Sadeler's blog

Sadeler's blog

Sadeler's Blog

Weetjes, onthaastingsnieuws, classic rock tracks, wat schaft de ipod, fietsen in de Denderstreek, en wat molennieuws...
--------------------------------------------------------
windmolens, de kruiskoutermolen, Facebook
--------------------------------------------------------
Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Geïnteresseerd? Contacteer ons.

Portugal: de weg terug....

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 27 Aug, 2017 19:46

Begin van drie dagen ‘Extra vacance....’


Al zou dit stukje natuurlijk ook 'in den aap gelogeerd' kunnen heten, want drie dagen extra vakantie die moet je verdienen. Toch?


Vrijdagavond, de dag na mijn Portugees avontuur, en een hele dag reizen door Baskenland besliste een halve meter riem in mijn auto dat ik aan wat extra rust toe was. 'Le couroir', zoals dat hier in een Peugeot garage gebruikelijk genoemd wordt was namelijk stuk. Gelukkig bleek na alweer een tussenkomst van mijn VAB-vriendjes dat er een Peugeotgarage in de buurt was en dat die op zaterdagvoormiddag open zou zijn. Alhoewel open: ‘Non monsieur le Samedi c’est seulement pour changer les, pneus.’ Zo dat wist ik dus nu ook. Toch beloofden ze mij om de volgende maandagvoormiddag 'tegen betaling' een diagnose te stellen. Ik kon ze daarmee al vast helpen door te stellen dat die bewuste riem 'grat' af was.... Ik kan mij overigens ook niet herinneren dat die ooit werd vervangen. Een levensduur van 175.000 km is mooi en goed, maar misschien toch in de toekomst.... Berouw komt na de zonde.


Een verzekering met assistentie is wat je in dergelijk geval nodig hebt. In een eerste aanbod willen ze je dan repatriëren, wat best leuk is en zowat drie volle weken later wordt je auto aan huis geleverd. Ja hallo, ander voorstel graag..... Blijkt dat om een auto naar huis te brengen er een systeem bestaat waarmee ze de auto van depot naar depot transporteren. Zeg maar beetje bij beetje of beter eindje na eindje, hopelijk in noordelijke richting tot thuis. Nee dus, mij niet gezien.

Het is vrijdagavond, en we zien morgen wel verder.


Cap Breton lekker lui aanneemt strand.….


Twee dagen heb ik kunnen spenderen in Cap Breton, een stadje dat mij wat doet denken aan Le Touquet ook al gelegen vlakbij de Atlantische Oceaan. Cap Breton ligt wat geprangd tussen Biaritz en Bayonne. Niet zo ver van de Spaanse grens, amper drie payages verder dan het Spaanse San Sebastián, stel ik vast wanneer ik mijn bonnetjes nog even bekijk in het hotelletje waar ik gedeponeerd werd door een vriendelijke taxibestuurder die er eerder uitzag als een Engelse butler. Zelf heb ik het niet gemerkt, maar de klanten van het hotelletje zullen wel gedacht hebben dat ik een of andere rijke luis was want wie komt er nu aanzetten in een super-de-luxe taxi (Mercedes) waarin je makkelijk met vier man een crisismeeting kon organiseren gezeten aan een vierkante tafel, en waar dan nog genoeg ruimte overbleef om er een polonaise te dansen rond de aanwezigen.

Helemaal, onder in de golf van Biskaje. Aan het strand zie je in de verte nog de Pyreneeën, die de echte grens uitmaken. Cap Breton behoort tot het Franse Baskenland. De alpinopetjes kom je hier dus nog wel meer tegen, en uiteraard ook lokale voetbalshirts in het Baskische rood-groen, die je van verre wat aan de kleuren van de Welshe draak doen denken.


Ik verblijf hier in een typisch Frans hotelletje. Al is typisch mij eigenlijk onbekend. Tot nu toe was het enkel nodig even op te letten bij het bestellen van koffie, tenminste indien je niet wil je opgezadeld zitten met een tas ter grote van een vingerhoed.

En raar maar waar elke avond was er voetbal op TV, wat uiteraard een gevolg was van de aan gang zijnde kampioenschappen . Frankrijk tegen de Roemenen. Florin, onze Roemeense molencollega, kon er enkele dagen geleden niet van zwijgen. Een paar gasten knoopten al spontaan babbels aan met mij vanwege het T-shirt waarin ik rondkuierde. Ik had het kunnen weten. Een rood t-shirt met achterop een kanjer van een logo, dat bestond uit een cirkel met daarin een dansende duivel. En toch hebben deze t-shirts niets van doen met die bende onnozelaars, die niets beters te doen hebben dan ballen wegschoppen om er dan weer achteraan ter rennen. Sorry Rod (*), maar 'balls are not my cup of tea'.

