Sadeler's blog

Sadeler's blog

Sadeler's Blog

Weetjes, onthaastingsnieuws, classic rock tracks, wat schaft de ipod, fietsen in de Denderstreek, en wat molennieuws...
--------------------------------------------------------
windmolens, de kruiskoutermolen, Facebook
--------------------------------------------------------
Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Geïnteresseerd? Contacteer ons.

Robert Plant 40 jaar on the road.

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 21 Feb, 2018 19:22

Eens je wat ouder wordt verwacht men niet enkel dat je je lot draagt, maar bovendien dat je daarnaast ook nog een buketlist meesleurt, met al die dingen waar je ooit wel eens van droomde, maar nooit de tijd voor nam. Heel duidelijk staat hier ‘nam’ en niet had, want ieder van ons heeft echt wel de tijd voor alles. Je hoeft het enkel echt te willen. En of dit nu bijv. reizen betreft, of uit een vliegmasjien springen maakt weinig uit. Zijn het gelukkige mensen die niet over een bucketlist beschikken? Ik zou het niet weten. De ene wil ooit eens op de Eiffeltoren staan, de ander dan weer zwemmen in de Mississippi, of wandelen op Vuurland. Hoe haalbaarder hoe meer kans dat je ooit een en ander kunt afstrepen.

Zo had ik vorig jaar begin december ‘een concert bijwonen in de Royal Albert Hall’ kunnen wegstrepen, had ik verdomme geweten dat het plaatsvond. Neen dus. Bon, niet getreurd, we zullen ons dan maar laven aan het album dat er gedeeltelijk ten gehore werd gebracht door Robert Plant.


X,Y of Z is een Britse zanger, enz... enz.... kom je vaak als openingszin tegen in artikelen wanneer je informatie zoekt over jouw “favoriete” pop- of rockster. Regelrecht gekopieerd en geplakt uit een Wikipedia artikel. Vaak inclusief onwaarheden, die dankzij deze techniek, zich voor eeuwig en drie dagen nestelen in de uithoeken van het wereldwijde web. Er valt niet veel tegen te doen, behalve misschien een spelletje ‘mens erger je niet’ spelen.


Robert Plant heeft zeer recent een nieuwe plaat losgelaten op de wereld. Maanden op voorhand aangekondigd, of net niet aangekondigd, via een sluwe marketingtechniek, die voornamelijk de pers deed likkebaarden, want zij zagen er tekens van God in, ergens op de Stairway to Heaven, wuivend naar Jimmy Page en John-Paul Jones, om eindelijk Led Zeppelin weer op de rails te zetten. Helaas, nu al tien jaar na 2007 en het O2 evenement voor Ahmed Ertegun bleek het kanonschot een losse flodder. Leperds wisten te vertellen dat in het najaar in Amerika op het Dessertfestival Jason Bonham en zijn band stonden geprogrammeerd, en dat dit vast een ‘cover up’ was van de geplande verschijning van Zep. Helaas.


Eenmaal het duidelijk was dat Robert Plant enkel zijn nieuwste worp aan het promoten was, haakte de persmeute af, en naar hoe het verder verliep op het Dessert festival hebben we het raden. De CD van Plant werd door pers en publiek ontvangen zoals dat tegenwoordig gaat met releases van de “oudere” generatie: twee dagen aandacht, ergens een kolommetje op bladzijde veertien in een muziekblad. Al mag RP niet klagen want de sporadische interviews die hij gaf, werden toch hier en daar gepubliceerd in de gespecialiseerde pers. Jawel zelfs hier te lande schonk Humo er aandacht aan.


Plant verdient meer aandacht.

Hij behoort tot die groep van muzikanten die zich op het muzikale pad begaven om onder andere te ontsnappen aan een oersaai leven. Beatles en Stones en anderen gingen hem voor op dat pad. Beoefende jobs als stratenmaker, of helper in een winkel of assistent bij een grafdelver (Stewart), of op Sheffield Steel’s wijze stalen buizen lassen (Cocker), dreven een aantal jongeren ertoe aansluiting te zoeken bij een of ander beat- of bluesbandje.

Net als Rod Stewart, David Bowie, en nog enkele andere had Robert Plant in de zomer van 68 al een leven achter de rug in de “business”. Plaatjes opgenomen, solo of in groepsverband, en dat zelfs bij gerenommeerde platenlabels als CBS. Lag het aan de kwaliteit van de nummers? Lag het aan het verkeerd pluggen bij pers en radio van deze singletjes? Of lag het aan het belachelijk Dave Dee, Dozy, Beaky Mick & Tich kapsel van onze held, verkopen deden deze 45 toertjes voor geen meter. Wie zelf wil vaststellen hoe goed of matig Robert Plant klonk, moet zich zijn compilatie cd ‘Sixty Six to Timbuktu’ aanschaffen. Daarop vind je materiaal van halverwege de jaren zestig, van o.a. Listen (waar hij deel van uitmaakte) en RP solo materiaal.

Dat zowel Stewart als Bowie die hetzelfde pad als Plant bewandelden en o.a. bij Decca singletjes uitbrachten, het uiteindelijk maakten is toe te schrijven aan het feit dat zij enerzijds ouders hadden, die hen niet verplichten om toch maar naar de fabriek te trekken, en anderzijds dat zij zich in Swinging Londen af en toe lieten opvallen, waardoor hun namen ergens bleven hangen, tot zij doorgespeeld werden aan een producer of manager die uiteindelijk wel potentieel zag in die gasten.


De nog onbekende Plant, de blues liefhebber, treedt in de sporen van o.a. Jagger wanneer hij de micro hanteert tijdens optredens van Alexis Korner en zijn bluesband. Iets wat o.a. Mick Jagger hem voordeed. Plant mag van geluk spreken dat ene Terry Reid, in die dagen, wanneer hij niet zelf optrad dezelfde clubs aandeed, en gecharmeerd was van Robert’s stem. Elke Led Zeppelin fan kent het verhaal van hoe RP bij Led Zeppelin terechtkwam. Led Zeppelin: een merkwaardige combinatie van twee Londense sessiemuzikanten en twee “boerenlullen” uit de Black Country in de Midlands, waarvoor de wereld door de knieën ging.


In een notendop.

Jimmy Page die na een initiële weigering (Jeff Beck hapte toen wel toe), uiteindelijk in de tweede helft van de sixties toch bij de Yardbirds gaat spelen, omdat er een plaats van bassist vacant was, eindigt er zijn carrière, waarbij hij eigenaar wordt van de naam van een “lege” groep, samen met een reeks nog af te werken concerten. Page, zoekt samen met manager Peter Grant, naar nieuwe muzikanten om de lege plaatsen op te vullen.

Enkele jaren eerder nam hij samen met Beck, en groepsleden van de o.a. De Who Beck’s Bolero op, en dat was de sound die hij ambieerde. En om dat te bereiken waren topmuzikanten nodig, of zoals later zal blijken mannen die “toch enigszins leken” op die mannen die hij eerst in gedachten had. Keith Moon drummer en John Entwistle bassist van de Who, aangevuld met de zanger/gitarist van de Small Faces, Steve Marriott, waren de namen die op een of ander ogenblik op zijn initieel verlanglijstje stonden. Zowel de Who, met sterke man Pete Townshend, als de Small Faces zaten in een bijzonder sterke houdgreep van hun management. In het geval van Steve Marriott was het duidelijk: het management liet verstaan dat indien Page nog ooit in de buurt zou komen van hun poulain, hij verder kon spelen op zijn gitaar, maar dan wel met een stel gebroken vingers. Auteur van die boodschap was de vader van Sharon Osbourne. De dochter zal later zelf manager van Ozzy worden. Page zocht en vond een stem die toch wel wat gelijkenis vertoonde met de stem van Steve Marriott. Hij hoefde niet echt ver te zoeken, want Terry Reid zat onder contract bij Micky Most, vriend en compagnon van Peter Grant. Micky Most was zelf een geflopte popster, met uitzondering van de paar jaar succes aan het begin van de jaren zestig, dat hij oogstte in Zuid-Afrika. Most had zich op het managementpad begeven, en scoorde o.a. met de Animals en The House of the Rising Sun een megahit. Later komt daar ook nog Donovan bij, waardoor Donovan op een gegeven ogenblik zelfs zal gekoppeld worden aan Jeff Beck (Zie Barabajagal).


Most was net begonnen met het “lanceren” van de carrière van Terry Reid, iets wat later een groot misverstand bleek te zijn. Het leidde er toe dat Reid besloot om in geen avontuur te stappen, want de Yardbirds, met Page, waren nog slechts een schim van wat ze ooit geweest waren, en vermoedelijk geloofde toentertijd niemand, met uitzondering van Grant, dat Page deze band nog ooit op de rails zou krijgen. Concreet: Reid bedankte voor het aanbod, en suggereerde Robert Plant als een waardige vervanger. En zoals ze zeggen: de rest is History.

Misschien toch nog even dit: Plant zat zelf nog aan een platencontract vast, waardoor op de eerste LP voorzichtig met zijn naam werd omgesprongen. Plant zat overigens in die zelfde periode in een soort van “proefperiode” inclusief betaalcontract, en was helemaal niet zeker dat hij mocht blijven. Wat zou er gebeurd zijn mocht Reid of Marriott zich alsnog hebben bedacht?


Robert Plant beleefde als Percy het engelachtig opperwezen, tussen 68 en 80 zijn carrière hoogtepunt, dansend over vnl. Amerikaanse podia, zwaaiend met de ‘Hammer of the Gods’. Maar niet enkel succes werd zijn deel, ook heel wat miserie daalde over hem heen, bij zoverre zelfs dat men stilaan begin te spreken over een vloek die over LZ heerste. Een vloek die teweeg zou gebracht zijn door Jimmy Page’s verering van het occulte, en zijn aanbidding van Alistair Crowley (*) , van wie hij overigens een vroegere huis (Boleskin House) in Schotland kocht .

Bollocks natuurlijk, maar Plant was na 75 toch nooit meer dezelfde jonge oppergod. Hij kende zelfs een periode, toen Jimmy Page flirtte met sister heroïne, waarin hij af en toe optrad in de Midlands met lokale bands. Het leek wel alsof Led Zeppelin voor hem stilaan een afgesloten hoofdstuk aan het worden was. Een attitude die Page nooit zal kennen.


Omdat de Britse taxatiedienst in 1975 op het punt stond de LZ taart behoorlijk af te romen, besloot het vijftal (Peter Grant mag gerust de vijfde LZ-Beatle genoemd worden), een jaar lang Britse bodem te vermijden en te gaan reizen. Ergens in Griekenland raakten Robert en zijn eega Maureen betrokken in een zwaar auto-ongeval wat hem nagenoeg voor een hele tijd in een rolstoel en vervolgens op krukken deed belanden. Tijdens een van de volgende tournees in de VS kreeg hij het onheilsbericht dat zijn zoontje Karac getroffen was door een zwaar virus. Het kind overleed amper enkele uren later. Led Zeppelin lag in die tweede helft van de seventies opnieuw op apegapen. En het werd nog erger. In een van de Fillmore’s (**) liep een misverstand over het feit dat het zoontje van Grant hardhandig zou zijn aangepakt zo hard uit de hand dat Grant en Bonham er zelfs even in de gevangenis werden gegooid. In hun entourage bevonden zich op dat ogenblik enkele figuren met links naar een wereld waar Zeppelin zich in hun hoogdagen nooit mee zou hebben ingelaten. Of deze feiten mee hebben gespeeld bij Bill Graham, bij zijn besluit om te stoppen met “zijn” Fillmore East- en West rocktempels weten we niet. Wel verklaarde Graham ooit dat het niet meer leuk was omdat het allemaal teveel business was geworden en te weinig nog rond muziek draaide.

Voor Plant zal uiteindelijk het leed nog aangevuld worden in september 1980, toen zijn maat John Bonham, de drummer van de band, dood werd aangetroffen aan de vooravond van repetities voor alweer een Amerikaanse toernee, die er nooit meer kwam. In december 1980 verklaarden alle leden van Led Zeppelin dat ze zonder hun vriend onmogelijk nog verder konden functioneren als band.

Het zal duren tot december 2007, 27 jaar later, eer er nog een eenmalig full concert komt.


Noch John-Paul Jones noch Jimmy Page hadden voor Led Zeppelin een echte solocarrière. Robert Plant is dan ook de enige die al snel in de jaren tachtig de draad opneemt en enkele lp’s uitbrengt. Helaas voor de fans blijkt dit muziek te zijn waarop zij niet echt zitten te wachten. Plant was getransformeerd van een langharige rockgod tot een eigentijds gekapte krullebol (geheel in de stijl van de jaren 80), die muziek uitbracht die mijlenver stond van het LZ repertoire. Best nog te vergelijken met wat Paul McCartney uitvrat met Wings na zijn Beatlejaren. Namelijk de hele wereld tegen jezelf opzetten, door het uitbrengen van een serie “middelmatige” platen.


Toch zal Robert Plant gedurende zijn hele verdere carrière regelmatig terug grijpen naar aparte dingen waarin hij schittert. Bijvoorbeeld al heel vroeg in de jaren tachtig met de Honeydrippers Vol 1 (er moet nog altijd een vervolg komen), een must, waarop hij oude nummers aanpakt, en waar zelfs Page en Jeff Beck even mee aantreden. In 'Sixty Six to Timbuktu' blikt hij terug op zijn carrière en voegt hij er bovendien enkele schitterende nummers aan toe. Het uitstapje met Allison Kraus levert hem zelfs een Grammy Award op. Wat hem nog het dichtste bij Zeppelin bracht was de periode Page-Plant ten tijde van de de MTV unplugged concerten. ‘Walking into Clarksdale’ blijft een erg onderschatte plaat. Eentje dat nog steeds vooraan staat in onze luisterkast.

Het opnieuw de baan op trekken met oud bandleden van de Band of Joy moet hem zeker deugd gedaan hebben. Plant blijft gelukkig een entertainer die niet enkel nieuwe songs baart, maar die ze ook nog steeds graag live brengt, en vooral dan in kleinere locaties zoals ons eigenste Lokeren.

Zijn recentste platen, vanaf 2000, zijn bijna als een geheel te beschouwen en daar zijn de Sensational Space Shifters niet vreemd aan. Plant laat ook duidelijk verstaan dat hij blijft geloven in een versmelting van Keltische muziek, oosterse klanken, rock en blues. Het is precies die mengeling die leidt tot een unieke ‘Plantsound’. Hij schuwt niet langer meer zijn verleden. Het mag al eens klinken zoals ten tijde van LZ, en live sijpelen gelukkig ook regelmatig oude songs door naar de playlist.

De huidige Sensational Space Shifters is een samenraapsel van topmuzikanten die de laatste 25 jaar her en der hun sporen verdienden. Neem nu xxxx de gitarist van Cast, die samen met John Power van de La’s (There she goes) indertijd bij Cast zorgde voor drie heerlijke platen, helemaal in de sixties-who stijl.


We schreven het vroeger al: LZ is voorbij, en een toernee waar iedereen blijft om schreeuwen is eerder een schreeuw naar de eigen jeugd. Plant staat niet meer op een podium, bovenlijf ontbloot, zwaaiend met de microfoon, zijn stem verheffend als ware hij de rockengel zelf, die men in hem zag.

De man is letterlijk teruggekeerd naar zijn roots, en woont terug in de black country in de buurt van Kidderminster, waar hij zich regelmatig vertoont in de lokale pub. Ook in Hay-on-Wey, waar wij regelmatig te vinden zijn bij Haystacks, de lokale platenshop, duikt hij regelmatig op. De artiest die hij gebruikt voor zijn hoes ontwerpen woont er. De buitenmens in Plant is teruggekeerd, en vermoedelijk kan het Londen van Jimmy Page hem vandaag de dag gestolen worden. Valt dit te betreuren? Helemaal niet. Het oeuvre wat hij ons tot nog toe naliet is meer dan het beluisteren waard. Zoek het zelf maar uit.


The May Queen

Dat Robert Plant een songtekst schrijft met als titel The May Queen zal, wie al wat ouder is, aangenaam treffen, want herinneren we ons de May Queen niet uit Stairway to heaven? Voor alle duidelijkheid deze song pretendeert nergens een vervolg te zijn op Stairway to Haven. Het leert ons wel dat Plant, oud of jong; nog steeds met dezelfde dingen bezig is. Dat hij bij wijze van spreken bijna geen haar veranderd is, en dat is maar goed ook. Hij kijkt nog steeds door het venster in de maand mei, en stelt vast dat de meibomen bloeien. Muzikaal is dit een regelrecht vervolg op de songs die hij maakte met de Space Shifters op zijn vorige CD Lullaby and... The Ceaseless Roar uit 2014

New World....

In New World, leren we een en ander over migranten, maar tezelfdertijd rekent RP af met slavernij: 'kneel before the sword', en heeft hij het verder over 'educate the Noble savage...' Een eerste song die gedragen wordt door een wat zompige beat en waarin Justin Adams mag laten horen hoe mooi hij wel gitaar kan spelen.


Season’s song

Een liefdesgedicht over de seizoenen van het leven, over ouder worden, en rust vinden in zijn geboortestreek, over de woestijn in zijn ziel. Over afscheid nemen:... when all is said and done... Plant wandelt door een lieflijk landschap en neemt het leven in ogenschouw.


Dance with you tonight Laat ons nog even dansen voor het te laat is, laat ons de verdwenen klavervelden betreuren. Hier herneemt de band wat ze in New World begonnen. Diezelfde wat zompige beat, als was het om ons duidelijk te maken dat Plant op deze CD een zekere boodschap uitdraagt. Misschien is nog niet alles verloren: kom aan en dans met mij. De vlam brandt nog hevig. Er is nog hoop.


Carving Up The World Again met als ondertitel a wall and not a fence.... Plant laat zijn hart spreken, begeeft zich op politiek pad. Het zal dus wel heel diep zitten, want dit is niet echt van zijn gewoonte. De song opent met: 'De Russen, de Amerikanen, de Britten en de Fransen'... 'ze verscheuren opnieuw de wereld', ... 'a whole lotta posture and little sense'.... En beetje wrang om de woorden whole lotta in dit verband te moeten horen.


