetteren te rijden om er samen te gaan zwemmen.

Woensdag, 3 juli: met G. naar de beenhouwer. De namiddag doorgebracht op de Kleine Steenweg, babbelend over A. en L.

Donderdag, 4 juli: Pret aan de Puitenvijver. J.-P. zette de band plat van L. haar fiets. Niemand wou haar helpen met de fietspomp. ‘s Avonds met V. langs de Onegem gewandeld.

Vrijdag, 5 juli: schuurpapier gekocht om ons poort af te schuren. A. zou naar het schijnt niet meer buiten mogen.

Zaterdag, 6 juli: Regendag. Naar de avondmis met Cremer. Hij zal eens afkomen.

Zondag, 7 juli: naar beenhouwer. V. gaat vanavond naar Lize Marke, in Erpe. Ik luister thuis naar de radio. We (R. W. en ikzelf) besluiten om toch naar Lede naar zaal Lelie naar een tienerbal te gaan. Niet veel zaaks. Orkest van dienst waren de New Spirits uit Lede/Smetlede.

Maandag, 8 juli: R. zwom in de puitenvijver.

Dinsdag, 9 juli: Met V. rondgewandeld op de Leedse markt. Omdat er in de namiddag meisjes waren aan de Puitenvijver, toonde R. er zijn kunsten, tot hij er in donderde.

Woensdag, 10 juli: ons poort gedeeltelijk afgeschuurd. L. en A. waren ook vandaag aan de Puitenvijver. Avond regen.

Donderdag, 11 juli: naar de Aalsterse bib. Gesloten, vergeten dat het feestdag was, en dat de stadsdiensten op die dagen vakantie hebben. Thuis dan maar eigen boeken gesorteerd.

Vrijdag, 12 juli: enkele boeken geleend van Felix, de vader van R. Gangsterromans over het Chicago gangsterleveb, waarin dubbelgangers en Al Capone opduiken. Vandaag trouwde W. VB., de broer van A.

Zaterdag, 13 juli: Naar de markt in aalst Markt met V. Nog een witte jeansbroek gekocht.

Zondag, 14 juli: vandaag werd er een koffietafel georganiseerd voor de pas getrouwde W. VB.

P. verzuchtte, ‘Was ik maar meegegaan’. Op de Kleine Steenweg met D. en W. rond gehangen.

Maandag, 15 juli: G. kreeg het idee om een club te stichten. Een jaarlijkse gewoonte, waar wij ons nu net iets te oud voor voelden. Het gaf wel aanleiding om met ‘ons club’ stiekem ergens te gaan roken.

Dinsdag, 16 juli: naar de markt met Cremer en C. ‘s Avonds bij Dizjeken gestaan. Hij vertelde verhalen over kludden en andere spoken.

Woensdag, 17 juli: ‘s Namiddags op bezoek bij familie. Mijn achternicht B. heeft een serieus lief. Ze is pas 17.

Donderdag, 18 juli: met de ‘club’ op onze crosser (een oude gepimpte fiets) naar de turfputten. We kochten onder ons vieren een pakje sigaretten.

Vrijdag, 19 juli: naar Lede om een nieuwe fietsband. R., R., G., ikzelf en N. fietsten naar het Schuiteplas (eigenlijk de Ronde Vijver, maar Dizjeken noemde dit zo). ‘s Avonds gingen we ‘schieten’ met karbuur, bij Antoine voor zijn trouw. 20 frank gekregen en enkele pilsjes. Ik geloof dat mijn rechts trommelvlies gesprongen is.

Zaterdag, 20 juli: ‘s morgens nog voor Antoine zou vertrekken gingen we alweer schieten. ‘s Namiddags thuis naar de radio geluisterd. L. vertelde ons dat zij drie dagen naar de Heemfeesten mag gaan.

Zondag, 21 juli: we gingen naar Aalst naar de oude markt. ‘Baby Come Back’ staat nu al voor de derde week op nr 1 in Engeland. Van mijn tante Annaïs kreeg ik nog een uurwerk dat zij bij hun uitstap naar Zeeland hadden meegebracht. Vandaag was het kermis op het Sevecoot.

Maandag, 22 juli: wandeling gemaakt langs de turfputten.

Dinsdag, 23 juli: op familiebezoek geweest naar Mere.


Woensdag, 24 juli: Ik stel een Top 60 samen. Turfputten met G. waar we sigaretten hebben gerookt. ‘s Avonds lieten we een draak (vlieger) op in de weide voor de deur van A. P. gaat terug met L. en zat vanavond met haar aan de molen.

Donderdag, 25 juli: sigaretten gekocht. met R. in de bomen geklommen achter ons in de ree. Meer om een mooie uitkijk te hebben.

Vrijdag, 26 juli: Vandaag opnieuw naar dezelfde boom van gisteren. J.-P. en Lilian nog gezien.

Zaterdag, 27 juli: Tommy James met Mony Mony op nummer 1. Vergadering aan Dizjeken. Hij gaf commentaar op de meisjes, en vertelde ons ‘hoe we een en ander moesten aanpakken’.

Zondag, 28 juli: tot 3 uur bij Dizjeken geconverseerd met V. en C.

Maandag, 29 juli: vandaag naar de Bossestraat en later bij Dizjeken.

Dinsdag, 30 juli: mark Lede. Aan de Sarma gebabbeld met Dizjeken. Hij raadde ons aan ‘hen ne kreem te betalen’ wilden we succes hebben. In de namiddag met G. naar Steenberg gefietst. Er is daar veel veranderd. Er staat nu een dancing aan de andere kant van de vijver, en het klein cafeetje is afgebroken. V. gaat terug met A.

Woensdag, 31 juli: A. is met vakantie. Rond zes uur een stortbui. Het heeft water gegoten. P. en V. maken afspraak voor zondag ergens in de bosjes achter Loos.



(*) https://nl.m.wikipedia.org/wiki/België_in_de_Tweede_Wereldoorlog

Vanaf 10 mei werden meer dan 300.000 jonge reserverekruten opgeroepen om zich naar de Westhoek en later naar Frankrijk te begeven. Deze zogenaamde CRAB’s waren tussen de 16 en 35 jaar en kregen het bevel om zich naar Zuid-Frankrijk te laten evacueren. Naar schatting 150.000 kwamen daar terecht, maar toen had België reeds gecapituleerd. In augustus 1940 keerden de jongens terug naar België.



  • Comments(3)//blog.sadeler.be/#post186

Een Bokken Story

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 07 Aug, 2018 13:52
Den bok is dood.

In elk geval klinkt het goed als titel, maar het is niet geheel de waarheid.

Vandaag rij ik op de N9 ter hoogte van het kerkdorp Oordegem voorbij een hoop stenen die daar als een laatste relikwie nog even zullen liggen, voor wat eens deel uitmaakte van onze jeugd, nu zowat 45 jaar geleden.

Oordegem was halverwege de jaren zeventig een “place to be” op zaterdag en zondagavond. Plots verschenen en enkele dancings langs de steenweg, daar waar de lokale bevolking het eerder had te stellen met enkele dorpscafé, die je nauwelijks baancafés kon noemen.

Foto google streetview
Al waren er toch enkele bij die tot ver in de omtrek gekend waren. Op een gegeven ogenblik zakte het team van Echo met Bob Van Bael af naar het café Den Bok. Echo was er steeds voor te vinden om de meest merkwaardige gebruiken van de Vlaming te registreren. Vaak gebeurde dit met een knipoog, iets waar Jan Van Rompaey zeker de hand in had. Foto de standaard

Het café mocht dan wel bij den Bok heten, normaal gesproken was er afgezien van een geportretteerde bok geen dier te bekennen. De eigenaar haalde zijnen bok slechts te voorschijn wanneer weer eens iemand hem een trappist trakteerde. En of dat steeds dezelfde bok was? Wie zal het zeggen? In elk geval was Michel Van Den Bosch nog veel te jong in die dagen, en had hij meer dan waarschijnlijk nog nooit gehoord van Oordegem, laat staan van een café met bierdrinkende bokken. De tijden veranderen, en den bok is samen met het levende visjes drinken, (niet enkel in Geraardsbergen, maar ook in Sint-Lievens-Essen) verbannen naar de folklore. Den bok, het beest, mocht vanaf 2008, toen het café sloot en werd verkocht zijn nadagen doorbrengen in recreatiedomein De Brielmeersen in Deinze. De Standaard berichtte er zelfs over op 7 oktober 2008, onder de titel: ‘Bok zal nooit meer drinken'. We lazen verder in hetzelfde artikel: “Een stuk Vlaamse herberggeschiedenis verdwijnt allicht voorgoed in Oordegem. Eigenaars-uitbaters Nicole Van De Vijver en Eddy D'Haeseleer zagen het niet meer zitten om het café met de drinkende bok nog langer open te houden. Ze verhuisden naar West-Vlaanderen en stellen het café te koop.”

Het huis waar de laatste vijftig jaar café Den Bok werd uitgebaat staat er nog. Wat nu recentelijk werd gesloopt is de enkele tientallen meter verder gelegen voormalige dancing Bokkestory.

Foto google streetview

Nog in 2001 berichte het Nieuwsblad op vier augustus, dat er bij het schepencollege van Lede een aanvraag was ingediend om de Bokkestory om te vormen tot een speelzaal. Iets wat niet is doorgegaan.