Ter verduidelijking: deze t-shirts werden twee jaar geleden gemaakt, voor de Amber Reünie, waar meer dan vijfhonderd oud café Amber bezoekers op afkwamen. En het rood was eenvoudigweg gekozen om de medewerkers beter te kunnen onderscheiden van het publiek. Het logo, dateert van meer dan 40 jaar geleden. Of iemand nog weet wie dat ooit heeft ontworpen, is een open vraag, en wie weet, heeft de toenmalige ontwerper het niet gejat van ergens. Led Zeppelin stond in die dagen nog hoog in de charts, bedenk ik plots, en hoe zich lieten inspireren…. Een eenvoudige Aalstenaar zou voor minder toch ook zijn hand niet omdraaien?


Music Maestro


Het is zaterdagmiddag en op het plein, bij het Casino café, niet ver van de pier, ontmoet ik een straatmuzikant die een prachtige bluesgitaar met zich torst, een tros bananen, en twee anderhalve literflessen water. Hij zegt niets, en stel zijn spullen op, en wacht op meer volk. 'Vous êtes locale?' probeer ik. 'Als je bedoelt van hier, van deze wereld, deze aarde' dan wel repliceert hij. Bon, dit is dus 'gene gewone'. En toch, na mijn vraag naar zijn repertoire, breekt het ijs, omdat hij voelt dat ik 'zijn business' ken. Op zijn repertoire staan o.a. 'Stairway to heaven' en 'Rock'n'Roll' en dan weet je direct: dat schept een band. Zelfs Pink Floyd, Oasis, en meer, wisselt hij af met 'gewone meer alledaagse' straatmuziek van John Denver, Dire 'Sultans of swing' Straits, Hotel California enz.... Ik ken alle Franse zangers die hij mij toont, maar geen enkel van de nummers, op ‘Je ne regrette rien’ van Piaf na. 'Ach Belge, mais tu dois connaisser Jean Smedt'. Om een of andere reden vertikt hij het om de naam Johnny Halliday te gebruiken, en ik meer ook dat Brel ontbreekt op zijn repertoire. De reden van mijn onkunde op dat vlak mag duidelijk zijn: zelfs de beste Franse songs worden al vanaf de jaren zeventig lang niet meer gedraaid op de radio. De man is 35 en op mijn opmerking dat hij nog niet was geboren 'dans les années septante' keek hij enigszins onbegrijpend. Tja Belge natuurlijk, en bij ons leerden we koeterwaals op school in plaats van Frans. In la douce france kennen ze geen septante en nonante. Hier hebben ze nooit verder leren tellen dan zestig. Soixante-quinze monsieur, en Quatre-vingts dix monsieur, enz... Jaja vier maal twintig, als het zo ook kan.....

Al bij al wil ik 'juf Geneviève' toch langs deze weg bedanken voor het Frans dat zij mij heeft bijgebracht, want eerlijk gezegd, alle leraars en -essen die het voor haar probeerden kwamen van een kale reis thuis. Het ging er echt niet in. En vandaag las ik Franse tijdschriften en enkele Franse boeken, in het Oud-Picardisch notabene, gevonden in een kastje bij een parkje. Besluit: nooit opgeven, Molière is echt wel te verslaan. Overigens praten met een Portugees, die geen gebenedijd ander woord kent dan Portugees, valt al bij al ook nog mee. Dit even geheel terzijde.

Maar terug naar onze straatmuzikant. Die gast zijn Engels was ook al meer dan behoorlijk.

De Fransen kunnen het dus toch, want zoals ik later hoorde voelde hij zich een echte 'Gaulois'.

Midden in een nummer stopte hij plotseling en vroeg vriendelijk aan een best leuke vrouw om te stoppen met hem te filmen, vanwege teveel concentratieverlies. Moet blijkbaar ook kunnen. Resultaat ik heb slechts enkele zijdelings genomen shots kunnen maken, en een flard muziek opnemen, met als ‘videoclip’ de zee op de voorgrond.

Hij was duidelijk fan van mijn naamgenoot Eddie Van Halen, en hij betreurde het ten zeerste dat hij niet net als Van Halen begonnen was met gitaarspelen op zijn twee jaar. Al mag gesteld worden dat zijn 15 jaar ervaring, hij was 35, toch best te smaken viel. 'Jawel' vertelde hij nog 'ik had een beroemde gitarist kunnen zijn, nu ben ik slechts de grootste straatmuzikant'. Tja een beetje zelfkennis kan uiteraard nooit kwaad. Toch een toffe peer, voor een babbel, en dat hij het meende bleek nog uit het feit dat hij de volgende dag toen er meer zon was, en ook een pak meer volk, zelfs mijn naam nog kende. Als herinnering hield ik er tijdelijk de eerstvolgende weken een stel rood verbrande scheenbenen aan over.