In A way with words gaat hij door op hetzelfde elan als eerder in seasons’s song met het betreuren van een wereld die niet meer dezelfde is. Laat mij gerust voor zolang het nog duurt. Loving up a storm (waar kwamen we deze titel nog tegen) now... Many Times I fell from Grace. Once again our world will shake.... persoonlijk (in de trant van Jimmy laat me eindelijk met rust) of kijkt hij toch eerder bitter naar wat zich in de wereld afspeelt? Ingehouden, ingetogen.


Carry Fire. Na een korte stilte, die ons wat herinnert aan het ogenblik dat we de eerste keer Sgt. Peppers omdraaiden, klinkt een wat oosters getint geluid. Al zijn we dit van Robert Plant intussen gewoon geworden, zij het in beperkte mate op dit nieuw album. Het doet ons denken aan een rondedans rond een kampvuur, waarbij dansende indianen het vuur eren. De titelsong van de plaat komt pas aan bod wanneer we ons al halverwege door deze nieuwe worp van RP hebben geworsteld. Een ode aan zijn geboortestreek en de Welsh mountains rond Bron-Y-our, waar hij ooit LZ naar toe leidde?


Bones of Saints. Een aanklacht tegen oorlog, wapens, enz... schepen worden geladen vliegtuigen worden geladen, muren worden opgetrokken, waarbij hij zich afvraagt: 'wie heeft het geld en waar komt het vandaan? Wie koopt de kogels, wie verkoopt de geweren?' Terechte vragen gezongen tegen een refreintje van no, no, no.


Keep it Hid lijkt op het eerste zicht een liefdesliedje, een mamma-baby song, maar pas het toe op de wereld, en de vraag: 'waar ga je schuilen wanneer het koud wordt, wanneer de zon niet meer schijnt' stemt je opnieuw tot nadenken. Terechte song, die enigszins jazzy aanvoelt, met in het midden een mooie gitaarbreak.


Bluebirds over the Mountain. Gedreven traag voorbijglijdende rocksong, die zeker live zal gesmaakt worden.

Het enige nummer waarin hij zich vocaal laat bijstaan door niemand minder dan Chrissy Hynde van de Pretenders. We herinneren ons overigens het nummer uit de natijd van de Beach Boys. Een cover van een Ersel Hickey song uit 1957, ooit nog gecoverd door Ritchie Valens.

Toch alweer een nummer over verlies.


Heaven Sent. Afscheid, the long goodbey, afscheid van iemand van wie je houd.... al wat je nog had willen doen en zeggen, maar helaas.... mijmerend in de wat lome stijl van de great American songbook. Plant laat op deze CD opnieuw zien, dat hij meer met zijn stem aankan dan wat we doorgaans van de engelachtige Percy gewoon zijn.


Dit is geen CD in de Led Zeppelin lijn, geen ellenlange gitaarsolo’s waar sommigen de creeps van krijgen, maar wel een Plant in betere doen tegen een achtergrond van een spaarzaam mooi geborduurde achtergrond van geluiden, die nu eens Keltisch, dan weer werelds en dan weer rockerig klinken. Bij wijlen hoor je de stap van de dinosauriër, en is een glimlach op zijn plaats omdat dit toch fantastische herinneringen oproept.

Een warme oproep aan iedereen die Plant ooit afzwoer in de jaren tachtig: neem de moeite om hem opnieuw in de armen te sluiten. De man maakt nog steeds muziek, waar elke beginnende band alleen maar van kan dromen.


Discografie Robert Plant

Studio albums

Pictures at Eleven (1982)


Live albums



Singles (42 singels in totaal)



(*) Alistair Crowley, was een Brits schrijver en excentriekeling die zich met het occulte bezig hield.

(**) Fillmore East en Fillmore West waren twee rocktemplels waar quasi elke rock of bluesband aan het einde van de jaren 60 en begin 70 speelde. Van heel wat van die concerten bestaan live opnamen die jaren later op CD werden uitgebracht. O.a. Ten Years After.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post174

Elisa Waut 2017 Een portret in een landschap.

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 22 Jan, 2018 00:41

Uitgerekend dit weekend in 2017 mochten wij ons “Ter Kamme” begeven in de prochie van “Wezembeke”, om er te verdwalen in een “Waut” van aangename klanken en sferen....

Foto: lokatie Aalsters stadspark.

Nooit gedacht dat we dit nog zouden mogen smaken. Alhoewel, het album Portraits and Landscapes uit 2015 was mogelijks een subtiele hint naar wat deze woodnymf blonde nog in petto hield. En woodnymf en blond, dat is ze nog altijd, dat leidt geen twijfel. We zijn met zijn allen een stukje ouder geworden, en we verlangen allemaal zo nu en dan naar een flard van onze "jeugd", toen alles nog groener, eenvoudiger of minder gecompliceerd was. Alhoewel, was dat wel zo? Had Elisa Waut het toen ook al niet over Russia? Het lijkt wel of de wereld flashbacked naar de tijd van 35 jaar terug.


Elsje Helewaut en haar naasten nog eens beleven op de avond waarop uitgerekend Donald T. Zich in een wit huis nestelt, en Teresa M. hem vriendelijk toelacht, zal ook wel blijven hangen in onze gedachten.

In een wereld die tot een dorp is verworden, en waar sociale media niet meer weg te denken zijn, kan het nog mooi zijn. Zeker voor wie social media als facebook of twitter verstandig gebruikt, ontdaan van alle nietszeggende reacties op vaak ongelezen artikels die de media dagelijks moeten ophoesten, willen ze overleven. Althans dat lijkt mij toch wat ze denken.


Nu alweer wat maanden geleden "ontdekte" ik Elsje Helewaut op fb, nadat ik ook alweer enige tijd geleden aangenaam verrast werd in de Mediamarkt met een nieuwe Elisa Waut CD. Het deed nog meer plezier vast te stellen dat het de artieste zelf was die facebookte in tegenstelling tot sommige andere sterren die zich hierin laten bijstaan door een of ander sujet, dat niets om handen heeft en dan maar wat nietszeggende reacties post op berichten van de "fans".

En het werd nog mooier, toen bleek dat de band zich ook nog eens “ter podium” zou begeven. Slechts enkele sporadische optredens, waaruit ik met graagte de passage in de Kam te Wezembeek selecteerde.

De Kam, Ik kwam er vroeger wel eens op vrijdagavond toen daar maandelijks een aantal IBM'ers vergaderden, die elkander de knepen van OS/2 aanleerden. Het heeft helaas niet geholpen en het beste Operating System ter wereld is dan ook ter ziele gegaan. Al denk ik ook nog met graagte terug aan die keer dat ik met een van mijn toen nog jonge zonen (op een nog niet volgroeide fiets) de volledige gordel peddelde. Op de binnenkoer van de Kam, die fungeerde als aan een van de aan te doen haltes, speelden de Romantics oude Shadows hits. Wie zich in muziek interesseert ontdekt vaak op de meest onverwachte plaatsen mooie dingen.


Dat men uitgerekend dit sfeervol zaaltje uitkoos voor twee uur sfeer, twee uur wegdromen, twee uur zich wentelen in heerlijke muziek, koesteren, genieten van een heel wat rijpere versie van Elisa Waut, daar konden we geen neen tegen zeggen. Beter dan we hen ooit mochten meemaken. Dit optreden zovele jaren later, na, onze eerste kennismaking in een Beverse spiegeltent, wordt bijgeschreven bij een handvol andere mooie momenten.


De band bestaat nog steeds uit Elsje en Chery Derycke (backingzang) en broer Hans Helewaut. Hans bespeelt, vermoeden we, zowat elk denkbaar instrument, en dit met verve. Bovendien leerden we hem intussen ook CD-gewijs kennen via zijn jazzuitstapjes. Aangevuld met gitaar, bas en orgel, bespeeld door een stel jongere goed uitgekozen muzikanten, was dit een mooi podiumvullend gezelschap. Elisa Waut, de groep bestond voor dit optreden uit, Elsje, Chery en Hans, aangevuld met Vincent Pierins op bas , Steven de Smedt op gitaar , Benjamin Jacobs toetsen, en drummer Michaël de Greef.


Al zullen uiteraard velen in de eerste plaats bewonderend hebben gekeken naar de hoog gehakte in een wervelend kleedje gestoken blonde bosnimf. De nummers werden ondersteund door geprojecteerde beelden, soms uit oude clips, soms gewoon uit de natuur geplukt. Verschillende nummers kregen nog wat meer betekenis, omdat we nu weten, waar of voor wie ze werden geschreven dankzij de vakkundige introducties door de zangeres. U vraagt zich natuurlijk af, welke hapjes ons werden voorgeschoteld? Uit een rijk gevulde carrière werd een heel herkenbare set geplukt, ook met aandacht voor het nieuwe materiaal, waar u vast en zeker naar op zoek moet gaan. Inderdaad, zoeken, want onze radiostations, en vooral het jongere grut dat er ongegeneerd de laatste digitale riedels mag in onze richting schuiven, weet niet meer van Elisa Waut. Tevergeefs blader je door 'den umo', toch het blad van de Rock Rally, waar ze meer dan waarschijnlijk ook niet meer echt goed weten wie er ooit het ereschavot mocht beklimmen (*). Juist ja.

Aangenaam verrast waren wij ook door twee nummers die nu voor het eerst live konden gesmaakt worden: de Turalura bijdrage: 'Doe, doe het niet meer', en 'Sailers don't cry', wat ze samen maakte met RVHG, voor de gelijknamige film van Mark Didden.

Uiteraard waren er de klassiekers: Four Times More (verdient het zeker om met dit nieuwe arrangement heruitgebracht te worden), Russia, After Today, Vanilla, en het aan een ‘droeve postzegel’ opgedragen Sad King. Materiaal uit hun nu helaas nog moeilijk te vinden vinylplaten en CD's.

Toch werd er ook geput uit hun laatste drie cd's, waarvan vooral de eerste twee uit de spiritueel bevlogen periode van Elsje komen. Hun laatste uit 2015 sluit opnieuw meer aan bij de Elisa Waut die de meesten onder ons beter kennen. Maar ook helaas deze CD is via de reguliere platenzaken, voor zover die er nog zijn, amper nog te vinden. Radio en TV hebben blijkbaar enkel nog oog voor Elsje, op die ogenblikken wanneer ze het over een totaal andere problematiek heeft. Jammer want op die manier mist de goegemeente een brok beklijvende muziek. (**)


Bij gelegenheid duik ik nog in mijn RV archieven, en laat ik iedereen meegenieten van een toenmalig interview uit de vroege jaren tachtig. (***)


Overigens is het niet enkel Elisa Waut, die hier bij ons de betere muziek van de jaren tachtig laat herleven. Ook Lavvi Ebbel werd nieuw leven in geblazen door Cas Van der Taelen, die we vorig jaar geweldig uit zijn bol zagen gaan tijdens de viering van William Souffreau 70, en die nu bijgestaan wordt door Kloot Perwez, ook al een van de 'tachtigers'. De Aalsterse band Isopoda, goed voor twee schitterende progrock albums, treedt ook opnieuw af en toe aan, en denkt zelfs aan nieuw werk. Al even Aalsters en ook weer van de partij, met een nieuwe CD, is John Woolley, deze keer als John’s Sons. Op 24 maart live te aanschouwen in De Brug te Aalst. Er zullen er nog welk meer zijn, die tegen de pensioenleeftijd aanschurken en die het voelen kriebelen, wat voor ons alleen maar mooi meegenomen is.


Volg Elsje Helewaut op facebook, of loop even binnen in de Ark van Zarren, misschien zingt ze wel voor jou de pannen van het dak.... of vertelt zij jou dat er meer optredens komen. Hint, hint, hint......



(*) Humo's rock rally bestaat intussen 40 jaar. Elisa Waut was ooit de vierde winnaar in 1984.

(**) Herbekijken de VRT uitzending hier.

(***) Rode Vaan interview.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post173

Ode aan Gizelle

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 19 Dec, 2017 00:05

2016 A winter’s day, in a deep and dark december.


Yoko brought her walrus, everyone was there. I went to a garden party.....

Oesje verkeerd feestje aan het beschrijven. Ik ging dus naar een "verjaardagspartijtje" van vergelijkbaar kaliber; een evenement dat we niet dikwijls meer zullen meemaken.

De plaasteren Sint Jozef buiten aan de naar hem genoemde zaal bekeek ons nog even argwanend, maar we mochten kennis maken met 'Father Christmas' die, ons wat bijhorende attributen aanmat en een plaatje schoot. Binnen had Gizelle er voor gezorgd dat de nodige vissen en broden, om te vermenigvuldigen, aanwezig waren, en dat er meer dan voldoende water in wijn werd omgezet. Wat zeg ik zelfs in Blauwe Chimay. De tijden veranderen.

Vrienden, collega's, Amberiens, maar vooral familie, veel familie beleefde er de avond van zijn of haar leven.

Het moet gezegd de 'voortbrengselen' van aartsvader Pieter De Schepper, moeten zich ooit naar voor gewurmd hebben in die rijen waar ze de keelgaten en handige vingers uitdeelden.

We waren er al enigszins op voorbereid door het genealogisch onderzoek dat Gizelle verricht had, en waarin ze het DNA van haar muzikale familie toelichtte. Heden en verleden netjes op een rijtje gezet. Jong en oud samengebracht op een winterse decemberavond. A winters day, in a deep and dark december... Paul Simon had het niet mooier kunnen verwoorden.

Om te beginnen een band, de Ashels, waarvan ik de naam al jaaaaaaaaren ken, maar waarvan ik nooit een optreden bijwoonde. Zelf heb ik jaren lang het woord ashel gebruikt, wanneer ik het had over.... ja juist nen ashel, zal ik maar zeggen. Door onze flagrante taalverarming is er nog amper iemand van onze afstammelingen die weet wat nen achel is, en nee, het is geen foute schrijfwijze van een asshole, alhoewel, nen ashel...... (*)

Het was nog vroeg op de avond voor het publiek om zich nu al boombal-gewijs op de tonen van een draailier richting dansvloer te begeven. De dansvloer was overigens nog bezet mrt stoeltjes, wat het een stuk makkelijker maakte om een luisterend oor te bieden voor dit Schepper-dna. Broers en neven, kleinkinderen van Pieter.

Dat er uit het talent van deze Ashels, nog meer talent werd geboren, lag in de lijn der verwachting. Het jeugdig entoesiasme van deze jonge bende waarbij twee engelenstemmen geflankeerd werden door een gitarist en een saxofonist werkte aanstekelijk. Zii doken in de wereld van Zuid-Amerikaanse ritmes en wisselden af met franse jazz van Gainsbourg en Melanie Gardot.

Gizelle kondigde dit Quarteto Miradouro. (Jazz/latino) aan als volgt: 'De Broers en zussen Ambroos, Florian (Bogus), Mira en Elisa De Schepper besloten vorig jaar om hun muzikale talenten eens te bundelen. Het resultaat is een mix van jazz, funk, bossa nova en rumba muziek. Met sax en gitaar begeleiden de broers hun zingende zussen.' (**) En dat klopte....


Isopoda de “legendarische” progrockband (symfonische rock) uit Aalst werd opgericht in 1974 en bracht 2 albums uit: Acrostichon (’78) en Taking Root (’81). Daarnaast verscheen in ’79 ook nog de single “You Flower”. Naast originele leden Dirk en Arnold De Schepper is ook hier een 'next generation' aangetreden in de vorm van drie zonen van Arnold. Aangevuld met een van hun vrienden.

Isopoda, verraste met nu al een derde optreden dit jaar, waarbij het vooral opviel dat, mogelijks gezien het thuispubliek, het er iets minder stressie aan toeging, bij de twee "ouderlingen" in de band. De klank zat goed, de songkeuze was in orde. Wij blijven het een hele heksentoer vinden dat de kinderen van Arnold, toch maar met hun 'ouwe' en hun nonkel een podium, delen, en dan bovendien nog progrock van jawel kindjes, dik 40 jaar geleden brengen. Een prestatie, die navolging verdient.

Te noteren beeld van de avond: Isopoda die zich aan de Beatles klassieker G(m)iz(ch)elle' wagen, en een genietend koppel op de dansvloer. Merry Xmas baby.

In Tigerhorse treffen we Pieter en Jonas De Meester, kinderen van Guido, en bijgevolg achterkleinkinderen van de stamvader. Zij begonnen hun carrière in de folkband Aedo, waarmee ze ooit nog op de planken van de Werf te Aalst stonden. Dat ze hier nu wat uit het oog verloren zijn zal wel te maken hebben met hun verkassen naar het Gentse.

Eigenlijk is Tigerhorse een nevenproject van het bekendere King Dalton. Mag ik hier even Gizelle citeren die ons lokte met de volgende teaser: 'Verwacht u aan swampy "funkfolkblues" recht uit het hart die terug naar de essentie grijpt, puur en onversneden. De electrische gitaar klinkt zwoel en exotisch als een tijger, de basgitaar krachtig en elegant als een paard. De stemmen van de broers worden vervoegd door Ilse Cottenie en zorgen voor een zalige samenzang. De percussie met "feetdrums" zorgt voor een extra opzwepende drive, en maakt TigerHorse tot een ware sensatie, waar je absoluut niet stil op kan blijven staan! Tigerhorse heeft een uiterst unieke sound, die tot het maximum wordt gedreven.' (**)

Tigerhorse, was de voor ons grote onbekende die na Isopoda mocht aantreden als hoofdact van het DNA gedeelte, wat het allemaal nog spannender maakte. De band verraste menigeen. Hoorden we tijdens een plaspauze niet iemand zeggen: 'da klinkt zoals de Daltons'. Bosj op want de broers De Meester hebben met Tigerhorse een waardig nevenproject opgezet binnen King Dalton. Aantreden zonder vierde man, een drummer, en dan maar het drumstel verdelen en zelf bespelen. Een gimmick was het niet, want het klonk echt mooi. Hun set deed bijwijlen denken aan Tony Joe White en de geluiden van de swamp delta in het zuiden van de USA.