Dat zelfde Nieuwsblad berichtte op 22 september 2004, dat de zaak voor drie maand dicht ging nadat er bij een inval van de politie heel wat drugs gevonden werden en er tegen de zaak al talloze klachten waren binnengekomen over lawaaioverlast. De Leedse burgemeester Geert Grepdon liet de zaak toen voor drie maanden sluiten. Wie daar in de late jaren negentig nog kwam zal zich dit etablissement vooral herinneren als een housedancing. Wij lazen zelfs ergens dat men bij razzia’s zich schuil hield in de kelder.

In 2009, in oktober heropent de zaak nog maar eens, maar deze keer onder de naam La Luna.

Vijvenveertig jaar terug in de tijd geworpen.

Dancing Bokkestory, “de nieuwen bok”, hebben wij vooral gekend in de periode ‘72 tot ‘77. Een “normale” dancing in die dagen, waar je enkel in het weekend terecht kon. Samen met de wat lager gelegen dancing Popcorn, die al snel na een overname werd omgedoopt tot “Jacky’s Club” zorgden zij er voor dat elk weekend de jeugd uit de regio gelegen tussen Gent en Aalst afzakte naar Oordegem.

Tijdens de fameuze autoloze zondagen in 1974 ben ik er ooit nog met de fiets heen gereden.

Café den Bok werd door de week opengehouden door een, in onze ogen, al wat ouder koppel. De echtgenoot, gewezen bokser, Clement Van De Vijver was daarnaast ook taxichauffeur. In het weekend hield moeder de vrouw samen met haar dochter(s) de dancing open. Een paar vaste garçons voorzagen je er van het nodige bier. In die dagen kwam de muziek tot ons via een schuin tegenover de toog, bij de wc’s, opgestelde juke-box. Mud, Demis Roussos, the Sweet, Wizzard, ELO, Neil Diamond, enz.... vrij commercieël spul. Voor soul en aankomende disco afgewisseld met popcorn-muziek trok je naar de Jacky’s Club. Rustig een pint verteren kon je doen in de Sultana, een gewone café, aan de overkant van de steenweg, schuin tegenover de Bokkenstory.

Ik betwijfel of we ooit een volle avond hebben doorgebracht in dancing Bokkenstory. Wij kwamen daar, op een niet afgesproken uur, samen en eenmaal er voldoende gasten aanwezig waren trokken we verder naar andere oorden, om pas in de kleine uurtjes opnieuw te landen in den Bokkenstory, waar ze op dat ogenblik ons vaak liever niet zagen komen dan wel, zeker wanneer Willy zijn reactiesnelheid ten overstaan van de zwaartekracht van de aarde begon te testen door uit zijn ene hand een volle pint te laten vallen, om ze dertig cm lager opnieuw vast trachten te grijpen met zijn andere hand. De smile op zijn gezicht sprak boekdelen, zeker die enkele keren dat het lukte. De uitdrukking op het gezicht van de patrones achter haar toog wil je niet kennen. Alleen al uit haar ogen schoten vuurgensters. Waarschijnlijk een normale reactie na vaak meer dan twaalf uur in touw te zijn geweest. Meestal duurde het dan ook. Niet lang of we werden samen met nog wat andere overblijvers buiten letterlijk naar buiten geschuurd. En dan..... dan was er nog altijd ‘het Dravershof’ in ‘Streimeers’, maar dat is een ander verhaal.

De herinnering aan de Bokkenstory is vooral de herinnering aan een hoop gasten waarmee we toen de wereld, of beter gezegd de dancings in bijna heel Oost-Vlaanderen verkenden.

Het is onder andere dankzij Willy en zijn maat de Fred, dat ik mij tot diegenen mag rekenen die ergens in 1975 de nu legendarische dancing ‘Popcorn’ in Vrasene bezochten.

Onze twee nieuwe maten trokken doorgaans tijdens de vroege zondagnamiddagen op zoek naar nieuwe oorden, waar iets te beleven viel. Naast de ‘Popcorn’ waren ook ‘Terdoest’ en de ‘Karrekiet’ in Waregem niet te ver voor hen. Dancings langs de Kortrijkse Steenweg en in Merelbeke, waarvan ik de namen vergeten ben, leerden we op die manier kennen.

Al hadden we toch voornamelijk vanuit Oordegem enkele vaste stekken waar we je ons kon vinden. De dancings langsheen het Donkmeer: ‘de Ranch’, ‘de Five Dollars’, de drie aan elkaar vastgeklonken dancings: ‘Shanghai’, ‘Donk’s Pub’ en de ‘Kabarka’, de ‘Twenty-one’. Vooral ‘het ranchken’ viel mee. Stel je voor: een compleet in hout opgetrokken gebouw. Ook brandveiligheid bestond niet in dien tijd. In de Kabarka, die naar verluid binnenkort ook plat zou gaan, was het flaneren tussen de vissersnetten. Je waande je er als het ware in een boot.

Een tweede lokatie voerde ons naar Hekelgem waar dancing de ‘Stones’ en dancing ‘El Gringo’ de trekpleisters waren. Tegenover dancing ‘El Gringo’, naast ‘de Kleinen Beer’ stond ‘Fons Matthijs’, een ex-zwaantje, en later uitbater van een boxclub, met zijn frituur. ‘De kleinen Beer’ mocht dan wel de naam hebben van een dancing, het was eerder een plaats voor verliefde koppels, die op franse slows zachtjes over de dansvloer flaneerden. Ik kan het weten, want ik heb er ooit nog een avond gedraaid.

De erachter gelegen ‘Groten Beer’ was dan weer wel een echte dancing, zij het voor een ‘ouder publiek’. Niet echt ons kopje thee.

‘El Gringo’, was een van die plaatsen waar ‘de Voodoo’ later ‘Irish Coffee’ groot werden.

De derde stek die we meest frequenteerden was ontegensprekelijk het landelijke buitendorp Sint-Lievens-Essen. Je kon er van ‘‘t Kelderken’ in het centrum te voet naar de dancings ‘De Truweel’ en ‘De Witte Hoeve’. Voor de betere muziek kon je terecht in de ‘Discovaria’ later nog omgedoopt tot ‘Lennon’.

Het was in deze Discovaria, dat ik ooit een van de laatste concerten van ‘Wim De Craene’ zag, toen zijn begeleidingsband enkele ex-Irish Coffee leden telde. In het daaropvolgende weekend verongelukte de betreurde ‘Paul Lambert’ de toetsenist, tijdens de terugkeer van een optreden.

Stuk voor stuk zijn het legendarische locaties waarover meer valt te vertellen. Sommige locaties zijn er nog: bijv. ‘t Kelderken al is het geen dancing meer. Van De Truweel rest nog de gevel, waarachter een compleet nieuw gebouw werd gepoot. De Witte Hoeve is wat nog rest.

Waar zijn ze gebleven de plaatsen uit onze jeugd? Waar zijn ze gebleven, al diegenen met wie we onschuldig pot verteerden, zoals Boudewijn De Groot zo mooi zong?

De Rie, met zijn Renault Dauphine, en zijn broer, Paul van achter de kerk te Zonnegem met zijn Simca, de Cois met het VW busje dat diende om de arbeiders van en naar de Volvo te brengen en waar hij chauffeur van was, Remi, Knijf, de stalen glimlach, Nicole M. en haar broer Ivan, Willy (de kleinen) en de Fred, de trapist-drinkende vriendinnen uit het Gentse: Martine en Brigitte.

Opnieuw sloopt men een stukje van onze jeugd.

Dancing Bokkestory is gelukkig nog te bekijken dankzij het niet upgedate Google Streetview’. Wat komt er in de plaats? Een drie, of vierlagen appartementsgebouw, voor de overlevenden?

In het Laatste nieuws van 18 juli van 2018 lezen we: “Dat we momenteel toe zijn aan de sloopwerken, maar dat er tegen 2020 werk gemaakt zal worden van een nieuwe apotheek en acht flats.”

Foto google streetview

Foto het laatste nieuws



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post184

Uit een dagboek geschreven in ‘68 (juni - examenstress)

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 01 Jul, 2018 00:11

Juni 1968: dansen is nog steeds onze regel niet.

Zondag, 2 juni 68. Breugelfeesten met de Silver Stars in de Pax. V. danste met de dochter van Cesar. Wij raakten niet verder dan wat ge“djerk” op ‘Police on my back’ van de Equals.

Maandag, 3 juni 68. Bij R. plaatjes opgenomen.

Dinsdag 4 juni 68. L. vertelde ons dat A. er was op attent gemaakt, dat ze tijdens het schoolfeest met een jongen liep.

Donderdag, 6 juni 68. Robert Kennedy. (Zie: Uit een dagboek geschreven in ‘68 (juni: de eerste week)).

Zaterdag, 8 juni 68. 1e uur examen godsdienst. 49 op 60. Vandaag regende het toch wel op de feestdag van Medard. Dus dat betekent: 6 weken regen te verwachten, wanneer we de boeren mogen geloven.

Zondag, 9 juni 68. Leekermis. Naar den Os geweest en niet gedanst.

Heb ik vandaag op school geleerd?

Maandag, 10 juni 1968. De examens zijn begonnen. Vandaag Frans en Meetkunde.