Zondagavond, en Cap Breton lag er uitgestorven bij. Zelfs mijn hotelletje was al dicht en serveerde zelfs geen eten meer. Gelukkig stond de eigenaar nog net binnen te telefoneren, en kon ik er in, nadat hij een 'tournaviese' wegnam waarmee de deur werd dichtgehouden. En dat is wat ik bedoelde met zo een typisch Frans hotelletje. Ik had heel even echt in de aap kunnen gelogeerd geweest zijn.... Ware het niet dat er toch ook nog een achterdeur was, met ultramodern cijfercode slot. Maar oef, er was wat verderop nog een gezellige pizzatent open, waar ook al een TV aanstond, met juist ja, voetbal. Voetbal staat hier dezer dagen hoog op de agenda, en zelfs van de FIFA kon ik die morgen genieten. Er viel reeds een Noord-Iers slachtoffer. Voetbal is een spel, of is het meer dezer dagen. Er worden rellen verwacht in Rijsel, waar ik hopelijk morgen toch zonder problemen langs kan rijden.


Maandag. Het was wat koeler geworden, het regende zelfs een klein beetje, en ik bracht de dag door in het stadje. In een coffeeshop annex boekenwinkeltje las ik in een tijdschrift over het leven van Napoleon, en hoe lang het nog duurde na Waterloo eer de man uiteindelijk toch op Sint Helena belandde. Bij het kleine parkje stond een boekenrek, beschermd met een plastiekfront, waar je zelf boeken om kon ruilen. Een best leuke plaats om er een belangrijk deel van de dag door te brengen, en bovendien ideaal om er mijn Frans nog wat bij te spijkeren.

Zoals verwacht belde de VAB mij op met de boodschap dat 'de baas' van de Peugeot garage al was vertrokken naar huis, en dat ook de juffrouw aan de infobalie niet echt wist of het riempje al was gearriveerd. JIT, JIT en nog eens JIT.... Ik zou dus toch nog op dinsdag in het kringwinkeltje belanden, dat vandaag gesloten bleef, en waar ik door het venster een paar LP-bakken ontwaarde.

Wachten helpt....



Dinsdag, half drie, en mijn 'wegenhelpers' uit het thuisland hebben mij beloofd dat ze nieuws zouden brengen. Goed nieuws mag ik hopen, of ik zit hier nog een dag meer vast.

Ik wandel intussen de Sint-Niklaaskerk in, en geniet er van metershoge schaars verlichte schilderijen op de muren. Het is stil in de kerk; enkele vrouwen lopen in en uit, en achter een zuil ontwaar ik een ineengedoken figuur. Hij kijkt naar mij, en het is duidelijk dat hij wacht tot ik uit zijn vizier ben. Via het altaar achter hem werp ik nog een laatste blik op zijn gebogen rug. Hij zit nu wild hoofdschuddend te prevelen, alsof hij wil zeggen: 'vraag mij alles, maar dat niet.' Op weg naar Compostella, of op weg terug uit een of ander Noord-Afrikaans land? Wie zal het zeggen?

Op het kerkhof ligt het aan de grafzerken te zien, vol met betere burgers. Al kan het ook zijn dat het arduin hier in de streek vroeger goedkoper was.

Nog een paar honderd meter en ik ben bij de garage, die de vriendelijke taxi-chauffeur mij had aangewezen op de weg naar Cap Breton, nu alweer 4 dagen geleden.

Einde van een ongeplande extra vakantie in Zuid-Frankrijk. Het is twintig na drie wanneer ik de snelweg oprij, en in de eerste paar uur probeer ik te berekenen hoe ver en hoe lang de tocht nog zal duren. Besluit: het is haalbaar om het in een ruk uit te rijden. Middernacht is het wanneer ik de Parijse Periferique oprij, en na enen wanneer ik met enkele Poolse of Litauwse truckers een koffie ontfutsel aan een machine langs de snelweg ergens te midden van Bas-Picardië.

Rond Doornik zetten wat wegenwerken op de snelweg, mij nog even op een verkeerd been, maar ook deze hindernis neem ik zonder veel tijdsverlies, en tegen vieren kruip ik onder de wol.


Ik kan starten met de voorbereidingen voor de volgende trip naar…..Oekraine.




  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post166

Portugal: drie dagen molens.

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 02 Aug, 2017 14:43

We vergaderen twee volle dagen, passen ons aan aan het Portugese ritme van de dag, bekijken elk hoekje van het oude klooster, en gaan daarna een dag met een busje een dag lang windmolens en watermolens bezoeken.

Windmolens, op een rij, van buitenaf gezien anders dan bij ons, maar van binnen blijft de techniek toch bekend ogen, eeuwenoud, zij het mits hier en daar een lokale toets. Penacova bekoorde ons die eerste ochtend, met de molens te Gavinhos.

Vervolgens een molenmuseum te Portela Oliveira. ‘s Namiddag hielden we halt in de streek van Góis, waar we de lunch gebruikten in het bergdorpje Aigra Nova, waar tegenwoordig niet meer dan 10 inwoners verblijven. Lousitânea.

Horizontale watermolens te Poco da lontra en Peña dorp. Een oliemolen te Cabreira. Verder voor een verticale watermolen te Pêgo escuro.

Onze Portugese gastheren hadden in elk dorp dat we aandeden niet nagelaten de lokale burgemeesters wakker te schudden, waardoor we naast molens, tal van lokale trouwzalen en andere gemeentelijke vergaderplaatsen bezochten.