De klok tikte rustig verder, en dat het al laat begon te worden, merkte gelukkig niemand op. We hadden de kers op de taart nog tegoed, en die kwam niet uit het DNA van de Schepper. In pure navolging van wat de Stones recent presteerden, werd er een stevige brok blues aangesneden door de Night Time Heroes. De band van Peter Bronder en smoelschuivende virtuoos Karel Meganck, die we ons nog herinneren van hun passage afgelopen april, ter meerdere eer en glorie van ene William, mochten hier de pannen van het dak spelen. En dat ze er zin in hadden, om Gizelle, de verjaardag aller verjaardagen te schenken kon iedereen zien, die tussen de blauwe Chimay door al eens een pintje of een watertje dronk. Een onstuimige zanger die meerdere keren het podium verliet om zich tussen het dansend publiek te begeven liet ons toe, om ons heel even in de Londense Marquee, de Twisted Wheel in Manchester of op een Northern Soul party in Wigan's Casino te wanen. Met een stomend Steamy Windows werd, er voor een zoveelste bis gezorgd, want toegegeven niemand wou dat het stopte.

Meer van dat. En een rondje applaus voor de organisator van dit feestje, die haar strepen al meer dan verdiende tijdens Pallieter en Amber fuiven.

Voesjdoen..... en zoals de Engelsen het zo piekfijn zeggen: many happy returns......

(*) https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Ashels

(**) Gizelle's aankondiging via facebook voor de genodigden.





  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post170

Isopoda

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 09 Oct, 2016 18:18

18 Juni 2016 trad Isopda nog een keer in de spotlights in JC De Kuip in Ninove. We kunnen het tot vervelens toe herhalen, maar al wie er om god weet welke reden niet bij was, heeft uiteraard weer eens ongelijk gehad. Bovendien vragen we ons terecht af: krijgen we later nog meer kansen, of 'is the dream over'? Al wie in 2007 dacht dat Led Zeppelin opnieuw de wereld voor een paar jaar zou gaan onveilig maken, zal vermoedelijk nog altijd thuis achter zijn 'stoofken' zitten schilderen, om het enigszins beeldend uit te drukken.

Eerste indruk over het concert van Isopda in Ninove: amaai nu reeds het laatste nummer? Het was ons helemaal ontgaan dat ze toen al meer dan een dik uur bezig waren. Time flies when you are having fun.

Shame on us, Isopda, mocht ons dan wel bekend zijn, nooit ondernamen we een poging om ze te beluisteren, laat staan naar een concert te gaan. Je bent jong en je wil je 'streetcredibility' niet op het spel zetten. Om te beginnen hoorde het als 'volgeling' van Humo en meer bepaald Marc Didden niet om symfonische rock goed te vinden. Genesis, en aanverwante, dat was iets voor de 'snobistische Walen', die zelfs voor een cloon van eigen bodem hadden gezorgd in de vorm van Machiavel. Isopda hoorde voor ons in hetzelfde rijtje thuis. In die dagen treurden wij hier in het Aalsterse nog te veel om het ter ziele gegane Irish Coffee waarvoor niemand direct een opvolger zag.

Vanaf de late jaren zeventig, tot een eind in de tachtihger jaren werden wij begeesterd door New-Wave, Springsteen, Ramones en aanverwante. Helaas voor ons was Isopoda, toen wij weer met beide voeten op de grond stonden, grotendeels van het Aalsterse voorplan verdwenen. Er braken barre tijden aan.

Later in je leven stel je vast dat ouder worden ook enkele voordelen met zich brengt: street-credibility hoeft niet meer zonodig. Je geest verruimt (jawel ook zonder middelen), je ontdekt stilaan dat de roots van alle muziek wel heel dicht bij elkaar liggen. Ook de dagen waarop men bands als Emerson Lake and Palmer, Yes, Genesis of Jethro Tull uitgespuwde zijn lang voorbij.

De passages van Peter Gabriel op Rock Werchter, en de erbij horende voortreffelijke albums uit die dagen openden deuren voor ons naar de kelders van de muziek waarin zich o.a. Genesis' The Lamb lies down on Broadway bevonden. Platen die er nu, veertig jaar na datum, nog steeds staan als een huis.

Drie jaar geleden trad in de Werf, tijdens een avond met Aalsterse bands naast Irish Coffee, John Woolley & Just Born, Lavvi Ebbel, ook Isopoda aan, en dat beviel. Net als overigens het herbeluisteren van enkele van hun LP tracks. De hernieuwde belangstelling voor vinyl bracht ook de LP Raaarlst in de belangstelling. Een plaat ooit opgenomen in de Just Born studio in Mere en geproduced door Luc Ardyns en William Souffreau waarop wij ooit voor het eerst kennis maakten met Isopoda. Hun twee reguliere verschenen albums waren toen al lang niet meer voorhanden in de shops.

Geen wonder dus dat we ons voor de avond in Ninove enigszins afborstelden, en ons met hetzelf geprinte ticket, inclusief streepjescode (wow wat professioneel), richting 'oudste en stoutste stad' van het land begaven.

Wij keken toe en zagen dat het goed was. De band vloog er al direct in met mogelijks hun bekendste nummer Acrostichon.

Een band die vooral uit Scheppers bestaat. Oudgedienden van het eerste uur Arnold en Dirk, aangevuld met het kroost van Arnold en een bevriende virtuoze jonge toetsenist.

Isopoda koos voor dit benefietconcert voor de muziek. Theatrale toestanden uit de jaren zeventig bleven achterwege. Dat de optie om naast de twee oude getrouwen jongere muzikanten te gebruiken een goed idee is, mocht blijken, al viel het ons wat tegen dat de jeugd tussen het publiek toch minder aandachtig bij de les was, dan het publiek van weleer.

World in Motion, het zegt u waarschijnlijk niet veel, maar het is een album van Fossil Evolution, de band die Arnold De Schepper opzetten met zijn drie zoons en een vriend van een van hen. Deze band uitbouwen zou wel eens in de weg kunnen staan van meer Isopoda optredens. Al mogen ze voor ons de Aalsterse podia af en toe betreden.

Wie er was, genoot van dit uniek stukje erfgoed. We hoorden sommigen zelfs verklaren dat de stem van zanger Dirk er op verbeterd is, en vooral dat deze set veel beter klonk, dan Isopda ooit geklonken heeft in de seventies. Al zal de moderne techniek, ons collectief slecht geheugen, en nostalgie hier ook wel voor iets tussen gezeten hebben.

Het was mooi. Wij hopen op meer. Een Amber Reunie Concert in de toekomst?

En hopen helpt blijkbaar, want op 30 oktober, precies vier jaar na hun passage in de Werf doen ze Aalst nog een keer aan. Met zijn allen naar de Houtmarkt, voor een avondje genieten.

In de setlist herkenden we

Acrostichon

Endless Streets

The Usual Start

Taking Root

Watch The Daylight Shine

Considering

Bis: The muse (akoestisch) en opgedragen aan de 'missus' van A. De Schepper.



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post152

Van Morrison: een glorieuze avond.

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 16 Aug, 2016 13:00

Was het niet dat er al enkele dagen regen was aangekondigd, we zouden het niet geloofd hebben, maar die dinsdagavond was het vooral 'A marvelous night for a Moondance'. Lokeren heeft het geweten, 'ridder Van de Man' kwam langs, met in zijn kielzog de meest doorgewinterde muzikanten die we de laatste tijd aan het werk zagen. (c) foto: Herwig Goeman

Een kleine balans vooraf. Jezus was in enkele nummers aanwezig, een erfenisje van het tijdelijk gefrequenteer met Brits oerpopidool Cliff Richard. Het publiek kreeg nauwelijks de tijd om in de handen te klappen. Het leek alsof Van, verstopt achter een donkere bril, het allang goed vond, en dat hij vooral niet wenste te treuzelen. Hij heeft een knorrig imago, dat is bekend, waar hier echter niets van te merken was. Het is zoals hij zelf zingt: 'laat mij mijn werk doen en voor de rest, donder op'. Van Morrison mag dan de grootse muzikale verhalenverteller, deze kant van de grote plas, zijn, het blijft net zo goed een laadbak rocker. In Lokeren bracht hij een mooie staalkaart uit een oeuvre van om en bij de veertig albums.

Bon daarmee hebben we als inleiding kort aangestipt, wat in elke concertrecensie van een Morrison optreden thuishoort, en kunnen we dus vanaf nu beginnen met de loftrompet te steken.

Dit was zowaar een avond gevuld met greatest hits uit het repertoire van Van Morrison, al zijn de 'echte' hits uiteraard schaars in zijn carriere. De man heeft zoveel nummers dat er uiteraard niets anders opzit dan te selecteren, en van die taak heeft hij zich voor dit concert behoorlijk gekweten. DRIE nummers van Them brengen op een avond, zegt reeds veel. Voeg daarbij dan nog 'Moondance', 'Domino', 'Cleaning Windows', en voor de dames 'Have I told you lately', en je hebt een mooie staalkaart van de geluidsvibraties die de Lokerse avondlucht werden ingeblazen.

Via 'Moondance' in een heerlijk jazzy jasje konden we kennis maken met een hechte band. De meeste echte oude rotten in hun vak, en Van past daar wonderwel tussen. Hoed wat voorovergezakt, donkere zonnebril, saxofoon omgegord betreedt hij het podium. Hij lijkt nog meer op mijn garagist, die de pensioenleeftijd nadert, dan ik voor mogelijk hield. Sir Van Morrison windt er geen doekjes om. Rechttoe rechtaan rijgt de band het ene nummer aan het andere. Het publiek gaat uit zijn dak bij de eerste tonen van Them's 'Baby Please Don't Go'. Mondharmonica, en zelfs een strofe uit Lonnie Donegans 'Rock Island Line' worden er in verwerkt. There's not enough Rhythm and Blues on the Radio zullen we hem wat later nog horen zingen. Het concert wordt meer dan anderhalf uur later waardig afgesloten met een stomende versie van 'Gloria'. Tussendoor passeert ook nog 'Brown Eyed Girl' de revue. In 'Cleaning Windows' verwerkt hij zowaar een flard 'Be bop a Lula'.

(c) foto: Herwig Goeman

Hij heeft er duidelijk zin in, en wil het publiek waar geven voor, laat ons eerlijk zijn, het weinige geld dat ze betaalden.

Van bij het begin was de toon gezet. Dit optreden refereerde naar de beginjaren van de sixties, en bijwijlen leek het alsof we opnieuw in Londen in de Marquee of de Flamingo stonden, waar toenmalige jonge bands samengesteld uit ex-jazzers, en jonge snotapen stilaan trad-jazz, blues en R&B begonnen te vermengen tot wat later Rock zou gaan heten. Het samenspel tussen pianist, organist tevens voortreffelijk trompetter, en Van die zelf de sax of het mondharmonica bespeelde, deden ons meermaals denken aan het beste wat uit de Stax en Atlantic studio's kwam. Zelfs de gitarist verdenken we ervan thuis over een collectie Steve Cropper platen te beschikken.

Vanavond werd duidelijk dat de rijpheid er enkel komt met de jaren. Al kan men zich de vraag stellen: hoelang zal/kan dit nog doorgaan? Lokeren wij rekenen op u.... Eric Clapton, Jeff Beck, Bob Seger, de Who... de namen liggen voor het rapen om er de affiches voor de komende jaren mee samen te stellen.

Kitty, Daisy en Lewis, drie echte Londeners, (broer en zussen) mochten het voorprogramma verzorgen.

(c) foto: Herwig Goeman

Een band die we ooit leerden kennen via een merkwaardige versie van 'Going Up The Country', dat ze tijdens een 'Later with Jools Holland' uitzending mochten brengen. In Lokeren brachten ze dit als afsluiter. Een band die toch wel paste als opwarmer voor Van Morrison.

Wat de afsluiter betreft, kunnen we kort zijn: na een topconcert zoals vanavond gebracht , hoeft voor ons echt geen toemaatje meer, en zeker niet als dit van een overjaarse Arno moet komen. Zijn trukendoos is al te lang bekend, en sorry , wij begrijpen niet dat hij nog steeds geprogrammeerd wordt naast grote namen als Morrison of zoals twee jaar geleden in het voorprogramma van de Rolling Stones bij hun doortocht in Werchter.

Playlist.

Moondance

The Way Young Lovers Do

By His Grace

Someone Like You

Enlightenment

Magic Time

Baby Please Don’t Go medley (Them) Don’t Start Crying Now, Good Morning Blues

Here Comes the Night (Them)

Precious Time

Wild Night

Sometimes We Cry, inclusief flard Cry

Domino

Whenever God Shines His Light

The Beauty of the Days Gone By

Why Must I Always Explain?

Cleaning Windows inclusief o.a. een flard Be-Bop-A-Lula

Have I Told You Lately

Real Real Gone

Did Ye Get Healed

Jackie Wilson Said (I’m in Heaven When You Smile)

Brown Eyed Girl (Them)

Gloria (Them)
Met dank aan Herwig voor de foto's







  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post150

Rod Stewart: Antwerpen 15 mei 2016

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 16 May, 2016 12:14
Voor de derde keer naar Rod Stewart.

Na 10 augustus 1986 op het beton van de Oostendse luchthaven, en de al even harde betonnen muren van Flanders Expo in Gent op 21 juni 1995 zagen we voetbalfanaat en liefhebber van Schotland, Roderick Stewart, opnieuw aan het werk in Antwerpen.
De geringe aandacht in de pers en het doodzwijgen van Stewart op onze traditionele radiostations leidde er toe dat de bovenste ring van het Antwerpse sportpaleis dicht bleef. Al zullen de ticketprijzen er ook wel voor iets tussenzitten. Wie een zitje vooraan wou mocht de volle 104 euro ophoesten.
Maggy May (part) Antwerp 15 May 2016

De " zaal" was voor het overige goed gevuld, en wij hadden een zeer mooi uitzicht vanop de zevende rij....pal voor het podium.
Het concert samengevat in enkele woorden: Forever Young.
Een ongelofelijk sterke band met een super saxofoonspeler. Zelf had hij, Stewart, last van een "valling", want de zakdoek kwam er een paar keer aan te pas, of was dat gewoon om onze aandacht te trekken op zijn iets te grote neus? In het begin leek zijn stem wat zoek, maar zijn reis door het beste van zijn oeuvre was zeer subliem. Het was een echt "hits" concert zoals trouwens aangekondigd, met de traditionele voetballen die de zaal werden ingeshot tijdens de Faces nummers.
Ik zag toch vooral veel gelukkige mensen, die weer eens een van hun avond hebben genoten.
De grote namen van vroeger beginnen schaars te worden, en dan heb ik vooral veel respect voor iemand als Stewart, die zich weet te omringen door een bende Young Turks, die bovendien schitterend hun instrumenten bespelen. En al die mooie vrouwelijke muzikanten, zijn enerzijds een knipoog en anderzijds een mooi statement van Stewart, naar al diegenen die vinden dat hij in de jaren zeventig het verkeerde pad opging door zich in de jetset wereld te storten.
Iets waar hij al lang komaf mee maakte.

Ik kan iedereen zijn zelf gepende autobiografie aanbevelen. Het leest als een trein, en is bovendien zeer grappig geschreven.

Concertticket fraude

Naast mij zat iemand die een ticket had gekocht bij een van die Nederlandse sites. Die mensen werden er aan de ingang uitgepikt, en moesten zich aan de kassa aanmelden, waar ze een papier gekregen hebben waarop staat wat ze moeten doen om het teveel betaalde geld te recupereren.
Dit is zo te zien alvast een zeer goed teken, dat er effectief opgetreden wordt.
En apropos ook het leger was opvallend aanwezig aan de ingang.

Een greep uit de setlist.

Sailing
I don't wanna talk about it
Forever Young
Downtown Train
Hot Legs
Enkele schitterende nummers uit zijn laatste twee CD's, waarvan geen hond buiten de die-hard fans weten hoe ze heten. Don't stop me now.
Rolling and Tumblin van Muddy Waters, overgoten met een fantastisch bluesrock sausje. Vele keren beter dan wat Dylan er van maakte.
Maggy Mae
Stay with me
The first cut is the deepest, enz, enz

Nu nog Stewart, Beck en Wood op een podium krijgen en we komen terug af.... dat is beloofd.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post148

William Souffreau wordt 70!

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 27 Apr, 2016 13:44

Langzaam start de fanfare haar ode aan de eenvoudige man.... 'Fanfare for the Common Man' van Emerson Lake en Palmer. Vandaag een ode aan de jarige, en tevens een eerbetoon aan de man die deze prachtige muziek van Aaron Copland bewerkte: de onlangs overleden Keith Emerson.

Karel, de MC van dienst, mocht de gelauwerde voorstellen aan de ondertussen stilaan volgelopen zaal. “En William, enkele dagen geleden zeventig worden. Hoe heb je dat ervaren?” “Ik zou het niet weten, niet echt speciaal.”

Hadden we iets anders verwacht? In de bescheidenheid ligt de kracht van de Meester. Je kon zo van zijn gezicht lezen.... “Komaan mannen, waar blijft.... De Show?”

Het eerbetoon.

Achter de schermen werden stilletjesaan de gitaren uitgepakt. Op het scherm zagen we een jonge William, met achtereenvolgens zijn eerste plaatje uit 1967, een BRT archiefopname waarbij de held geïnterviewd werd door Zaki, en een nostalgisch nummer van Irish Coffee: 'The Show.'

Als eerste trad de voorzitter van het Amber Reunie Team aan, met enkele hartverwarmende woorden voor het publiek, om vervolgens, samen met de vaste backingband (Kris,Franky en Gunther) er meteen in te vliegen. Een voorzitter die zingt, kan dat wel? Zeer zeker wanneer het gaat over de stem van Isopoda, voor de gelegenheid bijgestaan door broer/gitarist, ook Isopoda, Arnold De Schepper. Een stomend ‘Summer in the city’, gevolgd door een gewaagd ‘Masterpiece’ lieten ons onmiddellijk verstaan waarvoor we naar hier waren.

De formule, waarbij covers, die aanleunen bij het repertoire en de smaak van William, afgewisseld werden met ‘echte’ covers uit het repertoire van Irish Coffee of het solo oeuvre van Souffreau bleek een topformule.