De volledige week zullen we in de voormiddag examens hebben, en wordt het blokken in de namiddag.

Juni, de maand waarin de zomer van start gaat. Een evidentie, net als het voor jongeren een evidentie is dat er dient geblokt te worden en dat er een rist examens voor de deur staat.

En dan de daaropvolgende vakantie explosie, en de eerste stappen in het uitgangsleven.

Al kan dat op de leeftijd van 14 tot 16 jaar nogal verschillend uitvallen. De ene zit al in “het hoger middelbaar”, terwijl een andere nog het diploma lager middelbaar moet binnenrijven. Weer een andere is via het schoolse waterval systeem (dat er nog altijd is) in een technische richting terechtgekomen. Het blijft er spartelen om niet te verzuipen, wat uiteindelijk bij een enkeling toch gebeurt.

Neem daar nog bij dat quasi de voltallige jeugd uit de buurt verspreid zat over tenminste acht scholen. Over pluralisme en vrije schoolkeuze viel niet te klagen in de dagen. Drie verschillende scholen alleen al in Lede, en vijf in ‘t stad. Aalst. Scholen uit het katholieke net natuurlijk in de meerderheid. Bekijken we Lede: in de Messine enkel voor grieten, dacht ik toch, hadden ze geen bovenbouw. In Lede kon je enkel in Stella Matutina als meisje een volledige humaniora volgen. Aan de overkant van de straat was je als jongen goed tot 15 voor algemeen lager secundair of 16 wanneer je technisch/beroeps koos. Een vierde school, ‘de vijver’, behorend tot het rijksonderwijs, bood identiek onderwijs aan jongens en meisjes als het college. Jongens en meisjes zaten er wel in gescheiden klassen.

A. & L., en ook V gingen er elk afzonderlijk, naar een van deze scholen.

Vrijdag, 14 juni 68. Vandaag niets gedaan voor mijn 3 examens van morgen. Dactylo, Nederlandse correspondentie en boekhouden. ‘s avonds kwamen we bij elkaar op de Kleine Steenweg, waar we elkaar de laatste nieuwtjes vertelden.

Zo kreeg V., die ook al 15 was geworden tijdens een beroepsorienterend gesprek, al meteen een preek, die hij niet verwacht had en waar hij zich niet meteen goed bij voelde. V. hoorde namelijk tijdens dit gesprek dat, indien hij zo verder deed, hij nog amper 40 procent zou halen.

Genoeg om hem te laten verklaren dat hij de ganse vakantie niet meer zou buitenkomen. Was ook hier vader of moeder uit de sloffen geschoten?

A. beweerde dat ze zeker van school zou veranderen. Iets wat mee ingegeven werd door een eindejaarsbabbel met de ouders. A. zo bleek reed volgens een van de juffen naar school samen met de jongens. Ze werkte goed mee, maar zat vaak te dromen in de klas, en het zou helpen mocht ze of haar haren kort laten knippen, of tenminste bijeenhouden in twee staartjes.... dat schoolfeest waar ze met ‘de witten’ liep (zie een vorige aflevering) was dus duidelijk een stap te ver, op een glibberig pad waarop ze zich waagde. (Ze zal uiteindelijk ook haar hoger humaniora diploma halen op dezelfde school, vermoedelijk ook onder druk van de ‘ouderlijke macht’).

Zaterdag, 15 juni 68 Laatste schriftelijke examens.

Zondag, 16 juni 68 ‘s namiddags met Robert en R. naar de processie. Het was kermis in Lede. R. scharrelende zich daar nog een dwaze mokkel op. Hij durfde niet mee naar den Os. A & L zagen we nog terwijl ze in de rups zaten.

Maandag 17 juni 68. De mondelinge examens gaan van start. Deze week wordt het in de voormiddag blokken en in de namiddag examens afleggen. Vandaag Nederlands.

Dinsdag 18 juni 68. Een ganse dag blok voor examen Wiskunde. ‘s Namiddags wandelde ik tot aan mijn eerste schooltje.

Woensdag 19 juni 68. Wiskunde was gemakkelijk.

Donderdag 20 juni 68. ‘s Morgens Frans geblokt. Op 10 minuten buiten.

En daarna begon voor mij de grote vakantie.... Afgezien van enkele uurtjes om de schoolboeken binnen te leveren, en het ophalen van onze uitslag hoefden we ons niet meer te vertonen op school.

Vrijdag 21 juni 68. Thuis boeken gekaft. Boeken binnengegaan.

Nadien met S. naar het Atheneum om mijn diploma Lager Middelbaar Onderwijs. De verdere namiddag reden we nog langs enkele platenwinkels. Vandaag ook mijn antwoord ontvangen van Rudi’s Club.: je kan er lid van worden, mits je een briefje van 20 frank opstuurt.

Twee zaken: ik heb vaak verkondigd dat ik na juni 1967, geen voet meer in het Koninklijk Atheneum heb gezet. Dat klopt dus niet, want het was dus pas op 21 juni precies 50 jaar geleden dat deze ‘historische’ dag zich voordeed.

Boeken kaften? Dat doe je toch aan het begin van elk schooljaar. Niet dus aan de Handelschool. Was dit ook een kronkel van de directeur, of kwam dit nog voor? Ik weet het in elk geval niet.

Het zat zo: in het rijksonderwijs kon je makkelijk ieder jaar boeken huren aan ongeveer 10 a 20, procent van de prijs. En aangezien die boeken na vijf jaar, of versleten, of verouderd waren, betaalde dit zich op die manier makkelijk terug. Nul operatie dus voor de toenmalige Belgische staat. Enkel boeken die je meerdere jaren nodig had kocht je dus zelf. Maar dat beperkte zich tot een atlas of een dik algebra boek (in de lagere humaniora). Het rijksonderwijs was niet bekend met doorverkoop handel onder de leerlingen. Maar we hadden het toch over kaften van boeken? Inderdaad, onze school zorgde er voor dat je aan het begin, in september, een stel netjes gekafte boeken ter hand werd gesteld. Als je geluk had erfde je de boeken die het jaar daarvoor in meisjeshanden hadden gezeten, want netter kon niet. Maar dat betekende ook dat je, je aan het einde van het schooljaar, door het kaftproces heen diende te werken. En dat werd gecontroleerd, want ik schreef toen die 21ste juni: ‘Ik moest er twee herkaften.‘


Verder met het onderwijs in onze regio.


W. en P. zaten al een jaar in de A2 in Aalst op de RTS (de Rijkstechnische school). H. versleet zijn broek aan het ‘Groot college’ ( Sint Jozefscollege), waar ze hem uit weg zouden pluggen om hem te droppen ergens in Sint-Niklaas in het kleine seminarie. Iedereen was er van overtuigd, dat hij op de wereld was gezet om priester te worden, vanwege reeds vanaf het derde studiejaar Groot College. Helaas zal de geschiedenis er anders over beslissen.

Voor de jongens was het ‘klein college’ in Aalst het logisch vervolg op het college (Sint-Maartencollege) van Lede Voor de meisjes was het vervolg op de Stella logischerwijze ‘de dams’ (Dames van Maria). Je herkende ze van ver in hun groene plooirokjes. Spinoggerokjes (spinazierokjes) zoals ze in de volksmond werden genoemd.

En dan was er uiteraard nog in Aalst het KAA (Koninklijke Apen Academie), ofte Koninklijk Atheneum Aalst, met als tegenhanger het Lyceum voor juffrouwen. Enkel uitzonderingen werden toen toch al getolereerd, in die afdelingen die te klein waren om ze in beide scholen aan te bieden. Latijn-wetenchappen bijvoorbeeld, of iets met Grieks. Hierdoor zag je in het Atheneum jaarlijks twee of drie meisje, en in het Lyceum was het dan net andersom.

En last but not least had je ook nog ‘het oord des verderfs‘ de RHHS (Rijks Hogere Handel School), in Aalst beter gekend als ‘dandelschoel’. Een school waar ik in 1967 terecht was gekomen.... om enkele leraars te ontvluchten van het Atheneum.


Nu ik kende de Handelschool reeds sinds september ‘66 toen ik mij daar inschreef aan de zondagsschool, om er mijn frans bij te spijkeren, via de Assimil methode. De lessen kregen we van een leraar die zelf in de week geen les gaf aan de Handelschool, en die als hobby diepzeeduiken beoefende. Aan hem heb ik het te danken dat ik, in die dagen al, de tekst van Adamo’s Inch Allah verstond.

Mijn beste herinneringen aan leraars situeren zich overigens allemaal rond deze school, die later bekend stond onder de naam Horihan (HOger Rijks Instutuut voor Handel met Normaalafdeling). Een hele mondvol, maar dat mocht best want het was in die dagen in aalst de enige school waar hoger niet-universitair onderwijs werd gegeven. Overigens ook de enige school waar ik vijf jaar lang ben gebleven, tussen mijn 15de en mijn 20ste.

De school onderscheidde zich van andere scholen, door de ‘vrijheid’ die je er genoot. Een school waar je mocht roken (ik weet het... klinkt nu niet meer zo hip), en waar je nooit hoefde in een rij naar een klas te lopen. Kortom, de enige school waar in plaats van een scholierenmentaliteit een studentenmentaliteit heerste. In de A6A1 hadden ze dan ook een verkozen studentenleider. Een paar daarvan zullen later uit mijn eigen klas komen.