De burgemeester van Góis om er eentje te noemen ontving ons met de gepaste egards.

De laatste twee dagen reden we met eigen vervoer de andere richting uit, om uiteindelijk in een buitenwijk van Porto te belanden voor een laatste overnachting.

Start te Santa Comba Dão en vervolgens zouden we richting Águeda nemen voor bezoeken aan molens te Aldrogãos waar we een horizontale watermolen en een oliemolen aandeden. Bij de start te Santa Comba Dão kregen we van de lokale burgervader een toelichting bij het molenproject: Mill Park Project. 10 uur en op weg naar Albergaria a Velha voor meer molens. Nog voor de middag bekijken we achtereenvolgens: Pedralva Rosmolen, Ervosas Windmolen en de Gandara Paltrock windmolen.

Na de lunch gaat het richting Águeda.Macieira de Alcoba blijkt een pedagogisch project of eigenlijk beter dorp te zijn, met toelichting over koren en molens. Hier wordt zowel voor volwassenen als voor kinderen uitgebreide exploratie opgezet. Hier leer je meer over biodiversiteit, watermolens, oliemolens, hand molens, enz… ‘s Avonds keren we terug naar ons Solar do Morgadio voor een overheerlijk dinner.

Tijd om uit te checken en ons richting Ul te begeven, waar zich een molenpark bevind. We bekijken er horizontale watermolens, rijstmolens, broodbakkers, en andere toeristische attracties. Verder naar Fafe voor een lunch in het molen- en volksmuseum van Aboim, waar we nadien vrij kunnen rondkuieren.

15:00 uur en we moeten nu verder naar Gaia, waar zich een biologisch park en molen bevinden. De trip zit er op en Porto is niet ver meer, waar we de laatste avond zullen doorbrengen in een hotel. Enkelen hebben nog een extra dagje gepland om Porto te bezoeken.

Zelf skip ik Porto, omdat de stad mij te druk lijkt, en ik wat rust kan gebruiken, maar wat zei Bredero? Het kan verkeren…… het zou uiteindelijk nog zes dagen duren eer ik mijn dorpje in het midden van de nacht binnenrij.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post164

Onderweg naar Portugal: dag 3 Solar do Morgadio

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 20 Jul, 2017 18:42

Het is even over elf, wanneer ik met enige spijt het idyllisch Spaans plekje, wat campsite Camino zeker is, achter mij laat. Zal ik, op de terugweg, terugkeren naar deze plek? Waarom ook niet, al wil ik ook nog wel een ommetje inlassen langs de windmolens waar Don Quichotte zovele jaren terug de strijd tegen aanbond, en die ik reeds ken van toen ik tien was uit een prentenboek. Lezen was overigens het enige wat mij uitgerekend in dat vierde studiejaar interesseerde. We hadden een schoolmeester, die elke dag liedjes zong terwijl hij zichzelf op zijn minipianootje begeleidde. Tussendoor hanteerde hij de meterstok, waarmee hij met enig leedvermaak regelmatig over de ruggen van 'stoute' leerlingen streek. Veroorzaakte je minder onheil, dan mocht je kiezen tussen de meterstok, of het regeltje van 30 cm waarmee hij vervolgens je knokkels beroerde, tot ze rood zagen. Ik schrijf ooit nog wel eens een paar regels over hoe schoolmeesters in lang vervlogen tijden kinderen mochten vernederen.


Ik heb iets minder dan vijfhonderd kilometer voor de boeg om het laatste stukje van deze reis te overbruggen.

Dwars door het Spaanse Baskenland via de Via De Castillia, tot de Portugese grens, waar ik halt hou en verpoos bij een nieuwe café Americano geschonken voor het luttele bedrag van 1,50. Deze reststop kan zo weggeplukt zijn uit een of andere oost-Europese negorij. Kaders aan de muur met ofwel grazende paarden ofwel grazende stieren. De enige TV in de verbruikzaal staat op een kanaal waar niets op te zien valt. Een van de door Springsteen bezongen '57 channels with nothing on'.

Tijdens mijn vorige halte, nu alweer 2 uur geleden, voor een broodje vegetal (met tonijn, wat heet vegetal hier?), was er op een soortgelijke beeldbuis, god nog aan toe, een Spaanse uitzending bezig van het Rad van Fortuin. Zou Verdrengh hier nu nog steeds royalties voor opstrijken?

Ik rij al een ganse middag onder een blauwe oceaanlucht bezaaid met witte wolkenzeeën.

De radio, Radio Treis begreep ik, zond tot een uur geleden echte rock uit, nummers van pakweg een halfuur van o.a. de Greatful Dead en andere soortgelijke bij ons lang vergeten hippiebands.

Net voor de koffiestop beluisterde ik nog jazzy stukken van Isabelle Antenna, ooit uitgebracht op het legendarische Belgische ‘Les disques du Crepuscules’. Er worden hier dus toch nog goede dingen via de radio uitgezonden. Al zullen dit dus ook wel niche zenders zijn, en is het reguliere radiolandschap al net zo verkloot als bij ons.