We zagen achtereenvolgens John Woolley met begeleider Herman Kiekens, de beloftevolle Sandy Melkebeek (zus van), Karel Megank met Peter Bronder, Eddy Piens, en verrassing, wildeman en spring in het veld: Cas Van der Taelen, bijgestaan door William Wesemael, die we kennen van de KBC Band, en een op Hendrix geënte slotact van Jan Oelbrandt (Dobro Jean).

John Woolley die er prat op gaat dat hij in 1970, nog voor Irish Coffee, al in 1970 een popsingle op de wereld losliet (Ruby Baby), werkte zich door enkele Creedence Clearwater nummers (I put a spell on you en Born on the Bayou), en zette het voortreffelijk gebrachte Bad Boy van de eregast himself neer. Zeg maar een vette knipoog.

Eddy Piens, tapte uit een ander vaatje toen hij zich aan Iron Lion Zion waagde. Reggae geserveerd op een zompig boogy bedje. Een heerlijk ritmisch gebracht 'Little Girls', dat ons wat deed denken aan Listen to her heart van Tom Petty, en dat is een compliment voor alle duidelijkheid. 'All shook up', de Elvis klassieker, hier gebracht in een McCartniaanse versie. Piens werd meer dan gesmaakt door het laaiend entoesiaste publiek, dat hier duidelijk nog meer pap van lustte.

Peter Bronder "speelde" vervolgens begeleider van onze MC Karel Meganck. Karel, steevast het smoelschuivertje in de aanslag, is de man waarvan we weten dat hij uit het goede blueshout gesneden is. Hij wrong zich letterlijk in bochten, bij het zingen van het met een bluesy sausje overgoten 'When the owl cries' uit het vorig jaar verschenen gelijknamig album van de derde reïncarnatie van Irish Coffee. Thanks Karel.

Verder een voortreffelijk 'Love Her with a Feeling' van Freddy King en Kim Wilson's 'Boogie All Night' Meer moet het echt niet zijn. En daar getuigen de talrijk genomen foto's van.

De nog te onbekende Sandy (maar daar komt verandering in) heeft nu al letterlijk de grootte van Wiliam bereikt, en dat lukt haar vast figuurlijk ook wel. Deze Aalsterse Janis Joplin heeft nog een en ander in haar mars, getuige haar voortreffelijke cover van Big Brother's 'Piece of my Heart'.

Voor haar tweede nummer puurde ze uit Williams eerste solo-cd. 'We all must get together'.

De verassing van de avond kwam van, hoe kan het anders, duizendpoot en stem van Lavvi Ebbel: Cas Van Der Talen. Cas beloofde al tijdens de repetities dat hij aan een speciale tekst aan het wrochten was. Wetende dat dit geënt zou worden op ‘Wild Thing’ van de ‘Troggs’, deed dit bij ons de spanning nog meer stijgen.

Wie dacht dat William en Diane rustig van het concert zouden genieten, op hun "slasjkens", languit achteroverliggend in een zetel, was er aan voor de moeite. We zagen Diane ritmisch bewegen voor het podium, daar waar William zich enigszins ‘verschool’ naast het podium. Het valt niet vaak voor dat we William naast een podium zien, en nog minder dat we hem zo uitbundig zien genieten.

'Wild Thing' ging er in als koek, en dat geldt zeker de tekst die voor de gelegenheid was omgevormd van ‘Wild Thing’ naar 'William'. “William, Iedereen zegt Souffriau maar 't is Souffreau” klonk het verrassend. Een nieuwe meezinger zag die avond het licht.

En Cas.... ‘Let's stick together’.... ‘No Cure for the Summertime Blues’. Samen genieten: we gaan er graag in mee. Het enige wat echt telt.

Jan Oelbrandt maakte van 'Mister Taxman' warempel een echte klassieker. Scheurende gitaarklanken, die niemand verwacht had. Een op Zeppelin geschoeide verschroeiende 'In My Time of Dying'. 'There ain't no Road too Long'..... Juist zeer juist.... Een waardige afsluiter.

William geschilderd.

En onze jarige, had het aan het begin al schoorvoetend gevraagd. “Ik mag toch ook een lieken spelen?” En dat kon uiteraard niemand weigeren. Wat zeg ik: een liedje? Een heel concert kregen we er bovenop van een sterk op dreef zijnde Irish Coffee, uitgerust met een extra (nieuwe vaste?) gitarist.

Knap programma, met een apotheose om u tegen te zeggen. Na een verplichte Whole lotta love, kreeg het publiek er nog een stomende jamsessie bij, geheel uit graniet opgetrokken en gebouwd rond de Guess Who's 'American Woman'.

Al tijdens de afterparty werd duidelijk, dat het Amber Team voor een paar momenten van geluk had gezorgd, voor de beste muzikant die we hebben in onze regio. The show must go on.

In de wandelgangen kon een gastenboek gesigneerd worden, en kon er rustig rondgekuierd worden langs foto's en andere memorabilia van de tijdelijke tentoonstelling samengesteld door Erwin. Jan zorgde voor een heuse rocktree, een muzikale stamboom, die op grote belangstelling kon rekenen.

Het ART, Amber Reunie Team....

De camera's werden bediend door het team van Pascal. We kijken nu al rijkhalzend uit naar der resultaten. Komt er een DVD? Met extra's? In elk geval wordt er nog iets in petto gehouden, een bijdrage van een van de muzikanten die er spijtig genoeg niet bij kon zijn. ‘Kloot Perwez’ maakte, en stuurde in plaats van zijn kat, een prachtig opgenomen hommage, dat u niet mag missen.

Moe maar tevreden stopten Florre, Atlas en Eddy de platendraaiers. Het was bijna drive uur. Slaapwel en nog maar eens bedankt Diane om Wiliam zo goed te conserveren, en William bedankt om vooral zeventig jaar te zijn geworden..., want zonder.....





  • Comments(3)//blog.sadeler.be/#post146

Vers ge'Plant' te Lokeren

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 12 Aug, 2015 15:54

De Lokerse Feesten mooi afgerond.

Live


Robert Plant, moet met enige zekerheid, een lief hebben in Lokeren of omstreken. Of hij wordt er alleszins behoorlijk goed in de watten gelegd. Hoe verklaar je anders zijn nu reeds derde verschijning op de Lokerse Feesten? Bovendien nagenoeg de tweede keer als afsluiter. Wie is Arsenal? En deze keer speelde het vuurwerk hem minder parten, dit in tegenstelling met het geknal tijdens zijn optreden nu alweer 15 jaar geleden. Het werd nu afgestoken voor het optreden een aanvang nam. Al was die eerste keer best leuk, toen Plant zijn concert onderbrak en rustig vooraan op het podium plaatsnam en, de benen bengelend over de podiumrand, genoot van het spektakel van hoog in de lucht uiteen spattende vuurbollen. Om maar te zeggen dat de weergoden ook deze keer Lokeren gunstig gezind waren. Plant had een andere nieuwe band bij: De Sensational Space Shifters. Met deze SSS leverde hij vorig jaar het prachtige Lullaby...and the Ceasless Roar af. Een album dat getuigt van wereldklasse, waarop hij alle mogelijke stijlen verzamelt en laat versmelten tot toch alweer een Plant album, zijn catalogus meer dan waard. Nu hoe kan het ook anders, na 35 jaar ervaring en daarvoor nog eens 12 jaar in de grootste band ter wereld, die het hardrockidioom zeer ver oversteeg. Zeppelin kreeg het predikaat hardrock opgeplakt, toevalligerwijs omdat ze aan het rockfirmament verschenen op hetzelfde ogenblik als pakweg Deep Purple en Black Sabbath. Nu we het toch over Led Zeppelin hebben, het ergoed van de band was nooit ver weg tijdens deze Lokerse avond.

Logisch dat Plant een aantal nummers bracht uit Lullaby and... The Ceaseless Roar, met deze muzikanten die de plaat mee vorm gaven. "Calling for duty" stelde hij hen voor aan een publiek dat met graagte uit zijn hand at. Little Maggy, Turn it Up, Rainbow klonken dan ook nagenoeg identiek aan de plaatversies. "Uit onze laatste plaat", kondigde hij op een gegeven ogenblik aan, waarbij hij met een geweldige grijs er nog aan toevoegde: "Uit een platenwinkel?" Tijden veranderen... Hij liet voor de rest bijna zijn gehele solo oeuvre blauw blauw, op een schitterend 'Satan Your Kingdom must come Down' uit zijn vorige Band of Joy periode na. Merkwaardig, maar bon, alles wat rond de recente nummers heen opgebouwd werd, leunde aan bij Led Zeppelin, en daar luste het publiek duidelijk pap van. In feite putte deze SSS band uit de blues en rock van eertijds. Howlin Wolfs' 'How many more Years', passeerde de revue, net als Dixon's 'Spoonfull'. Afgetrapt werd er met Zep's 'Trampled Under Foot', waarna niets nog fout kan bij het Lokers publiek. Aan Stryder, zijn hond van ooit, werd het in Snowdonia geschreven Bron-Y-Our Stomp opgedragen. Ook Cymry ofte Wales was niet ver weg. Plant droeg een van de nummers op aan Tom Jones, Welshman, eerder in de week ook al te zien op het Lokerse podium. Afgesloten werd er met een mooie uitgave van Whole lotta Love, waarbij het theremin intermezzo, wegens 'vermoedelijk' ontbreken van de eigenaar, werd vervangen een solootje van Juldeh Camara die op zijn vreemdsoortige viool die hij bewerkt met een soort van boogstrijkstok lustig los mocht gaan. Uit deze soundwall klonk plots een alleraardigste versie van Bo Diddley's Mona. De violist bracht op een ander ogenblik met zijn instrumentarium ook al een flard 'Dazed and Confused'

Gebist werd er met 'Satan Your Kingdom must Come Down' en een ingehouden versie van 'Rock and Roll'.

Een ding mag duidelijk zijn, Plant omarmt zijn Zepverleden met liefde. Hij verbreedt het, voegt er een dimensie aan toe, en houdt de toorts brandend, op een voorlopig andere manier dan wat zijn kompaan Page doet, bij het remasteren van de echte canon van Led Zeppelin.

Maar laat ons niet voorbijgaan aan het feit dat tijdens deze concerten ook duidelijk wordt dat in deze aanpak van Plant ook verscholen zit dat de stem van de jonge oergod Percy niet meer van deze wereld is. Eender welk reunieconcert zou uitlopen op een falen, en zeker mocht een band die nooit nog Led Zeppelin kan zijn nieuwe nummers toevoegen aan de definitieve catalogus. Page zou best een paar concerten van zijn maat bijwonen, vinden dat het mooi is, en daarna zijn eigen weg bewandelen, al dan niet met een zanger als compagnon. Plant gebruikt twee gitaristen om Page te vervangen bij het Zeppelin repertoire. Wij hebben er geen enkel probleem mee mocht Page ook Plant vervangen door twee stemmen. Paul Rodgers, Chris Farlowe of zelfs Bonhams babyzusje Debby schieten ons hierbij zomaar door het hoofd.

'Kingsnake', aangekondigd als een nieuw nummer, kwam wat traag uit de startblokken, maar eindigde rockend als een stomende trein. Dit belooft alvast voor een volgende 'plaat'.

Was dit een legendarisch concert? Neen. Was het een goed concert? Ja. Wij hoeven ons tenminste niet tevreden te stellen met de zoveelste LZ tributeband, wanneer we een band als The Sensational Space Shifters kunnen krijgen, met de enige echte RP in hun rangen, want er is geen stem op deze wereld die dichter het origineel van Percy benadert dan deze van Robert Plant. Ook al blijft het shirt zedig dichtgeknoopt dezer dagen. Plant gedraagt zich naar zijn leeftijd. Iets wat niet altijd kan gezegd worden van andere rockgoden ontsproten in een zelfde legendarisch tijdperk uit het verleden.

De setlist (die er mocht wezen)

Trampled Under foot

Turn it Up uit Ceaseless Roar

Black Dog

Rainbow uit Ceaseless Roar

Bron-y-aur Stomp

Spoonful van Dixon

The Lomon Song

How many more Years van Howlin Wolf/deel van Dazed and Confused

What is and should never be

Little Maggy uit Ceaseless Roar

Crawling Kingsnake nieuw

Whole lotta Love incluis Mona

Bisnummers

Satan Your Kingdom Must Come Down uit zijn vorige album met de Band Of Joy

Rock and Roll



  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post130

2014 het jaar van Neil Young

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 25 Dec, 2014 23:35

2014 was me het jaartje wel.
Overal lees je over verandering. Wetende, of toch ongeveer, wat changemanagement inhoudt ben ik dan ook totaal niet verwonderd hoe dit ervaren wordt. De mens is in se een oerconservatief wezen, en duwt bijgevolg elke wijziging met graagte dan ook zo ver als mogelijk weg uit zijn of haar leefwereld.
Toch blijft het verwonderlijk vast te stellen wat dit allemaal teweeg brengt. Meer dan ooit wordt figuurlijk gal gespuwd in allerlei richtingen. Facebook en Twitter, toch met hun ‘vind ik leuk’ imago lenen er zich maar wat graag toe. Overal lees ik dat 2015 een doemjaar wordt. En dat ondanks de formidabele evenementen die op mij wachten. Zelfs de laatste plaat van Neil Young kreeg her en der een figuurlijke schop onder de kont, alleen al omdat ouwe Neil het aangedurfd heeft ‘scheef te gaan schaatsen’. Het zal mij worst wezen. Waar moeit iedereen zich mee?

Neil Young was behoorlijk aanwezig in 2014. Lokerse Feesten
Wij kregen hem te zien tijdens de Lokerse Feesten. Was dit een vervanging voor het jaar ervoor afgelastte concert op Pukkelpop, of was dit toch veeleer een geschenk voor het 40 jarige jubileum van de Lokerse Feesten? In elk geval was het zeker niet te vergelijken met zijn passage in Vorst Nationaal van 2013. Dat was pure Crazy Horse, en vooral opgebouwd rond Psychedelic Pill, zijn alweer derdelaatste worp. Heavy, typisch Crazy Horse. Dit jaar diende Billy Talbot verstek te geven vanwege ‘a mild stroke’, en mochten we genieten van een baspulkende Rick Rosas. De man die Neil indertijd bijstond op zijn comebackplaat Freedom en het enkel in Japan uitgebrachte mini epos Eldorado.

Menig journalist vroeg zich af of Rosas er wel met zijn gedachten bijstond, want hij keek meer dan eens behoorlijk afwezig. Scheelde er toen al iets? Wie weet, want amper twee maand later, afgelopen november, trok de bassist richting eeuwige jachtvelden.

Young verbaasde dit jaar zowat iedereen met zijn huwelijksperikelen met Peggi. Hoogstwaarschijnlijk zullen de shoppingwandelingetjes in Brussel naar de Stoofstraat (om er Brusselse kant te kopen in de buurt van Manneke Pis) niet meer bij zijn, want Peggi blijkt verleden tijd.

A letter home
Young verbaasde dit jaar al eerder door een plaat uit te brengen die op zijn minst merkwaardig te noemen valt. Overigens de allereerste plaat van Young die ik na beluistering in de Mediamarkt terugplaatste. Iets zei mij dat deze plaat wel eens in de afprijsbakken zou kunnen terecht komen. Vooralsnog is dit niet gebeurd, maar een promo exemplaar vond intussen dankzij een heerlijke verkoopstand op de Heist Op Den Bergse platenbeurs zijn weg richting onze discotheek. Opgenomen in de sound booth van, Jack White, met eenvoudige begeleiding en micros uit de jaren stillekens. De plaat klinkt alsof ze regelrecht uit de jaren 20 komt, en wij voorzien nu al dat over 50 jaar iemand een zeldzame heruitgave zal klasseren tussen platen van Son House en Robert Johnson, en dat enkel en alleen vanwege de typische klankkleur. De gebrachte nummers zelf behoren tot het collectief geheugen van zowat elke telg die iets of wat van Americana songs kent. Zeker geen hitplaat, maar te catalogeren als een van die merkwaardige uitstapjes van Ome Neil. Voor de echte supergekke fans bestaat er een deluxeuitgave, met zowel CD als vinyl exemplaren en nog veel meer in een superdeluxe box. De box ziet er langs buiten verweerd uit, alsof ze na 50 jaar werd teruggevonden op een of andere hooizolder van een lang geleden teniet gegane boerderij, waar stof en stilte heer en meester waren.

Storytone

En dan nu Storytone de tweede worp van dit jaar. opgenomen op 19,20 en 26,27 augustus, amper twee weken na zijn passage in Lokeren. Kregen we in Lokeren, met zijn allen een T-shirt met het woord Earth erop, en een behoorlijk lange, wat bij sommigen het woord verveling opriep, versie van de song Who's gonna stand up?, dan zet Neil dit recht op deze plaat. Zelfs twee keer, voor wie enkele euro's meer uitgeeft aan de versie met twee cd's. Op de sticker lezen we: ‘An album of rare beauty. The new deluxe double release with 10 brand new compositions, some with a 92 piece orchestra, choir and Young, some with an 60-piece orchestra , and three with a big band, also includes an additional studio album of solo versions of all the songs’.

Bon. Neil noemt dan, als grap vermoeden wij, het extra studio album Disc 1 en de echte CD Disc 2. Je moet er maar opkomen.

Een plaat, een boek, een schilderij, eender welk cultuurobject moet iets met je doen. Het mag je niet onberoerd laten. Pas dan is het geslaagd. En dat geldt zeker voor deze ‘Storytone’. Meer nog deze CD heeft mij zelfs verbaasd. Young die zich bigbandsgewijs op het Sinatrapad begeeft, maar dan wel doorspekt met het gitaarspel van Waddy Wachtel. Je moet het maar doen.