En toch waren ook daar nog eigenaardige gebruiken in zwang. Je had er een vaste klas, n tegenstelling tot bijv. Het atheneum waar je met je hele hebben en houden na elk lesuur door de gangen mocht zeulen naar die klas waar je dan weer les had. Niet de leerlingen hadden daar een klas, wel de leraars. Op de RHHS mocht je slechts verklassen naar een lokaal voor scheikunde, of naar het taallabo. Dat laatste was een in die dagen ultramodern uitgerust klaslokaal opgedeeld in afzonderlijke boxen, waar je plaatsnam, een hoofdtelefoon opzette, en de op bandjes opgenomen oefeningen uitvoerde. De juf kon met iedereen afzonderlijk meeluisteren, en slapen in de les, was dus niet aan de orde. Op elk ogenblik kon haar stem in je oren schallen, om je te verbeteren. Op school was een technieker aanwezig, alleen al voor dit taallabo. De broer van F. Met wie we later nog regelmatig jeugdhuis Dido zullen bezoeken.

Een andere ‘eigenaardigheid’ betrof enkel de meisjes. Zij waren verplicht een allesbedekkende lange schort te dragen. Vergelijkbaar met de schorten die de schoolmeesters in de jaren stillekens droegen wanneer ze voor de klas stonden.

Gelukkig was er omzeggens geen leraar of -es die er aan tilde wanneer de meisjes hun schort in de gang, aan de kapstok lieten hangen. Enkel wanneer er weer eens iemand in de klas opmerkte dat ‘den directeur’ over de speelplaats richting klaslokalen wandelde, stoof al wat rokken aanhad, de gang in, grabbelde de schort vast, schoot die in sneltreinvaart aan, om nog half verwilderd plaats te nemen in hun bank.

Die schorten werden overigens vaak gedragen tijdens de examenperiode, en daar was een hele goede reden voor. Gedurende het jaar dienden de ‘ruggen’ dikwijls, als tijdverdrijf, als schetsblok. Daar bestond toen geen naam voor, maar vandaag zou men het graffitti noemen. Namen van geliefden, hartjes, make love not war slogans, enz... en daarin verweven kon je al eens het vlijde postulaat van Euclides tegenkomen of een derdemachtsworteltrekking. Dingen die we nodig hadden tijdens de examens.... Schorten werden soms ook gebruikt als afleidingsmiddel, en vooral tijdens de examens, als bildekker. Joke droeg doorgaans elegante broeken, maar tijdens die examens showde ze toch vaak haar elegante dijen, en de daaropgeschreven stellingen of jaartallen die ons van pas kwamen, in die warme junidagen. Oh heerlijke zomerse juni dagen, daar op die bank achter Joke en Jenny.

En dan.... kwam er plots een einde aan de schorten. Een jongen uit een hogere klas, die het absurde inzag van een regel, die toch amper gevolgd werd, schreef in het schoolblad een prachtig, ironisch, verhaal over een ‘scortengebod uit 1580’. De week daarop besliste de directeur die, de ironie machtig was, dat schorten voortaan niet meer hoefden. (*)

Het was een tijd, waarin men in het rijksonderwijs nogal wat veranderingen doorvoerde. Elke nieuwe minister van onderwijs wilde zich toen profileren,. Iets wat blijkbaar niet erg veranderd is na 50 jaar. Er kwam een regel die toeliet dat vastbenoemde leraren hun overplaatsing konden vragen om dichter bij huis les te geven. Iets waar gretig op in werd gegaan. Voor onze school, wel een ramp, want er waren behoorlijk veel jonge nog niet benoemde leerkrachten. Door die verdringing zijn er heel wat ‘uitgetreden’ uit het onderwijs, en bijv. verkast naar de banksector, waar ik ze later wel eens tegenkwam. Wie weigerde, zoals onze Aalsterse lokale leraar geschiedenis mocht dan in een opengevallen gat plots Engels en Nederlands onderwijzen, wat hem niet zinde. Uiteindelijk belandde hij voor x jaren in zijn carrière in Oostende, meen ik mij te herinneren. Ik kwam hem later nog wel eens tegen als sportverslaggever op atletiekmeetings, toen onze kinderen op weg waren naar een sportcarrière die niet helemaal uit de verf is gekomen.

De enige school in Aalst, waar niemand uit ons gezelschap ooit, terechtkwam, en die mogelijks nog wat vrijer omsprong met haar schoolgaande jeugd was de Academie. Dat was echte iets voor drop-outs. Ik bedoel maar, daar kwam je thuis niet zomaar mee weg.

Zeer recent las ik het boekje van Cas Vander Taelen waarin hij op zoek gaat naar ‘Het kostuum van zijn Overleden vader’, die hij nooit gekend heeft. Een man die ooit 1 jaar eerder dan ‘68 nog lesgaf aan diezelfde Handelschool. Cas bezoekt de school en staat wat verbouwereerd naar de onaangename ingang te kijken vlakbij een grote betonnen parkingvlakte. Wel Cas, ik kan je gerust stellen: die ingang is nooit de ingang geweest waarlangs wij de school betraden. In de jaren 50 en 60, stond aan die kant nog een hoge bakstenen muur, met hoge bommen ervoor. Bomen die in september hun ‘propellertjes’ verloren en die lieten neerdwarrelen op onze koer. Elke dag even na 11 uur kwamen over die muur talrijke katten de koer op geslopen op weg naar de keuken, waar ze vast en zeker op hun wenken werden bediend. Aan de rand van die koer bevond zich een bordes tegen de regen, en bevond zich ook een wcblok. Het was daar dat gedurende de speeltijden dat de jeugd bijeentroepte in minirok en beatlehaar, en sigaretten rookte. Ik meen mij nog goed de aankomende Aalsterse jonge muzikant JVDS, haren tot op de schouders, te herinneren.

De ingang van de school bevond zich op de Keizerlijke Plaats (Keizerlijk Plein), naast de ingang van de ‘werkbozze’ (RVA). Via een houten poort liep je naar binnen. Links in dat statige herenhuis, bevond zich de kamer van de portier (een broer van René Van der Speeten, bekend van radio en TV), en een bureau verder de kamer van de directeur. Met zicht op de doorgang naar de koer, bevond zich de leraarskamer. Via enkele glazen deuren kwam je daarlangs en kon je je fiets achterlaten in een van de fietsenrekken. Wij slaagden er ooit in in ons jeugdig entoesiasme na een studiereis om met onze fietsen een van die glazen deuren te rammen. Het kon niet snel genoeg gaan, die korte sprint, vanaf het fietsenrek naar de cafés in de er tegenover liggende Korte Nieuwstraat. Recht naar de Monopole, een stamkroeg wat verder gelegen dan Den Amber (maar was die er al in 68?).

Die nieuwe ingang langs de Keizershallenparking is veel later gekomen, in een tijd dat een aantal containerladingen werden vervangen door een nieuwbouw. De Hansdelschool explodeerde, wat leerlingenaantallen betrof, in de jaren zestig, vanwege de naoorlogse babyboom. Met als gevolg een gebrek aan infrastructuur. Een turnzaal was er niet, enkel een ouderwetse schuur, waar je je kon omkleden om buiten, vaak in de vrieskou, basket of valley te spelen. Een refter was er wel, maar ook die was te klein, waardoor er in schiften werd gedineerd. Dit had voor gevolg dat een aantal klassen les kregen tot 12 uur 50, en pas in de namiddag dienden te herbeginnen om 20 na 2. Je fietste in alle rust op en neer naar huis, en kon leuke radioprogramma’s meepikken die anderen nooit te horen kregen.

De afdeling Boekhouden, die ik had gekozen ‘omdat er slechts een jaartje steno werd gegeven’ en al helemaal geen Duits, had per week slechts xx aantal uren les. Dit leverde op dat je doorgaans op dinsdag en donderdag al om 3 uur en 10 kon stoppen. E2n dat in een tijd dat de colleges en technische scholen verplichte uren studie mee organiseerden en de toenmalige jongeren tot 5 uur op de schoolbanken hield.

De Handelschool, voorwaar een paradijs.....

Zeg maar... de pre-vakantie in juni 68.

Zaterdag, 22 juni 68. Deze morgen vlammendste slecht weer. Samen met de moeder van R. inkopen gedaan. Met Robert en PDN bij ons op straat nog gebabbeld.

Zondag, 23 juni 68. P.L. kwam en vroeg ons om mee te gaan naar de Messine. L., en Lutgarde en Marie-Therese uit Lede gaan daar naar school. Het feest was bijna afgelopen. Toch nog de werkjes van de meisjes bewonderd. Nadien naar de Volkskring nog geweest. P. vertelde dat zijn broer vroeger bij A. thuis ging biljarten. Hij vroeg om mee te gaan om daar ook te gaan biljarten, maar dat durfde ik dan toch weer niet.

Maandag 24 juni 68. Het zomerhuisje een bezoek gebracht. (Lees: fruit gaan plukken zonder dat het mocht).

Dinsdag 25 juni 68. Naar de markt met moeder. We kwamen A. tegen met het haar netjes in een staartje, en met witte kousjes tot onder de knie. Ze zette een perfect heiligen gezicht op. Met Robert nog staan discussiëren.