Wat krijgen we over enkele kilometers wanneer we de Portugese grens kruisen?

Wat de omgeving betreft valt er al helemaal geen verschil te bemerken, wanneer ik de grens over steek. Snelwegen hebben nu eenmaal de onhebbelijkheid van overal op elkaar te lijken. Weg van de Via de Castilla. De eentonigheid wordt enigszins verbroken door alweer een nieuwe vorm van ‘betalen’ bij het kruisen van mijn eerste Portugese peagestop. We blijven alert op die manier. Deze keer mag ik even opzij rijden, geen ticket nemen, wel een creditkaart in het gleufje stoppen, waarna de auto wordt gefilmd of is het gescand door een camera. Hoe komt anders mijn nummerplaat op het betalingsbewijs? Zijn we nu goed voor de rest van de reis? Uiteraard niet, zal later blijken.


Het landschap begint overigens in deze met Wales gelijklopende tijdzone verdacht veel te lijken op het landschap van het 1500 km noordelijker gelegen Britse landsdeel. Zelfde typische heuvels, zelfde rotsachtige formaties , waar ze net als in Wales ook hier hun wegen doorheen hebben gehakt. Zelfde bouwstijl. Geen wonder dat zoveel Britten hun oude dag komen slijten hier in het zuiden.

Dit had ik echt niet verwacht. Dit is een bekoorlijk landschap, en het blijft maar duren, en het wordt mooier en mooier naarmate ik doordring in midden-Portugal.


Met nog 40 kilometer voor de boeg, verlaat ik de autoweg, en rij ik langs een weg bezaaid met enkele tientallen rotondes richting einddoel: Santa Combe Dao. Op zoek naar ‘de Nieuwstraat’, maar er zijn er drie waaruit ik kan kiezen op het scherm van Garminnken, mijn GPS toestel. Keuze te over, en wat had je gedacht? Ik kom aan in het eerste dorpje waar geen mus te vangen valt. Op naar het volgende dorpje, drie en een halve km verder. Terug door straatjes waar je amper met de auto de huizen kunt ontwijken. Rijden tot waar de weg toch nog een klein beetje verhard is, en ja hoor, om het hoekje prijkt een prachtig gebouw, en zie ik onmiddellijk druk keuvelend mijn 'geglobaliseeerde' molenvrienden. Net als ik zijn ze aangekomen met of hun eigen auto, of met een huurauto. Amerika, Nederland, de UK, Roemenië, Griekenland: TIMS is verenigd. De meetings en trips kunnen beginnen.

Nog dezelfde avond verkennen we het hotelletje van onze gastheer, en verbroederen en verzusteren we op de aangeboden receptie.


Het 'pand' waar we verblijven, was tot voor enkele jaren een overwoekerd restant van een oud dorpskloostertje. Vandaag werd het voor een groot deel omgetoverd tot een hotelletje met conference-room, theatertje, en een nog af te werken kapel. Niet iedereen van de groep sliep in het hotelletje. Enkelen zaten wat verderop gelogeerd in het dorp.


Link naar hotel



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post163

Op weg naar Portugal: dag 2, bij de Basken.

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 09 Jul, 2017 21:24
Dag 2

De volgende morgen, en nog steeds bij Poitiers, omdat ik pas weg kan na negen uur. De ijverige conciërge ontfutselde mij gisteravond, mijn e-id, omdat het na 20 uur was toen ik aan kwam zetten en het receptiekantoortje al gesloten bleek en de brave man mij dus niet meer kon inschrijven. Regels zijn nu eenmaal, ook in Frankrijk regels, noteer ik terloops. Uiteindelijk opende die morgen, een gebrilde jongeling, de zaak nadat de klok 9 uur aangaf..

'16,5 euro. Neen mijnheer ik ben geen lid van de huppeldepup caravaning club. En neen mijnheer, ik hoef niet echt een factuur, het bonnetje volstaat.'

Betekent dit dat ik "in het zwart" werd ingeschreven? Of zag het kereltje op tegen weer een lange werkdag, en het intypen van vreemde buitenlandse namen?

(C) foto: website http://campingcamino.com

Bon, salut. Ik heb 760 km voor de boeg, waaronder een aantal langs de voet van de Pyreneeën waar ik voorbij moet, om het mooie Franse en Spaanse Baskenland te doorkruisen.

Na exact twee uur karren met alweer 190 km op de teller, nog steeds langsheen de A10 stop ik voor een koffie Americano. ‘Chez Paul PDJ’ stond er onderaan vermeld op het rekeningetje....