En hoewel Young tegen de 70 begint aan te schuren, merk je dat geenszins aan zijn stem. Zijn stem is zijn handelsmerk, ook al heeft ze altijd al voor controverse gezorgd. Zelfs diegenen die hem Neil Janker durven noemen zullen moeten toegeven dat zijn stem ongelofelijk jong (sic) blijft klinken. Young heeft zeker geen ouwe kraai ingeslikt zoals Dylan. Het lijkt eerder of hij nog elke dag zijn portie Sugar Mountain tot zich neemt. Young de natuurmens, die op deze plaat alweer, of we dit willen of niet, zijn boodschap uitdraagt. Via de muziek, maar ook via de schilderijtjes van zijn hand die in het inlegboekje zijn opgenomen.

Wie vooral van Neil Young houdt vanwege het ruige gitaarwerk, zal bedrogen uitkomen, want de elektrische gitaar wordt op amper drie van de tien nummers gebruikt, en dan nog behoorlijk spaarzaam. Een blik op het instrumentarium leert ons dat dit met verve een Neil Young plaat is in de trant van zijn Harvest platen. Alleen heeft hij zich deze keer laten bijstaan door wat meer volk dan bij de Stray Gators, en het Crazy Horse staat wel degelijk gestald voor een tijdje.

Young trok richting Hollywood naar The Historical MGM Sound Stage.

Bij de eerste en laatste opnamedagen was er een zeer uitgebreid orkest aanwezig. De twintigste augustus werd er even overgewipt naar een andere studio en werden de bigband opnames ingeblikt. Vooral het aan Sinatra schatplichtige Say Hello to Chicago heeft ons verbaasd, maar draagt terzellfdertijd onze goedkeuring weg. Jazz, meets blues, meets rock, meets Neil Young.

En dan zijn er de lovesongs, geserveerd op een bedje van violen, cellos, oboes, harp en piano, zonder ooit maar een seconde zeemzoet te klinken. Grote klasse is de term die we op dit ogenblik kunnen verzinnen.

Overigens wordt merkwaardig genoeg de naam Neil Young bij geen enkel instrument vermeld.

In When I watch you sleeping treffen we zinsneden aan als: ‘ the you roll and tumble’ en ook ‘tonight I paint my masterpiece’. In ‘All those dreams’ wordt kinderlijk beschreven hoe een sneeuwman smelt: ‘ his smile a twig, his nose a cucumber, his eyes two pinecones looking out’.

Earth

Draai en keer het hoe je wil, Young komt met alles weg. De man heeft zijn fanbase die hij het beste serveert, en de rest kan de spreekwoordelijke pot op. En toch wil Young dat wij met zijn allen iets ondernemen. ‘Whos's gonna stand up and save the earth? Who's gonna say that she's had enough? Who's gonna take on the big machine? This all starts with you and me. End fossil fuel. ... We're the people known as Earth’.

Morgen trek ik mijn Earth T-shirt aan, en probeer ik Boon's gewijs, hier en daar iemand een geweten te schoppen..... thanks Neil for the great time with Storytone.



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post118

Midnight Ramblers te Werchter

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 03 Jul, 2014 12:46

De Rolling Stones.
foto:(c)Wallpapers

Beter of slechter dan de vorige passage in 2007? Moeilijk te zeggen voor uw verslaggever ter plaatse. We konden er de laatste keer namelijk niet bij zijn. Waar we wel bij aanwezig waren was het knappe concert in 2003 nu alweer 11 jaar geleden. Een concert waarbij iedereen dacht: "OK het was mooi. Dit was het. Af en niets meer aan toe te voegen. Zeker en vast de laatste keer."

We zijn intussen inderdaad 11 jaar verder en het houdt niet op. Straffer nog. Het was deze keer weer anders en zelfs veel beter. Mogelijks iets rommeliger, en daardoor nog echter. Een minder uitgebouwd podium wat het Marquee gehalte dan weer ten goede kwam. Keith en Ron waren in goede doen, ook al werden ze tijdens het hoogtepunt van dit concert gewoon naar huis gespeeld door de "jonge knar" Mick Taylor. Eindelijk kregen we nog eens vijf Rolling Stones op een podium. Niet dat het aan ander podiumvolk ontbrak. Darryl Jones, Lisa Fisher, Bernard Fowler, Chuck Leavell, Bobby Keys en nog enkele anderen waren weer af en toe prominent aanwezig. Een voor een werden ze zelfs keurig voorgesteld.

Bobby Womack
Tijdens deze toer wordt halverwege het programma even anders ingekleurd, en spelen de Stones een lokaal verzoeknummer. Werchter kon onder meer kiezen uit 'Get Off off my cloud', 'Dead Flowers' en nog enkele andere. Jagger liet ons weten dat ze hiervan zouden afwijken en terecht ook, want we hadden het hem anders nooit vergeven. Het werd een eerbetoon aan de pas overleden Bobby Womack. En op zo een ogenblik kan ‘It's All Over Now’ zeker niet ontbreken. Enerzijds prachtig en reuze tof, maar anderzijds legt het ook pijnlijk bloot waarom de huidige Stones vaak de eerste periode uit hun carrière links laten liggen. Toegegeven het nummer zal vermoedelijk nog dezelfde middag gerepeteerd zijn. Heeft Jagger nog snel de tekst gegoogeld? Het was vooral te merken toen Jagger even een tikje tegen de gitaar van Richards gaf, en hem met een hoofdknikje duidelijk maakte dat het nu de beurt aan Wood was. Immers kwam die heerlijke twangy gitaarsound, die van ‘It's all over now’ de grote hit maakte, niet uit de gitaar van hun toenmalige gitarist en oprichter Brian Jones? Die sound die de Stones hun allereerste nummer 1 hit opleverde. Neen begot, die kwam niet. Ron Wood kende hier duidelijk de ballen van het origineel, of was het niet machtig. Hij gooide er dan maar een Faces-Stewart- achtige riff tegenaan. Het werd pijnlijk duidelijk waarom de Stones zich vooral concentreren op de periode 68-75. Brian Jones was een geniale gitarist. Het stoort ons overigens al jaren dat de Stones tijdens een optreden nooit hun overleden makkers Stu en Brian een “open doekje” geven.
Van een redelijk dieptepunt (al bleef het nummer vooralsnog beter overeind, dan eender wat uit het voorprogramma), op naar een hoogtepunt. En dat zat er aan te komen.

Mick Taylor de Midnight Rambler?
Voor Midnight Rambler stapte een er erg goed uitziende Mick Taylor het podium op, met gitaar, en dat viel direct op. Taylor is nog steeds een bluesgitarist pur sang, die ons onmiddellijk liet voelen waarom hij wel een echte Stone was, en Ron Wood, na bijna veertig jaar nog steeds een Rolling Face wordt genoemd. Maar terug naar Midnight Rambler. Jagger deed de smoelschuiver alle eer aan, en liet ons, by the way, de eerdere mondharmonicaspelers van vroeger op de dag vergeten. Jagger en Taylor jamden er een tijdje aardig op los. Dit waren de Stones zoals we ze ooit in 1973 in Antwerpen aan het werk hadden gezien. Gek dat Taylor nu plots wordt opgevist na al die jaren. Is hij het verzekeringscontract? De next in line die achter de deur wacht, mocht er zich iets voordoen met een allicht binnenkort weer over flessen struikelende Wood? Wie weet? Tussen haakjes, het zou mooi zijn mocht Wood een dezer dagen de uitnodiging van Rod de Mod accepteren, om eindelijk de langverwachte Faces reünie body te geven. We kijken er naar uit.

Puike set
De rest van de obligate nummers mochten er meer dan zijn. Opener Jumpin Jack Flash, You got me rocking, Honky Tonk Woman, Start me Up, Sympathy for the devil, Lisa Fisher (niet meer in haar Tina LBD kleedje) tilde Gimme Shelter op naar hogere sferen. Kwam het door het wat minder sexy gekronkel tussen Jagger en Fisher, dat we wat meer aandacht hadden voor haar stemgeluid. Al kan het ook aan de uitstekende reportage over backingzangeressen, van alweer een tijdje geleden, gelegen hebben dat we iets aandachtiger waren voor haar keelgat.

Darryl Jones mocht er vlot tegenaan gaan tijdens Miss You. Het leek even of we bevonden ons op een Chic concert. Mocht Ray Davies aanwezig gewest zijn, hij had zeker uitgeroepen: "De disco version".

We kregen even een break, waarbij Jagger wegdook de coulissen in… om nieuwe energie te zoeken..., en Richards gewoontegetrouw even zijn ding mag doen.

Keith startte met een akoestisch gebracht ‘You got the silver’ met een stem zoals we die van hem gewend zijn. Van het tweede nummer, ‘Can’t be seen’ was hij duidelijk hier en daar een flard tekst vergeten, getuige zijn wat hulpeloze blik.
Gebist werd er met een wondermooie versie van ‘You can't always get what you want’, ondersteund door een heus Utrechts meisjeskoor (Dekoor Close Harmony Choir).

(I can't get no) Satisfaction.
De apotheose was weggelegd voor het duo Jagger Richards bijgestaan door een meer dan uitstekende Charly ‘is my darling’ Watts op drums en een nu akoestisch besnaarde Taylor.

Charly zit nog steeds achter een behoorlijk eenvoudig drumstel, ook al moet hij het zelf de bus niet meer opsleuren op weg van de Crawdaddy club naar zijn thuis ergens in Zuid London. Hij slaat nog altijd de beat als de beste, zonder zich daarom in allerlei bochten te wringen. (eat your heart out Mario Timmermans). Oh ja opa Stone, Charly had zich voor de gelegenheid uitgedost in zwarte broek, rode T-shirt en gele sokken. Het blijft een lachebekje. Zo beschreven ze hem indertijd, nu meer dan 50 jaar geleden, in de Muziek Express).
Het leek wel eindeloos door te gaan, dit ‘I can't get no Satisfaction’. Was dit de cri de coeur van Mick Jagger. Is dit het geweest? Nog twee concerten in Europa, en nog wat uitgestelde in Aussieland later op het jaar? Definitief gedaan? Overpeinzingen tijdens het immense vuurwerk dat langs alle kanten uit het podium spoot.

Met zijn allen nog een laatste een plechtige groet.
‘(I can't get no) Satifaction’. Sorry, ik moet doorgaan... “Doemen voesj” roepen ze nu al in Aalst...Let's hope for the best.

En dan waren er ook nog...
En inderdaad ook tijdens deze TW Classic was er een voorprogramma. We behandelen het wat achteraf, wat een hele eer mag genoemd worden, want echt voor ons hoefde het niet.
Omdat we nu net niet met de kippen van stok waren gegaan, hebben we opener Admiral Freebee totaal gemist. Dat we Seasick Steve misten, die Jeff Beck mag vervangen te Peer op wat eens de Peerse Fiësten waren, hebben we te danken aan de lange minder leuke file doorheen Haacht.
Voor ons werd het dus openen met een zekere Arno. We zagen hem al vaak genoeg om te weten wat ons te wachten stond. Kortweg gezegd voor ons hoefde het echt niet meer. En zeker niet met het zootje muzikanten waarmee hij zich nu omringt, met uitzondering van Serge Feys. Er is al genoeg luide nietszeggende heavy metal in deze wereld om daar nog wat nietszeggend gitaarbeuken aan toe te voegen. En Arno zelf? Steeds weer die zelfde poses, die we al kennen uit zijn dagen met Jean-Marie Aerts, in steeds weer dezelfde wauwelend gezongen songs. Slechts de publiekslievelingen ‘Oh la la’, ‘Putain Putain’ en ‘Les Filles du bord de Mer’, konden enigszins de meubelen redden. Nee, Arno is 65 geworden. Schuur hem af, blink hem op, en geef hem een goed pensioen, en laat hem vooral geen klap meer uitvoeren. Afvoeren die handel.

Triggerfinger liet zien hoe het wel kan. Hoe een top Belgische band bestaande uit doorgewinterde muzikanten er een feest van kunnen maken. Powerrock schatplichtig aan de sixties, ten tijde van Cream en Blue Cheer. Mochten ze een beter stemgeluid kunnen toevoegen aan hun songs, we zouden eventueel kunnen overwegen om ze de lijst van echt goede Belgische bands te laten aanvoeren. Over drummer Timmermans hadden we het al. Houthakker bewerkt drumstel, zou een mooie krantenkop kunnen zijn. Toch gesmaakt al was het maar om de wijze waarop ze met hun publiek omgaan.

Simple Minds stonden voor de achtste keer op een Werchters podium. Tel daar de podia van Torhout, en enkele andere Vlaamse steden bij, en je hebt een mooi palmares. Ze repeteerden ooit voor een toernee in Buggenhout of all places. Is dit wel een Schotse band? Eerlijk? We hadden er totaal niets maar dan ook niets van verwacht. En ziedaar de wonderen zijn ... enz.
Kerr en Burchill flipten doorheen hun jukebox met bekende hits en overbekende lp tracks. Allemaal favorieten uit, laat ons heel eerlijk zijn, hun allereerste periode. Wat net als bij de Stones hun beste jaren waren.
Het klonk bijna te perfect. Meer zelfs, verschillende nummers klonken beter, vooral voller dan de jaren 80 versies, waarbij vooral de synthesizers en de synthetische drums het voor het zeggen hadden. Een live CD, van dit optreden, zou er best ingaan bij de Belgen. Zeker weten.
De drummer had zijn synthetische potjes uitgebreid met de meer gangbare trommeltjes wat een drumset opleverde waarachter Charly Watts vermoedelijk verloren zou lopen.
‘Up on the Catwalk’, ‘Alive and kickin'’. Ze waren er allemaal.

Trivia - stuff voor de boekskes.
Eindigen kunnen we toch niet zonder ons te verwonderen over Mick Jagger die ons toesprak in het Nederlands waar meer zuidelijk wonende Belgen nog veel van zouden kunnen leren.
Een geslaagde dag, waarbij enkel de zon nauwelijks van de partij was. Al regende het nooit echt. Het bleef bij wat muggenpis.
Nog wat feitenmateriaal. Een bakje “patat met majo”, voor 5 euro. Een parkingticket voor 15 euro. Een prijs waarvoor je eertijds twee tickets kocht voor een Zeppelin concert, en daar dan nog ettelijke franken aan overhield voor het nodige amberkleurige water.

Bon het zal wel besteed zijn aan de goede zaak (scouts, giro en aanverwante, die er toch een jaar moeten op overleven). Toch deze boodschap. Zet misschien ’s nachts iemand bij de uitgang van de parkeerwei die echt het verkeer kan regelen. Twee uur om 30 meter ver te rijden op een wei is echt wat van het goede teveel. Al zullen Jagger en de zijnen ondertussen allicht een partijtje snooker gespeeld hebben, rustig ver weg, in hun Brussels hotel. Ze hoeven tegenwoordig echt de bus niet meer te pakken, om instrumenten onder de arm, nog een laatste godvergeten open frituur op te zoeken midden in de nacht zoals in de dagen van James Phelge.

Was getekend, uw verslaggever ter plaatse.



  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post110

Zaterdag 29 maart Amber reünie Aalst.

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 02 Apr, 2014 12:57


Meer foto’s op deze link:

It's over.
De Brug is opgeruimd. 500 bezoekers op de Amber Reünie. Een succes van het begin tot het einde. Beter kon echt niet. Nog voor het aanvangsuur stonden ze er al. Enkele tientallen, bij wie het al enkele uren moet gekriebeld hebben.

Halfacht, bij een aangepast en sfeervol Flamingo van Earl Bostic stroomde de zaal langzaam vol. Nog voor 22:00 uur waren alle 500 tickets de deur uit.

Voor het Amber Reünie Team, een organisatie die zijn eerste stappen zet in de entertainmentwereld een onverhoopt succes. Uiteraard mede dankzij het collectief geheugen en het feit dat Den Amber toch wel “iets speciaal” moet zijn geweest. Een modern groot hotel, dat op dezelfde plaats kwam in de Korte Nieuwstraat heeft dan toch niet alle sporen van Den Amber kunnen uitwissen, en zal dat in de toekomst ook niet kunnen.

Op de achtergrond werd een zeldzame foto van Den Amber geprojecteerd. Het spetterend feestje kon los barsten. En dat met een programma om u tegen te zeggen.

DJ Sets.

Klokslag acht uur werd er afgetrapt met de DJ set van de Ferre. Ferdinand Tolleneer hield de Amber open als cafébaas van 27 augustus 1975 tot 31 december 1981. Hij was het die komaf maakte met de jukebox uit de dagen van zijn voorganger (De Soef). Een discobar en een set progressieve platen deden hun intrede. En het waren nu net exact die zelfde platen die onze Ferre, samen met zijn bevallige assistente, onder zijn arm mee binnen bracht. Het krakje hier en daar namen we er graag bij. Overigens zelfs de draaitafels waren puur vintage. Een meer dan 30 jaar oude DJ Console uit Engeland die de tand des tijds mooi had doorstaan. Net als het publiek trouwens.

De Ferre deed er, uiterst professioneel, zelfs enkele weken over om uit zijn verzameld vinyl erfgoed, een mooie playlist te puren.

Dit was gevonden vreten voor de echte, al wat oudere, muziekliefhebber. Via een streepje klassiek, wat elektronische geluiden, de symfonische geluiden van Yes werd er naar het betere rockwerk uit de jaren 70 toe gewerkt. Enkele nummers uit de Amber's Onderd passeerden de revue. Faith Healer van The Sensational Alex Harvey Band (nummertje 4) deed menig oogje glinsteren bij het publiek. Helemaal te gek werd het bij het nummer een, Lynyrd Skynyrd's Free Bird.

De naalden ploegden zich een weg door het vinyl. Voor het podium was het genieten van “De benje van de Kloin Gitarkes”, die voor de gelegenheid hun luchtgitaren hadden omgegespt. Enkele fotografen smulden er van. Ferre eindigde zijn set op een aller intiemste wijze op de tonen van de Pretty Things’ Loneliest Person . Wie het aandurfde om net als zoveel jaren geleden te vragen: “Ferre van wie is dei ploat”, kreeg nog altijd hetzelfde antwoord: "Va moa". (Van mij)

Het applaus was dan ook terecht verdiend.
Verzoekjes werden genoteerd, en uit de PC getoverd door DJ Dirk. Hij beschikte over de meest ruime selectie muziek die nog in ons collectief geheugen zit. Je kon zo van zijn gezicht aflezen dat dit hem uitermate beviel.