Woensdag 26 juni 68. Met S. naar Nieuwerkerken en Mere. Hij kreeg daar van een of andere knuppel nog een radio. Nadien daarmee naar JDN die het ding ging proberen te repareren.

V. zou graag vakantiewerk doen.

Donderdag, 27 juni 68. Gras gemaaid, en nadien naar stock Americain samen met S.

Vrijdag 28 juni 68. Ik moest om 10 uur op school zijn voor de proclamatie. Gelukkig geen enkele buis en 70 procent. Ik kreeg nog een boekje over Mozart. V. is er ook door en heeft dus nu ook zijn diploma Lager Middelbaar. A. beweert nog altijd dat ze naar Aalst zal naar school gaan.

Zaterdag 29 juni 68. G. heeft nog bij mij gestaan. H.S. heeft twee buizen, L. heeft een buis op nederlands. ‘s Avonds bij Dizjeken (Desiré) aan zijn muur gezeten.

Zondag 30 juni 68. V. beweert dat hij van gans de vakantie niet buitenkomt.

‘s Avonds gingen we uit in Aalst, R. en ik, waar we op Dré en de Winne botsten. We gingen eerst naar Ons Huis, en daarna naar de MGA zolder in de Schoolstraat recht tegenover Cinema Palace. We gaven het meisje dat er bestelde 7,5 op tien, vooral voor haar benen. (#Metoo daar hadden wij nog nooit van gehoord. EDS). Ze vroeg ons of we al een lidkaart hadden, kwestie van veilig te zijn, mocht de politie langskomen. We tekenden het gastenboek, waarbij R. tekende met een valse naam, vanwege zijn ‘nog geen zestien’ zijn. Ze zouden onze lidkaart naar huis opsturen. Terug naar Ons Huis waar we een mooi meisje 8/10 gaven, en bestudeerden hoe ze danste.

En toen begon de vakantie pas echt.....

(*) dit gebeurde niet in 68, maar vermoedelijk in 69 of 70.


De Voorpost | 17 november 1978 | pagina 18

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post181

Uit een dagboek geschreven in ‘68 (juni de eerste week)

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 05 Jun, 2018 15:04

Juni 1968, de eerste week.

Mei 68 is de geschiedenis in gegaan als een van die ankerpunten waar historici, de overjaarse linkerkant, en zij die maar wat graag geloven dat “wij” toen alles hebben veranderd, naar teruggrijpen, om er rond een nieuw kampvuur over te discussiëren.


Wanneer ik weer eens een jonge gast ontmoet die met tranen in de ogen naar ons opkijkt omdat wij “de golden sixties” echt meemaakten, dan kan ik het toch niet nalaten om hem er op te wijzen, dat het inderdaad de moeite was om dat te beleven: dagelijks op TV beelden uit Vietnam van uitgemoorde dorpen, zesdaagse oorlogen in het midden-oosten, betogingen in Parijs, de Tsjechen die plots Russische tanks door hun straten zien rijden, en beelden uit Amerika waar de ene dag de zwarten betogen voor meer burgerrechten en de volgende dag opnieuw een Kennedy wordt neergelegd.


Op zes juni noteer ik dan ook het volgende:

Senator Bobby Kennedy werd gisteren neergeschoten. Ik ben er diep van onder de indruk. Hij is ten eerste al vader van 11 kinderen, en tweede een mens die streed voor de vrede. Hij werd gisteren neergeknald. Even later kwam het bericht dat Bobby overleden is. Het was een schok voor de gehele wereld dat deze 42-jarige vredesmens van de aardbodem is verdwenen. Hij volgde zijn broer in de dood. Nu blijft er enkel nog Edward Kennedy.
‘s Avonds bij R. nog naar een film gekeken over het leven van Robert Francis Kennedy.

Het is bijna niet te geloven: eerst John Kennedy, later Martin Luther King, en nu Robert Kennedy.


Dat dit gebeurde precies aan de vooravond van de eerste verjaardag van de zesdaagse oorlog uit 1967, zal later genoeg vragen opwerpen.


In het najaar van 68 opent in Lede een nieuw jeugdhuis zijn deuren: De Leeuwerik. Een herinnering aan die tijd blijven de foto’s van deze drie mannen aan de wand, waar je langs moest op weg naar de wc. Tussenin hing een tekst:

‘There are those that look at things the way they are, and ask why? I dream of things that never were, and ask why not?’ Robert Kennedy.


Sirhan_Sirhan, de moordenaar, leeft nog, zit een levenslange gevangenisstraf uit, maar verschijnt om de vijf jaar opnieuw voor paroolrechters, in functie van vrijlating. In 82 verklaarde hij zelf dat zijn motieven ingegeven waren door de Palestijns-Israëlische kwestie. Tegenwoordig houdt hij vol dat hij zich van de periode 68/69 niets meer herinnert omdat zijn hersenen in die tijd “geprogrammeerd waren” en dat de gebeurtenissen naderhand gewist werden.....

Wie er meer over wil lezen kan terecht op: https://en.m.wikipedia.org/wiki/Sirhan_Sirhan





  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post180

Uit een dagboek geschreven in ‘68 (Mei ‘68)

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 31 May, 2018 18:26

Mei 68: radio- en dansproblemen. Photo: © Marc Riboud

Inderdaad, wat mei 68 betreft, hadden we voornamelijk te kampen met alles overstelpende problemen die zich afspeelden rond de dansvloer. Op onze eigen kamertjes hadden we oude niet meer gebruikte radio’s gesleept, die we met man en macht opnieuw probeerden aan de praat te krijgen. Op zoek naar radiolampen, afschermkappen voor die lampen en antennes.

Ons uitgaansleven beperkte zich in mei 68 tot het bezoeken van schoolfeesten in het naburige Lede, waar de meisjes uit de buurt school liepen. Schoolfeesten waren er genoeg: het college had er eentje voor de lagere school en eentje voor het middelbaar. Idem voor de meisjes die naar Stella Matutina gingen, waar ze zelfs nog in een apart gebouw een snit en naad afdeling hadden.

En dan was er nog de Messine. Een school in het vroegere kasteel van Mesen (thans “gerenoveerde” gevelruïne). School voor juffrouwen. Zelfs ex-burgemeester Anny Demaght van Aalst liep er ooit school.

De meisjes uit onze buurt werden belaagd door wat rijpere gasten uit andere buurten, die zich al op een dansvloer waagden. Iets waar wij helaas nog niet hadden bij stilgestaan, maar wij zwoeren dure eden dat daar verandering in zou komen.

Ik maakte geen enkele notitie over de toestand in Frankrijk. Uit mijn herinnering weet ik wel dat wij dat volgden via radio en nieuwsflashes op TV. De opgeworpen barricades staan mij nog zo voor de geest. Maar bij ons was die strijd maanden eerder gestreden, toen wij op de straat kwamen voor Leuven Vlaams. Vermoedelijk waren we toch nog net te jong om de volledige impact te kunnen inschatten van wat zich in Parijs afspeelde. Overigens werd begin juni dit nieuws behoorlijk snel verdrongen door alweer een Kennedy, die werd neergelegd.

Voor de samenvatting van wat zich in Parijs afspeelde heb ik maar wat graag beroep gedaan op het “onovertroffen” Wikipedia. Lees dus met een grove korrel zout.

De tegenstelling tussen mijn eigen schrijfsels en besognes in mei 68 kunnen niet groter zijn dan wat er zich afspeelde 300 km zuidelijker.

——————————

Dag na dag

Woensdag, 1 mei

Geprutst aan de radio en een antenne geplaatst. Robert was nu met een meisje die hij wijsgemaakt had dat hij Robert Greeny heette en dat hij in de Aquariusstraat op nummer 5 te Londen woonde. Hij sprak er enkel Engels mee.

Donderdag, 2 mei

A & L sturen ons kaartjes vanuit Geraardsbergen waar ze op stap waren met de VKAJ werking. Om het minder te laten opvallen bij iedereen thuis, hadden ze naar P. R. V. en mijzelf op de kaartjes elke keer als afzender een van onze namen meegegeven. Ik kreeg dus een kaartje van R. en hij een van mij.

Stuyver kan aan nog een stuk of vier oude radio’s geraken vertelt hij ons.

Parijs: 2 mei de universiteit van Parijs (nu Paris Nanterre Uni) wordt gesloten.

Vrijdag, 3 mei

De kaartjes kwamen vandaag overal aan, behalve bij mij, omdat ze de familienaam van mijn moeder hadden gebruikt, in plaats van de mijne. Overigens de ma van V. had direct door uit welke hoek de wind waaide.

Parijs: 3 mei 1968 Studenten van de Sorbonne campus van de University of Paris (vandaag Sorbonne University) in Paris komen samen om te protesteren tegen de sluiting van Nanterre.

Zaterdag, 4 mei

We reden naar de stock americain in Aalst omdat we hadden gehoord dat ze daar okazie radiolampen hadden.

‘s Avonds nog de bliksem bestudeerd.

Zondag, 5 mei

Schoolfeest op de Stella. A. mocht er show geven in haar witte rokje en haar korte witte kousjes. Cremer en Beelaert uit de klas van V. van het college stonden nog een tijdje bij ons. Later stelden we tot onze grote verbazing en verbijstering vast dat A. aan het handje liep van “de witten”, een opgeschoten slungel van de Keiberg. Een indringer op ons territorium. Dat was het. Even tevoren hadden ze nog samen gedanst.