Middagbroodjes neem ik bij de volgende stop. Een omgeving waar ik al enige tijd heerlijke open luchten, bezaaid met zuivere wolken ervaar. Precies zoals ik mij die herinner uit mijn kindertijd, of uit latere doortochten ergens in Midden-Engeland, even voor Birmingham, waar ik ze al zo vaak heb bewonderd, terwijl ik afgezien van het besturen van de auto, niets anders heb te doen. Een heerlijk blauw firmament bezaaid met de witste wolken die je kan vinden in onze hemelse collecties. Dat, bijna, azuurblauw wijst er op dat de lucht hier bijzonder zuiver moet zijn. Hier zo dicht bij de oceaan kan het ook moeilijk anders. Een beeld dat wij zelden of nooit bij ons zullen te zien krijgen, omdat wij het doorgaans moeten stellen met afgedreven wolken die ons ofwel uit het Ruhrgebied of uit de Noordfranse industriegebieden bezoeken. Wolken die bovendien vermoedelijk ook nog enigszins gemixed worden met de in ons land opkringelende rook van alles wat de Vlaming toegelaten of niet-toegelaten verstookt. Leven we dan toch met zijn allen te dicht op elkaar? En zeggen dat hier, afgezien van enkele overbevolkte steden er nog zoveel plaats is. Misschien moeten we wel met zijn allen opnieuw naar de boerenstiel, zoals in de dagen waarin trager leven nog heel gewoon was, en wonderbaarlijke ziekten als burn-outs nog niet bestonden?

16:30, Ik ben net Biaritz voorbij, en werp mijn blik links en rechts voor het eerst op wat berglandschappen. Zijn dit nu reeds de Pyreneeën die ik nader? Alpen kunnen het niet zijn want er zijn toch geen Alpen in de Pyreneeën weten we, omdat Walter de Kreuner dat ooit bezong. (*) Ik bedoel maar. Gek eigenlijk, hoe ik jaren lang er van uitging dat Biaritz aan de andere kant van Frankrijk lag, ergens in de buurt van een of andere ski-oord. Komt er van als je nog nooit verder dan Parijs bent geweest....

Ik moet zeggen dat Frankrijk mij tot nu toe niet heeft bekoord. Veel groen en bomen langs de wegen die ik volgde, dat valt niet te ontkennen, maar echt mooie landschappen? Neen. Gelukkig hebben ze ons Joke hier nog niet losgelaten om 'gekapt' te maken van de wouden.... Ik heb het gevoel dat ik niets heb gemist. Zal ik dan toch, om gewonnen te raken voor La France, ooit eens richting La bella Italia moeten rijden doorheen de Provence?

Hier in de golf van Biskaje loopt de weg loopt nu al een tijdje, en dat kilometers lang, parallel met de Atlantische oceaan. Al krijgen we de oceaan amper te zien. Toch leuk, mijmer ik bij mezelf, om Gascogne, het thuisland van vierde musketier D'Artagnan, te doorkruisen. Verre herinneringen aan regenvakanties en veel lezen in enkele boeken uit de toenmalig befaamde Rijnaert reeks, duiken op. Het drieluik: De musketiers, De musketiers 20 jaar later en de Burggraaf van Braggelone lieten voor ons Frankrijk leven. Wordt dit nog gelezen door onze jeugd?

Helaas ook vandaag weer geen tijd om wind- of watermolens te bekijken want met nog 250 km voor de boeg, en morgen nog een kleine 600 tot de eindbestemming in de buurt van Porto, blijft het bij het bewonderen van mooi bebloemde wegbermen.

Na een aantal niet te tellen ‘payage’ stops, in Zuid-Frankrijk, en ook in Spanje rij ik de snelweg af richting Castrojeriz. Ik volg al een tijdje borden die mij vertellen dat ik niet zo gek ver verwijderd ben van de route naar Santiago de Compostela. Een bochtige weg met hier en daar een boerderijtje langs de kant en voor de rest glooiende groene heuvellandschappen bezaaid met windturbines, die voor het grootste deel stil staan. Volgens Garmin en Google bevind zich hier ergens een camping waar Compostela reizigers nogal eens durven verblijven. Ik vrees voor het ergste, tot ik uiteindelijk het dorpje bereik. Door de straatjes rond de kerk kan zich amper een auto maneuvreren. Het wegdek bestaat uit wat aangestampte verharde klei. Je kijkt je er de ogen uit. Hoog boven het dorp torent de ruïne van een oude versterkte burcht. Achter nog een bocht ligt dan toch een alleraardigste kleine campingsite. Klein, gezellig, niet duur, en bezaaid met 'Ollanders en hun sleurhutten'. Ik had het kunnen denken. Er is wifi, en het is er na 11 uur ongelofelijk stil. Dit lijkt haast een avondlijk plaatje uit Wales.

Overigens alles wat eentonig en saai leek in Frankrijk, hebben we achter ons gelaten en vervangen door berglandschappen, ettelijke tunnels in Baskenland, en nu eindelijk af en toe een blik op de oceaan. Helaas geen tijd, noch ideale stopplaats om plaatjes te schieten. Dit is een landstreek zoals ik ze mij helemaal niet had voorgesteld. Niet dat typisch zuidelijke prairie achtige Spanje, maar een groen bijna Welsh of Ardens aandoend landschap. Hier wil ik best terugkomen, ook al moet je er 1200 km voor karren.

De avondlijke hemel raakt stilaan bezaaid met sterren. Het is hier nog echt donker. Ik begin stilaan te begrijpen, waarom er mensen bestaan die naar hier komen om te overwinteren of om er hun pensionitis te beleiden.