Live muziek.
Dit werd een avond om van te snoepen, en het mooiste moest nog komen. Reikhalzend werd uitgekeken naar het betere live werk dat er aankwam.Een band, door de Soef speciaal samengesteld, voor deze gelegenheid.

De Soef, (William Souffreau) was de eerste eigenaar van Den Amber, na Vader en Gilbert, die het café tot een place to be voor de echte rockliefhebber liet uitgroeien. Een jongerencafé waar de betere muziek te horen viel, en waar de jongeren al dan niet alternatief of niet hun tweede thuis vonden. Daar waar de jeansvest, het lang haar en andere hippie achtige toestanden doodnormaal werden gevonden, ook al dachten de ouders daar vaak ten onrechte anders over. Vanavond kon gemerkt worden dat het met de meesten dus toch nog allemaal goed is gekomen.

De kern van de band bestond uit de huidige Irish Coffeeleden William, De Cammen en Franky Cooreman. Er werd afgetrapt met het toepasselijke The Show en deze opener liet al direct aanvoelen waar het zou heen gaan deze avond. My Generation was een goede tweede.

Tijd voor enkele gastzangers en gastgitaristen. Johnny Melkenbeeck beet de spits af met Water of Love, Ain’t got no money en het van de Steve Miller Bang gekende Rockin’ Me. Arnold De Schepper, zonder Isopoda versterking bracht wat Beatlemuziek, I saw her standing there, om dan helemaal los te gaan op de gitaar tijdens Sunshine of your love van Cream en Hey Joe van Hendrix. Graag meer van dat. Maar John Woolley stond al te trappelen in de coulissen. En wie Woolley zegt denk aan Fogerty en de zijnen. Green River, Suzy Q. Helemaal rock and roll werd het met All shook Up van Elvis.

Tijd voor alweer een verrassing. Een optreden van de voor de gelegenheid weer bij elkaar gesprokkelde Blues Bronders, annex Night Time Heroes. Met onder andere een schitterende Karel Meganck, de master of ceremonie die de smoelschuiver handig bespeelde. Bijgestaan door Herwig Bomon op drums (hij had er een rit van meer dan 4500 km vanuit het verre Portugal voor over), legende Eddie Piens, en natuurlijk de broers Peter en Johan Bronder. Zij brachten een, en dat mag onderstreept worden, zeer sterke set. Te beginnen met Route 66, Red House, Miss You, Cocaine, Why get up, en eindigend met Hootchie Cootchie Man. Stomende bluesrock, waar wij wel pap van lusten.

Er werd geëindigd met Irish Coffee die ons een door William voor de gelegenheid gecomponeerd nummer over de vergane glorie van Den Amber brachten. They've torn the playhouse down. De tekst is nu al op Facebook te vinden. Een opname digitaal of CD zit er aan te komen.

Zoals te verwachten kregen we er een uitmuntend Whole lotta love bovenop. Worden stemmen beter met de jaren? Je zou denken van wel. Achtenzestig, en toch nog een schitterend keelgat. Een duet met Plant staat op ons verlanglijstje. Wie weet ooit.

Geëindigd werd er met alle muikanten samen die het toch wel toepasselijke It’s all over now brachten.

Een programma opgebouwd rond nostalgie, dat mag je wel zeggen, maar toch, op deze muzikanten zit nog geen sleet.

We kregen enkele door Aalst.TV gemonteerde filmpjes waarin oud-Ambergangers werden geïnterviewd.

DJ Florre kreeg de zware taak toegemeten om het publiek na de stomende set van de liveband verder te plezieren. En dat lukte aardig, met muziek die: dan weer teruggreep naar de tijd van de eerste Amber jaren. De tijd van Vader en Gilbert De Meester. Voorwaar geen makkelijke opdracht, maar de overheerlijke rockabilly, rock and roll, en de betere rock uit de eerste dagen van de Amber gingen er in als koek. Er werd al eens een been los gegooid, wat zelfs niet geprogrammeerd was, want de Amber was toch vooral een luister en praatcafé.

De Florre schoof de zilveren schijfjes als waren het vers gebakken broodjes in de cd-laders. Korte maar krachtige vooral dansbare muziek. Enkele hoogtepunten uit de set van de Florre: I know the bride, van Rockpile en Dave Edmunds, ... het publiek kon dit zeer goed smaken. Aandacht voor de bluesrock van onze noorderburen.Je zag menig keeltje opengaan om mee te brullen op deze veel te weinig gehoorde pareltjes uit het muzikale erfgoed.


Ondergetekende mocht de nachtshift voor zijn rekening nemen, onder het motto: we zullen doorgaan tot het vat af zal zijn. Iets waar we op een haar na nog in slaagden ook.

Een memorabel eerste halfuur met een setje dansbare krakers, gaande van Chic tot James Brown, over de ode van de Hollies aan de Long cool woman in a black dress. John Fogerty ging er nu ook weer in als koek. Muziek uit de nadagen van de Amber.
Het merendeel van de verzoeknummers ging de richting uit van wat we tegenwoordig Classic Rock noemen: Led Zeppelin, Iron Butterfly, Bad Company, Rolling Stones.


Het zomeruur deed zijn intrede, tijd om af te ronden met zachter werk van Moody Blues, Terry Reid en the Firm, waarbij we trapsgewijs zakten naar een lager geluidsniveau. De gasten mochten nog enen paar uur nagenieten, eeuwige vriendschappen sluiten, en hun weg naar de uitgangen zoeken. Het was mooi geweest.
Het werd nog een hele klus voor de organisatie om ook de laatste gasten naar buiten te begeleiden.

Het leek er even op of dit weekend heel even of de seventies terug waren. Niemand wou het magische moment laten ophouden. Toch nog even vasthouden, nog heel even afscheid nemen van een lange niet meer geziene of gehoorde kennis. Genieten van de zwoele lentenacht buiten. De avondlucht opsnuiven, of was het al ochtend gloren dat daarginds werd geboren. Het was mooi. This magic moment, past hier toch wel bij.

Enkele hoogtepunten:
Een publieksopkomst van 500 personen. Dit zijn geen cijfers van de politie.

De reünie van de Blues Bronders.

Steengoede muzikaal erfgoed van pakweg 40 jaar geleden.

Een smetteloze organisatie, en vooral voldoende drank, en tijd en mensen om te bedienen.

Vier gelijkgestemde dj’s die maar wat graag in hun oude collecties doken.

En vooral Gizelle De Schepper die het boeltje ingang trok, het levend hield, het stuurde, en het vlekkeloos tot een goed einde liet lopen.

Technisch af, zonder problemen. Misschien dus toch iets dat niet echt Seventies was.

Een liveband die er stond, en er vooral zin in had.

Tot slot:

En vooral, u publiek, dat er van genoten heeft en dat hier vast en zeker nog lang zal over napraten.
In de toekomst volgt er nog een nagebeuren, waarbij de gemaakte winst aan een goed doel zal worden geschonken.

Meer van dat….

Uw reporter ter plekke….



  • Comments(11)//blog.sadeler.be/#post108

11 december 2007 - De dag na het concert.

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 11 Dec, 2010 23:03

Wat vooraf ging....

12:20 De dag na het Concert.

Na een laatste uitgebreid ontbijt check ik uit in het hotel, en zoek de Thames op. De zon schijnt, het is heerlijk warm weer. Ik wil op wolken lopen en nagenieten van gisteravond.

Was dit nu het concert van de eeuw? Tot nochtoe zeker. Ik zie ook niet direct concurrentie opdagen. En zoals Harrison ooit zei: “Zolang Lennon niet aanwezig is zal er geen Beatlesreunie plaatsvinden.”

Was dit het beste concert van Led Zeppelin. Ik zou het niet onmiddellijk kunnen zeggen. In vergelijking met wat we in 1975 in Vorst (Brussel) te zien kregen was het toen voornamelijk een samenvatting van ‘Physical Graffitti’ aangevuld met ouder materiaal, als voorbereiding op een Amerikaanse tournee.

Een betere vraag zou kunnen zijn: “Was dit Led Zeppelin?”

Het waren sublieme songs van Led Zeppelin gebracht door een band die voor drie vierde bestond uit Led Zeppelin leden, die hun uiterste best deden om hun muziek professioneel te brengen. Vooral bij Page valt het moeilijk om geen directe link met het verleden te zien. Wat niet kan gezegd worden van Plant en de nogsteeds magnifieke Jones, die er toch wel iets ‘gewoner’ uitzien vandaag. We kregen Robert vooral als zanger te zien, en niet meer als Keltische God, met breed uitwaaierende manen en veel te strakke jeans. Squeeze my lemon, until...is lang geleden....en het zal wel nooit meer terugkeren.

Dit waren mooie sublieme ogenblikken, maar ik zou ze zeker geen tournee aanbevelen. Daarentegen mag Page zeker nog een paar keer met wat ‘bevriende’ muzikanten toeren. Zoals in de dagen van ‘The Firm’, maar dan met wat meer Zeppelin songs op het repertoire. John-Paul Jones mag zeker mee, en ze kunnen zich geen betere drummer toewensen dan Jason Bonham. Als suggestie voor een zanger zou Paul Rodgers eerste keus zijn, maar mocht dit echt niet kunnen dan zou ik best tevreden zijn met Chris Farlowe, of helemaal te gek Terry Reid. A Led Company zou een mooie naam voor dergelijk project kunnen zijn.

Zal Led Zeppelin nog ooit optreden. Als ik er iets mag op inzetten dan zou het kunnen zijn tijdens de openings- of de slotceremonie van de Olympische spelen in Londen. Keep on dreaming....

Ik schiet tussendoor wat plaatsjes, bij London Bridge, aan het beeld met de Engelse vlag. Robert Plant liet zich ook daar fotograferen enkele uren ervoor of was het erna? Dat weet ik niet met zekerheid. En zo beland ik opnieuw in een Starbucks. Deze keer in een oud fabriekspand. Zie foto.

Het is voorbij. Ik las net het verdict over het concert van de eeuw van Led Zeppelin in de Independant. Groots.

Net als bij al hun vorige concerten trouwens voornamelijk een rits van hoogtepunten, heel soms iets minder. Alhoewel! Voor de echte fans was het zeker en vast een avond waarop het ene hoogtepunt na het andere werd geserveerd.

Effe tussendoor. Het is niet te geloven maar op deze dinsdag, half december zitten er mensen op het terras buiten van hun koffie te genieten.

12:50 En er was een voorprograma.

Bill Wyman’s Rhytm Kings omkaderden dit gedeelte van het programma, dat er mocht zijn. Het begon al meteen goed toen enkele extra muzikanten werden voorgesteld als supergroep. Want wat denk je zelf van ELP (Nice), Yes en Bad Company. Chris Squire, Keith Emerson, Alan White (ooit nog bij Plastic ono Band) en Simon Kirk. Emerson speelde tijdens een nummer nog eens gewoon ‘averechts’ staand aan zijn klavieren om toch maar zijn virtuositeit te benadrukken. Zij zagen er nog behoorlijk goed geconserveerd uit. Allemaal trouwens. Vervolgens kregen we enkele minder bekende artiesten uit de Atlantic stal. Mike Sanchez en Paolo Nuttini. Ik was vooral verbaasd door het prachtige stemgeluid van deze laatste, in combinatie met zijn songkeuze. Don’t Mess Around en het van Cher en Terry Reid bekende Bang Bang. Onbegrijpelijk dat dergelijk talent niet meer bekend is. (Intussen is dit goedgemaakt). Het ging verder met ‘That’s Rock and Roll’ gebracht door de Rythm Kings met de al evenzeer onvolprezen Albert Lee op gitaar. Een magistrale Maggie Bell (intussen is ze ook al een zestiger) met een grootse versie van ‘Do Right Woman, Do Right Man’. Dat we dit nog mogen meebeleven. Paul Rodgers was al even grandioos tijdens ‘All Right Now’ en daarna zelfs nog beter in het akoestisch gebrachte ‘Seagull’. Voor dit laatste nummer gebruikte hij een wel erg vreemd uitziende gitaar. Het leek een beetje op een gitaar waar je enkel de contoeren van zag. Zowel Bell als Rodgers waren artiesten van het Swansong huislabel van Led Zeppelin. Rodgers en Bad Company blijven naar uit te kijken artiesten voor wanneer we nog eens zin hebben in een goed concert.

Mick Jones met Foreigner mocht losbarsten in ‘I Wanna Know What Love Is’. Dit had niet echt gehoefd voor ons, ook al zong het extra schoolkoor zeer mooi .

14:00 Als volleerde toerist naar Covent garden.

Ik verricht mijn laatste shopping. Loop nog wat boekenwinkels in en uit. Bij Covent Garden lag nog een Zepboek waarin al hun optredens werden opgelijst. Het is druk buiten op het plein, en ik zie er heel wat straatartiesten die om ter best proberen een standbeeld na te bootsen. Mijn prijs voor originaliteit gaat naar de jongeman in het hondehok, al was de man in de zetel zonder hoofd ook wel spectaculair. Beneden in het marktgebouw speelt een groepje jongelui klassieke muziek.

Via de theaterwijk wandel ik richting Victoria Station.

15:10 Met een Stella in de Marquee.

Op de lokatie waar ik nu zit, de laatste dit weekend, is de lokatie pas geopend in september 2007, vertelde het meisje mij, die de toog bediende. Een nieuw uitziend, witgeverfd café, waar regelmatig optredens doorgaan. Mocht je erheen willen dan moet je even uitkijken in de buurt van de Saint-Martin In The Fields kerk vlakbij de Londense theaterwijk. Ik zit pal tegenover een muur waarop een affiche hangt waarop te lezen staat: Julian Jones presents ‘A tribute to Brian Jones’. Dit moet ooit plaats gehad hebben in de Marquee, toen nog op zijn oude lokatie, op 7 juli 1994, precies 25 jaar na....

De enkele andere aanwezigen in het café ,op dit uur, dragen net zo’n bandje als ik. Ze drukken zich uit in de taal van Molière.

Ik moet nog even glimlachen wanneer ik denk aan de Big Issue (daklozenkrant) verkoper die mij probeerde warm te krijgen voor een exemplaar door mij er op te wijzen dat ik toch wel reeds heel wat gespaard moest hebben: “Think about it man, so much savings on razorblades”. Is het de baard die het hem doet? Ik weet het niet, maar gisteren ook al met dat Canadees TV station. Ik zal nog beroemd worden (grin, grin), zeker na mijn optreden deze zomer in de Rode Loper, waar ik Sean Lennon’s concert op de Gentse Feesten mocht becommentariëren.

Aan de andere muur hangen enkele knappe op A3 formaat ingelijste foto’s van onder meer The Who. Een mooie zwart witte van Entwistle.

In de kelder waar zich benevens de toiletten ook een concertruimte bevindt staat een prachtig drumstel opgesteld.

Ik maak een laatste keer gebruik van mijn 3-day travelcard en spoor naar Saint-Pancras, waar ik na wat wachten inchek op de Eurostar die mij tussen tal van commuters veilig naar Brussel brengt. Het is tien uur wanneer ik in Lede uit de trein stap, en neuriend naar huis loop.

Stilaan begint het mij te dagen dat Led Zeppelin nooit meer zo bereikbaar zal worden, als gisteren.

Om het wat leesbaarder te houden, hierbij enkele verduidelijkingen bij de drie artikels over het tweede december weekend in 2007.

O2: Concert zaal in Londen (vroegere Millenium Dome), gelegen vlakbij de nulmeridiaan van Greenwich. Een metrostation ligt er vlakbij en brengt naar de City via de Docklands in no time.

Led Zeppelin: Jimmy Page, John-Paul Jones, Robert Plant + Jason Bonham die zijn vader John vervangt.

Het concert van de eeuw: eigenlijk was de originele naam: The Ahmet Ertegun Tribute Concert. In de titel komt dus nergens de naam Led Zeppelin voor.

Serpentine: vijver met eendjes in een Londens Park (Hyde Park)

Hard Rock Café: ligt vlak bij Hide Park. Typisch Amerikaanse gerechten geserveerd bij een portie Classic Rock. Aan de muren hangen gitaren, jasjes van Jimy Hendrix, gouden platen, originele platencontracten.

Lille = Rijssel

A20: De snelweg tussen Rijssel en Duinkerken.

TIC: Tourist Information Center

Harvey Goldsmith: Concertpromotor, die de laatste jaren ook enkele bands managed. (o.a. Jeff Beck). Organisator van het evenement.

Dartford Crossing: vroeger Dartford Tunnel, nu is er ook een brug.

Starbucks: Amerikaanse koffiehuis. Zeg maar de McDonalds onder de koffie. Bij ons enkel te vinden op de luchthaven.

Ahmet Ertegun: De vroegere ‘baas’ van Atlantic Records. Een Turkse migrant in Amerika die het beste platenlabel ooit beheerde. Hij haalde ook de Stones naar het label in een latere periode. De namen in het voorprogramma (Yes, Emerson, Lake & Palmer, Bad Company, Led Zeppelin, Polo Nuttini, enz...) zaten allen op Atlantic naast bijv. ook Crosby, Stills, Nash & Young, Vanilla Fudge, enz...

Ross Halfin: Britse rockfotograaf (met eigen blog waar heel wat foto’s van het concert te vinden zijn). Persoonlijke vriend van Jimmy Page, die hem vaak vergezelt zoals recent nog in China.

The Firm: De eerste band na Led Zeppelin waarin Page speelt (periode 84/85). Zanger is Paul Rodgers. Zij brachten twee LP’s uit.

Chris Farlowe: Britse R&B zanger die onder meer zingt op het eerste solowerk van Page na Zeppelin (soundtrack voor Deathwish II)

Terry Reid: De ‘origineel’ aangezochte zanger voor Led Zeppelin die ‘het niet zag zitten’ om met Page in The New Yardbirds te zingen. Beschikt over een stemgeluid, genre Steve Mariott en inderdaad ook Robert Plant. What if?.....

Julian Jones: zoon van Brian Jones (ex-Rolling Stone), die werd opgevoed in de States door de ex-vrouw van Brian, die intussen gehuwd was met Donovan.