De teerling was geworpen. Dansen zou onze regel worden, want wij wilden toch wel bij al die meisjes onze kansen veilig stellen. V. zwoer krachtig dat hij op de Breugelfeesten zou dansen. Hij kon makkelijk praten, want hij had twee oudere zusters, waar hij in de leer kon.

Parijs: 6 mei de nationale studentenvereniging Union Nationale des Étudiants de France (UNEF)—de grootste studentenbond in Frankrijk op vandaag—en de bond van universiteitsproffen riepen op om te protesteren tegen de invasie van de politie op de Sorbonne. Meer dan 20.000 studenten werden op de been gebracht.

Ook de Hogeschool studentenverenigingen riepen op tot deelname.

Dinsdag, 7 mei

Het afspraakje had maar een half uur geduurd ontdekten we, wat ons toch enigszins gerust stelde, en er kwamen nog schoolfeesten aan.

Parijs: 7 mei Alle studenten sluiten zich bij elkaar aan net als een groeiend aantal jonge werknemers.

Bij de Arc De Triomphe eisen zij:
-Dat alle criminele tenlasteleggingen tegen studenten zouden vervallen.
-Dat de politie de universiteit zou verlaten.
-Dat de autoriteiten de universiteiten van Nanterre en Sorbonne opnieuw zouden openstellen.

De onderhandelingen werden afgebroken en de studenten keerden weer naar hun campus, na een “fake news” bericht waarin werd aangekondigd dat de regering had besloten tot een heropening van de uni’s. Ze stelden enkel vast dat de politie nog altijd de universiteiten bezette. Dit stak bijna het vuur agan de lont bij de studenten.

Woensdag, 8 mei

Dag van de Vrede en dus geen school. Niemand gespot op de Kleine Steenweg, en dus reed ik rond zeven uur tot aan de molen. Daar stond ik dan vanop het bruggetje de mooie natuur en de prachtige erbij horende hemel te bewonderen. De natuur begint er prachtig uit te zien met al dat groen. Toen ik mij omdraaide om terug te rijden, moest ik wel naar de achter mij al bewolkte hemel kijken. Het is net alsof ik een mooie tijd van mijn leven heb doorgebracht, en nu in de harde werkelijkheid terugkeer, mijmerde ik bij mezelf.

Ik ben dan toch maar op huis aan gereden, om nog een boekje te lezen en bedwaarts te trekken.

Donderdag, 9 mei

A & L aan de deur gehad met kaartjes voor Unicef.

Vrijdag, 10 mei

We maakten met ons jaar een studiereis naar de luchthaven van Zaventem. Andere scholen maakten een jaarlijkse schoolreis. Bij ons lag dat anders. Wij maakten elk jaar een drietal kleinere studie uitstappen.

Behoorlijk spectaculair om zo in een hangar naast een Boeing 707 te staan, de motoren horen op gang komen, om het gevaarte traag zien naar buiten te taxiën, om het daarna te zien opstijgen om tenslotte te verdwijnen achter de wolken.

Op de terugweg, ondanks ons gezaag toch nergens meer gestopt.

Parijs: 10 mei opnieuw massabijeenkomst aan de Rive Gauche.

De Compagnies Républicaines de Sécurité verhinderde dat zij de rivier zouden oversteken. De studenten richten barricades op, waarna zij ‘s nachts rond 2:15 door de politie werden aangevallen. Negociaties liepen nadien weer op niets uit. Honderden werden er de rest van de nacht gearresteerd. Radio en TV berichten over de schade

Er vielen beschuldigen als zou de politie zelf deelgenomen hebben aan de rellen via agents provocateurs (uitlokkers), door auto’s in brand te steken en Molotov cocktails te gooien.

Het hardhandige optreden van de regering bracht een golf van sympathie teweeg voor de stakers. Dichters en zangers sloten zich aan bij de beweging. Zelfs buitenlandse Amerikaanse artiesten sloten zich aan.

De grootse linkse vakbonden, de Confédération Générale du Travail (CGT) en de Force Ouvrière (CGT-FO), riepen op tot een eendagstaking met demonstratie op 13 mei.

Zondag, 12 mei

R. en ikzelf fietsten met Robert en Paul mee naar jeugdhuis ‘Berg en Dal’. We vonden het daar machtig, en ze speelden er nog de goede laatste nieuwe platen ook.

Parijs: 13 mei Met meer dan een miljoen marcheerden ze door Parijs. De politie bleef uit het zicht. Eerste minister Georges Pompidou kondigde persoonlijk aan dat de aangehouden studenten zouden worden vrijgelaten en dat de Sorbonne zou worden geheropend.

Dit leidde er niet toe dat de studenten ophielden. Integendeel ze werden nog actiever.

Bij de heropening van de Sorbonne bezetten de studenten de campus, en riepen de plek uit tot een autonome “volksuniversiteit”. De publieke opinie volgde initieel, maar keerde zich toch snel tegen hun leiders, die op zich op tv gedroegen als onverantwoorde utopisten die de consumenten maatschappij wilden vernietigen.

In de erfopvolgingen weken, werden ongeveer 401 actiecomités opgericht om de grieven tegen regering en maatschappij te noteren inclusief het Sorbonne Occupation Committee.

Dinsdag, 14 mei

Na school op de Kleine Steenweg de tijd verpraat. Discussie over wat nu wel de lelijkste meisjesnamen waren. V. opteerde voor Marie-Thérèse. Daar waren we het niet mee eens.

Parijs: 14 mei werklieden bezetten fabrieken, te beginnen met een zitstaking bij Sud Aviation tegen Nantes. Vervolgens werd een onderdelenproducent van Renault bij Rouen bezet, wat zich verspreidde naar Renault te Flins in de Seinevallei en het voorsteedse Parijse Boulogne-Billancourt.
Donderdag, 16 mei

Radio uiteengehaald en opnieuw in elkaar gezet.

Parijs: 16 mei: werknemers bezetten nagenoeg 50 bedrijven

Vrijdag, 17 mei

Cremer wordt 17 vandaag. Met de fiets bij Vijverman voor een nieuwe ketting en een stel tandwielen.

Parijs: 17 mei reeds meer dan 200.000 stakers.

Er volgt een sneeuwbaleffect en de dag er op zijn er al 2 miljoen stakers, en dat loopt verder op tot 10 miljoen in de daaropvolgende week. Ruwweg twee derde van de werkende bevolking.

Als neveneffect proberen vakbonden tijdens die stakingen hun eisen op tafel te leggen voor o.a. het optrekken van het minimumloon met 35 procent en verhogingen voor andere werknemers met 7 procent.

Zaterdag, 18 mei

Aan de kerk (avondmis) verkochten de meisjes Rerum Novarum, plaatjes. V. zijn moeder wierp ons nog toe: “Jullie hebben dat zeker niet moeten betalen?”

Ze nodigden ons terloops nog uit om zeker naar het college te komen.

Zondag, 19 mei

Collegefeest. De meisjes dansten tango (eigenlijk slow) onder elkaar. Aan ons hadden ze immers niets op dat ogenblik. Ook al hadden we maar wat graag onze armen rond het meisje met het rode minirokje geschaard.

Donderdag, 23 mei

Naar het schoolfeest van de coupe geweest (de snit en naad afdeling van Stella Matutina). Dat was uiteraard om de al, wat oudere Magda aan het werk te zien.

W. reed niet mee. Die was met een nieuwe opgedoken gast (uit de wat verderop gelegen serres) naar het jeugdheem gegaan. Het ging om een zekere D. iemand waar ik ooit nog naast zat in de kerk, toen we een jaar of tien of elf waren en verplicht naar de “lering” moesten. (catechismus ter voorbereiding van onze plechtige heilige communie). Dat duurde overigens maar enkele weken tot ik overschakelde naar de kerk in ons eigen dorp.

Zaterdag, 25 mei

Naar de avondmis. Cremer vertelde nog dat hij het donderdag aan eentje had gevraagd, en dat het enige resultaat was dat ze hem uitgekafferd had.

Zondag, 26 mei

De radio van V. stond nog bij JDN, en zou niet meer te maken zijn. Dus toog ik met V. daarheen met de bedoeling van hem een schermkap voor een radiolamp af te kopen. Wel een uur lang hebben we daar over geruzied (onderhandeld?).

Na halfvijf vertrokken naar het schoolfeest van het college, via een omweg langs Smetlede kermis. Op dat schoolfeest heb ik uiteindelijk V. een pint betaald voor die schermkap. De rest van de tijd hebben we bestudeerd hoe dat slow dansen nu precies in elkaar zat. Zelf waagden we ons niet op die dansvloer. Die “wittekop” danste er met allerhande meisjes. V. riep nogmaals uit: “Goe weten. Volgende week dans ik op de Breugelfeesten.”

Er staat na deze dag een dubbele rode lijn in het DB. Zestien worden moet toch wel enige impact gehad hebben.

Parijs 25 en 26 mei

Bij de Grenelle akkoorden op het Ministerie van Sociale Zaken wordt een minimumverhoging van 25 procent voor de laagste lonen en een gemiddelde verhoging van 10 procent op tafel gelegd. Dit werd verworpen door de bonden, enj de staking ging verder.