25 graden, groene natuur, de oceaan in de buurt. Hoe moet Atlantis er wel hebben uitgezien? The continent of Atlantis, so great an area of land....

(*) Lp van de Kreuners, getiteld: Er zijn geen Alpen in de Pyreneeën.





  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post162

Op weg naar Portugal dag 1

Zes dagen onderwegPosted by Eddy De Saedeleer 25 Jun, 2017 19:22

Onderweg op vier wielen.


Zwerven door Europa met de auto. Niet à la ‘On the road’, zoals dat in de beatnik tijd het geval was, maar gewoon als alternatief voor de stalen vogels waar ik vijftig jaar geleden een passie voor had. Een zomer lang telden we toen de caravelles, de DC10en en Boeings die dagelijks boven onze hoofden hun zelfde parcours aflegden. Wanneer we geluk hadden zagen we op een blauwe maandag zelfs onze eigenste Red Devils voorbij scheren. Het was de tijd dat er bijna dagelijks kleine vliegtuigjes in de lucht zaten ‘met een handdoek’ er aan vast. Al kende ik zelf die benaming toen nog niet, want de bedenker van die term moest, 10 jaar later, nog geboren worden. Kleine vliegtuigjes die opstegen op het vliegveld ‘De Kluizen’ in Aalst, met een gesponsorde spandoek er achter. Zoals in ‘newspaper taxis appear on the shore’ in die zelfde fantastische zomer van 67. Grotere vliegtuigen dierven al eens met hun staartrook de naam van een sigarettenmerk, Set om het niet te noemen, in de lucht schrijven. Verdwenen beelden uit onze jeugd, zoals er zoveel verdwenen is, wat wij vooral te danken hebben aan onze over gereglementeerde wereld. In juli 67 beleefden we bij het tellen, eigenlijk was het spotten, maar die term moest nog uitgevonden worden, enkele hoogdagen toen we met de fiets naar Hofstade Bad fietsten. Over dat domein vloog nl, om de paar minuten wel een of ander lijnvliegtuig. Wie ooit wat verderop Werchter bezocht, kent het fenomeen.

Maar vliegen nee, niet aan mij besteed. In de wereld van vandaag, sta je het ene ogenblik in de zon, een paar duizend kilometer van huis, en enkele uren later loop je door Amsterdam in de regen. En ook al noemt men dit reizen, het heeft er vooralsnog weinig meer met te maken. Een beetje zoals het brood dat je eet, en dat veeleer lijkt op gebakken lucht.

Reizen doe je zoals het hoort: je beweegt van punt A naar B, en je neemt er de tijd en ook de ongemakken bij. Maar vooral ook de verhalen die je onderweg meemaakt.

Neem nu die zes dagen in 2016 op weg naar en van Portugal, of wat later naar en terug van Oekraïne, of het zoemen over de A5 ergens in Noord-Wales ergens tussen Londen en Dublin. Het traject waarvoor de A5 lang geleden werd “uitgevonden”.

Op weg naar Solar do Morgadio te Santa Comba Dão in Portugal.

Dag 1

Het is nog maar net na half elf als ik even voor Amiens stop langs de snelweg bij een van die Franse 'resto stops'. Het is er eentje waar in het gebouw ook enkele 'minimarkets' gehuisvest zijn. Betalen voor je plasbeurt hoeft zelfs niet. Missschien moet Europa dit ook nog regelen: de maximumprijs van een toiletbezoek. Moet kunnen nu de Engelsen er over enkele jaren niet meer bij gaan horen. Ik merk dat er door het toepassen van een eigenaardige combi kraan, waar zowel water als hete lucht uitkomt, wordt bespaard op handdoeken en wegwerppapier. De koffie wordt er geschonken in behoorlijk grote tassen. Iets wat ik niet verwacht van traditionele franse restaurantuitbaters, en dus derhalve besluit dat dit alles weinig met franse restaurants of keukens te maken heeft. Naar het ernaast gelegen Ibis hotel, zie ik toeristen lopen, een beker koffie in de hand. Ze zien er echt Amerikaans uit, wat er op wijst dat de mondialisering ook in Frankrijk langs de autowegen heeft toegeslagen. De wereld rond reizen, en blijkbaar toch besparen op een tas koffie? Een beredeneerde besparing, en spreiding van de pensioenmiddelen om toch nog een stukje van de wereld bereizen? De wifi verbindingen zijn gratis, maar quasi niet te gebruiken, omdat ze van een bijzonder lage kwaliteit zijn en het hopeloos is om in een verbinding te slagen. We zullen onze e-mails dan maar wat later doornemen.

Terwijl ik over het asfalt glij, flitsen behoorlijk wat gekende plaatsnamen voorbij. St Quentin en Noyon, bekende namen voor de Vlaamse duivenliefhebbers. Plaatsen waar vandaag zelfs geen simpele duif wordt gelost, want de lucht is er vogelvrij. Soissons... zouden ze de gebroken vaas, waarover meester Luc het in het derde studiejaar had, nu al volledig terug in elkaar hebben gepuzzeld? Dit zou toch moeten kunnen in tijden waarin 'colle tout' alles lijmt.