  • Comments(1)//blog.sadeler.be/#post71

10 december 2007 - Het concert

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 11 Dec, 2010 14:55

Wat vooraf ging...

15:35 Led Zeppelin, het concert.

Het bandje houdt stand en zit veilig om mijn pols heen zoals het hoort. Deze ochtend zaten nog twee andere mensen aan het ontbijt met een dergelijk bandje om. Deze dag wordt er een van wachten en reikhalzend uitkijken. Ook al is het hier best aangenaam in het cafeetje bij de Serpentine in Hyde Park, ik hou de klok in het oog.

Meer fotos zijn te vinden op: link

Ik wil nog wat spullen afleveren in het hotel, eer ik naar de O2 spoor. En je mag toch algouw op twintig minuten rekenen, heen en terug, tussen Victoria Station en het hotel. Ik wil nog snel wisselen van T-shirt, met datgene dat ik net nog kocht bij HMV. Er staat een gevleugelde figuur met een tekst over 1977 op. Een mooier Zep-shirt dan datgene wat ze in de O2 officieel verkopen met de Ahmet Ertegun Concert vermelding erop.

Gisterenavond na het avondeten in het Hardrock Café terug gespoord en wat TV gekeken, tot ik er bij in slaap viel. Nog wat gelezen in de Sunday Times, of beter er wat in gebladerd. Mijn zoektocht naar het huis van McCartney in de buurt van Abbey Road, deze namiddag, heb ik op de duur gestaakt. Ik was even vergeten in welke straat het staat. Vervolgens met de bus naar Oxford Street gebold om er wat te shoppen. Vier cd’s rijker. En alweer gelinked aan Zeppelin. O.a. Live at The Greek met Page en The Black Crowes, een obscure plaat van Keith De Groot, alweer met Page en een collectie songs van Lord Sutch & His Heavy Friends. De collectie breidt uit. Neem daar nog het T-shirt bij voor in totaal net geen 50 pond en we kunnen tevreden terugkijken op onze inkopen. Daarnet een veggy pizzahap lekker weg gehapt en hier nog een buttered scone + jam aan toegevoegd. Dit zal moeten volstaan om de rest avn de dag door te komen. Gelukkig zijn ook tijdens deze trip de gekende Britse ontbijten rijkelijk uitgebreid en voedzaam. Ik probeer nog wat te genieten van de koffie en op die manier wat tijd te doden. Het werd insmiddels kwart voor vier, en ik zou toch graag tegen zessen ter plekke zijn. We weet welke rij er staat?

18:00 Terug bij de O2.

Waar stond ik? Even denken...welke Zepfan zal dit later nog gelovcen? Plant nam op een gegeven ogenblik een kopje thee, wandelde daar rustig mee naar de microfoon. Je zag zo in het tegenlicht de warme rookwolkjes naar boven krengelen. Ik bedoel maar, dat ik dus als het ware in de keuken van die mannen stond. Kan je nog dichter geraken dan rij uno? De afsluiting van de frontstage, amper iets meer dan een meter hoog. En de frontstage ruimte zelf was net breed genoeg om er een onbemande camera op een automatisch spoor te laten heen en weer rijden. Goed weg gedoken zaten enkele mannen die het ding digitaal stuurden. Later liep op het podium zelf, nog een andere cameraman, met zo'n draagbaar aan een mechanische arm, bevestigd toestel. Last van opdringerige persmensen die ons het zicht blemmerden hadden we niet. Er liep amper af en toe een fotograaf even op en neer. Was dit Ross Halfin? Slechts enkele securitymannen die overigens niets om handen hadden. Een van hen zou na het concert, de net voor ons liggende playlist nog aan iemand geven die een paar meter verder stond, en daar blijkbaar van bij het begin naar gevraagd had. Het verhaal over waar die perslui dan wel gebleven waren zou de wereld pas enkele dagen na het concert bereiken.

Ik weet het, het is en blijft, en het zal vermoedelijk wel altijd een droom blijven. Misschien wordt ik ooit wel wakker, maar dat zal toch nog even duren.

Hoe was ik in Godsnaam daar op die plek geraakt?

Nou gewoon. Na mijn koffietje in Hyde Park, de tube ingedoken richting Victoria Station, wat spullen afgelegd in het hotel, waaronder mijn camera. Lichtere kleding aangetrokken, opnieuw de tube in naar het walhalla: Greenwich, en aanschuiven in de rij. De O2 is een rond gebouwzoals de meeste arena’s. Er loopt een zeer brede gang helemaal rond deze arena. Dit werd wandelen langs de dranghekken heen naar een eerste checkpoint waar de de bandjes werden gecontroleerd. En dat was het. Enkel nog de dranghekken volgen om achteraan ergens, God weet waar, in de rij aan te sluiten. Ik stelde vast dat een paar mannen op een gegeven ogenblik de dranghekken openden om daar ter plekke in de rij aan te sluiten. De rij wachtenden oogde meer dan vredelievend, dus ondernam ik, een tiental meter verderop, hetzelfde, en belande zo tussen enkele fans uit Wales en Schotland. Eentje had ze nog gezien in ‘69. Deze keer had hij zijn zoon meegenomen, “Want je weet maar nooit of dit niet toch het allerlaatste optreden wordt” merkte hij nog op. We schuiven traag maar zeker richting deuren. Er is zelfs nog tijd voor een intervieuwtje dat ik weggeef aan een Canadees TV station. Het zal wel weer mijn 'markante' kop geweest zijn zeker die hun aandacht trok. Of het ooit uitgezonden werd ben ik nooit te weten gekomen. Op vraag of er nu maar een toernee moet volgen heb ik met een resoluut neen geantwoord. Magie kan per slot van rekening maar een keer gebeuren, en bovendien heeft Zeppelin nooit een goede relatie met de pers gehad, waardoor de kans op negatieve commentaren alleen maar zou kunnen toenemen. Zeven uur en we bereiken de deuren van de echte arena. Het wordt plots snel doorlopen, om darna met verstomming geslagen te worden want de immense arena ziet er nog zo verdomd leeg uit. Quasi niemand op de balkons en het gehele midenveld omzeggens leeg. Enkel in de verte voor het podium hadden zich reeds wat fans genesteld. Dit maak je nooit meer mee. Ik spoed mij naar een plekje net voor het podium. Pal tegenover de stek waar het orgeltje staat van John-Paul Jones. Page zou zich aan de andere zijde nestelen, en Plant die had dus zijn thermos thee langs onze kant staan.

21:00 the Concert of the Century.

De setlist bleek een aaneenschakeling van overbekende nummers. Na het voorprogramma, maar dat is voor morgen, werd een inleidend filmpje getoond over de aankomst van de band in de jaren 70 in de Amerikaanse stad Tampa. Het was daar dat ze met dat concert, wat opkomst betreft, het record van de Beatles braken. Einde filmpje en de eerste tonen van ‘Good Times, Bad Times’ knallen uit de PA. We waren met zijn allen even te druk bezig met het volgen van het filmpje op het grote scherm, om te merken dat de band ongezien was opgekomen, de instrumenten had ingeplugd , en als het ware de zaal liet ontploffen. Er raasde even een trein door de O2, Good Times werd ogenblikelijk gevolgd door ‘Ramble On’ en ‘Black dog’. Niets kon nog stuk. Dit was veelbelovend. Page in een pak. Bonham en Jones iets meer casual, en Robert Plant in een hemdje en gewone pantalon. Dit zou dus voornamelijk rond de muziek draaien. Weg jonge God met ontblote torso. Geen afleidingsmaneuvers, geen extravagante show, enkel een groot scherm om iedereen toe te laten om de poppetjes op het podium te volgen.

‘In My Time of Dying’ werd gevolgd door ‘For your Life’. De allereerste keer dat dit nummer op een live publiek werd losgelaten.

Plant betuigde eer aan enkele bluesgroten, waar ze indertijd serieus leentjebuur bij hebben gespeeld. Robert Johnson's ‘Terraplane Blues’ kregen wij als ‘Trampled Underfoot’, met een wel zeer grootse Jason Bonham aan het slagwerk. Een nummer uit 1935 van Robert Johnson, waarvan Plant ter goedkeuring zegt: “Wie zegt dat ook Johnson zich niet heeft gebaseerd op nog oudere ritmes terwijl hij dit nummer componeerde?” “Iedereen doet dit toch.” Everybody nicks some licks. Volgt Blind Willy Johnson's ‘Nobody's Fault but Mine’, onmiddellijk gekoppeld aan ‘Since I've been Loving You’. Het langere ‘Dazed and Confused’ in een normale versie. Geen 25 minuten deze keer. Page wordt omsloten door een piramide van laserlight wanneer hij de strijkstok hanteert om er zijn gitaar als nooit tevoren mee te lijf te gaan.

Tussenin zat nog ‘No Quarter’. Het krantenverslag hier voor mij had de nummers even dooreen gehaspeld(!) Wat kon Page nog doen na ‘Dazed’? De doubleneck gitaar omgorden voor ‘Stairway To Heaven’. Dit werd op een grandioze wijze ingezet door John-Paul Jones. Plant wandelde net evoor naar Jones toe en vroeg ‘off micro’: “Are you allright? Is everything fine?” waarna hemelse klanken volgden. Bonham viel op het gepaste moment in en drumde op zijn Ludwig, zijn vader waardig. Later zou hij zijn schouder nog ontbloten, er een kus op geven (vermoedelijk op een tattoo), blik naar de hemel gericht. Jawel ook Jason kan het, en hij heeft het zeker van geen vreemden meegekregen.

Volgden nog twee knappe nummers:’ The Song Remains the Same’ en ‘Misty Mountain Hop’. Afsluiter van de set werd het grandioze ‘Kashmir’, “De 51e staat”, lachte Robert de massa toe. Er bleken zich namelijk in het publiek mensen uit 50 verschillende landen te bevinden.

Bisnummers brachten ze in twee passages. Het waren ‘Whole Lotta Love’ en ‘Rock and Roll’ die het publiek echt uit de bol lieten gaan. Whole Lotta Love, inclusief theramin gedeelte bewees nog maar eens de onsterfelijkheid van de blues.

Was dit een goed concert? Wees daar maar zeker van, en dan vooral bekeken en beluisterd vanuit de spot waar wij ons bevonden. Met wij bedoel ik in eerste plaats mijzelf, en twee andere Vlamingen die net naast mij stonden. Ik ontdekte ‘toevallig’ dat dit landgenoten waren toen ik de ene tegen de ander hoorde zeggen: “Ze hebben hier begot stella.” Een van hen, de jongste, was zelfs meer geintresseerd in de Rythm Kings uit het voorprogramma dan in Zeppelin zelf. De man had al quasi alle Stones concerten gezien sinds de jaren negentig maar nog nooit een optreden van Bill Wyman bijgewoond. Iedereen heeft zo wel ergens een gat in zijn cultuur zeker. Hij liet zelfs een vrouw uit Argentinië of zo zijn plaats helemaal vooraan innemen tijdens het concert. Zo zie je maar alles is relatief.

Vervolg: the day after.

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post70

9 december 2007

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 10 Dec, 2010 01:36

Vorig jaar eind december liep ik even in gedachten terug naar Londen om precies te zijn naar het tweede weekend van december 2007.

Negen december viel toen op een zondag....

Meer foto's op: link

07:30 Op weg.

Zondagochtend, even over half acht, nog maar net in de trein gestapt en het gaat al van : ” Dames en heren wij komen aan in Aalst, in station Aalst.” We zijn op weg, te vroeg dat zeker, maar ik probeer even geen risico te nemen, om op tijd te komen voor de Eurostar van 10:00 uur in Brussel-Zuid. Toegegeven tamelijk breed gerekend enkel en alleen om mijn treinticket af te halen. Het belooft een echte “ticket” dag te worden. De wat oudere man achter het loket in het station van Lede beloofde mij dat Eurostar mij mijn vijf euro en tien cent terug zou geven. Makkelijk uiteraard want hij werkt toch maar voor de NMBS. Naar Engelse tijdnormen gemeten zou ik reeds om elf uur in Londen aankomen. Een heel stuk eerder dan tijdens de trip die we ooit ondernamen in 1975, toen we er acht uur over deden. In die dagen was het nog naar Oostende sporen om daar de boot naar Dover te nemen, en van daaruit opnieuw verder te reizen met de trein naar Londen Victoria station. Een snel rekensommetje leert mij dat ik eigenlijk quasi over een dag meer beschik tijdens deze trip to heaven. Vandaag kun je dit nog amper reizen noemen. Zeker wanneer je op de trein talloze pendelaars ziet zitten met hun laptops, op weg van weer een boeiende vergadering in Londen en opweg naar moeder de vrouw. Ik koop best een ‘three day off peak’ travelcard , zodat ik met de tube en de red busses kan rondstruinen in Londen en mij zeker geen zorgen hoef te maken over kapotgelopen voeten. Londen is groot.

Als alles volgens plan verloopt wil ik eerst en vooral mijn Zeppelin ticket ophalen in de O2. Vervolgens inchecken in het Wellington hotel, niet zo ver van Victoria Station, en indien het daglicht het nog toelaat een koffietje snappen aan de Serpentine in Hyde Park. Het is al veel te lang geleden dat ik er nog kwam. Leuke tijd toen met de kindjes na een bezoek aan de panda’s in de Londense Zoo. Avondhapje in het Hard Rock Cafe moet zeker ook kunnen. Wat zappen op de Britse TV en een early night. Kan ik morgen, indien ik tenminste vandaag aan mijn ticket geraak, een early morning coffee meepikken en in de namiddag wat cultuur opsnuiven . Wat dan zal volgen...Het lijkt wel een O2 tempelbezoek...en tot slot dinsdag op wolkjes rondlopen , afzakken naar de wijk met de boekenwinkels in de buurt van Oxford Street. Boeken en Ceedeetjes inslaan. De trein nemen en tegen tien uur in de avond moe maar tevreden thuiskomen. We naderen Brussel.

09:00 Brussel in de regen.

De incheck verliep vlot en stressloos. Een hartelijke babbel met de dame aan de incheck balie. Af en toe krijgen ze daar wel en en ander te verwerken. Wachtrijen zonder einde met mensen zo blijkt die allemaal zo snel als mogelijk hun ticket willen en die op de klok traag maar zeker hun inchecktijd zien verstrijken. De meesten reizen met de vinger op de knip en hebben dus ook geen recht op een ‘refund’ naar ze mij vertelde. Toestanden zoals we zo vaak te zien krijgen in TV-programma’s als 'Het leven zoals het is" doen zich hier ongetwijfeld regelmatig voor. Zelf had ik makkelijk met een trein later kunnen arriveren maar het is dat zo'n incheck duurtijd zo moeilijk valt in te schatten. Het wachten heeft mij als leuke extra een wandelingetje over de Zuidmarkt opgeleverd. Voor een euro en negentig cent werd mij een koffietje geserveerd in Sam’s Café. Wil het toeval dat er net een spiksplinternieuwe Grande Special over Londen uit was.

Je krijgt amper de indruk je in een station te bevinden. Dit heeft meer weg van een luchthaven. En zeker dezer dagen met alle angst voor aanslagen. Oude vrouwtjes en mannen, die al een stuk van deze wereld lijken te zijn stappen piepend door de controlepoort. Kom op vader, zakken leegmaken, muntjes, sleutels en wat weet ik nog meer. De gesp van mijn broeksriem bestaat vast niet uit metaal want ik liep er door zonder piep. Het plastic bakje langs de zijkant lag in mijn geval helemaal vol met mijn zakinhoud. Ik relecteer kort over wat een mens allemaal meesleurt in broek- en vestzak. Overigens voor de helft overbodige zaken, op een I-pod en wat klein geld na. Maar waarom ook autosleutels, toegangsbadges, eurormunten?

10:35 Frankrijk wordt opnieuw een stukje Vlaanderen.

We bollen onder een intussen blauwe lucht het station van Rijsel uit. Slechts 35 minuutjes zijn er nodig om vanuit Brussel tot hier te treinen. Het lijkt wel of we hebben dit Noordfranse stukje Vlaanderen een stuk dichterbij gebracht. Ik voel de zon branden in mijn hals hier achter het vensterglas. Dit wordt een knappe twee uur durende film, slechts hier en daar onderbroken door een betonnen boord van twee meter hoogte die af en toe voorbijflitst. Straks de tunnel. We kruisen de A20 en sporen terug de natuur in. Gek maar ik heb helemaal niet het gevoel in een trein te zitten die bovendien nog eens hard rijdt.

De honger begint te knagen. Mijn licht ontbijt ligt reeds een uur of vier ahter mij. Even volhouden. Londen wenkt met creamtea en enkele scones. Rechts duikt een zeer smalle konisch oplopende molenkuip op, helemaal in grijs beton. In de verte een watertoren. De trein vertraagt, waar zijn we? In de buurt van de molen staat een hoge roodwitte mast. Ik noteer dit even tussendoor want ik wil later zeker naar deze omgeving afzakken. In de zomer op molenzoektocht. We bollen nog amper. De lucht verrast hier. Er vallen opnieuw regendruppels, de blauwe lucht is nog amper te zien door het gat in het grijze wolkendek. De trein slingert wat meer, en raast een stuk sneller. Buiten is alles grauw geworden.

11:07 Waar ligt de zee?

Aan onze rechterzijde ligt de stad Calais. We moeten hier vlakbij de zee zijn. Het is donker buiten. Is dit reeds de tunnel? Eigenlijk een beetje raar dat hier niet wordt gestopt. Je kan dus niet even naar Calais bollen en van daaruit met de TGV verder sporen naar Londen. Een opstapmogelijkheid te Lille, maar dat is al te gek, aangezien je daar al na 35 minuten staat vanuit Brussel.