De werkende klasse en de top intellectuelen waren solidair in hun eisen voor een grote omslag voor wat betreft de rechten van werknemers.

Maandag, 27 mei

Van alle kanten gelukwensen gekregen op school.

Parijs: 27 mei De UNEF verzamelt 30 tot 50.000 mensen in het Stade Sebastien Charlety op een zeer extreme militante bijeenkomst waar de val van de regering werd bepleit, en er werd opgeroepen voor nieuwe verkiezingen.

De socialisten zagen een opportuniteit om zich op te werpen als compromis tussen De Gaulle en de Communisten.

Parijs: 28 mei Francois Mitterand van de Federatie van Democratisch en socialistisch Links verklaarde “dat er geen staat meer was” en dat hij klaar was om een nieuwe regering te vormen. In 65 haalde hij 45 procent van de stemmen bij de presidiengtsverkiezingen.

Parijs: 29 mei Pierre Mendès France verklaarde eveneens dat hij klaar was om een nieuwe regering te vormen. In tegenstelling tot Mitterand wou hij wel in zee met de commun isten.

President De Gaulle stelt een vergadering van de Ministerraad uit. In alle stilte verwijderd hij ook zijn persoonlijke documenten uit het Élysée Palace. Aan zijn schoonzoon Alain de Boisieu laat hij weten: “ Ik wil ze de kans niet geven om het Elysee aan te vallen. Het zou te betreuren vallen mocht het tot bloedvergieten komen in mijn persoonlijke verdediging. Ik heb besloten om te vertrekken: niemand valt een leeg paleis aan.”

De Gaulle weigert ook Pompidou’s verzoek om de Nationale Assemblée te ontbinden, want hij vreest dat de Gaullisten bij nieuwe verkiezingen zouden kunnen verliezen.

Om 11 uur zegt hij tegen Pompidou: “ Ik ben het verleden, jij bent de toekomst. Ik omarm je.”

De regering laat weten dat de Gaulle naar zijn buitenverblijf vertrokken was in Colombey-les-Deux-Eglises. Volgens geruchten zou hij daar zijn afscheidstoespraak gaan voorbereiden.

In werkelijkheid vloog de presidentiële helicopter niet naar Colombey. Hij vertelde eigenlijk niemand waar hij heen ging.
Vermist voor meer dan zes uur. Pompidou riep uit: “Hij is het land ontvlucht.“ Deze “verdwijning” en het niet doorgaan van de ministerraad sloeg de fransen met verstomming.

Men bereidde zich voor op het ergste. Documenten werden verbrand, en sommigen dachten aan het bewapenen van de eerste minister. Geld afhalen bij banken werd moeilijker. Benzine voor personenauto’s werd schaarser.

Wat de Gaulle echt deed, was hulp zoeken bij de legertop in het Duitse Baden-Baden in het franse militaire hoofdkwartier bij generaal Jacques Massu die hem prompt aanraadde terug te keren naar Frankrijk.

Donderdag, 30 mei

We kregen vandaag van twee gasten uit de A6A1 een proefles. Die mannen volgden een zogeheten D-cursus op school, en wij van het eerste jaar werden opgevoerd als proefkonijnen.

Ik bedacht dat ik dat later ook wel zou willen doen.

Parijs: 30 mei De teruggekeerde Gaulle (naar Colombley) laat de Ministerraad dan toch doorgaan. Zijn familie bleef wel nog enkele dagen in Baden-Baden.
Deze episode uit de Gaulles presidentschap werd pas bekend in 1982.

De politie verwachtte 50.000 betogers onder leiding van CGT (het waren er 4 à 500.000) en die marcheerden door Parijs al zingend: “Adieu de Gaulle”.

De Parijse politie vermeed alle geweld. Later zullen de communisten verklaren dat ze niet uit waren op gewapende opstand en dat er slechts 2 procent extremisten deelnamen.

Stel dat er een revolutie was uitgebroken: hoe keken de fransen daar naar?

Uit een kort erna gehouden onderzoek blijkt dat 20 procent de revolutie zou gesteund hebben, 23 zou tegen geweest zijn, en 57 procent zou zich uit de voeten gemaakt hebben. 33 procent zou militair ingrijpen hebben bevochten, en slechts 5 procent zou dit gesteund hebben. De meerderheid zou zich hebben gedeisd gehouden.

Parijs: 30 mei om 2:30 ‘s namiddags overhaalt Pompidou de Gaulle om de regering te ontbinden, en op te roepen voor nieuwe verkiezingen. Twee uur later laat hij weten niet te zullen aftreden. Verkiezingen zijn voorzien voor 23 juni.

Hij draagt alle werknemers op om opnieuw aan de slag te gaan, om de noodtoestand te voorkomen. De regering had gelekt dat het leger aan de poorten van Parijs stond.

Onmiddellijk daarna marcheerden 800.000 aanhangers over de Champs-Elysées met de nationale vlag. Een door de Gaullisten reeds op voorhand geplande march. De communisten leggen zich neer bij de verkiezingen. De dreiging van een revolutie was voorbij.

Gedeeltelijk overgenomen uit Wikipedia: https://en.m.wikipedia.org/wiki/May_1968_events_in_France



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post179

Uit een dagboek geschreven in 1968 (deel 3) - Paasvakantie

Forever YoungPosted by Eddy De Saedeleer 19 Apr, 2018 22:46

Paasvakantie 1968.

Ik reed rond kwart over een naar school. Aan de beek stond R. een mooie rat te bewonderen die daar als een mes door het water kliefde. Ik leer nu op mijn kamer. Stukken interessanter. Ik kan er steeds de mooie natuur bewonderen. Ik zou den bak moeten in orde krijgen. (radio gekregen van R. die ooit toebehoorde aan zijn grootvader: Rieken de Plekker).

Op school liep alles gewoon zijn gangetje. Spreekbeurt Nederlands, gelukkig een week uitgesteld, wegens afwezigheid van Martine, de lerares Nederlands.

Carnaval kwam en ging in Aalst en Lee, en wij beleven ons concentreren op de meisjes uit de buurt. Al snel bleek dat de ene zijn vis wat beter bakte dan de andere, en dat wat allemaal zo doodernstig bleek, nu vijftig jaar later toch maar wat kalverliefde bleek. Al zal voor enkelen, niet zoveel later, zoals zal blijken, daar pijnlijk verandering in kwam. En toch, we weten nu.... dat niets voor eeuwig is.

Ook in 1968 werd het eerst lente en pas daarna Pasen. Een wetmatigheid als geen ander.

Terugblikken op de lente van 68, en kijken naar de frisgroene nog ontluikende natuur leert mij, dat ik zoveel jaren dit aan mij heb laten voorbijgaan, vermoedelijk in de wetenschap: everything that dies baby, someday comes back, om het met B. Springsteen te zeggen.

En toch als er in het leven iets te betreuren valt zijn het de vele jaren in de gevangenis van een werkomgeving. En te beseffen, dat het anders had gekund....

Neem nu zondag, 24 maart, een typische dag als elke ander of toch niet.....

Een typische dag waarin we doelloos rondfietsten op zoek naar de meisjes uit de buurt. Van het voetbalpleintje van café Fonteintje naar de Molenstraat. Van de Molenstraat naar het jeugdheem, waar men kort daarna de naam van ‘Berg en Dal’ nog zal omvormen naar ‘Dido’, dit nadat Bosteels (een priesterzoon uit een Aalsterse kousenfabriek) de parochie had verlaten voor het naburige Lede. Het waren de begindagen van de opkomst van de jeugdhuizen. Kort daarop liet dezelfde priester, nu kersvers onderpastoor geworden, ook daar een jeugdhuis bouwen en gaf het de al even prozaïsche naam ‘Leeuwerik’. Legendarisch enkel en alleen omdat niet zoveel later de Voodoos er zouden spelen.

De jeugd sprak gewoon over ‘het lokaal’ wanneer ze er heen gingen. Overigens dit Berg en Dal (Dido) had niet direct bij alle lagen van de bevolking een even goede naam. Sommigen hadden het over een duister hok, waar amper een lampje brandde, en waar dingen gebeurden die ze zelfs, in die dagen, niet zouden hebben durven biechten. Weet je wel de Golden Sixties waarin Armand zong over Blommenkinders en waar Boudewijn De Groot Nacht en Ontij voorbereidde. Als de rook om je hoofd is verdwenen....

S. moest met zijn ouders naar het ‘lof’ in de dorpskerk. S. was nog jong en zoals dat heette voorbestemd om net als zijn heer-oom die beeldhouwer-priester was in diens voetstappen te treden. Wat wij toen niet beseften, was dat dit helemaal zijn bedoeling niet was, en dat hij koppig als een ezel, er later ook voor zorgde dat het niet gebeurde. Zelfs al werd hij als interne naar het klein seminarie in Sint-Niklaas gestuurd.

Dat ‘lof’ werd overigens behoorlijk snel afgehaspeld, want amper een half uur later vervoegde S. ons al. R., S. en ikzelf hadden A. en L. zover gekregen dat ze richting Groenstraat reden, waar uiteraard geen geschikte hoek noch kant te vinden was, en de onderneming op niets uitliep.

Daar is de lente, daar is de zon...

Maandag, 25 maart 1968.