Radio Een houdt mij nog gezelschap tot helemaal beneden in de vallei van de Somme. Bij de wat fanatiekere landgenoten bekend als de Zomme. Er zijn er ooit geweest die daar met moeite over geraakten, weten we uit de geschiedenisboeken.

Voorbij de Oise naderen we park Asterickx. Zo weten we ook weer dat we in Gallië reizen. Na 276 km bereik ik eindelijk het Ile de France. We zitten binnen een afstand van 25 km van het centrum van de lichtstad, en nergens een Eiffeltoren te bespeuren. Ze zullen hem toch niet hebben binnen gezet uit vrees voor....

Parijs, de door vele landgenoten gevreesde périferique, de passage langs Bercy, waar rockers als Springsteen of McCartney al eens durven aantreden in het sportstadion. Nog ongeveer 6,5 km verder karren in zuidelijke richting naar de Porte d'Ivry, en dan gehaat het als door een poort, verbeeld ik mij, richting Versailles. Geen tijd voor bezoeken aan paleizen, noch aan Zonnekoningen, want het loopt naar halftwee. Tijd om een tweede plas pitstop in te lassen en de meegenomen broodjes aan te snijden.

Ook hier is de plasruimte optimaal verzorgd en geheel gratuit. Misschien moet ik toch overwegen om bij ons een facebook campagne te starten: 'Ikwilpissenveurniet' of zoiets, of is dit geen goed idee? Laat ons besluiten dat er in onze buurlanden meer aandacht wordt geschonken aan de plassende medemens. Een wijs besluit van iemand die nog niet zo lang geleden lid is geworden van de Geraardsbergse broederschap van Manneke Pis.

Via enkele scherpe bochten richten we ons verder zuidwaarts richting Orleans en Bordeaux. Chartres, daar kom ik nog nog terug, want ik wil die kathedraal toch ooit nog met eigen ogen bewonderen. Mr google leerde ons dat het vanaf Parijs nog dik 500 km karren wordt om de ingeplande campsite bij Montignac te bereiken. Maar al zeer snel kom ik tot de vaststelling dat Mr google de natuurelementen niet echt kent.

Orleans en dat zullen we geweten hebben, zal mij nog een tijdje heugen. Ik sprak er een franse flic, en dat gesprek ging niet over Jeanne D'Arc, maar over hoe ik na 100 km zoeken rond Orleans eindelijk weer de A10 ergens op zou kunnen rijden.

Reden: op een gegeven ogenblik werd iedereen van de snelweg gestuurd, om een onbekende reden. Gevolg, alle trucks en ander verkeer wijkt uit naar de vroegere baan naar Orleans. Iedereen begint naar de optimale sluiproute te zoeken. En dat wil de lokale politie nu net voorkomen. Overal zijn ze prominent aanwezig, met een wijzende vinger, die eender welke richting aangeeft behalve Montignac, al zal het daarvoor nog wat ver geweest zijn.

Zij beschermen hun burgers tegen meterslange trucks en ander doorgaand verkeer. No way door het mooie Orleans zullen we niet rijden. Alles slibt uiteraard dicht.

Het duurde tot ik uiteindelijk zoals reeds aangegeven een vriendelijke flic vond op een kruispunt, en daar te horen kreeg dat ik voor Le Sud, best naar Baccon kon rijden, om daar ergens links terug de snelweg te vinden.

Het avontuur kostte mij enkele uren waardoor mijn geplande bestemming, een campsite bij een watermolen, goed 150 km verder nu wel heel ver weg lag.

In de buurt van Poitiers laat ik Garmin voor mij even uitzoeken waar er een bloemenrijke campsite te vinden is, en zie ik kom terecht in Cyr, bij Beauchamps. Het was druilerig weer, maar gelukkig zonder regen en een heerlijke 18 graden.

Tijd zat dus, om tentje op te zetten, en wat avondeten te bereiden, want het was pas 20 uur.

Uiteindelijk won ik nog een paar uur reistijd door op een gegeven ogenblik, de weg naar Bordeaux te nemen in plaats van die naar Montignac. De molen en de geplande campsite worden verschoven naar latere datum. De reiziger moet flexibel kunnen zijn.

Frankrijk staat uiteraard ook voor goede snelwegen maar toch vooral voor ettelijke payages. Tenminste wanneer je snelheid prefereert boven sightseeing.

Een avondwandelingetje over de camping, leerde mij dat ik mij vlakbij een leuk meer, genre Overmere Donk bevond, naast een mooi zwembad, en een nu gesloten cafetaria. Allemaal dingen die niet besteed zijn aan passage clienten zoals ik, of het koppel Nederlanders dat pal achter mij eveneens hun tentje had opgeslagen.

Gelukkig kon ik mij op het terras verdiepen in het beantwoorden van wat mails, want er was wifi. De reiziger was thuis.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post161