Ik dommel even weg…het is 1975. We worden naar het station van Aalst gevoerd, via Hofstade, waar we Hans oppikken. Martine, stond ons daar reeds op te wachtten. Zonder pas en andere paperassen, maar dat zou ze pas merken in Oostende. Treinreis in een overvolle trein. Meer dan vijf uur op de zee. Nog anderhalf uur treinen naar Londen. Ik herinner mij dat het omstreeks drie uur was toen we uiteindelijk Victoria Station uitliepen, recht naar een pub voor een Guiness, die ons eigenlijk maar matig smaakte. We boekten via een TIC een eenvoudig hotelletje (Bina) in de buut van Kensington Gardens, niet zo ver van Earls Court. Een taxi bracht ons naar een achterbuurt waar zich het Virgin Warehouse bevond (en geen platenwinkel). Gelukkig vonden we toe net om de hoek, bij een gekleurde medemens, een platenwinkeltje. Onze eerste dag eindigde in Wardour street in de Marquee omstreeks 11 uur, net na een optreden van Tim Hardin. Binnen de vijf tellen stonden we daar trouwens terug op straat. Closing time weet je wel. Het heeft trouwens meer dan dertig jaar geduurd, eer we te weten kwamen wie we die avond gerateerd hadden. Tim Hardin dus. God bless his soul. Om op de toenmalige volgende dag nu in te gaan zou ons wat ver leiden. We zagen in elk geval Pink Floyd optreden tijdens het tweede Knebworth festival. Het festival waar Led Zeppelin, in ’79, hun laatste concert op Engelse bodem speelden, en dat enkele jaren geleden even uit zijn as herees…

Gisteren las ik in de krant, de FET, over Led Zeppelin en Harvey Goldsmith. Deze laatste heeft er voor gezorgd dat het concert van de eeuw kon doorgaan. De man wordt op dit ogenblik verguisd vanwege het lottrekking systeem dat hij opzette voor dit eenmalig concert. Het moet gezegd: zij gebruiken een formule waar bijna geen speld is tussen te krijgen. Tickets enkel te boeken via Visa of soortgelijke kaartsystemen. Tickets kunnen enkel afgehaald worden door de aanvrager zelf op vertoon van de Visa of Mastercard, waar ze mee betaald werden, en op vertoon van een id of paspoort, en uiteraard het confirmatiebericht. Twee kaarten geboekt. Mooi, maar dan moet je ze wel wel met zijn tweeën komen ophalen...

Dit waren enkele van de dingen die mij op een koude herfstnacht in november toch nog even aan het twijfelen hadden gezet.

11:28 Bijna…

En het werd opnieuwlicht. We rijden door een intussen bekend stukje Folkestone. Er klinkt even een gek signaal via de intercom. Ook hier valt de regen nog gutsend neer uit het grijze sjofele wolkendek. Nog honderd kilometer tot Londen en hopelijk betere weersomstandigheden, al meen ik mij te herinneren dat er niet echt veel goeds was beloofd.

11:52 Dartford Crossing.

Nog enkele minuten, wat grauwe fabrieken, enkele achterbuurten. Bekijk zelf nog maar eens de hoes van Animals van de Floyd en je begrijpt wat ik bedoel. De trip die nauwelijks nog een trip is te noemen zit er bijna op. Geslaagd. Het ziet er hier naar uit, dat het laatste stukje van onze tocht zich helemaal ondergronds afspeelt. Vandaar vermoedelijk de extra grote tijdswinst… Gek maar ik kan mij niet herinneren dat we ook maar een tegenligger zagen. Nog even luchthappen, wat natuurlijk licht en nu opnieuw tunnelen.

11:10 Tien minuten vertraging. Te verwaarlozen.

We draaien de klok een uurtje terug. In Saint Pancras bij Eurostar binnengelopen, met mijn Leeds treinticket, en inderdaad zij willen dat terugbetalen.. Wel effe procedure volgen dus. Een vriendelijk gekleurde meneer vertelt mij dat ik het ticket schriftelijk moet opsturen naar het adres op het kaartje dat hij mij overhandigt, en dan loopt het wel los. Nou moe.

Voor net iets minder dan 16 pond mag ik dus drie dagen vrij reizen op bus en metro dankzij het systeem van off-peak travelcards..

In de buurt van het station een Starbucks binnengewandeld. Ik smak altijd naar hun medium tassen koffie. Een grote tas is er echt wat over. Wie drinkt er nu uit tassen waar 1 liter koffie in kan? Medium koffietje dus met een volkoren scone, kwestie van het hongergevoel te lijf te gaan. Wat eerste indruk foto’s genomen. Het liep naar twaalven.

12:00 Zondagnamiddag in Londen.

Ik geraak zonder problemen in geen tijd met de tube tot vlakbij de O2 in Greenwich. De vroegere Millenium Dome, die al snel op de fles bleek te zijn gegaan en die werd overgenomen door telecom operator O2. Dus ook tot hier zat het alweer snor.

Het schijnt mij toe dat het pad naar de hemel loopt. Je loopt van in het metrostation gelijk naar de arena toe. Geen straten of pleinen in de weg. Wel opletten dat je niet over de nulmeridiaan struikelt. Grapje. Even de grote toegang opzoeken. Wat ik vreesde gebeurde gelukig niet. Er stond geen kilometerlange rij. Waar is de tijd dat concertgangers voor hun tickets twee dagen campeerden bij een box office. Ik kan alleen maar hopen dat er zich hier geen dergelijke taferelen afspelen bedacht ik nog, bij het binnenkomen: hehe.

Ook hier even door de speciale doorgang waar ik nog maar eens geröntgend werd. Hier valt dus niet door te komen met een camera. Pech.

De gehele ruimte stond vol met mensen. Honderden, een paar duizend. Stilletjes achteraan even gepolst of dit allemaal voor Zeppelin was, en jawel hoor.

“Hangt de rest van mijn dag eraan?”, kon ik nog net bedenken. Nog anderhalve dag te gaan, dus geen paniek. We zijn nog even verwijderd van het concert zelf. De zon brak door toen ik hoorde dat er veertien loketten waren en dat elkeen in die rij moest gaan staan waarop zijn initialen stonden? Wordt het dan de rij met de D of bij de S? Nobody knows. Ik ga braaf bij de D staan en babbel met wat medeaanschuivers.

Een Amerikaan, met een Texaanse vriendin vertelt dat hij het te doen vind, en dat het hun zeker en vast de 5000 dollar waard is die het hen heeft gekost. Ik bemerk heel wat father and sons. Zelden zoveel mensen zien dwaze bokkesprongen maken eens ze hun begeerde armbandje gekregen hadden. En het ging vooruit….traag maar zeker. Dit kon ook moeilijk anders. Want bij het begin van elke rij warden al de eerder genoemde stukken grondig gecontroleerd. Bovendien diende je een soort van contract te tekenen waarbij je van alles en nog wat beloofde te doen, of net niet te doen. Pas dan werd in een supergrote plastic wasmand naar jouw envelope gezocht. Armbandje omgorden en ticket overhandigen en klaar was kees. Hier was nu eens niets maar dan ook letterlijk niets geautomatiseerd. Op deze wijze zouden hier alle tickets worden verspreid.

Het criminele wereldje zal het hardstikke moeilijk gehad hebben om op dit systeem iets te vinden. Bovendien is er amper tijd, enkel vandaag en morgen kan je iets ondernemen mocht je dat willen. De kleine winst valt echter nooit tegen te gaan. Iemand die twee tickets koopt. Eentje voor veel geld doorverkoopt aan een andere minder gelukkige fan, dan afspreekt om ze samen te gaan ophalen. Ja niets is bullitproof. Het waren dan ook voornamelijk de onfortuinlijken, die geen tickets te koop meer vonden, of die met hun uitgelote email , zonder Visa of zo geen uitweg zagen die het vooral gemunt hadden op Goldsmith en zijn systeem. Tot de avond ervoor verdedigde Harvey Goldsmith zijn systeem op de Britse TV. Goldsmith is weten we nu drie jaar later goed bezig met o.a. Jeff Beck. Van ons blijft hij pluimen krijgen. Zie ook zijn blog op: Harvey Goldsmith

Het was nog geen vier uur toen ik weer buiten stond. Tevreden en gelukkig.

16:00 Sightseeing bij Abbey Road.

Kaart en bandje zijn binnen, en nu maar hopen dat niemand overvallen wordt en van zijn bandje, annex hand wordt beroofd. Grapje. Voor een concert van een groep die in geen 27 jaar meer samenspeelde zal het allemaal wel zo'n vaart niet lopen durf ik te veronderstellen.

Terug de metro in, richting Victoria Station, om ergens in de buurt het gereserveerd hotelletje te zoeken. Ik had mijn GPS (ook geschikt voor fietsers en wandelaars) bij. Ik weet nu wel zeker dat je daar in Londen dus geen barst kunt mee aanvangen, want op elke straathoek waar ik even wijfelde begon het ding traag maar zeker een nieuwe route te berekenen. Gewoonweg niet te doen. Ik besloot dan maar door de intussen wat verergerde regenvlagen op goed geluk een richting uit te stappen, en om de halve km even te checken of ik nog in de goede richting zat. En dat werkte wonderwel. Na nog wat daklozen te zijn gepasseerd kon ik mijn intrek nemen. Een Indische bedoening, maar op het knipmes vriendelijke af. Niets op aan te merken.

Ik spoor wat later naar Sint Johns Wood waar zich het beroemde zebrapad bevind, tegenover de Abbey Road studio. Er lopen enkele gasten rond met een T-shirt aan van de Ahmet Ertegun show, inclusief armbandje. Het beeld wisselt om de paar minuten, maar op elk ogenblik van de dag lopen hier mensen die proberen de foto van het jaar te maken. Ik prober ook even van in het portaal van het gebouw een foto te nemen, maar een stem uit het plafond fluit mij terug naar buiten.

20:25 at the Hard Rock Café…

Avondeten na een toch wel spannend dagje. Het is er meer dan druk. De veggy hamburger gaat er meer dan lekker in. Nog een pint of Speckled Hen, en ik ben klaar voor een avondwandeling. Het is opgehouden met regenen. In Hyde Park staat een reuse wiel, en overall hangt reeds feestelijke kerstverlichting. Enjoy yourself. It’s later than you think…neurie ik even mee met Jools Holland.

Tommorrow is another day.

De kaart ligt veilig in mijn nachtkastje. Ik heb tussentijds zelfs enige telefoons afgehandeld in functie van de dagdageijkse job. Afmelding van een geslaagde change genoteerd.

Lees het vervolg...

  • Comments(0)//blog.sadeler.be/#post69

Nankering with the Stones...een boekbespreking

Recensies in rockPosted by Eddy De Saedeleer 24 Aug, 2009 12:32

Nankering with the Stones. Een goed boek dat je naar de jonge Stones echt anders laat kijken. Het laat je kijken door de ogen van als het ware een zesde Stone, die er niets bij te winnen heeft om het verhaal op te kalefateren. De enige vraag die ik mij wel af en toe stelde was: “wat heeft die Phelps een opmerkelijk geheugen.” Of heeft hij misschien toch het boek van Wyman als leidraad genomen?

Dit is nu eens een verhaal dat niet voornamelijk over drank, drugs en vrouwen gaat, maar over de struggle van een jonge band zonder versterkers en geld, die er alles aan doet om het te maken. We weten al lang dat Wyman en Watts er bijhoorden omdat ze goede muzikanten waren, omdat ze materiaal hadden en omdat ze een job hadden en ze het zelf verder als een hobby zagen, kortom als een bijverdienste. Wyman zal het ook wel tof gevonden hebben dat hij op die manier jonge deernes in de schoot geworpen kreeg. De nucleus van de Stones echter huisde bij elkaar op kamers in Edit Grove, Londen. Hoe arm ze waren laat zich raden in het feit dat ze een vierde man zochten als medebewoner van het pand, die mee de huur diende te helpen ophoesten, wat meer niet dan wel lukte, getuige de gespannen toestand waarin ze leefden met hun huisbaas. En laat deze vierde man nou James Phelge zijn. Mocht de naam enigszins bekend klinken dan moet je zeker eens op de vroege Stonesingeltjes kijken naar de auteurs van sommige songs. Inderdaad Nanker-Phelge, en dat is hem. Heeft hij die nummers dan mee gecomponeerd? Van geen kanten, en wie is trouwens Nanker? De oplossing: lees het boek "Nakering with the Stones". Misschien toch even uitleggen wat "nankering" is. Het was een spelletje dat de vier regelmatig speelden. Hierbij beelden ze een of andere lunatic uit, spraken met vervormde stemmen en voornamelijk Phelps was er goed in om met twee vingers zijn onderste oogleden naar beneden te trekken, om intussen met zijn andere hand zijn neus omhoog te duwen. Soms onder elkaar, soms om andere mensen te jennen bij de bushalte, wat hen dan steevast vooraan in de wachtende rij liet belanden, omdat de deftige Londeners niet doorhadden dat ze in de maling werden genomen. Het boek beschrijft net die periode, waarbij ze nog totaal onbekend waren. De eerste goede optredens, en hoe Brian iedereen aanschreef om toch maar aan de nodige optredens, zelfs bij BBC, te geraken en ook om ooit aan een platencontract te geraken. Het uitgaansleven in de Londense clubs, Crawdaddy, Marquee enz...Phelge die eerder een jazzachtergrond hadt, en overal met de jonge Stones meeliep, was vaak samen met Stu, de echte zesde Stone. Deze zat steevast als pianist aan de zijkant van het podium. Phelge hielp vaak Stu voor en na optredens als roadie. Phelge praatte ook wel met andere gasten aan de toog. Leuke anekdotes. Het duurde maanden eer hij er achter kwam dat Clapton geen zanger was, maar een begenadigd gitarist.

Hoe de Stones leefden in Edit Grove? Eigenlijk was het Brian die daar woonde en zich de woonkamer toeëigende, en leefden de andere in de slaapkamers. De WC, op de overloop, werd gedeeld met andere bewoners boven en onder hen van hetzelfde gebouw. De legendarische keuken was niet meer dan een gore afwasbak waarop zich stapels, vuile, borden en tassen bevonden eindeloos wachtend op een helpende hand. Koffie maken, gebeurde nog wel, en af en toe. Een kopje uit de stapel zoeken en onder een koude kraan afspoelen gebeurde ook nog wel, maar het valt te betwijfelen of de boys daar ooit een keer gezellig aan de ontbijttafel hebben gezeten. De moeders kwamen al eens langs met wat mondvoorraad, en de stapels vuile afwas werden bij dergelijke gelegenheden onder handen genomen. Ze slaagden er zelfs een paar keer in om alle borden en tassen door het raam te kieperen in de achtertuin. Dit uiteraard omdat ze weer eens te vuil waren geworden. En met wat geluk vonden ze alles de volgende avond netjes afgewassen terug in hun keuken. Dat was dan weer eens omdat een buurmeisje, die het vermoedelijk niet meer kon aanzien, voor assepoester had gespeeld. Het oudere koppel boven hen moet zich waarschijnlijk regelmatig de pleuris hebben geergerd waneer ze weer eens kattekwaad hadden uitgehaald, zoals bijvoorbeeld "het lenen" van hun lampen.

Het boek geeft ook een kijk op het karakter, of schrijven we beter, gebrek aan karakter, van Brian. Hoe hij "vergeet" te zeggen tegen manager Giorgio Gomelski, dat ze bij een nieuw management zitten. Met Gomelski was trouwens nooit een contract getekend. Dat lag wel anders bij Andrew Loog Oldham waar ze nu zaten. Oldham zette hun op het spoor naar succes, te beginnen met het, zichtbaar, uit de groep bannen van Stu, en het zoeken van optredens in betere clubs.

Ontnuchterend is ook vast te stellen dat de Stones, eenmaal het succes aantrad, vaak in situaties terechtkwamen die ze zelf niet hadden gewild. Oldham vond die best leuk, en wist als geen ander munt te slaan uit dergelijke situaties. Hij wist als geen ander dat welke publiciteit dan ook goede publiciteit is. Hij liet dus begaan.

Phelge en Keith liepen vaak 's nachts nog de straat op op zoek naar een eetstand waar ze een stuk groentetaart of kidney pie (niertaartje) konden scoren om de honger te stillen. Overdag hingen ze meestal maar wat rond, terwijl Mick studeerde aan het LSE. Brian hadt het vaak druk met zijn vriendinnen. Op een gegeven ogenblik waren er zelfs twee tegelijk zwanger, en ook voor dat probleem wist Brian geen oplossing te verzinnen.

In het tweede geeelte van het boek hebben de Stones, Mick en Keith, reeds succes en verhuizen ze naar een betere flat, waar evenwel de pompbak er even erg aan toe is dan in Edit Grove. Brian trok in bij Linda en zijn vrouwen, buiten Londen. Phelge schrijft dat de breuk tussen Brian en Mick & Keith zich toen reeds voltrok, en dat Brian de greep op "zijn" groep toen verloor. Zelfs al eerder in Edit Grove door zich te "verschansen" in het salon, en niet bij de anderen te "wonen" in de slaapkamer waar zich alles wat met de Stones te maken had afspeelde.

Een ander fenomeen wat opvalt, bij het lezen van dit boek is dat er blijkbaar niet overdreven veel gerepeteerd werd. Ook het kopen van platen, verliep niet altijd makkelijk. Ze maakten vnl. gebruik van mailorder om aan lp's te geraken met hun geliefde Chicago blues.

Al bij al een boek dat je als ware Stones fan zeker moet gelezen hebben. Een verhaal uit de eerste hand. Mogelijks is ook dit nog te romantisch voorgesteld, maar wanneer men Phelge vraagt hoe het zat met drank en drugs, merkt hij schamper op dat je daarvoor geld nodig hebt en wat zij daar toen in Londen uitvoerden was eerder overleven op stukken pizza.

Phelge vertelt het allemaal alsof het gisteren gebeurd is. Is dit realistisch? Hield een "nanker" als hij misschien een dagboek bij of heeft ook hij de vele Stonesbiografieën gelezen, herschreven en er zijn ervaringen aan toe gevoegd? De enige die daar nog kan op antwoorden is Keith. Phelge en Keith hebben elkaar nog een keer ontmoet later, backstage tijdens de voodoo lounge trournee. "Je bent helemaal grijs geworden" gooide Keith eruit, terwijl hij Phelge omhelsde. Helaas hebben we daar geen foto's van.

  • Comments(6)//blog.sadeler.be/#post24
Next »