De lente liet zich duidelijk merken. Na school bewonderde ik onze hof, die er beter bij lag dan ooit. Nog een es omgezaagd.

Woensdag, 27 maart 1968

Nog steeds dat mooie lenteweer. In de namiddag reden we naar Steenberg, naar de vijver, waar die supergrote ‘groeistenen’ lagen. (*)

Om de een of andere reden kaartten we er na over onze tocht naar Hofstade (bij Mechelen) die we tijdens de grote vakantie in 1967 hadden ondernomen. Wij, dat waren R. en ikzelf en verder W., Marcel en André. Marcel en André waren met het idee komen aanzetten tijdens onze eerste vakantie met een echte werkervaring. Maar dat is een apart verhaal waard. (**)

Donderdag, 28 maart 1968.

‘Het weer zoals het nu is kan ik met geen woorden beschrijven’, concludeerde ik toen.

In de uit beton opgetrokken gebouwen van de staatschool was het om te stikken.

‘s Avonds speelden we Russisch kamp met Magda en Olga. Helaas reeds allebei RIP.

Vrijdag, 29 maart 1968.

Nog steeds: the weather.

Zaterdag, 30 maart 1968.

Grond omspitten in de tuin.

Zondag, 31 maart 1968.

Verkiezingen. Benieuwd wie gaat winnen!

(EDS: Dat ik het nergens heb vermeld wie uiteindelijk de ‘gevallen’ VDB opvolgde, laat zien, hoe weinig, of niet politiek geëngageerd we waren).

Wij speelde ‘katje verbleekens’ (verstoppertje). Een kinderspel, dat we nog wel eens plachten te beoefenen zeker wanneer het andere geslacht aanwezig was, en mee deelnam. R. profiteerde er nog al van door met M. te verdwijnen op de schelf van ‘Sjalen van Lokes Dille’.

Het werd al te snel donker....

Donderdag, 4 april 1968.

V. kwam even langs toen ik aan het graven (spitten) was. ‘t Is af sprak hij’. Ik wist onmiddellijk dat hij doelde op A. Dt zou de situatie in de buurt aanzienlijk kunnen veranderen, bedacht ik, toen met quasi zekerheid.

Vrijdag, 5 april 1968.

Vandaag op de Kleine Steenweg vertelde R. over school, maar hield daar toch snel over op toen zijn jongere broer plots aan kwam zetten. Wat wij wel wisten, maar blijkbaar zijn directe omgeving niet, was dat hij slecht boerde op school, en daardoor bij gasten zat, die wij als bijna kleuters beschouwden. Al zal hij het later in het leven, zoals dat heet, nog bijzonder goed op zijn pootjes vallen.

Zaterdag, 6 april 1968.

Een aantal gasten hebben met de post een kaartje gekregen dat ze zich moeten aanmelden bij de BOB in Aalst. Uiteraard dat dit het gesprek van de dag was. Zelfs M. had een ‘uitnodiging’ gekregen, terwijl zij geen betrokken partij was. Een gast, R., die ze later ‘de pater’ noemden en die daar dikwijls was geweest, kreeg geen uitnodiging.

Wat was er aan de hand? In een naburige wijk had een gast de garage thuis ingericht als ‘privéclub’ met de nogal prozaïsche naam van ‘Snokkersclub’. (EDS: blijkbaar bestond ironie toen ook al). Het betrof een soortement mancave avant la lettre, met schaarse verlichting, zachte oude versleten zetels, en verkoop van drank. En dat kon de BOB niet tolereren, en vermoedelijk ook de buren niet.

Iets dergelijks kwam wel meer voor in die dagen. Sommigen, zoals in Hofstade, reikten zelfs een lidkaart uit, en hoopten daarmee de dans te kunnen ontspringen, maar niets gekaart.

Het verhaal deed al snel de ronde dat het om ‘zedenfeiten’ ging.

O. een boerenzoon was bij de eersten die opgeroepen werd door de BOB. ‘Trek het kort’, zei hij, ‘want ik moet mijn beesten nog gaan voederen’. ‘Hoeveel lampen branden daar?’ snauwde men hem toe. ‘Als de deur openstond en de zon scheen, was het daar klaar, en als de deur toe was brandden er zeven lampen,’ diende hij hen van repliek.

Later nooit nog wat van gehoord. Of er ooit voor de ‘uitbater’ wat gezwaaid heeft is mij niet bekend. In elk geval heeft er naderhand boven de toegangsdeur jaren lang een basketring gehangen, en is er bij mijn weten nooit meer iets geschonken in die garage. Al blijft de herinnering trugkomen, telkens ik er op een zomerse dag langs fiets.

Zondag, 7 april 1968.

Begin van de paasvakantie. In die dagen was er op zaterdagvoormiddag nog les tot ‘s middags.

Naar mijn platen geluisterd.

Ik volg de natuur nu bijna op de voet.

Dinsdag, 9 april 1968.

Op de markt kwamen we C. tegen, een gast uit Lede die in de klas bij V. zat. ‘s Namiddags zakte hij af naar de Kleine Steenweg. We speelden een tijdje voetbal.

(EDS: later in dit verhaal zal ook ene C. opduiken, waarmee ik bevriend werd. Wij waren en zijn nog steeds zeer grote muziekfanaten, met een vrij gelijklopende smaak. Het verhaal lijkt o zo erg, op dat van ene Yvan Vaughn, V. in ons geval, die als gemeenschappelijke kameraad twee uit verschillende scholen afkomstige voor elkaar onbekende personen samen brengt (John en Paul in dat geval)).

Woensdag, 10 april 1968

Kluiten kleinen in de tuin.

Nu het vakantie was liepen A. en L. net als wij dagelijks op de Kleine Steenweg. Zoekend en aftastend. R. verklaarde dat hij er nu werk ging van maken, maar toen de confrontatie zich opdrong, reed hij opzettelijk met zijn fiets in de haag, om op die manier wat achterop te geraken. En ook ons duo bracht extra meisjes uit Lede mee, vriendinnen van school. We kwamen wel te weten dat ze zondag, met Pasen, naar de Bossestraat zouden komen. Naar de jaarlijkse Schoolkenskermis. (***)

Donderdag, 11 april 1968.

Patatten geplant.

Plannen maken over hoe we eventueel een Sachs motortje op onze crossers zouden kunnen monteren. Het was vooral R. die bezeten was door motoren.

‘s Namiddags opnieuw naar Steenberg getoerd.

V. en S. gingen naar de Witte Donderdagmis.

Met V. nog gebabbeld over onze voorkeuren voor meisjes. Lange haren, dat was het waar we voor vielen, en zo liepen er niet teveel rond in de buurt.

In het nieuws: een of andere halfgare nitwit had drie eenden koelbloedig afgemaakt.

(Goede) Vrijdag, 12 april 1968.

Van wie we het geleerd hadden om aan meisjes punten te geven, weet ik echt niet meer, maar ik verdenk sterk R. In elk geval A. kreeg zeker 8,5.

Omdat het plan van die Sachs motor ver boven onze mogelijkheden lag, hadden we besloten, om speelkaarten aan de spaken van het wiel te bevestigen met wasspelden. Tijdens het rijden maakte dat een nogal klepperend geluid.

We beseften pas hoe onnozel we bezig waren, toen de meisjes ons voorbijfietsten. De houten wasspelden lagen snel aan de kant. R. had V. een afspraakje laten regelen met L., en dus die twee verdwenen, elk in een andere richting om elkaar ergens in ‘Den Brekkenaar’ terug te vinden. A. bleef handig uit de buurt, door zich te verschuilen bij een bevriend koppel van haar ouders dat in de de buurt woonde.

Uiteindelijk dropen we allemaal, teleurgesteld af, richting huis.

Zaterdag, 13 april 1968.

Naar Aalst naar de markt, en ‘te biechten’ bij de paters van Sint Job.

Nog wat kleren gekocht. Een broek en een hemd. Vooral dat hemd was ‘de rage’. Een Mao hemd (****) in, als ik het mij goed herinner, fel groene kleur. We leken in die dagen wel heel erg op Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick en Tich. Althans wat het scala aan kleuren betreft.
Deze keer moest R. helpen bij het patatten planten.

Zondag, 14 april 1968.

Al vroegen in de ochtend, stond R. voor de deur, om zijn Mao hemd te showen. We reden naar de beenhouwer, luisterden verder die voormiddag naar de radio.

‘s Namiddags bewonderden wij o.a. het vogelpikken per fiets, en even later het bakschieten per fiets. Helaas vergane volkssporten. A. en L. verschenen op het toneel in gezelschap van een kozijn van L. en die liep te pronken met de mantel van A. rond zijn schouders. Voor V. werkte dat als een lap op een rode stier. En dat liep toch weer niet goed af. We hadden ons van dit weekend duidelijk wat anders voorgesteld.

(*) stenen waarin zich nu nog altijd restanten van schelpjes bevinden. Ooit kwam de zee tot daar. En wie zweet, komt ze ooit haar plaats terug opeisen, as we niet opletten.

(**)Lees: ‘Mijn intens korte ervaring als meubelmaker’.

(***) beschreven in ‘Verbooden scens te scieten’.

(****) Mao hemden. Helaas is hierover op het internet niets, maar dan ook niets terug te vinden.







  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post177
Next »